Pagina delen

Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 - ondermijning en criminaliteit

Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :

De bijgevoegde Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (5e wijziging) vast te stellen.

Inhoud

Inleiding/aanleiding

De aanpak van ondermijnende criminaliteit is een van de speerpunten in het Integraal Veiligheidsbeleid. Ondermijnende criminaliteit bestaat uit alle vormen van criminaliteit die een bedreiging zijn voor de integriteit van onze maatschappij. Voorbeelden hiervan zijn drugshandel, witwassen, (belasting)fraude, illegaal gokken en uitbuiting.

In 2018 is een ondermijningsbeeld voor Zutphen opgesteld door het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Oost-Nederland (RIEC). Dit onderzoek is in opdracht van de burgemeester verricht om meer zicht te krijgen op het fenomeen ondermijning in de gemeente Zutphen en om meer richting te kunnen geven bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Uit het beeld komt naar voren dat Zutphen te maken heeft met georganiseerde ondermijnende criminaliteit. De belangrijkste fenomenen in het rapport zijn witwassen, hennep/drugs, mensenhandel, fraude, “onaantastbaren” en louche locaties.

Het college volgt dit rapport op met een aanpak op drie hoofdlijnen. Dit betreft:

  1. op orde brengen van het bestuursrechtelijk instrumentarium door aanpassing van regelgeving en beleid;
  2. bewustwording binnen de organisatie gericht op het onderkennen en signaleren van vormen van ondermijning, inrichten van een meldpunt en lokaal casusoverleg, en
  3. aanpak van concrete signalen en fenomenen die uit meldingen en het ondermijningsbeeld naar voren komen.

Dit laatste in samenwerking met ketenpartners zoals politie, OM en belastingdienst.

Dit voorstel maakt onderdeel uit van het op orde brengen van het bestuursrechtelijk instrumentarium. Om effectief op te kunnen treden in situaties waarinsprake is van vormen van ondermijnende criminaliteit is het van belang dat juridische mogelijkheden voldoende aanwezig zijn en zo nodig kunnen worden ingezet. Er is een aantal instrumenten beschikbaar, waar ook gebruik van wordt gemaakt. Voorbeelden hiervan zijn sluiting van drugspanden op grond van de Opiumwet en het toepassen van de Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) bij vergunningaanvragen. Een actualisering van het Bibobbeleid is in voorbereiding.

Dit voorstel bevat de toevoeging van enkele artikelen aan de Algemene Plaatselijke Verordening, om daarmee beter in te kunnen spelen of in te kunnen grijpen op verschijningsvormen van ondermijnende criminaliteit. Dit betreft het toevoegen van de bevoegdheid voor de burgemeester om een voor publiek toegankelijk gebouw te sluiten wanneer daar criminele activiteiten plaatsvinden en de bevoegdheid om een vergunningplicht in te stellen voor bepaalde branches, gebieden of locaties. Tevens bevat het een verbod op het dragen van uiterlijke kenmerken van verboden organisaties. Dit heeft in de praktijk met name betrekking op het voorkomen van intimidatie die daarvan uitgaat of uit kan gaan en op de overige redenen voor het verbod en de ontbinding van de betreffende organisatie. In dit voorstel wordt dit nader toegelicht.

Beoogd effect

  1. Bestrijden van verschijningsvormen van ondermijnende criminaliteit
  2. Bevorderen van de leefbaarheid en veiligheid
  3. Stimuleren van een gezond ondernemingsklimaat

Argumenten

1.1. Voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit is het van belang het gemeentelijk juridisch instrumentarium beschikbaar te hebben.

Ondermijnende criminaliteit tast het vertrouwen in de overheid en in de rechtsstaat aan. Het is daarom belangrijk hier effectief tegen op te treden. Ondermijnende criminaliteit heeft verder een verstorend effect op de lokale concurrentieverhoudingen. Naast de straf- en fiscaalrechtelijke aanpak is ook de bestuurlijke aanpak hierin van belang. Met een bestuurlijke aanpak kan met name worden voorkomen dat criminele activiteiten vanaf bepaalde locaties worden voortgezet, ondanks de inzet van strafrechtelijke middelen. Tevens kan preventief worden ingezet op het voorkomen dat vergunningen worden gebruikt met crimineel oogmerk of het terugdringen van het gebruik van bepaalde gebieden of locaties. Voorbeelden daarvan zijn onder meer sluiting van drugspanden op grond van de Opiumwet en het toepassen van de Wet bibob. Er kunnen zich situaties voordoen waarin het huidige bestuursrechtelijke instrumentarium niet volstaat voor een sluitende aanpak. Met dit voorstel wordt in die leemte voorzien.

1.2. Met deze wijziging kan worden opgetreden wanneer voor publiek toegankelijke gebouwen worden gebruikt om criminele activiteiten te faciliteren.

De wijziging bevat een bevoegdheid tot sluiting van panden in dergelijke situaties. Het vormt daarmee een aanvulling op de al bestaande bevoegdheid van de burgemeester om op grond van de Opiumwet panden te sluiten. Deze bevoegdheid ziet op andere vormen van criminaliteit. Deze bevoegdheid kan worden toegepast in ernstige situaties. Daarbij moet gedacht worden aan heling, witwassen, zedendelicten, geweldsincidenten, illegale gokactiviteiten, mensenhandel, handel in vuurwapens of anderszins het faciliteren van criminele activiteiten. De bevoegdheid kan betrekking hebben op winkels, maar ook op andere locaties waar personen toegang toe hebben. Deze bevoegdheid ziet niet op sluiting van woningen. De sluiting is erop gericht te voorkomen dat illegale activiteiten vanuit het pand worden voortgezet.

1.3. Met de gewijzigde verordening kan een op maat gerichte aanpak worden gevolgd in de aanpak van ondermijnende criminaliteit.

Een nieuw artikel in de APV biedt de burgemeester de bevoegdheid om via een aanwijzing een vergunningplicht te introduceren voor gebouwen, gebieden, bedrijfsmatige activiteiten of een combinatie daarvan om een onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemingsklimaat tegen te gaan. Daarmee kan gekozen worden voor een branche-, gebieds- of pandgerichte aanpak. De noodzaak van de aanwijzing en de duur ervan moet goed worden gemotiveerd. Aan de vergunningplicht kan een Bibob-toets gekoppeld worden. Daarmee wordt een screening mogelijk van de nieuwe en bestaande ondernemingen die onder de reikwijdte van het aanwijzingsbesluit vallen.

1.4. De gewijzigde verordening maakt handhavend optreden mogelijk tegen het zich in de publieke ruimte manifesteren van op grond van de openbare orde verboden of ontbonden organisaties.

Het is vanuit een oogpunt van openbare orde en veiligheid niet acceptabel dat in de publieke ruimte nog uiterlijk vertoon plaatsvindt dat verband houdt met dergelijke verboden en ontbonden organisaties. Dit is ongewenstgelet op de intimidatie die daarvan uitgaat of uit kan gaan en op de overige redenen voor het verbod en de ontbinding van de betreffende organisatie. Deelneming aan de voortzetting van dergelijke organisaties, waaronder uiterlijk vertoon kan worden begrepen, is strafbaar gesteld in artikel 140, tweede lid Wetboek van Strafrecht. Deze strafbaarstelling geldt echter pas op het moment dat de uitspraak van de rechter onherroepelijk (definitief) is geworden. Zolang de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie nog open staan en niet zijn afgewikkeld kan tegen dergelijk uiterlijk vertoon niet op grond van het Wetboek van Strafrecht handhavend worden opgetreden. Vanuit een oogpunt van openbare orde is het wenselijk om niet te wachten met het weren van zichtbare aanwezigheid van verboden/ ontbonden organisaties uit de publieke ruimte tot een onherroepelijk vonnis voorhanden is. Door strafbaarstelling in de APV kan hiertegen wel handhavend worden opgetreden.

Kanttekeningen

1.1. De voorgestelde bepalingen bevatten ingrijpende bevoegdheden.

De bepalingen worden dan ook niet lichtvaardig ingezet. Er moet sprake zijn van een ernstige situatie die een bedreiging vormt voor de openbare orde, een veilige woon- en leefomgeving, of een veilig en leefbaar ondernemersklimaat. In de afweging wordt betrokken of het resultaat niet met minder ingrijpende middelen kan worden bereikt (de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit).

1.2. Een nieuwe vergunningplicht kan leiden tot een toename van administratieve lasten.

Een aanwijzing op grond van het nieuwe APV artikel kan betekenen dat bedrijven die voorheen geen vergunning nodig hadden, wel een vergunning moeten aanvragen. Hiervoor moeten gegevens worden aangeleverd en leges worden betaald. De eventuele toename van de administratieve lasten is te rechtvaardigen, omdat de vergunningplicht slechts wordt ingezet als de burgemeester een daartoe gemotiveerd aanwijzingsbesluit neemt. Bovendien hebben bonafide ondernemers er baat bij dat malafide ondernemers geweerd worden. Deze laatste groep zorgt voor oneerlijke concurrentie en een slecht imago voor de branche of het gebied.

Risico’s

De bevoegdheden worden slechts in ernstige gevallen toegepast en er zal dus incidenteel gebruik van worden gemaakt. Het betreft relatief nieuwe bevoegdheden zodat er nog niet veel rechterlijke uitspraken zijn. Het is dus niet bekend hoe in een eventuele juridische procedure over toepassing wordt geoordeeld. Dit geldt in mindere mate voor de sluitingsbevoegdheid zoals opgenomen in artikel 2:41. Dergelijke artikelen zijn in andere gemeenten eerder toegepast en door de rechter in procedures, meestal voorlopige voorziening, ook toelaatbaar geacht.

Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering

De verordening wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad, zodat de wijziging de dag na de datum van bekendmaking in werking treedt. Tevens wordt het besluit tot vaststelling van de verordening in het lokale huis-aan-huis blad "Contact" bekendgemaakt.

Uitvoering van de gewijzigde bepalingen vindt plaats als dat aan de orde is, naar aanleiding van rapportages over specifieke situaties.

Rapportage/evaluatie

Het is de verwachting dat de bevoegdheden slechts incidenteel worden ingezet.

Financiën

Er zijn geen directe financiële consequenties verbonden aan het wijzigen van de APV zelf.Als de burgemeester gebruik maakt van zijn aanwijzingsbevoegdheid, dan worden de aangewezen gebouwen, straten, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten op basis van de APV vergunningplichtig. Op het moment dat de burgemeester gebruik wil maken van zijn aanwijzingsbevoegdheid wordt dit in een voorstel en besluit uitgewerkt. Daar worden dan ook de financiële consequenties in meegenomen, met name voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving en bezwaren.

Bijlagen

Conceptverordening

Bijlagen

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2019-0054

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 28 mei 2019 met nummer 142857


overwegende, dat het gewenst is regels te stellen voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;


b e s l u i t :

de bijgevoegde Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (5e wijziging) vast te stellen.

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter, de griffier,

Behandeld in Forum van 17 juni 2019 Naar boven

Toelichting griffie

De aanpak van ondermijnende criminaliteit is een van de speerpunten in het Integraal Veiligheidsbeleid. Ondermijnende criminaliteit bestaat uit alle vormen van criminaliteit die een bedreiging zijn voor de integriteit van onze maatschappij. Voorbeelden hiervan zijn drugshandel, witwassen, (belasting)fraude, illegaal gokken en uitbuiting.

In 2018 is een ondermijningsbeeld voor Zutphen opgesteld door het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Oost-Nederland (RIEC). Dit onderzoek is in opdracht van de burgemeester verricht om meer zicht te krijgen op het fenomeen ondermijning in de gemeente Zutphen en om meer richting te kunnen geven bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Uit het beeld komt naar voren dat Zutphen te maken heeft met georganiseerde ondermijnende criminaliteit. De belangrijkste fenomenen in het rapport zijn witwassen, hennep/drugs, mensenhandel, fraude, “onaantastbaren” en louche locaties.

Het college volgt dit rapport op met een aanpak op drie hoofdlijnen. Dit betreft:

  1. op orde brengen van het bestuursrechtelijk instrumentarium door aanpassing van regelgeving en beleid;
  2. bewustwording binnen de organisatie gericht op het onderkennen en signaleren van vormen van ondermijning, inrichten van een meldpunt en lokaal casusoverleg, en
  3. aanpak van concrete signalen en fenomenen die uit meldingen en het ondermijningsbeeld naar voren komen, in samenwerking met ketenpartners zoals politie, OM en belastingdienst.

Dit voorstel bevat de toevoeging van enkele artikelen aan de Algemene Plaatselijke Verordening, om daarmee beter in te kunnen spelen of in te kunnen grijpen op verschijningsvormen van ondermijnende criminaliteit. Dit betreft het toevoegen van de bevoegdheid voor de burgemeester om een voor publiek toegankelijk gebouw te sluiten wanneer daar criminele activiteiten plaatsvinden en de bevoegdheid om een vergunningplicht in te stellen voor bepaalde branches, gebieden of locaties. Tevens bevat het een verbod op het dragen van uiterlijke kenmerken van verboden organisaties.

Het college stelt de raad voor de Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (5e wijziging) vast te stellen.

In de Forumvergadering op 17 juni is de manager Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Oost-Nederland aanwezig om aan het gesprek over ondermijnende criminaliteit deel te nemen.

Raadsadviseur: B.M. Duizer

Datum 17-06-2019 Tijd 20:00 - 20:30
Zaal
Shrewsburykamer
Behandeling
Oordeelsvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
M. Schriks
Griffier
A Koster-de Lange
Aanwezig namens Naam
GroenLinksI Kleinrensink
SPS.G.J.G. de Groen
PvdAM.M.M. Moester
BurgerbelangH.J.M Verschure
D66G.I. Timmer
VVDA. van Dijk
CDAG.H. Brunsveld
StadspartijC.R.L. van Toor
BewustZWR Kraassenberg
ChristenUnie

Verslag van de vergadering

Voorzitter opent vergadering en geeft het woord aan Marjolein Meijners (Regionaal Informatie en Expertise centrum).

Mevrouw Meijners geeft een presentatie (bijgevoegd als bijlage) met voorbeelden van ondermijnende criminaliteit en over de fenomenen in Zutphen. Ondermijnende criminaliteit is 'georganiseerde criminaliteit dichtbij'. Het tast de veiligheid en leefbaarheid aan. Het brengt schade aan de maatschappij door onder andere valse concurrentie. Ondermijning herken je door: "als iets te mooi is om waar te zijn, dan is dat ook zo. "

Binnen de gemeente zijn op diverse plekken signalen van ondermijning te herkennen. Bij de balie, in de buitendienst, 'vergunning en vastgoed-geïnteresseerden' en aan loket van het sociaal domein.

De fenomenen binnen Zutphen zijn 'hennep en drugs', 'witwassen bij branches waarvoor geen vergunning nodig is', in de zorg, mensenhandel (arbeidsuitbuiting) en de 'onaantastbaren'.

De stad is aantrekkelijk vanwege de veelheid aan horeca, door het gemeentelijke beleid, door bedrijventerreinen met loodsen, door de ligging aan het water en het type zorgaanbieders. Bovendien kent de stad opvallend veel kapperswinkels en belwinkels.

Voorzitter dank mevrouw Meijners voor de presentatie en stelt forumleden in de gelegenheid tot het stellen van vragen.

Stadspartij: Hoe Handhaven?

GroenLinks: Graag de opmerkingen over de zorgaanbieders verhelderen.

CDA: Bestaat niet-ondermijnende criminaliteit?

SP: Bedrijfspanden kunnen wel worden gesloten, huizen niet. Wat te doen met een bedrijfswoning naast een bedrijfspand waar plantjes worden gekweekt.

VVD: Zijn er trainingen voor ambtenaren over het herkennen van ondermijning?

PvdA: Horen de autohandelaren en de sportscholen niet het lijstje? Wordt de Wet Bibob op alle vergunningen toegepast. Is er al gemeld bij het meldpunt en door wie wordt gemeld. Is er ervaring bij andere gemeenten met de maatregelen die wij nu nemen?

D66: Op welk fenomeen moeten we inzetten?

Burgerbelang en BewustZw sloten zich aan bij eerdere vragen.

Mevrouw Meijners geeft antwoord op een aantal vragen. Allereerst uitleg over het begrip ondermijnende criminaliteit. Dit is bekend onder de term  'georganiseerde criminaliteit'.

Met betrekking tot handhaving merkt zij op dat door het beter organiseren aan de voorkant, de gemeente aan de achterzijde in staat is om op te treden. Ook kan criminaliteit worden voorkomen. Voorkant in orde betekent beleid op orde, evenals een mogelijkheid tot screening en het opleiden van ambtenaren.

De fenomenen die werden genoemd zijn specifiek voor Zutphen. Rijk en justitie zetten in op hennep en drugs. De gemeente pakt de andere onderwerpen op.

D66: en Zutphen?

Ambtelijke vertegenwoordiging (de heer J. Kerkhof): hennep, drugs en witwassen hebben prioriteit in de aanpak in Zutphen.

Mevrouw Meijners over de branche. Sportscholen horen er zeker bij. Autobranche niet omdat vergunningen nodig zijn om te starten.

Zorgfraude wordt genoemd vanwege de specifieke zorg (denk aan drugsverslaafden) die in Zutphen wordt geboden. De zorgbranche op zichzelf is geen fenomeen binnen de ondermijnende criminaliteit.

Ambtelijke vertegenwoordiging: Woningen en bedrijfspanden kunnen worden gesloten bij drugscriminaliteit. Dit was reeds geregeld in de Opiumwet. Dit voorstel gaat over een aanvulling op de APV waardoor bij andere typen criminaliteit kan worden overgegaan tot het sluiten van panden; in dit geval gaat het dan om de mogelijkheid tot het sluiten van bedrijfspanden.

Voorzitter sluit de vergadering en concludeert dat het voorstel voldoen besproken is.

 

 

Bijlagen

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad

Behandeld in Raad 8 juli 2019 (19:30 - 23:00) Naar boven

 
Datum 08-07-2019 Tijd 19:30 - 23:00
Zaal
Burgerzaal
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
A. Vermeulen
Griffier
G.A.J. Winters

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.

Bijlagen

Besluit

Aangenomen
Geen amendementen ingediend