Verzelfstandiging Musea

Onderwerp Verzelfstandiging...

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Verzelfstandiging Musea

Onderwerp Verzelfstandiging Musea
Programma05. Aantrekkelijke stad, met een sterke economie
ForumOordeelsvormend
Portefeuillehouder R Sueters
Inlichtingen bij M. Louwes
0575587989 m.louwes@zutphen.nl
Soort bevoegdheidKaderstellend
BeleidsvrijheidRuim
ProgrammabegrotingswijzigingNee
Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :

1. In principe te besluiten tot een externe verzelfstandiging van de Musea Zutphen (Stedelijk Museum Zutphen en Museum Henriette Polak) op basis van het door Berenschot uitgevoerde haalbaarheidsonderzoek;
2. het college op te dragen om een plan van aanpak op te stellen voor het verzelfstandigen van de Musea Zutphen met inachtneming van de volgende (in het haalbaarheidsonderzoek genoemde) randvoorwaarden:
- na verzelfstandiging is een stichting de rechtsvorm;
- de stichting krijgt de eerste vier jaar een bestuur/directiemodel;
- het college benoemt de eerste leden van het bestuur;
- de medewerkers volgen hun werk en gaan mee over naar de stichting; het sociaal statuut is de basis voor het op te stellen sociaal plan waarin de arbeidsvoorwaarden voor de medewerkers zijn geregeld;
- de gebouwen blijven in eigendom van de gemeente en die verhuurt ze aan de stichting;
- de zakelijke verhouding tussen gemeente en de stichting komt tot uiting in een op te stellen subsidiecontract waarin de te door de instelling te leveren prestaties en de door de gemeente te verlenen subsidies zijn vastgelegd;
- de huidige museale collecties blijven eigendom van de gemeente; met de stichting worden afspraken over beheer, behoud en gebruik vastgelegd;
- de stichting blijft twee jaar, of zoveel korter als mogelijk is, gebruik maken van de ondersteunende diensten van de gemeente (HRM, financiën, ICT, facilitair);
- de bedragen uit de begroting 2017 voor de musea zijn de basis voor de berekening van de hoogte van de subsidie voor de stichting.

 

Inhoud

Inleiding/aanleiding

In mei 2011 heeft de gemeente besloten een groot aantal bezuinigingen, waaronder een bezuiniging op de beide gemeentelijke musea en de bibliotheek, te realiseren. De verwachting was dat een belangrijk deel van de bezuinigingen kon worden gerealiseerd door een aantal culturele functies (musea, bibliotheek en archeologie) te bundelen in één gebouw. Zoals bekend was voor dit Broederenklooster-plan uiteindelijk onvoldoende (politiek) draagvlak. Daarna is een alternatief gevonden in het ‘Hof van Heeckeren’, waar de musea samen met archeologie worden gehuisvest. De verbouw daarvan is nagenoeg gereed.
In de politieke discussie rond het Broederenklooster zijn de termen ‘cultureel ondernemerschap’ en ‘verzelfstandiging’ herhaaldelijk gevallen. In de besluitvorming rond ‘Hof van Heeckeren’ is in januari 2015 door ons college besloten om: “uitvoering te geven aan het raadsbesluit van 16 december 2014 via de planningen voor de realisatie van het cultuurcluster Hof van Heeckeren, fondsenwerving en verzelfstandiging van de Musea Zutphen”.

Ons college heeft de opdracht gegeven aan bureau Berenschot om de haalbaarheid te onderzoeken van een externe verzelfstandiging van Musea Zutphen (Stedelijk Museum Zutphen en Museum Henriette Polak) - hierna in dit voorstel “museum” genoemd. Het resultaat daarvan is vervat in een aantal conclusies en aanbevelingen. De belangrijkste daarvan is: een externe verzelfstandiging van het museum biedt meerwaarde en sluit aan op de wens om een meer zakelijke relatie met het museum te onderhouden. De nieuwbouw is een goede aanleiding om de externe verzelfstandiging door te voeren.

Beoogd effect

Koers ingezet en randvoorwaarden bepaald voor een externe verzelfstandiging van de Musea Zutphen waarbij de mogelijkheden voor cultureel ondernemerschap ten volle kunnen worden benut.

Argumenten

1.1.Het haalbaarheidsonderzoek geeft aan dat een verzelfstandiging de meest logische stap is.
Het voordeel van een verzelfstandiging is dat de relatie tussen de gemeente als beleidsmaker, opdrachtgever en financier duidelijk is richting het museum als opdrachtnemer en uitvoerder van het cultuurbeleid. In verschillende gemeentes is men ons al voorgegaan om een gemeentelijk museum te verzelfstandigen. Juist om die relatie veel scherper te hebben.

1.2.Het cultureel ondernemerschap kan bij een verzelfstandiging meer tot wasdom komen.
Bij een verzelfstandigd museum zijn er meer prikkels om zakelijk te opereren. Nu het nog een onderdeel is van de gemeentelijke organisatie is een directeur/teamleider gebonden aan de begrotingsregels van de gemeente. Na de verzelfstandiging kan het museum beter inspelen op mogelijkheden om inkomsten te genereren en zal het nog meer kostenbewustzijn vertonen.
Het museum kan slagvaardiger opereren na een verzelfstandiging. Het vergroot de speelruimte voor de bedrijfsvoering en stelt het museum in staat om sneller in te spelen op ontwikkelingen in de omgeving.

1.3. Invloed van de gemeente is geregeld via de subsidierelatie en te sluiten overeenkomsten.
De gemeente blijft vanuit de inhoudelijke en financiële kaderstelling door de raad in de positie om eisen te stellen aan het museum. Deze zullen worden vastgelegd in de subsidieovereenkomst . In de overeenkomst is opgenomen welke prestaties de gemeente van het museum verwacht.

De verzelfstandiging beperkt zich tot het exploiteren van het museum . Het pand waarin het museum (samen met Archeologie) is gehuisvest blijft eigendom van de gemeente. Er komt een duidelijk onderscheid in kosten van onderhoud van het pand (kosten voor verhuurder) en kosten van onderhoud door het gebruik als museum (kosten voor huurder). Ook de collectie blijft in eigendom van de gemeente. Met het museum wordt een huurovereenkomst en een overeenkomst voor het gebruik en beheer van de collectie overeen gekomen.

1.4.Het onderbrengen in een stichting is de meest voor de hand liggende juridische constructie.
In het haalbaarheidsonderzoek wordt geadviseerd om als rechtsvorm voor de Musea Zutphen een stichting te kiezen. De stichtingsvorm biedt voor de gemeente voldoende mogelijkheden om via kaderstelling invloed uit te oefenen op de activiteiten en de bedrijfsvoering van het museum. Het advies is om te kiezen voor een bestuur/directiemodel gelet op de fase waarin het museum nu verkeert. De ambities zijn fors, er is op diverse fronten zowel museaal inhoudelijk als wat betreft de organisatie en bedrijfsvoering veel werk te verzetten. Het museum moet zich na opening van het Hof van Heeckeren weer opnieuw op de kaart zetten. In een dergelijk positie is een grote betrokkenheid van bestuurders gewenst, niet een bestuur op afstand. De leden van het eerste bestuur worden benoemd door college, daarna regelt het bestuur zelf de wijzigingen in het bestuur.

2.1.Na het principebesluit van de raad volgt de uitwerking van een plan van aanpak ten behoeve van definitieve besluitvorming.
Nu wordt aan de raad voorgesteld om een principebesluit te nemen om tot verzelfstandiging over te gaan, met inachtneming van de geformuleerde kaders. De door de raad vastgestelde randvoorwaarden worden nader uitgewerkt in een plan van aanpak. Het in het haalbaarheidsonderzoek aangegeven stappenplan is daarvoor de leidraad.

2.2. De financiële randvoorwaarden volgen uit het op te stellen bedrijfsplan.
Vooralsnog gaan we er vanuit dat de begroting van 2017 het uitgangspunt is voor de financiën van de verzelfstandigde organisatie. Daarnaast is er sprake van frictiekosten. Die staan ook genoemd in het haalbaarheidsonderzoek. Incidenteel bedragen die € 50.000 en voor de eerste periode van 4 jaar (vanaf 2018) € 15.000 per jaar. En er zal rekening moeten worden gehouden met een in te stellen reserve om een buffer voor incidentele tegenvallers op te kunnen vangen (zit nu in het totale weerstandsvermogen van de gemeente). Bij voorjaarsnota 2016 zijn de vermeldde bedragen aangedragen.
In het op te stellen bedrijfsplan worden alle kosten en baten inzichtelijk. Dit bedrijfsplan maakt onderdeel uit van de definitieve besluitvorming over de verzelfstandiging in 2017.

Kanttekeningen

Is verzelfstandiging nodig voor cultureel ondernemerschap?.
In het rapport van Berenschot wordt duidelijk gemaakt dat de vrijheid van handelen en dus goed gebruik kunnen maken van de mogelijkheden om cultureel te ondernemen groter is als de organisatie niet binnen de gemeente is ondergebracht. In de regel wordt een museum ook niet tot de corebusiness van een gemeente gerekend. Toch zijn er ook voorbeelden van gemeentes die het museum nog wel binnen hun eigen organisatie hebben gepositioneerd. Voor de gemeente Zutphen is het museum een belangrijke pijler in het culturele veld. In een goede opdrachtgever-opdrachtnemer relatie houdt de gemeente voldoende mogelijkheden om haar invloed uit te oefenen.

Risico’s

In het haalbaarheidsonderzoek (hoofdstuk 4) zijn een aantal risico’s benoemd, maar ook beheersmaatregelen om de risico’s weg te nemen of de kans er op te verkleinen. In het op te stellen plan van aanpak zullen deze maatregelen ook nader moeten worden uitgewerkt.

Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering

Na besluitvorming zal gewerkt worden aan het plan van aanpak waar alle benodigde overeenkomsten onderdeel van uit gaan maken. Doel is om medio 2017 een definitief besluit te hebben over de verzelfstandiging en daarna volgt implementatie zodat het museum daadwerkelijk als stichting kan opereren per 1 januari 2018.

Rapportage/evaluatie

nvt

Financiën

Om te komen tot een verzelfstandiging zijn er frictiekosten: in 2017 € 50.000; gedurende vier jaar vanaf 2018: € 15.000 per jaar. Daarnaast moet een reserve in 2018 worden ingesteld. In het plan van aanpak en het bedrijfsplan wordt dit nader uitgewerkt.

Bijlagen

Rapportage Berenschot: ‘Verzelfstandiging van de Musea Zutphen’ 17 mei 2016

Stukken die ter inzage liggen

Bijlagen

Besluit 2016_BW_00408
Rapportage externe verzelfstandiging Musea Zutphen definitief 17 mei 2016

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2016-0089

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 15 juni 2016 met nummer 64525;



b e s l u i t :

  1. In principe te besluiten tot een externe verzelfstandiging van de Musea Zutphen (Stedelijk Museum Zutphen en Museum Henriette Polak) op basis van het door Berenschot uitgevoerde haalbaarheidsonderzoek;
  2. Het college op te dragen om een plan van aanpak op te stellen voor het verzelfstandigen van de Musea Zutphen met inachtneming van de volgende (in het haalbaarheidsonderzoek genoemde) randvoorwaarden:
    1. na verzelfstandiging is een stichting de rechtsvorm;
    2. de stichting krijgt de eerste vier jaar een bestuur/directiemodel;
    3. het college benoemt de eerste leden van het bestuur;
    4. de medewerkers volgen hun werk en gaan mee over naar de stichting; het sociaal statuut is de basis voor het op te stellen sociaal plan waarin de arbeidsvoorwaarden voor de medewerkers zijn geregeld;
    5. de gebouwen blijven in eigendom van de gemeente en die verhuurt ze aan de stichting;
    6. de zakelijke verhouding tussen gemeente en de stichting komt tot uiting in een op te stellen subsidiecontract waarin de te door de instelling te leveren prestaties en de door de gemeente te verlenen subsidies zijn vastgelegd;
    7. de huidige museale collecties blijven eigendom van de gemeente; met de stichting worden afspraken over beheer, behoud en gebruik vastgelegd;
    8. de stichting blijft twee jaar, of zoveel korter als mogelijk is, gebruik maken van de ondersteunende diensten van de gemeente (HRM, financiën, ICT, facilitair);
    9. de bedragen uit de begroting 2017 voor de musea zijn de basis voor de berekening van de hoogte van de subsidie voor de stichting.
  3. Het bedrijfsplan en het door de directeur van de musea op te stellen plan van aanpak ter inzage te leggen voor de raad zodra deze gereed zijn.

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter,de griffier,

Forum van 4 juli 2016


Toelichting griffie:

In 2011 zijn de Musea Zutphen geconfronteerd met een bezuinigingsopgave). Het plan was om per 2015 een deel van de bezuiniging op te vangen door clustering van een aantal instellingen in het Broederenklooster. Dit plan is niet doorgegaan en gezocht is naar alternatieven voor de huisvesting van de Musea Zutphen. Dit alternatief is gevonden in het Hof van Heeckeren. De Musea Zutphen zullen eind 2016 worden ondergebracht in het Hof van Heeckeren. 

Tegen de achtergrond van de opening van het Hof van Heeckeren wordt overwogen het museum buiten de gemeentelijk organisatie te positioneren (verzelfstandigen). Het college van B&W van de gemeente Zutphen staat in principe welwillend tegenover een dergelijke stap en heeft Berenschot gevraagd onderzoek te doen naar de haalbaarheid van externe verzelfstandiging van de Musea Zutphen.

N.a.v. het onderzoek stelt het college de raad voor om in principe te besluiten tot externe verzelfstandiging van de musea.

 

Raadsadviseur: H Nijkamp

Datum: 04-07-2016
Tijd: 19:00 - 20:00
Zaal: Commissiekamer
Behandeling: Oordeelsvormend
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: A. van Dijk
Griffier: R Groters

Aanwezig namensNaam
BurgerbelangM.G.S. Siemes
SPG.J.N. Müller
D66W.M. Voorham
PvdAF.J.M. Heitling
GroenLinksL. Luesink
StadspartijC.R.L. van Toor
VVDH.M.J. Siebelink
CDAG.H. Brunsveld
ChristenUnieR.A. Klein Bennink
BewustZWT. Marks
Lijst van Vliet

Portefeuillehouder(s): R Sueters
Ondersteuners: M Louwes
Pers: Ja
Publiek: 15 personen
Insprekers: nee

Verslag van de vergadering

De voorzitter heet iedereen welkom bij deze forumvergadering. Op de agenda staat de “Verzelfstandiging Musea”. Het college stelt een externe verzelfstandiging voor van de Musea Zutphen. Graag verwijs ik naar het beoogde effect: “Koers ingezet en randvoorwaarden bepaald voor een externe verzelfstandiging van de Musea Zutphen waarbij de mogelijkheden voor cultureel ondernemerschap ten volle kunnen worden benut”. Daarnaast heeft u een rapport ontvangen van Berenschot over dit onderwerp. Ik geef graag de wethouder eerst het woord.

College: Dit is een eerste aanzet om te komen tot een verzelfstandiging van de Musea. Het college vindt dit een goede stap. We willen graag weten of de raad dit ook zo ziet.

SP: Ik ben verrast dat dit voorstel hier besproken gaat worden. Omdat ik me afvraag welk probleem hier eigenlijk mee wordt opgelost. Verzelfstandiging heeft in het verleden niet altijd geleid tot de resultaten die gehoopt werden. Dat leidt tot ondemocratisering. Ik kan daar verschillende voorbeelden van geven. De meest recente is de Kaardebol. Daar is het een en ander misgegaan. Ik heb daarover vragen gesteld aan het college. Het antwoord was: “We gaan daar niet over” en “we waren er niet bij”. Hoe gaan we dat voorkomen? Waarom denkt het college dat verzelfstandigen een goede stap is?

Burgerbelang: De Kaardebol is voor wat betreft de kostenreductie toch redelijk succesvol.

PvdA: Ik kan daar sporthal De Kei aan toevoegen.

SP: Het heeft ook met de hoge ambitie te maken die wordt afgedwongen. Het moet namelijk wel wat opleveren. Er zijn meer voorbeelden. Het Plein, Het Graaf Ottobad. Het is een groot probleem. Vandaar mijn vraag welk probleem hiermee wordt opgelost?

GL: Ik vind dat de SP zware woorden gebruikt en appels met peren vergelijkt. Verder denk ik dat we het vooral over de Musea moeten hebben. En dan vooral hóe we de verzelfstandiging kunnen doen. Daar ligt hier nu een voorstel voor. Wellicht dat de SP daar op kan reageren in plaats van met verwijtende termen te spreken. En er hoeft niet altijd een probleem te zijn om veranderingen door te voeren. Soms kunnen dingen gewoon anders en beter.

SP: Wij zitten hier om de samenhang der dingen te zien. Als we alles los beoordelen doen we ons werk niet goed. Bovendien wordt geredeneerd vanuit de aanname dat een verzelfstandiging tot meer ondernemerschap leidt. Maar dat is niet vanzelfsprekend.

D66: Ik snap het punt van de SP. Er zijn gevallen waarin het niet helemaal goed is gegaan. Maar het omgekeerde gebeurt ook. Ik geloof wel in ondernemerschap. Omdat een stichting beter in staat zal zijn fondsen te werven. Ik daag de wethouder uit om daar een goede toelichting op te geven.

VVD: Ik ben blij met dit voorstel. In 2014 is een motie aangenomen: Cultureel Ondernemerschap Museum Cluster. Hierin staan twee opdrachten geformuleerd en ik vroeg mij af hoe deze twee vragen zijn verwerkt in dit voorstel. De twee opdrachten zijn: “zorgdragen voor een adequate organisatiestructuur en functieprofielen voor de top van het nieuw te vormen historisch en cultureel museumcluster”. En de tweede is: “zorgdragen dat deze functies in de aanloop naar de opening van het cluster passend ingevuld zijn”.

Burgerbelang: Verzelfstandigen geeft de Musea meer kansen. Er moeten afspraken gemaakt worden met de Musea over wat we van hen verwachten.

SP: Dat kan ook als het in democratische handen is.

GroenLinks: Het woord ‘democratisch’ dat steeds wordt gebruikt, suggereert dat als het verzelfstandigd is we helemaal geen zeggenschap meer hebben. Dat is niet waar.

SP: De bevoegdheden gaan bij verzelfstandigen over naar ongekozen en ongecontroleerde particulieren. Op het moment dat het mis gaat moet deze schijnzelfstandige organisatie bij de gemeente aankloppen. Vervolgens moet de gemeente dan betalen aan iets waar zij geen zeggenschap over heeft gehad. Een ander alternatief is dat de Musea geprivatiseerd worden en dat betekent eventueel, als het niet slaagt, dat we de keuze maken de Musea failliet te laten gaan. Die keuze zou ik niet willen maken. Dus houd het liever in democratische handen.

GroenLinks: De gemeente blijft haar invloed houden als eigenaar van het pand en als eigenaar van de collectie. Er komen duidelijke prestatiecontracten. Privatiseren kan niet aan de orde zijn. Er zal altijd geld bij moeten.

BewustZW: Ik kan het woord ‘principebesluit’ niet rijmen met punt 3 uit het besluit dat het bedrijfsplan en het door de directeur van de musea op te stellen plan van aanpak slechts ter inzage wordt gelegd voor de raad. Nemen we nu een principebesluit of toch een definitief besluit?

PvdA: Ik lees dat er geen financiële en organisatorische doorlichting van de organisatie is gemaakt. Ik wil graag weten waarom niet? Wanneer gaan de Musea een stichting worden? Dan wil je wel dat de organisatie kwalitatief goed is opgetuigd. Terugkijken is toch wel goed. Als we naar de Hanzehof kijken dan is een van de aspecten die daar spelen financiële last van het gebouw. Ik lees dat de Musea geen reserve meekrijgen. Een reserve is prima om een tegenvaller op te vangen. Dat betekent dat als er een tegenvaller is, die bij de gemeente terecht komt. Wat wordt precies de opdracht die wij als gemeente aan de Musea geven? Het wordt straks een heel mooi cluster. Ik lees niets over de rol van archeologie?

College: Wij zijn het niet eens met het standpunt van de SP. Er is voldoende aanleiding en uitdaging om dit proces in gang te zetten. Dat kan benut worden door cultureel ondernemerschap, en dat het museum daardoor mee mogelijkheden heeft om extra inkomsten te genereren. Wij zien heel veel voordelen. Een zakelijke relatie tussen een museum en gemeente. We blijven invloed houden. De gemeente gaat over het subsidiebeleid en over het cultuurbeleid. Archeologie huurt gewoon een deel van het gebouw. Ze krijgen wél een reserve mee. En ze krijgen mogelijkheden om eigen inkomsten te genereren om deze reserve ook uit te breiden. Dit is een principebesluit van de gemeenteraad. Belangrijk wordt het Plan van Aanpak. Daarin gaan een heleboel dingen geregeld worden o.a over de kwaliteit en de organisatie. En met dat Plan van Aanpak komen we terug in de raad. Daarnaast is er het Bedrijfsplan. Dat gaat het Museum met een externe deskundige opstellen en dat nemen we weer mee in het Plan van Aanpak.

BewustZW: In punt 3 van het besluit staat dat het Plan van Aanpak en het Bedrijfsplan ter inzage wordt gelegd.

College: Het Bedrijfsplan wordt verwerkt in het Plan van Aanpak en het Plan van Aanpak wordt door de raad vastgesteld. De rol van de gemeente blijft groot. Het eerste punt van de motie zit nu nog niet in het voorstel maar gaat zeker onderdeel uitmaken van het Plan van Aanpak. De beoogde oprichtingsdatum voor de stichting is 1 januari 2018. Bij de opening in maart 2017. Hoe dit te organiseren komt in het Plan van Aanpak.

VVD: Voor ons is het belangrijk dat er gehoor gegeven wordt aan deze motie. Het valt of staat met een goede organisatie en een goede directie. Vanaf het begin moet er vertrouwen zijn dat dit een succes gaat worden. Cultureel ondernemerschap is heel goed om ook kostenbewustzijn te creëren bij zo’n organisatie.

College: Die toezegging uit de motie gaan we doen. Daar komt nogal wat bij kijken maar dat moet gewoon goed gebeuren. We kiezen er bewust voor om meer tijd te nemen voor de verzelfstandiging.

SP: Mij is nog steeds niet duidelijk welk probleem wordt opgelost. De Hanzehof is nog een voorbeeld waarbij de organisatie op afstand is gezet en waarvan wij ooit dachten dat dit geld zou gaan opleveren, dat het efficiënter zou zijn en dat het een hoger kostenbewustzijn zou opleveren. Het is schijnefficiëntie en nepkostenbewustzijn gebleken. Hoe gaat de wethouder ervoor zorgen dat als de Musea voor financiële problemen komen te staan, dat wij dan weten waar de problemen vandaan komen?

VVD: Ik neem afstand van de woorden van de SP over ‘nep’ en ‘schijn’. Ik vind het een belediging naar deze instanties en voor de mensen die daar werken.

College: Wij zien het als een grote kans. Er blijft voldoende sturing vanuit de gemeente.

SP: Ik heb het beste voor met de Musea. Het ontbreekt alleen aan het vertrouwen in een goede afloop. Wat gaan we doen als het mis gaat? Daar heb ik nog geen antwoord op.

College: We zijn er voor om te zorgen dat het niet mis gaat. Daar heeft het college een rol in en ook u als gemeenteraad.

Burgerbelang: Ik vergelijk het graag met andere musea. Verzelfstandigen is voor musea een goede mogelijkheid.

CDA: Wij zien het ook als kans. Wat zijn de voorbeelden in het land? Wellicht dat dat de SP wat gerust kan stellen.

GroenLinks: Misschien helpt het als de wethouder aangeeft wanneer en welke rol de gemeenteraad heeft in het vervolg.

D66: Wat gebeurt er als de stichting een aankoop voor de collectie doet? Komt dit dan naar de gemeente of wordt dit van de stichting?

College: Dat wordt nog verder uitgewerkt in het Plan van Aanpak. Landelijk is ongeveer 80% van de musea zelfstandig.

SP: Welke belangen hebben bedrijven om geld te schenken aan musea?

College: Omdat ze van kunst houden. En omdat het soms voor bedrijven interessant is om te schenken aan een goed doel. Waarom niet?

SP: U gaat er dus vanuit dat bedrijven geen belang hebben en dat het pure goodwill is dat ze geld geven?

College: Tuurlijk hebben ze een belang. Verder heeft de raad invloed op basis van het kunstbeleid, de begroting, subsidiebeleid en de prestatieafspraken komen terug in de raad.

De voorzitter concludeert dat dit onderwerp voldoende is besproken voor behandeling in de raad. Er gaat met de griffie overlegt worden of het vanavond in de raad behandeld kan worden.


Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad


Raad 4 juli 2016 (21:30 - 23:00)


Datum: 04-07-2016
Tijd: 21:30 - 23:00
Zaal: Raadzaal
Voorzitter: C. Abbenhues
Griffier: H Nijkamp

Deze pagina

  • a
  • a
  • a
  • tekstgrootte

Behandeld in

  • Bezoekadres: 's Gravenhof 2, 7201 DN Zutphen
  • Postadres: Postbus 41, 7200 AA
  • Telefoon: 140575
  • Email: info@zutphen.nl