Pagina delen

Vaststelling van economische activiteiten in het algemeen belang als bedoeld in artikel 25h, lid 5 en 6 van de Mededingingswet

Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :

De volgende economische activiteiten aan te wijzen als activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang als bedoeld in artikel 25h, lid 5, van de Mededingingswet:

a. evenementen en bijeenkomsten;

b. schulddienstverlening;

c. verhuur van vastgoed;

d. exploitatie sportaccommodaties;

e. bouwhistorisch onderzoek.

Inhoud

Inleiding/aanleiding

Op 1 juli 2012 is de Wet markt en overheid van kracht geworden. Gemeenten hebben twee jaar de tijd om de bestaande activiteiten in overeenstemming te brengen met deze wet. De wet geeft een aantal spelregels, die overheidsinstanties zoals gemeenten in acht moeten nemen als zij economische activiteiten uitvoeren. Daaronder wordt begrepen het aanbieden van goederen en diensten op de markt. Echte overheidstaken vallen niet onder de wet en in het verlengde daarvan ook niet het uitvoeren van die taken ten behoeve van derden zoals buurgemeenten. Verder zijn integraal alle werkzaamheden uitgezonderd, die vallen onder het begrip Sociale werkvoorziening. Een laatste uitzondering zijn die activiteiten, waarvan de gemeenteraad heeft bepaald, dat deze van algemeen belang zijn.  In de motivering dient een afweging tussen het algemeen belang en belangen van mogelijke derden plaats te vinden.

De gemeente moet bij de uitvoering van economische activiteiten aan de volgende gedragsregels voldoen:

1.   Integrale kostendoorberekening: aan afnemers dient minstens de integrale kostprijs in rekening gebracht te worden. Voor de berekening van de integrale kostprijs moet daarbij niet alleen gekeken worden naar de salariskosten van de betrokken ambtenaren maar ook naar de kosten van huisvesting, automatisering, energie, onderhoud, schoonmaak, kapitaallasten etc. Ofwel alle kosten moeten in de prijs van de te leveren goederen of diensten worden doorberekend zelfs als de prijs dan hoger zou worden dan de marktprijs;

2.   Gegevensgebruik: als ten behoeve van die activiteiten gegevens worden gebruikt, die de gemeente op grond van haar publieke taak onder zich heeft, dient zij deze desgevraagd ook aan particuliere ondernemers ter beschikking te stellen;

3.   Functiescheiding: indien de gemeente tegelijkertijd een activiteit uitvoert en daarop toezicht dient te houden mogen deze taken niet in één functie verenigd zijn;

4.   Bevoordelingsverbod: gemeenten mogen hun eigen overheidsbedrijven niet bevoordelen ten opzichte van andere bedrijven, tenzij het overheidsbedrijf een publieke taak uitvoert. Deze gedragsregel is verwant aan het Europees staatssteunrecht.

Onderzocht is of wij voldoen aan de Wet markt en overheid. Geconstateerd is dat de gemeente een aantal economische activiteiten verricht. Voor 5 activiteiten wordt u verzocht om deze aan te wijzen in het algemeen belang. De argumentatie per onderdeel treft u hieronder aan bij argumenten. Na de aanwijzing zijn de gedragsregels van de Wet M en O niet van toepassing op deze activiteiten en bevoordelingen. De gemeente mag de goederen of diensten dan beneden de integrale kostprijs aanbieden.

 

Beoogd effect

De betreffende activiteiten op de bestaande voet voort te zetten onder de werking van de Wet markt en overheid en strijdigheid met de Wet markt en overheid weg te nemen.

 

Argumenten

 1. Zonder aanwijzing voor de betreffende activiteit  moet worden voldaan  aan de gedragsregels van de Wet markt en overheid

Hiervoor is al aangegeven dat economische activiteiten die door een gemeente worden verricht moeten voldoen aan de gedragsregels die voortvloeien uit de Wet markt en overheid. Hieronder wordt per activiteit gemotiveerd waarom deze aangewezen moet worden.

a. evenementen en bijeenkomsten:

Evenementen kennen we in zeer verschillende omvang, van een bescheiden buurtfeest tot de Nationale Bokbierdag. Daartoe worden o.a. dranghekken geplaatst, bebording voor afsleepregelingen geleverd en geplaatst, parkeerborden gemaakt en geplaatst, terreinen schoongemaakt, hand- en spandiensten verricht. Voorzover er een relatie is met de verkeersveiligheid (bv wegafzetting), is sprake van de uitoefening van een wettelijke taak en is er geen sprake van een economische activiteit in de zin van de Wet markt en overheid.

Ontbreekt een relatie met een wettelijke taak, zoals in het geval van schoonmaken, dan is er sprake van een economische activiteit, waarvoor ingevolge de wet de integrale kosten moeten worden doorberekend. Daarbij rijst onder meer de vraag aan wie die kosten moeten worden toegerekend. Dit zou de houder van de evenementenvergunning kunnen zijn, maar er ontbreekt doorgaans een juridische basis om die kosten door te berekenen, immers de gemeente levert niet een gevraagd concreet product of dienst aan de vergunninghouder op basis van een gesloten contract, maar heeft ook zelf baat bij publiciteit voor bijvoorbeeld een sportevenement. Evenementen als buurtfeesten bevorderen de sociale samenhang in de betreffende buurt.Wij achten het dan ook in het algemeen belang dat in geval van evenementen niet over gegaan wordt tot integrale kostendoorberekening.

Daarnaast zijn er regelmatig bijeenkomsten in een gemeentelijk gebouw, zoals de Burgerzaal en de Refter. Het gaat hierbij om incidentele bijeenkomsten met veelal een maatschappelijk doel of bijeenkomsten zonder commercieel belang. Deze moeten worden onderscheiden van het voortdurend gebruik van (een deel van) een gemeentelijk gebouw. In het laatste geval is sprake van verhuur (zie verder onder c).

Soms ligt een bijeenkomst in het verlengde van de uitvoering van een wettelijke taak, zoals een informatiebijeenkomst over de wijze waarop de Wet maatschappelijke ondersteuning wordt toegepast. In dat geval is geen sprake van een economische activiteit in de zin van de Wet markt en overheid.

Ontbreekt echter een relatie met een wettelijke taak, zoals bijeenkomsten van maatschappelijke organisaties, dan is sprake van een economische activiteit. Dergelijke organisaties kunnen immers elders tijdelijk ruimte voor een bijeenkomst verkrijgen. Gevolg van de wet is dat integrale kosten moeten worden doorberekend.

Dit staat echter haaks op het gastheerschap van de gemeente, bijvoorbeeld in geval van een bijeenkomst van de VNG, een expositie of een door een maatschappelijke organisatie te houden herdenking. Gebruikelijk is van dergelijke organisaties een vergoeding voor gebruik van koffie, thee etc. te vragen, maar doorberekening van de integrale kosten achten wij gewoonlijk niet wenselijk.

Het stadhuis (incl. het oude stadhuis en de musea) is niet enkel een werkruimte voor bestuurders, raadsleden en ambtenaren, het behoort ook een ontmoetingsruimte voor alle lagen van de bevolking te zijn, met andere woorden: de ruimte in met name het stadhuis heeft een verbindende, sociale functie. Daarom achten wij het in het algemeen belang niet gewenst tot doorberekening van integrale kosten over te gaan in geval van bijeenkomsten in (een deel van) een gemeentelijk gebouw. De eventuele belangen van andere partijen, die ruimte ter beschikking kunnen stellen, wegen hier niet tegen op.

De overige eisen van de Wet markt en overheid zijn niet problematisch.

b. schulddienstverlening (Het Plein):

Ondanks dat er een wettelijke regeling van schulddienstverlening is, wordt dit toch als economische activiteit aangemerkt. Uit de wet is namelijk niet af te leiden dat dit een exclusieve overheidstaak is, waardoor er ook particuliere schulddienstverleners actief zijn. De Wet markt en overheid is dan ook op schulddienstverlening van toepassing.

Integrale kostendoorberekening, die de wet vereist, is in de praktijk van de schulddienstverlening niet haalbaar. Kosten van beschermingsbewind zijn landelijk vastgesteld door kantonrechter in de vorm van het Landelijk Overleg Civiel en Kanton (LOVCK).

Bij schulddienstverlening wordt gebruik gemaakt van gegevens uit de Basisregistratie Personen (voorheen: GBA-gegevens). Ook al kent de Wet op de schulddienstverlening een legitimatieplicht, het kan aan te bevelen zijn gegevens te checken. Gegevens uit de BRP mogen gewoonlijk niet aan particuliere schulddienstverleners worden verstrekt en zouden op grond van de Wet markt en overheid dan ook niet aan een gemeentelijke schulddienstverlener mogen worden verstrekt.

Ook de wettelijk vereiste functiescheiding verdient hier aandacht. De gemeentelijke schulddienstverlener verricht een economische activiteit. De Wet markt en overheid vereist dat deze schulddienstverlener geen publiekrechtelijke bevoegdheid namens uw college uitoefent. In de praktijk komt het voor dat een schulddienstverlener aanleiding ziet om een aanvraag om schuldhulpverlening te weigeren, bijvoorbeeld omdat de aanvrager steeds in herhaling valt en dus niets heeft geleerd van vorige schuldhulptrajecten. In die situatie oefent de schulddienstverlener, daartoe gemachtigd door uw college, een publiekrechtelijke bevoegdheid uit. De Wet markt en overheid vereist echter een functionele scheiding tussen de economische activiteit van schuldhulpverlening en het nemen van een publiekrechtelijke weigeringsbeschikking. Gelet op de kennis, ervaring en het beoordelingsvermogen van de schulddienstverlener met deze materie achten wij het onwenselijk om de raad voor te stellen op dit punt tot functiescheiding over te gaan.

De conclusie in het onderwerp schuldhulpverlening is dat het algemeen belang met zich meebrengt dat op de punten integrale kostendoorberekening, gegevensgebruik en functiescheiding wordt afgeweken van de vereisten van de Wet markt en overheid.

c. verhuur  van vastgoed:

Verhuur van vastgoed vormt een duidelijk voorbeeld waarom het vereiste van integrale kostendoorberekening in de Wet markt en overheid niet haalbaar is. De afdeling Programma’s en Projecten streeft naar kostendekkende huurprijzen. Dat is echter niet altijd te realiseren. Meestal is sprake van langlopende huurcontracten, al dan niet belast met een kostprijsdekkende huur, waarin de huurprijs jaarlijks slechts met een inflatiecijfer kan worden verhoogd. Na afloop van een contract wordt bij nieuwe verhuur gestreefd naar een kostendekkende huurprijs of wel een huurprijs waarbij sprake is van integrale kostendoorberekening.

Daarnaast zijn wettelijke huurprijsregelingen van belang. De huurprijs van woningen wordt bepaald door huurprijsbescherming, die leidt tot een huurprijsniveau dat zich onder het niveau van integrale kosten bevindt. De verhuur van bedrijfsruimte, zoals winkels en horeca, kent een stelsel van huurprijsbescherming, dat marktwaarde als uitgangspunt kent en die marktwaarde bevindt zich veelal onder het niveau van integrale kosten.

In geval van leegstand doet zich een kraakrisico voor. Daar waar mogelijk wordt op basis van de Leegstandswet verhuurd of het pand wordt via een vastgoedbeschermer in gebruik gegeven.. Gestreefd wordt naar het in rekening brengen van een kostendekkende huurprijs (ofwel een huurprijs waarbij de integrale kosten worden doorberekend). Bij tijdelijk in gebruik geven van een leegstaand pand ter voorkoming van kraken is het niet in alle gevallen mogelijk om de integrale kosten door te berekenen. Op grond van de Leegstandswet geldt bij tijdelijke huur niet de uitgebreide huurbescherming die bij ‘normale’ verhuur geldt. Het ontbreken van deze uitgebreide huurbescherming is op zichzelf al reden om niet de integrale kostprijs door te rekenen in de huur. Bovendien vergemakkelijkt dit de verhuur van deze panden, hetgeen verloedering tegengaat.

Het algemeen belang van de landelijke huurprijswetgeving en van het beperken van risico’s van leegstand weegt naar onze mening zwaarder dan het eventuele belang dat partijen op de vastgoedmarkt hebben bij integrale kostenberekening door onze gemeente.

d. exploitatie sportaccommodaties/subsidiëring sportverenigingen:

De exploitatie van sportaccommodaties is divers. Het kan bijvoorbeeld gaan om sportvelden, sporthallen, gymzalen of het zwembad. Het begrip ‘sportaccommodaties’ moet in dit verband dan ook in de ruimste zin van het woord gezien worden en heeft betrekking op alle sportaccommodaties die door de gemeente worden verhuurd c.q. geëxploiteerd. Voor het gebruik als gymnastieklokaal door scholen is een wettelijke basis aanwezig. Het overige gebruik van deze lokalen vormt een economische activiteit in de zin van de Wet markt en overheid. Indien voor deze accommodaties kostendekkende tarieven in rekening zouden worden gebracht, kunnen de sportverenigingen niet op de huidige wijze functioneren en zou een forse verhoging van tarieven en toegangsprijzen nodig zijn met aanzienlijke vraaguitval als waarschijnlijk gevolg. Het is naar onze mening van algemeen belang dat burgers (en met name ook kinderen) tegen maatschappelijk aanvaardbare tarieven sport kunnen beoefenen, aan welzijns- en sociale activiteiten kunnen deelnemen en zich cultureel kunnen laten vormen. Daarnaast ontbreekt in Zutphen een vergelijkbaar aanbod. Het algemeen belang dat deelname aan sportbeoefening van volwassen en kinderen zoveel mogelijk bevorderd moet worden en het ontbreken van een vergelijkbaar aanbod maken dat het niet gewenst is om hiervoor de integrale kosten door te berekenen.

e. bouwhistorisch onderzoek:

Bouwhistorisch onderzoek is in Zutphen verplicht:

-  als onderdeel van de WABO-aanvraag met handelingen inzake het wijzigen van een monument;

-  voor sloopaanvragen van panden gelegen binnen de twee van rijkswege beschermde stadsgezichten en binnen aan te wijzen gemeentelijke stads- en dorpsgezichten;

-  voor sloopaanvragen voor karakteristieke en beeldbepalende panden gelegen buiten de twee van rijkswege beschermde stadsgezichten en aan te wijzen gemeentelijke stads- en dorpsgezichten.

Het verrichten van dit onderzoek door de gemeentelijke bouwhistoricus wordt aangemerkt als een economische activiteit. Er zijn ook particuliere bouwhistorische onderzoekers actief. Bouwhistorisch onderzoek wordt aangeboden tegen een marktconform tarief. Integrale kostendoorberekening zou tot hogere tarieven leiden, met als risico dat de gemeente zich op voorhand uit de markt prijst.

Ook de wettelijk vereiste functiescheiding verdient hier aandacht. De gemeentelijke bouwhistoricus verricht een economische activiteit terwijl de gemeente ook toetser en handhaver is en als uitvoerende partij haar eigen onderzoek moet toetsen. De Wet markt en overheid vereist echter een functionele scheiding tussen de economische activiteit van het uitvoeren van bouwhistorisch onderzoek en het nemen van publiekrechtelijke beschikkingen (bv. verlenen van een WABO-vergunning). De gemeentelijke bouwhistoricus wordt geregistreerd in het register van de Bond van Nederlandse Bouwhistorici (BvNB). Hierdoor moet hij zich aan de criteria van de  BvNB  houden. Daarnaast moet hij zich aan de Richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek 2009 houden. Om die reden achten wij het onwenselijk de raad voor te stellen op dit punt tot functiescheiding over te gaan.

De conclusie in het onderwerp bouwhistorisch onderzoek is dat het algemeen belang met zich meebrengt dat op de punten van integrale kostendoorberekening en functiescheiding wordt afgeweken van de vereisten van de Wet markt en overheid.

 

Kanttekeningen

1. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) of de rechter kunnen maatregelen afdwingen.

Een belanghebbende kan een klacht indienen bij de ACM. De ACM kan nader onderzoek doen en in het uiterste geval een last onder dwangsom opleggen.

Een andere mogelijkheid is dat een bedrijf zich oneerlijk beconcurreerd acht en naar de rechter stapt om de overheidsactiviteit beëindigd te krijgen en/of een schadevergoeding te verkrijgen. Indien besluitvorming door de gemeenteraad achterwege blijft, is het risico dat de ACM of de rechter maatregelen afdwingt, hoog. Door het nemen van een raadsbesluit wordt dit risico aanzienlijk verlaagd.

2.Professionalisering van vastgoed is in ontwikkeling.
De wet M&O geeft aan dat er bij verhuur van panden een integrale kostendoorrekening moet zijn. Omdat vastgoed momenteel nog verder wordt geprofessionaliseerd is het de vraag of en in hoeverre dit de doelstelling van vastgoed doorkruist. Indien dat het geval is wordt dit middels collegevoorstel op termijn ter besluitvorming voorgelegd.

 

Uitvoering/Communicatie/Vervolgtraject 

Uw besluit wordt op de gebruikelijke wijze gepubliceerd. Ingevolge de Algemene wet bestuursrecht is het besluit vatbaar voor bezwaar en beroep.

 

Rapportage/evaluatie 

Onderzoek van de ACM, een uitspraak van een rechter dan wel het ontwikkelen van een nieuwe economische activiteit door de gemeente kunnen reden zijn om een aanvullend besluit te nemen. Om hierop alert te zijn wordt het besluit minimaal eenmaal per jaar geëvalueerd en daar waar nodig geactualiseerd.

 

Stukken die ter inzage liggen

 Het collegevoorstel inclusief de daarin genoemde bijlagen.

Bijlagen

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2014-0100

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 11 juni 2014 met nummer 28691


gelet op artikel 25h, vijfde en zesde lid van de Mededingingswet;


b e s l u i t :

De volgende economische activiteiten aan te wijzen als activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang als bedoeld in artikel 25h, lid 5, van de Mededingingswet:

a. evenementen en bijeenkomsten;

b. schulddienstverlening;

c. verhuur van vastgoed;

d. exploitatie sportaccommodaties;

e. bouwhistorisch onderzoek.

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter, de griffier,

Behandeld in Raad 8 juli 2014 (19:00 - 23:00) Naar boven

 
Datum 08-07-2014 Tijd 19:00 - 23:00
Zaal
Raadzaal
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
J.A. Gerritsen
Griffier
mr. G.A.J. Winters

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.

Bijlagen

Besluit

Aangenomen
Geen amendementen ingediend

Behandeld in Technisch Blok 7 juli 2014 (21:30 - 22:00) Naar boven

Toelichting griffie

Het college vraagt de raad een aantal specifieke economische activiteiten aan te wijzen als activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang als bedoeld in artikel 25h lid 5 van de Mededingingswet. In artikel 25h lid 6 van de Mededingingswet wordt die bevoegdheid toegekend aan de raad.

Raadsadviseur: G Pletzers

Datum 07-07-2014 Tijd 21:30 - 22:00
Zaal
Commissiekamer
Voorzitter
A.IJ. Pepers
Griffier
G.J.J.M. Pletzers