Pagina delen

Vaststellen bestemmingsplan Driesteek 7

Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :

  1. het bestemmingsplan “Driesteek 7” gewijzigd vast te stellen overeenkomstig de bij dit plan horende toelichting, regels en verbeelding (NL.IMRO.0301.bp1508Driesteek7-vs01);
  2. de zienswijzennota “Driesteek 7” d.d. april 2018, vast te stellen;
  3. geen exploitatieplan vast te stellen als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening.

Inhoud

Inleiding/aanleiding

Dit bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van het verzoek voor het vestigen van een zorgboerderij op het perceel Driesteek 7. Op het perceel staat één woning en een voormalige koeienstal van ruim 1.100 m2. Daarnaast staan her en der op het perceel een aantal oudere kleine bijgebouwtjes.
De initiatiefnemer wil het perceel opschonen door de kleine gebouwtjes te verwijderen.
De wens is de voormalige koeienstal eenmalig uit te breiden met 500 m2 ten behoeve van een nieuwe zorgfunctie. Een deel van de bestaande voormalige koeienstal mag ook nog worden gebruikt voor opslag van campers en caravans. Ter compensatie en omdat het perceel in het nationaal landschap “Graafschap ” ligt, is de voorwaarde dat deze ontwikkelingen alleen zijn toegestaan op het moment dat het perceel op een passende landschappelijke wijze wordt ingevuld en natuur wordt aangelegd.
Hiervoor is een erfinrichtings- en beheerplan opgesteld. Dit inrichtingsplan is de basis voor de inrichting van het perceel.

Het bestemmingsplan “Driesteek 7” heeft zes weken als ontwerp ter inzage gelegen. Tijdens deze periode kon iedereen zienswijzen kenbaar maken. Tijdens deze termijn zijn drie zienswijzen ontvangen.

Beoogd effect

Het bestemmingsplan beoogt de realisatie van een zorgboerderij met bijbehorende nevenactiviteiten, zijnde detailhandel in ter plaatste gemaakte goederen, kleinschalige ambachtelijke bedrijfsactiviteiten en opslag van caravans en campers. Daarbij wordt een landschappelijke impuls gegeven door de realisatie van grootschalige natuur en karakteristieke erfinrichting.
Het bestemmingsplan maakt bovenstaande ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk.

Argumenten

1.1 Een zorgboerderij past in het landelijk gebied en binnen de kaders van de geldende visie Landelijk gebied
Een zorgboerderij is een functie die past in het landelijk gebied. Ook de (concept)visie buitengebied geeft ruimte om dergelijke initiatieven in het landelijk gebied te ontplooien. Ontwikkelingen in het gebied moeten bijdragen aan de goede kwaliteit van het gebied. Het toestaan van nieuwbouw, zeker terwijl er al een grote schuur staat, heeft een 'verstenend' effect op het gebied. Initiatieven waarvoor nieuwbouw wordt gevraagd, worden terughoudend beoordeeld. In dit geval is een compensatie eis neergelegd. De nieuwbouw (met een omvang van 500 m2) die initiatiefnemer wil realiseren voor de zorgboerderij, mag alleen als het erf wordt opgeschoond en op natuurlijke wijze wordt ingericht en onderhouden. In het bestemmingsplan is hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen, dat 'natuur' moet worden aangelegd dat past in het landschap. Deze twee compensatie eisen zorgen er uiteindelijk voor dat per saldo een grotere natuurlijke winst ontstaat (7.000 m2 bestemming natuur), dan dat er aan nieuwbouw wordt gerealiseerd.

2.1 Zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan leiden tot aanpassingen van het bestemmingsplan
Tijdens de inzage periode zijn drie zienswijzen ontvangen.

Samengevat hebben de reacties geleid tot twee aanpassingen in de toelichting van het plan:
- In de toelichting van het plan worden alle (neven)activiteiten nu ook verantwoord conform de VNG brochure “bedrijven en milieuzonering”. Op deze wijze wordt de hinder van de activiteiten in relatie tot de dichtstbijzijnde woning inzichtelijk gemaakt.
- Het effect van het aantal verkeersbewegingen door opslag van caravans en campers is in de toelichting opgenomen.

Er is goed gekeken naar de inhoud en achtergrond van de zienswijzen. Op punten is hierom de toelichting van het bestemmingsplan aangepast. De onvrede is echter groot, maar dit is niet persé gerelateerd aan het bestemmingsplan. Reclamanten zijn met name ontevreden over de verrommeling van het perceel. Door reclamanten is aangegeven dat ze sec niet tegen de ontwikkeling (van een zorgboerderij) zijn, maar dat ze graag eerst een opgeruimd perceel hadden gezien, waarna een ontwikkeling mogelijk was gemaakt. Daar is de gemeente deels in mee gegaan, met als resultaat een aantal handhavingsprocedures en twee dwangsommen. Het is de initiatiefnemer wat dat betreft duidelijk dat de gemeente strak stuurt.

3.1 Een exploitatieplan hoeft niet te worden vastgesteld, het kostenverhaal is anderszins geregeld
Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek gedaan worden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het plan echter besluiten onder voorwaarden geen exploitatieplan vast te stellen.

Voor dit plan is via een overeenkomst zeker gesteld dat de plankosten en mogelijke planschade voor rekening van de initiatiefnemer zijn. De kosten ten behoeve van de voorbereiding van het plan zijn op grond van de legesverordening bij de initiatiefnemer in rekening gebracht.
Het plan voorziet verder in de juridisch-planologische regeling van een zorgboerderij. Dit is een particulier initiatief. De initiatiefnemer heeft de economische uitvoerbaarheid in een businessplan beschreven. Uit dit plan blijkt niet dat het initiatief niet in 10 jaar (de looptijd van een bestemmingsplan) gerealiseerd kan worden.

Kanttekeningen

1.1 Het perceel Driesteek 7 kent een historie van handhaving
Het perceel Driesteek is al jaren onderwerp van handhaving. Iedere handeling ligt gevoelig bij omwonenden en er wordt met argusogen gekeken naar deze ontwikkeling. Er is intensief overleg geweest met betrokken partijen. Dit heeft geresulteerd in een plan dat enerzijds het initiatief van de eigenaar faciliteert en anderzijds de omwonenden de bescherming geeft tegen excessen zoals deze er in het verleden waren. De natuurlijke aankleding van het perceel is hierbij van groot belang. Evenals de verplichting voor de initiatiefnemer om goederen binnen op te slaan.

1.2 De financiële haalbaarheid is matig onderbouwd
De Wet ruimtelijke ordening stelt dat de uitvoering van een bestemmingsplan gegarandeerd moet zijn. Aan de ene kant moeten de kosten voor de gemeente gedekt zijn. Dit gebeurt door het heffen van leges, door het sluiten van een anterieure overeenkomst en door het door de initiatiefnemer overnemen van betaling van eventuele planschade.
Anderzijds moet de initiatiefnemer aan kunnen tonen dat een plan binnen 10 jaar te realiseren is. Hiervoor is een bedrijfsplan ingediend. Het bedrijfsplan is zeer summier, maar er blijkt niet dat het initiatief niet in 10 jaar gerealiseerd zal zijn. Er is natuurlijk altijd een bepaald ondernemersrisico gemoeid met een exploitatie.

1.3 De achterliggende reden van de zienswijzen komt voort uit onvrede bij reclamanten
De door aanvrager gewenste ontwikkeling wordt nauwlettend door omwonenden gevolgd. Dit heeft alles te maken met de verrommeling van het erf de afgelopen jaren en de diverse handhavingsacties die er afgelopen jaren zijn geweest. Vanaf het begin van dit traject is de aanvrager er door de gemeente op gewezen dat hij zijn buren over het plan moest inlichten. Dit is gebeurd en vanaf dat moment zijn er diverse gesprekken geweest over het initiatief. Omwonenden zijn in ieder geval twee keer door de gemeente gehoord, voordat dit plan als ontwerp ter inzage is gelegd. Het overleg heeft ertoe geleid dat het uiteindelijke totaalbeeld relatief breed gedragen is. Toch waren de zienswijzen ingecalculeerd.

Risico’s

De kans dat reclamanten beroep in zullen stellen bij de Raad van State is aanwezig. De onvrede is groot, maar is niet perse gerelateerd aan het bestemmingsplan. Reclamanten hebben met name moeite met de verrommeling op het perceel (zie argument 2.1 en kanttekening 1.3). Daarnaast begrijpt men niet dat aan iemand die “er een rommeltje van maakt” en waartegen handhavingsprocedures lopen medewerking wordt verleend aan een ruimtelijk initiatief.

Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering

Het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan wordt bekendgemaakt via Het Contact, het elektronisch gemeenteblad (via www.overheid.nl), in de Staatscourant, op de website van de gemeente en op www.ruimtelijkeplannen.nl.

Na bekendmaking van de vaststelling van het bestemmingsplan kunnen belanghebbenden gedurende zes weken beroep indienen bij de Raad van State. Na afloop van de beroepstermijn treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Raad van State.

Financiën

Aangezien een bestemmingsplanprocedure wordt gevolgd, kan op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening een verzoek om tegemoetkoming in schade worden ingediend. U heeft uitgesproken dat bij elk particulier initiatief planschade in beginsel volledig wordt verhaald. Hiertoe is een overeenkomst gesloten waarbij verzoeker de kosten bij vooruitbetaling moet voldoen. De ruimtelijke effecten van het plan zijn echter met zeer grote zorg tot stand gekomen. Waarbij ruimtelijke inpassing en hinder naar de omgeving bijzondere aandacht hebben gekregen. De kans op planschade is hierdoor fors verminderd. Hierdoor zullen kosten voor het uitvoeren van een planschade risicoanalyse duurder zijn dan eventueel feitelijke planschade, dan wel zal een onderzoek verhoudingsgewijs duurder zijn dan de eventuele planschade. Met verzoeker is zonder een voorafgaande risico analyse, een overeenkomst gesloten waarin initiatiefnemer aangeeft dat eventuele planschadekosten op hem kunnen worden afgewenteld.
De kosten voor de bestemmingsplanprocedure zijn ingevolge de legesverordening bij de aanvrager in rekening gebracht.
Het is goed te weten dat los van deze bestemmingsplanprocedure er in 2017 twee lasten onder dwangsom zijn opgelegd aan de initiatiefnemer voor de handhavingszaken. De formele stand van zaken is op dit moment, dat tegen de eerste dwangsom een beroepzaak loopt. Tegen de tweede dwangsom is geen beroep ingesteld.
Voor deze dwangsom is onlangs een aanmaning verstuurd.

Bijlagen

  1. Toelichting bij het bestemmingsplan Driesteek 7
  2. Bijlage bij toelichting bodemonderzoek
  3. Bijlage bij toelichting quick-scan flora & fauna
  4. Bijlage bij toelichting Archeologisch onderzoek
  5. Bijlage bij toelichting Zienswijzennota d.d. april 2018
  6. Regels bij het bestemmingsplan Driesteek 7
  7. Bijlage bij regels erfinrichting
  8. Bijlage bij regels erfinrichtingseisen
  9. Verbeelding (plankaart) van het bestemmingsplan Driesteek 7

Bijlagen

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2018-0061

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 8 mei 2018 met nummer 82398


gelet op de artikelen 3.8 en 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening

 

 


b e s l u i t :

de zienswijzennota “Driesteek 7” d.d. april 2018, vast te stellen;

het bestemmingsplan Driesteek 7 gewijzigd vast te stellen;

geen exploitatieplan vast te stellen als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening.

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter, de griffier,

Behandeld in Technisch Blok 18 juni 2018 (20:00 - 21:00) Naar boven

Toelichting griffie

De raad wordt voorgesteld het bestemmingsplan "Driesteek 7" gewijzigd vast te stellen, de zienswijzennota “Driesteek 7” d.d. april 2018, vast te stellen, en geen exploitatieplan vast te stellen.

Het bestemmingsplan beoogt de realisatie van een zorgboerderij met bijbehorende nevenactiviteiten, zijnde detailhandel in ter plaatste gemaakte goederen, kleinschalige ambachtelijke bedrijfsactiviteiten en opslag van caravans en campers. Daarbij wordt een landschappelijke impuls gegeven door de realisatie van grootschalige natuur en karakteristieke erfinrichting.
Het bestemmingsplan maakt bovenstaande ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk.

Het bestemmingsplan “Driesteek 7” heeft zes weken als ontwerp ter inzage gelegen. Tijdens deze periode kon iedereen zienswijzen kenbaar maken. Tijdens deze termijn zijn drie zienswijzen ontvangen. Deze hebben geleid tot aanpassingen van de toelichting van het bestemmingsplan.

De gemeenteraad is volgens artikel 3.8 van de wet ruimtelijke ordening bevoegd om een bestemmingsplan vast te stellen. Ook is het bevoegdheid van de gemeenteraad om te besluiten al dan geen exploitatieplan vast te stellen, zie artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening.

 

Raadsadviseur: M.J.E. van den Berg-Platzer

 
Datum 18-06-2018 Tijd 20:00 - 21:00
Zaal
Commissiekamer
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
F.J.G.M. Manders
Griffier
B.M. Duizer
Notulist
More Support
Aanwezig namens Naam
GroenLinksN Bossenbroek
SPS.G.J.G. de Groen
PvdAF.J.G.M. Manders
BurgerbelangA Menkveld en H Papperse
D66P van der Hammen
VVD
CDAK.M. Warmoltz
StadspartijJ. Boersbroek
BewustZWA.W. Jansen
ChristenUnieR.A. Klein Bennink

Verslag van de vergadering

1.    Opening

De voorzitter opent de vergadering en heet alle aanwezigen van harte welkom.

2.    Algemeen spreekrecht

Er hebben zich geen insprekers aangemeld.
    
3.    Aankondiging moties en amendementen

Er zijn geen moties en amendementen
    
4.    Toezeggingenlijsten
4.a    Toezeggingenlijst Forum 18 juni 2018

De voorzitter stelt vast dat er geen vragen of opmerkingen zijn naar aanleiding van voorliggende toezeggingenlijst van het Forum.
4.b    Toezeggingenlijst Raad 18 juni 2018

GroenLinks verwijst naar het vragenkwartier van 15 januari jl. Toen is een vraag gesteld over het Kinderpardon. De fractie vraagt zich af wanneer de reactie op deze vraag te-gemoet mag worden gezien.

Het College zegt toe dat deze reactie in de raadsvergadering van 2 juli mag worden verwacht.

Het CDA adviseert het College om voorliggende toezeggingenlijst sowieso eens kritisch te doorlopen.

Conclusie: De toezeggingenlijst wordt voor kennisgeving aangenomen.
    
5.    Vermoedelijke hamerstukken
5.a    Vaststellen bestemmingsplan Driesteek 7
Griffienummer: 2018-0061

De voorzitter geeft het woord aan de inspreker die zich voor dit agendapunt heeft aan-gemeld, zijnde mevrouw Boehmer.

Inspreker geeft aan dat zij woonachtig is in de wijk en inspreekt namens een aantal wijkbewoners. De integrale tekst van haar inspreekreactie is in bijlage bij dit verslag gevoegd.
Inspreker geeft aan dat er een onjuist beeld naar buiten wordt gebracht over het draag-vlak in de wijk. In de gesprekken met de gemeente heeft de wijk – naar haar mening - duidelijk aangegeven tegen uitbreiding van de schuur te zijn, maar ook tegen de huidige opzet van de zorgboerderij en de bestemming ‘maatschappelijk gebruik’ van een groot deel van het perceel, inclusief de huidige weide. Aan deze weide worden op dit moment hoge agrarische waarden toegekend. Door de wijziging naar ‘maatschappelijk gebruik’ wordt de mogelijkheid geopend tot bebouwing van het perceel.
Aanpak van de verrommeling op het erf, valt binnen de wettelijke handhavingsplicht van de gemeente en heeft niets te maken met uitbreiding van een stal. Omwonenden hebben dit nooit als een voorwaarde voor ontwikkeling benoemd. De gemeente kan niet onderhands uitbreiding toelaten.
De schuur waar de uitbreiding voor is aangevraagd, heeft geen agrarische bestemming en is nooit als koeienstal gebruikt. Bovendien biedt de huidige schuur voldoende opslag-capaciteit.
Het is het een feit dat de gemeente doorgaans terughoudend is wat betreft nieuwbouw in het buitengebied. Inspreker vraagt deze terughoudendheid ook wat deze schuur te volgen en de kwaliteiten van het stedelijk uitloopgebied voor rust en recreatie te respecteren.

BewustZW verwijst naar de zienswijzennota bij de vergaderstukken. De inspreekreactie van mevrouw Boehmer geeft echter een ander inzicht.

Inspreker voegt toe dat er een aantal gesprekken met de gemeente is gevoerd. Daarbij is aangegeven, dat de wijk het niet met de gemeente eens is. Er is slechts eenmalig eni-ge uitleg geboden. Verdere informatieverstrekking is tot op heden uitgebleven.

Het college wil de pauze voorafgaand aan de raadsvergadering graag benutten voor overleg, waaronder een gedachtewisseling met de inspreker. Het College zal tijdens de raadsvergadering inhoudelijk op voorliggend onderwerp terugkomen.
 
BewustZW constateert dat het bestemmingsplan voor Driesteek 7 als een hamerstuk staat geagendeerd. Gezien het voornemen van de wethouder, suggereert hij dit bestemmingsplan alsnog als bespreekstuk op de raadsagenda op te nemen.

De voorzitter neemt de suggestie over. Het voorstel wordt alsnog als bespreekstuk op de raadsagenda geplaatst.
5.b    Bekrachtiging geheimhouding anterieure overeenkomst Driesteek 7
Griffienummer: 2018-0062

BewustZW wijst er op, dat de bekrachtiging van de anterieure overeenkomst met Driesteek 7 gerelateerd is aan agendapunt 5.a. Het lijkt verstandig om zowel punt 5.a, als 5.b alsnog als bespreekstuk op de raadsagenda te plaatsen.

De voorzitter neemt de suggestie over. Het voorstel wordt alsnog als bespreekstuk op de raadsagenda geplaatst.
5.c    Toetreding gemeente Heerde tot de regio Stedendriehoek
Griffienummer: 2018-0064

Er blijkt ter vergadering geen behoefte om op voorliggend voorstel te reageren. Dit agendapunt wordt als hamerstuk doorgeleid naar de raad.
5.d    Vaststellen gebiedsexploitaties Keucheniusstraat en Vitens terrein, vaststellen grondprijs Revelhorst
Griffienummer: 2018-0060

Het CDA vraagt of het College kan aangeven wat de relatie is tussen voorliggende gebiedsexploitaties en een vestiging van Het Dagelijks Bestaan in het plangebied. De fractie heeft signalen dat Het Dagelijks Bestaan zich mogelijk hier gaat vestigen.

Het College geeft aan dat dit morgen tijdens het collegeberaad aan de orde komt.  

De SP constateert dat het Vitensgebied bouwrijp wordt gemaakt zonder dat zich hiervoor een koper heeft gemeld. De SP acht een andere volgordelijkheid logischer, namelijk: eerst wachten tot er een koper is, dan de grond bouwrijp maken en vervolgens kijken naar de wensen van de koper.

College: Het college wijst er op dat bouwrijp maken van het terrein iets anders is, dan het terrein zodanig voorbereiden dat het verkoopbaar is.

Advies: het voorstel blijft als hamerstuk geagendeerd.
5.e    Geheimhouding gebiedsexploitaties Keucheniusstraat en Vitens terrein
Griffienummer: 2018-0067

Advies: Er blijkt ter vergadering geen behoefte om op voorliggend voorstel te reageren. Dit agendapunt wordt als hamerstuk doorgeleid naar de raad.
5.f    Begroting 2019-2022 VNOG
Griffienummer: 2018-0076

Advies: Er blijkt ter vergadering geen behoefte om op voorliggend voorstel te reageren. Dit agendapunt wordt als hamerstuk doorgeleid naar de raad.
5.g    Zienswijze op de begroting PlusOV en gewijzigde begroting PlusOV 2018
Griffienummer: 2018-0068

De ChristenUnie stelt vast dat het tekort bij PlusOV inmiddels is opgelopen tot meer dan een half miljoen euro.

Het College bevestigt dat er financieel behoorlijk moet worden toegelegd op PlusOV. De bedoeling is echter wel om de kosten naar beneden te brengen. Gezien voorliggende begroting van PlusOV, zal in de zienswijze duidelijker naar voren moeten komen dat de kosten lager dienen te worden.

De ChristenUnie kan zich vinden in deze intentie, maar vraagt zich af wat het beleid is als het mis gaat.

Het College lijkt meldenswaard dat Zutphen nog een keuze gaat maken om al dan niet door te gaan met PlusOV. Dit keuzemoment volgt op een evaluatie en ligt vòòr 1 november a.s. Na de zomervakantie zal zichtbaar worden of de organisatie op orde komt en de kosten dalen. Het College zal na het zomerreces haar bevindingen delen met de raad.

BewustZW verwijst naar de roerige, achterliggende tijd. Wat de zienswijze betreft, zou Bewust ZW graag een passage uit de Burap opnemen in de zienswijzebrief aan het bestuur van PlusOV. Dit betreft de eerste alinea van de Burap.

Het College begrijpt over welke passage het hierbij gaat. Het kan inderdaad een afwe-ging zijn om dat te doen. De zienswijze richt zich echter wel op de Begroting 2019-2020 en het gaat nu over reeds gemaakte kosten.

BewustZW: Prima uitleg. Toch stel ik voor om genoemde passage in de zienswijze te verwerken.

Het CDA stelt voor om de zienswijze als bespreekstuk te agenderen voor de aansluitende raadsvergadering. Dat biedt de mogelijkheid om een amendement aan de raad voor te leggen.

D66 heeft geprobeerd om een ijkpunt te vinden. De weg van PlusOV is met goede voornemens geplaveid. Gaat het hierbij over de begroting Plus OV of Plus OV in totaal?

Het College geeft aan dat er vòòr 1 november moet worden besloten om al dan door te gaan met de gemeenschappelijke regeling PlusOV. Daarbij komt dit soort afwegingen naar voren en die kunnen we afzetten tegenover onze voornemens van twee jaar geleden. We zullen op basis hiervan vòòr 1 november de nodige afwegingen moeten maken.

De voorzitter concludeert dat de zienswijze in de aansluitende raadsvergadering als be-spreekpunt wordt opgevoerd.
5.h    Aanwijzing van gemeentelijke vertegenwoordigers in de Regioraad Stedendrie-hoek
Griffienummer: 2018-0072

Er blijkt ter vergadering geen behoefte om op voorliggend voorstel te reageren. Dit agen-dapunt wordt als hamerstuk doorgeleid naar de raad.
5.i    Aanvraag Vangnetuitkering 2017 – instemmen met antwoorden
Griffienummer: 2018-0071

De SP geeft aan in de raad betreffende dit punt een korte stemverklaring te willen afleggen.
5.j    Geheimhouding Meerjaren Prognose Grondexploitatie
Griffienummer: 2018-0066

Er blijkt ter vergadering geen behoefte om op voorliggend voorstel te reageren. Dit agendapunt wordt als hamerstuk doorgeleid naar de raad.
6.    Lijst ingekomen stukken Raad 18 juni 2018
Griffienummer: 2018-0059

De voorzitter meldt dat zich twee insprekers hebben aangemeld betreffende een van de ingekomen stukken. Dit betreft het stuk onder 03 in rubriek C betreffende de locatie van de Kermis in Zutphen. De voorzitter geeft de insprekers, mevrouw Oosterink en de heer Lubach, achtereenvolgens het woord.


Inspreker 6.a – Mevrouw Oosterink, kermisexploitant te Zutphen
Inspreker pleit voor behoud van de kermis in de binnenstad. Verplaatsing zal haars in-ziens de doodsteek voor de kermis betekenen. Ze wil graag in overleg met de horeca en de kermisexploitanten samen een goed plan opstellen. De meeste inwoners zijn – blij-kens signalen die zij heeft gekregen – voorstander van een kermis in de binnenstad.
De integrale inspreekreactie van mevrouw Oosterink is in bijlage bij het verslag gevoegd.

GroenLinks vraagt of het in de omzet merkbaar is als de kermis niet in de binnenstad plaatsvindt?

Inspreker werkt zelf niet buiten de stad en kan niet uit persoonlijke ervaring spreken wat dit betreft. Zij baseert zich hierbij op ervaringen van collega’s. Deze stellen dat het kermisbezoek in die situatie terugloopt en de ervaring leert dat bij een locatiekeuze buiten de stad of het dorp er na verloop van enkele helemaal geen kermis meer is.

BewustZW heeft in de gemeenteraad over dit onderwerp meerdere overleggen en onderzoeken voorbij zien komen. Er wordt nu gevraagd of de gemeente in dezen een bemiddelende rol wil vervullen. Afgevraagd mag worden waarom de gemeente nu wel slagvaardig zou zijn en waarom de gemeentelijke rol voorheen niet effectief is geweest?

Inspreker is van mening dat er met de horeca niet tot goede oplossingen is gekomen om meer publiek te trekken. De kermisexploitanten verbaast het, dat de horecafaciliteiten weliswaar aanwezig zijn: horecagelegenheden en terrassen zijn open, maar de horeca-ondernemers verder niets ondernemen, om te zorgen dat de mensen die de kermis bezoeken ook een bezoek brengen aan de horeca. De kermisexploitanten willen hier heel graag over in gesprek.

BewustZW hoort graag van het College of er nog een bemiddelpoging mogelijk is, voordat het College hier verdere stappen in gaat zetten.

Het College stelt dat er geen sprake is van een conflict en dus ook niet over een ‘bemiddeling’ hoeft te worden gesproken. Het lijkt zinnig om hierover in een breder verband van gedachten te wisselen, waarbij het College denkt aan een Forum over evenementenbeleid. Daarbij kunnen aspecten, zoals bijvoorbeeld geluidsoverlast, worden besproken, maar ook de vraag of een bepaald evenement “in het DNA van Zutphen past”. Een discussie over de kermis hoort naar mening van het College thuis in een bredere discussie over evenementenbeleid.

Inspreker geeft aan dat kermisexploitanten alles naar tevredenheid hopen op te lossen. De plaatsing van attracties speelt hierin een rol. Tegenover een rustig terras kun je bijvoorbeeld een draaimolen plaatsen. Er zijn het afgelopen jaar metingen verricht ten aanzien van geluidsoverlast. Naar verluidt zijn deze metingen nietig verklaard. Bij metingen kwam kindergeluid eroverheen. Er wordt door de exploitanten rekening gehouden met de bewoners door het muziekvolume te matigen. Mevrouw Oosterink voert dit beleid ook wat haar attractie betreft vanaf een half uur voor sluitingstijd en zet dan ook de flikker-lichtjes uit. Ze vraagt zich af wat dan de overlast van de kermis is. Overlast van dronken personen kan de kermisexploitanten immers niet worden verweten.

BewustZW is van mening dat er tijdig samen gesproken moet worden over goede oplossingen. In dit gesprek moeten alle relevante partijen worden betrokken, zoals kermis-exploitanten, bewoners et cetera.

GroenLinks heeft begrepen dat door de kermisexploitanten veel aanpassingen worden gedaan. De fractie vraagt zich af of verplaatsing naar een andere locatie ook nieuwe kansen met zich mee kan brengen?

Inspreker verwacht dit niet. Er zijn meerdere factoren nodig, die een kermis tot een succes maken. Enerzijds is er de diversiteit in het aanbod van de kermisexploitanten. Tevens bestaat er een afhankelijkheid van toevallige bezoekers, die bijvoorbeeld even de stad bezoeken voor de markt of de horeca brengen en dan zien dat er een kermis is. Inspreker vraagt te realiseren dat een feesttent op een andere locatie ook ander publiek meebrengt en waarschijnlijk niet het publiek dat Zutphen wil. De kermisexploitanten zijn tevreden met de huidige opzet. Voorts moet worden gerealiseerd dat kermisexploitanten ook hun bedrijfskosten hebben. Zij hebben een A-locatie nodig voor een gezonde exploitatie. Als er zou worden uitgeweken naar een andere locatie, is het nog maar de vraag of er dan nog interesse is van exploitanten.

De voorzitter heeft begrepen, dat er vanavond in de raad een motie wordt ingediend over dit onderwerp en geeft aan dat er via het Presidium en de agendacommissie een Forum over deze thematiek georganiseerd wordt.

Inspreker 6.b - De heer Lubach, voorzitter van de Nationale Bond voor Kermisbedrijf-houders BOVAK
Inspreker gaat in op de mogelijkheid dat de traditionele jaarlijkse kermis uit het centrum van Zutphen moet verdwijnen.
Uit gesprekken met de gemeente is gebleken, dat er geen ruimte meer is voor evenementen in de binnenstad, zoals een kermis, waarbij sprake is van geluidsversterking. Het is in het verleden al eerder voorgekomen, dat de kermisexploitanten hun biezen moesten pakken op last van de horeca. Later was het diezelfde horeca die de kermis weer terug wilde, om weer meer ‘reuring’ in de stad te hebben. Van de vele kermissen die er in Ne-derland zijn, is er maar een handjevol dat buiten de stad plaatsvindt. Inspreker benadrukt dat de kermis deel uitmaakt van de Nederlandse volkscultuur.
De integrale tekst van de inspreekreactie van de heer Lubach is in bijlage bij het verslag gevoegd.

BewustZW hoort dat er in het betoog gezegd wordt: “De biezen pakken op last van de horeca”. Dat is bijzonder omdat de gemeente c.q. de gemeenteraad hierin de gezagsrol heeft.

Inspreker geeft aan dat het historie is, dat in het verleden op last van de horeca de kermis uit de binnenstad is verdwenen en later weer door de horeca is teruggehaald. Uiteraard speelt de gemeente daar een rol in.

BewustZW dankt voor de helderheid dat dit besluit toentertijd in samenspraak met de gemeente tot stand is gekomen.

De voorzitter is van mening - als het over historie gaat - dat de kermis van nu niet is te vergelijken met de kermis van twintig jaar geleden. De attracties zijn nu hoger, groter, sneller enzovoort. Ze vraagt zich af of deze vergelijking aanknopingspunten. Ze suggereert de mogelijkheid van een retro-kermis in plaats van een hi-tech kermis, zoals deze zich nu heeft ontwikkeld.

Inspreker geeft aan dat de kermis van nu en wat de ondernemers daarmee doen, iets is wat de samenleving tegenwoordig verlangt. Het thema Nostalgische Kermis is er, maar die exploitanten komen op andere basis naar de stad. Bijvoorbeeld bij een Foodtruckfestival.
De menselijke geluiden c.q. de wijze waarop bezoekers uiting geven aan hun emotie en beleving is niet veranderd ten opzichte van tien, twintig jaar geleden.
De kermisexploitant is zich terdege ervan bewust, dat zij te gast is in de stad en rekening moet houden met bewoners, winkeliers, horeca en ambulante handel. Er moet echter wel sprake van een win-win situatie zijn. Er is overleg mogelijk betreffende de opstelling van de attractie, rekening houdend met het volume. Als de kermis voor Zutphen behouden wil blijven, dan willen de kermisexploitanten en de Bond hierover graag in gesprek treden met de gemeente.

De voorzitter stelt vast dat er geen vragen aan de inspreker zijn. De ingekomen stukken en de inspreekreacties worden voor kennisgeving aangenomen.


7.    Lijst ter inzage liggende stukken Technisch Blok 18 juni 2018

De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte bestaat om in te gaan op een van de ter in-zage liggende stukken.


8.    Vaststellen Forumverslag
8.a    Forumverslag 14-05-2018

De voorzitter stelt vast dat het Forumverslag, gedateerd op 14-05-2018, conform wordt vastgesteld.
9.    Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 20.41 uur.

Bijlagen

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad

Behandeld in Raad 18 juni 2018 (21:30 - 23:00) Naar boven

 
Datum 18-06-2018 Tijd 21:30 - 23:00
Zaal
Burgerzaal
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
A. Vermeulen
Griffier
G.A.J. Winters

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.

Bijlagen

Besluit

Verworpen
Geen amendementen ingediend