Vaststellen beleidsnota Passende schuldhulp, 2021-2024; vaststellen Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021
- Onderwerp
- Vaststellen beleidsnota Passende schuldhulp, 2021-2024; vaststellen Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021
- Programma
- 04. Een vitale samenleving, iedereen doet mee
- Forum
- Oordeelsvormend
- Portefeuillehouder
- L. Werger
- Inlichtingen bij
- Charles Verkuylen Ondersteuning
0614334065 C.Verkuylen@zutphen.nl
- Soort bevoegdheid
- Kaderstellend
- Beleidsvrijheid
- Ruim
- Programmabegrotingswijziging
- Nee
Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :
- De beleidsnota ‘Passende schuldhulp. Beleidsplan voor een brede integrale schuldenaanpak in Zutphen 2021-2024’ vast te stellen conform bijlage 1.
- Om voor de toekomst de benodigde extra dekking voor de uitvoering van de beleidsnota taakstellend te vinden binnen programma 4.
- De Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021 vast te stellen conform bijlage 2.
Inhoud
Inleiding/aanleiding
Op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) moet er tenminste één keer in de vier jaar een beleidsplan schuldhulpverlening worden vastgesteld door de gemeenteraad. De looptijd van het vorige beleidsplan Armoede en schulden (2017-2020) is inmiddels verstreken. Daarnaast is er aanleiding om het beleid te actualiseren vanwege een aantal wetswijzigingen op het gebied van schulden met ingang van 1 januari 2021: wijziging van de Wgs, de invoering van het gemeentelijke adviesrecht bij schuldenbewind en de invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet. Voorliggende beleidsnota ‘Passende schuldhulp’ legt het schuldenbeleid van de gemeente Zutphen voor de jaren 2021-2024 vast in lijn met deze nieuwe wetgeving. In de gewijzigde Wgs is (voor het eerst) een verordeningsplicht opgenomen voor de beslistermijn.
In dit voorstel worden zowel de beleidsnota als de verordening ter vaststelling aan uw raad voorgelegd.
In het beleidsplan is er voor gekozen om de term schulddienstverlening los te laten en de steeds meer gangbare term schuldhulp te introduceren. Met deze term wordt het nieuwe beleid ook gemarkeerd. In het raadsvoorstel wordt in lijn hiermee verder gesproken over schuldhulp. In de verordening wordt, in overeenstemming met de Wgs, de term schuldhulpverlening gehanteerd.
Beoogd effect
Optimalisering van de schuldhulp van de gemeente Zutphen door een brede integrale schuldenaanpak. Deze aanpak is gericht op het voorkomen van (beginnende en problematische) schulden via preventie en financiële educatie, vroegsignalering, een schuldhulp zonder drempels bij de toegang en tijdens het schuldhulptraject en het inzetten van passende, minst ingrijpende voorzieningen.
Argumenten
1.1 De nieuwe schuldenwetten bieden kansen om het Zutphense schuldenbeleid te optimaliseren.
In de jaren 2017-2020 is de schuldhulp in Zutphen toegankelijker geworden. Er zijn nauwelijks selectiecriteria voor de toelating tot schuldhulp en er zijn nieuwe producten geïntroduceerd, waardoor er meer mensen met schulden geholpen kunnen worden. Een aantal beleidsvoornemens is echter minder uit de verf gekomen, vooral preventie en vroegsignalering. De nieuwe schuldenwetten bieden kansen om de schuldhulp vooral op deze gebieden te optimaliseren. Door de in de gewijzigde Wgs vastgelegde verplichting voor de gemeente om bij signalen van betalingsachterstanden bij huur, gas, water, licht en de zorgverzekering een gesprek voor schuldhulp aan te bieden, kunnen we méér inwoners in een eerder stadium bereiken. Het adviesrecht bij schuldenbewind geeft de gemeente een instrument om te voorkomen dat mensen met problematische schulden onnodig instromen in beschermingsbewind. Daardoor kan de gemeente beter sturen op het inzetten van een passende voorziening en het stimuleren van de financiële zelfredzaamheid van de inwoner.
1.2 De beleidsnota vormt een vertaling van de strategische visie voor het sociaal domein naar de gemeentelijke schuldhulp.
De beweging die de gemeente wil maken in het sociaal domein, van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’, is ook de beweging die gemaakt moet worden om de schuldenproblematiek in Zutphen duurzaam te verminderen. Door te stimuleren dat de inwoner – waar mogelijk - de regie heeft over zijn eigen financiële huishouding, levert schuldhulp een belangrijke bijdrage aan een inclusieve samenleving, waarin iedereen meedoet. De uitgangspunten van schuldhulp sluiten nauw aan bij de strategische visie voor het sociaal domein: focus op preventie; schuldhulp is dichtbij; schuldhulp is effectief, efficiënt en heeft een duurzaam effect; schuldhulp is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen.
1.3 In het nieuwe schuldenbeleid staat de mens centraal, niet de schulden en het proces.
In het nieuwe beleid zetten we versterkt in op een mensgerichte schuldhulp, waarin de menselijke maat centraal staat. We houden rekening met de drempels die mensen ervaren om schuldhulp aan te vragen en schuldhulp te doorlopen. Zowel in de communicatie als de dienstverlening sluiten wij zoveel mogelijk aan bij de belevingswereld van de mensen met schulden. Schaamte en argwaan richting overheid zijn belangrijke redenen om geen schuldhulp in te roepen. Onze communicatie- en preventie-activiteiten zijn erop gericht dit te overwinnen en de weg naar schuldhulp te vinden. Onze dienstverlening is nog meer dan nu al het geval is gericht op het zo snel mogelijk bieden van perspectief, het wegnemen van de stress die de schuldensituatie veroorzaakt en het voorkomen van uitval tijdens én na het schuldhulptraject. Daarbij willen wij vooral voorkomen dat schuldenproblematiek negatieve gevolgen heeft voor gezinnen met jonge kinderen.
1.4 Met het nieuwe beleid willen we schuldhulp slimmer organiseren.
Door het proces van schuldregelen slimmer te organiseren spelen we ruimte vrij om beter invulling te kunnen geven aan met name preventie en vroegsignalering en ook aan schuldhulp voor ondernemers. We doen dit onder andere door meer saneringskredieten in te zetten, collectieve schuldregelingen te treffen met de belangrijkste schuldeisers en uitwisseling van gegevens over schulden via een ‘schuldenknooppunt’. Dat zorgt ervoor dat schuldregelingen sneller tot stand komen, waardoor de uitvoeringkosten (per regeling) lager zijn. De mensen die schuldhulp hebben aangevraagd, weten daardoor sneller waar ze aan toe zijn, wat de kans op uitval weer verkleint. De financiële situatie in Zutphen maakt het ook noodzakelijk om de schuldhulp zo efficiënt en effectief mogelijk te organiseren.
1.5 De Brede Adviesraad Sociaal Domein (BASD) heeft een positief advies uitgebracht.
De BASD heeft op 5 april 2021 advies uitgebracht aan het college over de beleidsnota. De BASD is positief over de uitgangspunten en speerpunten van het beleid en de opzet van de beleidsnota. De BASD stelt een aantal vragen over enkele onderdelen en benoemt een aantal aspecten dat volgens haar sterker benadrukt mag of moet worden in de nota. Dat laatste vormt aanleiding om de nota op enkele onderdelen aan te vullen en/of aan te scherpen. De aanvullingen gaan onder andere over de relatie tussen laaggeletterdheid en schuldenproblematiek, vroegsignalering bij huurachterstanden en de communicatie-aanpak. De nota wordt door deze aanvullingen completer. In de bijlage bij de antwoordbrief (bijlage 4) staat aangegeven op welke plekken de nota is aangepast. In deze bijlage zijn tevens de (verduidelijkende) antwoorden op de vragen van de BASD opgenomen.
2.1 De kost gaat voor de baat uit.
Vroegsignalering leidt in eerste instantie tot een (fors) hoger beroep op schuldhulp, omdat hierdoor problematische schulden zichtbaar worden. Paradoxaal genoeg leidt vroegsignalering op termijn juist tot een afnemend beroep op schuldhulp. Dit omdat betalingsachterstanden niet meer escaleren tot problematische schulden, waardoor minder schuldregelingen nodig zijn. Daarnaast levert investeren in schuldhulp een besparing op van maatschappelijke kosten. Denk hierbij aan kosten voor ontruimingen, extra uitkeringen, inzetten maatwerkvoorzieningen en criminaliteit etc. Uit onderzoek blijkt dat elke euro die geïnvesteerd wordt in schuldhulp een besparing van twee euro aan maatschappelijke kosten oplevert. Het inzetten van passende schuldhulp leidt tot meer maatwerk waardoor er op termijn minder kosten gemaakt worden in het brede sociale domein. Inwoners die geen geldzorgen en schuldenstress hebben, voelen zich beter en zijn daardoor in staat om weer deel te nemen aan de samenleving
3.1 In de nieuwe Wgs is een verordeningsplicht opgenomen voor de beslistermijn.
In de gewijzigde Wgs is (voor het eerst) een plicht opgenomen om in een verordening de beslistermijn vast te leggen. Dit is gedaan om de rechtspositie van de aanvrager te versterken. In de verordening wordt aangesloten bij de maximale termijn van 8 weken, zoals die in het algemeen bestuursrecht van toepassing is. We kiezen voor deze wettelijke termijn om de uitvoeringsorganisatie voldoende ruimte te bieden om zorgvuldig een plan van aanpak op te stellen. Dat plan moet recht doen aan de persoonlijke situatie van de aanvrager én moet houvast bieden voor het verdere traject. De verordening wordt vastgesteld met terugwerkende kracht naar 1 januari 2021.
Kanttekeningen
Het college stelt na vaststelling van de beleidsnota nieuwe beleidsregels vast.
De huidige beleidsvoorschriften schulddienstverlening die onder hoofdstuk 10 zijn opgenomen in de Beleidsvoorschriften werk, inkomen en participatie gemeente Zutphen 2019 zijn door de wetswijzigingen en het nieuwe beleid niet meer actueel. Zodra de raad de nota en de verordening heeft vastgesteld worden de gewijzigde beleidsregels ter vaststelling aan het college voorgelegd. De uitvoeringspraktijk anticipeert op de wijziging van de beleidsregels door de aanvraagprocedure conform de Wgs uit te voeren en zelfstandige ondernemers niet meer uit te sluiten van schuldhulp zolang zij hun bedrijf niet beëindigd hebben.
Risico’s
1. Afbreukrisico.
Met dit beleid wordt vooral geïnvesteerd in een preventieve, laagdrempelige en outreachende schuldhulp. Communicatie en dienstverlening zijn erop gericht dat inwoners met schulden zich eerder bij de gemeente melden en erop kunnen vertrouwen dat zij goed geholpen worden. Er dreigt een fors afbreukrisico als dit niet waargemaakt kan worden omdat schuldhulp onvoldoende bemenst is om tegemoet te komen aan de (toenemende) vraag naar schuldhulp.
2. Toename van verzoeken tot schuldhulp.
De gevolgen van de Coronacrisis leiden volgens landelijke prognoses tot een toename van ongeveer 30% van verzoeken tot schuldhulp. Dit effect komt boven op de toename als gevolg van wettelijke verplichtingen en nieuw beleid, al is het waarschijnlijk lastig om dit onderscheid in de praktijk aan te brengen. De gemeente heeft extra gelden ontvangen in verband met de gevolgen van Covid 19. Die worden eventueel ingezet bij een forse toename van verzoeken tot schuldhulp.
Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering
De communicatie over schuldhulp is vooral gericht op het wegnemen van de door inwoners met schulden ervaren drempels om schuldhulp te vragen en sluit zo veel mogelijk aan bij de belevingswereld van deze inwoners. In het kader van de (verplichte) vroegsignalering wordt deze aanpak reeds gehanteerd bij de uitnodigingen voor een gesprek. Ook is er extra aandacht voor zelfstandige ondernemers met schulden, niet alleen bij de communicatie over schuldhulp maar ook in de communicatie over regelingen voor ondernemers en regelingen in het kader van corona, zoals TONK.
Vanaf 1 januari 2021 wordt de schuldhulp uitgevoerd conform de vereisten van de Wgs met betrekking tot de aanvraag en de vroegsignalering. Waar mogelijk is geanticipeerd op de invoering van de beleidsnota. Daarbij ligt de focus primair op de vroegsignalering en de schuldhulp voor ondernemers. In de komende maanden worden andere onderdelen van het beleid, zoals het adviesrecht bij schuldenbewind, verder uitgewerkt en geïmplementeerd.
Rapportage/evaluatie
Jaarlijks wordt aan uw raad gerapporteerd over de voortgang van het beleid. Zo nodig wordt het beleid op basis van deze voortgangsrapportages bijgesteld.
Financiën
Het beschikbare budget voor schuldhulp binnen de programmabegroting bestaat uit vier budgetten. Ten eerste de personele kosten voor schuldhulp. Ten tweede het budget Schulddienstverlening, bestaande enerzijds uit inkomsten uit financieel beheer en budgetbeheer (ten behoeve van schuldregelingen) en anderzijds uitgaven voor noodzakelijke lidmaatschappen en abonnementen. Ten derde de extra gelden van de Rijksoverheid voor intensivering van het armoede- en schuldenbeleid, die op incidentele basis kunnen worden ingezet. Ten slotte zijn er subsidiegelden in het kader van de Thematafel Armoede en schulden beschikbaar voor de financiering van budgetcoaching door Schuldhulpmaatje.
Voor 2021 zijn de beschikbare budgetten toereikend om het nieuwe beleid vorm te geven. Naast het genoemde intensiveringsbudget wordt een deel van het verwachte incidentele voordeel binnen het minimabeleid in 2021 hiervoor aangewend. Hierdoor is in 2021 in totaal € 193.000,- incidenteel beschikbaar voor de uitvoering van het nieuwe beleid.
Om volledig uitvoering te kunnen geven aan het nieuwe beleid is naar verwachting ongeveer 3 ton nodig voor extra personele uitgaven. Vanwege de stapsgewijze invoering van het nieuwe beleid is dit bedrag naar verwachting niet nodig in 2021 en kan volstaan worden met de genoemde (incidentele) dekking ter hoogte van € 193.000,-. Voor de jaren daarna moet extra dekking worden gevonden. De dan beschikbare intensiveringsgelden bedragen maximaal € 137.000,-. De overige middelen worden taakstellend binnen programma 4 gevonden.
De berekening van de extra benodigde formatie is vooral gebaseerd op de geprognosticeerde signalen in het kader van vroegsignalering (ruim 3000 per jaar) en de daaruit voortvloeiende stijging van dossiers schuldhulp (ruim 500). In de loop van 2021 ontstaat op basis van opgedane ervaringen een duidelijker en nauwkeuriger beeld van wat echt nodig is.
Tot slot. Het nieuwe beleid vraagt om een investering in digitale ondersteuning bij het slimmer schuldregelen en het inzetten van algemene voorzieningen. De daarmee gepaarde abonnementskosten bedragen (ongeveer) € 28.000,- en kunnen structureel gedekt worden uit het (werk)budget Schulddienstverlening.
Bijlagen
- Beleidsnota Passende schuldhulp. Beleidsplan voor een brede integrale schuldenaanpak in Zutphen, 2021-2024.
- Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021.
- Advies BASD inzake beleidsnota Passende schuldhulp.
- Antwoordbrief college naar aanleiding van het advies BASD.
Bijlagen
Ontwerp
Besluit
De raad van de gemeente zutphen,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 21 april 2021 met nummer 183225
gelezen het advies van de Brede Adviesraad Sociaal Domein (BASD) van 5 april 2021;
gelet op artikel(en) 108, tweede lid juncto artikel 147 van de Gemeentewet, 4a, derde lid van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht;
b e s l u i t :
- De beleidsnota ‘Passende schuldhulp. Beleidsplan voor een brede integrale schuldenaanpak in Zutphen 2021-2024’ vast te stellen conform bijlage 1.
- Om voor de toekomst de benodigde extra dekking voor de uitvoering van de beleidsnota taakstellend te vinden binnen programma 4.
- De Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021 vast te stellen conform bijlage 2.
Aldus besloten in de openbare vergadering van
de raad van de gemeente zutphen,
gehouden op:
de voorzitter, de griffier,
Behandeld in Forum van 10 mei 2021 Naar boven
Toelichting griffie
Raadsadviseur:
Aanwezig namens | Naam |
---|---|
GroenLinks | M.T.E. Westerik |
SP | M de Ridder |
PvdA | J. Bloem |
Burgerbelang | E Yildirim |
D66 | P Van der Hammen |
VVD | A. van Dijk |
CDA | K.M. Van Wamel |
Stadspartij | B Vink |
BewustZW | |
ChristenUnie | A. van Dijken |
Kies Lokaal Zutphen Warnsveld | J.D. Maarsen |
- Portefeuillehouder(s)
- L. Werger
- Ondersteuners
- C Verkuylen
- Pers
- onbekend
- Publiek
- onbekend aantal personen
- Insprekers
- nee
Verslag van de vergadering
De voorzitter opent de vergadering en heet alle aanwezigen van harte welkom. Er hebben zich geen insprekers gemeld.
De voorzitter wijst op de voorliggende beleidsnotitie en de verordening rondom de beslistermijnen voor schuldhulpverlening. Het is de wettelijke en gemeentelijke taak van de gemeente om schuldhulpverlening uit te voeren. De wet schrijft voor, dat de gemeente in een vierjaarlijkse routine een beleidsnota voor de schuldhulpverlening en de beslistermijn vaststelt. Beide raadsvoorstellen liggen momenteel voor in afwachting van advisering door het Forum.
De voorzitter geeft het College het woord voor een toelichting op de stukken.
Het College meent dat in voorliggende beleidsnota de menselijke maat naar voren komt. Hierin is ook een aantal investeringen opgenomen. Het grootste gedeelte van de vrij recent aangenomen motie, ingebracht door de ChristenUnie, wordt in het voorstel beantwoord. Spreekster benadrukt dat een schuldpositie een enorme impact heeft. Ze hoopt daarom dat de raad - ook gezien het advies van de BASD - kan instemmen met voorliggende nota.
De VVD constateert dat het voorstel in heldere taal is geschreven en van een heldere uitleg is voorzien. Het voorstel geeft uitvoering aan de verplichtingen die gemeenten hebben vanwege de nieuwe Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Deze naam wordt ook gevoerd in de Verordening. De VVD steunt de brede integrale aanpak die zoveel mogelijk is afgestemd op de menselijke maat. De doelstelling is dat iedereen meedoet of kan meedoen. Dit principe onderschrijft de VVD, mits gekeken wordt naar de mogelijkheden en talenten die betrokkene zelf kan inbrengen.
In het voorstel worden met name gezinnen met jonge kinderen genoemd. De VVD wil benadrukken dat niet enkel gezinnen met jonge kinderen, maar ook vele anderen in situaties kunnen leven waarin de verantwoordelijkheden om zich zelfstandig te redden, te zwaar drukken. Het voorstel kent een benadering waarbij er nauwelijks selectiecriteria zijn. Er zijn ook nauwelijks nieuwe producten ontwikkeld. Volgens de nieuwe wet kent de gemeente de verplichting om bij een hulpvraag een gesprek aan te bieden. Veelal zal in dat gesprek pas de situatie duidelijk worden en kan aan de hand van de hulpvragen een plan worden opgesteld. De regie wordt nadrukkelijk bij de hulpvrager gelegd, maar deze zal wellicht ook eerst moeten leren om regie te voeren. De nieuwe producten zijn gericht op preventie, financiële educatie en vroegsignalering. Men kan wensen dat de financiële educatie al goed is verlopen, maar de realiteit is vaak anders. Aan de feitelijke situatie kunnen verschillende redenen ten grondslag liggen.
Het nieuwe adviesrecht van de gemeente bij schuldenbewind kan een goede bijdrage leveren aan het verwerven van financiële zelfredzaamheid, zodat men het leven met zo min mogelijk afhankelijkheid van de overheid kan voeren.
Het verheugt de VVD dat eigenaren van bedrijven in een schuldenpositie eerst hun bedrijf moeten beëindigen alvorens voor hulp in aanmerking te komen.
Met instemming heeft de VVD de opmerkingen in het advies van de BASD gelezen en de antwoorden van de gemeente daarop als consistent ervaren. Er wordt een groter aantal hulpvragen verwacht, mede door de gevolgen van Covid-19. Het is daarom verstandig om daar de gelden voor aan te wenden die het Rijk voor de gevolgen van Covid-19 beschikbaar heeft gesteld. Lerend van het verleden, vraagt de VVD om zorgvuldig te kijken naar de gewenste deskundigheid en vakbekwaamheid van de nieuwe medewerkers die nodig zullen zijn omdat er meer aanvragen worden verwacht. Het succes van de hulpverlening valt of staat met de ervaring die in de afgelopen pilots is opgedaan. Nieuwe medewerkers moeten op hetzelfde niveau kunnen meewerken. De VVD vraagt hoe het College erin voorziet, dat dit ook gebeurt.
Het voorstel houdt in, dat de verordening met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021 van toepassing zal zijn. De VVD vraagt of hulpvragen tot 1 januari 2021 nu opnieuw bekeken moeten worden en zo ja, om hoeveel dossiers het gaat.
De ChristenUnie zegt dat niets zo destructief is als het hebben van problematische schulden en vooral als daar kinderen onder lijden. De ChristenUnie is blij dat de voorliggende nota hier uitgebreid op ingaat. In de nota staat dat de mensgerichte benadering belangrijker is dan de rekensom. Dit vindt de ChristenUnie van belang. Dit betekent een omslag in denken.
Sinds 1 januari 2021 is de nieuwe Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening van kracht. Deze wet biedt een uitgelezen kans om cliënten proactief te benaderen. De gemeente verwacht ongeveer 3.000 signalen per jaar te krijgen. Dat betekent, dat per week gemiddeld 55 signalen over betalingsachterstanden bij de gemeente worden gemeld.
De nota Passende Schuldhulpverlening krijgt vanuit de BASD een overwegend positief advies. De ChristenUnie is hier blij mee. Voor de uitvoering van de nota staan alle seinen op groen.
De partij heeft nog wel enkele zorgpunten. Dit betreft echter niet de uitwerking en de uitvoering van de motie die recentelijk is aangenomen. In de begeleidende tekst op de website staat dat € 300.000,= extra nodig is voor de financiering van de extra personele kosten. Daarvan is op dit moment € 137.000,= financieel afgedekt. De rest moet gevonden worden in programma 4 (Vitale Stad). Dat betekent in feite dat hiervoor nog geen dekking is. De ChristenUnie hoort graag of het vinden van dekking nog vòòr de raadsvergadering plaatsvindt of dat het College meer tijd nodig heeft. Is dit laatste het geval, dan stelt de partij voor om de vaststelling van de nota uit te stellen.
De fractie acht het wat sober om de raad slechts één keer per jaar te informeren. Juist binnen het kader van de schuldhulpverlening, zou het - volgens de fractie - mogelijk moeten zijn om vaker met wat hardere monitoringgegevens te komen.
Spreker heeft van een GGZ-medewerker in de verslavingszorg in Amsterdam gehoord, dat personen met een verslaving extra gevoelig zijn voor het aangaan van grote schulden. Deze doelgroep wordt ook in Zutphen rijkelijk bediend door een groot aantal instellingen. In hoofdstuk 3 van de nota wordt beschreven hoe de samenwerking binnen het sociaal domein in brede zin plaatsvindt. Wat betreft de doelgroep personen met een verslaving, is dit voor de ChristenUnie niet geheel duidelijk. De fractie krijgt wat dit betreft graag een toelichting van het College.
D66 acht de uitgebreidheid van het voorstel zeker terecht bij een dergelijk onderwerp. In Zutphen alleen al raakt de schuldenproblematiek 2.000 huishoudens. Personen komen vaak onvrijwillig in een schuldenpositie terecht. D66 begrijpt het maatwerk en ‘het bij de hand nemen’ en juicht dit toe. Tegelijkertijd dient de raad te beoordelen, of de inzet van geld en mensen doelmatig en fair is.
De gemeente heeft sinds 2013 de uitvoering van de schuldhulp opgedragen gekregen. Uit de rapportage 2017-2020 moet men constateren dat ondanks alle inzet, de gemeente Zutphen met 8,9 procent nog steeds boven het landelijk gemiddelde uitsteekt. D66 vraagt zich af, waarom het beleid nu wél zou werken.
Het plan 2017-2020 zat ook vol ambities en hiervoor is veel extra budget vrijgemaakt. In het actuele beleidsplan staan veel landelijke algemeenheden als achtergrondinformatie. De partij zou graag meer concrete verantwoording willen zien met betrekking tot de Zutphense inzet. Op bladzijde 30 staat een tabel met het aantal klanten dat zich heeft gemeld en dit aantal wordt vervolgens onderverdeeld naar de soort hulpverlening. De vragen zijn, wat alle inzet heeft opgeleverd, hoelang een gemiddeld traject per product duurt en wat de kosten zijn die hier tegenover staan.
Het beleidsplan zet ook in op extra saneringskredieten. De gemeente neemt hiermee een uitstaand risico via de gemeentelijke kredieten. De partij vraagt wat de situatie nu is wat dit betreft en wat de voorspelling is voor de komende jaren als dit beleid versterkt wordt doorgezet.
Uit de financiële planning blijkt, dat € 137.000,= extra budget uit programma 4 moet worden bijgepast. Dit betreft echter een overbelast programma waar nog veel structureel bezuinigd moet worden. De fractie vraagt waar en hoe geschoven kan worden in aanloop naar de goedkeuring door de raad. Daarnaast vraagt D66 zich af, hoe de financiering in z’n geheel verloopt: via geoormerkte gelden of voornamelijk uit algemene middelen? D66 hoort graag of het College verwacht, dat het Rijk de ambities van de gemeente Zutphen extra wil belonen.
Het College is het eens met de VVD, dat het in dit kader niet enkel gaat om gezinnen met jonge kinderen. Maar een uitgangspunt is wel, dat kinderen niet de dupe mogen zijn van de keuzes die hun ouders maken. Het is van groot belang om daar goed aandacht voor te hebben. Het College is zich ervan bewust dat er ook veel andere groepen zijn met problematische schulden.
De wethouder geeft desgevraagd aan, dat de hulpvragen tot 1 januari niet opnieuw bekeken hoeven te worden. De verordening is met terugwerkende kracht vastgesteld.
Nieuwe medewerkers worden getraind in de gewijzigde structuur en werkwijze.
Op dit moment telt Zutphen ongeveer 2.000 huishoudens met problematische schulden. Per week komen er ongeveer vijf aanmeldingen binnen. Dat betekent, dat een groot gedeelte zich niet meldt. Daarvoor zijn allerlei redenen te bedenken. Eén van de redenen is dat mensen de post niet meer openmaken omdat ze zich schamen. De wethouder benadrukt dat iedereen de taak heeft om duidelijk te maken dat men zich niet hoeft te schamen en dat men zich kan melden bij de gemeente.
In het participatiebudget is budget over. Een deel van die middelen kan voor de schuldhulpverlening ingezet worden, mocht het nodig zijn.
Belangrijker is, dat de kosten voor de baten uit gaan. De schuldhulpverlening in de nieuwe vorm, betekent dat er één schuldhulpeiser is, zijnde de gemeente. Daarmee wordt rust gecreëerd en komt men in de positie waarin gesproken kan worden over de toekomst en participatie in de samenleving. Deze stappen gaan mens- en maatgericht ingezet worden. Dit is een belangrijk kenmerkend verschil met de gangbare praktijk in het verleden.
GroenLinks wijst op de vier stadia van het aanwakkeren van de intrinsieke motivatie. De fractie vraagt of dit methodisch wordt ingezet.
Het College stelt voor, dat mevrouw Gijsberts deze vraag beantwoordt. Wat in ieder geval duidelijk is, is dat niet elke methode voor iedereen werkt.
Het College gaat een systeem implementeren waarmee regelmatiger en op een structurele manier gemonitord kan worden. De raad wordt in ieder geval middels de Burap geïnformeerd. Voor de andere onderdelen in het sociaal domein doet het College dit ook.
Er wordt gewerkt aan een koppeling van personen met een verslaving op de digitale meldsystemen. Dit gaat om een ICT-koppeling.
De bedoeling is uiteindelijk dat structurele zaken worden aangepakt, dat mensen gaan meedoen en meer mensen uit de schuldenpositie en daarmee ook de bijstand komen. De gemeente gaat aansluiten bij bewezen hulpvormen in Nederland, zoals saneringskredieten. De gemeente is ook aangesloten bij verschillende labs.
De voorzitter geeft het woord aan mevrouw Gijsberts.
Mevrouw Gijsberts geeft aan, dat vooral wordt gestuurd op wat passend is voor een bepaalde cliënt, waarbij de productkeuze cruciaal is. Soms volstaat budget coaching of budgetbeheer; anderen gaan een schuldentraject in waarbij twee opties zijn: minnelijke schuldregeling of een saneringskrediet.
Een saneringskrediet wordt ingezet waar dit kan. Hierbij wordt iemand gedurende drie jaar begeleid naar een schuldenvrije toekomst. In die drie jaar wordt minimaal jaarlijks een gesprek gepland. Bij een minnelijke schuldregeling gebeurt dat aan de hand van een heronderzoek. Bij een saneringskrediet is een dergelijk jaarlijks gesprek niet verplicht, maar zal dit toch worden ingezet zodat de inwoner niet zomaar wordt losgelaten. Het gaat om een stukje coaching richting zelfredzaamheid.
Burgerbelang heeft signalen ontvangen dat mensen die zich hebben aangemeld bij schuldhulpsanering een maand lang moesten wachten op een vervolg. Spreker informeert naar de reden hiervan.
Burgerbelang is benieuwd waar het budget vandaan wordt gehaald en wat het oplevert.
In het verleden is besloten, dat er geen externe partij zou worden aangenomen. De fractie vraagt of nu een externe partij is ingehuurd.
Burgerbelang hecht veel waarde aan monitoring.
Het CDA is blij met het brede plan om de schuldhulp op te zetten, waarbij echt gekeken wordt naar de mens. Ook de verbinding met andere domeinen wordt goed beschreven. De opmerkingen die de BASD heeft gemaakt, zijn goed verwerkt. Ook vindt het CDA de inbreng van de BASD over communicatie erg belangrijk en wijst wat dit betreft met name op de zorgpunten laaggeletterdheid en analfabetisme. De partij vraagt daarnaast aandacht voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. Tijdens de eerste lockdown bleek dat er veel gezinnen waren die geen laptop/pc in bezit hebben.
Het CDA ziet de monitoring zowel cijfermatig, als inhoudelijk graag terug en pleit minimaal voor een jaarlijkse frequentie.
De partij vraagt waarom voor budget wordt gezocht in programma 4 en wat het betekent als de raad tegenstemt.
GroenLinks complimenteert het College met het voorliggende plan. Er is een visie geformuleerd en het plan heeft een toekomstgericht karakter. Ook waardeert GroenLinks dat de motie van het CDA hierin is verwerkt.
De wethouder gaf aan, dat ook de raad er zorg voor dient te dragen dat de schuldenaren zich melden. De drempel om zich te melden, is hoog omdat het traject zwaar en lang is. In het verleden zijn die trajecten niet altijd vlekkeloos verlopen en dergelijke ervaringen werken niet bevorderend voor de meldingsbereidheid. De angst om zo’n traject in te gaan, is daarom groot. Hierin heeft de gemeente nog wat repareren. GroenLinks ziet daarom het belang om het traject te verkorten en daarop in te zetten.
GroenLinks mist de focus op ervaringsdeskundigheid in het plan en zou graag zien, dat hier meer op wordt ingezet bij onderdelen als laagdrempelige toegang, proces zonder stress, extra educatie, gezamenlijke verantwoordelijkheid en effectiviteit en efficiency.
Perspectief beschikt samen met Ixta Noa over een goed netwerk aan ervaringsdeskundigheid. In Utrecht is de integratie met ervaringsdeskundigheid zeer constructief en levert veel op. GroenLinks vraagt of de wethouder hiervan weet en of dit ook haalbaar is voor Zutphen.
Naast de schuldenpreventie, mag de focus - wat GroenLinks betreft - sterker komen te liggen op het verkorten van de trajecten. De fractie vraagt wat de gemiddelde looptijd is van schuldhulptrajecten in Zutphen, wat wordt gedaan om deze te verkorten en of is gekeken naar best practices elders in Nederland, zoals het genoemde traject in Utrecht.
Utrecht heeft besloten, dat inwoners binnen twee jaar uit de schulden zijn door hen bij een goedlopend traject in het derde jaar maximaal duizend euro kwijt te schelden. GroenLinks vraagt hoe het College hier tegenaan kijkt.
Voorts vraagt de fractie of in de gemeente wordt gewerkt met collectief schuldregelen vanuit het coronaherstelpakket. Het doel hiervan is om het schuldhulptraject te versnellen.
De samenwerking met de huidige woningcorporaties en energieleveranciers is belangrijk voor het voorkomen en oplopen van schulden. GroenLinks is blij, dat dit is opgenomen in het stuk. Wel is de fractie benieuwd of er afspraken zijn gemaakt voor het opschorten van de incasso op het moment dat een inwoner aangeeft een traject te willen aangaan. Dit gebeurt bijvoorbeeld in Groningen.
In het plan staat de mens centraal en niet de schulden of het proces. GroenLinks hoopt juist dat het proces wél centraal staat, zodat daarmee het traject in zijn geheel verkort kan worden.
GroenLinks heeft het plan in ieder geval met veel tevredenheid gelezen.
Het College geeft desgevraagd aan, dat het een wettelijke verplichting is dat binnen vier weken een gesprek plaatsvindt. Na de intake moet er binnen acht weken een plan van aanpak liggen. Het kan altijd gebeuren dat dit om één of andere reden niet lukt, maar dit zal altijd gemeld worden. Het is immers voor iedereen van belang dat een schuldenaar zo goed en snel mogelijk geholpen wordt.
Er wordt niets aan een externe partij uitbesteed.
Het College tracht de raad zo goed mogelijk te informeren. De wethouder vindt het een goed idee om in ieder geval jaarlijks het gesprek te voeren over de stand van zaken.
Er is aandacht voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. Er is altijd een mogelijkheid om langs te komen bij de gemeente. Het aanvragen van een laptop valt onder de bijzondere bijstand. Er zijn regelingen voor schoolgaande kinderen.
Het gaat uiteindelijk om de inzet van een transformatie. Verschillende domeinen raken met elkaar verweven, wat ook het geval is in het jeugdbeleid. Investeren op het ene onderdeel betekent kostenreductie op een andere plek. Het College legt zichzelf de verplichting op om budget te verkrijgen door te investeren in de juiste dingen. Voor het eerste jaar is er financiering beschikbaar en ook tot 2024 zijn er financiële middelen. Het gaat om de inspanningsverplichting om de transformatie op gang te brengen en ervoor te zorgen financiering te krijgen door op een aantal andere onderdelen in programma 4 minder budget in te zetten, omdat bijvoorbeeld zwaardere hulpverlening uiteindelijk minder nodig zal zijn.
De ChristenUnie vraagt of het mogelijk is om de raad vòòr de komende raadsvergadering nauwkeurig te informeren over het budget voor extra personele inzet.
Het College vindt dit op zich een goede suggestie, maar dat is op dit moment niet mogelijk. Eén van de veronderstellingen is dat rust in gezinnen ertoe leidt dat minder zware hulpverlening nodig zal zijn in opvoedingsondersteuning. Daarnaast maakt het hebben van structurele schulden ook letterlijk ziek. Een andere veronderstelling is daarom, dat het ook effect gaat hebben op de ziektekosten. Het College meent daarom, dat het uiteindelijk gaat leiden tot besparingen.
De ChristenUnie begrijpt het antwoord van het College en het effect van communicerende vaten. De fractie zou graag zien, dat daarover meer wordt uitgelegd op het moment dat de raad een besluit gaat nemen.
Het CDA schrikt ervan dat de wethouder aangeeft, dat er niet wordt gefinancierd uit programma 4, maar dat in programma 4 minder wordt uitgegeven en dat het budget wordt gebruikt voor de schuldhulpverlening.
De PvdA vraagt of het mogelijk is om in de dekking scenario’s op te nemen om hard te maken dat de investeringen zichzelf terugverdienen. Zo wordt in de nota aangegeven, dat er dertig procent minder bewindvoering wordt verwacht. Dat is een jaarlijkse besparing van € 350.000,=.
Het College zal een aanvullend memo aanleveren waarin globaal wordt aangegeven waar – op termijn – dekking gevonden kan worden en waar het zichzelf terugverdient.
De voorzitter zegt toe, dat dit aanvullende memo bij het raadsvoorstel wordt gevoegd.
Het College licht toe, dat het traject drie jaar duurt. Utrecht heeft het traject verkort in het kader van coronasanering. De inzet van die sanering is een kwijtschelding van een jaar, waarin de gemeente betaalt. Dat betekent dat schuldeisers volledig hun geld krijgen en dat de gemeente een extra investering moet doen. Deze extra kosten zouden per krediet kunnen oplopen tot zo’n € 3.000,=. Het College weet niet of de gemeente Zutphen zich dit financieel kan permitteren.
GroenLinks vraagt – ter interruptie – hoe het College tegenover collectief schuldregelen staat.
Het College zegt dat collectief schuldhulpregelen als voornemen in de nota is genoemd.
De voorzitter vraagt of hier schuldsanering mee wordt bedoeld.
GroenLinks geeft aan, dat het gaat om de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle partijen om schulden over te nemen.
Het College zegt nogmaals, dat de collectieve schuldregeling in de nota is opgenomen, evenals ervaringsdeskundigheid. In de ogen van veel mensen is de overheid de meest onbetrouwbare partij. Middels intermediairs als Perspectief en Schuldhulpmaatje wordt men benaderd.
GroenLinks merkt - ter interruptie - op, dat in het plan vooral wordt gesproken over vrijwilligers in plaats van ervaringsdeskundigen.
De fractie vindt het jammer te horen, dat het niet mogelijk is om het afkopen van schulden en collectief schuldregelen te bundelen. De fractie hoort graag een toelichting waarom afkopen van schulden voor de gemeente Zutphen niet haalbaar zou zijn.
Het College zegt dat afkopen van een krediettraject een kostenpost is van minimaal € 600 tot € 700,=, met een maximum van € 3.000,=.
Het College erkent dat ervaringsdeskundigheid sterker in het plan naar voren had kunnen komen. Echter, hier wordt wel veel op ingezet. Intermediairs als Schuldhulpmaatje zijn van belang in het bereiken van mensen.
GroenLinks acht dit voldoende uitleg.
De SP beoordeelt voorliggend document als zeer goed. Wel vindt de fractie het jammer dat hierin termen als ‘cliënt’ en ‘product’ worden gebezigd. Dat getuigt niet van een menselijke benadering.
De SP vindt het mooi te zien, dat de motie van het CDA grotendeels in de nota is verwerkt.
De SP verwijst naar het aangehouden voorstel ‘Beschermingsbewind in gemeentelijke handen’, gedateerd op 5 november 2018, ingediend door de PvdA, GroenLinks, de SP, de VVD en het CDA. De partij vraagt in hoeverre dit voorstel in het dictum van voorliggend voorstel is gebruikt.
De PvdA noemt het een mooie nota met een goede ambitie. In Zutphen wonen ongeveer 2.000 huishoudens met problematische schulden, terwijl slechts 200 à 300 huishoudens een beroep doen op schuldhulp. De fractie vindt het daarom goed, dat er meer aandacht is voor preventie en vroegsignalering. De PvdA is ook lovend over het gebruik van slimme oplossingen die in andere gemeenten zijn uitgeprobeerd, zoals het Schuldenknooppunt, en het gegeven dat gebruik wordt gemaakt van nieuwe wettelijke mogelijkheden, zoals de wettelijke termijn en het advies op bewindvoering.
De PvdA deelt - met het CDA - het belang van de inzet van ervaringsdeskundigheid en de mogelijkheid om de looptijd te verkorten. De fractie komt hier wellicht nog op terug, om te kijken wat hierin mogelijk is binnen Zutphen.
Er zijn veel verhalen over bewindvoerders die bewindvoering zien als een verdienmodel om mensen zo lang mogelijk in het schuldhulptraject te houden. Daarnaast kost een dergelijk traject de gemeente veel geld. Het verminderen van het beroep op bewindvoering is daarom ontzettend belangrijk. De fractie vraagt hoe de gemeente gebruik wil gaan maken van het adviesrecht. De PvdA vraagt zich af, of het gebruik als sluitstuk voldoende ambitieus is.
Verschillende partijen zijn betrokken bij de collectieve schuldregeling. De PvdA vraagt of het mogelijk is dat de rijksoverheid hieraan meedoet en dat bijvoorbeeld wordt ingegrepen bij betalingsachterstanden bij de Belastingdienst.
Voorts vraagt de partij of er een inkomensgrens geldt om toegang te hebben tot een schuldregeling.
De fractie informeert naar de effecten van een hoog rentepercentage bij de Gemeentelijke Kredietbank en of de gemeente de mogelijkheid heeft om middels een lager rentepercentage de looptijd te verkorten.
Het saneringskrediet geldt tot maximaal € 10.000,=, terwijl de gemiddelde schuld € 40.000,= is. De partij vraagt wat dit betekent voor de restschuld.
De PvdA is blij dat met voorliggende nota extra wordt ingezet op het bestrijden van problematische schulden.
De Stadspartij dankt het College voor het voorliggende rapport.
De gemiddelde schuld bedraagt € 40.000,=. De Stadspartij vraagt zich af of het wellicht beter is om minnelijke schuldsanering bij de grotere bedragen in te zetten in plaats van het overnemen middels een saneringskrediet. Dit scheelt de gemeente een behoorlijk risico en scheelt werk ten opzichte van de schuldeisers.
Er zijn veel huishoudens die aanspraak kunnen doen op schuldhulpverlening, maar dit nog niet hebben gedaan. De Stadspartij vraagt zich af, of het begrote bedrag van € 300.000,= volstaat om personele kosten te dekken.
Het College wijst erop, dat het woord ‘cliënt’ niet wordt genoemd in de beleidsnota. Er wordt altijd gesproken over ‘inwoner’.
Het College gaat inzetten op het adviesrecht. De bedoeling is aan de voorkant goede afspraken met bewindvoerders te maken om ervoor te zorgen dat de inwoners niet de dupe worden van slechte bewindvoerders.
GroenLinks hoort dat het College gaat inzetten op deugdelijke bewindvoering, maar uit ervaring blijkt dat dit op dit moment niet altijd het geval is. Ook Perspectief en de wijkteams lopen hier tegenaan. In het verleden bestond een zwarte lijst, maar momenteel is dit niet meer aan de orde.
De PvdA vraagt of met een zwarte lijst gewerkt kan worden.
Het College stelt voor, dat de technische en uitvoerende vragen worden beantwoord door de heer Verkuylen. Er is geen inkomensgrens. Iedereen heeft toegang tot schuldhulp.
De voorzitter geeft het woord aan de heer Verkuylen.
De heer Verkuylen geeft aan, dat een saneringskrediet niet bij alle schulden ingezet kan worden. Het wordt vooral ingezet bij een relatief lage schuldenlast. Dit betekent, dat de gemeente een relatief gering risico loopt om later borg te moeten staan. Dit is de afspraak die de gemeente met de Kredietbank maakt. Het rentepercentage van het saneringskrediet is een vast gegeven. Dat kan er niet toe bijdragen dat de afhandelingstermijn wordt verkort. Er wordt eerst gekeken wat de aflossingscapaciteit is van een schuldenaar, op basis van diens inkomen. Dit wordt naar de Kredietbank gestuurd. De Kredietbank berekent vervolgens een bepaald bedrag als kosten in de orde van € 250 à € 300,=. Dit wordt een netto saneringskrediet genoemd. Dit betekent, dat de schuldeisers uiteindelijk met minder genoegen nemen. Dat doen zij ook, want de schuldsaneringskredieten werken bij andere gemeenten erg goed. Er is een aantal redenen waarom zij dit doen. De eerste reden is, dat zij zodoende veel meer duidelijkheid hebben. Bij een normale schuldbemiddeling moeten zij drie jaar wachten en elk jaar moet gekeken worden of de situatie is gewijzigd en zo ja, moet ook de aflossing gewijzigd worden. Een saneringskrediet is daarentegen niet bewerkelijk. De schuldbemiddeling duurt in principe 36 maanden. Op basis van de netto aflossingscapaciteit wordt een bedrag vastgesteld.
De Utrechtse oplossing gaat de gemeente geld kosten. Het is een sympathieke regeling, maar het is goed om te realiseren dat een saneringskrediet voor een schuldenaar meer perspectief biedt. Als de afspraken met de schuldeisers zijn vastgesteld, weet hij waar hij aan toe is. Hij kan dan ook meer gaan verdienen. Kortom, het is voor de gemeente minder bewerkelijk en dit biedt de schuldenaar meer duidelijkheid.
Het adviesrecht wordt als sluitstuk genoemd. De bedoeling is om met bewindvoerders afspraken te maken om tevoren te kijken wat de beste oplossing voor een schuldenaar is. Er is een aantal gemeenten dat hierin behoorlijk aan de weg heeft getimmerd, zoals Tilburg en Almere. Wat daar gebeurt, is dat wordt gestart met een beperkte groep bewindvoerders, waar een gemeente goede ervaringen mee heeft. Later kunnen daar andere bewindvoerders zich hierbij aansluiten. Het uitsluiten van alle slechte bewindvoerders is erg lastig, maar door de samenwerking worden goede bewindvoerders verenigd.
Een zwarte lijst van bewindvoerders zou een optie kunnen zijn bij duidelijke signalen. Slechte partijen kunnen zelfs aan de rechtbank worden doorgegeven, hoewel de rechtbank vaak in een kwartier moet beslissen of iemand al dan niet onder bewindvoering staat.
D66 informeert naar het bestaan van een kwaliteitsregister voor bewindvoerders.
De heer Verkuylen bevestigt, dat dit sedert twee/ drie jaar bestaat. De rechtbank wijst enkel bewindvoerders aan, die dit kwaliteitskeurmerk hebben. Kennelijk verhindert dit niet, dat er alsnog misstanden zijn. Hoewel het een redelijk administratieve procedure is, meent spreker dat een betere samenwerking met bewindvoerders uiteindelijk wel het kaf van het koren kan scheiden.
GroenLinks is blij te vernemen dat het bij zowel het College als de heer Verkuylen bekend is dat er nog misstanden zijn. De fractie meent dat dit intern met de wijkteams kan worden opgepakt en heeft er vertrouwen in dat dit goed wordt gedaan.
De Stadspartij hoorde onlangs over een samenwerking tussen enkele bewindvoerders, Perspectief en GelreWerkt. De fractie vraagt of dit bekend is bij het College en de heer Verkuylen.
De heer Verkuylen is dit niet bekend. Wat hem wel bekend is, is dat Schuldhulpmaatje contact heeft met een aantal bewindvoerderskantoren, ook op verzoek van de kantoren zelf. Het is een taak van bewindvoerders om schuldenaars financieel zelfredzaam te maken, maar bewindvoerders hebben hier vaak weinig tijd en geld voor. Deze taak van bewindvoerders wordt op dit moment ook niet goed getoetst door de rechtbank. Spreker ziet in het netwerk rondom de schuldhulp goede ontwikkelingen waar de gemeente bij kan aanknopen.
Het College is niet bekend met de samenwerking die de Stadspartij noemt.
Waar het om gaat, is dat de inwoners worden geholpen en zelfredzaam worden. Een sluitend netwerk en laagdrempeligheid is hierin cruciaal.
De heer Verkuylen geeft desgevraagd aan, dat het rentepercentage bij het saneringskrediet in de orde ligt van acht procent. Het verschil tussen een bruto en netto saneringskrediet voor iemand met een minimuminkomen zit op het niveau van € 200,= à € 250,=. Er is wellicht een mogelijkheid om het rentepercentage omlaag te brengen, maar spreker meent dit er niet toe bijdraagt dat de aflossingstermijn wordt verkort.
D66 zegt dat er een behoorlijk traject van bezuinigingen is geweest. Ook in dit proces werkt de gemeente samen met verschillende partijen. De fractie informeert naar de invloed hiervan op het ambitieuze proces wat in het beleidsstuk is beschreven.
Het College geeft aan, dat de gemeente al met veel partijen samenwerkte. In sommige gevallen wordt er nu intensiever samengewerkt. In andere gevallen worden trajecten ingekocht. Op het moment dat een product niet werkt, wordt het overboord gegooid. De gemeente zet in op bewezen methoden en werkwijzen, maar ook op nieuwe, innovatieve methodieken die de gemeente via landelijke platformen aangeleverd krijgt. Het College houdt de raad op de hoogte van effecten en resultaten.
D66 wijst erop, dat het College om budget vraagt. De partij vraagt of denkbaar is dat op een later moment extra budget gevraagd wordt.
Het College geeft aan, dat er een toename zal zijn van het aantal personen in Zutphen dat gebruik gaat maken van schuldhulpverlening. Dit is een stijgende kostenpost. Als daar echter structureel op wordt ingezet, verdient dit zich uiteindelijk terug. De wethouder zegt toe in de financieringsstructuur globaal te laten zien waar budget gevonden kan worden en waar bespaard gaat worden. Daarbij geeft de wethouder aan dat wanneer iets goed werkt, het logisch is om eventueel extra investeringen te bespreken.
De PvdA vraagt wat er gaat veranderen voor iemand met een schuld hoger dan € 10.000,=, die niet in aanmerking komt voor het saneringskrediet.
De heer Verkuylen zegt dat er niets verandert. Saneringskrediet is een vorm van schuldbemiddeling. De meest gebruikelijke schuldbemiddeling is de minnelijke schuldsanering natuurlijke personen. Dit is het standaardproces. Gedurende drie jaar wordt elke maand een aflossingsbedrag gereserveerd. Na een jaar wordt dit verstrekt aan alle schuldeisers. Een schuldregeling blijft bestaan. Daarbij komt het saneringskrediet, wat meer perspectief biedt voor zowel de schuldenaar, de gemeente én de schuldeisers.
De Kredietbank heeft € 10.000,= als maximaal krediet gesteld. Het is mogelijk dat die limiet verhoogd wordt, maar dan gaat de gemeente meer risico lopen. Met de relatief lagere saneringskredieten is het risico voor de gemeente kleiner.
De voorzitter concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Er wordt een aanvullende memo bij het raadsvoorstel gevoegd.
De voorzitter dankt ieder voor zijn of haar aanwezigheid en inbreng sluit de vergadering om 21.29 uur.
Advies
Voldoende besproken. Verder debat in de raad
Behandeld in Raad 31 mei 2021 Naar boven
Verslag van de vergadering
Zie de bijlage.
Besluit
Aangenomen
Zonder hoofdelijke stemming
Geen amendementen ingediend
Gerelateerde links
Via onderstaande links kunt u meer informatie vinden over dit onderwerp.