Pagina delen

Uitwerking aanvullende maatregelen Participatie / minimabeleid

Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :

De raad besluit de Verzamelverordening werk en inkomen gemeente Zutphen 2017 (4e wijziging) vast te stellen conform bijgevoegd concept (bijlage 1).

Inhoud

Inleiding/aanleiding

Op 27 augustus 2019 (besluit 2019_BW_00422) ) hebben wij besloten om aanvullende maatregelen in het sociaal domein op het gebied van Participatie, Wmo en Jeugd uit te werken. Deze aanvullende maatregelen zijn nodig om de besparingen van het rapport Evenwicht in het sociaal domein te realiseren voor de jaren 2020-2022. De maatregelen op het gebied van Participatie betreffen het minimabeleid (thema 5: Waarvan is het sociaal domein?). We hebben alle opties en scenario’s voor extra besparingen binnen het minimabeleid in kaart gebracht en voorgesteld om een evenwichtig pakket van maatregelen in te voeren, bestaande uit een combinatie van het reorganiseren, versoberen en afschaffen van minimaregelingen. Om deze maatregelen te effectueren is wijziging van de gemeentelijke regelgeving nodig, zowel van de Verzamelverordening werk en inkomen gemeente Zutphen 2017 (hierna: de Verzamelverordening) als de Beleidsvoorschriften werk, inkomen en participatie gemeente Zutphen 2019 (hierna: de Beleidsvoorschriften). In dit voorstel worden de wijzigingen in de Verzamelverordening Werk en Inkomen ter vaststelling aan uw raad voorgelegd.

De wijziging van de kinderopvang op sociaal medische indicatie (Smi) is een uitwerking van de aanvullende maatregelen binnen het Jeugdbeleid. Deze Smi is echter als inkomensvoorziening opgenomen in de Verzamelverordening. Omdat voor deze maatregel de Verzamelverordening gewijzigd moet worden, wordt de maatregel in dit raadsvoorstel meegenomen.

Beoogd effect

Door de aanvullende maatregelen wordt de besparingstaakstelling van het rapport Evenwicht in het Sociaal Domein, thema 5 (Waarvan is het sociaal domein?) alsnog gerealiseerd voor de periode 2020-2022. Tevens wordt voorkomen dat er de komende jaren een fors structureel tekort ontstaat op de totale uitgaven van de minimaregelingen.

Argumenten

1.1 Door de aanvullende maatregelen wordt het structurele tekort op de uitgaven van de minimaregelingen teruggedrongen.

De gemeente Zutphen kent een structureel tekort op het sociaal domein. Alle zeilen moeten worden bijgezet om weer een gezonde financiële situatie te creëren. Om dit te bereiken zijn in 2018 ingrijpende maatregelen genomen, met een structurele doorwerking voor de komende vier jaar. Dit in het volle besef dat het pijnlijke ingrepen betreft, die onvermijdelijk kwetsbare groepen in de samenleving treft. Halverwege 2019 constateerden we echter dat we de beoogde besparingen niet volledig realiseren en dat aanvullende maatregelen nodig zijn. De stijging van de uitgaven is dusdanig dat zonder extra besparingen het gevaar dreigt dat we ons stelsel van (gemeentelijke) voorzieningen en regelingen niet overeind kunnen houden.

De stijging van de uitgaven geldt ook voor onze minimaregelingen. Vrijwel alle regelingen laten een stijgende tendens zien. Dat is gezien de doelstelling van het minimabeleid om zoveel mogelijkheid inwoners met een laag inkomen te bereiken, zonder meer als positief te beschouwen. Tegen de achtergrond van de nijpende financiële situatie van de gemeente is dit echter ook een zorgwekkende ontwikkeling. Zo dreigt de gemeente aan haar eigen succes ten onder te gaan. Zonder extra maatregelen wordt de bezuinigingstaakstelling van het rapport Evenwicht in het Sociaal Domein niet gerealiseerd en ontstaat er een tekort op de (meerjaren)begroting voor het minimabeleid van vijf tot zes ton (zie hiervoor ook bijlage 2).

De stijging van de uitgaven wordt met name veroorzaakt door de Meedoenregeling en de Individuele inkomenstoeslag. Een aanzienlijke versobering van deze twee minimaregelingen is noodzakelijk om de stijgende uitgaven een halt toe te roepen en om te buigen in een neerwaartse lijn. Op de Meedoen-regeling is al eerder een besparingsmaatregel toegepast door de inkomensgrens te verlagen van 130% naar 110%. Dat leverde vrijwel geen besparing op, omdat de minimahuishoudens met een inkomen tussen 110% en 130% in 2019 nauwelijks zijn bereikt. Aanvullend wordt daarom nu voorgesteld om de maximale vergoeding met 25% te verlagen. De Individuele inkomenstoeslag is in de eerdere besparingsronde buiten beschouwing gebleven, omdat de focus in het rapport Evenwicht in het sociaal domein op de wettelijk niet verplichte regelingen is gelegd. Binnen het wettelijk kader van Participatiewet heeft de gemeente echter weldegelijk ruimte voor eigen invulling. Dit besparingspotentieel wordt alsnog benut door huidige normbedragen van de Individuele inkomenstoets met 25% te verlagen en afzonderlijke (lagere) normbedragen te introduceren voor mensen die tijdelijk in een instelling verblijven (en veelal van buiten Zutphen komen).

1.2 Door de aanvullende maatregelen ontstaat er een sober en toekomstbestendig stelsel van gemeentelijke minimaregelingen.

Gezien de diverse mogelijkheden en knoppen om aan te draaien is het maken van keuzes voor aanvullende bezuinigingen een complex afwegingsproces, waarin vele varianten denkbaar zijn. In bijlage Participatie bij het collegebesluit van 27 augustus 2017 (bijlage 2) is dit afwegingsproces gedetailleerd in kaart gebracht. Geconstateerd is dat het afschaffen van alle wettelijk niet verplichte regelingen mogelijk is en een (meer dan) toereikende besparing oplevert, maar ook dat dit op gespannen voet staat met een aantal uitgangspunten van het coalitieakkoord en doelen van het armoedebeleid. Met name het afschaffen van de Meedoen-regeling en Jeugdregeling is moeilijk verenigbaar met uitgangspunten als ‘Iedereen hoort erbij en kan meedoen’, ‘kinderen helpen om in de toekomst sterker op eigen benen te kunnen staan’ en ‘armoede onder met name kinderen terugdringen’.

Alles afwegende stellen wij een combinatie van aanvullende maatregelen voor waarbij sprake is van reorganiseren (samenvoegen Jeugdregeling en Meedoenregeling voor kinderen in een Kindpakket), versoberen (verlagen Meedoen-regeling en Individuele inkomenstoeslag, versoberen begunstigend beleid bijzondere bijstand) en afschaffen (Tegemoetkoming zorgkosten) van regelingen. Het is een evenwichtig pakket van maatregelen in die zin dat er een balans is tussen de noodzaak om extra besparingen te vinden en het streven om de doelen met betrekking tot meedoen en kinderen overeind te houden. Hoewel de maatregelen onvermijdelijk de minimahuishoudens treffen, is getracht de meest kwetsbare groepen zo veel mogelijk te ontzien. Ook is rekening gehouden met onwenselijke maatschappelijke effecten als zorgmijding en escalerende schuldenproblematiek. Daar waar mogelijkheden zijn om de uitvoering eenvoudiger te maken, is dit gedaan.

Met het huidige pakket wordt een solide basis gelegd voor een sober maar toekomstbestendig stelsel van minimaregelingen in Zutphen. Het is betaalbaar, efficiënt(er) ingericht en biedt adequate inkomensondersteuning aan kwetsbare inwoners van Zutphen. Grosso modo is het versoberde minimabeleid bovendien ook in lijn met de gemeenten in de regio.

1.3 Wijziging van de minimaregelingen in de Verzamelverordening werk en inkomen gemeente Zutphen is een bevoegdheid van de raad.

In de Verzamelverordening staan de minimaregelingen die de gemeente op grond van de Participatiewet in een gemeentelijke verordening moet opnemen (verordeningsplicht). Dat zijn de Individuele inkomenstoeslag en de Individuele studietoeslag. Daarnaast is in de Verzamelverordening opgenomen dat Zutphen gebruik maakt van de wettelijke mogelijkheid van een collectieve zorgverzekering voor minima. Ten slotte is de Meedoenregeling opgenomen als specifieke gemeentelijke participatieregeling. Wijziging van deze regelingen is een bevoegdheid van de raad. Voorgesteld wordt de volgende wijzigingen in de verzamelverordening vast te stellen:  

  1. De normbedragen van Individuele inkomenstoeslag worden met 25% verlaagd naar € 300,- voor alleenstaanden, € 375,- voor alleenstaande ouders en € 420,- voor gehuwden. Voor personen in een instelling worden aparte normbedragen vastgesteld ter hoogte van 50% van genoemde normbedragen;
  2. De bepaling dat de Individuele inkomenstoeslag 1x keer per kalenderjaar wordt verstrekt komt te vervallen; de bepaling dat inkomensstijging als gevolg van werkaanvaarding gedurende het kalenderjaar niet leidt tot verlies van het recht op de inkomenstoeslag wordt hierop aangepast.
  3. De doelgroep van de Meedoenregeling wordt beperkt tot inwoners van 18 jaar en ouder; de maximale vergoeding wordt verlaagd van € 165,- naar € 125,-. De vergoeding voor kinderen wordt overgeheveld naar het Kindpakket (zie onder e).
  4. De bijdrage voor kinderopvang op basis van sociaal medische indicatie (Smi) wordt gemaximeerd tot twee dagdelen. Er is geen recht op een bijdrage voor Smi-gerelateerde kosten bij buitenschoolse opvang en gastouderschap en kinderopvang buiten de gemeentegrenzen.
  5. Er komt een nieuwe regeling die in de Verzamelverordening werk en inkomen wordt opgenomen, te weten het Kindpakket. De Jeugdregeling en de Meedoenregeling (voor wat betreft kinderen van 0 tot 18 jaar) worden samengevoegd tot een regeling voor kinderen op het gebied van participatie, schoolbenodigdheden en materiële zaken. De maximale vergoeding bedraagt € 350,-, waarvan ten hoogste 50% voor materiële zaken. Er is geen vermogenstoets.

Een deel van de aanvullende maatregelen betreft wijzigingen van regelingen die zijn opgenomen in de Beleidsvoorschriften (zie het overzicht in bijlage 3). Wijziging van de beleidsvoorschriften is een bevoegdheid van het college. De betreffende wijzigingen van de Beleidsvoorschriften zijn door ons vastgesteld op 5 november en treden, net als de beoogde wijziging van de Verzamelverordening, op 1 januari 2020 in werking. Tekstuele wijzigingen van de beleidsvoorschriften die voortvloeien uit de wijziging van de verzamelverordening hebben wij vastgesteld onder het voorbehoud dat de raad de wijziging van de Verzamelverordening vaststelt.  

1.4 De Brede Adviesraad Sociaal Domein (BASD) heeft advies uitgebracht.

De BASD heeft advies uitgebracht op de wijzigingen van zowel de Verzamelverordening als de Beleidsvoorschriften naar aanleiding van de aanvullende maatregelen. Dit advies is bijgevoegd (bijlage 4), alsmede de antwoordbrief van het college op dit advies (bijlage 5). De wijzigingsvoorstellen zijn op basis van dit advies aangepast op het punt van de aparte normen voor mensen die verblijven in een inrichting. Voor mensen die kort verblijven in een inrichting en woonlasten hebben in verband met (het aanhouden van) een eigen woning, blijven de reguliere normbedragen van toepassing. Dat is redelijk, omdat zij uitgaven hebben die vergelijkbaar zijn met mensen die niet in een inrichting verblijven. Als gevolg van het amendement armoedebeleid bij de Programmabegroting 2020-2023 (A12 gewijzigd, 4-11-2019) is het ook het advies van de BASD om het bedrag van Kindpakket te verhogen naar € 350,- overgenomen.

Kanttekeningen

1.1 Extra besparingen op de Collectieve zorgverzekering voor minima zijn niet (meer) nodig en ook niet wenselijk.

Net als de Meedoenregeling en de Individuele inkomenstoeslag laat de Collectieve zorgverzekering voor minima (CZM) een gestage groei zien. Door het eigen risico niet meer volledig te verzekeren wordt een forse besparing op de kosten van ongeveer € 150.000,- gerealiseerd, waardoor de kosten ook beheersbaar blijven. Een extra besparing op de CZM is daarom niet nodig en bovendien niet wenselijk. Dan gaat de meerwaarde van de CZM als instrument van minimabeleid verloren, met name voor de doelgroep van chronisch zieken en mensen met een beperking. Daarnaast heeft de CZM meerwaarde doordat zij naast inkomensondersteuning mogelijkheden biedt om op het gebied van schuldpreventie, vroegsignalering en gezondheidspreventie (beleid)doelen te verwezenlijken.

1.2 Het Kindpakket levert geen besparing op. Door het Kindpakket is vooral meer focus mogelijk op de doelstelling van het armoedebeleid om armoede onder kinderen terug te dringen.

Binnen de context van extra besparingen ligt het voor de hand om daar waar mogelijk een bundeling van regelingen te bewerkstelligen. Dat is het geval met het Kindpakket, waarbij de Meedoenregeling (gedeelte voor kinderen) en de Jeugdregeling worden samengevoegd. De besparing op de uitgaven is echter beperkt, omdat we op de uitgaven voor kinderen zo min mogelijk willen besparen. De maximale vergoeding bij het Kindpakket is aanvankelijk vastgesteld op € 300,- per kind, waarbij de huidige vergoeding van de Jeugdregeling (€ 100,-) wordt opgeteld bij de vergoeding van de Meedoenregeling voor kinderen, welke vergoeding is afgeroomd van € 225,- naar € 200,-. Als gevolg van het amendement armoedebeleid bij de Programmabegroting 2020-2023 (A12, gewijzigd, 4-11-2019) is het bedrag opgehoogd naar € 350,-. Hiervoor is extra dekking gevonden in de begroting (zie Financiën). Op deze manier wordt voorkomen dat kinderen de dupe worden van de besparingen.

De meerwaarde van het Kindpakket ligt vooral in het gerichter bereiken van kinderen in armoede. Met de nieuwe regeling worden alle activiteiten en zaken die nu door twee regelingen worden vergoed ondergebracht in een voorziening, waarvoor een ouder slechts een keer een aanvraag doet. Dit pakket kan als de minimavoorziening voor kinderen in Zutphen gepromoot worden. Met de introductie van het Kindpakket is een van de doelstellingen uit het armoedebeleid verwezenlijkt.

Zutphen werkt samen met Stichting Leergeld en het Jeugdfonds voor Sport en Cultuur om, aanvullend op de huidige Meedoenregeling, meer kinderen te bereiken. Het Kindpakket biedt de mogelijkheid om de onderlinge samenwerking te intensiveren. Hierover worden gesprekken gevoerd met deze organisaties. Een optie is de uitvoering van het Kindpakket bij Stichting Leergeld te beleggen. Dat maakt de toegang tot het Kindpakket laagdrempelig en biedt mogelijkheden om dit (basis)pakket uit te breiden met extra vergoedingen en eenmalige acties op basis van fondswerving en donaties. Om de uitvoering eenvoudig te houden is een vermogenstoets achterwege gelaten. 

1.3 De wijziging van verstrekkingstermijn van de Individuele inkomenstoeslag is geen aanvullende maatregel, maar is een noodzakelijke aanpassing die nu wordt meegenomen.

In het kader van de vereenvoudiging van de regelgeving is bij de totstandkoming van de Verzamelverordening werk en inkomen in 2017 besloten om de verstrekking van alle minimaregelingen op 1 x per kalenderjaar vast te stellen. Voor de Individuele inkomenstoeslag is dat juridisch niet houdbaar: de Participatiewet bepaalt dat de Individuele inkomenstoeslag pas 12 maanden na de eerste of voorafgaande aanvraag verstrekt kan worden. In de uitvoering heeft deze vereenvoudiging ook geleid tot een onwenselijke stuwing van aanvragen in het begin van het jaar, met name ook van mensen die tijdelijk in een inrichting verblijven. Voorgesteld wordt om de Individuele inkomenstoeslag (weer) te verstrekken conform de wet.

1.4 Er wordt een voorziening maatwerk medische kosten gecreëerd.

Op 4 november heeft de raad een amendement armoedebeleid (A12, gewijzigd) aangenomen, waarin € 50.000,- beschikbaar wordt gesteld voor een voorziening maatwerk medische kosten. Deze maatwerkvoorziening moet voorkomen dat chronisch zieken en mensen met een beperking door hoge, onvermijdelijke zorgkosten niet kunnen rondkomen en dat de besparingen het effect hebben zorgmijdend gedrag in de hand werken. Over de uitvoering en monitoring informeren wij u begin 2020.

Risico’s

1.1 Onrust en zorgen onder de minimahuishoudens in Zutphen.

Waar de maatregelen van 2018 een achteruitgang betekenen voor wat betreft de hoogte van de (minima)verstrekkingen, hebben de aanvullende maatregelen verstrekkender gevolgen doordat een aantal regelingen komt te vervallen of opgaat in een nieuwe regeling. Met name voor inwoners die bekend zijn met en/of gebruik maken van de voorzieningen, bestaat de kans op onrust. Het is zaak mensen tijdig in te lichten over de veranderingen, zodat zij daarop kunnen anticiperen. Dat dient zorgvuldig te gebeuren, omdat deze communicatie op haar beurt ook weer voor onrust kan zorgen. Er is een communicatieplan opgesteld waarin al deze communicatieaspecten zijn meegenomen. Groepen die rechtstreeks geraakt worden door de wijzigingen worden via een aparte mailing ingelicht. Dat geldt met name voor de collectief verzekerden. Daarnaast is er een overgangsregeling bij de kinderopvang op basis van sociaal medische indicatie (lopende afspraken) om gemaakte afspraken tot uiterlijk een half jaar na 1 januari 2020 te respecteren.

1.2 Negatieve inkomenseffecten en onwenselijke maatschappelijke effecten.

De aanvullende maatregelen hebben een effect op het besteedbaar inkomen van de minima, afhankelijk van welke regeling gebruik wordt gemaakt. Mensen die langdurig op bijstandsniveau leven, krijgen vanaf 2020 een lagere Individuele inkomenstoeslag. De verlaging van de Meedoen-regeling kan tot gevolg hebben dat mensen afzien van sporten en andere participatieactiviteiten. Het is zaak de vinger aan de pols te houden en alert te zijn op signalen van ongewenste effecten. In de hierboven genoemde monitoring kunnen deze signalen zichtbaar worden (bijvoorbeeld door verminderde aanvragen), maar ook ketenpartners en organisaties als Leergeld, Schuld Hulp Maatje, MEE, de Voedselbank en andere deelnemers aan Verbindkracht kunnen deze signalen afgeven.

1.4 De aanvullende besparingen worden niet volledig gerealiseerd.

Met de aanvullende maatregelen is, zoals eerder opgemerkt, een goede basis gelegd voor een toekomstbestendig stelsel van minimaregelingen. De maatregelen zijn gebaseerd op prognoses van de ontwikkeling van de minimaregelingen (zie bijlage 2). Deze minimaregelingen zijn open-eind-regelingen en daarom kunnen de uiteindelijk resultaten anders uitvallen dan de prognoses. Het is niet uit te sluiten dat de geplande besparingen niet volledig gerealiseerd worden. Bijvoorbeeld doordat er plotseling meer mensen gebruik gaan maken van regelingen. Ook hier is voortdurende monitoring belangrijk. Overigens is het omgekeerde effect ook denkbaar, namelijk dat er minder aanvragen worden gedaan en er een voordeel op de besparingstaakstelling ontstaat.

Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering

Er is een communicatieplan opgesteld, waarin onder andere de volgende maatregelen zijn opgenomen (zie ook onder risico’s):

  • mailing aan inwoners die collectief verzekerd zijn;
  • voorlichting interne medewerkers en externe partners;
  • update website, folders;
  • aanpassen beschikkingen, rapportages, aanvraagformulieren;
  • publicatie verzamelverordening en beleidsvoorschriften;

De Verzamelverordening werk en inkomen gemeente Zutphen 2017 (4e wijziging) treedt op hetzelfde moment in werking als dat de Beleidsvoorschriften werk, inkomen en participatie gemeente Zutphen 2019 (2e wijziging) in werking treden. Beide worden gepubliceerd in het gemeenteblad.

Rapportage/evaluatie

De ontwikkelingen van de minimaregelingen worden gemonitord binnen thema 5 (Waarvan is het sociaal domein?). In de Burap en de kwartaalrapportages wordt hierover gerapporteerd.

Financiën

De aanvullende maatregelen moeten er voor zorgen dat de bezuinigingen van thema 5 (Waarvan is het sociaal domein?) voor wat betreft de minimaregelingen daadwerkelijk gerealiseerd worden. Deze bezuinigingen zijn verwerkt in de begroting 2020 en de meerjarenraming. Tevens moeten de aanvullende maatregelen er voor zorgen dat er geen overschrijdingen plaatsvinden op de minimaregelingen die nu nog niet onder maatregelen van thema 5 vallen. De aanvullende maatregelen worden toegevoegd aan de monitor van thema 5. Een begrotingswijziging is niet nodig.

Als gevolg van het amendement armoedebeleid bij de programmabegroting 2020-2023 (A12 gewijzigd, 4-11-2019) wordt vanaf 2020 € 95.000,- structureel beschikbaar gesteld voor twee maatregelen, die de effecten van de bezuinigingen op het armoedebeleid beheersbaar moeten houden. Voor de verhoging van het bedrag van het Kindpakket naar € 350,- wordt € 45.000,- onttrokken aan het budget van de Zutphen Academie. Om de voorziening maatwerk medische kosten ter hoogte van € 50.000,- te creëren wordt de toeristenbelasting verhoogd naar € 2,50 per dag.

Bijlagen

  1. Wijzigingsverordening Verzamelverordening werk en inkomen gemeente Zutphen 2017 (4e wijziging).
  2. Collegebesluit 27 augustus (besluit 2019_BW_00422) Aanvullende maatregelen in het sociaal domein thema 2,3 en 5 (=inclusief Bijlage 3: Toelichting aanvullende maatregelen Participatie. Extra besparingen minimabeleid: opties en voorstel voor een pakket maatregelen).
  3. Uitwerking aanvullende maatregelen (Participatie / minimabeleid) Verzamelverordening
  4. Advisering aanvullende maatregelen Participatiewet (=advies van de Brede adviesraad sociaal domein (BASD)).
  5. Antwoordbrief college aanvullende maatregelen Participatiewet / minimabeleid (=naar aanleiding van het advies BASD).

Bijlagen

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2019-0129

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 14 november 2019 met nummer 152655



b e s l u i t :

de Verzamelverordening werk en inkomen gemeente Zutphen 2017 (4e wijziging) vast te stellen conform bijgevoegd concept (bijlage 1).

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter, de griffier,

Behandeld in Forum van 2 december 2019 Naar boven

Toelichting griffie

De raad wordt voorgesteld de Verzamelverordening werk en inkomen gemeente Zutphen 2017 (4e wijziging) vast te stellen conform bijgevoegd concept (bijlage 1).

Dit raadsvoorstel beoogd door de aanvullende maatregelen de besparingstaakstelling van het rapport Evenwicht in het Sociaal Domein, thema 5 (Waarvan is het sociaal domein?) alsnog te realiseren voor de periode 2020-2022. Tevens wordt voorkomen dat er de komende jaren een fors structureel tekort ontstaat op de totale uitgaven van de minimaregelingen.

Op grond van artikel 147 en 147 van de Gemeentewet is het een bevoegdheid van de gemeenteraad om verordeningen vast te stellen.

Raadsadviseur: M.J.E. van den Berg-Platzer

Datum 02-12-2019 Tijd 21:00 - 22:00
Zaal
Warnsveldzaal
Behandeling
Oordeelsvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
F.J.G.M. Manders
Griffier
M Linssen
Aanwezig namens Naam
GroenLinksI Kleinrensink
SPH.M.H. Giesen
PvdAJ. Bloem
BurgerbelangP.I. Ackermans
D66Y.J.A. ten Holder
VVDA. van Dijk
CDAK.M. van Wamel
StadspartijG.J.H. Pelgrim
BewustZW
ChristenUnieA. van Dijken

Verslag van de vergadering

De voorzitter heet de aanwezigen welkom en geeft het woord aan het College.

Volgens het College is het onderwerp al eerder behandeld en door het aannemen van het amendement zijn al een aantal zaken in gang gezet. Er wordt gekeken hoe het vorm gegeven moet worden in samenwerking met het adviesorgaan sociaal domein, en het specifieke budget. Wij proberen ook een helder beeld te krijgen om welke mensen het precies gaat, om het goed te monitoren. Het kinderpakket voeren we gewoon op. Bij de stukken treft u de brief van de BASD (Brede Adviesraad Sociaal Domein) en de reactie van het college.

D66 dankt het College voor het voorstel. Het geeft een mooi overzicht hoe Zutphen zich onderscheidt van de regiogemeentes. Wij hebben een aantal vragen ter informatie:

- Een aantal punten gingen over specifieke begeleidingsregelingen, gaan deze bezuinigingen door?
- Peuteropvang voor ouders die geen recht hebben op toeslag. Wij schrokken ervan dat we teruggaan naar 2 dagdelen, alleen vanwege de kosten. Maar kan er een oplossing om deze doelgroep de uren opvang te bieden, waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat deze noodzakelijk zijn?
- Is het gevolg van de bezuiniging niet dat we elders meer geld moeten uitgeven?
- U schrijft over rapportages: maar dat zijn vooral rapportages over de bezuiniging, maar hoe staat het met de monitoring van het sociaal domein?

Burgerbelang vraagt waarom er geen vermogenstoets is verbonden aan het kindpakket.

De VVD wil graag weten hoeveel grip het College heeft op de stichting Leergeld.

De PvdA heeft zorg over de kinderopvang voor kinderen met een sociaal-medische indicatie. Zij wil graag weten of er een hardheidsclausule is voor schrijnende gevallen, om erger te voorkomen.

Het SP wil van het College weten of bekend is wat de effecten zijn van het beleid in de praktijk. Leidt dit bijv. niet tot een explosieve groei van de schuldhulpverlening. Zij wil weten hoe de afschaffing van de Meedoen en Jeugdregelingen en de start van het kinderpakket in september gaat verlopen. Kunnen mensen nog een beroep doen op de oude regelingen?

Het CDA vraagt aandacht voor communicatie over de wijzigingen. Naast de schriftelijke en online communicatie wil zij graag persoonlijke uitleg en ondersteuning.

De ChristenUnie vindt de brief aan de adviesraad duidelijk, maar vraagt zich af of we problemen binnen "ons eigen vierkant" proberen op te lossen terwijl het om grotere maatschappelijke problemen gaat. Is het bijv. geen optie om te onderzoeken wat het effect zou zijn van een vermindering met 10% van het aantal sociale huurwoningen? De PvdA reageert hierop met een wedervraag: in hoeveel jaar denkt de ChristenUnie dat dit effect gaat opleveren? De reactie van de ChristenUnie is dat het om een lange termijn effect gaat, en dat hierbij ook samenwerking met omliggende gemeentes moet worden gezocht.

GroenLinks wil graag weten wat de gevolgen zijn voor mensen die nu dagbesteding krijgen, wat betreft het eigen risico.

De Stadspartij benadrukt een evenwichtige aanpak, en vindt het belangrijk dat alle groepen bereikt worden.

Het College reageert allereerst op de suggestie van de ChristenUnie voor een vermindering van het aantal sociale huurwoningen en stelt dat we aan een krachtiger Zutphen werken dat een betere afspiegeling van de economische verhoudingen in Nederlandse samenleving. Zij voelt niet voor een onderzoek omdat het weinig productief is. We moeten ervoor zorgen vergelijkbaar te worden met andere gemeentes.

De ambtelijk ondersteuner geeft een toelichting wat betreft de ingangsdatum: dat is 1 januari 2020 voor de nieuwe regelingen.

Het College heeft een goede relatie met de stichting Leergeld, en vindt de kennis heel waardevol en leerzaam. De dagbesteding is onderzoek naar de uitwerking van maatregelingen wat betreft eigen risico en de collectieve verzekeringen.

De SP vraagt hoe de korting met 640 euro gaat uitpakken voor alleenstaande ouders. Het College antwoordt dat dit per geval zal verschillen. We gaan de situatie gelijktrekken met andere gemeentes waarbij we specifieke groepen proberen te ontzien.

Het College geeft aan dat de mensen vanuit Toegang en Perspectief ook een rol hebben in de ondersteuning bij de communicatie van deze maatregelen.

De voorzitter concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en sluit de vergadering.

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad

Behandeld in Raad 16 december 2019 Naar boven

 
Datum 16-12-2019 Tijd 19:30 - 23:00
Zaal
Burgerzaal
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
A. Vermeulen
Griffier
G.A.J. Winters

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.

Bijlagen

Besluit

Aangenomen
Geen amendementen ingediend