Twee nieuwe alternatieven naast het oorspronkelijke plan Broederenklooster

Onderwerp Twee nieuwe alternatieven...

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Twee nieuwe alternatieven naast het oorspronkelijke plan Broederenklooster

Onderwerp Twee nieuwe alternatieven naast het oorspronkelijke plan Broederenklooster
Programma11. Kunst en cultuur
ForumOordeelsvormend
Portefeuillehouder A. de Jonge
Inlichtingen bij L. van der Poel
0575 587220 l.vanderpoel@zutphen.nl
Soort bevoegdheidKaderstellend
BeleidsvrijheidRuim
ProgrammabegrotingswijzigingNee
Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :
  1. Kennis te nemen van de uitwerking van de twee alternatieven (alternatief ‘s-Gravenhof en alternatief Behoud) naast het plan Broederenklooster bestaande uit:
    - Ondernemersplannen van Graafschap Bibliotheken, Musea Zutphen en Archeologie;
    - Exploitatiebegrotingen voor drie alternatieven;
  2. De keuze te bepalen op alternatief 's Gravenhof of alternatief Behoud of het plan Broederenklooster; *
  3. De uitvoering te starten binnen het beschikbare voorbereidingskrediet in afwachting van de financiële vertaling die op basis van de gemaakte keuze in het voorjaar van 2015 ter besluitvorming zal worden voorgelegd;
  4. Gedeputeerde Staten van Gelderland zo nodig te verzoeken mee te werken aan herijking van het stadscontract 2012 – 2015.

* Twee  van de drie voorgelegde keuzemogelijkheden moeten nog worden verwijderd uit de tekst, zodat alleen de gewenste keuze overblijft.

Inhoud

Inleiding/aanleiding

Op 10 juni 2014 heeft u ons opgedragen om naast het bestaande plan Broederenklooster (raadsbesluit van februari 2014), onder begeleiding van een onafhankelijke commissie, twee alternatieven uit te werken voor toekomstbestendige culturele voorzieningen (musea en bibliotheek) met de taakstelling van een structurele bezuiniging van € 500.000. U wilde hiervoor een voorstel ontvangen voor 1 december 2014.

Op basis van overleggen met culturele instellingen, bezoekers, inwoners, gemeenteraadsleden en de provincie, en een ‘tussenbalans’ van de onafhankelijke begeleidingscommissie, hebben wij op 30 september 2014 besloten:

  • Alternatief 1 (= alternatief ‘s-Gravenhof) uit te werken op basis van huisvesting van de Musea Zutphen en archeologie in het voormalig SSR pand aan de Kuiperstraat en Graafschap bibliotheken in de Broederenkerk.
  • Alternatief 2 (= alternatief Behoud) uit te werken op basis van behoud van de huidige huisvesting van Musea Zutphen en Graafschap Bibliotheken en huisvesting van archeologie in de Agnietenkapel.
  • Als kader voor de toekomstbestendige voorzieningen te hanteren dat de functies de komende vijftien jaar kunnen blijven bestaan met de toekomstige huisvesting, organisatievorm en exploitatieomvang.
  • Afzonderlijk afspraken te maken met de stichting Stadspromotie over de toekomstige plek van de toeristische informatiefunctie.

Wij hebben dit besluit en de bijlagen aan uw raadsleden toegezonden.

In de afgelopen periode zijn de  twee alternatieven uitgewerkt via:

  1. Inpassing van het programma van eisen voor de culturele (maatschappelijke) functies in de alternatieven en vertaling naar investeringsramingen
  2. Ondernemingsplannen voor Graafschap bibliotheken, Musea Zutphen en archeologie
  3. Exploitatiebegrotingen voor Graafschap bibliotheken, Musea Zutphen en archeologie in de twee alternatieven
  4. Exploitatiebegrotingen voor het gemeentelijk vastgoed bij de alternatieven.
  5. De huisvesting van de VVV is op basis van ons besluit van 30 september 2014 niet meer betrokken in de vergelijking van de alternatieven.

In de bijgaande notitie zijn de drie alternatieven naast elkaar gezet.

Het alternatief Behoud onderscheidt zich van de beide andere alternatieven omdat de toekomstbestendigheid beperkt is. De bestaande functies kunnen blijven functioneren in de bestaande huisvesting. Echter, er is geen sprake van het aanpassen van de huisvesting aan de actuele en verwachte behoeften van gebruikers. In dit alternatief kan de beoogde bezuiniging van € 500.000 niet worden behaald zonder verder te snijden in de voorzieningen (sluiten bibliotheek Warnsveld en sluiten van een museum).De alternatieven ‘s-Gravenhof en Broederenklooster gaan uit van een impuls voor de betrokken functies.Er zijn echter verschillen in de wijze waarop dat vorm krijgt. Het plan Broederenklooster vormt een poort van de stad, centraal tussen station en binnenstad, een plek van ontmoeting waar alle informatie van en over de stad is te vinden voor bezoekers van binnen en buiten Zutphen. De bibliotheek is hier een verbinder tussen de culturele functies onderling en maatschappelijke functies in de gemeente. In het alternatief ‘s-Gravenhof wordt geïnvesteerd in enerzijds de relatie met de omgeving van het ’s-Gravenhof als historische plek en anderzijds in de bibliotheek als het Huis van de Taal en sociaal verbinder vanuit de Broederenkerk.

Beide varianten hebben voors en tegens. Op basis van ons onderzoek hebben wij een voorkeur voor het alternatief ‘s-Gravenhof. Dit alternatief geeft een impuls aan de stad Zutphen, biedt goede mogelijkheden voor verdere ontwikkelingen in zowel de culturele als sociale infrastructuur van onze gemeente. Er zijn meer bezoekers en verbindingen met andere partijen haalbaar. Het alternatief ’s-Gravenhof heeft het meeste draagvlak in de stad. Er is geen grootschalige nieuwbouw nodig om dit alternatief te kunnen realiseren.

Beoogd effect

  • Toekomstbestendige culturele voorzieningen met een belangrijke economische en maatschappelijke betekenis voor de stad Zutphen.
  • Structurele ombuiging van € 500.000.
  • Behoud en herbestemming cultureel erfgoed.

Argumenten

1.1  De ondernemingsplannen tonen de ambities van de betrokken organisaties

In de ondernemingsplannen (en ook in de eerdere visies) beschrijven Graafschap bibliotheken, Musea Zutphen en archeologie hoe zij hun dienstverlening optimaal willen aanbieden aan een zo groot mogelijke groep gebruikers in de context van maatschappelijke -, markt - en wettelijke ontwikkelingen.

1.2 De exploitatiebegrotingen laten zien dat de betrokken organisaties forse bezuinigingen kunnen realiseren binnen hun begroting wanneer er een impuls wordt gegeven aan de culturele infrastructuur.

Van de ombuiging van € 500.000 is € 260.000 al verwerkt in de begroting 2014 van Musea Zutphen en Graafschap bibliotheken. De exploitatieprognoses in de verschillende alternatieven zijn bijgevoegd. In de alternatieven wordt een fors deel van het tweede deel van de ombuigingen in de exploitaties van Musea Zutphen en Graafschap bibliotheken gerealiseerd.

1.3 Het programma van eisen voor de huisvesting van de functies is in alle alternatieven verwerkt

In december 2013 is een programma van eisen opgesteld voor het plan Broederenklooster. Dit programma van eisen is gebruikt bij de beoordeling van de mogelijke huisvesting in het ‘s-Gravenhof alternatief. In het alternatief Behoud is er meer ruimte beschikbaar en is het toekomstbestendig maken van de bestaande huisvesting leidend geweest voor de investeringsraming.

2.1 De mate van toekomstbestendigheid is niet gelijk in de verschillende alternatieven

Het alternatief Behoud vormt geen toekomstbestendige oplossing voor de culturele infrastructuur van Zutphen. De huisvesting van de organisaties wordt aangepast aan de technische, wettelijke en facilitaire eisen. Dit biedt weinig mogelijkheden om meer te doen dan wat de organisaties nu doen, waardoor de mogelijkheid om meer bezoekers te trekken en meer samenwerking te organiseren ook niet wijzigen.

De alternatieven Broederenklooster en ‘s-Gravenhof geven wel een impuls aan het toekomstig gebruik. Het plan Broederenklooster doet dat vooral door een synergie tussen de culturele functies op verschillend niveau en presentatie. Het alternatief ‘s-Gravenhof verbindt de cultuurhistorie aan het ’s-Gravenhof en faciliteert de ontmoetingsfunctie en verbinding met sociaal-maatschappelijke functies vanuit de bibliotheek.

2.2  Het alternatief ‘s-Gravenhof kan op meer draagvlak van omwonenden en de samenleving rekenen dan het plan Broederenklooster.

Hoewel de presentatie van een aansprekend ontwerp voor het plan Broederenklooster in de Stentor veel positieve reacties kreeg, weten we dat omwonenden en een groep inwoners die strijdt voor behoud van ruimte rond het Gideonmonument zich zullen blijven verzetten tegen nieuwbouw op deze locatie. Op 7 oktober zijn de omwonenden van de twee mogelijke nieuwe locaties (Agnietenkapel en SSR pand) voor de culturele voorzieningen uitgenodigd in deze gebouwen. De bezoekers reageerden positief op het voornemen tot gebruik van het SSR pand voor de culturele voorzieningen. De omwonenden zijn vervolgens op 12 november uitgenodigd kennis te nemen van de mogelijke inpassing van het programma van eisen en de toegang en ontsluiting van de gebouwen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

2.3  De realisatietermijnen van de alternatieven lopen uiteen

Voor het alternatief Behoud zijn geen planologische procedures nodig, waarschijnlijk wel vergunningen voor de aanpassingen in de betreffende gebouwen. Het alternatief ‘s-Gravenhof kan ook zonder planologische procedures, maar vergt wel een vergunningprocedure. De provincie zal niet eerder dan in februari besluiten over een eventuele bijdrage aan het alternatief ‘s-Gravenhof. De provincie wil haar bijdrage op grond van het stadscontract 2012 – 2015 afrekenen per 31 december 2015. Bij een keuze voor alternatief ‘s-Gravenhof is deze termijn misschien haalbaar met een slagvaardige (en op onderdelen parallel gestuurde) voorbereiding. Het plan Broederenklooster kan pas in 2017 worden afgerond bij een voorspoedige bestemmingsplan procedure.

2.4 De begeleidingscommissie adviseert een keuze voor alternatief ‘s-Gravenhof

De onafhankelijke begeleidingscommissie heeft een advies uitgebracht en spreekt daarin haar steun uit over het alternatief ‘s-Gravenhof. De commissie ziet in dit alternatief goede kansen tot interne vernieuwing (o.a. verhaal van de geschiedenis van Zutphen) en externe samenwerking.

3.1 Na besluitvorming door Provinciale Staten en uitwerking van de ( eventuele) extra ombuiging kunnen wij u een begrotingswijziging voorleggen

Indien u kiest voor één van de alternatieven waarvoor een bijdrage van de provincie nodig is, dan kunnen wij u voorstel voor een investeringskrediet voorleggen na besluitvorming in Provinciale Staten. Indien u besluit tot het alternatief ’s-Gravenhof is er een aanvullende bezuiniging nodig van bijna

€ 200.000 structureel. Wij denken deze bezuiniging te kunnen vinden via versterking van de lokale en regionale samenwerking, de samenwerking binnen het cultuurcluster en pachtinkomsten uit horeca tot naar schatting € 50.000 structureel. Vervolgens kan er € 50.000 worden gezocht bij de door te berekenen huurprijs voor het SSR pand. De marktconforme huurwaarden zijn immers op voorhand niet gerealiseerd en er is sprake van maatschappelijk gebruik. De resterende bezuiniging van € 100.000 structureel zal worden gezocht binnen de cultuurbegroting als uitgangspunt voor de cultuurnota.

4.1 De betrokken gedeputeerden zijn bereid om een goed onderbouwd voorstel voor de herijking van het stadscontract 2012 -2015 voor te leggen aan het provinciaal bestuur

In het stadscontract hebben de gemeente Zutphen en provincie Gelderland afgesproken het Broederenklooster te realiseren. Indien het besluit tot realisering van het Broederenklooster wordt herbevestigd, dan zal de gemeente uitstel moeten vragen voor de realisatie termijn. Indien de gemeenteraad kiest voor het alternatief ‘s-Gravenhof, dan is de verantwoordelijke gedeputeerde bereid een voorstel voor te voorbereiden (mits de plannen goed zijn onderbouwd) voor een herijking van het stadscontract om een provinciale bijdrage te geven.

Kanttekeningen

1.1  De begrotingen van de nieuwe alternatieven zijn niet op dezelfde wijze ingericht als de begroting van het eerdere plan Broederenklooster

In het plan Broederenklooster is er sprake van een stichting, waarin Graafschap bibliotheken, Musea Zutphen, archeologie en VVV participeren, die het hele gebouw huurt van de gemeente en de exploitatie van de centrale publieke ontvangstruimten op zich neemt. Een deel van de inkomsten en uitgaven verschuiven daarmee van de afzonderlijke organisaties naar de nieuwe stichting. In het bedrijfsplan voor Broederenklooster was ook de begroting van Graafschap Bibliotheken opgenomen vanwege de samenhang met die van de stichting Broederenklooster. De financiële opzet van de twee alternatieven is gericht op de consequenties voor de gemeentebegroting.

Door de gewijzigde inbreng van gemeentelijke panden in de twee nieuwe alternatieven, en het feit dat de gemeente niet werkt met interne verhuur, bleek een afzonderlijke presentatie van het gemeentelijk vastgoed de beste wijze van vergelijking van de drie alternatieven. In het eerdere raadsvoorstel over Broederenklooster (24 februari 2014) was de begroting van de op te richten stichting en de afzonderlijke participerende organisaties vergeleken met de actuele gemeentebegroting.

1.2  De beoogde bezuiniging van € 500.000 op de gemeentebegroting wordt in de alternatieven niet behaald.

Ondanks de enorme inzet van de betrokken organisaties om de opgelegde ombuigingen te koppelen aan hun huidige en toekomstige opgave kan de ombuiging van € 500.000 niet worden gerealiseerd in de twee nieuwe alternatieven. In alternatief ‘s-Gravenhof wordt dit veroorzaakt door de marktwaarde van het pand SSR en in het alternatief Behoud is een hogere subsidie nodig voor behoud van de Graafschap Bibliotheek en zijn Musea Zutphen beperkt in hun mogelijkheden tot het aantrekken van nieuwe bezoekers.

Hierbij moet worden aangetekend dat het plan Broederenklooster een hogere investering vraagt van de gemeente en dat in dit alternatief de inrichtingskosten niet in het krediet zijn meegenomen.

1.3 De gemeentelijke begroting voor vastgoed exploitatie van gemeentelijke panden wordt negatief beïnvloed vooral in het alternatief ‘s-Gravenhof

De gemeente Zutphen hanteert in haar begroting geen interne doorbelasting van huur. In de begroting is een deel van de huisvestingslasten opgenomen bij de exploitatie van de gemeentelijke onderdelen (kapitaallasten en eigendomslasten). De gebouwgebonden onderhoudslasten zijn opgenomen in de vastgoedexploitatie.

De resultaten van de vastgoedexploitatie van gemeentelijke panden wordt beïnvloed door een mogelijk toekomstig gebruik van de panden SSR en Agnietenkapel en het buiten (gemeentelijk) gebruik plaatsen van de panden Broederenklooster en Zaadmarkt.

2.1  Het alternatief Behoud is een beperkt toekomstbestendig alternatief

Het alternatief Behoud gaat uit van een toekomstbestendige huisvesting voor de culturele functies. De betrokken organisaties zijn hiermee in staat hun huidige activiteiten voort te zetten. Er is in dit alternatief geen sprake van aanpassing van de inrichting en uitstraling van de functies aansluitend aan de wensen van de hedendaagse (en naar verwachting toekomstige) gebruikers.

3.1 Om de taakstellende bezuiniging te behalen is er mogelijk nog een aanvullende ombuiging nodig

Op basis van de taalstelling is er nog een aanvullende bezuiniging van maximaal € 200.000 per jaar nodig in beide nieuwe alternatieven. Deze bezuiniging is nog niet concreet ingevuld. Wel hebben wij richting gegeven aan de invulling ervan.

4.1 De alternatieven Broederenklooster en ‘s-Gravenhof kunnen alleen worden gerealiseerd met medewerking van de provincie via het stadscontract

De provincie heeft aangegeven dat zij niet zal bijdragen aan het alternatief Behoud. De alternatieven Broederenklooster en ‘s-Gravenhof versterken de culturele infrastructuur van Zutphen en zorgen voor toekomst bestendige voorzieningen voor Musea Zutphen, Graafschap bibliotheken en archeologie. In deze alternatieven wordt de samenwerking en synergie in het cultureel en sociaal domein gefaciliteerd met adequate huisvesting. De extra investeringslasten kunnen worden gedekt via een provinciale bijdrage via het stadscontract 2012 – 2015. In beide situaties is aanvullende besluitvorming door Provinciale Staten vereist. Inmiddels heeft de gedeputeerde aangegeven dat zij een goed onderbouwd alternatief ‘s-Gravenhof wil steunen en een voorstel wil voorbereiden voor Provinciale Staten in februari 2015. Er is nog geen bereidheid uitgesproken om de provinciale bijdrage te koppelen aan uitgaven na 31 december 2015.

4.2 De alternatieven ‘s-Gravenhof en Broederenklooster kunnen niet worden gerealiseerd binnen de termijn van het geldende stadscontract 2012 - 2015

De bouw van het plan Broederenklooster kan op zijn vroegst worden afgerond medio 2017. Het alternatief ‘s-Gravenhof vraagt een bouwtijd tot zeker medio 2016. De betrokken gedeputeerde heeft aangegeven dat hij wil meedenken in een constructie waarbij de provinciale bijdrage wordt afgerekend eind 2015 en de gemeente haar eigen middelen daarna betaald. Een dergelijke aanpak kan het alternatief ‘s-Gravenhof laten aansluiten bij de procedure afspraken in het stadscontract 2012 – 2015.

Uitvoering/Communicatie/Vervolgtraject

24 november 2014:
- Openbare toelichting van het raadsvoorstel en het advies van de begeleidingscommissie aan de gemeenteraadsleden en andere belangstellenden

25 november 2014: inloop uur voor technische vragen van raadsleden
- Beantwoording van technische vragen uiterlijk 28 november 2014

1 december 2014: oordeelsvormend forum

15 december 2014: besluitvorming gemeenteraad

Vervolg:
December - februari 2015: Aanbesteding ontwerp en start bestemmingsplanherziening voor nieuwbouw

Februari 2015: Eventueel besluit Provinciale Staten over herijking stadscontract

Maart 2015: Eventueel krediet voor realisatie van een alternatief

Februari 2015 - juni 2016: Ontwerp, voorbereiding en realisatie alternatief Behoud of alternatief SSR t/m 2017 voor plan Broederenklooster (afhankelijk van bestemmingsplan wijziging later) .

Rapportage/evaluatie

Via reguliere bestuursrapportages.

Financiën

Zie bijlage Financiën.

Bijlagen

  1. Collegebesluit van 18 november 2014
  2. Notitie Alternatieven voor de versterking van de culturele infrastructuur in Zutphen met bijlage advies van de onafhankelijke  begeleidingscommissie d.d. 10 november 2014
  3. Collegebesluit 30 september 2014 met bijlage notitie kaders alternatieven
  4. Visies van Musea Zutphen, Graafschap bibliotheken en archeologie
  5. Ondernemingsplannen Musea Zutphen, Graafschap bibliotheken en Archeologie
  6. Gevolgen gemeentebegroting in drie alternatieven

Bijlagen

Bijlage 1 Getekend collegebesluit 18-11-2014
Bijlage 2 Notitie alternatieven 13-11-2014 incl. advies begeleidingscommissie
Bijlage 3 Getekend collegebesluit 30-09-2014
Bijlage 3.a Bijlage collegebesluit 30-09-2014 Notitie kaders alternatieven 2014
Bijlage 4 Visies compleet
Bijlage 5 Ondernemingsplannen 20141117
Bijlage 6 Gevolgen gemeentelijke exploitatie samengevat
Bijlage financien

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2014-0165

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 18 november 2014 met nummer 47264;



b e s l u i t :

  1. Kennis te nemen van de uitwerking van de twee alternatieven (alternatief ‘s-Gravenhof en alternatief Behoud) naast het plan Broederenklooster bestaande uit:
    - Ondernemersplannen van Graafschap Bibliotheken, Musea Zutphen en Archeologie;
    - Exploitatiebegrotingen voor drie alternatieven;
  2. De keuze te bepalen op alternatief 's Gravenhof;
  3. De uitvoering te starten binnen het beschikbare voorbereidingskrediet in afwachting van de financiële vertaling die op basis van de gemaakte keuze in het voorjaar van 2015 ter besluitvorming zal worden voorgelegd;
  4. Gedeputeerde Staten van Gelderland zo nodig te verzoeken mee te werken aan herijking van het stadscontract 2012 – 2015.

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter,de griffier,

Forum van 1 december 2014


Toelichting griffie:

In de raadsvergadering van 10 juni 2014 heeft de raad besloten het op 24 februari 2014 (kort voor de gemeenteraadsverkiezingen) genomen raadsbesluit inzake het Broederenklooster op te schorten en is het college opgedragen om onder begeleiding van een onafhankelijke commissie van externen (begeleidingscommissie) uit de samenleving twee alternatieven uit te werken en deze voor 1 december 2014 aan de raad voor te leggen.

De twee varianten zijn nu uitgewerkt en de raad kan deze gaan beoordelen en een keus maken.

Voorafgaand aan de forumbehandeling vindt nog een tweetal bijeenkomsten plaats.

24 november 2014:
Het college presenteert tussen 19.00 en 20.30 het raadsvoorstel met de uitgewerkte alternatieven rond het Broederenklooster in de commissiekamer. Ook zal de begeleidingscommissie het opgestelde haar advies toelichten. Vervolgens wordt ruimte geboden aan de aanwezigen om vragen te stellen aan zowel het college als de begeleidingscommissie.

25 november 2014:
Inloopuur voor de raad om technische vragen te kunnen stellen en uitleg over financiële zaken aangelegenheden te krijgen (17:30 - 18:30 Oude Stadhuis).
Antwoorden op vragen die ter plaatse niet kunnen worden gegeven worden schriftelijk nagestuurd op 28 november 2014.

Vergaderprocedure:
Als vergaderprocedure wordt door de voorzitter voorgesteld:

  1. Opening
  2. Insprekers
  3. Toelichting van het raadsvoorstel door het college en een terugkoppeling van de stappen die de afgelopen periode ter voorbereiding ervan zijn gezet.
  4. Eerste termijn
    - politieke vragen aan het college
    - beantwoording van de politieke vragen door het college
  5. Tweede termijn [20.00 uur]
    Uiteenzetten van het voorlopig politiek fractiestandpunt (3 minuten per fractie) gevolgd door het bevragen van deze fractie door de andere fracties (2 minuten)
  6. Sluiting

Raadsadviseur: G.A.J. Winters

Datum: 01-12-2014
Tijd: 19:00 - 21:00
Zaal: Warnsveldzaal
Behandeling: Oordeelsvormend
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: A.IJ. Pepers
Griffier: H.M.A.A. van Vliet
Notulist: More Support

Aanwezig namensNaam
BurgerbelangR.C.M. Sueters
SPM.J. ten Broeke
D66A.S.R. Dijk
PvdAF.J.M. Heitling
GroenLinksC. Oosterhoff
StadspartijJ. Boersbroek
VVDB. van der Veen
CDAG.H. Brunsveld
ChristenUnieA. Oldenkamp
Fractie JansenT. Marks
De Lokale Partij

Portefeuillehouder(s): A de Jonge
Pers: ja
Publiek: circa 35 personen

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur en heet de aanwezigen welkom.Hij schetst de beoogde vergaderprocedure. Het Presidium heeft reeds besloten dat het raadsvoorstel in een extra raadsvergadering op dinsdag 16 december geagendeerd zal worden.

Het College dankt de raad voor de kans die de stad is gegeven met het uitwerken van de twee extra alternatieven naast het aangenomen plan Broederenklooster. Tevens dankt het College de begeleidingscommissie voor het vele werk dat zij in het project heeft gestoken.

Vorige week maandag heeft een inhoudelijke sessie plaatsgevonden, waarbij het College de voorstellen heeft gepresenteerd en de begeleidingscommissie haar advies heeft toegelicht. Een dag later konden technische vragen worden gesteld tijdens een tweede bijeenkomst. Beide bijeenkomsten zijn goed verlopen.

De voorliggende de voorstellen zijn in samenspraak met de samenleving tot stand gekomen. Het door de raad ingediende initiatiefvoorstel bestond uit een aantal elementen. Er hebben veel gesprekken plaatsgevonden met culturele organisaties, betrokken aanpalende organisaties en de samenleving over onder andere nut en noodzaak van impulsen in de culturele infrastructuur, de toekomstvisie van de betrokken instellingen en de toegevoegde waarde van kunst in cultuur in de samenleving. Ook is gekeken of er nieuwe concrete voorstellen zijn te vinden.

De begeleidingscommissie heeft voorgesteld om het alternatief ’s-Gravenhof te bekijken. Het College heeft dit voorstel overgenomen.

Daarnaast zijn er uit de samenleving verschillende initiatieven naar voren gekomen. De Provincie heeft in afwachting van het besluit van de raad een positieve grondhouding ingenomen ten opzichte van het herijken van het stadscontract.

De drie alternatieven laten overeenkomsten, maar ook grote verschillen zien. De belangrijkste keuze waar de raad voor staat, is volgens het College of de raad gaat voor ambitie voor Zutphen of niet. Als de raad voor ambitie gaat, heeft hij de keus tussen het alternatief Broederenklooster of het alternatief 's-Gravenhof. Versus een variant die sterk gericht is op investeringen in kunst en cultuur en de aantrekkelijkheid van de stad / stedelijk woonmilieu staat een variant die gericht is op behoud. In de variant Behoud is het echter moeilijk overleven voor de bibliotheek.

Het College heeft een duidelijke voorkeur uitgesproken voor variant ’s-Gravenhof omdat daarin een aantal uitgangspunten beter waargemaakt kan worden dan in de variant Broederenklooster. Hierbij doelt het College ook op de samenwerking in het culturele en maatschappelijke veld en het draagvlak dat bij de variant 's-Gravenhof méér aanwezig is dan bij de variant Broederenklooster. De variant 's-Gravenhof kent voorts een aanvullende bezuinigingsopgave.

Het College heeft geprobeerd de raad optimaal met informatie te ‘voeden’ om een zo goed besluit te kunnen nemen. Het College vraagt om het vertrouwen van de raad in de geschetste richting. Mocht de raad na de besluitvorming op 16 december het College nog punten mee willen geven om rekening mee te houden, dan hoort het College dat graag uiterlijk op 16 december.

Burgerbelang vraagt of het College bereid is om met spoed een visie te ontwikkelen inzake de verzelfstandiging van de musea. De vraag is wanneer dit opgepakt kan worden. In geval het College hier niet voor voelt, vraagt Burgerbelang dit te motiveren. Verder vraagt de fractie waarom in de tuin nieuwbouw is gepland, wiens idee dat is en wat de kosten hiervan zijn. Burgerbelang heeft begrepen dat deze nieuwbouw nodig is om zestig tot zeventig gasten te ontvangen. De vraag aan het College is of de omliggende gebouwen hiertoe niet voldoende ruimte kunnen bieden, zodat de tuin in z’n geheel gebruikt zou kunnen worden voor exposities. Voorts wil de fractie weten of de ruimtes die op de zolderverdieping zijn gepland voor kantoren en backoffice ingericht kunnen worden als expositieruimten en de kantoren en backoffice wellicht elders ondergebracht kunnen worden.

De SP heeft geen vragen.

De ChristenUnie is aangenaam verrast met hetgeen voorligt. Dit is goed voor Zutphen. Ook is de ChristenUnie blij met de medewerking van Gedeputeerde Staten.

De ChristenUnie constateert twee dilemma’s. Als gekozen wordt voor de variant ’s-Gravenhof vindt een afwenteling plaats op de cultuursector ad € 100.000,=. Het zou goed zijn om te discussiëren over wat dat betekent omdat het nu nog wat algemeen is gesteld. De ChristenUnie is blij met de ondernemersplannen van de musea en de bibliotheek en ziet dit als een grote stap voorwaarts, maar mist het verband met stadspromotie. Er wordt aangegeven dat stadspromotie een eigen plek wil hebben. De ChristenUnie denkt dat stadspromotie een belangrijke rol moet spelen om Zutphen ‘op de kaart te zetten’. Die verbinding mag sterker en de discussie op welke manier dat vorm gegeven dient te worden, kan in de raad worden gevoerd.

Het CDA pleit er voor om een Cultuurvisie te formuleren. Uit de visie moet naar voren komen of er bezuinigd kan worden en of dat wenselijk is. Daarin kan ook aan de orde komen òf en hoe de musea verzelfstandigd kunnen worden. Het CDA vraagt of het College die visie deelt.

Ten tweede vraagt het CDA wat er met het pand van het stedelijk museum gebeurt als dit leeg komt te staan. Opties zijn woningbouw en uitbreiding van retail. Het CDA pleit ervoor het gemeentelijk retail-areaal niet uit te breiden en informeert naar de visie van het College op dit punt.

Er is inmiddels een vierde voorstel ingediend, het plan Lindeboom. Het CDA informeert naar de mening van het College hierover.

GroenLinks deelt de vragen van voorgaande twee sprekers. De variant bij de Kuiperstraat gaat ten koste van de kunstbegroting. Hoe wordt daarmee omgegaan en wat betekent dat voor de Hanzehof. GroenLinks roept de raad op daar een gezamenlijke discussie over te voeren. Een vraag is ook wat er gebeurt met de podiumkunsten. Wat vindt de raad nodig voor Zutphen? De volgende vraag is hoe kansrijk het is dat voor de twee leegkomende gebouwen een goede invulling gevonden wordt. Leegstand moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Als voor de variant 's-Gravenhof gekozen wordt, wordt een courant gebouw dat nu leeg staat, maar wellicht verhuurd zal worden, ingeruild voor twee minder courante gebouwen die straks leeg komen te staan.

De Stadspartij kan zich grotendeels aansluiten bij de vorige sprekers. De fractie vraagt hoe de bezuiniging van € 100.000,= op cultuur gerealiseerd wordt. Spreker vraagt hoe culturele ondernemers daar tegenaan kijken.

De tweede vraag is of die bezuiniging vanuit het cultuurbudget gerealiseerd moet worden. Misschien kan de bezuiniging anders worden opgelost.

D66 merkt op dat de bibliotheek in de variant 's-Gravenhof veel meer ruimte krijgt dan in de variant Broederenklooster. De vraag is waarom dit gebeurt en wat dat in financiële zin oplevert. De tweede vraag is hoe de Stichting Henriëtte Antoinette op de variant 's-Gravenhof reageert en of de stichting bereid is de opbrengsten van het pand ter beschikking te stellen ten behoeve van het nieuwe pand. De laatste vraag is waarom er niet gekozen is voor crowd funding.

Fractie Jansen vraagt of het College welwillend staat tegenover het advies van de commissie ten aanzien van verzelfstandiging. Er is gesproken over de invulling van leegkomende gebouwen. Spreker vraagt of de desbetreffende panden worden verhuurd, dan wel verkocht

De PvdA vraagt hoe de verzelfstandiging wordt vormgegeven. Verder vraagt de PvdA naar de ‘kansen voor de bibliotheek’.

De VVD vindt het voorliggende voorstel goed en is van mening dat in het voorstel een groot aantal puzzelstukjes op hun plek valt. De vragen die de VVD had over financiële dekking en verzelfstandiging zijn reeds door voorgaande sprekers gesteld. Los van die vragen en vragen over het gebouw en de locatie heeft de VVD de vraag hoe logisch het is, dat het concept inderdaad gaat werken zoals beoogd en hoe het concept voor synergie met ondernemerschap zorgt.

De VVD vraagt de voorzitter toe te staan dat de VVD, namens bijna alle raadsfracties, een motie bij dit gesprek betrekt. Met de motie wordt het College opgeroepen zorg te dragen voor een adequate inrichting en profilering van functies, die zorgdragen voor cultureel ondernemerschap. De tekst is inmiddels rondgestuurd en de motie zal in de aansluitende raadsvergadering formeel worden ingediend.

De voorzitter heeft vernomen dat dit reeds in het Presidium aan de orde geweest en de motie betrokken kan worden bij de reacties.

Het College gaat als eerste in op de twee grote vragen over verzelfstandiging en de cultuursector, waar meerdere fracties aandacht voor vragen. Ook het College is van mening dat de musea verzelfstandigd moeten worden. Voor archeologie ligt dat anders, omdat archeologie een wettelijke kerntaak van de gemeente is. Verzelfstandiging van de musea kan extra kansen bieden aan de musea en aan het ondernemerschap. Het College stelt de raad voor om in de in de loop van 2015 een voorstel over verzelfstandiging te presenteren. Er is nog een aantal stappen te nemen en het College wil daarmee niet vooruit lopen op het opstellen van de Cultuurvisie.

Het College vraagt de raad om in volgordelijkheid akkoord te gaan met het opstellen van de Cultuurvisie. Hierbij wordt ook de Hanzehof betrokken en het cultureel ondernemerschap.

Het vervolg is een opdracht aan het College voor een voorstel voor verzelfstandiging van de musea. In de Cultuurvisie komt tevens de bezuiniging van € 100.000,= op de cultuurbegroting aan de orde. Het College denkt deze € 100.000,= te kunnen vinden bij de cultuurbegroting omdat het niet alleen gaat om een impuls voor de musea en archeologie, maar om een impuls voor de gehele sector en een versterkte samenwerking binnen de sector. Het College verwacht veel van cultureel ondernemerschap. In de cultuurnota wordt richting gegeven aan de bezuiniging die nog nader dient te worden uitgewerkt. In dat traject wil het College de culturele organisaties en instellingen betrekken. Het College heeft nog geen contact gehad met de culturele organisaties, maar in de opmaat naar het opstellen van Cultuurvisie zal dit wel gebeuren. Het College denkt de bezuiniging op de cultuurbegroting goed te kunnen verantwoorden en wil dat graag samen met de raad uitwerken.

Burgerbelang stelt dat de nieuwbouw in de tuin bedoeld is voor de ontvangst van zeventig personen. In feite gaat het echter om 40.000 bezoekers per jaar. De bestaande gebouwen bieden te weinig ruime ruimte om alle functies daarin onder te brengen. Als de raad akkoord gaat met het voorstel, zal een opdracht aan de architect verstrekt worden om het gebouw zoveel mogelijk publiekstoegankelijk te maken en de mogelijkheden voor cultureel ondernemerschap te waarborgen in het ontwerp.

Stadspromotie is nog niet uitgebreid in het voorstel opgenomen. Het is de bedoeling dat in culturele wereld, de wereld van evenementen en de wereld van promotie van de stad nauw wordt samengewerkt en met elkaar wordt opgetrokken. Middels de op te richten stichting Stadspromotie is het de bedoeling de stad in gezamenlijkheid te promoten. De discussie over de vormgeving van de samenwerking tussen het cultuurcluster en de stadspromotie is een interessante discussie, die in de raad gevoerd zal worden.

Er is nog geen uitgewerkt plan voor de leegkomende panden. Als de raad instemt met de variant 's-Gravenhof komt een belangrijk deel van het pand leeg te staan. Dit betreft het deel waar nu het stedelijk museum in is gevestigd. Er zijn inmiddels enige ideeën over de vestiging van detailhandel en wonen in het pand. De begeleidingscommissie heeft uitgesproken het pand te willen behouden voor religieuze en spirituele mogelijkheden. Het College zal onderzoeken of er initiatieven zijn.

De leegkomende panden zijn beeldbepalend voor Zutphen; deels zijn deze panden in het bezit van de gemeente. De vraag of de panden verkocht of verhuurd worden, pakt het College op en het College zal de uitkomsten aan de raad voorleggen in relatie tot de vraag hoe Zutphen om wil gaan met het maatschappelijk vastgoed. Dit is een onderwerp voor de uitvoeringsfase.

Instemming met de variant 's-Gravenhof betekent dat de collectie van Henriëtte Polak verhuist naar het ’s Gravenhofpand. De vraag ‘Wat te doen met het leegstaande pand?’ is een punt voor de uitwerking. Ook in dat pand bestaat interesse. Het College denkt de raad toe te kunnen zeggen dat het met beide panden ‘wel goed komt’ omdat het immers interessante panden zijn.

Het College is in overleg om een afspraak met de stichting Henriëtte Antoinette te maken. De Stichting heeft meegewerkt aan de oorspronkelijke variant Broederenklooster. Omdat de collectie goed gehuisvest werd, zou de stichting het pand inbrengen. Het College denkt dat met de variant 's-Gravenhof de collectie Henriëtte Polak op dezelfde manier een waardige plek geboden wordt en gaat ervanuit dat de Stichting daarmee akkoord gaat.

D66 vraagt of het “er van uitgaan dat het goed komt” verdisconteerd is in het voorliggende plan.

Het College merkt op dat dit niet het geval is. Vervolgens gaat het College in op de vraag van D66 over de investering van 1,2 miljoen euro in de bibliotheek. In de variant Broederenklooster maakt de bibliotheek onderdeel uit van het cultureel cluster. De extra ruimte zit niet alleen in de bibliotheek zelf, maar ook in de gezamenlijke ruimte. In de variant 's-Gravenhof krijgt de bibliotheek méér vierkante meters omdat de bibliotheek een andere inhoud geeft aan zijn functie in het maatschappelijk domein. De rol van de bibliotheek is veranderd door de effecten van de decentralisaties. Crowd funding is niet in de variant 's-Gravenhof opgenomen omdat dit niet noodzakelijk is. De haalbaarheid van crowd funding wordt enerzijds in twijfel getrokken en anderzijds was de investering eenmalig. Crowd funding betrof de inrichtingskosten. De bezuiniging is structureel.

Het vierde voorstel is niet uitgewerkt. Het College verwacht hierbij een aanzienlijke investering. Het is noodzakelijk dat de raad op 16 december een besluit neemt omdat de streefdatum van 2015 anders niet wordt gehaald en daarmee de subsidie zou vervallen. Het is voor het College te kort dag om het vierde voorstel uit te werken.

De motie richt zich op cultureel ondernemerschap in het museumcluster. Hierin wordt het College opgedragen om te zorgen voor een adequate organisatiestructuur en functieprofielen voor de top van het nieuw te vormen nieuwe museumcluster. Voorts vraagt de motie om ervoor te zorgen dat deze functies passend worden ingevuld. De motie is een belangrijk signaal naar het College dat zorgvuldigheid nodig is. Het College zal in de loop van 2015 met een voorstel komen.

De VVD merkt op dat het voorstel - naar aanleiding van de beantwoording door het College - kan rekenen op de instemming van de VVD. De VVD is blij dat met het voorstel afgekoerst wordt op een goede invulling van het dossier. Het voorstel biedt ruimte voor een cluster van functies en instellingen, dat logisch gesitueerd wordt op een locatie die de bakermat van Zutphen is. Van daar uit kan een goede verbinding gelegd gaan worden met andere instellingen.

De Stadspartij vraagt of de VVD, in relatie tot cultureel ondernemerschap, kan rijmen dat op dit moment niet bekend is wat er met de leegstaande panden gebeurt.

De VVD antwoordt dat er in iedere variant een discussie resteert over de leegstaande panden.

De PvdA kiest voor de variant ’s-Gravenhof. Het SSR-gebouw is een geschikt pand op het museum te huisvesten. Het is jammer dat dit niet eerder is bedacht. Deze variant heeft draagvlak in de fractie én de samenleving.

Fractie Jansen geeft aan dat de fractie altijd voorstander geweest is van clusteren. De fractie heeft er vertrouwen in dat clustering in de variant 's-Gravenhof mogelijk is. Daarnaast is de fractie blij dat er geen grootschalige nieuwbouw nodig is op een gevoelige plek. Het is echter wel een forse investering, die risico’s met zich meebrengt. Het grootste bezwaar van de oorspronkelijke variant Broederenklooster zat voor de Fractie Jansen in de financiële onderbouwing. Het proces met een onafhankelijk commissie biedt vertrouwen dat de gepresenteerde cijfers haalbaar zijn. Cultureel ondernemerschap is hierin van cruciaal belang. Het College dient dan ook de vinger aan de pols te houden. Fractie Jansen spreekt voorkeur uit voor de variant ’s-Gravenhof.

ChristenUnie vraagt wat de ideeën van de Fractie Jansen zijn over het afdekken van de financiële risico’s.

Fractie Jansen heeft er - gezien het gevolgde traject - vertrouwen in dat de cijfers waargemaakt kunnen worden. Daarnaast is de fractie altijd voorstander geweest van een cultuurvisie waarmee duidelijk kan worden waar de bezuinigingen gevonden kunnen worden.

D66 was voorstander van de oorspronkelijke variant Broederenklooster en betreurt dat dit niet haalbaar blijkt. Uit de variant 's-Gravenhof blijkt de bereidheid om in cultuur te investeren. D66 onderschrijft dit van harte. Deze variant kent veel pluspunten. In vergelijking met de oorspronkelijke variant Broederenklooster lijken de risico’s kleiner. D66 brengt het tekort van € 200.000,= onder de aandacht en wil overtuigd worden van de toekomstbestendigheid van het plan. Het moet duidelijk zijn welke gevolgen het plan heeft voor de gehele culturele sector. D66 vindt dat maximaal ingezet moet worden op de ambitie om de versterking van culturele sector waar te maken.

De PvdA merkt op, dat de investering voor het Broederenklooster 9,7 miljoen euro bedraagt en in de variant 's-Gravenhof 7,2 miljoen euro  aan investering wordt gevraagd. Spreker vraagt of dit er toe leidt dat D66 anders naar het tekort van € 200.000,= kijkt.

D66 reageert dat hierdoor de zorgen weliswaar kleiner zijn, maar dat neemt niet weg dat er nog steeds een tekort op de begroting is.

GroenLinks merkt op dat D66 heeft gezegd dat voordat de fractie een besluit neemt de financiële consequenties voor de rest van de cultuursector bekend moeten zijn. GroenLinks vraagt zich af of dit betekent dat D66 over twee weken geen besluit neemt.

D66 geeft aan dat die uitleg niet moet worden gegeven.

Burgerbelang vraagt of D66 in principe voorstander is van de variant Broederenklooster en omdat dit niet doorgaat ‘maar’ voor de variant ’s-Gravenhof kiest. In de variant Broederenklooster moest ook € 200.000,= aan bezuinigingen gevonden worden. Er is dus geen verschil in de opgedragen bezuiniging.

D66 geeft aan de laatste opmerking van Burgerbelang niet te begrijpen. D66 staat nog steeds achter de variant Broederenklooster. D66 kan ook achter de variant 's-Gravenhof staan.

De ChristenUnie vraagt of D66 kan beamen dat de variant 's-Gravenhof veel solider is dan de variant Broederenklooster en veel minder risico’s met zich meebrengt.

D66 licht toe dat er twee plannen liggen waar de fracties achter kunnen staan. Sommige risico’s lijken in de variant 's-Gravenhof kleiner dan in de variant Broederenklooster.

De SP merkt op dat D66 heeft aangegeven, dat er niet genoeg geïnvesteerd is in het draagvlak voor de variant Broederenklooster en vraagt of D66 eerst een plan voor een plan voor een cultuurpaleis wil maken, daarna pas gaat investeren om draagvlak in de samenleving te verkrijgen.

D66 attendeert er op dat de fractie van D66 het plan niet heeft opgesteld.

De SP merkt op dat D66 zich met het plan heeft geïdentificeerd en dus voor een groot deel

verantwoordelijk is voor de gang van zaken.

D66 heeft het plan altijd onderschreven en vindt het jammer dat er onvoldoende draagvlak voor was. Het had kunnen ‘landen’ als de zaken anders waren aangepakt

De Stadspartij constateert - mede door de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen - dat er weinig draagvlak bestond voor de variant Broederenklooster. De Stadspartij is blij verrast met het advies van de begeleidingscommissie en in het bijzonder met de invulling van de bibliotheek. De Stadpartij ziet een grote toegevoegde waarde van deze toekomstige toeristische trekpleister, maar heeft nog wel enkele kanttekeningen. Dit betreft onder andere de uitspraak dat het College “denkt dat het goed komt met de leegstaande panden”. Dat geldt ook voor de bezuinigingen, die nog gevonden moeten worden. De Stadspartij vraagt het College te kijken naar het ‘what if’- scenario als de leegstaande panden niet ingevuld worden. De vraag is hoe dit zich verhoudt tot de begroting. De Stadspartij steunt de variant 's-Gravenhof.

GroenLinks steunt de keuze van het College voor huisvesting van de musea in de Kuiperstraat; dit in combinatie met de investering in de Broederenkerk om de bibliotheek toekomstbestendig te maken. Deze huisvesting zorgt er ook voor dat de musea, de archeologiefunctie en de bibliotheek in staat worden gesteld hun visies ten uitvoering te brengen. De plannen van deze organisaties spreken over verbinden en inspireren. Een heikel punt is de financiering. GroenLinks steunt het College in diens standpunt dat het tekort binnen de begroting Cultuur moet worden gevonden en is blij dat het College heeft aangegeven dat er een visie op cultuur tot stand moet komen. GroenLinks wil de gesprekken hierover open ingaan. Het fonds voor incidentele cultuursubsidies moet behouden blijven omdat dit goed functioneert.

Wat betreft de cultuurbegroting, is er maar één weg om te gaan en dat is bezuinigen op de Hanzehof. De discussie over de Hanzehof moet breed worden gevoerd. Wat dit betreft, staat GroenLinks voor alle mogelijkheden open. Eerst moet gekeken worden naar de podiumkunsten en worden afgevraagd: wat te doen met inhoud, visie en ambitie? GroenLinks wil dit los zien van het gebouw en de organisatie. GroenLinks steunt de motie waar de VVD het initiatief voor heeft genomen. Het voorliggende voorstel van het College biedt de bibliotheek en de musea de mogelijkheid om bij te dragen aan de invulling van het Collegeakkoord. Het College dient de ruimte te geven zodat het voorstel op een goede manier wordt ingevuld. GroenLinks sluit zich aan bij het voorstel van het College om een visiedocument cultuur op te stellen.

D66 vraagt of het juist wordt geïnterpreteerd dat GroenLinks de cultuurbezuiniging bij de Hanzehof wil zoeken en vraagt of er ook elders mogelijkheden zijn de bezuinigen te realiseren.

GroenLinks merkt op dat de cultuurbegroting bestaat uit de Hanzehof, de musea en de individuele subsidies. Er moet onder ogen worden gezien dat er geen andere mogelijkheden zijn de bezuinigingen elders te realiseren.

De ChristenUnie is het eens met de stelling van GroenLinks dat er open over de bezuinigingen gesproken dient te worden, maar geeft tegelijkertijd aan waar niet aan getornd mag worden en waar wel naar gekeken moet worden. De ChristenUnie vraagt zich af hoe open ‘open’ is voor GroenLinks?

GroenLinks vindt dat politieke partijen richtingen moeten durven duiden en duidelijk moeten zijn in wat zij al dan niet willen. GroenLinks geeft het College de ruimte voor de invulling van de bibliotheekfunctie.

Het CDA was en is een tegenstander van de variant Broederenklooster. Het alternatief Behoud is niet toekomstbestendig. Het CDA is positief over de variant 's-Gravenhof. Hierin kan verbinding gezocht worden met de Walburgiskerk. Het kerkbestuur staat positief tegenover het voorliggende plan en is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het gebouw. Een cultuurcluster aan het 's-Gravenhof geeft een impuls aan Zutphen en aan het toerisme. Tenslotte denkt het CDA dat het 's-Gravenhof nog mooier wordt als het gebied autovrij wordt. Hierover moet in overleg worden gegaan met de ondernemers.

GroenLinks is ook voorstander van een autovrij plein.

De ChristenUnie steunt de variant ’s-Gravenhof. De ChristenUnie is van mening dat stadspromotie ook een zaak is van (visie van) de raad. Ook over het budget voor stadspromotie dient de raad een standpunt uit te spreken.

Burgerbelang deelt die gedachte, maar vult aan dat daarover spoedig gesproken dient te worden.

GroenLinks merkt op, dat vaak wordt gesproken over het belang van de musea voor de stadspromotie om toeristen naar de stad te trekken. GroenLinks onderstreept het belang van de bewoners en het creëren van een fijn leefklimaat.

De SP sluit zich graag aan bij de reactie van GroenLinks. Omwonenden moeten ook baat hebben bij het plan. Het belang van marketing staat niet ter discussie. Het is goed dat de raad hierover nadenkt en een standpunt inneemt. Verder benadrukt de SP dat stadsmarketing een vak apart is. Deskundigen dienen zich hierin te verdiepen en moeten vervolgens met ideeën komen waar de raad zich over kan buigen.

De ChristenUnie vindt dat het aan de raad is  om het dilemma van stadspromotie versus de bewonersbelangen aan de voorkant van de discussie te benadrukken.

D66 constateert dat de fracties van mening zijn dat instellingen, organisaties en de raad bij de cultuurvisie betrokken dienen te worden. De vraag is of juist niet een sterke eigen visie van het College verwacht zou moeten worden.

De ChristenUnie is daar niet mee eens. De raad dient op voorhand de dilemma’s te benoemen als input voor het visiedocument van het College.

GroenLinks vindt het belangrijk dat een deskundige partij zich verdiept in stadspromotie maar dat hoeft niet per sé de stichting te zijn. Promotie en marketing vormen inderdaad een vak apart en dienen op een professionele manier ingevuld te worden.

De ChristenUnie geeft aan dat weliswaar deskundigen ingehuurd kunnen worden, maar dat zij niet de dilemma’s op kunnen lossen. Wat dit betreft dient de raad een afweging te maken.

GroenLinks stelt dat de standpunten op dit punt niet ver uiteen liggen.

De SP blikt terug op de voorliggende varianten met de bedoeling om voor de toekomst lessen te trekken uit de wijze waarop een en ander tot stand is gekomen. Het oorspronkelijke plan Broederenklooster was vooral een plan van het College. Naar aanleiding van de grote weerstand onder de bewoners heeft de SP een actiecomité opgericht dat met succes strijd heeft geleverd om de toenmalige bestuurders op andere gedachten te brengen. Het plan werd twee weken voor de gemeenteraadsverkiezingen in stemming gebracht. Ieder plan dat in de toekomst op dezelfde manier behandeld wordt, kan rekenen op dezelfde weerstand. Het voorliggende alternatief is tot stand gekomen dankzij de begeleidingscommissie en een goed debat. Ook dit alternatief is in co-creatie met de samenleving tot stand gekomen. De fractie acht het overigens niet meer dan normaal dat bewoners invloed hebben op plannen die hen raken. De volksvertegenwoordigers dienen dit op te pakken en naar de raad te vertalen. Het uitleggen van genomen besluiten is echter iets anders dan vragen wat mensen willen om vervolgens aan de hand van deze input in beraad te gaan en te besluiten. De voorkeur van de SP gaat uit naar de variant 's-Gravenhof. De SP is altijd tegen grootschalige nieuwbouw geweest. In de variant 's-Gravenhof is echter sprake van een stukje nieuwbouw om het plan geschikt te maken. De SP heeft daar geen problemen mee. De SP ziet nog geen oplossing voor de voorgestelde bezuiniging, maar er dient niet vergeten te worden, dat er ooit een plan was dat financieel veel minder deugde. De SP is blij met het alternatief ook omdat hiermee recht wordt gedaan aan de inwoners van Zutphen.

Burgerbelang merkt op dat het mogelijk zou kunnen zijn dat er voor nieuwbouw een bestemmingsplanwijziging nodig is. De vraag is wat daar de gevolgen van zijn.

De SP reageert dat er dan naar de alternatieven gekeken moet worden.

Burgerbelang sluit zich aan bij de woorden van de SP. Burgerbelang is voorstander van de variant 's-Gravenhof. Het voordeel van dit alternatief is, dat er geen grootschalige nieuwbouw plaatsvindt, het Gideon Monument onaangetast blijft, sprake is van een lagere investering, de inrichtingskosten zijn opgenomen en vooral dat er minder onzekerheden zijn. Burgerbelang is blij met het Huis van de Taal en de extra aandacht voor de laaggeletterdheid. Verder is Burgerbelang verheugd over de toezeggingen van het College.

De voorzitter geeft het College gelegenheid te reageren.

Het College is bijzonder verheugd met uitkomsten van de tweede termijn. Alle partijen hebben zich uitgesproken voor de variant ’s-Gravenhof. Daarmee kan het College met opgeheven hoofd naar de Provincie. Het College proeft dat de raad durft te dromen en ook nog aanvullende ambities heeft voor het plein zelf. Het lijkt het College goed dat het College - voordat het College aan de slag gaat met de visie over kunst en cultuur - met de raad van gedachten wisselt over de inhoud en het proces.

Het College dankt de begeleidingscommissie voor het geleverde werk. Deze dankzegging is mede namens de raad

De voorzitter concludeert, de vergadering gehoord hebbende, dat aan het Presidium wordt geadviseerd om de variant 's-Gravenhof in het besluit op te nemen. Het voorstel is voldoende besproken en daarmee rijp voor raadsbehandeling. Vervolgens sluit hij de vergadering.


Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad


Raad 16 december 2014 (19:30 - 23:00)

Verslag van de vergadering


Bijlagen:
Handelingen raad 16 december 2014

Besluit

Aangenomen
Geen amendementen ingediend


Deze pagina

  • a
  • a
  • a
  • tekstgrootte

Behandeld in

  • Bezoekadres: 's Gravenhof 2, 7201 DN Zutphen
  • Postadres: Postbus 41, 7200 AA
  • Telefoon: 140575
  • Email: info@zutphen.nl