Pagina delen

Toekomst van de huishoudelijke hulp

Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :

A. De volgende uitgangspunten te hanteren:

- huishoudelijke hulp blijft beschikbaar voor wie dit nodig heeft en het zelf niet kan betalen én regelen. De mogelijkheden die iemand heeft om zelf in oplossingen te voorzien, moeten benut worden;

- we streven naar zoveel mogelijk behoud van werkgelegenheid tegen gangbare arbeidsvoorwaarden;

- de signaleringsfunctie door de hulpen moet (beter) benut worden via een functionele verbinding met de Sociale Wijkteams en wijkverpleegkundigen;

- het budget van het Rijk voor huishoudelijke hulp is het financieel kader waarbinnen uitgevoerd wordt;

- een algemene voorziening voor huishoudelijke hulp te creëren van waaruit alle huishoudelijke hulp verstrekt wordt, ook waar deze betaald wordt door de gemeente.

B. Een keuze te maken uit de punten 1of 2 en 3 of 4 en 5 of 6 en 7 of 8 en 9 of 10 of 11 en daarmee kaders te stellen voor de vormgeving van huishoudelijke hulp

1. we doen een beroep op de mogelijkheden die de cliënt heeft om zelf in oplossingen te voorzien (ongeacht de leeftijd). Of:

2. voor oudere inwoners wordt huishoudelijke hulp verstrekt ongeacht iemands mogelijkheden om zelf (gedeeltelijk) in oplossingen te voorzien;

3. een vast team met huishoudelijke hulp per wijk, functioneel verbonden met het Sociale Wijkteam en wijkverpleegkundigen. Of:

4. individuele keuzevrijheid voor de cliënt om te bepalen wie er komt helpen;

5. toekennen van huishoudelijke hulp op basis van een gesprek met een toegangsmedewerker en bekrachtigd met een beschikking van Het Plein. Of:

6. toekennen op basis van een dialoog tussen aanbieder en cliënt;

7. de aanbieder ontvangt een vast bedrag per klant per periode (bv maand of jaar) op basis van het resultaat (een schoon en leefbaar huis). Of:

8. de aanbieder ontvangt een lumpsum bedrag op basis nader vast te stellen parameters;

9. we voeren de veranderingen in één keer rigoureus door. Of:

10. veranderingen worden in een drietal jaren geleidelijk doorgevoerd. Of:

11. we starten met een pilot en voeren op basis van ervaringen de veranderingen door per 1 maart 2017;

C. het te verwachten tekort van ruim € 500.000 in 2016 te dekken uit de reserve Wmo en dit te verwerken in de primitieve begroting

Inhoud

Inleiding/aanleiding

Het college heeft u toegezegd te komen met een nadere uitwerking van de vraag, op welke wijze de huishoudelijke hulp toekomstbestendig kan worden uitgevoerd. Daarbij is de algemene opvatting dat huishoudelijke hulp beschikbaar moet blijven en de werkgelegenheid zoveel mogelijk moet worden behouden.

De aanleiding voor verandering is aanwezig in de sterk afnemende inkomsten vanuit het Rijk (-40%), maar ook vanwege de niet optimale positionering en benutting van de mogelijkheden van de huishoudelijke hulpen in de totale hulp- en dienstverlening in de wijk.

In het afgelopen half jaar hebben verschillende gesprekken plaatsgevonden met cliëntvertegenwoordigers, cliënten en mantelzorgers, thuiszorgorganisaties, indicatiestellers en beleidsmakers. De opbrengst van die gesprekken vormen de basis voor dit advies.

Wij hebben u toegezegd dat we u keuzemogelijkheden zouden voorleggen om huishoudelijke hulp toekomstbestendig vorm te geven. Dat doen we niet in de vorm van verschillende varianten, maar door u de vijf belangrijkste vraagstukken voor te leggen en daarbij een keuze voor te stellen. In discussie over de uiteindelijke huishoudelijke hulp bleek het belangrijk om de vraagstukken zoals verwoord in dit advies eerst te bespreken, alvorens over te gaan tot het vormgeven van veranderingen. Wij gaan er vanuit dat de gemaakte keuzen ons leiden naar een gewijzigde vorm van huishoudelijke hulp, wat betreft de toekenning, uitvoering en financiering.

Samenvattend stellen wij u voor met ons het gesprek aan te gaan over onze voorkeursrichting:

  1. We doen een beroep op de mogelijkheden die de cliënt heeft om zelf in oplossingen te voorzien (ongeacht de leeftijd);
  2. Een vast team met huishoudelijke hulpen per wijk, functioneel verbonden met het 
    Sociale Wijkteam en wijkverpleegkundigen;
  3. Toekennen van huishoudelijke hulp op basis van een dialoog tussen aanbieder en cliënt;
  4. De aanbieder ontvangt een lumpsum bedrag op basis nader vast te stellen parameters;
  5. We starten met een pilot en voeren op basis van ervaringen de veranderingen door per 1 maart 2017.

Beoogd effect

Huishoudelijke hulp blijft via de gemeente beschikbaar voor wie dit nodig heeft en wordt beter ingebed in de totale hulp- en dienstverlening in de wijk;

Argumenten

1. Deze uitgangspunten vormen de basis bij de afwegingen en verdere uitwerking

Naar aanleiding van een bijeenkomst met professionals en cliëntvertegenwoordigers zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd om als basis te dienen voor discussie, afwegingen en verdere uitwerking:

  1. Huishoudelijke hulp blijft beschikbaar voor wie dit nodig heeft en het zelf niet kan betalen én regelen. Huishoudelijke Hulp is een belangrijk instrument om onze inwoners zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. In die zin gaan wij niet mee in de beweging om huishoudelijke hulp op te heffen. Wel vinden we het belangrijk dat de mogelijkheden die iemand heeft om zelf in oplossingen te voorzien, benut moeten worden.
  2. De werkgelegenheid moet zoveel mogelijk behouden blijven, met oog voor de arbeidsvoorwaarden. Veranderingen in de huishoudelijke hulp kan gevolgen hebben voor de werkgelegenheid en zelfs ook voor de arbeidsvoorwaarden van de hulpen. Daarom streven we naar zoveel mogelijk behoud van werkgelegenheid tegen gangbare arbeidsvoorwaarden.
  3. De signaleringsfunctie door de hulpen moet (beter) benut worden. De hulpen komen bij de kwetsbaarste inwoners in huis en kunnen waarnemen wanneer extra of andere hulp- en dienstverlening nodig is. De verbinding tussen de hulpen met andere hulp- en dienstverlening kan sterk verbeterd worden, zodat er ook gebruik van gemaakt wordt. Bijvoorbeeld een verbinding met de Sociale Wijkteams en wijkverpleegkundigen.
  4. Het budget van het Rijk voor huishoudelijke hulp is het richtinggevend financieel kader waarbinnen uitgevoerd wordt. Door dit bedrag beschikbaar te stellen doen we recht aan het belang dat wij toekennen aan huishoudelijke hulp. Tegelijkertijd beschouwen we de inkomsten van Het Rijk ook als kader vanwege de vele doelstellingen die in het sociaal domein ook gerealiseerd moeten worden. Er is namelijk nog veel onzekerheid over de financiële effecten van de toegenomen taken en de komende ontwikkelingen daarin.
  5. Een algemene voorziening voor huishoudelijke hulp draagt bij aan het verminderen van de uitgifte van maatwerkvoorzieningen voor huishoudelijke hulp. Onze inwoners en professionals zijn zo gewend dat huishoudelijke hulp via de gemeente verstrekt wordt, dat vergeten wordt dat huishoudelijke hulp ook zonder een indicatie verkrijgbaar is. Daarbij komt dat wanneer huishoudelijke hulp op een eenvoudiger manier verstrekt kan worden, de uitvoeringslast verkleind wordt. Een herkenbare algemene voorziening voor huishoudelijke hulp draagt aan deze doelstellingen bij.

2. Naast uitgangspunten zijn ook vraagstukken benoemd

Vraagstuk 1 (wel of niet Kantelen)

Het is al bijna heel gewoon om tegenwoordig uit te gaan van wederkerigheid bij het leveren van ondersteuning. Deze wederkerigheid vindt u daarom ook in onze beleidsstukken terug. Tegelijkertijd weten we dat de huishoudelijke hulp voornamelijk voor oudere inwoners wordt ingezet.

Hierover hebben wij de volgende keuzen geformuleerd:

1. Is het vanzelfsprekend om ook in de huishoudelijke hulp de principes van De Kanteling te hanteren en een beroep te doen op de aanvrager in termen als “probeer binnen het eigen netwerk oplossingen te realiseren” en “u vraagt, wij ook”?

2. Of is dat niet toe te passen voor deze groep kwetsbare ouderen die dit niet gewend zijn, en blijven we hen met huishoudelijke hulp bedienen zoals ze dat gewend zijn, omdat het nu eenmaal lichte hulp is die langer zelfstandig wonen mogelijk maakt voor veel ouderen?

In gesprek met professionals en cliëntvertegenwoordigers werd vrijwel unaniem de voorkeur aan keuze 1 gegeven, omdat dit veel meer uitgaat van iemands mogelijkheden dan van iemands beperkingen. Ook het college heeft een voorkeur voor deze keuze. Daarbij tekenen we aan dat er geen sprake is van een dogma. Indien iemand mogelijkheden heeft om zijn eigen oplossingen te voorzien, vinden wij dat daar van gebruik gemaakt moet worden. Maar in situaties waar die mogelijkheden ontbreken is het vanzelfsprekend dat wij huishoudelijke hulp leveren.

Vraagstuk 2 (versterking van het effect)

Hoe kunnen we de preventieve en signalerende werking van huishoudelijke hulp versterken? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat huishoudelijke hulp meer onderdeel wordt van het brede palet aan zorg- en hulpverlening? En hoe verhoudt zich dat tot de autonomie van de aanvrager van huishoudelijke hulp?

Hierover hebben we de volgende keuzen geformuleerd:

  1. Moeten we de dienstverlening Huishoudelijke Hulp verbinden met professionele[1] en informele dienstverleners[2] in een wijk door middel van vaste teams van huishoudelijke hulpen die de (netwerken in de) wijk goed kennen en daar functioneel mee verbonden zijn?
  2. Of stellen we de persoonlijke en keuzevrijheid van de cliënt voor een specifieke hulpverlener centraal en benutten we zo de vertrouwensrelatie tussen cliënt en die zelfgekozen hulpverlener optimaal bij de signalering van problemen en verwijzing naar andere formele en informele hulp?

In gesprek met professionals en cliëntvertegenwoordigers werd vrijwel unaniem de voorkeur aan keuze 1 gegeven. Zij hebben de opvatting dat de preventieve functie die huishoudelijke hulpen kunnen vervullen, versterkt moet worden. Het wijkgericht werken (organiseren) in vaste wijkteams van huishoudelijke hulpen is daarbij een goed hulpmiddel. Daarbij vindt men ook dat het aantal aanbieders sterk beperkt moet worden.

Ook het college heeft een voorkeur voor deze keuze. Wij zien per wijk één team van huishoudelijke hulpen die functioneel verbonden is aan sociale wijkteams en wijkverpleegkundigen. Bekendheid met elkaar vergroot de onderlinge communicatie.

Vraagstuk 3 (wel of niet indiceren)

Indiceren gaat over het vaststellen wat iemand nodig heeft, om de toedeling van middelen, over efficiënt gebruik en om het voorkomen van misbruik van voorzieningen. Slagen we daar voor de huishoudelijke hulp in? Biedt het huidige systeem voldoende mogelijkheden om verder te ontwikkelen? Of moeten we andere wegen bewandelen bij het vaststellen van wat (echt) nodig is? Duidelijk is wel dat de huidige werkwijze, waarin een indicatieonderzoek leidt tot een beschikking en het beschikbaar stellen van een bedrag per uur, sterk gericht is op beheersing en controle en waar iemand recht op heeft, niet wat iemand op een bepaald moment nodig heeft.

Hierover hebben we deze keuzen geformuleerd:

  1. Moeten we huishoudelijke hulp blijven toekennen als individueel maatwerk op basis van een gesprek met een toegangsmedewerker en bekrachtigd met een beschikking van Het Plein?
  2. Of bepalen de huishoudelijke hulp en de hulpvrager (en de mantelzorger) zelf in dialoog welke basishulp nodig is om in een schoon huis te functioneren?

In gesprek met professionals en cliëntvertegenwoordigers werd vrijwel unaniem de voorkeur aan keuze 2 gegeven. Gezien de veranderopgave die er ligt, wordt het systeem van toekenning van vaste uren als te rigide ervaren. Volgens de professionals levert deze keuze in de praktijk bij nieuwe aanvragen geen enkel probleem op, bij bestaande cliënt soms enige weerstand.

Ook het college heeft een voorkeur voor keuze 2. Wij denken dat de dialoog tussen aanbieder en cliënt tot een veel natuurlijker en beter evenwicht leidt tussen wens, noodzaak en mogelijkheden.

Vraagstuk 4 (wijze van financieren)

De wijze waarop wij de huishoudelijke hulp financieren hebben we overgenomen van de AWBZ. Net als in het vorige vraagstuk geldt hier de vraag hoe efficiënt dit systeem is in het licht van de verandering die we mogelijk bewerkstellingen. Stel dat we het anders insteken, wat levert dat dan op?

Hierover gaat dit vraagstuk:

  1. Krijgt de aanbieder van huishoudelijke hulp een vast bedrag per klant per periode (bv maand of jaar) op basis van het resultaat (een schoon en leefbaar huis)?
  2. Of krijgt de aanbieder een lumpsum bedrag, bijvoorbeeld op basis van de omvang en kenmerken van de wijk of andere nader vast te stellen parameters?

In gesprek met professionals en cliëntvertegenwoordigers verschilde de opvatting over de financieringsvorm. Resultaatfinanciering wordt bijvoorbeeld wel breed omarmd, maar het is vooral de wijze waarop de lumpsum vastgesteld wordt, dat het risico voor de aanbieder bepaald.

Het college heeft een voorkeur voor keuze 2, omdat het een actief appel doet op de aanbieder om keuzes in de uitvoering te maken, en omdat het de grootste flexibiliteit voor de aanbieder inbouwt. Het financieel risico voor de aanbieder moet goed onderzocht worden en vertaald naar een lumpsum grondslag, zodat een voor aanbieder en gemeente houdbare financiering ontstaat. Tegelijkertijd moet gewaarborgd worden dat wie de huishoudelijke hulp echt nodig heeft, deze ook krijgt.

Vraagstuk 5 (het tempo van de verandering)

Veranderingen hebben tijd nodig, omdat er ander gedrag en nieuwe vormen ontwikkeld en weerstanden overwonnen moeten worden. Heeft het de voorkeur om veranderingen geleidelijk door te voeren? Of is het beter om dit juist snel te doen omdat de verandering pas geaccepteerd wordt wanneer die wordt ondergaan?

Hierover gaat dit vraagstuk:

  1. We voeren de veranderingen in één keer rigoureus door en dwingen daarmee af dat onze inwoners snel wennen aan de eigen verantwoordelijkheid die zij hebben, de noodzaak om meer voor elkaar te zorgen en bezuinigingen te realiseren.
  2. Of kiezen we voor een geleidelijke weg waarin we in de komende drie jaar de bezuiniging op de huishoudelijke hulp stapsgewijs doorvoeren en mensen (zowel de hulpvragers als de huishoudelijke hulpen) de tijd geven om te bouwen aan een nieuw samenhangend geheel van informele hulp, gesubsidieerde hulp en commerciële hulp.

In gesprek met professionals en cliëntvertegenwoordigers was een ruime meerderheid voor keuze 1. De motivatie was vooral dat de onrust zich dan beperkt tot een relatief korte tijd.

Het college had aanvankelijk een voorkeur voor keuze 2. Dat heeft te maken met de hoeveelheid werk die individueel onderzoek bij wijzigingen met zich meebrengt en juridische risico’s van het wijzigen van bestaande indicaties.

Daarom voegen we een derde keuze toe, die de voorkeur van het college heeft:

  1. In 2016 starten we een pilot waarin de nieuwe werkwijze wordt toegepast. Op basis van de ervaringen wordt met ingang van 1 maart 2017 de nieuwe werkwijze algemeen toegepast.

De inhoud en omvang van de pilot werken we uit met de aanbieders en cliëntvertegenwoordigers. Verder moet deze keuze nog nader uitgewerkt worden, omdat na 2016 indicaties mogelijk ook actief gewijzigd moeten worden. Net als bij keuze 1 wordt de afloopdatum van indicaties niet afgewacht, maar de vraag is nog wel op welke houdbare wijze dit juridisch kan.

Kanttekeningen

1. Veranderingen in de huishoudelijke hulp hebben ook effect op de werkgelegenheid

Alle verandering die leidt tot minder uitgaven voor huishoudelijke hulp leidt ook tot effecten voor de werkgelegenheid. Dat komt omdat de overhead bij dit type organisatie bijzonder gering is en ieder financieel effect in de uitvoering terecht komt.

2. Inkomsten Rijk zijn wel kaderstellend, maar het kost tijd om binnen dit kader te werken

In argument 1, punt 4 wordt de inkomsten van het Rijk als kader benoemd. Als uitgangspunt is dat juist, maar het is daarmee nog niet gerealiseerd. Dit advies draagt bij aan de realisering er van in het besef dat er tijd nodig is om het te bereiken. Indien de wens bestaat om met ingang van 2016 budgettair neutraal te werken, kan dit alleen door te stoppen met huishoudelijke hulp. Vanuit het oogpunt van hulpverlening en werkgelegenheid vindt het college deze optie uitdrukkelijk niet gewenst en het is om die reden in dit advies niet uitgewerkt.

Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering

Op basis van door de raad gemaakte keuzen, vindt in het najaar de uitwerking plaats met aanbieders en cliëntvertegenwoordigers.

Aan het einde van het jaar informeren wij u actief over de resultaat van de uitwerking. Op die manier kunt u zien hoe uw kaderstellende besluiten zijn uitgewerkt.

Financiën

Afgelopen jaren zijn de uitgaven voor huishoudelijke hulp in Zutphen afgenomen als gevolg van het aangescherpte beleid. Mogelijk zet die afname in 2015 nog beperkt door, maar zal waarschijnlijk dit of volgend jaar stabiliseren. Dit betekent dat er bij gelijkblijvend beleid vanaf 2016 een tekort ontstaat, doordat de rijksuitkering afneemt. Dit advies beoogt kaders te stellen waarmee de huishoudelijke hulp per 2017 budgettair neutraal is te realiseren. Op dit moment is dat nog niet te onderbouwen met doorrekeningen. Daarvoor moet de toekomstige inrichting eerst verder uitgewerkt worden.

Het te verwachten incidentele tekort in 2016 kan gedekt worden uit de reserve WMO. De reserve bedraagt op dit moment € € 7.410.324. Deze reserve moet ook beschikbaar moet zijn / blijven om mogelijke tekorten op de nieuwe taken WMO- begeleiding en Jeugdhulp op te vangen.

De ontwikkeling van de inkomsten en uitgaven:

Omschrijving

2014

2015

2015

2016

 

Werkelijk

Begroot

Verwacht

Begroot

 

 

 

 

 

Integratieuitkering

-5.533.550

-€ 4.106.985

-4.062.351

-3.537.087

 

 

 

 

 

Uitgaven

 

 

 

 

Huishoudelijke Hulp

3.492.119

3.938.000

3.492.119

3.561.961

Subsidies/uitvoeringskosten ed

487.594

535.900

497.000

507.000

Totaal Uitgaven

3.979.713

4.473.900

3.989.119

4.068.961

 

 

 

 

 

Saldo inkomsten/uitgaven

-1.553.837

366.915

-73.232

531.874

 

 

 

 

 

Mutatie reserve Wmo

1.553.837

-366.915

73.232

-531.874

Leeswijzer:

  • In de tabel is “min teken” voor een getal een positief bedrag.
  • Bij de mutatie reserve Wmo betekent een “min teken” een onttrekking aan de reserve.
  • De integratieuitkering 2015 is conform de opgave van het ministerie uit mei 2014 € 4.106.985, maar is naar beneden bijgesteld in september 2014 tot € 4.062.351. In de kolom “2015 Verwacht” is daarom uitgegaan van dit lagere bedrag. Later in het jaar wordt de begroting hier op aangepast.
  • Omdat de begroting 2015 nog niet gebaseerd kon worden op de realisatie 2014, is de begroting te ruim; de uitgaven 2015 zijn waarschijnlijk vergelijkbaar met 2014.
  • Op grond van de resultaten van de eerste vier maanden is de voorzichtige prognose dat de uitgaven voor huishoudelijke hulp in 2015 nog circa € 200.000 lager kunnen uitvallen.
  • De kosten voor de subsidies / uitvoeringskosten is waarschijnlijk zo’n € 40.000 minder dan hier vermeld. Ook hier gaat het om een verschil tussen begroting 2015 en feitelijk realisatie 2014.
  • Voor 2016 is op de uitgaven een index van 2% toegepast.
  • De integratieuitkering 2016 is gebaseerd op het werkelijke bedrag van 2014 x 63,92%. De gemeente wordt totaal met 36,08% gekort ten opzicht van 2014. In 2016 is de korting compleet.
  • De schijnbare verhoging van de subsidies/uitvoeringskosten heeft te maken met niet gebruikte middelen, die voor 2015 opnieuw in de begroting zijn opgenomen. Het verschil tussen 2015 en 2016 betreft een jaarlijkse indexering.
  • De stand van de WMO reserve is € 7.410.324. per 31 december 2014.

[1] Formele dienstverleners zoals sociale wijkteams en wijkverpleegkundigen

[2] Informele dienstverleners zoals buurtcirkels, eetcafés, wijkklussendiensten

 

Bijlagen

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2015-0089

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 27 mei 2015 met nummer 56353


gelet op het gevoerde debat in het forum van 15 en 29 juni 2015;


b e s l u i t :

A. De volgende uitgangspunten te hanteren:

  1. Huishoudelijke hulp blijft beschikbaar voor wie het nodig heeft en het zelf niet kan betalen én regelen. De mogelijkheden die iemand heeft om zelf in oplossingen te voorzien, moeten benut worden.
  2. We streven naar zoveel mogelijk behoud van werkgelegenheid tegen gangbare arbeidsvoorwaarden.
  3. De signaleringsfunctie door de hulpen moet (beter) benut worden via een functionele verbinding met de Sociale wijkteams en wijkverpleegkundigen.
  4. Het budget van het Rijk voor huishoudelijke hulp is het financieel kader waarbinnen uitgevoerd wordt.
  5. Een algemene voorziening voor huishoudelijke hulp te creëren van waaruit alle huishoudelijke hulp verstrekt wordt, ook waar deze betaald wordt door de gemeente.

B. Te kiezen voor:

  1. Een beroep doen op de mogelijkheden die de cliënt heeft om zelf in oplossingen te voorzien, ongeacht de leeftijd, maar wel rekening houdend met de leeftijd.
  2. Een vast team van huishoudelijke hulpen per wijk, functioneel verbonden met het sociale wijkteam en de verpleegkundigen.
  3. Toekennen van huishoudelijke hulp op basis van een dialoog tussen aanbieder en cliënt, waarbij de werkafspraken op eenvoudige wijze schriftelijk worden vastgelegd.
  4. Lumpsumfinanciering op basis van nader vast te stellen parameters die borgen dat de mensen die het echt nodig hebben daadwerkelijk bereikt en geholpen worden, aan een organisatie die niet vanuit winstoogmerk handelt en waarin de zeggenschap van medewerkers groot is.
  5. Het jaar 2016 als overgangsjaar te gebruiken opdat de nieuwe werkwijze per 1 maart 2017 definitief kan ingaan.

 C. Het te verwachten tekort van ruim € 500.000 in 2016 te dekken uit de reserve Wmo en dit te verwerken in de primitieve begroting.

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter, de griffier,

Behandeld in Forum van 15 juni 2015 Naar boven

Toelichting griffie

De toekomst van de huishoudelijke hulp is aan verandering onderhevig. De aanleiding voor deze verandering is enerzijds de sterk afnemende inkomsten vanuit het Rijk (-40%). Afgelopen jaren zijn de uitgaven voor huishoudelijke hulp in Zutphen afgenomen als gevolg van het aangescherpte beleid. Mogelijk zet die afname in 2015 nog beperkt door, maar zal waarschijnlijk dit of volgend jaar stabiliseren. Dit betekent dat er bij gelijkblijvend beleid vanaf 2016 een tekort ontstaat, doordat de rijksuitkering afneemt.

Het te verwachten incidentele tekort in 2016 kan gedekt worden uit de reserve WMO. De reserve bedraagt op dit moment          € 7.410.324. Deze reserve moet ook beschikbaar moet zijn / blijven om mogelijke tekorten op de nieuwe taken WMO- begeleiding en Jeugdhulp op te vangen.

De aanleiding voor verandering komt anderzijds ook vanwege de niet optimale positionering en benutting van de mogelijkheden van de huishoudelijke hulpen in de totale hulp- en dienstverlening in de wijk.
Het college heeft aangegeven te komen met een nadere uitwerking van de vraag, op welke wijze de huishoudelijke hulp toekomstbestendig kan worden uitgevoerd. Dit advies beoogt kaders te stellen waarmee de huishoudelijke hulp per 2017 budgettair neutraal is te realiseren. Op dit moment is dat nog niet te onderbouwen met doorrekeningen. Daarvoor moet de toekomstige inrichting eerst verder uitgewerkt worden.

Het is een bevoegdheid van de raad om ten aanzien van huishoudelijke hulp uitgangspunten te hanteren en kaders te stellen voor de vormgeving ervan.

Het is tevens een bevoegdheid van de raad om het te verwachten tekort van ruim € 500.000 in 2016 te dekken uit de reserve Wmo en dit te verwerken in de primitieve begroting.

Raadsadviseur: M van den Berg-Platzer

Datum 15-06-2015 Tijd 19:00 - 20:00
Zaal
Commissiekamer
Behandeling
Oordeelsvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
H.W. Hissink
Griffier
M. van Riet Paap
Aanwezig namens Naam
BurgerbelangR.C.M. Sueters
SPM.J. ten Broeke
D66C.A. Lammers
PvdAJ. Bloem
GroenLinksG.V.C. Boldewijn
StadspartijD. Bogerd
VVDH.M.J. Siebelink
CDAK.M. Warmoltz
ChristenUnieR.A. Klein Bennink
BewustZWA.W. Jansen

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. De voorzitter geeft aan dat vanavond het collegevoorstel over de toekomst van de huishoudelijke hulp in Zutphen wordt besproken. Het college legt in dat stuk een aantal keuzes aan de raad voor. De voorzitter geeft het woord eerst aan de inspreker, de heer Bennink.

De inspreker stipt in zijn bijdrage eenieders recht op huishoudelijke hulp aan. Hij benoemt de huidige onrust, verliezen en onzekerheid onder inwoners en verzoekt de gemeenteraad een socialer gezicht te tonen bij het kiezen voor de toekomst van de huishoudelijke hulp (red. volledige inspreekreactie is toegevoegd als bijlage).

De voorzitter merkt op dat er geen vragen voor de inspreker zijn. Ook de wethouder wacht met het nemen van het woord tot na de eerste termijn van de fracties, waarvoor zij ieder drie minuten krijgen.

Stadspartij: dank aan de inspreker voor zijn betoog. Doen wij in de gemeente iets aan de graaicultuur aan de top van zorginstellingen? We zijn voorstander van slechts een paar zorgaanbieders in de gemeente. Daarbij belangrijk dat professionals aanwezig zijn bij indicering, maar ook cliënt en mantelzorger een grote rol hebben. Qua tempo kiezen we voor langzame verschuiving, om niet te overhaasten. Belangrijkste is dat hulp gegarandeerd blijft voor wie dat nodig heeft.

GroenLinks: wij gaan ook even de keuzelijst langs en kiezen daarom voor: het principe van De Kanteling, zaken regelen op wijkniveau zonder dat er teveel schakels tot zorg komen, en een stille pilot in 2016 die op de achtergrond draait. Belangrijk focus te houden op kwaliteit, met duidelijke taken op gebied van hygiëne en signalering.

CDA: de keuze gaat uit naar een vast wijkteam dat samenwerkt, de lijnen kort houdt en vroeg signaleert. Dialoog in keukentafelgesprekken moet behouden blijven. Dat zou de zorgaanbieder moeten lukken. Lumpsumregeling is een goed idee, met goed werkgeverschap daarbij als belangrijke voorwaarde. Tenslotte voorstander van een stille pilot.

ChristenUnie: de zorgaanbieder moet op bezoek bij de cliënt, telefonisch afdoen niet voldoende. Verder voor een vast wijkteam en hulp op de huidige manier blijven regelen voor de velen ouderen. Dus niet voor De Kanteling. Ook zijn we voor een stille pilot.

SP: het is goed dat mensen zoveel mogelijk in eigen oplossingen voorzien, maar het is onze plicht om zorgen voor anderen hoog in het vaandel te plaatsen. Een vast team bij een individu is een goede methode, maar met zoveel mogelijk zorgverleners die de cliënt al kent. Verder zijn wij geen voorstander van lumpsumfinanciering omdat echt eerlijk regelen in deze markt moeilijk is.

Burgerbelang: blij dat cliënten en professionals in deze gesprekken betrokken zijn. We zijn voor het principe van Kanteling omdat er dan duidelijkheid over de te leveren zorg ontstaat. Ook ondersteunen we vaste wijkteams en het indiceren in dialoogvorm, met familie erbij. Vragen aan het college:

  1. Hoe wordt bepaald of een huis echt schoon is?
  2. Is een vast bedrag voor de aanbieders van huishoudelijke hulp niet overzichtelijker?
  3. Waarom valt de huishoudelijke hulp bijdrage in 2016 lager uit?

VVD: het knelpunt is dat er met minder geld nog steeds goede zorg geleverd moet worden. Met welke keuzes kunnen wij het budget het beste bewaken en zorgen we dat tekorten in de toekomst niet weer op de gemeente wordt afgewend? Ook vragen we ons af wanneer iemand in de categorie ‘ouderen’ valt?

PvdA: huishoudelijke hulp is van belang voor mensen om zelfstandig te blijven wonen. We zijn voorstander van De Kantelingregeling, vaste wijkteams en blijven werken met het indiceren van uren. Bezoek van een maatschappelijk werker is ook al goed voor indicatie, dat hoeft niet per definitie van Het Plein te komen.

Interruptie CDA: er bestaan al parameters om een ‘schoon huis’ te meten. Uren indiceren daarom niet per se nodig om goede en volledige huishoudelijke hulp te garanderen.

Interruptie Burgerbelang: Huishoudelijke hulp heeft ook een sociale functie. Men weet hoe laat en wanneer zorg komt. Dus uren blijven indiceren.

BewustZW: we willen graag weten wat het verschil in kosten is als gesprekken alleen maar face-to-face worden gevoerd en niet telefonisch. Daarnaast zijn we voor contracten van twee jaar met optie tot verlening, zodat aanbieder zorg met kwaliteit moeten blijven leveren.

D66: blij met de vruchtbare bijeenkomst over huishoudelijke hulp op 11 juni en dank voor de zinvolle PMO-enquête. We onderschrijven het belang van betere signalering en zien daarbij niet alleen een rol voor professionals weggelegd. We zijn tegen een vast bedrag beschikbaar stellen per klant en dus voor lumpsumregeling. Vraag tenslotte aan het college: hoe kunnen de eerdere positieve WMO-cijfers nu zijn veranderd in 5 ton bezuinigingen?

College: fracties blijken overwegend voor de principes van de Kanteling, met de toevoeging dat zorg wel altijd beschikbaar moet blijven als het echt nodig is. Ook te zien dat partijen kiezen voor een vast wijkteam met zorgverleners, maar dat dit nieuwe systeem wel goed genoeg moet werken om op te vangen dat cliënten veel nieuwe gezichten zullen zien. Verder te concluderen dat men voor een stevige dialoog tussen zorgvrager en aanbieder is en dat we uit de vechtmarkt weg moeten, waardoor er meer vertrouwen in aanbieders komt. In die situatie zijn organisaties plat van structuur en gaat het geld vooral naar de werkvloer, niet naar de top. Over de precieze randvoorwaarden spreek ik graag in een nieuw forum met u verder.

De voorzitter merkt op dat de tijd voor de forumbehandeling voorbij is en inventariseert of het onderwerp vanavond voldoende besproken is. Dit blijkt niet het geval, waarna de voorzitter het onderwerp agendeert voor een nieuwe forumbehandeling. (red. deze zal op 29 juni plaatsvinden)

Bijlagen

Advies

Onvoldoende besproken. Nogmaals in oordeelsvormende forumvergadering bespreken

Behandeld in Forum van 29 juni 2015 Naar boven

Toelichting griffie

De toekomst van de huishoudelijke hulp is aan verandering onderhevig. De aanleiding voor deze verandering is enerzijds de sterk afnemende inkomsten vanuit het Rijk (-40%). Afgelopen jaren zijn de uitgaven voor de huishoudelijke hulp in Zutphen afgenomen als gevolg van het aangescherpte beleid. Mogelijk zet die afname in 2015 nog beperkt door, maar zal waarschijnlijk dit of volgend jaar stabiliseren. Dit betekent dat er bij gelijkblijvend beleid vanaf 2016 een tekort ontstaat doordat de rijksuitkering afneemt.

Het te verwachten incidentele tekort in 2016 kan gedekt worden uit de reserve WMO. De reserve bedraagt op dit moment €7.410.324,-- Deze reserve moet ook beschikbaar zijn/blijven om mogelijke tekorten op de nieuwe taken WMO-begeleiding en Jeugdhulp op te vangen.

De aanleiding voor verandering komt anderzijds ook vanwege de niet optimale positionering en benutting van de mogelijkheden van de huishoudelijke hulpen in de totale hulp- en dienstverlening in de wijk. Het college heeft aangegeven te komen met een nadere uitwerking van de vraag op welke wijze de huishoudelijke hulp toekomstbestendig kan worden uitgevoerd. Dit advies beoogt kaders te stellen waarmee de huishoudelijke hulp per 2017 budegettair neutraal is te realiseren. Op dit moment is dat nog niet te onderbouwen met doorrekeningen. Daarvoor moet de toekomstige inrichting eerst verder uitgewerkt worden.

Het is een bevoegdheid van de raad om ten aanzien van de huishoudelijke hulp uitgangspunten te hanteren  en kaders te stellen voor de vormgeving ervan.

Het is tevens een bevoegdheid van de raad om het te verwachten tekort van ruim €500.000,-- in 2016 te dekken uit de reserve WMO en dit te verwerken in de primitieve begroting.

Dit voorstel is onvoldoende besproken in de forumvergadering van 15 juni en wordt daarom opnieuw geagendeerd voor het forum 29 juni 2015.

Raadsadviseur: M van den Berg-Platzer

Datum 29-06-2015 Tijd 20:00 - 21:00
Zaal
Commissiekamer
Behandeling
Oordeelsvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
G.I. Timmer
Griffier
T.U. Post
Aanwezig namens Naam
BurgerbelangR.C.M. Sueters
SPM.J. ten Broeke
D66C.A. Lammers
PvdAH.W. Hissink
GroenLinksG.V.C. Boldewijn
StadspartijD. Bogerd
VVDA. van Dijk
CDAK.M. Warmoltz
ChristenUnieJ.J. Veenstra
BewustZW

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Ze wijst op het ontwerp-raadsbesluit dat de griffie vanochtend op de raadssite heeft geplaatst. Hierin staan uitgangspunten (A), keuzen (B) en een voorstel voor financiële dekking (C).

Het college maakt excuses dat dit raadsbesluit eerst vanochtend beschikbaar was. Het advies van de griffie was om dit op deze wijze te doen. Er is vanavond gelegenheid tot aanpassing van dit ontwerpbesluit. Ten opzichte van het vorige voorstel zijn A en C ongewijzigd. Onderdeel B is wel anders. Ik loop de punten 1 tot en met 5 van onderdeel B langs. B1: de meeste fracties spraken tijdens een eerder overleg over dit onderwerp hun voorkeur uit voor optie 1.

ChristenUnie: Ook wij waren voorstander van deze optie. Abusievelijk gaven wij aan voor optie 2 te zijn, maar dit klopt dus niet.

Het college stelt bij B2 dat vrijwel alle fracties voorstander waren van optie 3. Daarom heeft het college gekozen voor deze variant.

VVD: Past dit ook bij de aanbieder van hulp? Er moet een keuzemogelijkheid zijn.

D66: Kunnen alfahulpen in een vast wijkteam zitten?

College: Dat hangt af van het totaalplaatje.

CDA: Er kunnen natuurlijk veranderingen zijn in een vast wijkteam.

College: Een vast team heeft korte lijnen naar andere zorgorganisaties en het kent de wijk goed (informele hulpstructuren).

Stadspartij: Wij zijn voor wijkgericht werken, maar niet voor één aanbieder (in verband met marktwerking). Wel willen we graag zoveel mogelijk vaste teams.

GroenLinks: Ik zou graag eerst het hele verhaal van de wethouder willen horen en daarna discussie. Nu wordt ze steeds onderbroken met vragen.

De voorzitter vindt dat een goed idee en de andere forumleden ook.

Het college gaat daarop door met de toelichting op het raadsvoorstel. Bij B3 waren twee fracties voor optie 5 en vier fracties voor optie 6. Alle fracties hebben aandachtspunten genoemd en daar hebben we zoveel mogelijk rekening mee proberen te houden. We hebben uiteindelijk gekozen voor optie 6 en daar hebben we aan toegevoegd dat afspraken schriftelijk vastgelegd moeten worden. Het voordeel daarvan is dat er minder bureaucratie is.

Over B4 stelt het college dat drie fracties hun voorkeur uitspraken voor optie 8 en dat de overige fracties geen duidelijke voorkeur hadden voor een optie. Wel zijn aandachtspunten genoemd die breed gedeeld zijn. Met die aandachtspunten hebben we weer zoveel mogelijk rekening proberen te houden. We hebben uiteindelijk gekozen voor optie 8 en hebben daaraan drie punten toegevoegd die recht doen aan de aandachtspunten (zie B4 van het raadsbesluit).

Het college geeft als nadere toelichting op B4 aan dat de organisatievorm een coöperatieve vereniging kan zijn. De vorm is echter niet nu al vastgelegd. Dit onderdeel B4 is een echte uitdaging, maar het biedt ook veel kansen. Het is daarnaast financieel beheersbaar. Ik plaats daar wel de volgende kanttekening bij: als deze organisatievorm niet van de grond komt, moeten we financiering per klant/uur openhouden als terugvaloptie.

Over B5 geeft het college aan dat de fracties niet unaniem waren in hun voorkeur. Een pilot is niet passend als het over huishoudelijke hulp gaat; een overgangsjaar kan wel. Het is echter nog niet duidelijk wat dat jaar inhoudt. Vóór maart 2016 moeten we afspraken maken daarover.

Afrondend geeft het college aan dat de forumleden met dit besluit kaders stellen voor de huishoudelijk hulp. Het voorstel is om in december 2015 in een forum de uitwerking te presenteren.

CDA: Wij hebben een vraag over B3: kan op deze wijze huishoudelijke hulp toegekend worden?

Het college antwoordt dat dat kan.

VVD: Het indiceren wordt op twee manieren gebruikt. Het is nu een algemene voorziening. Iedereen mag er een beroep op doen. Houdt u sturingsruimte?

Het college geeft aan dat bij de uitwerking moet blijken hoe dit zal gaan. Nu zijn goede randvoorwaarden van belang. Dan kunnen we straks goed sturen. Het is wel een grote uitdaging, maar ik denk dat het kan. Mocht het echter toch niet lukken, dan hebben we een terugvaloptie.

VVD: Bent u gehouden aan een aanbesteding?

Dat zien we in de uitwerking, stelt het college. We denken echter van niet.

VVD: Ik geef u het voordeel van de twijfel.

PvdA: Stelt u (wethouder) nu kaders vast? Hoe verhoudt zich dat tot de terugvaloptie?

College: Loopt het vast, dan kom ik terug bij jullie en is die optie misschien nodig. Dan worden de kaders mogelijk aangepast.

Burgerbelang: Er komen misschien nieuwe hulpverleners die een nieuw vast team gaan vormen.

Dat klopt, stelt het college. Dat aandachtspunt nemen we mee.

D66: Kunnen we budgetneutraal werken?

College: Ja, maar het aantal beschikbare uren voor huishoudelijke hulp wordt wel minder. Dat zal pijnlijk zijn; het is wel een bezuiniging.

Stadspartij: Wij zijn blij met het overgangsjaar. Wij zien niets in een strakke overgang. Het moet vloeiend, er is tijd voor nodig.

Burgerbelang (vraag aan de Stadspartij): Wat bedoel je nu eigenlijk? Wat wil je?

Stadspartij: Het gaat over de indicatiestelling. Die is nu bij Het Plein. Wij willen die het eerste jaar daar houden en daarna overdragen naar de nieuwe organisatie.

VVD: Zo gaan we niet goed over naar de nieuwe werkwijze.

Burgerbelang: Ik denk dat we snel over kunnen en dat we eerder moeten starten met de nieuwe organisatie.

CDA: Misschien moeten we al bij enkele personen beginnen waarvan het contract afloopt?

College: Ik stel voor dat de raad niet nu al in detail met de invoering meedenkt. Het lukt niet om eerder dan 1 maart 2017 te starten met de nieuwe organisatie. Ik ga met de huidige aanbieders van huishoudelijke hulp praten over het overgangsjaar.

GroenLinks geeft vervolgens een algemeen oordeel over het voorstel van het college. Wij zijn erg blij met dit voorstel. Het college heeft goed geluisterd naar de eerder gemaakte opmerkingen. Goed dat het college nu een gedurfde keuze maakt. Ik wil nog iets rechtzetten: de dialoog is wel degelijk de basis voor dit voorstel. Er is de afgelopen tijd veel gesproken met veel mensen. Het is goed dat huishoudelijke hulp beschikbaar blijft. Belangrijk is hoe het straks georganiseerd wordt. Wij vinden het relevant dat werkgelegenheid zoveel mogelijk behouden blijft, dat is een goed uitgangspunt. Wel vragen wij ons af hoe het overgangsjaar eruit ziet. Wij willen een “stille pilot”, we willen geen onrust creëren.

CDA: Komt er in december 2015 een go/no go-moment?

Dat komt er niet, antwoordt het college. U geeft ons nu kaders mee. In december presenteer ik een tussenstand in een informerend forum. U kunt mij dan bijsturen, als dat nodig is.

CDA: Wij vragen aandacht voor de communicatie. Fijn dat er geen open einde is in de financiering.

SP: Wij vinden dit een sterk verbeterd voorstel. Wij denken bij de organisatievorm aan de coöperatie. Die vorm kan volgens ons prima. Goed voorbeeld is “Schoon gewoon”, GroenLinks noemde dat zojuist ook al. Onderzoek vooral of dat hier in Zutphen ook kan. Wij zijn minder positief over het budget. Het collegeakkoord moet leidend zijn daarin.

College: Wij willen niet graag bezuinigen op de huishoudelijke hulp. Op alle fronten echter krijgen wij minder geld van het Rijk. Onze begroting knelt op verschillende plekken. Door huishoudelijke hulp op een andere wijze aan te bieden, vinden wij het toch verantwoord.

SP: Wij denken ook dat het kan, maar wij vinden dit voorstel een stap te ver.

VVD: Wil het college zelf die organisatie zonder winstoogmerk gaan oprichten?

Dat wil het college niet. We kunnen wel de oprichters van een bepaalde organisatie uitnodigen om van hen te leren.

PvdA: Wij sluiten ons aan bij GroenLinks. Wij vinden dit een prima voorstel. De fracties hebben goed samengewerkt de afgelopen tijd.

D66 (vraag aan de SP): Denk je aan zzp-ers bij de nieuwe organisatie?

SP: Nee, wij denken aan een stichting met gedeelde belangen.

ChristenUnie: Wij zijn blij met het voorstel. Wij steunen dit.

SP: Goed dat er geen onderverdeling van huishoudelijke hulp in het voorstel zit.

VVD: In de raad steunen wij het voorstel van harte.

College (vraag aan SP): Wat betekent uw kanttekening straks in de raad?

SP: Het is voor ons een belangrijk punt. Wij stemmen tegen.

VVD: Dat zou ons spijten als u dat doet. Welk signaal geeft u daarmee aan uw achterban? U bent het voor 90% eens met het voorstel en stemt toch tegen?

GroenLinks: Wij zijn het eens met de VVD. Wij roepen de SP op nog eens na te denken. Het probleem is niet op te lossen.

SP: Wij vinden het voorstel grotendeels goed, maar steunen het toch niet in de raad.

College: Wij vinden het jammer als u tegenstemt. Het gaat hier over verantwoordelijkheid nemen. Doe een stemverklaring. In december zie je hoe de pijn eruit ziet.

Ook GroenLinks roept de SP op tot een stemverklaring. Op die wijze kunnen jullie een helder signaal afgeven. Het maakt uit of jullie voor of tegen stemmen. We zullen dit meer gaan tegenkomen straks.

De voorzitter constateert dat het voorstel zonder aanpassingen door kan naar de raad en sluit de vergadering.

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad

Behandeld in Raad 29 juni 2015 (21:30 - 23:00) Naar boven

 
Datum 29-06-2015 Tijd 21:30 - 23:00
Zaal
Raadzaal
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
J.A. Gerritsen
Griffier
G.A.J. Winters

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.

Bijlagen

Besluit

Aangenomen
Stemverklaring afgelegd door de SP
Geen amendementen ingediend