Risicospreiding bovenregionale zorgvormen Jeugd

Onderwerp Risicospreiding...

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Risicospreiding bovenregionale zorgvormen Jeugd

Onderwerp Risicospreiding bovenregionale zorgvormen Jeugd
Programma10. Onderwijs, jeugd en jongeren
ForumOordeelsvormend
Portefeuillehouder P.C.M. Withagen
Inlichtingen bij R. Meijerink
06 81425920 r.meijerink@zutphen.nl
Soort bevoegdheidKaderstellend, Budgetrecht
BeleidsvrijheidRuim
ProgrammabegrotingswijzigingNee
Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :
  1. akkoord te gaan met financiële risicospreiding voor bovenregionale zorgvormen en daarbij te kiezen voor bovenregionale risicospreiding vanaf 1 januari 2016, met een looptijd van twee jaar+
  2. deze afspraken over de risicospreiding te maken voor iedere overschrijding of onderschrijding van het budget+
  3. de onderlinge budgetverhouding voor 2016 vast te stellen op basis van de daadwerkelijke realisatie in 2015 en de onderlinge budgetverhouding 2017 vast te stellen op basis van de daadwerkelijke realisatie over de voorliggende twee jaren+
  4. als verdeelsleutel voor de financiële risicospreiding te kiezen voor de vorm waarbij de kosten (hoger of lager dan begroot) worden verdeeld naar rato van de algemene uitkering Jeugd per gemeente.

Inhoud

Inleiding/aanleiding

De acht gemeenten in de regio Midden-IJssel/Oost-Veluwe hebben in 2014 besloten om financieel solidair te zijn voor de zorgvormen die vallen onder het landelijk transitie arrangement (LTA). In de eerste helft van 2015 is verkend of het wenselijk is om de financiële solidariteit uit te breiden naar de bovenregionaal ingekochte zorgvormen. Hiermee regelen de acht gemeenten dat voor de cliënt de benodigde zorg altijd ingezet kan worden, ongeacht de financiële positie van de gemeente. De acht gemeenten sluiten hiermee aan bij het landelijke advies. Daarnaast past het binnen de regionale visie naar gedeelde (financiële) verantwoordelijkheid jeugdzorg.

De bovenregionale zorgvormen zijn relatief duur en het is lastig te prognosticeren hoeveel kinderen in onze regio deze zorg in een bepaalde periode nodig hebben. De combinatie van onvoorspelbaarheid en hoge kosten brengt risico’s met zich mee voor gemeenten ten aanzien van de gewenste budgetbeheersing en geraamde budgetverdeling over deze zorgprestaties. Een niet voorziene toename van het gebruik van een bepaalde zorgvorm veroorzaakt verschuivingen in het beschikbare zorgbudget. De (financiële) risico’s kunnen voor de individuele gemeenten beperkt worden door hierover afspraken over risicospreiding te maken.

Dit advies is tot stand gekomen in overleg met: Portefeuillehouders Jeugd Midden-IJssel/Oost-Veluwe, regioteam Jeugd Midden-IJssel/Oost-Veluwe.

Afspraken vooralsnog voor een periode van 2 jaar

U wordt gevraagd om een standpunt in te nemen ten aanzien van financiële risicospreiding voor bovenregionale zorgvormen. Omdat het stelsel van de jeugd nog volop in ontwikkeling is, wordt voorgesteld om afspraken te maken voor een periode van twee jaar.

De afspraken hangen samen met investeringen in het voorliggende veld zoals preventie, toegang en het ontwikkelen van alternatieve (goedkopere) zorgvormen. De komende twee jaar wordt verder verkend hoe de acht gemeenten gezamenlijk gaan werken aan het terugdringen van de instroom in deze zware vormen van zorg.

De bovenregionale zorgvormen

De zorgvormen die bovenregionaal worden ingekocht zijn specialistisch en duur en beslaan een klein volume. Tegelijkertijd gaat het om vormen van jeugdzorg waarvan het belangrijk is dat er binnen de regio voldoende aanbod beschikbaar is. Hierdoor is het zowel voor gemeenten als voor aanbieders efficiënt om de inkoop op een grotere schaal te organiseren.

De risicospreiding geldt voor de volgende zorgvormen:

- JeugdzorgPlus (incl. toegang JeugdzorgPlus);

- Open verblijf 24 uur residentieel, terreinvoorzieningen;

- (L)VB jongeren ZZP 4 en 5/OBC’s en MFC;

- Crisis 24 uur residentieel (bedden);

- Spoedeisende zorg (crisis) ambulant team.

 

Beoogd effect

Het beoogde effect van bovenregionale risicospreiding is het beperken van de financiële risico's voor de individuele gemeenten. Daardoor kunnen we garanderen dat kinderen die bovenregionale zorg nodig hebben daar ook gebruik van kunnen maken.

 

Argumenten

1.1 Het sluit aan bij landelijk advies en bij de regionale visie over gedeelde (financiële) verantwoordelijkheid jeugdzorg

Met solidariteit op bovenregionaal ingekochte zorgvormen regelen de acht gemeenten dat voor de cliënt de benodigde zorg altijd ingezet kan worden, ongeacht de financiële positie van de gemeente. De acht gemeenten sluiten hiermee aan bij het landelijke advies. Daarnaast past het binnen de regionale visie naar gedeelde (financiële) verantwoordelijkheid jeugdzorg.

1.2 Hiermee regelen we dat voor de cliënt dat de benodigde zorg altijd ingezet kan worden, ongeacht de financiële positie van de gemeente

Het betreft een kwetsbare doelgroep die zeer specialistische zorg nodig heeft en waar vanuit de lokale gemeenten lastig op gestuurd kan worden. Het gaat veelal om hoge kosten per cliënt die moeilijk te voorzien of te voorspellen zijn. De financiële tegenvallers worden door de gemeenten gezamenlijk gedeeld.

1.3 Het biedt de mogelijkheid om samen financiële tegenvallers op te vangen, die ontstaan door schommelingen in het gebruik van (exclusieve en dus dure) zorg

De bovenregionale zorgvormen zijn relatief duur, tevens is het lastig te prognosticeren hoeveel kinderen in onze regio deze zorg in een bepaalde periode nodig hebben.

1.4 Het biedt de mogelijkheid tot een eerste ervaring in kostendeling met het oog op eventuele andere vormen van regionale samenwerking.

Kostendeling is een belangrijk onderdeel van regionale samenwerking; daarmee moeten we nog ervaring opdoen.

1.5  De looptijd van twee jaar biedt de mogelijkheid om de afspraken over een looptijd van een volledig jaar te kunnen evalueren, voordat een besluit wordt genomen over een kortere looptijd over het (dis)continueren van de afspraken.

Een kortere looptijd van één jaar, biedt deze mogelijkheid niet. Medio 2017 wordt er geëvalueerd. Naar aanleiding van de evaluatie kan besloten worden de afspraak (on)gewijzigd te continueren of te discontinueren.

2.1 Met solidariteit op zowel over- als onderschrijding van het budget wordt maximale risicospreiding en risicodeling binnen de regio gedeeld.

Concreet houdt dit in dat gezamenlijke afspraken worden gemaakt over hoe om te gaan met overschrijdingen, maar ook eventuele onderbenutting, van het beschikbare budget voor de bovenregionaal ingekochte Jeugdzorg.

3.1 Hiermee borgen we een zo realistisch mogelijke werkwijze

De budgetverhouding wordt vanaf het jaar 2017 berekend aan de hand van de daadwerkelijke realisatie gemiddeld over de voorafgaande twee jaar per gemeente met betrekking tot bovenregionale zorgvormen. De onderlinge budgetverhouding in 2016 kan alleen gebaseerd worden op basis van de daadwerkelijke realisatie in 2015 omdat de cijfers over 2014 niet volledig zijn.

3.1 en 4.1 Eenvoud, gezamenlijk inzicht in verbruik en verdeling kosten.

De verdeelsleutel is dezelfde verdeelsleutel als voor de zorg die valt onder het LTA. Deze verrekeningsmethode is gebaseerd op het delen van financieel risico naar financiële draagkracht van de individuele gemeenten. Gemeenten met een hogere algemene uitkering Jeugd dragen bij overschrijding meer bij dan gemeenten met een lagere algemene uitkering Jeugd en andersom.

 

Kanttekeningen

1.1 Eventuele overschotten kunnen niet (direct) gebruikt worden voor andere onderdelen binnen het sociale domein.

Dit betekent dat de directe invloed van gemeenten op een deel van het budget af neemt. Het gaat echter om een beperkt deel van het budget voor zorg voor jeugd waarvoor gemeenten solidair willen zijn, namelijk de bovenregionale zorgvormen en de landelijke zorg (LTA).

1.2 Als er niet wordt gekozen voor regionale risicospreiding dan hebben kleine fluctuaties in zorg grote effecten op het budget

Als er géén afspraken worden gemaakt over financiële risicospreiding dan moeten overschrijdingen van de budgetgarantie voor de bovenregionale zorg per gemeente binnen het totale budget voor Jeugdzorg opgevangen worden. Daardoor kunnen kleine fluctuaties in het aantal cliënten dat bovenregionale zorg nodig heeft grote gevolgen kan hebben voor de financiën van een individuele gemeente. Door de risicospreiding neemt het risico voor iedere afzonderlijke gemeente af.

1.3 Financiële risicospreiding moet wel samengaan met investeringen in het voorliggende veld

Als er wél afspraken over financieel risicospreiding worden gemaakt moeten gemeenten voorkomen dat dit een perverse prikkel vormt voor individuele gemeenten. De zorg voor individuele cliënten (en de financiering hiervan) wordt  namelijk door deze afspraken gegarandeerd maar de afspraken hangen ook samen met investeringen in het voorliggende veld zoals preventie, toegang en het ontwikkelen van alternatieve (goedkopere) zorgvormen. Gemeenten en aanbieders hebben gezamenlijk de ambitie om door investeringen aan de voorkant de capaciteit van deze zorg de komende jaren met 30% terug te dringen. De acht samenwerkende gemeenten gaan tijdens de looptijd van deze afspraken (komende twee jaar) verkennen of zij op deze thema’s een ondergrens (minimale basis) willen afspreken en hoe zij gezamenlijk werken aan de transformatie en het terugdringen van de instroom in deze zware vormen van zorg.

 

Risico’s

Met financiële risicospreiding worden financiële risico’s gespreid en gedeeld (zie ook financiën).

 

Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering

De uitkomst van de besluitvorming in de acht gemeenteraden wordt zo spoedig mogelijk met elkaar gedeeld.

De afspraken over financiële risicospreiding voor de bovenregionale zorgvormen tussen de acht gemeenten gaan in vanaf januari 2016 voor een periode van twee jaar.

Tegelijkertijd met dit voorstel is het inkoopkader voor de bovenregionale zorg 2016 in het college behandeld. Deze wordt u ter kennisname separaat aangeboden.

 

Rapportage/evaluatie

In 2016 zullen we door middel van de Burap rapporteren aan college en raad over onder andere de kosten van de bovenregionale jeugdzorg.

 

Financiën

Het gaat in dit raadsvoorstel om de financiële risicospreiding van de bovenregionale zorg.. Financiële risicospreiding betekent dat de gemeenten in de regio Midden IJssel/Oost-Veluwe een gemeenschappelijk belang onderschrijven, ten gunste van de groepsleden en daarmee uiteindelijk ook de jeugdige.

Voorgesteld wordt om de budgetverhouding voor 2016 vast te stellen op basis van de daadwerkelijke realisatie in 2015 en de onderlinge budgetverhouding 2017 vast te stellen op basis van de daadwerkelijke realisatie over de voorliggende twee jaren. Hierdoor ontstaat in feite een gezamenlijke regionale post met middelen voor de bovenregionale zorgprestaties. Na afsluiting van elk jaar vindt op basis van de daadwerkelijke realisatie een verrekening binnen de regio Midden-IJssel/Oost-Veluwe plaats, waarbij de overschrijding of onderschrijding op het bovenregionale budget onderling wordt verrekend.

Voor het verrekenen van een overschrijding of onderschrijding op de bovenregionale kosten wordt geadviseerd om voor een verrekeningswijze te kiezen waarbij alle kosten, hoger of lager dan begroot naar rato van de onderlinge verhouding in de algemene uitkering jeugd (septembercirculaire 2015) worden gedeeld. Dit is dezelfde verdelingssleutel als voor de zorg die valt onder het LTA. Deze verrekeningsmethode is gebaseerd op het delen van financieel risico naar financiële draagkracht van de individuele gemeenten. Gemeenten met een hogere algemene uitkering Jeugd dragen bij overschrijding meer bij dan gemeenten met een lagere algemene uitkering Jeugd en andersom.

Bijlagen

67082 RH Besluit 2015_BW_00311

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2015-0168

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 28 oktober 2015 met nummer 67082;



b e s l u i t :

  1. akkoord te gaan met financiële risicospreiding voor bovenregionale zorgvormen en daarbij te kiezen voor bovenregionale risicospreiding vanaf 1 januari 2016, met een looptijd van twee jaar+
  2. deze afspraken over de risicospreiding te maken voor iedere overschrijding of onderschrijding van het budget+
  3. de onderlinge budgetverhouding voor 2016 vast te stellen op basis van de daadwerkelijke realisatie in 2015 en de onderlinge budgetverhouding 2017 vast te stellen op basis van de daadwerkelijke realisatie over de voorliggende twee jaren+
  4. als verdeelsleutel voor de financiële risicospreiding te kiezen voor de vorm waarbij de kosten (hoger of lager dan begroot) worden verdeeld naar rato van de algemene uitkering Jeugd per gemeente.

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter,de griffier,

Forum van 16 november 2015


Toelichting griffie:

De raad wordt in het raadsvoorstel gevraagd om een standpunt in te nemen ten aanzien van financiële risicospreiding voor bovenregionale zorgvormen. Omdat het stelsel van de jeugd nog volop in ontwikkeling is, wordt voorgesteld om afspraken te maken voor een periode van twee jaar. Het beoogde effect van bovenregionale risicospreiding is het beperken van de financiële risico's voor de individuele gemeenten. Daardoor kunnen we garanderen dat kinderen die bovenregionale zorg nodig hebben daar ook gebruik van kunnen maken.

De acht gemeenten in de regio Midden-IJssel/Oost-Veluwe hebben in 2014 besloten om financieel solidair te zijn voor de zorgvormen die vallen onder het landelijk transitie arrangement (LTA). In de eerste helft van 2015 is verkend of het wenselijk is om de financiële solidariteit uit te breiden naar de bovenregionaal ingekochte zorgvormen. Hiermee regelen de acht gemeenten dat voor de cliënt de benodigde zorg altijd ingezet kan worden, ongeacht de financiële positie van de gemeente. De acht gemeenten sluiten hiermee aan bij het landelijke advies. Daarnaast past het binnen de regionale visie naar gedeelde (financiële) verantwoordelijkheid jeugdzorg.

Voorgesteld wordt om akkoord te gaan met financiële risicospreiding voor bovenregionale zorgvormen en daarbij te kiezen voor bovenregionale risicospreiding vanaf 1 januari 2016, met een looptijd van twee jaar, om deze afspraken over de risicospreiding te maken voor iedere overschrijding of onderschrijding van het budget, en om de onderlinge budgetverhouding voor 2016 vast te stellen op basis van de daadwerkelijke realisatie in 2015 en de onderlinge budgetverhouding 2017 vast te stellen op basis van de daadwerkelijke realisatie over de voorliggende twee jaren, en als verdeelsleutel voor de financiële risicospreiding te kiezen voor de vorm waarbij de kosten (hoger of lager dan begroot) worden verdeeld naar rato van de algemene uitkering Jeugd per gemeente.

Besluiten aangaande de begroting is op grond van artikel 189 en volgende van de Gemeentewet een bevoegdheid van de raad.


Raadsadviseur: M van den Berg-Platzer

Datum: 16-11-2015
Tijd: 19:00 - 20:00
Zaal: Shrewsburykamer
Behandeling: Oordeelsvormend
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: H.W. Hissink
Griffier: H.M.A.A. van Vliet

Aanwezig namensNaam
Burgerbelang
SPE. Müller
D66G.I. Timmer
PvdAM.M.M. Moester
GroenLinksG.V.C. Boldewijn
StadspartijC.R.L. van Toor
VVDW.P. van Stockum
CDAK.M. Warmoltz
ChristenUnieA. van Dijken
BewustZW
Lijst van Vliet

Portefeuillehouder(s): P Withagen
Pers: nee
Publiek: 6 personen
Insprekers: nee

Verslag van de vergadering

Voorzitter: opent de vergadering en heet alle aanwezigen welkom.

Stadspartij: In de kanttekeningen wordt gesproken over een perverse prikkel. Welke afspraken zijn er gemaakt om misbruik door gemeenten te voorkomen?

CDA: Het gaat in het voorstel om solidariteit tussen de gemeenten; als gemeente heb je geen invloed op het al dan niet aanwezig zijn van jeugd die speciale zorg behoeft.. De fractie stemt met het voorstel in.

SP: In het voorstel zijn de desbetreffende zorgvormen genoemd. Is die opsomming volledig? De kinderombudsman heeft onlangs opgemerkt dat de financiële belangen soms zwaarder wegen dan de belangen van het kind. Is hiervan ook sprake?

PvdA: Hoe groot is het budget en wat gebeurt er met geld dat over is?

College: Het gaat erom regionaal de jeugdhulp goed in te richten en deels gezamenlijk te ontwikkelen. Ook wordt samen opgetrokken om zware vormen van hulp zo mogelijk te transformeren naar lichtere vormen om op die wijze ruimte te houden voor de noodzakelijke zware hulp. Alle gemeenten houden de vinger aan de pols en gaan met elkaar het gesprek aan. Mogelijk dat in de toekomst nadere afspraken worden gemaakt over “fair use”. Voor nu is het echter voldoende.

ChristenUnie: Hoe vindt monitoring plaats?

College: Met de acht gemeenten is dezelfde monitoring afgesproken. Op 14 december komt daarover wat het college betreft een uitgebreid forum. Daarnaast spreken de acht gemeenten elkaar regelmatig en zal er inzicht zijn in wat elke gemeente op dit terrein uitgeeft. Alle bovenregionale zorgvormen vallen onder deze regeling; er is geen uitsluiting vooraf en de gemeente hanteren geen wachtlijsten. Indien er geld over is, dan wordt dat volgens dezelfde verdeelsleutel terugbetaald aan de gemeente. De omvang van het budget is nog niet bekend. De daadwerkelijke cijfers van 2015 zullen de basis vormen voor de onderlinge budgetverhouding in 2016.

Stadspartij: Het is goed bovenregionaal te kijken, maar er moeten meer handen en voeten worden gegeven aan het voorkomen van misbruik van de afspraken door gemeenten. Het is niet voor niets dat in het voorstel deze kanttekening staat.

D66: Verwacht niet dat gemeenten er lichtvaardig mee zullen omgaan.

CDA: Deze zware vorm van zorg kan niet worden voorkomen. Wel is het een taak van gemeenten te bekijken of en hoe kinderen er zo snel mogelijk uit kunnen komen.

College: In dezelfde kanttekening staat hoe de gemeenten hiermee willen omgaan. Gemeenten zijn het eens over de gezamenlijke lijn en ook met de zorgaanbieders wordt gekeken naar verbeteringen. Dit geeft veel vertrouwen om deze afspraken met elkaar aan te gaan. Mocht een gemeente misbruik maken van de regeling, dan zijn er voldoende ambtelijke en bestuurlijke drukmiddelen.

ChristenUnie: De raad wordt door middel van de Burap geïnformeerd. Welke criteria hanteert het college hierbij?

College: Daarover gaat de forum op 14 december.

SP: De financiële belangen wegen niet zwaarder dan de belangen van het kind?

College: Dat klopt, maar we willen ervoor zorgen dat dat ook in de toekomst zo kan blijven.

Vervolgens concludeert de voorzitter dat het voorstel rijp is voor besluitvorming in de raad en sluit vervolgens om 19.25 uur de vergadering.


Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad


Raad 30 november 2015 (21:30 - 23:00)

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.


Bijlagen:
Handelingen raad 30 november 2015

Besluit

Aangenomen
Geen amendementen ingediend


Deze pagina

  • a
  • a
  • a
  • tekstgrootte

Behandeld in

  • Bezoekadres: 's Gravenhof 2, 7201 DN Zutphen
  • Postadres: Postbus 41, 7200 AA
  • Telefoon: 140575
  • Email: info@zutphen.nl