Regionale Beleidsnota Inkoop Jeugd

Onderwerp Regionale Beleidsnota...

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Regionale Beleidsnota Inkoop Jeugd

Onderwerp Regionale Beleidsnota Inkoop Jeugd
Programma10. Onderwijs, jeugd en jongeren10. Onderwijs, jeugd en jongeren
ForumOordeelsvormend
Portefeuillehouder P.C.M. Withagen
Inlichtingen bij R. Meijerink/ M. van der Bliek
0575 587114 r.meijerink@zutphen.nl
Soort bevoegdheidKaderstellend
BeleidsvrijheidBeperkt
ProgrammabegrotingswijzigingNee
Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :

De regionale Beleidsnota Inkoop Jeugd vast te stellen.

Inhoud

Inleiding/aanleiding

Inleiding

Gemeenten krijgen in 2015 de verantwoordelijkheid over alle vormen van hulp en ondersteuning aan jeugd. In de regionale kadernota ‘Samen aan de slag voor een beter stelsel’ hebben de acht samenwerkende gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen zich uitgesproken om de inkoop voor voorzieningen voor jeugd gezamenlijk voor te bereiden. De gemeenten moeten er voor zorgen dat de benodigde voorzieningen beschikbaar zijn per 1 januari 2015. Om deze reden is de voorbereiding voor de inkoop gestart. De wijze van inkoop vindt plaats via bestuurlijk ingerichte aanbesteding. Vervolgens vindt de contractering op lokaal niveau plaats. Voor de afgesproken zorgcontinuïteit in 2015 zoals verwoord in het Regionaal Transitiearrangement, is de noodzakelijke tussenstap gekozen van een voorloopovereenkomst.

De gemeenteraad geeft in zijn kaderstellende rol de richting van het beleid aan. Daarnaast heeft de Beleidsnota Inkoop elementen in zich die relatie hebben met de nog door de raad vast te stellen nieuwe verordening voor jeugdhulp (najaar 2014). Om deze redenen wordt de gemeenteraad gevraagd om de regionale Beleidsnota Inkoop Jeugd vast te stellen. De nota zal ook in de andere gemeenteraden in de regio Midden-IJssel/Oost-Veluwe ter vaststelling voorgelegd worden. De planning is dat vaststelling plaats vindt voor de zomer.

 

Beoogd effect

Geformuleerde uitgangspunten en beleidskeuzes vaststellen die nodig zijn om het inkoopproces van individuele voorzieningen voor jeugd gezamenlijk voor te bereiden.

 

Argumenten

1.1 De uitgangspunten in de nota vormen de basis voor het inkoopproces jeugd.

De komst van de nieuwe Jeugdwet maakt gemeenten onder andere verantwoordelijk voor het voorzien in een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdhulp. De gemeente moet er voor zorgen dat de benodigde voorzieningen beschikbaar zijn en dit betekent dat met ingang van 1 januari 2015 jeugdhulp moet zijn ingekocht. De Beleidsnota Inkoop beschrijft de kaders van dit proces. De nota geeft bijvoorbeeld helderheid in de keuze welke voorzieningen niet vrij toegankelijk zijn (maar alleen via een verleningsbeschikking), waarop gestuurd wordt (onder andere kwaliteit, resultaat en kostenbeheersing) en hoe het bestuurlijk ingericht aanbesteden (de wijze van inkoop) eruit ziet. Daarnaast is er extra aandacht besteed aan de afspraken vanuit het RTA (regionaal transitiearrangement) over de zorgcontinuïteit.

1.2 De raamovereenkomst en de afspraken met aanbieders in het kader van het regionale transitiearrangement (RTA) gelden voor twee jaren.

Het Regionaal Transitiearrangement (RTA) is een belangrijke factor die een rol speelt bij de inkoop. In het RTA bieden gemeenten, zorgaanbieders en financiers voor 2015 continuïteit van zorg aan de huidige cliënten en bij dezelfde aanbieder. In het RTA is opgenomen dat de huidige zorgaanbieders vóór 1 juli 2014 duidelijkheid krijgen over het geraamde budget voor de huidige cliënten. De tijd tot 1 juli 2014 is te kort voor het volledig proces van bestuurlijk ingericht aanbesteden. Daarom is er een tussenstap genomen in de vorm van een voorloopovereenkomst (in de vorm van een concept raamovereenkomst) met zorgaanbieders. Bij bestuurlijk ingericht aanbesteden tekenen aanbieders in op een raamovereenkomst, waarin randvoorwaarden, kwaliteitseisen en initiële prijsafspraken zijn opgenomen van de afzonderlijke zorgvormen. Als een aanbieder voldoet aan de eisen die de gemeenten gesteld hebben in de raamovereenkomst kan er een overeenkomst afgesloten worden. De raamovereenkomst geldt voor twee jaren. Het voorstel is om ook de afspraken (door middel van een voorloopovereenkomst) die gemaakt worden met aanbieders in het kader van het regionaal transitiearrangement (zorgcontinuïteit voor zittende cliënten) ook voor twee jaar door te trekken. Dit betekent dat de looptijd van het RTA met één jaar verlengd wordt, tot en met 2016. Concreet betekent dit ook dat het gedecentraliseerde jeugdzorgbudget voor 2015 én 2016 geoormerkt wordt voor ondersteuning en hulp voor jeugd (en niet voor iets anders). Op deze manier wordt zoveel mogelijk een zachte landing voor cliënten en aanbieders van het oude naar het nieuwe jeugdstelsel gerealiseerd. Aanbieders krijgen optimaal de mogelijkheid om inhoudelijk te transformeren (vernieuwing en innovatie van het zorgaanbod), de frictiekosten te beperken en de zorginfrastructuur in stand te houden.

1.3 De inspraakperiode voor de regionale Beleidsnota Inkoop Jeugd heeft resultaat opgeleverd maar heeft niet geleid tot grote inhoudelijke aanpassingen.

In april en mei 2014 heeft de conceptnota ter inzage gelegen in alle gemeenten in de regio Midden-IJssel/Oost-Veluwe. De precieze inspraakperiode verschilt per gemeente. De conceptnota is actief verspreid onder zorgaanbieders en andere betrokken partners. Verschillende organisaties hebben een inspraakreactie gegeven. Het merendeel van de reacties was positief. Veel reacties betreffen vragen over het inkoopproces. De gedane aanpassingen hierop in de beleidsnota betreffen taalkundige aanpassingen en aanvullende toelichtingen en leiden niet tot grote inhoudelijke verschuivingen. De inspraakreacties en de reactie hierop vanuit de gemeenten is kort samengevat in bijgaande inspraaknotitie (bijlage 2).

 

Uitvoering/Communicatie/Vervolgtraject

Communicatie

Bij het opstellen van de beleidsnota is overleg geweest met diverse (cliënt)organisaties rondom jeugd en gezin. Daarnaast zijn zowel op lokaal als regionaal niveau organisaties geattendeerd op de nota en de mogelijkheid voor inspraak.

Voor alle gemeenteraden in de jeugdzorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe is op 3 juni een informatiebijeenkomst gehouden, onder andere over de beleidsnota inkoop jeugd.

Nadat de raad een besluit heeft genomen over de Beleidsnota Inkoop Jeugd wordt dit besluit kenbaar gemaakt aan de betrokken (kern)partners. Het document wordt daarnaast geplaatst op de gemeentelijke website.

 

Uitvoering

Om de inkoop zorgvuldig vorm te geven zijn en worden zorgaanbieders actief betrokken bij het inkoopproces voor consultatie en advies. Een tijdspad van het inkoopproces is te vinden in de nota.

Tijdens het inkoopproces wordt ambtelijk zoveel mogelijk afgestemd met het inkoopproces voor de (nieuwe) Wmo. De keuze voor bestuurlijk ingericht aanbesteden voor zowel jeugd als Wmo is daarbij een eerste stap. Kanttekening daarbij is dat Zutphen en Lochem voor de  Awbz/Wmo hebben gekozen voor bestuurlijk aanbesteden.

 

Financiën

Met ingang van 2015 krijgen gemeenten op basis van de jeugdwet de beschikking over één budget voor jeugdhulp. In de meicirculaire 2013 is daar een eerste indicatie voor af gegeven. In december 2013 is dit budget geactualiseerd. Het voorlopige uitvoeringsbudget 2015 van de gemeente  Zutphen bedraagt €14.879.417. Hierin is de bezuiniging van 5% in 2015 vanuit het rijk verwerkt (in 2016 loopt de bezuiniging op tot 10% en uiteindelijk in 2017 tot 15%). In de meicirculaire 2014 wordt het precieze bedrag per gemeente bekend gemaakt. Het Rijk heeft wel aangegeven dat gemeenten voor 2015 op minimaal 95% van het genoemde budget uit december 2013 mogen rekenen.

In het Regionaal Transitiearrangement (RTA) is de afspraak opgenomen om het gedecentraliseerde jeugdzorgbudget in 2015 te oormerken voor ondersteuning en hulp voor jeugd. Door verlenging van het RTA naar 2016, geldt het oormerken van het budget voor jeugd ook voor dat jaar.

Deze nota heeft geen directe financiële consequenties. Uitwerking van de inkoop vindt plaats binnen het beschikbare budget voor jeugdhulp.

 

Bijlagen 

  1. Beleidsnota Inkoop Jeugdhulp regio Midden IJssel & Oost Veluwe
  2. Inspraakreacties Beleidsnota Inkoop Jeugd

Bijlagen

Beleidsnota Inkoop Jeugdhulp regio Midden IJssel en Oost Veluwe
Inspraakreacties Beleidsnota Inkoop Jeugd

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2014-0090

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 28 mei 2014 met nummer 27218;



b e s l u i t :

De regionale Beleidsnota Inkoop Jeugd vast te stellen.

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter,de griffier,

Forum van 23 juni 2014


Toelichting griffie:
In de nota worden door het college uitgangspunten geformuleerd en beleidskeuzes vastgesteld die nodig zijn om het inkoopproces van individuele voorzieningen voor jeugd gezamenlijk voor te bereiden.Het college legt de nota aan de raad ter vaststelling voor omdat de raad in zijn kaderstellende rol de richting van het beleid aangeeft. Daarnaast heeft de Beleidsnota Inkoop elementen in zich die een relatie hebben met de nog door de raad vast te stellen nieuwe verordening voor jeugdhulp (najaar 2014). De regionale Beleidsnota Inkoop Jeugd zal ook in de andere gemeenteraden in de regio Midden-IJssel/Oost-Veluwe ter vaststelling voorgelegd worden.
Raadsadviseur: G Pletzers

Datum: 23-06-2014
Tijd: 19:00 - 20:30
Zaal: Raadzaal
Behandeling: Oordeelsvormend
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: O.W. Bosch
Griffier: H.M.A.A. van Vliet

Aanwezig namensNaam
Burgerbelang
SPLenne Giesen
D66Ingrid Timmer
PvdAJasper Bloem
GroenLinksVictor Boldewijn
StadspartijGerard Pelgrim
VVDAntje van Dijk
CDAKarin Warmoltz
ChristenUnieAndré Oldenkamp
De Lokale PartijAdjan Pepers

Portefeuillehouder(s): P Withagen
Ondersteuners: Mw. C. Lurvink (Zutphen), Mw. W. Kamphorst (Lochem), Mw. B. Lubberhuizen (Lochem)
Publiek: 14

Verslag van de vergadering

De voorzitter heropent de vergadering om 19.55 uur na behandeling van de memo bestuurlijke aanbesteding inkoop WMO (2014-0077, zie afzonderlijk verslag). Dit voorstel zal 7 of 8 juli in de raad behandeld moeten worden. Daarom verzoekt hij de forumleden zo kort en bondig mogelijk vragen te stellen om aan het eind van de vergadering te kunnen concluderen of het voorstel rijp is voor behandeling in de raad.

De ChristenUnie vraagt in hoeverre beslispunt 5 de keuzevrijheid van de cliënt beperkt.

Het CDA meent dat het in het kader van beslispunt 1 wel van belang is goed aan te geven wie mag doorverwijzen naar een individuele voorziening. Beslispunt 2: coördinatie van de hulpvraag zou als bouwsteen toegevoegd moeten worden. Aanbieders hebben daarbij ondersteuning nodig. Het CDA stelt voor daartoe een meta-ondersteuner aan te stellen die ook de regie voert. Beslispunt 3: is in beginsel akkoord, maar de fractie pleit ervoor de overeenkomst niet te laten aflopen in een jaar voor gemeenteraadsverkiezingen om te voorkomen dat de zorg een speelbal wordt van de verkiezingen. Beslispunt 4 roept de vraag op of er wel geld zal zijn voor nieuwe instromers. Beslispunt 5: goed kijken naar de kwaliteitseisen.

Tenslotte merkt de fractie op dat er geld moet blijven voor preventie; voorkomen is immers beter dan genezen.

GroenLinks vraagt of er wat meer te zeggen is over de coördinatie. Dat is nu wat onderbelicht. Hoe komt in beeld dat een aanbieder niet aan de kwaliteitseisen voldoet?

De Stadspartij vraagt zich af of over het eerste beslispunt al niet eerder een besluit genomen had moeten worden.

De SP vraagt zich af hoe de continuïteit gewaarborgd kan worden als zich elke twee jaar nieuwe aanbieders kunnen aandienen. Wie bepaalt de kwaliteit?

D66 vraagt of de gemeente de coördinerende taak zelf op zich neemt. Op welke wijze wordt de kwaliteit gemonitord?

De PvdA vraagt waarom de ambulante hulpverlening toch wordt ondergebracht bij individuele voorzieningen en daardoor niet vrij toegankelijk is. Bij een betere toegankelijkheid zou dit juist tot besparingen leiden, aangezien het een zwaardere vorm van zorg kan voorkomen.

Kan de gemeente eenzijdig besluiten tot 6x verlengen van contracten of is daarbij instemming van de andere gemeenten noodzakelijk. Is er voldoende geld voor preventie?

De VVD vraagt zich af of verlenging van de contracten zoals voorgesteld innovatie niet belemmert. Is er al enig zicht op het aantal cliënten dat per 1 januari 2015 aan de gemeentelijke zorg wordt overgedragen? Graag ontvangt de fractie meer informatie over de positie van het CJG Zutphen. De fractie acht het wenselijk dat de raad op de hoogte wordt gesteld van verlengingsbesluiten. Tenslotte merkt de fractie op dat de output-criteria van belang zijn; niet alleen de tevredenheid van de cliënt.

DLP vraagt zich met betrekking tot beslispunt 2 af, of de periode van twee jaar niet te kort is. In hoeverre krijgt de raad terugkoppeling over de indicatoren voor kwaliteit? Tenslotte vraagt de fractie aandacht voor de facturering door de zorgaanbieders rechtstreeks bij de gemeente. Hoe houdt de gemeente er zicht op? Komt er een regisseur bij de gemeente die precies weet aan wie welke zorg wordt verleend?

Mevrouw Lubberhuizen probeert in de resterende tijd zoveel mogelijk vragen te beantwoorden.

De ambulante hulp is uit kostenoverwegingen een individuele voorziening, maar de cliënt heeft wel keuzevrijheid ten aanzien van de aanbieder. Deze keuze is gemaakt na een pilot. Veel vragen bleken opgelost te kunnen worden door inzet van vrij toegankelijke hulp. Inzet van de ambulante hulp moet antwoord geven op de hulpvraag. Soms is kortstondige inzet van zwaarder hulp nodig.

Over de vraag hoe en door wie cliënten kunnen worden doorverwezen en op welke wijze het publiek kennis kan dragen van de zorgaanbieders moet nog verder worden nagedacht.

Complexe situaties vergen een goede coördinatie. Dat zal nog verder uitgewerkt moeten worden.

De suggestie over verlenging overeenkomsten in samenloop met verkiezingen lijkt een goede.

In het eerste jaar zullen de financiële mogelijkheden om nieuwe aanbieders toe te laten beperkt zijn. We zijn gebonden aan de afspraken in het regionale transitiedocument. Dit heeft vooral te maken met de continuïteit van de zorg aan de huidige zorgvragers. Er wordt al wel met de zorgaanbieders gesproken over preventie.

Problemen zijn niet altijd te voorkomen. Het is echter van belang deze zo snel mogelijk te signaleren en snelle hulp te bieden.

Aanvragen voor een PGB komen eerst bij de gemeente terecht; de SVB zorgt uiteindelijk slechts voor de administratieve afhandeling.

In een uitvoeringsnota zal worden aangegeven hoe monitoring plaatsvindt en aan welke kwaliteitseisen aanbieders moeten voldoen.

Het onderscheid tussen individuele en overige voorzieningen is te vergelijken met de huidige indeling in de WMO.

Qua tijd loopt het proces nog in de pas. Aangezien het om een regionale overeenkomst gaat, moeten alle deelnemende gemeenten akkoord gaan met verlenging.

Gezien de tijd stelt de voorzitter voor eventueel nog aanvullende vragen zo spoedig mogelijk schriftelijk in te dienen. Hij zal de griffie vragen om het voorstel zo mogelijk op 7 juli nog te agenderen voor het forum, zodat behandeling van het voorstel in de raad van 8 juli kan plaatsvinden. Vervolgens sluit hij de vergadering.


Advies

Onvoldoende besproken. Nogmaals in oordeelsvormende forumvergadering bespreken


Forum van 7 juli 2014


Toelichting griffie:
In de nota worden door het college uitgangspunten geformuleerd en beleidskeuzes vastgesteld die nodig zijn om het inkoopproces van individuele voorzieningen voor jeugd gezamenlijk voor te bereiden.Het college legt de nota aan de raad ter vaststelling voor omdat de raad in zijn kaderstellende rol de richting van het beleid aangeeft. Daarnaast heeft de Beleidsnota Inkoop elementen in zich die een relatie hebben met de nog door de raad vast te stellen nieuwe verordening voor jeugdhulp (najaar 2014). De regionale Beleidsnota Inkoop Jeugd zal ook in de andere gemeenteraden in de regio Midden-IJssel/Oost-Veluwe ter vaststelling voorgelegd worden. De nota is besproken in het Forum van 23 juni 2014 maar vroeg meer tijd. Om die reden is het onderwerp nu opnieuw geagendeerd.
Raadsadviseur: G Pletzers

Datum: 07-07-2014
Tijd: 20:00 - 21:00
Zaal: Commissiekamer
Behandeling: Oordeelsvormend
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: A. van Dijken
Griffier: H.M.A.A. van Vliet

Aanwezig namensNaam
Burgerbelang
SPH.M.H. Giesen
D66G.I. Timmer
PvdAJ. Bloem
GroenLinksG.V.C. Boldewijn
StadspartijG.J.H. Pelgrim
VVDA. van Dijk
CDAK.M. Warmoltz
ChristenUnie
De Lokale PartijA.IJ. Pepers

Portefeuillehouder(s): P Withagen
Ondersteuners: mw. B. Lubberhuizen (Lochem)
Pers: niet aanwezig
Publiek: 5
Insprekers: geen

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering. Omdat er in de vergadering van 23 juni te weinig tijd voor het college was om alle vragen te beantwoorden geeft hij eerst het college de gelegenheid om de beantwoording voort te zetten.

Het college gaat verder met de beantwoording van de vragen van de PvdA. Slecht presteren van andere gemeenten zal geen effect hebben op de kosten voor Zutphen, omdat iedere gemeente betaalt voor hetgeen zij afneemt. Alleen bij zware niet te voorkomen zorg is afgesproken dat de kosten tussen de gemeenten vereffend worden. Het college is optimistisch over de mogelijkheden tot preventie. Van het budget wordt 2,5%, circa 4 ton, onder de noemer van transformatie extra ingezet voor preventie. Ook in de raamovereenkomst worden afspraken gemaakt met zorgverleners en CJG over preventie.

Stimulering van innovatie is een speerpunt ook al is voor de eerste twee jaar wettelijk vastgelegd dat de lopende contracten worden gecontinueerd. De optie tot verlenging van die contracten houdt al een stimulans in. Eind 2014 ligt ongeveer 42% van het budget vast voor bestaande cliënten; dat zal vanaf 2015 tot 2017 vanzelfsprekend afnemen. Over de positie van het CJG komt na de zomer een notitie van het college.

De VVD zegt dat zij hierover binnenkort een gesprek heeft met de ambtenaren; zij zal daarvan een verslag beschikbaar stellen aan de raadsleden.

Het college zegt toe dat de raad zal worden geïnformeerd voordat contracten worden verlengd. De GGZ zal zoveel mogelijk worden ingepast in eenvoudige bouwstenen. Dit zal waarschijnlijk niet in één keer kunnen en moet zorgvuldig gebeuren.

Het CDA merkt op dat de GGZ de afgelopen jaren bezig is geweest met het opzetten van de DBC-structuur. Dit systeem bevordert hoge inschaling van de problematiek, omdat dat tot een hogere vergoeding leidt. Het werkt derhalve kostenverhogend.

Het college heeft daar oog voor, maar het is niet zomaar te keren.

De gemeente houdt zicht op de facturering door deze te leggen naast de verleningsbeschikkingen. Daarvoor is uiteraard een goed financieel systeem nodig. Dat aspect wordt nog nader bekeken, waarbij er tevens gebruik wordt gemaakt van landelijke expertise.

De PvdA vraagt wat het college precies beoogt met preventie; wat zou het college anders doen wanneer er in plaats van 4 ton een miljoen beschikbaar zou zijn? Welke ruimte is er voor nieuwe aanbieders?

D66 constateert dat de organisaties blij zijn met de opzet. De raamovereenkomst kent echter geen afname verplichting. Hierdoor blijven de aanbieders met grote onzekerheid zitten. Hoe kunnen ze dan inspelen op de toekomst? Is er nu al iets te zeggen over de voorwaarden waaronder een PGB wordt toegekend?

De Stadspartij vraagt hoe het gaat met indicatiestelling in relatie tot de afnemende budgetten in de komende jaren.

GroenLinks vraagt of het wel mogelijk is om facturen niet pas na voltooiing van een traject te betalen, maar periodiek en binnen 30 dagen, zoals beschreven op pagina 17 van de beleidsnota. Kunnen aanbieders zich ook na 10 juli nog inschrijven?

Het CDA vraagt wat het college doet met de suggesties die de fractie vorige keer gegeven heeft bij de beslispunten. Wat wordt er gedaan om onrust bij zorgaanbieders en cliënten te voorkomen?

De VVD merkt op dat het budget voor preventie nogal versnipperd lijkt te worden ingezet. Wordt er bij nieuwe cliënten voor een andere methode gekozen?

Het college antwoordt dat nog moet worden uitgewerkt hoe het preventiebudget wordt aangewend. De lijn zal zijn dat de sociale infrastructuur zodanig moet worden versterkt dat iedereen gemakkelijk kan meedoen. Verder is vroege signalering van belang. De prioriteit ligt nu meer bij het startklaar maken van de organisatie, zodat de gemeente haar taak per 1 januari 2015 kan gaan uitvoeren. Preventie kan in de loop van 2015 verder worden uitgewerkt. Aan de raad kunnen dan verschillende keuzemogelijkheden en scenario’s worden voorgelegd.

Nieuwe aanbieders kunnen ook na 1 juli inschrijven op de raamovereenkomst als zij aan de voorwaarden voldoen. Vast staat dat bestaande cliënten bij hun huidige aanbieders kunnen blijven. Met de huidige aanbieders zijn ook afspraken gemaakt over een vergoeding voor het in stand houden van hun organisatie. Omdat er geen afnameplicht is zal er onzekerheid blijven bestaan; dat is niet te voorkomen, maar het college wil er zorgvuldig mee omgaan. Er hebben zich inmiddels 66 aanbieders aangemeld voor de raamovereenkomst.

D66 vraagt of er ook elders in het land raamovereenkomsten zonder afnameverplichting worden aangegaan.

Het college bevestigt dit. Over de PGB’s zal meer bekend worden in de uitvoeringsnota. Over indicatiestelling mag eigenlijk niet meer worden gesproken: er wordt per kind of gezin een plan gemaakt. Zo nodig wordt een verleningsbeschikking verstrekt. Het gehele systeem beoogt te leiden tot bezuinigingen, maar of dat lukt moet nog blijken. Het college is daarover wel optimistisch omdat er sprake zal zijn van minder bureaucratie en bovendien van goedkopere hulp. Het college zal de raad blijven informeren over de ontwikkelingen.

Periodieke betalingen zal nader worden uitgewerkt in overleg met de zorgaanbieders. De cliënt bepaalt welke zorgaanbieder hij kiest voor de bouwstenen die hij nodig heeft. Daarom geldt er geen afnameverplichting bij het aangaan van de raamovereenkomst.

De DLP constateert dat hier dus sprake is van een vrije markt, die ertoe kan leiden dat voor zorgaanbieders de spoeling wel eens zeer dun zou kunnen worden.

Het college beaamt dit. Dat is dan ook spannend. Als het niet goed gaat zal het college ingrijpen en bijsturen.

De PvdA vraagt of de financiële positie van aanbieders wordt getoetst bij het aangaan van de raamovereenkomst. Staan zij borg voor elkaar?

Het college antwoordt bevestigend.

GroenLinks vraagt of de facturering maatwerk wordt per aanbieder.

Het college antwoordt dat weliswaar overleg wordt gepleegd met de aanbieders over de facturering, maar dat er niet voor ieder aanbieder een aparte methode wordt toegepast. De suggesties van het CDA worden betrokken bij de verdere uitwerking van de plannen, maar de fractie zal zelf in de gaten moeten houden in hoeverre ze worden opgevolgd.

Het is niet de bedoeling het budget voor preventie heel versnipperd in te zetten; de raamovereenkomst leidt al tot een nieuwe werkwijze en meer preventie. Als in de praktijk blijkt dat er bijsturing noodzakelijk is, is daartoe de gelegenheid. Daarover komt het college dan te spreken met de raad.

De voorzitter concludeert dat het voorstel rijp is voor behandeling in de raad en sluit de vergadering.


Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad


Raad 8 juli 2014 (19:00 - 23:00)

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.


Bijlagen:
Handelingen raad 8 juli 2014

Besluit

Aangenomen
Geen amendementen ingediend


Deze pagina

  • a
  • a
  • a
  • tekstgrootte
  • Bezoekadres: 's Gravenhof 2, 7201 DN Zutphen
  • Postadres: Postbus 41, 7200 AA
  • Telefoon: 140575
  • Email: info@zutphen.nl