Regionaal Transitiearrangement

Onderwerp Regionaal Transitiearrangement...

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Regionaal Transitiearrangement

Onderwerp Regionaal Transitiearrangement
Programma10. Onderwijs, jeugd en jongeren
ForumOordeelsvormend
Portefeuillehouder E.H. Willeumier-Noordhoff
Inlichtingen bij P. Kraan
0575 58 72 92 p.kraan@zutphen.nl
Soort bevoegdheidBudgetrecht
BeleidsvrijheidBeperkt
ProgrammabegrotingswijzigingNee
Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :

kennis te nemen van de inhoud van het Regionaal transitiearrangement Midden-IJssel/Oost-Veluwe d.d.9 oktober 2013 en de budgetten, die vanuit het Rijk op basis van de meicirculaire 2014, voor ondersteuning en hulp aan jeugd beschikbaar komen, te reserveren.

Inhoud

Inleiding/aanleiding

Met ingang van 2015 worden gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg die nu valt onder verantwoordelijkheid van de Zorgverzekeringswet, de AWBZ en de provincies.

Op 26 april 2013 is tussen Rijk/IPO/VNG een bestuurlijke afspraak gemaakt over de continuïteit van zorg in de overgang naar het nieuwe stelsel. Dit is voor cliënten die op 31 december 2014 al in zorg zitten of die daar een indicatie voor hebben (=overgangsjaar 2015).

Uiterlijk 31 oktober 2013 moeten hierover regionale afspraken tussen gemeenten liggen die worden vastgelegd in een regionaal transitie arrangement (RTA).De belangrijkste landelijk afgesproken punten waar het RTA op in dient te gaan zijn:
1. Het continueren van de zorg waar cliënten per 31-12-2014 gebruik van maken, voor de periode van 1 jaar, bij dezelfde aanbieder. Ook geldt deze continuïteit voor cliënten met een indicatie of verwijzing voor jeugdzorg, maar wachten op deze zorg. Voor Pleegzorg geldt geen termijn.
2. Het Arrangement bevat een afspraak over het overeind houden van de benodigde zorginfrastructuur die nodig is voor de continuïteit van zorg.
3. Het Arrangement bevat uitspraken over de manier waarop eventuele frictiekosten worden beperkt.

Het RTA dat voor u ligt is opgesteld door de regio Midden-IJssel, Oost Veluwe (MIJ/OV). De regio MIJ/OV bestaat uit de gemeenten Apeldoorn, Zutphen, Epe, Voorst, Lochem, Heerde, Hattem en Brummen. De gemeenten in deze regio hebben eind 2012 afgesproken dat zij de transitie jeugdzorg samen oppakken. Er is een projectorganisatie ingericht en de gezamenlijke uitgangspunten zijn door middel van een regionale startnotitie door alle gemeenten vastgesteld. Tijdens de reguliere Ambtelijke en Bestuurlijke Platformbijeenkomsten Jeugd is dit RTA met de provincie Gelderland afgestemd.

Proces

  • Tussen 18 juli – 18 september zijn er 2 bijeenkomsten geweest met zorgaanbieders en is overeenstemming bereikt over de voorgestelde lijn
  • 12 september 2013: informerende raadsbijeenkomst Zutphen en Lochem
  • 24 september 2013: oriënterend gesprek met de Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd (TSJ). De TJS heeft in positieve zin gereageerd op de voorgenomen aanpak voor het RTA Midden-IJssel/Oost-Veluwe.
  •  26 september 2013: instemming op hoofdlijn van het regionaal wethouders overleg in de regio Midden-IJssel/Oost-Veluwe met de aanpak voor het RTA.
  • 9 oktober 2013: het regionaal wethouders overleg jeugd besluit bijgevoegd RTA voor vaststelling voor te leggen aan de afzonderlijke colleges.
  • 16 oktober 2013: regionale informatieavond voor raadsleden.
  • Op 29 oktober heeft het college het RTA vastgesteld. De in het RTA opgenomen afspraak om dedecentralisatiebudgetten jeugd te reserveren, is onder voorbehoud dat de raad akkoord gaat.
  • Uiterlijk 31 oktober heeft de regio het RTA toegestuurd aan het ministerie van VWS en de VNG.
  • Op 4 november 2013 vindt een beoordelingsgesprek plaats met de TSJ. Daarna volgt een schriftelijke uitkomst van de beoordeling door de TSJ, uiterlijk 16 november 2013.
  • Het RTA wordt onderdeel van een regionaal beleidsplan over transitie jeugdzorg.

Het Regionaal transitiearrangement Midden-IJssel/Oost Veluwe d.d. 9 oktober 2013.
Het bijgevoegde RTA bevat toelichtingen op de gekozen aanpak. Hieronder volgen enkele aanvullende toelichtingen, die niet passen in het RTA, maar wel voor u relevant zijn:

  • Het proces van totstandkoming van dit RTA heeft plaatsgevonden onder grote tijdsdruk. De landelijke planning bood weinig ruimte voor een zorgvuldig proces voor cijfermatige en beleidsmatige voorbereiding.
  • Gemeenten geven tussen nu en eind 2014 vorm aan de beleidsmatige kaders. Deze zijn o.a. het regionale beleidsplan
  • De effectiviteit van de aanpak in 2014 en 2015 is aanleiding voor afweging voor het vervolg met de huidige aanbieders.
  • Het RTA bevat uitgangspunten (pagina 3). Deels zijn deze eerder vastgesteld in de regionale Startnotitie jeugdhulp januari 2013. Voor het overige zijn voor dit RTA relevante uitgangspunten toegevoegd.
  • Het RTA bevat een risicoanalyse. Financiële risico’s zijn nog niet goed in te schatten omdat landelijk nog niet helder is op hoeveel budget de gemeenten kunnen rekenen en wie voor de eventuele betaling van eventuele frictiekosten verantwoordelijk worden gehouden. . Wij ondersteunen de overtuiging van de regio dat deze aanpak een goede is voor beperking van de financiële risico’s, het beperken van maatschappelijke risico’s en het realiseren van de bezuinigingstaakstelling. 

Beoogd effect

Met het vaststellen van het RTA door het college is voldaan aan een verplichting die van rijkswege is opgelegd. In het RTA wordt aangegeven hoe de samenwerkende gemeenten in het jaar 2015 de zorgcontinuïteit en de hiervoor benodigde infrastructuur realiseren. Ook wordt aangeven hoe de frictiekosten worden beperkt. Continuïteit van zorg houdt in dat cliënten in 2015 bij dezelfde aanbieder kunnen blijven die zij op 31 december 2014 hebben. Dit geldt niet alleen voor cliënten die dan zorg hebben, maar ook voor cliënten die een indicatie hebben en op een wachtlijst staan.

Met het reserveren van de te decentraliseren budgetten Jeugd vanuit het Rijk, wordt beoogd deze budgetten te oormerken zodat de uitvoering van het RTA met behulp van deze budgetten gerealiseerd kan worden. 

Argumenten

1.1 Het RTA moest vóór 31 oktober 2013 zijn vastgesteld
Afspraken in het Regionaal Transitiearrangement moeten bestuurlijk vastgesteld zijn. Het proces waarin het RTA tot stand is gekomen heeft plaatsgevonden onder grote tijdsdruk. De landelijke planning bood weinig ruimte voor een zorgvuldig proces voor cijfermatige en beleidsmatige voorbereiding en afstemming.  Dit betekent dat de besluitvorming in de colleges vóór 31 oktober 2013 is afgerond.

1.2 De Gemeenteraad heeft budgetrecht
Het RTA loopt vooruit op de behandeling van het regionale en lokale beleidskader rond Jeugd in de gemeenteraad. In het RTA is de afspraak opgenomen om het gedecentraliseerde jeugdzorgbudget in 2015 te reserveren voor ondersteuning en hulp voor jeugd.  Dit valt onder het budgetrecht van de raad. Om deze reden wordt de Gemeenteraad gevraagd het gedecentraliseerde jeugdzorgbudget conform de meicirculaire 2014 te reserveren.

1.3  Financiële middelen zijn niet definitief
In de meicirculaire 2013 van het gemeentefonds is een eerste aanduiding gegeven van het budget Jeugdzorg. Voor Zutphen komt dit neer op € 13.349.700. Dit bedrag is voor 2015 en is inclusief de eerste 5% korting. In de jaren na 2015 zullen nog 2 stappen van elk 5% korting worden doorgevoerd. Daarnaast is het budget 2015 nog gebaseerd op historische gegevens. In de naaste toekomst zal deze basis vervangen worden door een nieuw geobjectiveerde verdeling van het landelijk beschikbare budget. Dit financiële kader, zoals verwoord in de meicirculaire 2013, is vanaf het begin de basis voor de gesprekken met alle betrokkenen.

1.4 Zorgaanbieders hebben ingestemd met  het inhoudelijke transformatieproces
Het gezamenlijk uitwerken van de inhoudelijke transformatie heeft de instemming van het merendeel van de zorgaanbieders. In de komende periode wordt aan de hand van een transformatieagenda deze uitwerking verder vormgegeven, wat uiteindelijk  zal uitmonden in samenwerkingsovereenkomsten en financiële duidelijkheid op instellingsniveau.

Hiermee zien de zorgaanbieders, op dit moment, af van andere vormen van financieringsafspraken zoals een budgetgarantie. Om de continuïteit van zorg te kunnen waarborgen is het van belang om het gedecentraliseerde jeugdzorgbudget, conform de meicirculaire 2014, daadwerkelijk te reserveren waarvoor het bedoeld is:  hulp en ondersteuning van jeugd. Uitgangspunt hierbij is dat alle kosten, die met deze taak gemoeid zijn, betaald kunnen worden uit de overgehevelde budgetten.

Uitvoering/Communicatie/Vervolgtraject

De vaststelling van het Regionaal transitiearrangement door burgemeester en wethouders is voor 31 oktober 2013 meegedeeld aan de regio Midden-Ijssel/Oost Veluwe.

Financiën

Voorgesteld wordt om het gedecentraliseerde jeugdzorgbudget, conform meicirculaire 2014, daadwerkelijk te reserveren waarvoor het bedoeld is: hulp en ondersteuning van jeugd. Op dit moment is de precieze hoogte van dit budget nog niet bekend. In de meicirculaire 2013 van het gemeentefonds is een eerste aanduiding gegeven van het budget Jeugdzorg. Voor Zutphen komt dit neer op € 13.349.700,-.

Stukken die ter inzage liggen

Regionaal transitiearrangement inclusief de bijlagen.

Bijlagen

Regionaal Transitiearrangement MIJ-OV dd 09-10-2013 Versie 2

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2013-0159

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 30 oktober 2013 met nummer 7735;



b e s l u i t :

kennis te nemen van de inhoud van het Regionaal transitiearrangement Midden-IJssel/Oost-Veluwe d.d.9 oktober 2013 en de budgetten, die vanuit het Rijk op basis van de meicirculaire 2014, voor ondersteuning en hulp aan jeugd beschikbaar komen, te reserveren.

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter,de griffier,

Forum van 18 november 2013


Toelichting griffie:
Met ingang van 2015 worden gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Tussen Rijk/IPO/VNG is een bestuurlijke afspraak gemaakt over de continuïteit van zorg in de overgang naar het nieuwe stelsel. Uiterlijk 31 oktober 2013 moesten hierover regionale afspraken tussen gemeenten liggen die worden vastgelegd in een regionaal transitie arrangement (RTA). Het vaststellen van het RTA door het college was dus een verplichting die van rijkswege is opgelegd.
Raadsadviseur: G Pletzers

Datum: 18-11-2013
Tijd: 19:30 - 20:00
Zaal: Raadzaal
Behandeling: Oordeelsvormend
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: O.W. Bosch
Griffier: J.V.H. Nijman

Aanwezig namensNaam
PvdAJ.S.N.M. van Gemert
StadspartijC.R.L. van Toor
VVDA. van Dijk
GroenLinksJ.M. Luijendijk
D66A.O. Biçen
BurgerbelangR.C.M. Sueters
CDAJ. Pennings - Hanemaaijer
SPE.P.M. Gründemann
ChristenUnieG.A. Kamp-Landman
Stadsbelang

Pers: Nee
Publiek: 15 personen
Insprekers: Nee

Verslag van de vergadering

De Forumvoorzitter opent het Forum en heet iedereen welkom. Onderwerp van dit Forum is het Regionaal Transitiearrangement (RTA). Het RTA is per abuis geagendeerd als hamerstuk. Dit moet echter zijn oordeeldsvormend. Op het moment dat dit voorstel een hamerstuk was geweest, was het namelijk onderdeel geweest van het Technisch blok.

De Forumvoorzitter geeft als eerste het woord aan het College voor een toelichting op het voorstel. 

Het College geeft aan dat het Forum het RTA heeft kunnen lezen. Het RTA moest voor 31 oktober worden aangeleverd bij de Landelijke Transitiecommissie die het heeft beoordeeld. Het RTA is beoordeeld als 2de categorie. Dit betekent dat er de komende acht weken nog iets extra’s moet worden gedaan. De minister was wel vol lof over de samenwerking in Gelderland. Een aantal andere regio’s in Gelderland zijn wel beoordeeld als 1ste categorie. Dit zijn met name de regio’s die vooral hebben ingezet op de transformatie. In de regio waar Zutphen in participeert is er veel inzet geweest op het proces.

De Forumvoorzitter geeft het woord aan het Forum voor het stellen van vragen aan het College.

GroenLinks vindt het stuk helder geschreven maar heeft tegelijkertijd ook een aantal zorgen. In het RTA wordt gesproken over ‘de nieuwe manier van werken’ maar wat dit precies inhoud en hoe hierop wordt ingezet, wordt niet besproken. Ook over de inbreng van nieuwe zorgaanbieders wordt niets gezegd. GroenLinks uit zorgen over de risicovolle weg die wordt bewandeld.

Het CDA vraag zich af hoe de knelpunten, die er ongetwijfeld komen, voorkomen kunnen worden.

De Stadspartij maakt zich zorgen over de geschetste risico’s. Er worden risicopercentages genoemd van 50% tot 75%. Hoe moeten deze risico’s gelezen worden en hoe kijkt het College hier tegenaan?

De SP heeft niets toe te voegen aan de vorige opmerkingen.

De VVD vindt het spijtig dat het RTA al voor 31 oktober 2013 ingediend is maar dat de raad nu pas de gelegenheid krijgt om hierop te reageren. Verder is de VVD blij met de 2de categorie. Bij een beoordeling in de 1ste categorie zou alles al zijn dichtgetimmerd. Nu kunnen nieuwe zorgaanbieders nog worden ingepast. Dit is een voordeel. De risico’s zoals nu verwoord maakt dat we hier alert op zijn en maakt dat indien nodig hierop gestuurd kan worden.

De PvdA geeft aan dat het RTA niet duidelijk is omdat de gegevens vanuit het Rijk niet duidelijk zijn. Toch kunnen de zorgverleners schijnbaar instemmen met deze aanpak. Tot 2015 blijven de huidige zorgaanbieders in beeld, vanaf dat moment verandert dit. Verder vraagt de PvdA hoe de risico’s moeten worden gelezen. 50% pijnlijke incidenten. Dit betekent toch niet dat er bij 1 op de 2 personen sprake zal zijn van ‘pijnlijke incidenten’?

De VVD geeft naar aanleiding van de opmerking van de PvdA aan dat al in 2015 de huidige situatie wijzigt want dan stromen nieuwe cliënten in.

Burgerbelang geeft aan gevraagd te hebben om zorgvuldigheid. Het RTA is op 9 oktober 2013 vastgesteld in het College. Waarom wordt het nu pas behandeld in het Forum? Naar het oordeel van Burgerbelang krijgt de raad onvoldoende informatie en wordt de raad onvoldoende betrokken bij het verhaal. Burgerbelang erkent dat de 2de categorie zo zijn voordelen heeft. Tot eind december heeft het College de tijd om één en ander verder uit te werken. Daar kan de raad bij betrokken worden.

De ChristenUnie sluit zich aan bij de vorige sprekers en wijst ook op de risico’s. Verder heeft de ChristenUnie in de wandelgangen vernomen dat er in de toekomst een Wgr opgetuigd wordt. De ChristenUnie wil hier helderheid over en vraagt wat de mogelijkheden zijn om iets te wijzigen in het RTA.

D66 geeft aan dat het RTA een algemeen geformuleerd stuk is waarin weinig operationele zaken zijn beschreven. Het RTA is vooral gericht op 2015. D66 ziet graag ook een blik op de toekomst na 2015. D66 geeft aan dat er weinig zicht is op de financiële middelen vanuit het Rijk.

VVD geeft aan dat de financiële middelen inderdaad erg onduidelijk zijn maar dat de richting waar we met z’n allen naar toe willen wel heel duidelijk is. Deze richting moeten we niet uit het oog verliezen.

De Forumvoorzitter geeft het woord aan het College voor het beantwoorden van de vragen.

Het College geeft aan dat het RTA gericht is op 2015 omdat dit het overgangsjaar is. Wijzigingen zijn mogelijk. Dit moet worden afgestemd met alle andere gemeenten in de regio. Het RTA is niet vastgesteld in het College op 9 oktober 2013 maar op 27 oktober 2013. Op 9 oktober is er gesproken over een concept.

Burgerbelang geeft aan dat het concept ook met de raad had kunnen worden besproken.

Het College geeft aan dat er op 16 oktober 2013 een bijeenkomst was in Twello waar het RTA uitgebreid is toegelicht. De raad is daarmee ook betrokken bij het RTA. Een volgende bijeenkomst over het RTA is gepland op 27 november. Ook in Twello. Het College is blij met de opmerkingen van de VVD. Er is zicht op nieuwe aanbieders. In totaal zijn er circa 400 aanbieders. Met een aantal grote aanbieders is ook gesproken. Ook voor het College is het afwachten of één en ander door de Eerste Kamer komt. Ook de financiële aspecten zijn voor het College onduidelijk.

Het CDA vraagt of ook kleine aanbieders in beeld zijn zoals Het Dagelijks Bestaan?

Het College geeft aan dat ook kleine aanbieders in beeld zijn en dat er ook gesproken is met Het Dagelijks Bestaan.

Het CDA geeft aan deze vraag te stellen omdat het College zelf aangaf gesproken te hebben met de grote partijen.

Het College geeft aan dat de grote partijen zichzelf gemeld hebben. Het College praat echter ook met kleinere partijen.

De Forumvoorzitter constateert dat er onvoldoende tijd is om het RTA te bespreken en doet het voorstel om deze vergadering te schorsen.

Burgerbelang geeft aan dat het Forum kennis heeft genomen van het RTA en dat dit niet opnieuw op de agenda hoeft. De financiële aspecten kunnen in december aanbod komen.

Het College geeft aan dat het voorstel van het College bestaat uit twee punten: kennis te nemen van het RTA en budgetten te reserveren. Beide punten moeten besproken worden.

De Forumvoorzitter geeft aan dat de vergadering wordt geschorst en dat het over twee weken opnieuw wordt geagendeerd en daarna, indien mogelijk, nog dezelfde avond in de raad komt.


Advies

Onvoldoende besproken. Nogmaals in oordeelsvormende forumvergadering bespreken


Forum van 2 december 2013


Toelichting griffie:
De bespreking van het Regionaal Transitie Arrangement is in het Forum van 18 november 2013 niet afgerond, waardoor de vergadering is geschorst. Op 2 december 2013 zal de vergadering worden heropend om de bespreking af te kunnen ronden. Op advies van het Forum en op verzoek van het college is het voorstel gelijk ook geagendeerd voor de raadsvergadering later op de avond, zodat voor betrokken instellingen zo snel mogelijk de gewenste duidelijkheid ontstaat.
Raadsadviseur: G.A.J. Winters

Datum: 02-12-2013
Tijd: 20:00 - 20:30
Zaal: Commissiekamer
Behandeling: Oordeelsvormend
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: H.W. Hissink
Griffier: H.M.A.A. van Vliet

Aanwezig namensNaam
PvdAJ.S.N.M. van Gemert
StadspartijC.R.L. van Toor
VVDA. van Dijk
GroenLinks
D66C.A. Lammers
BurgerbelangR.C.M. Sueters
CDAJ. Pennings - Hanemaaijer
SPW.K.H. Torgensen
ChristenUnieA. Oldenkamp
Stadsbelang

Ondersteuners: P. Kraan
Pers: nee
Publiek: 15 personen

Verslag van de vergadering

Tevens aanwezig:

Lijst Lilian: L.E. Steenvoort

De voorzitter heropent de vergadering van 18 november.

De VVD vraagt aandacht voor het aan elkaar verbinden van het verzoek om geschikt personeel in dienst te houden en de afspraak over het overnemen van personeel onder voorbehoud van geschiktheid. Zijn de huidige medewerkers toegerust op de nieuwe aanpak?

De PvdA vraagt hoe het precies zit met het woonplaatsbeginsel. Wanneer zijn de frictiekosten in beeld?

Burgerbelang vraagt of het college gebruik maakt van de ruimte om te overleggen met de raad, nu de regio is ingedeeld in de 2e categorie. Waar wordt nu aan gewerkt? Is het mogelijk in dit verband het besluit dat nu wordt gevraagd te splitsen in die zin dat de raad op een later tijdstip een besluit neemt over het reserveren van de budgetten.

De Christen Unie vraagt hoe het college gaat sturen indien risico’s zich manifesteren. Hoe wordt de raad daarbij betrokken anders dan door het verzoek om hogere budgetten?

Het CDA pleit ervoor goed te kijken welke hulpverleners worden ingezet en spoort aan de organisaties daarbij nauw te betrekken. Dat biedt grote kansen. Er is al heel wat bekend over de frictiekosten. Met name die voor huisvesting zijn hoog.

De Stadspartij vraagt wat er nog moet gebeuren om in de 1e categorie te komen.

De SP meent dat het van groot belang is te voorkomen dat de gemeente in de valkuil stapt van te goedkope zorg.

Lijst Lilian wijst erop dat jeugdpsychiatrie risicovol is. Er zijn signalen dat deze zorg blijft vallen onder de zorgverzekering. Hoe staat het college daar tegenover.

Het college antwoordt dat dit laatste aan de Tweede Kamer is. Het besluit daarover wordt afgewacht. Er wordt gekozen voor continuïteit van de zorg. De instellingen zijn bezig mensen te scholen voor de transitie. De nadruk ligt daarbij op preventieve zorg ter voorkoming van de noodzaak tot duurdere vormen van zorg. Het regionaal transitiebureau is bezig om te komen tot de 1e categorie. Het probeert risico’s vóór te zijn. Daarvoor worden voorzorgsmaatregelen getroffen.

De Christen Unie verzoekt het college daarover meer concreet te zijn. Als gekozen wordt voor een gemeenschappelijke regeling staat de raad meteen op afstand.

Het college antwoordt dat nog niet zeker is welke organisatievorm gekozen wordt. Er is niet veel animo voor een gemeenschappelijke regeling. Risico’s worden zo goed als mogelijk ingeschat. Frictiekosten willen gemeenten niet betalen.

Het CDA snapt dat gemeenten de frictiekosten niet willen betalen. Het is de vraag wie dan wel?

Het college merkt op dat de VNG zich daarmee nadrukkelijk bemoeit.

De PvdA merkt op dat in het transitiearrangement ook mogelijkheden worden genoemd om de frictiekosten op te vangen, zoals goedkoop inkopen.

De VVD zegt dat, wanneer het lukt minder zware zorg te bewerkstelligen, de zorginstellingen aan de bel zullen trekken bij VNG en rijk. Het is goed dat het standpunt van gemeenten is, dat die kosten niet bij hen terecht moeten komen.

De Christen Unie is van oordeel dat er vele vervelende situaties zullen ontstaan. De gemeenten zullen dan aangesproken worden.

Het CDA vreest dat, indien instellingen omvallen, er geen organisaties zijn die het werk dan kunnen doen.

De VVD nuanceert dit. Er zijn relatief veel instellingen. Het gaat landelijk om een ander niveau van zorg. Instellingen zullen moeten transformeren.

Lijst Lilian vraagt naar de mening van het college over de jeugdpsychiatrie.

Het college zegt die mening niet te zullen geven. Het is aan de Tweede Kamer daarover een besluit te nemen. Het is de bedoeling zoveel als mogelijk eerstelijns hulpverlening in te zetten. De raad wordt onder meer door regionale bijeenkomsten, zoals afgelopen week in Twello, betrokken bij het beleid over de transitie.

Burgerbelang merkt op vragen te stellen aan het college, niet in een regionale bijeenkomst. Bovendien was die bijeenkomst laat aangekondigd. Zijn alle instellingen bij het college bekend? In Gelderland gaat het om 400 à 500. Om een goede afweging te maken moeten deze wel allemaal in beeld zijn.

Het college antwoordt dat het een regionaal transitiearrangement betreft. Daar passen regionale bijeenkomsten bij. Het regionaal bureau heeft alle instellingen in Gelderland in beeld. Zware gevallen worden regionaal geregeld. Het reserveren van het budget is nodig om het vertrouwen te geven dat die middelen ook daadwerkelijk voor dat doel worden ingezet. Het woonplaatsbeginsel is inderdaad lastig. De oorspronkelijke woonplaats is leidend. De gevolgen daarvan worden in kaart gebracht. Het is aan de instellingen om geschikt personeel in dienst te houden. Zij moeten de transitie aan kunnen.

De VVD meent dat juist daarom door gemeenten als opdrachtgever de link moet worden aangebracht tussen geschikt personeel in dienst houden en het overnemen ervan. Vier grote instellingen zijn in staat al dan niet gezamenlijk te zorgen voor een adequate opleiding.Van het projectbureau is in januari al een beleidsdocument te verwachten inclusief de mogelijke vormen van samenwerking. De meldpunten voor huiselijk geweld en kindermishandeling zouden regionaal georganiseerd moeten worden. Is dat nu landelijk?

Het college antwoordt dat die meldpunten waarschijnlijk op het niveau van de veiligheidsregio geregeld zullen worden.

Desgevraagd geven de fracties met uitzondering van Burgerbelang aan, dat het stuk rijp is voor behandeling in de raad. De fractie van Burgerbelang zal dit in de pauze nog intern overleggen. (Alsnog akkoord met behandeling in de raad vanavond.)

Vervolgens sluit de voorzitter de vergadering.


Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad


Raad 2 december 2013 (21:30 - 23:00)

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.


Bijlagen:
Handelingen raad 2 december 2013

Besluit

Aangenomen

Zonder hoofdelijke stemming
Geen amendementen ingediend


Deze pagina

  • a
  • a
  • a
  • tekstgrootte
  • Bezoekadres: 's Gravenhof 2, 7201 DN Zutphen
  • Postadres: Postbus 41, 7200 AA
  • Telefoon: 140575
  • Email: info@zutphen.nl