Oprichten stichting huishoudelijke hulp Zutphen

Onderwerp Oprichten stichting...

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Oprichten stichting huishoudelijke hulp Zutphen

Onderwerp Oprichten stichting huishoudelijke hulp Zutphen
Programma04. Een vitale samenleving, iedereen doet mee
ForumOordeelsvormend
Portefeuillehouder P Withagen
Inlichtingen bij Melanie Hagen
06 81425223 m.hagen@zutphen.nl
Soort bevoegdheidControlerend
BeleidsvrijheidBeperkt
ProgrammabegrotingswijzigingNee
Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :

1) kennis te nemen van het voornemen van het college een stichting huishoudelijke hulp gemeente Zutphen op te richten;

2) wensen en bedenkingen kenbaar te maken (die naar aanleiding van de forumbehandeling worden geformuleerd);

3) kennis te nemen van het starten van een verkorte aanbestedingsprocedure door het college ten einde te komen tot een tijdelijke overeenkomst huishoudelijke hulp ter overbrugging van de periode vanaf 1 maart 2017 tot het moment dat de nieuwe uitvoeringsstructuur huishoudelijke hulp operabel is.

Inhoud

Inleiding/aanleiding

Op 29 juni 2015 zijn unaniem door de gemeenteraad de volgende uitgangspunten vastgesteld met betrekking tot de aanbesteding huishoudelijke hulp:

  1. Huishoudelijke hulp blijft beschikbaar voor wie het nodig heeft en het zelf niet kan betalen én regelen. De mogelijkheden die iemand heeft om zelf in oplossingen te voorzien, moeten benut
  2. We streven naar zoveel mogelijk behoud van werkgelegenheid tegen gangbare arbeidsvoorwaarden.
  3. De signaleringsfunctie door de hulpen moet (beter) benut worden via een functionele verbinding met de Sociale wijkteams en wijkverpleegkundigen.
  4. Het budget van het Rijk voor huishoudelijke hulp is het financieel kader waarbinnen uitgevoerd wordt.
  5. Een algemene voorziening voor huishoudelijke hulp te creëren van waaruit alle huishoudelijke hulp verstrekt wordt, ook waar deze betaald wordt door de gemeente.

 Daarbij heeft de raad de volgende kaders mee gegeven:

  1. Een beroep doen op de mogelijkheden die de cliënt heeft om zelf in oplossingen te voorzien, ongeacht de leeftijd, maar wel rekening houdend met de leeftijd.
  2. Een vast team van huishoudelijke hulpen per wijk, functioneel verbonden met het sociale wijkteam en de verpleegkundigen.
  3. Toekennen van huishoudelijke hulp op basis van een dialoog tussen aanbieder en cliënt, waarbij de werkafspraken op eenvoudige wijze schriftelijk worden vastgelegd.
  4. Lumpsumfinanciering op basis van nader vast te stellen parameters die borgen dat de mensen die het echt nodig hebben daadwerkelijk bereikt en geholpen worden, aan een organisatie die niet vanuit winstoogmerk handelt en waarin de zeggenschap van medewerkers groot is.
  5. Het jaar 2016 als overgangsjaar te gebruiken opdat de nieuwe werkwijze per 1 maart 2017 definitief kan ingaan.

Nadat de kaders door de gemeenteraad in juni 2015 waren vastgesteld, zijn deze voorgelegd aan de huidige huishoudelijke hulp zorgaanbieders. Met hen zijn de kaders besproken en aan de zorgaanbieders is gevraagd mee te denken over hoe invulling te geven aan deze kaders. Enkele zorgaanbieders hebben vervolgens ideeën aangeleverd die allemaal slechts invulling gaven aan één of enkele van de gestelde kaders. Omdat door meerdere gemeenteraadsfracties tijdens het debat over de kaders werd verwezen naar een werknemerscoöperatie als mogelijke wenselijke uitvoerder van de huishoudelijke hulp, zijn we daarnaast in gesprek gegaan met twee werknemerscoöperaties.

Naar aanleiding van deze gesprekken hebben we vervolgens, samen met een groep huishoudelijke hulpen, de mogelijkheden m.b.t. het oprichten van een werknemerscoöperatie onderzocht. Tijdens dit proces bleek echter dat binnen de huidige aanbestedingsregels het niet mogelijk is om in een programma van eisen voorwaarden te stellen aan de bedrijfsorganisatroische inrichting van een inschrijvende partij. Het bleek dus niet mogelijk om een opdracht uitsluitend te gunnen aan een werknemerscooperatie als de andere inschrijvers (zijnde niet-werknemerscooperatie) ook aan de vereiste kwaliteitcriteria voldoen.

Na een onderbreking in het voorjaar van 2016 vanwege de verkorte aanbestedingsprocedure naar aanleiding van het faillissement van TSN, is het proces richting een nieuwe overeenkomst weer opgepakt. Per kader is bekeken wat de mogelijkheden zijn om aan dit betreffende kader tegemoet te kunnen komen binnen de nieuwe aanbestedingswet en de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) m.b.t. huishoudelijke hulp (bijlage 1: Analyse kaders versus aanbestedingsvormen).

Aan de hand van deze analyse is nu een koers bepaald met betrekking tot de wijze van inrichten van de huishoudelijke hulp 2017 (inhoudelijke keuze) en een bijbehorende aanbestedingsvorm. Door middel van dit raadsvoorstel wil het college de gemeenteraad de gelegenheid geven zijn wensen en bedenkingen te uiten met betrekking tot het voornemen van het college middels quasi-inbesteding een stichting huishoudelijke hulp gemeente Zutphen op te richten.

Beoogd effect

Huishoudelijke hulp blijft via de gemeente beschikbaar voor wie dit nodig heeft en wordt beter ingebed in de totale hulp- en dienstverlening in de wijk. Daarbij streven we naar zoveel mogelijk behoud van werkgelegenheid met behoud van de gangbare arbeidsvoorwaarden.

Dit sluit aan bij hetgeen er in de strategische agenda 2016-2019 wordt verwoord in Programma 4: 'Een vitale samenleving, iedereen doet mee'. Daarin wordt gesproken van het voornemen om in 2017 een nieuwe vorm van huishoudelijke hulp in te voeren die stevig is verbonden met de sociale wijkteams en de wijkverpleging, waardoor ook de werkgelegenheid in deze sector kan worden behouden. Daarnaast wordt in programma 4 aangegeven dat de raad en het college willen inzetten op innovatie in de zorg om enerzijds de werkgelegenheid in de zorg te behouden en nieuwe banen te creëren en om anderzijds nog betere zorg en ondersteuning te bieden gericht op het vergroten van de vitaliteit van onze inwoners. Door middel van dit raadsvoorstel wordt invulling gegeven aan deze kaders.

Argumenten

1.1 Quasi-inbesteden is de enige aanbestedingsvorm die voldoet aan de door de gemeenteraad gestelde kaders.

Per door de gemeenteraad vastgesteld kader en uitgangspunt is bekeken wat de mogelijkheden zijn om aan dit

betreffende kader tegemoet te kunnen komen binnen de nieuwe aanbestedingswet en de uitspraken van de CRvB met betrekking tot huishoudelijke hulp. Uit deze analyse kwam één aanbestedingsvorm naar voren die aan alle kaders van de gemeenteraad tegemoetkomt (bijlage 1: Analyse kaders versus aanbestedingsvormen). Deze aanbestedingsvorm is het quasi-inbesteden.

Quasi-inbesteden houdt in dat de gemeente onder bijzondere omstandigheden opdrachten direct, zonder toepassing van de Europese aanbestedingsregels, kan gunnen aan rechtspersonen die geen deel uitmaken van de gemeente, maar waarbij wel een mate van controle bestaat die lijkt op die van gemeentelijke diensten. Voorwaarde voor quasi-inbesteden is dat de rechtspersonen waaraan wordt gegund een zodanige relatie hebben met de gemeente dat ze beschouwd kunnen worden als gemeentelijke dienst, ook al is dit formeel niet zo. Die relatie moet wel aan enkele voorwaarden (zie ook bijlage 2) voldoen.

Om een quasi-inbestedingsproces mogelijk te maken, wordt een stichting (of andere passende organisatievorm) opgericht die de huishoudelijke hulp in de gemeente Zutphen gaat uitvoeren. Deze stichting wordt aangestuurd door een bestuur en om te borgen dat de gemeente een beslissende invloed heeft op de strategische doelen (meerjarenplan, visie, strategie, marktbenadering) en de belangrijke beslissingen zullen 2 collegeleden in de Raad van Toezicht van de stichting moeten plaatsnemen. Een en ander zal worden vastgelegd in statuten (zie bijlage 3).

Zowel deze op te richten stichting als Stichting Perspectief krijgen de opdracht om te zorgen voor de inhoudelijke verbinding tussen de wijkteams huishoudelijke hulp en de sociale wijkteams en de wijkverpleegkundigen zodat signalen met elkaar uitgewisseld kunnen worden en er snel, indien wenselijk, eventuele benodigde extra zorg, vrijwilligers of mantelzorgondersteuning kan worden ingezet. De op te richten stichting krijgt één bedrag (lumpsumfinanciering) om alle inwoners van de gemeente Zutphen die huishoudelijke hulp nodig hebben te bedienen. Binnen de stichting wordt met vaste wijkteams met huishoudelijke hulpen gewerkt zodat voor inwoners duidelijk is welke hulpen er in hun wijk huishoudelijke hulp bieden.

Wanneer tijdens het keukentafelgesprek blijkt dat een inwoner vanwege zijn/haar beperkingen huishoudelijke hulp nodig heeft, wordt hij/zij verwezen naar de stichting. De stichting kijkt vervolgens met de cliënt wat hij/zij nog zelf kan, wat het netwerk kan overnemen en stelt vervolgens in overleg met de klant, een zorgplan huishoudelijke hulp op waarin wordt aangegeven welke taken worden overgenomen en welke tijdseenheden hieraan verbonden worden. Dit zorgplan wordt vervolgens naar Het Plein verzonden en zij sturen deze dan met een beschikking mee naar de klant. Door het proces op deze wijze in te richten, voldoet het zowel aan de door de gemeenteraad vastgestelde uitgangspunten en kaders als aan de recentelijke uitspraken met betrekking tot huishoudelijke hulp van de CRvB.

1.2. Uit een juridische risicoanalyse is gebleken dat de juridische risico's beheersbaar en aanvaardbaar zijn.

Advocaat Tim Robbe is gevraagd om door middel van een juridische risicoanalyse uitsluitsel te geven over de haalbaarheid van het oprichten van een stichting huishoudelijke hulp om quasi-inbesteden mogelijk te maken. Uit deze risicoanalyse is gebleken dat de juridische risico's beheersbaar casu quo aanvaardbaar zijn als de gemeente de juiste beheersmaatregelen neemt (zie bijlage 4).

1.3. Door te kiezen voor een stichting wordt meer duidelijkheid en rust gecreëerd voor cliënten en hulpen;                         

De stichting huishoudelijke hulp is een uitvoeringsorganisatie waarmee voor lange termijn een subsidierelatie   kan worden aangegaan met als voordeel dat we niet elke 4 jaar hoeven aan te besteden. Hierdoor worden cliënten niet langer met wisselende zorgaanbieders en steeds nieuwe huishoudelijke hulpen geconfronteerd en wordt voorkomen dat de medewerkers steeds opnieuw moeten solliciteren met alle gevolgen voor het salaris en de secundaire arbeidsvoorwaarden van dien;

1.4. De stichting huishoudelijke hulp biedt meer stabiliteit voor de langere termijn;

Het afgelopen jaar zijn meerdere zorgaanbieders failliet gegaan en er dreigen meer faillissementen. Daarnaast zijn er signalen dat enkele zorgaanbieders bezig zijn om de huishoudelijke hulp tak binnen hun organisatie af te stoten om zich meer te richten op andere zorgverlening die rendabeler is. De door ons op te richten stichting biedt ten opzichte van deze ontwikkelingen een stabielere oplossing voor de lange termijn;

1.5. De gemeente heeft meer directe invloed op de bedrijfsvoering.

De gemeente heeft een beslissende invloed heeft op de strategische doelen en de belangrijke beslissingen van de stichting, en daarmee ook op de bedrijfsvoering. Hierdoor kan bijvoorbeeld tegemoet worden gekomen aan de wensen van college en de raad met betrekking tot de keuze voor vaste, zelfsturende teams die functioneel zijn verbonden met de wijkverpleegkundigen en de sociale wijkteams. Daarnaast kunnen in de toekomst op relatief eenvoudige wijze kleine aanvullende taken (kopje koffiedrinken, boodschappen doen) door de stichting worden uitgevoerd en, indien wenselijk, ook andere maatwerkvoorzieningen (eenvoudige begeleiding of persoonlijke verzorging) door de stichting worden opgepakt.

2. Conform de Gemeentewet wordt de gemeenteraad betrokken.

Er is sprake van een voornemen de oprichting van een stichting serieus te verkennen. De Gemeentewet (artikel 160, tweede lid) schrijft voor dat de gemeenteraad, voordat het college een besluit neemt over oprichting van een stichting, een ontwerpbesluit dient te ontvangen en de gelegenheid dient te krijgen om wensen en bedenkingen te uiten. Conceptstatuten (bijlage 3) zijn daarbij een onderdeel van het ontwerpbesluit.

Wij nodigen u uit om tijdens de forumvergadering wensen en bedenkingen te uiten. Deze zullen deze voor de raadsvergadering in een nieuw besluitpunt 2 worden verwoord. De verplichting om vooraf goedkeuring te vragen aan het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie is per 1 februari 2016 vervallen.

3. De stichting huishoudelijke hulp is op 1 maart 2017 nog niet operabel;

Een voorwaarde voor het oprichten van een stichting huishoudelijke hulp is dat er een gedegen projectplan en bedrijfsplan worden opgesteld waarin ook een goed doorgerekend financieel plan is opgenomen. Om de financiële haalbaarheid van de stichting met zekerheid te kunnen garanderen en om financiële risico’s in kaart te kunnen brengen en beheersmaatregelen te treffen, is meer concrete informatie nodig. Er moet bijvoorbeeld worden onderzocht hoeveel personeel de stichting gaat overnemen en in welke loonschaal. Alleen dan is goed door te rekenen wat de belangrijkste kostenpost is: personeelskosten. Ook moet in kaart worden gebracht waar de stichting en haar wijkteams gehuisvest kunnen worden en wat daarvan de huurkosten zijn. Wat zijn de kosten voor een ICT-infrastructuur? Verschillende elementen moeten dus echt nog nader worden onderzocht. De tijd die nog rest tot 1 maart 2017, het moment waarop de huidige overeenkomsten huishoudelijke hulp aflopen, is daarvoor te gering.

Om de zorgcontinuïteit te kunnen borgen tussen 1 maart 2017 en het moment dat de stichting operabel is (streefdatum 1 september 2017), is door het college daarom besloten om voor de tussenliggende periode een verkorte inkoopprocedure te starten. Per 1 maart 2017 lopen namelijk de huidige overeenkomsten huishoudelijke hulp af en alle opties voor verlengingen zijn gebruikt. Ook wanneer uw raad onoverkomelijke bedenkingen heeft tegen het oprichten van de stichting huishoudelijke hulp, en dus zal moeten worden gekozen voor een reguliere aanbestedingsprocedure, is het niet haalbaar om deze voor 1 maart 2017 af te ronden. Om deze reden heeft het college besloten om, vooruitlopend op besluitvorming door de gemeenteraad, alvast te starten met de verkorte inkoopprocedure om de zorgcontinuïteit te kunnen waarborgen.

Kanttekeningen

Door het aangaan van een nieuwe overeenkomst ter overbrugging van de periode van 1 maart 2017 tot het moment dat de stichting operabel is, zullen de kosten voor de huishoudelijke hulp stijgen.

Op dit moment worden alphahulpen door de gemeente ingezet via de Bemiddelde Hulp constructie. Alphahulpen hebben minder arbeidsrechten dan in loondienst en bouwen ook geen pensioen op. De bemiddelde hulp is voor de gemeente wel financieel aantrekkelijk omdat dit € 6,14 per uur goedkoper is dan huishoudelijke hulp type 1(HH1). Het college en de raad hebben reeds aangegeven de alphahulp constructie niet langer wenselijk te vinden. Ook het kabinet heeft inmiddels beleid ingezet om alphahulpconstructies te voorkomen. Voor de nieuwe overeenkomst betekent dit dat inwoners die nu nog via bemiddelde hulp huishoudelijk hulp ontvangen per 1 maart 2017 huishoudelijke hulp krijgen tegen de hogere HH1 tarieven.

Tenslotte zullen ook de tarieven van de huishoudelijke hulp type 2 (HH2) naar boven moeten worden bijgesteld omdat de huidige tarieven niet langer passend zijn gezien de Algemene Maatregel van Bestuur die wordt voorbereid door het kabinet en de nieuwe CAO VVT.

Onder het hoofdstuk: financiële gevolgen wordt een schatting gemaakt van de extra kosten in 2017 door de hogere tarieven. Overigens zou de gemeente ook met extra kosten zijn geconfronteerd wanneer de gemeente per 1 maart 2017 gestart zou zijn met de stichting huishoudelijke hulp of er niet voor quasi-inbesteden maar een andere aanbestedingsmethode was gekozen. Ook bij een overeenkomst gefinancierd op basis van lumpsumfinanciering zal het door de gemeente beschikbaar gestelde bedrag in verhouding moeten zijn met de loonkosten.

Risico’s

  • Voorwaarde voor quasi-inbesteden is dat de rechtspersonen waaraan wordt gegund een zodanige relatie hebben met de gemeente dat ze beschouwd kunnen worden als gemeentelijke dienst. Dit betekent dat de gemeente, wanneer wordt gekozen voor een stichting huishoudelijke hulp, meer dan nu verantwoordelijk wordt voor de kwaliteit van de uitvoering van de huishoudelijke hulp maar ook voor de positie en de arbeidsvoorwaarden van de hulpen en de werkgelegenheid m.b.t. de huishoudelijke hulp. Dit brengt politieke en bedrijfsorganisatorische risico’s met zich mee. In het nog te ontwikkelen bedrijfsplan zullen hiervoor beheersmaatregelen moeten worden opgenomen, waarbij ook de hiervoor benodigde interne expertise en capaciteit moeten worden belicht.
  • Uit de risicoanalyse, opgesteld door advocaat Tim Robbe, is gebleken dat er een aantal juridische risico's zijn verbonden aan het op- en inrichten van een stichting huishoudelijke hulp (zie bijlage 4). Deze risico'zijn echter voldoende te beheersen casu quo aanvaardbaar indien de maatregelen worden getroffen zoals omschreven in de risicoanalyse.
  • De gemeenteraad zou onoverkoombare bedenkingen kunnen hebben tegen het oprichten van de stichting. Wanneer het quasi-inbesteden daardoor geen mogelijkheid blijkt te zijn, zullen we een reguliere aanbestedingsprocedure moeten starten. De aanbestedingsvorm die dan het meest tegemoet komt aan de door de raad gestelde kaders, lijkt een vorm van traditionele Europese aanbesteding of een aanbestedingsvorm waarop maar een beperkt aantal Europese regels van toepassing zijn, niet zijnde de bestuurlijke aanbestedingsvorm. Dat betekent dan wel dat we aan een aantal door de raad gestelde kaders niet tegemoet zullen kunnen komen (zie bijlage 1). Het belangrijkste kader waaraan niet tegemoet gekomen kan worden is dat de opdracht dan niet gegund kan worden aan een organisatie zonder winstoogmerk. Behalve het quasi-inbesteden voldoet geen enkele andere inkoop- of aanbestedingsmethode aan dit kader.
  • Daarnaast is het lastiger om een langdurige overeenkomst aan te gaan wanneer de keuze zou worden gemaakt voor een traditionele Europese aanbesteding of aanbesteding waarop maar een beperkt aantal regels van toepassing zijn, niet zijnde bestuurlijke aanbestedingsvorm. Bij lumpsumfinanciering kan deze looptijd worden opgerekt en kan er voor een langere periode een overeenkomst worden aangegaan, bijvoorbeeld voor 7-10 jaar. Hoe dan ook zal er na verloop van tijd weer opnieuw moeten worden aanbesteed, met alle gevolgen voor de cliënten en de hulpen van dien. Voor beide aanbestedingsmethodes geldt dat, om een vast team van huishoudelijke hulpen per wijk te kunnen creëren, je de opdracht per wijk aan één aanbieder zal moeten gunnen. Wanneer voor meerdere aanbieders per wijk zou worden gekozen, blijft het de vraag of de aanbieder een vast team van hulpen per wijk in stand kan houden. Tevens zal bij meerdere aanbieders in een wijk goed nagedacht moeten worden hoe je lumpsum financiering wilt gaan toepassen. Het nadeel van één aanbieder per wijk is weer dat de zorgcontinuïteit in het gedrang komt wanneer deze partij failliet zou gaan. De keuze voor een door de gemeente op te richten stichting biedt in verhouding een stabielere oplossing voor de lange termijn, meer duidelijkheid en rust voor de cliënten en de hulpen en meer mogelijkheden met betrekking tot de inrichting van de wijkteams huishoudelijke hulp. Ten slotte is er ook nog de mogelijkheid om, in plaats van quasi-inbesteding of een andere aanbesteding of inkoopmogelijkheid, te kiezen voor het in gemeentelijke dienst nemen van de huishoudelijke hulpen. Dit druist echter in tegen de wens om als gemeente meer de regierol te nemen en aan te sturen op afstand. Door te kiezen voor een stichting kan de gemeente op grote lijnen aansturen zonder zich op detailniveau met de uitvoering bezig te hoeven houden. Anderzijds is het in relatie tot het eerstgenoemde risico de vraag of in de te verkennen Stichtingsvorm de sturingsafstand goed werkbaar is
  • Naar aanleiding van het bedrijfsplan met daarin de financiële analyse zou kunnen blijken dat de oprichting van de stichting huishoudelijke hulp toch geen wenselijke keuze is. Ook dan zullen we een reguliere aanbestedingsprocedure moeten starten. Dat betekent dan wel dat we aan een aantal door de raad gestelde kaders niet tegemoet zullen kunnen komen (zie bijlage 1).

Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering

Wanneer uw raad geen onoverkomelijke wensen en/of bedenkingen heeft geuit tegen het oprichten van een stichting huishoudelijke hulp, wordt begonnen aan het schrijven van een projectplan en een bedrijfsplan waar ook een uitgebreid financieel plan onderdeel van zal zijn. Een vertegenwoordiging van de huishoudelijke hulpen, het Platform Maatschappelijke Ondersteuning en ook Het Plein en Perspectief zal worden uitgenodigd om hierover mee te denken. Nadat het projectplan en het bedrijfsplan gereed zijn, zullen deze ter informatie richting uw raad worden gebracht.

Met het team/cluster communicatie zal worden besproken wanneer en op welke wijze de pers zal worden ingelicht. Omdat het een geheel nieuwe wijze van uitvoeren van de huishoudelijke hulp betreft, waarvoor in Nederland nog niet eerder lijkt te zijn gekozen, verwachten we veel persaandacht. Voordat de pers wordt benaderd, zullen onze voornemens met betrekking tot het oprichten van de stichting en het aangaan van een nieuwe overeenkomst (bestuurlijk) worden besproken met de huidige zorgaanbieders, een vertegenwoordiging van huishoudelijke hulpen, het Platform Maatschappelijke Ondersteuning, stichting Perspectief en Het Plein. Tevens zal met de huidige zorgaanbieders worden besproken hoe de overdracht van de huishoudelijke hulpen naar de stichting gaat verlopen en op welke wijze zij geïnformeerd worden over wat dit voor hen betekent.

Uit de juridische analyse kwam naar voren dat er een aantal maatregelen getroffen moeten worden om de juridische risico's goed te kunnen beheersen (zie bijlage 4). De meeste van deze maatregelen zullen worden uitgewerkt in het bedrijfsplan, maar er zijn ook een aantal besluiten nodig van uw gemeenteraad. Deze zullen begin februari aan u worden voorgelegd. De planning met betrekking tot de te nemen juridische maatregelen ten einde de stichting op te kunnen richten en operabel te maken, vindt u terug op de laatste bladzijde van bijlage 4: Risicoanalyse.

Financiën

  • De financiële consequenties van het oprichten van een stichting huishoudelijke hulp worden nog in kaart gebracht door middel van een projectplan en een bedrijfsplan met daarbij een uitgebreide financiële analyse. Wanneer deze gereed zijn, zullen deze ter informatie naar uw raad worden gebracht.
  • Het richtinggevende financiële uitgangspunt wat door de gemeenteraad is meegegeven voor de uitvoering van de huishoudelijke hulp vanaf 1 maart 2017, is het door het Rijk beschikbaar gestelde budget voor huishoudelijke hulp. Als uitgangspunt is dat juist, maar dit is daarmee nog niet gerealiseerd. Omdat er ook eenmalige aanloop/implementatiekosten gemoeid zullen zijn met het oprichten en inrichten van de stichting huishoudelijke hulp, bestaat de mogelijkheid dat het door Het Rijk beschikbare budget voor de huishoudelijke hulp wordt overschreden. Wij vragen de gemeenteraad daar alvast rekening mee te houden. Mocht uit het bedrijfsplan blijken dat het budget inderdaad dreigt te worden overschreden, dan zal dit aan u worden voorgelegd. Overigens is de verwachting dat de kosten binnen de huidige begroting Sociaal Domein kunnen worden opgevangen.
  • Door het aangaan van een nieuwe overeenkomst ter overbrugging van de periode van 1 maart 2017 tot het moment dat de stichting operabel is, zullen de kosten voor de huishoudelijke hulp stijgen doordat er hogere tarieven zullen worden gehanteerd en vanwege de implementatiekosten met betrekking tot de nieuwe overeenkomst. Naar verwachting bedraagt de stijging door de hogere tarieven € 150.000 voor het jaar 2017 en de implementatiekosten bedragen € 15.000. De stijging van deze kosten kunnen worden opgevangen binnen de huidige begroting.

Bijlagen

1) Analyse kaders versus

2) Voorwaarden quasi-inbesteden

3) Statuten stichting huishoudelijke hulp

4) Risicoanalyse

Bijlagen

90656_Juridische Risicoanalyse Stichting huishoudelijke hulp Zutphen
90656_20161117 Concept statuten
90656_Voorwaarden Quasi-inbesteden
90656_Bijlage 1 Kaders vs aanbesteding huishoudelijke hulp 2017
90656RH Besluit 2016_BW_00760
Memo met aanvullende informatie rond raadsvoorstel oprichting stichting huishoudelijke hulp n.a.v. Forumbehandeling 16-1-2017
2016 02 Rapport Werknemerscoöperatie Zutphen
Presentatie Werknemerscoöperatie HH Zutphen 13-02-2017
clustering wensen en bedenkingen naar thema

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2016-0160

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 30 november 2016 met nummer 90656;


het raadsbesluit: 'toekomst van de huishoudelijke hulp', vastgesteld d.d. 29 juni 2015 met nummer 62353;

artikel 160, tweede lid van de Gemeentewet;


b e s l u i t :

  1. Kennis te nemen van het voornemen van het college een stichting huishoudelijke hulp gemeente Zutphen op te richten;
  2. De volgende wensen en bedenkingen m.b.t. het voornemen van het college tot het oprichten van een stichting huishoudelijke hulp aan het college kenbaar te maken:
    1. Gedurende het hele proces vanaf het uitwerken van de businesscase stichting huishoudelijke hulp tot en met het oprichten en inrichten van de stichting, dienen de huishoudelijke hulpen te worden geraadpleegd en betrokken
    2. Er dient aan de hand van een zorgvuldig doorlopen proces een heldere sollicitatieprocedure te worden vastgelegd voor de werknemers van de stichting.
    3. In de businesscase dient een financieel plan te worden uitgewerkt waarin de financiële risico’s worden beschreven en de maatregelen om deze te beheersen. Hierbij moeten ook de kosten m.bt. de eigen gemeentelijke organisatie in beeld worden gebracht.
    4. In de businesscase moeten de financiële risico’s tijdens de opstartfase van de stichting worden afgewogen tegen de financiële voor- en nadelen, de voor- en nadelen voor de werknemers en de zorginhoudelijke voor- en nadelen op de langere termijn.
    5. In de businesscase dient te worden uitgewerkt of en hoe de financiële risico’s over meer partijen dan alleen de gemeente Zutphen gespreid kunnen worden.
    6. In de businesscase dient te worden beschreven hoe men tot een goed bestuur denkt te komen en hoe de interne en externe bedrijfscontrole vorm gaat krijgen.
    7. In de businesscase dient te worden uitgewerkt hoe de overheadskosten zo laag mogelijk gehouden kunnen worden.
    8. In de businesscase moet worden uitgewerkt wat de nadelen zijn met betrekking tot de directe werkgeversrol van de gemeente in relatie tot haar rol met betrekking tot beleidsvorming van het sociaal domein.
    9. In de businesscase moet worden uitgewerkt op welke wijze de Raad haar controlerende rol m.b.t. de stichting kan uitvoeren zodat op tijd, indien wenselijk, bijgestuurd kan worden.
    10. In de businesscase moet worden uitgewerkt op welke wijze de signaleringsfunctie van de huishoudelijke hulpen en de samenwerking met de sociale wijkteams en de wijkverpleegkundigen vorm gaat krijgen, hoe de hulpen in hun nieuwe rol begeleidt gaan worden en hoe de bureaucratie tot een minimum kan worden beperkt.
    11. In de businesscase dienen ook de maatschappelijke risico’s die met het oprichten van een stichting huishoudelijke gepaard gaan, te worden belicht.
    12. In de businesscase moet worden uitgewerkt op welke wijze de zeggenschap van de cliënt en de regie van de cliënt over de wijze van invulling van de huishoudelijke hulp wordt geborgd.
    13. Wanneer er tijdens het uitwerken van de businesscase aanvullende kaders van de raad nodig zijn, dient het college terug te gaan naar de raad.
    14. Wanneer de businesscase is uitgewerkt en door het college is vastgesteld, dient deze ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
    15. Gedurende het proces m.b.t. het uitwerken van de businesscase dient het college oren en ogen open te houden voor ideeën en/of alternatieve oplossingen van o.a. andere gemeenten.
    16. Naast de businesscase huishoudelijke hulp dient een alternatief te worden uitgewerkt die tegemoet komt aan de wens om de huishoudelijke hulp zoveel als mogelijk door een werknemerscoöperatie te laten uitvoeren, ook als dit alternatief niet tegemoet komt aan alle door de raad gestelde kaders.
  3. kennis te nemen van het starten van een verkorte aanbestedingsprocedure door het college ten einde te komen tot een tijdelijke overeenkomst huishoudelijke hulp ter overbrugging van de periode vanaf 1 maart 2017 tot het moment dat de stichting de huishoudelijke hulp gaat uitvoeren.

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter,de griffier,

Forum van 19 december 2016


Toelichting griffie:

Medio 2015 heeft de raad een aantal uitgangspunten en kaders vastgesteld met betrekking tot de aanbesteding van huishoudelijke hulp. Ook is afgesproken dat het jaar 2016 als overgangsjaar wordt gezien en de nieuwe werkwijze op 1 maart 2017 kan ingaan. Nadat de kaders waren vastgesteld is met betrokken partijen overlegd hoe invulling kan worden gegeven aan de kaders en hoe daarmee wordt voldaan aan nieuwe aanbestedingswet en de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep met betrekking tot huishoudelijke hulp. Naar aanleiding van de gesprekken en analyse is een koers bepaald met betrekking tot de wijze van inrichten van de huishoudelijke hulp en de aanbestedingsvorm.

Het college stelt voor een stichting op te richten voor het verlenen van huishoudelijke hulp en heeft het presidium gevraagd om in het Forum een presentatie te mogen geven om de raad nader te informeren over (met name) deze op te richten stichting en de aanbestedingsvorm.

Na het forum met een presentatie (19 december 2016) zal een oordeelsvormend forum worden geagendeerd waarin de raad wensen en bedenkingen kan geven over het oprichten van de stichting en het debat kan voeren over het voorstel. Artikel 160, lid 2 van de Gemeentewet schrijft immers voor "dat de raad, voordat het college een besluit neemt over oprichting van een stichting, een ontwerpbesluit dient te ontvangen en de gelegenheid dient te krijgen om wensen en bedenkingen te uiten".

Tenslotte vindt besluitvorming plaats over het voorstel door de raad.

In het Forum op 19 december is ca. 10 minuten gelegenheid om een presentatie te geven. Aansluitend hebben de Forumleden de kans om informatieve vragen te stellen naar aanleiding van de presentatie. Er is geen ruimte voor een inhoudelijk debat. Dat vindt plaats tijdens het oordeelsvormende Forum.


Raadsadviseur: H Nijkamp

Datum: 19-12-2016
Tijd: 20:00 - 21:00
Zaal: Warnsveldzaal
Behandeling: Presentatie
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: A.J.A. Putker
Griffier: J Krijnen

Aanwezig namensNaam
BurgerbelangM.G.S. Siemes
SPM.J. ten Broeke
D66C.A. Lammers
PvdAM.M.M. Moester
GroenLinksG.V.C. Boldewijn
StadspartijG.J.H. Pelgrim
VVDA. van Dijk
CDAK.M. Warmoltz
ChristenUnieA. Oldenkamp
BewustZWA.W. Jansen
Lijst van VlietF. van Vliet

Portefeuillehouder(s): P Withagen
Ondersteuners: M Hagen, C Lurvink
Pers: 1
Publiek: 20 personen
Insprekers: ja

Verslag van de vergadering

1. Voorzitter opent om 20:05uur de vergadering. Nu is sprake van een informerende bijeenkomst, 16 januari a.s. een oordeelsvormende vergadering.

2. College: Er is nu sprake van een informatieve bijeenkomst, we geven tekst en uitleg. Tijdens de oordeelsvormende vergadering is er ruimte voor wensen, bedenkingen en aandachtspunten. Naar aanleiding daarvan wordt een concepttekst wensen en bedenkingen opgesteld die wordt verspreid onder de raadsleden en op de website van de raad wordt gezet. Deze concepttekst wordt ter accordering aan de raad voorgelegd aan het eind van januari 2016.

3. Presentatie (is als bijlage bij dit verslag gevoegd)

4. Inspreker Willem Kanbier FNV: het FNV is blij met de door het college voorgestelde ontwikkeling: de race naar de bodem wordt gestopt. De FNV biedt hierin graag haar expertise aan. Op de verkorte aanbesteding is kritiek: op 13-12 jl. zeiden mensen ”Wij horen veel en weten niets”. Wie geeft informatie? Mensen geven aan dat men niets oppakt vanwege onwetendheid over de toekomst. “Op 28 januari loopt het lopende zorgcontract af, wanneer is er duidelijkheid?” De FNV vindt 1. dat wanneer mensen in dienst worden genomen, dit conform de cao moet gebeuren. 2. dat de soms jarenlange hulprelaties (“koppeltjes”) in stand moeten blijven en 3. dat indicaties conform een goedgekeurd protocol moeten worden opgesteld. FNV ziet graag dat de alfahulpen in dienst komen van de stichting. FNV ziet veel kansen voor het slagen van een stichting huishoudelijke hulp en wil graag meedenken.

5. Vragen:

SP: is wild enthousiast over het initiatief van het college. Heeft vragen over de opbouw van de stichting. Krijgen thuiszorgers een rol bij de bouw van de stichting? SP vindt zeggenschap voor mensen uit het veld van belang. Wat vindt het college: hoeveel thuiszorgers komen er in de raad van toezicht?

College: is blij met de reactie van de SP. We hebben met veel mensen om de tafel gezeten en dat blijven we doen, zeker bij het samenstellen van het businessplan. Ook daarna, al is niet precies bekend hoe, betrokken thuiszorgers worden zeker genoteerd. In de raad van toezicht heeft vanwege de toetsende rol voor de gemeente deze de meerderheid, maar er zullen zeker thuiszorgers zitting hebben in dit orgaan.

CDA: hoe verloopt de communicatie? Gaat het college mensen meenemen?

College: Ja. Juist in de opstartfase vanaf de 2e helft van januari en er meer duidelijk zal zijn hoe het er uit gaat zien. Het gaat in fasen. Toch zal er nog even onduidelijkheid blijven, want er moet nog het nodige gebeuren.

CDA: kunt u een garantie geven?

College: we doen ons best en blijven dat doen.

D66: Hoe gaat het college om met de PGB-vrijheid? De verkorte procedure voor aanbesteding is toch alleen voor noodgevallen? Daar is nu geen sprake van.

College: het PGB-recht blijft onveranderd. De verkorte procedure is niet alleen bij noodgevallen uitvoerbaar, kan in dit inkoopproces ook.

VVD: wij hebben de volgende vragen over de bestudeerde opties: 1.   Is echt alleen de oplossing voor een stichting mogelijk? 2. Was het niet mogelijk de raad eerder te consulteren toen deze optie in beeld kwam? 3. Als er met de geconsulteerde organisaties is gesproken, wat was dan hun mening over de andere opties? 4. Is er bij het quasi-inbesteden een goede optelsom van de kosten voorhanden?

College: 1. Alle plussen en minnen zijn op een rij gezet. De oplossing van een stichting bleek in combinatie met het quasi-inbesteden de enig optie die tegemoet komt aan alle kaders gesteld door de raad. Vervolgens is een juridische toets uitgevoerd. Wilden we eerst weten voordat we de raad consulteerden als antwoord op vraag 2. Op vraag 3. Kan het college melden dat zij met de organisaties eerst meerdere opties hebben besproken, later is alleen de stichtingsvorm besproken. Als antwoord op vraag 4., de financiën zullen moet blijken na doorrekening.

Burgerbelang: is deze businesscase uniek voor Nederland? En is dat tevens een risico?

College: deze is voor zover bekend inderdaad uniek in Nederland. Dat kan een risico zijn. Er hebben zich inmiddels meerdere gemeenten gemeld die geïnteresseerd zijn in ons voorstel. Het risico is dat er nog veel gebeurt en moet gebeuren. Slim uitwisselen met andere gemeenten kan een voordeel zijn.

Stadspartij: Hoe gaat de interne organisatie van de stichting er uit zien?

College: dat wordt nog met de raad uitgewerkt tijdens het samenstellen van de businesscase.

PvdA: 1. is het mogelijk aan te sluiten op andere organisaties? 2. Hoe wordt met de indicering omgegaan? 3. Wat als het geld voor een zorgjaar op is, wat is dan het plan B?

College: 1. er is gekeken naar Stichting Perspectief, maar dat is geen overheidsinstelling en dus niet logisch om samen te schuiven, daarom is gekozen dat niet te doen en een eigen stichting op te richten. Wel is gekeken naar gebruik en samenwerking op het gebied van bijv. huisvesting. 2. indicatie stellen en uitvoeren blijft in één hand. Het Plein blijft de beschikkingen sturen en toetst. 3. zorg moet het hele jaar mogelijk blijven.

Burgerbelang: zijn extra stappen nodig?

College: verder uitwerking is nodig. Nu is het zo dat het Plein de indicatie geeft. Dan wordt een zorgaanbod gedaan, dan wordt een zorgplan opgesteld en dan wordt de beschikking gemaakt. Deze volgorde hangt samen met het recht op beroep.

ChristenUnie laat weten dat het blij is dat het college met dit voorstel komt.

BewustZW: er gaat veel goed, ook niet. Wat gaat het college daaraan doen?

Voorzitter: samen te vatten als: wat zijn de voordelen van de nieuwe aanpak ten opzichte van de oude aanpak?

College: de tarieven zullen het zelfde blijven en het voldoet aan de kaders gesteld door de raad.

CDA: op 1 maart 2017 loopt het huidige zorgcontract af. Wat doet het college voor de alfahulpen?

College: mensen die nu hulp verlenen kunnen t.z.t. over naar de nieuwe organisatie.

6. De voorzitter schorst de vergadering tot 16 januari 2017.


Bijlagen


Advies

Onderwerp door naar oordeelsvormende vergadering


Forum van 16 januari 2017


Toelichting griffie:

Deze oordeelsvormende vergadering betreft een voortzetting van de beeldvormende vergadering van 19 december 2016. In de vergadering van 19 december 2016 is gelegenheid geweest om in te kunnen spreken. Deze gelegenheid bestaat in deze (voortzetting van de vergadering) niet meer.

Op 29 juni 2015 zijn unaniem door de gemeenteraad uitgangspunten vastgesteld met betrekking tot de aanbesteding huishoudelijke hulp.

Nadat de kaders door de gemeenteraad in juni 2015 waren vastgesteld, zijn deze voorgelegd aan de huidige huishoudelijke hulp zorgaanbieders. Daarnaast zijn er gesprekken geweest met twee werknemerscoöperaties.

Er is een ananlyse opgesteld en aan de hand van deze analyse is nu een koers bepaald met betrekking tot de wijze van inrichten van de huishoudelijke hulp 2017 (inhoudelijke keuze) en een bijbehorende aanbestedingsvorm. Door middel van dit raadsvoorstel wil het college de gemeenteraad de gelegenheid geven zijn wensen en bedenkingen te uiten met betrekking tot het voornemen van het college middels quasi-inbesteding een stichting huishoudelijke hulp gemeente Zutphen op te richten.

Dit raadsvoorstel beoogd dat huishoudelijke hulp beschikbaar blijft via de gemeente voor wie dit nodig heeft en wordt beter ingebed in de totale hulp- en dienstverlening in de wijk. Daarbij streven we naar zoveel mogelijk behoud van werkgelegenheid met behoud van de gangbare arbeidsvoorwaarden.

Op grond van artikel 160 lid 2 van de Gemeentewet besluit het college slechts tot de oprichting van en de deelname in stichtingen indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. 


Raadsadviseur: M van den Berg-Platzer

Datum: 16-01-2017
Tijd: 20:00 - 21:00
Zaal: Warnsveldzaal
Behandeling: Oordeelsvormend
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: A.J.A. Putker
Griffier: J Krijnen

Aanwezig namensNaam
BurgerbelangA.IJ. Pepers
SPM.J. ten Broeke
D66C.A. Lammers
PvdAM.M.M. Moester
GroenLinksG.V.C. Boldewijn
StadspartijG.J.H. Pelgrim
VVDA. van Dijk
CDAK.M. Warmoltz
ChristenUnieA. Oldenkamp
BewustZWA.W. Jansen
Lijst van VlietF. van Vliet

Portefeuillehouder(s): P Withagen
Ondersteuners: M Hagen, C Lurvink
Pers: nee
Publiek: 20 personen
Insprekers: geen

Verslag van de vergadering

  1. Voorzitter opent 20:05uur de vergadering.
  2. Voorzitter geeft korte samenvatting van het proces. Nu oordeelsvormend, volgt op beeldvormende vergadering op 19-12-2016. Nu geen inspreekmogelijkheid. Het is de bedoeling om wensen en bedenkingen aan college door te geven. Aan het eind van vergadering zal college worden gevraagd deze samen te vatten en aan te geven welke zij meeneemt.
  3. College: ook als er andere zaken dan wensen en bedenkingen zijn, neemt college die graag mee.
  4. Voorzitter geeft het woord aan de fracties.

SP: heeft nagedacht en mensen benaderd. Heeft als wens dat fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden worden nagestreefd. Daarnaast dat het college zo spoedig mogelijk en nog dit jaar optrekt om een stichting vorm te geven. 30 mensen in de zorg gaven hun gegevens om aan u college te overhandigen. Bij deze. Waarom hebben wij hen benaderd? Zij weten hoe het werkt en zitten dicht op de praktijk. Te lang zijn deze mensen vanwege rendabel moeten werken door managers uitgekleed. Het is een signaal, Het slagen van het voorstel valt of staat met vertrouwen in mensen. Een bedenking: wat betekent het voor mensen waarvan het contract afloopt. SP hoopt dat de gemeente het contact blijft zoeken. Een vraag: hoe wordt geworven?

CDA: heeft eveneens met mensen gesproken. Wens is dat de kaders voor de raad gesteld overeind blijven. Hoopt dat het college tijdig aan de bel trekt wanneer het niet lukt. Een bedenking is dat zorg weinig rendeert. Waarom dan toch als gemeente de uitvoering oppakken? Hoe wil de gemeente dat doen? Graag info hierover. Governance weg zetten is niet onze sterkste kant, is het iets dat we anders kunnen oplossen?

Een wens is dat college actief rondkijkt voor een optie met minder risico. Is er een rol voor wijkteams? Hoe worden hulpen begeleidt, graag een plan hiervoor waarin meteen de communicatie is behandeld. Wens is verder dat het plan niet wordt doorgeschoven en dan een punt in de verkiezingsstrijd wordt, dus daarvoor netjes afhandelen.

GroenLinks: is enthousiast. Het is een gedurfd plan en getuigt van lef. Wat de kaders betreft: de optie ligt nu op tafel en daarmee stemt GroenLinks in. Een bedenking zijn de kosten, daar zitten risico’s. Verder is een scherp oog gevraagd voor bureaucratie, liefst geen stroperigheid in de uitvoering.

Burgerbelang: is niet zo enthousiast. Het lijkt op de schoonmaak inhuur door het Rijk. Bedenking bij het waarom van deze beweging? Met 2 collegeleden in de raad van toezicht, college moet dit niet doen: schoenmaker blijf bij de leest.

SP: er is jarenlange ervaring hoe het niet moet, dus wat meer enthousiasme is op zijn plaats.

Burgerbelang: wilt de coöperatieve organisatievorm benadrukken, bijvoorbeeld met teams van 10 man. Het aansturen door de gemeente is risicovol.

SP: staat Burgerbelang open voor alternatieven?

Burgerbelang: ja, coöperaties kunnen ook anders werken. In het voorstel zijn 16 risico’s genoemd met maatregelen, kunnen die maatregelen ook genomen worden?

GroenLinks: Risico’s zullen blijven. Er zijn weinig andere opties. Wat is een andere vorm waar Burgerbelang wel achter kan staan?

Burgerbelang: er is gesproken met 2 werknemerscoöperaties. Wij vinden het principieel geen taak van de gemeente om het conform het voorstel te doen.

VVD: is er slechts één optie? Zo is het ons gepresenteerd. Bedenking: er is reeds anderhalf jaar geleden over dit onderwerp gesproken. Het was beter geweest wanneer het college met de raad vanaf het begin over de mogelijke opties had gesproken. Nu lijkt sprake van een doelredenering naar een gewenste oplossing.

Bedenking is ook de haalbaarheid die slechts mogelijk is wanneer de juiste mensen op de juiste plek zitten. Dat lijkt de VVD wishful thinking. Bovendien lijkt er nu geen keuze te zijn: inkadering stopt innovatie. Bedenking ook tegen samen naar een oplossing kijken: u heeft deze verantwoordelijkheidsstap overgeslagen. Als wens ziet de VVD dat het voorstel niet wordt uitgevoerd.

SP: is verrast door de mening van de VVD-fractie. De rol ligt bij de burger, dus de samenleving. De gemeente ís de samenleving, niet één of ander commercieel bedrijf of een andere partij.

Burgerbelang: u stelt het voor als een keuze tussen dit voorstel of een commerciële partij. Als alternatief wil ik toch ook de coöperatieve werkvorm noemen.

SP: als het maar goed wordt afgesproken.

VVD: 2 collegeleden in een raad van toezicht is bedenkelijk en niet van deze tijd.

ChristenUnie: er zal breed naar de risico’s gekeken moeten worden. In het raadsvoorstel zal aangegeven moeten worden wat dit betekent voor de commerciële partijen. Aantonen dat het op termijn beter wordt. Tevens antwoord op de vraag als het niet binnen de kaders kan, wat dan? Tot slot aangeven hoe wordt omgegaan met de loonrisico’s

Stadspartij: Risico’s in beeld brengen. Bedenking: moet de gemeente in werkgeversrol mensen laten afvloeien?

SP: dat risico blijft actueel ongeacht de uitvoerende partij.

Stadspartij: een marktpartij kan het bedrijfsrisico spreiden over meerdere afnemers. Daarom is het van belang om meer partners en gebruikers in de regio te hebben mocht de raad akkoord gaan met het oprichten van een stichting.

D66: houdt een gelijk standpunt aan als het Burgerbelang en de VVD en kan zich niet vinden in het collegevoorstel. Het heeft een te dwingend karakter. Een werknemerscoöperatie zal beter aansluiten bij de vraag.

GroenLinks: wat bedoelt u met een dwingend karakter?

D66:er is dan minder keus, met de coöperatievorm bestaat die wel. Als voorbeeld kan “Schoongewoon” gelden, zij kunnen eventueel een lezing geven voor de gemeente Zutphen over hun aanpak en werkwijze.

BewustZW: vindt het verstandig om nu naar meer mogelijkheden te kijken. Een stichting met 2 collegeleden in de raad van toezicht is een minderheidsbelang, dat is een probleem. Er moet meer greep op de stichting komen. Het zou goed zijn om prestatievoorstellen met prestatie-indicatoren op te stellen: heeft invloed op de koers en is naar de bevolking verdedigbaar. Pas dan een besluit nemen.

College: wil BewustZW wel of niet eerst een verkenning uitvoeren?

BewustZW: wel een verkenning uitvoeren.

PvdA: is enthousiast en kan zich vinden in het standpunt van SP en GroenLinks. Een coöperatieve werkvorm is ook een optie. Vraagstuk kan vergeleken worden met Het Plein, ook een leercasus. Verder komt er nog een businessplan waar de raad op kan sturen. De PvdA is voor het voorstel.

SP: hoort veel huivering en angst. Wat willen de tegenstanders dan? Voor dit voorstel is lef nodig; heb dat lef. Vergelijking met het Plein gaat mank want die instelling is er op gericht om de verantwoordelijkheid voor uitvoering buiten de deur te houden.

VVD: bespeurt weinig angst, wel wijsheid.

College: heeft gehoord dat Burgerbelang, D66 en VVD een andere koers zien en dat de andere partijen wel zich kunnen vinden van de koers van het college, zij het met enkele wensen en bedenkingen. College heeft het volgende gehoord:

-Met medewerkers optrekken

-Zorg voor een goede procedure bij het aannemen van personeel

-Bij twijfel van de haalbaarheid de raad betrekken

-Houd ogen en oren open voor alternatieven

ChristenUnie: de raad heeft behoefte aan een totaalplaatje. Beter dan deeldiscussies.

College: dit gaat een plek krijgen.

Burgerbelang: ziet graag een alternatief uitgewerkt in de vorm van een werknemerscoöperatie.

College: dit wordt genoemd. Net als de overige wensen en bedenkingen. Heeft verder gehoord:

-risico’s beperken

-richt een coöperatie op. Deze mogelijkheid kan aanbestedingstechnisch niet.

Voorzitter verzoekt het debat in de raad te laten plaatsvinden en voor nu de wensen en bedenkingen terug te koppelen.

College: heeft tevens gehoord:

-onderzoeken financiële haalbaarheid

-aandacht voor regie bij de cliënt

-maatschappelijke risico’s

-overbruggingsrisico’s

ChristenUnie wil daar een duidelijk go-no go-moment aan toe voegen

College: is genoteerd. Bij herhaling worden punten overigens slechts één maal genoemd.

-Hoe risico’s te beperken?

-beheersbaarheid van de organisatiekosten

-hoe zijn de kaders te stellen door de raad?

-zeggenschap voor cliënten, welke regie?

VVD: ziet graag dat wordt teruggekomen op de wensen en bedenkingen van de fracties die tegen zijn.

College: zeker.

-kosten binnen de eigen organisatie

CDA: samenwerking met wijkteams is van belang.

College: nemen we op.

D66: aanbesteding van werknemers in een coöperatie die voor zichzelf werken. Is dat uitgezocht?

College: dit is geen discussiepunt.

Voorzitter geeft aan dat in de raad verder kan worden gedebatteerd.

BewustZW: heeft de gemeente een meerderheidsbelang?

College: dat klopt.

ChristenUnie: graag het plan uitwerken en ter info naar de raad, daarna ter besluitvorming voorleggen.

VVD: dus de inbestedingsvariant.

College: er is veel beweging. College heeft wellicht iets over het hoofd gezien en staat open voor een beter  idee. Misschien is quasi-inbesteden toch niet de beste manier, in dat geval gaan wij op zoek naar een alternatieve oplossing.

 

  1. Voorzitter sluit om 21:05 de vergadering.

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad


Raad 30 januari 2017 (21:30 - 23:00)

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.


Bijlagen:
Handelingen raad 30 januari 2017

Besluit

Aangehouden
Het voorstel is terugverwezen naar het Forum voor een nadere bespreking.
Geen amendementen ingediend


Forum van 13 februari 2017


Toelichting griffie:

Het college stelt voor een stichting op te richten voor het verlenen van huishoudelijke hulp. Artikel 160, lid 2 van de Gemeentewet schrijft voor "dat de raad, voordat het college een besluit neemt over oprichting van een stichting, een ontwerpbesluit dient te ontvangen en de gelegenheid dient te krijgen om wensen en bedenkingen te uiten". In de forumvergadering van 16 januari 2017 zijn ter zake wensen en bedenkingen kenbaar gemaakt door de raad.

De geagendeerde Forumvergadering is een vervolg op de vergaderingen van 19 december 2016 (presentatie over het onderwerp) en 16 januari 2017 (geven van wensen en bedenkingen). Een aantal fracties vindt het voorstel nog niet besluitrijp. Er is behoefte aan een nadere duiding van de wensen en bedenkingen die zijn gegeven en er is een rapport ‘Werknemerscoöperatie Huishoudelijke Hulp Zutphen (Gert Rebergen) over het onderwerp dat de raad nog niet in bezit had maar wel relevante informatie bevat. Het presidium heeft daarom besloten het onderwerp opnieuw te agenderen voor bespreking in het Forum. Het rapport is daartoe toegevoegd aan de stukken.

De behandelwijze van het onderwerp is als volgt:

  1. Eventuele insprekers kunnen gebruik maken van het spreekrecht
  2. Dhr. Rebergen geeft een korte presentatie over zijn rapport en gaat in op
  • de aanleiding van het onderzoek
  • de opzet van het onderzoek
  • de conclusies
  1. Gelegenheid voor het Forum om (kort) toelichtende vragen te stellen over de presentatie
  2. Gelegenheid voor het Forum om vragen te stellen aan dhr. Rebergen over het rapport
  3. Geven van een andere duiding aan de wensen en bedenkingen en gelegenheid voor debat daarover. De wensen en bedenkingen zullen worden geclusterd naar thema en per thema worden besproken (zie bijlage)
  4. Concluderen of het voorstel besluitrijp is voor de raadsvergadering op 13 februari 2017

Raadsadviseur: H Nijkamp

Datum: 13-02-2017
Tijd: 19:00 - 20:30
Zaal: Warnsveldzaal
Behandeling: Oordeelsvormend
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: M.G.S. Siemes
Griffier: J Krijnen

Aanwezig namensNaam
BurgerbelangA.IJ. Pepers
SPM.J. ten Broeke
D66G.I. Timmer
PvdAM.M.M. Moester
GroenLinksG.V.C. Boldewijn
StadspartijC.R.L. van Toor
VVDA. van Dijk
CDAK.M. Warmoltz
ChristenUnieA. Oldenkamp
BewustZWA.W. Jansen
Lijst van VlietF. van Vliet

Portefeuillehouder(s): A. Vermeulen
Ondersteuners: M Hagen, C Lurvink
Pers: ja
Publiek: 20 personen
Insprekers: Ja

Verslag van de vergadering

1. Voorzitter opent om 20:00uur de forumvergadering.

2. Inspreker is dhr. W. Kanbier - FNV (zie de bijlage voor het inspreekverslag). Voorzitter geeft na afloop gelegenheid voor vragen. Er zijn naar aanleiding van de inspraak geen vragen.

3. Voorzitter geeft de heer Rebergen het woord voor een presentatie over zijn rapportage. De heer Rebergen merkt naar aanleiding van de inspraak door dhr. Kanbier op dat er inhoudelijk enkele fouten in diens verhaal zitten. De presentatie is als bijlage bij het verslag gevoegd.

4. Voorzitter geeft de raadsleden gelegenheid voor het stellen van vragen aan de heer Rebergen.

Burgerbelang: dank voor de presentatie en rapportage. In juni 2015 zijn door de Raad de kaders vastgesteld voor het onderwerp. Voldoet uw voorstel aan die kaders?

Dhr. Rebergen: ja, maar 1 punt staat onder druk: het punt dat het zonder winstoogmerk moet. De samenwerking van verschillende coöperaties moet efficiënt en effectief, wat doe je met de middelen? Het gaat om de afspraken die je maakt met de organisatie maakt die je de aanbesteding gunt.

Burgerbelang: is het ook met andere aanbieders te regelen?

Dhr. Rebergen: Ja het is in de aanbesteding te regelen. Meestal is sprake van een 8% marge continue. Dat kan oplopen tot wel 20%, maar dat is veel te veel. 10% is reëel. Salarissen zijn uiteraard cao-conform.

D66: 1: wat betreft de margecontinuïteit, wat is met het geld te doen? Waar denkt u aan? En 2. Een gezonde bedrijfsvoering is wel van belang.

Dhr. Rebergen: er blijft een deel binnen de organisatie, een deel kan ten goede komen aan de bedrijfsvoering, maar genoeg is genoeg.

PvdA: 1. wat vindt u van een stichting, welke risico’s ziet u? 2. Er zijn 170 hulpververleners, wat vinden die?

Dhr. Rebergen: het hoogste gezag ligt bij een Raad van Toezicht met daarin twee politiek bestuurders. Dat is niet meer van deze tijd. In het rapport wordt niet uitgegaan van een stichting. Wat daaraan wel goed is: geen marktwerking, het is meer een vormgevingsproblematiek. Er is gesproken met 30 huishoudelijk hulpverleners van de 60-70 die nu actief zijn, niet van de in totaal 170 mensen die actief waren.

Lijst Van Vliet: bedankt voor het rapport en de presentatie. Op pagina 15 van het rapport wordt gemeld dat een stichting wordt geprevaleerd boven iets anders. Wat bedoelt u precies?

Dhr. Rebergen: het rapport gaat hoofdzakelijk over de coöperatie-vorm.

GroenLinks: Dank voor het rapport en uw presentatie. Het pleidooi van regelarm opzetten is goed. De discussie moet gaan over onder welke voorwaarden we kiezen voor het een of het ander. Op pagina 12 zien wij geen oplossing voor rust en zekerheid. Een goed beloningssysteem is noodzakelijk. Wij maken ons zorgen over de voorgestelde mix van 2 typen uitvoerenden zoals een flexibele schil.

Dhr. Rebergen: de personele mix is een opgesomd bedrijfskundig verhaal en ook bedrijfskundig van belang. Het is feitelijk een vormgevingsverhaal. In een werknemers coöperatie zijn het de werknemers die er vorm aan geven en bedient moeten worden. Wat adequaat is moeten zij bepalen.

GroenLinks: toch wordt door u wel een voorkeur uitgesproken. In het rapport wordt gesproken over eigenaarschap: dat vraagt een overstijgende blik van de huishoudelijke hulpen. Het vraagt wat van mensen.

Dhr. Rebergen: Ik heb geen voorkeur en ja eigenaarschap vraagt wat van mensen en stelt hoge eisen aan het management.

5. Voorzitter gaat over tot de behandeling van de wensen en bedenkingen die vorige keer 16-1-2017 zijn genoteerd. Per categorie worden de aandachtspunten met het forum doorgenomen. Zie ook de bijlage met wensen en bedenkingen. Allereerst punt 14.

CDA: de besluitvorming staat er niet bij. We moeten waken voor tunnelvisie. Gaan we linksaf of meer linksaf? Dat staat er onvoldoende duidelijk in.

SP: vraagt om een ander behandeling door de voorzitter. Volgorde is nu onduidelijk.

Voorzitter: we gaan per categorie punt voor punt langs. Eerst categorie Proces uitwerken businesscase.

D66: wil graag op punt 13 ingaan: komt het college terug op het uitwerken.

College: ja, maar gaat uit van aannames.

VVD: het proces gaat gemakkelijker wanneer voldoende wordt teruggekoppeld met de raad. Dit wordt verwacht van college en ambtelijke ondersteuning, hier lopen we anders tegen aan.

Voorzitter: opmerkingen over punt 14?

CDA: is eigenlijk zonet al besproken.

ChristenUnie: het voorstel is goed bedoeld. Het is een verkenning met als uitkomst een go –no go moment. Dit is niet meegenomen in het voorstel door het college. Het rapport biedt een alternatief. Het kan ook fout gaan, dus een goede afweging is noodzakelijk. ChristenUnie maakt zich zorgen.

PvdA: zet in op plan B: kies voor twee sporen naast elkaar en heb dan een go-no go moment.

VVD: wil graag reageren op GroenLinks: punt 16 is toegevoegd aan wensen en bedenkingen. Naar aanleiding van het rapport van dhr. Rebergen: waak voor vernauwing.

Voorzitter: punt 16 komt als laatste, onder de categorie Divers aan bod.

SP: heeft een unheimisch gevoel over de voortgang van het proces. Zo is in 2050 nog geen keuze gemaakt. We moeten niet in de valkuil trappen van nog meer rapporten en gegevens willen vragen. De raad moet een keuze maken, de huidige slepende gang is vervelend.

VVD: de raad kreeg in december 2016 pas relevante info. Dat reeds in juni 2015 zicht was op de gang van zaken is onnozel.

D66: we hebben de kaders besproken met verschillende mogelijkheden.

Burgerbelang: de bal ligt bij ons.

ChristenUnie: ik begrijp de SP. Bedenk dat we mensen moeten meenemen in het proces. Neem daarvoor de tijd.

SP: de raad moet kiezen, dat lukt niet door te douwen. Met het rapport van dhr. Rebergen is de SP blij. In juni 2015 zijn afspraken gemaakt. Alle fracties hadden sinds juni 2015 tijd zich te informeren in het onderwerp, onderzoek te doen. Dus is het logisch om na 1,5 jaar een duidelijk standpunt te verwachten.

D66: wij vragen het college: werk beide alternatieven uit.

Voorzitter: opmerkingen over punt 15?

College: wil graag ingaan op punt 13 van wensen en bedenkingen.

VVD: het kader is niet helder, het college kan dan makkelijker naar de raad.

Bewust ZW: vraagt het college om nog niet een beslissing te nemen.

College: ten aanzien van punt 16 zijn er twee punten gelijkwaardig uit te werken.

D66: wij zijn niet voor een stroperig traject.

GroenLinks: wat is het beeld van het D66 wanneer het college daarmee moet komen vanwege bedenkingen over een kader?

D66: worden hier woorden in de mond gelegd? Met het oog op een winstoogmerk is gekozen voor een stichting. Wel is een gezonde bedrijfsvoering nodig. Bij een maximale overhead van 8% kan niet gesproken worden over winstoogmerk.

College: proeft bij de raad koudwatervrees voor het proces. Heb vertrouwen in dat proces. Wij komen bij u terug met twee alternatieven.

ChristenUnie: het vertrouwen is goed. De raad ervaart de sfeer van een trechter waarin het steeds verder wordt geduwd. Waarom is het rapport van dhr. Rebergen niet meteen naar de raad gegaan. Het proces is wel besproken en het allemaal goed in te zetten.

Burgerbelang: stemt in met de vraag van ChristenUnie, is een terechte vraag. Het proces moet niet verder vertraagd worden.

Voorzitter: zijn over de categorie Organisatorisch opmerkingen? Geen. Dan over de categorie Belangenbehartiging?

VVD: de zeggenschap van de cliënt is van belang. Is in Zutphen een goed werkend systeem.

Voorzitter: vragen over de categorie Divers?

VVD: het is geen absoluut rapport. Ook diversiteit is van belang en de context ervan.

GroenLinks: in algemene zin is hier een coöperatie bedoeld.

CDA: kan zich vinden in twee gelijkwaardige alternatieven.

Voorzitter: het voorstel is rijp voor behandeling in de raad?

VVD: ongelukkig dat de portefeuillehouder niet aanwezig is.

Voorzitter: voorstel kan door voor behandeling in de raad.

 

6. Voorzitter sluit om 20:25uur de vergadering.


Bijlagen


Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad


Raad 13 februari 2017 (21:30 - 23:00)

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.


Bijlagen:
Handelingen raad 13 februari 2017

Besluit

Aangenomen
Mevr. Bogerd heeft zich van stemming onthouden.
Amendement(en) aangenomen



Deze pagina

  • a
  • a
  • a
  • tekstgrootte
  • Bezoekadres: 's Gravenhof 2, 7201 DN Zutphen
  • Postadres: Postbus 41, 7200 AA
  • Telefoon: 140575
  • Email: info@zutphen.nl