Pagina delen

Initiatief burgerenergiecoöperaties en Waterschap Rijn en IJssel tot realisatie van windenergie

Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :

Het initiatief van IJsselwind BV en het Waterschap Rijn en IJssel tot realisatie van windmolens in het gebied de Mars/Twentekanaal verder te (onder)steunen.

Inhoud

Inleiding/aanleiding

Geschiedenis en besluitvorming

Op 17 januari 2016 heeft IJsselwind aan de gemeenten Brummen, Lochem, Voorst en Zutphen verzocht om financiële ondersteuning in de vorm van een lening voor het initiatief windmolenpark De Mars/Twentekanaal van totaal € 233.333 (dat betekent € 58.333 per gemeente).

Het initiatief IJsselwind omvat het plaatsen van windmolens, het oprichten van een gebiedsfonds/compen-seren van omwonenden en het aanbrengen van landschappelijke verbeteringen. Verder is het voor inwoners en bedrijven mogelijk om financieel in het project te participeren. De energiewinst blijft dus in het gebied.

Op 4 juli 2016 heeft u besloten het initiatief te steunen. Bij uw besluit heeft u wel een (procedurele) knip aangebracht. U vond het belangrijk dat er eerst een haalbaarheidsonderzoek wordt uitgevoerd en aan u voorgelegd wordt. Daarom is het gevraagde bedrag niet volledig voorgefinancierd maar een eerste deel van € 25.000,--. Daarna zou de fase van het voeren van ruimtelijke procedures kunnen volgen met voorfinanciering van het restant.

Het haalbaarheidsonderzoek is gedaan en nu is het moment om als gemeentebestuur te besluiten over het doorgaan met het plan.

IJsselwind haalbaarheidsonderzoek

U heeft gevraagd om een businesscase, een draagvlakonderzoek en een ontwerp-MER om inzicht in de diverse milieu- en landschappelijke aspecten te krijgen. De gemeenten zouden het draagvlakonderzoek (voor rekening van IJsselwind) uitvoeren om dit een onafhankelijk onderzoek te laten zijn.

U bent via diverse memo´s en twee gezamenlijke raadsbijeenkomsten op de hoogte gehouden van de voortgang en uitkomsten van het draagvlakonderzoek.

IJsselwind heeft de businesscase en het ontwerp-MER (in samenwerking met onze gemeente als (beoogd) bevoegd gezag voor de ruimtelijke procedure) opgesteld. Daarmee is het totale haalbaarheidsonderzoek afgerond. De door IJsselwind toegezonden stukken en het draagvlakonderzoek hebben wij voor u bijgevoegd. De totale businesscase en de concept-milieueffectrapportage zijn via de site van IJsselwind in te zien.

De vier energiecoöperaties hebben ieder in hun eigen algemene ledenvergadering een besluit genomen over het haalbaarheidsonderzoek en het doorgaan met het project. BrummenEnergie, EnergieRijk Voorst en ZutphenEnergie hebben unaniem met het haalbaarheidsonderzoek en doorgaan ingestemd. LochemEnergie heeft ook ingestemd, maar niet unaniem.

Op basis van de uitkomsten van de vier ledenvergaderingen heeft IJsselwind BV besloten om door te gaan met het plan. Voor het uitvoeren van dit besluit vraagt IJsselwind BV om het tweede deel van de gevraagde lening, groot € 33.333,--, te verstrekken.

Waterschap Rijn en IJssel

Gedurende het traject met IJsselwind is het Waterschap Rijn en IJssel zich gaan bezinnen op energieneutraliteit en heeft het schap in haar werkgebied o.a. gekeken naar de mogelijkheden om windenergie in haar werkgebied te ontwikkelen. Het algemeen bestuur van het waterschap heeft op 14 maart jl. besloten de haalbaarheid verder te onderzoeken in de gemeenten Zutphen en Duiven. In Zutphen zou één molen kunnen komen nabij de waterzuivering op De Mars. Deze locatie had IJsselwind ook op het oog voor één van haar gedachte drie molens waar de onderzoeken op gebaseerd zijn. Er is nu afgesproken dat IJsselwind twee molens wil realiseren en het Waterschap één. IJsselwind heeft dus al veel voorwerk voor het Waterschap gedaan maar vanaf nu trekken zij gezamenlijk op. Daar hebben wij als gemeente ook op aangedrongen: na een raadsbesluit om door te gaan met het project één gezamenlijke planologische procedure c.a. voeren. Het waterschap bevestigt dit alles nog eens in een brief van 21 juli 2017. Die brief hebben wij voor u bijgevoegd.

Beoogd effect

Het via burgerinitiatief en met maatschappelijke steun realiseren van windenergie om daarmee een belangrijke bijdrage te leveren aan het bereiken van energieneutraliteit.

Argumenten

1.1 Het initiatief sluit aan bij Rijks- en provinciaal beleid en de visie van de gemeente en een groot deel van onze inwoners.

Eigenlijk is iedereen voorstander van een schoner milieu en daarmee ook van het realiseren van hernieuwbare energie. Wij willen het nageslacht niet opzadelen met verontreiniging en een energievoorziening die eindig is. Alle overheidslagen kennen daarom ook beleid tot realisatie van duurzame energie. Het Rijk heeft een convenant met de provincies gesloten over de realisatie van windenergie. Wij willen als gemeente energieneutraal worden. Dit betekent dat we de energie die we nodig hebben zelf opwekken. De gemeente ondersteunt initiatieven tot het winnen van hernieuwbare energie. Het initiatief van de burgerenergiecoöperaties sluit bij de doelstellingen aan.

1.2 Het initiatief komt van onderop en vanuit inwoners van diverse gemeenten.

Actieve inwoners uit de gemeenten Brummen, Lochem, Voorst en Zutphen, georganiseerd in energiecoöperaties, willen windenergie ontwikkelen. Dit is een unieke samenwerking. De coöperaties zoeken draagvlak en participanten voor het plan. Eén van de speerpunten van de coöperaties is om de revenuen in het gebied te houden. Met de opbrengsten wil men meer duurzame energieprojecten tot stand brengen en een deel voor plaatselijke maatschappelijke doelen aanwenden. Het is geen commercieel plan.

1.3 De keuze van IJsselwind voor deze locatie is te begrijpen.

De locatie Mars/Twentekanaal biedt goede mogelijkheden voor windenergie. Er is via een quick scan getoetst aan wet- en regelgeving. Het gebied wordt gekarakteriseerd door industriële ontwikkeling en infrastructuur. Hier liggen dan weer kansen om vanuit het project de landschappelijke inrichting te versterken. Het gebied sluit aan bij de bestaande windmolens en met andere ontwikkelingen op duurzaamheidsgebied mag gesproken worden over de ontwikkeling van een energielandschap. Verder is de locatie geschikt omdat deze ligt op een knooppunt van de vier gemeenten en de daarbinnen werkzame energiecoöperaties.

1.4 Er is een draagvlakonderzoek uitgevoerd en er is ruime steun voor het plan.

De gemeenten Brummen, Lochem en Zutphen hebben bureau Enneüs een draagvlakonderzoek laten uitvoeren. Daarbij zijn huishoudens uit de vier gemeenten binnen een straal van 5 kilometer om de geplande drie windmolens geraadpleegd. Er is gewerkt met drie schillen: < 750 meter, tussen 750-2.000 meter en tussen 2.000-5.000 meter. Het is een kwalitatief onderzoek geweest waar de huishoudens op veel zaken met betrekking tot windenergie en dit project zijn bevraagd.

Uit het onderzoek blijkt dat 84% van de direct omwonenden (schil < 750 meter en daarmee bijna allemaal bewoners buitengebied Eefde) die meegewerkt hebben (43 huishoudens verzocht, 33 meegewerkt) tegen het initiatief is, 69% daarvan is sterk tegen (en 15% is tegen). De horizonvervuiling en geluidshinder noemen zij als belangrijkste argumenten. Daarnaast voelen zij zich de afgelopen jaren onevenredig benadeeld omdat er allerlei ontwikkelingen in het gebied hebben plaatsgevonden. Deze uitkomst is te verklaren omdat bijna niemand windmolens in zijn/haar nabijheid wenst.

Over het feit dat het initiatief IJsselwind méér omvat dan alleen het plaatsen van windmolens, geven de direct omwonenden aan dat, áls er dan toch molens komen, de voordelen van de molens moeten gaan naar degenen die ook de grootste nadelen ervaren.

Onder indirect omwonenden (inwoners die tussen 750 en 5.000 meter van de geplande drie windmolens wonen) zijn er grote verschillen tussen de gemeenten Brummen, Zutphen en Voorst enerzijds en de gemeente Lochem anderzijds. In Brummen, Zutphen en Voorst is er met 60 tot 70% steun duidelijk meer draagvlak dan onder indirect omwonenden in de gemeente Lochem. In de gemeente Lochem is 39% voor of sterk voor en 45% tegen of sterk tegen, de rest blijft neutraal. De percentages voor de vier gemeenten samen liggen op 55,1% voor en 28,4% tegen. Als we specifiek kijken naar Zutphen dan is 68% voor en 15% tegen.

Meest genoemde voordelen zijn de groene, duurzame energie die wordt opgewekt en het feit dat het een lokaal initiatief betreft. De nadelen gaan vooral over de aantasting van het landschap en twijfels over het milieurendement.

Uit deze resultaten concluderen wij dat de meerderheid van de ondervraagden voorstander is van ‘het plan IJsselwind’, in Zutphen een ruime meerderheid voor is en er draagvlak bestaat voor het initiatief.

Voor een verder inzicht in de kwalitatieve aspecten en de daarop gegeven antwoorden verwijzen wij u graag naar het rapport.

1.5 IJsselwind wil direct omwonenden compenseren.

IJsselwind is in haar businesscase uitgegaan van het reserveren van € 100.000,-- voor compenserende maatregelen voor direct omwonenden. Deze willen vooralsnog niet met IJsselwind in gesprek gaan over de invulling daarvan omdat ze tegen de komst van windmolens zijn. Bij compenserende maatregelen kunt u denken aan landschappelijke versterking overeenkomstig de dorpsvisie Eefde-West die de Dorpsraad Eefde heeft opgesteld en gemeentelijke landschapsvisies. Ook individuele maatregelen op perceelniveau zoals dubbel glas en erfbeplanting behoren tot de mogelijkheden.

Verder wordt een gebiedsfonds gevormd uit de toekomstige revenuen uit het project. Die gelden worden aangewend in overleg met het gebied.

1.6 Er is sprake van een sluitende businesscase.

IJsselwind heeft een businesscase opgesteld. In de onderzoeken is uitgegaan van en gerekend met drie hoogten voor de beoogde molens. De financiële exploitatie is sluitend voor windmolens met een tiphoogte van 150 of 170 meter. Hoe hoger de molen, hoe hoger het rendement. De laagste variant met een tiphoogte van 130 meter is financieel niet dekkend. De tiphoogte van de bestaande molens is 120 meter.

1.7 In de ontwerp-MER worden natuur-, landschaps-, milieu- en andere aspecten belicht en de onderzochte effecten blijven binnen de geldende wettelijke normen.

Er is een ontwerp-MER opgesteld. In het rapport worden twee alternatieven onderzocht. Één uitgaande van drie windmolens en één uitgaande van twee windmolens. Het alternatief van drie windmolens hebben IJsselwind en het waterschap voor ogen. Binnen de alternatieven worden drie scenario’s beschouwd uitgaande van verschillende ashoogten en rotordiameters. Er wordt uitgebreid op alle benodigde aspecten ingegaan. Bij alle toetsingsaspecten worden de effecten (van de alternatieven met scenario’s) beschreven alsmede mogelijke mitigerende maatregelen. De belangrijkste uitkomst is dat bij alle scenario’s de onderzochte effecten binnen de geldende wettelijke normen blijven, direct of via aanvullende maatregelen.

IJsselwind en het waterschap gaan voor de hoogste variant van de windmolens onderzocht in de haalbaarheidsstudie. De definitieve hoogte wordt de komende maanden bepaald aan de hand van een windstudie op locatie, overleg met omwonenden en het voorkeursalternatief in de definitieve milieueffectrapportage. Verder geven IJsselwind en het waterschap aan met omwonenden in gesprek te blijven om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de negatieve effecten van de molens verder terug te dringen.

Als u besluit tot het verstrekken van verdere voorfinanciering en daarmee doorgaan met het project zal gelijktijdig met de bestemmingsplanprocedure de MER-procedure worden doorlopen. De commissie MER en andere instanties worden daarbij om advies gevraagd en voor derden bestaat dan de mogelijkheid van het indienen van zienswijzen. De commissie kijkt naar de juistheid en volledigheid van de informatie en zal beoordelen of de essentiële informatie aanwezig is waarop u uw besluit (vaststellen bestemmingsplan/verlenen omgevingsvergunning) kunt baseren.

1.8 Het Waterschap Rijn en IJssel trekt samen op met IJsselwind.

Het waterschap wil één van de drie gedachte molens realiseren. Zij wil in alles gezamenlijk optrekken met IJsselwind. Dit betekent eenduidige afstemming met direct omwonenden en het verdere gebied en overzichtelijke procedures.

Kanttekeningen

1. Er zal altijd een groep mensen blijven die tegen de komst van windmolens is.

Initiatiefnemers en de gemeenten proberen goed met de direct omwonenden te overleggen en communiceren. En uiteraard wordt er naar alle inwoners gecommuniceerd wat het belang van hernieuwbare energie/realisatie van windmolens is. Direct omwonenden zijn nooit blij met de komst van windmolens en ook uit het bredere gebied zal er altijd een groep mensen blijven die vanuit een oogpunt van landschapsontsiering tegen de realisatie van windmolens is. Het is altijd zaak om de molens zo goed mogelijk in te passen. Daarnaast is er sprake van een ‘hoger belang’ dat om realisatie van windenergie vraagt.

2. Wat gebeurt er als niet alle gemeenten verdere voorfinanciering willen verstrekken?

IJsselwind heeft de gemeenten Brummen, Lochem en Zutphen verzocht om verdere voorfinanciering. Mochten gemeenten daar niet (meer) aan willen meewerken dan is de verwachting dat IJsselwind dan op andere wijze toch geld kan lenen om de plannen verder uit te werken. Zo heeft bijvoorbeeld de provincie ook een deel voorgefinancierd en staat zij mede gezien de haar door het Rijk opgelegde taakstelling niet onwelwillend tegenover het verstrekken van verdere voorfinanciering.

3. De Elektriciteitswet heeft een dwingende mogelijkheid in zich om windenergie te realiseren.

Het Rijk heeft in de Elektriciteitswet 1998 opgenomen dat een provincie, in geval een gemeente weigert om een bestemmingsplan tot de realisatie van windmolens vast te stellen, een inpassingsplan moet vaststellen als een initiatiefnemer de provincie daarom verzoekt en het plan aan wet- en regelgeving voldoet.

Wij hebben een toelichtende Statenbrief Gelderland van maart 2017 op dit onderwerp ter informatie bijgevoegd. IJsselwind/waterschap kunnen zo’n verzoek bij de provincie indienen. Zouden zij afzien van bouwen dan zou een commerciële partij een dergelijk verzoek bij de provincie kunnen indienen.

4. De provincie is nog bevoegd gezag voor het voeren van de coördinatieprocedure en het verlenen van de benodigde vergunningen.

Op basis van de Elektriciteitswet zijn Gedeputeerde Staten in principe bevoegd gezag met betrekking tot het coördineren van de procedures voor het realiseren van een windpark. Zij verlenen dan ook de benodigde vergunningen, zoals de Omgevingsvergunning. Zij kunnen voornoemde bevoegdheid echter aan de gemeente overdragen als blijkt dat toepassen door de provincie geen aanmerkelijke versnelling van de procedure met zich meebrengt of andere voordelen biedt. Aangezien de gemeente Zutphen en IJsselwind al veel voor de bestemmingsplanprocedure en de MER helder hebben, biedt een provinciale coördinatie geen voordelen. Na uw besluit om het initiatief verder te (onder)steunen zullen wij Gedeputeerde Staten vragen de bevoegdheid tot het voeren van de coördinatieprocedure bij de gemeente neer te leggen.

Risico’s

1. Financieel en procesmatig.

Er zijn geen directe gemeentelijke risico’s te benoemen. Het is wel van belang dat er van een goed procesverloop sprake blijft. Goede communicatie zowel richting inwoners als gemeenten is een belangrijk aandachtspunt voor de coöperaties en het waterschap. Van de gemeente(n) mag in deze de rol van procesbewaker worden verwacht.

Als het niet tot uitvoering komt is de gemeente (een deel van) het voorgefinancierde bedrag kwijt. Door voorfinanciering door de coöperaties zelf en diverse andere partijen wordt het risico gespreid. Het betreft nu een relatief gering bedrag. Een bedrag dat niet in verhouding staat met de kosten die de gemeente had gemaakt als zij zelf dit project had opgepakt.

2. Zeggenschap/beïnvloedingsmogelijkheden.

Wij hebben hierboven al benoemd dat de provincie ingeval een initiatiefnemer van een windmolenproject daarom verzoekt een inpassingsplan moet opstellen als een gemeente geweigerd heeft een bestemmingsplan vast te stellen. Als u in het concrete geval zou weigeren dan zouden IJsselwind/Waterschap zich tot de provincie kunnen wenden. In geval IJsselwind/Waterschap naar aanleiding van uw besluit zouden afzien van realisatie van het project dan zou een derde partij de provincie kunnen verzoeken een inpassingsplanprocedure tot de realisatie van windenergie in dit gebied te voeren. Bekend is dat marktpartijen met aandacht naar dit gebied/proces kijken. Een gevaar van een weigering om aan het plan mee te werken is dan dat de gemeente(n) dan minder zeggenschap/beïnvloedingsmogelijkheden heeft (hebben) en revenuen niet ten goede komen van het gebied.

3. Energieneutraliteit.

Niet meewerken betekent een aderlating in uw streven om energieneutraliteit te bereiken.

Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering

Na uw besluit het plan verder te (onder)steunen zullen wij:

1. Gedeputeerde Staten van Gelderland vragen de bevoegdheid de coördinatieregeling toe te passen bij de gemeente neer te leggen. U bent dan overigens bevoegd om over het toepassen te besluiten.

2. Met initiatiefnemers verdere stukken opstellen die nodig zijn voor de ruimtelijke en vergunningsprocedure.

Rapportage/evaluatie

Wij houden u van de vorderingen op de hoogte. Als Gedeputeerde Staten besluiten dat de gemeente Zutphen bevoegd gezag is zullen wij u voorstellen een gecoördineerde voorbereiding van besluiten toe te passen.

Financiën

De coöperaties hebben de gemeenten Brummen, Lochem en Zutphen (zoals u weet doet de gemeente Voorst niet mee) om voorfinanciering van een deel van de in de 2e fase te maken kosten gevraagd. Dat verzoek met bijlage treft u bijgaand aan. Zij kunnen pas geld bij een financier lenen als de business-case staat/de planologische procedure is doorlopen. Het eerste verzoek van vorig jaar betrof een bedrag van € 58.333,--. Op basis van uw besluit van 4 juli 2016 is daarvan een bedrag van € 25.000,-- als voorfinanciering voor de 1e fase verstrekt. Nu gaat het dus nog over het beschikbaar stellen van een lening van € 33.333,--. waarvan de financiering al is in geregeld in het programma Energieneutraal.

Wanneer het niet tot realisatie komt kan het zijn dat de lening niet of slechts gedeeltelijk kan worden terugbetaald. Zaken als terugbetaling en in geval van stopzetting van het project wie tot dan toe gemaakte kosten draagt worden nader uitgewerkt.

Als er voor de realisatie van de windmolens gemeentelijk eigendom nodig is moet er verder overleg tussen de initiatiefnemers en de gemeente over grondverwerving of grondgebruik plaats vinden.

De gemeente steekt wel uren in de afstemming over en toetsing van de plannen/diverse documenten. Voor een deel staan daar leges tegenover.

Bijlagen

1. Verzoek van IJsselwind om verdere voorfinanciering te verstrekken met de nodige bijlagen (oplegnotitie en samenvattingen businesscase, ontwerp-MER en draagvlakonderzoek. De volledige rapporten zijn in te zien via www.ijsselwind.nl.)

2. Brief van Waterschap Rijn en IJssel van 21 juli 2017 over realisatie van één van de drie molens. Het locatieplan van het waterschap is via haar website in te zien op www.wrij.nl/windenergie.

3. Rapport draagvlakonderzoek initiatief IJsselwind van maart 2017.

4. Statenbrief Gelderland van 29 maart 2017 over reikwijdte Elektriciteitswet.

Bijlagen

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2017-0100

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 23 augustus 2017 met nummer 70505



b e s l u i t :

Het initiatief van IJsselwind BV en het Waterschap Rijn en IJssel tot realisatie van windmolens in het gebied de Mars/Twentekanaal verder te (onder)steunen.

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter, de griffier,

Behandeld in Forum van 11 september 2017 Naar boven

Toelichting griffie

In januari 2016 heeft IJsselwind de gemeenten Brummen, Lochem, Voorst en Zutphen verzocht financiële ondersteuning te bieden in de vorm van een lening van in totaal € 233.333 (€ 58.333 per gemeente) voor het initiatief windmolenpark De Mars/Twentekanaal.

Op 4 juli 2016 heeft de raad besloten het initiatief te steunen. Ook heeft de raad verzocht een haalbaarheidsonderzoek te laten uitvoeren. In afwachting van de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek is het gevraagde bedrag niet volledig voorgefinancierd maar een eerste deel van € 25.000. Inmiddels is het haalbaarheidsonderzoek (met businesscase, draagvlakonderzoek en ontwerp-MER) afgerond en dient een besluit te worden genomen over het doorgaan met het plan.

IJsselwind BV heeft besloten om door te gaan met het plan en heeft verzocht om het tweede deel van de gevraagde lening (groot € 33.333) beschikbaar te stellen.

De raad wordt voorgesteld om het initiatief van IJsselwind BV (en het Waterschap Rijn en IJssel) verder te (onder)steunen en daarmee in te stemmen met het beschikbaar stellen van het restant van de lening.

Raadsadviseur: H Nijkamp

Datum 11-09-2017 Tijd 20:30 - 21:30
Zaal
Warnsveldzaal
Behandeling
Oordeelsvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
G.I. Timmer
Griffier
J Krijnen
Aanwezig namens Naam
BurgerbelangM.G.S. Siemes
SPE. Jager
D66H. Brouwer
PvdAM.M.M. Moester
GroenLinksS. Uenk
StadspartijC.R.L. van Toor
VVDH. Hissink
CDAK.M. Warmoltz
ChristenUnieA. Oldenkamp
BewustZWT. Marks
Lijst van Vliet
Fractie Pepers en VerwoortA. Verwoort

Verslag van de vergadering

1. Voorzitter opent om 20.35uur de vergadering

2. Er wordt door de voorzitter gelegenheid gegeven voor drie insprekers om in te spreken:

-          Dhr O. Hettinga, projectleider IJsselwind. (zie bijlage) Benoemt voordelen van windenergie en gevolgen voor de toekomst wanneer niet wordt ingezet op duurzame energie. Geeft aan dat 20% van de revenuen ten goede komt van een gebiedsfonds en de overige 80% ten goede komt van de coöperaties, die de gelden weer kunnen inzetten voor andere duurzame projecten. Er is geen winstoogmerk.

Voorzitter geeft de mogelijkheid voor het stellen van vragen:

Burgerbelang: gaan de revenuen alleen naar de inwoners van Eefde of ook naar inwoners van Zutphen?

Hettinga: Gaan ook naar Zutphen.

Burgerbelang: Hoe is de verdeling? Daar waar de molens de meest impact hebben?

Hettinga: een vijfde gaat naar het gebiedsfonds. De verdeling wordt door bewoners nog uitgewerkt.

PvdA: voor welke duurzame projecten worden de revenuen ingezet?

Hettinga: voor nieuwe projecten.

PvdA: wie beslist over de inzet van de revenuen?

Hettinga: de energiecoöperaties beslissen over het gebiedsfonds. Een vijfde van de revenuen gaan sowieso naar het gebied, er is geen winstoogmerk.

Burgerbelang: dus uitgaande van een opbrengst van 7 miljoen euro over 20 jaar, dan gaat er een vijfde naar het gebiedsfonds en de rest naar de coöperaties.

Stadspartij: de molens worden over een periode van 20 jaar afgeschreven?

Hettinga: dat klopt.

-          Dhr. C. Wagenaar, voorzitter ZutphenEnergie. Het streven is om 25% van ons energiegebruik duurzaam op te wekken. Alle rendement moet in Zutphen blijven. Veel Zutphenaren hebben geïnvesteerd in duurzame energie. Iedere provincie moet een aandeel in het aantal windmolens leveren.

Burgerbelang: hoe lang duurt de realisatie?

Wagenaar: ongeveer 2 jaar, inclusief een procedure tot de Raad van State.

ChristenUnie: hoe is die verdeling vastgelegd in het delegatiebesluit? Daar is eerst toch een stem van de raad voor nodig?

Wagenaar: het is wat ik hoor. Bij Zevenaar heeft de provincie het besluit tot plaatsing er “doorgedrukt”. [aanhalingstekens griffie]

-          Dhr. L. de Goede, Stichting Eefde Tegen-wind: de inspreek reactie is in bijlage toegevoegd.

3. Voorzitter geeft het woord aan forumleden voor vragen aan het college

SP: Onder Zutphenaren is serieus draagvlak voor groene energie. Is de locatie goed onderzocht? Een alternatief is de Sprabanen. In het alternatief dat nu voorligt worden de molens geclusterd en dat wordt door mensen niet gesteund.

VVD: is blij met het haalbaarheidsonderzoek. 68% van de mensen is voor. VVD is blij met het burgerinitiatief dat samen met het Waterschap is opgepakt. Dat revenuen terugvloeien naar het gebied vindt de VVD een goede zaak. Wil nog wel graag weten hoe IJsselwind het geld terug wil laten vloeien? VVD steunt het initiatief.

D66: is blij met het initiatief. 25% van de Zutphense stroomafname wordt groen en dat is goed, zeker gelet op het landelijk gemiddelde van 6%. D66 vindt het van belang dat 68% van de indirect omwonenden voor is en steunt het initiatief.

ChristenUnie: ziet een dilemma, is geen groot voorstander van windenergie. De provincie heeft een motie aangenomen over dit onderwerp, maar is teruggefloten door de rechter. Het gebied moet profiteren, maar er is weinig profijt.

Burgerbelang: ziet geen dilemma. 2 á 3 molens werkt niet echt en er is de komende 2 jaar veel weerstand.

ChristenUnie: is hoopvol gestemd, maar ziet plaatsing gewoon gebeuren.

Burgerbelang: is niet bang voor het standpunt van de provincie, deze heeft last van een beslissing om mee te werken aan plaatsing voor Zevenaar en Aalten. Zij willen plaatsing niet opdringen. Heeft meer vertrouwen in duidelijkheid van de toekomst. De provincie wil inzetten op grote projecten. Escalatieniveaus zullen meevallen.

ChristenUnie: vraagt zich af: toch maar niet doen?

Burgerbelang: ontraadt plaatsing inderdaad. Het is beter om het project voor deze 2 of 3 windmolens on hold te zetten, nu is duidelijk niet het moment. Er zijn veel drempels. Er wordt een procedure van 2 a 3 jaar verwacht, maar dat kan langer duren. Burgerbelang vraagt aan het college: onderschrijft het college de variant met een tiphoogte van 170 meter? Is het college bewust van het feit dat bij een grotere tiphoogte de straal van overlast ook groter wordt? Zijn de vliegroutes van vliegveld Lelystad en van defensie meegenomen? Is uitstel mogelijk, bijvoorbeeld over een jaar starten?

Fractie Pepers en Vervoort: is benieuwd naar het antwoord van het college.

SP: staat IJsselwind open voor andere locaties?

College: de locatie bij de Sprabanen is onderzocht. De huidige gekozen locatie is de beste. Het Waterschap heeft dat ook onderzocht en kwam tot dezelfde conclusie.

SP: de Sprabanen was wel in beeld bij het Waterschap. Heeft ook aangegeven dat men bij veel weerstand ook naar een andere locatie wil kijken.

GroenLinks: hoe komt u aan uw info?

SP: wij hebben gebeld met het Waterschap.

College: wij hebben onze informatie ook van het Waterschap. Overigens is het van de molens komende afval bij ontmanteling na 20 jaar goed te verwerken.

ChristenUnie: hoe gaat u op afval acteren?

College: wij gaan dat doen, wat de variant betreft, het college gaat voor de 170 meter variant, maar wil dat met draagvlakonderzoek doen. De vliegroutes zijn uitgezocht. Het college wil geen uitstel.

Burgerbelang: Zutphen zou de slechtst geïsoleerde stad zijn met deze drie nieuwe molens. Waar het om gaat is zeggenschap over onze stad, niet alleen over energie.

College: participatie is van groot belang, burgers zijn gehoord.

VVD: vindt het een mooi plaatje.

ChristenUnie: wat gaat u doen als commerciële partijen zich melden?

Burgerbelang: de provincie zal het niet opleggen voor drie molens, veel weerstand wil men niet. Wil wel in grotere projecten investeren. Wil ook niet door het Rijk overruled worden.

College: de provincie wil liever dat het college het initiatief neemt.

SP: bij negativiteit dan liever een andere locatie zoeken.

GroenLinks: partijen moeten eigen verantwoordelijkheid nemen en revenuen inzetten om nadelen te compenseren.

D66: of IJsselwind of een commerciële partij, er is veel tegenstand, maar ook is 68% van de bevolking voor.

SP: dat zijn niet de direct omwonenden, daar is 84% tegen.

CDA: is voor eigen regie. De opbrengst blijft in het eigen gebied. CDA is voor.

Burgerbelang: doe het niet. Het is lokaal geklooi in de marge. De weerstand wordt groter met grotere molens.

4. De voorzitter sluit om 21:30uur de vergadering.

Bijlagen

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad

Behandeld in Raad 25 september 2017 (21:30 - 23:00) Naar boven

 
Datum 25-09-2017 Tijd 21:30 - 23:00
Zaal
Raadzaal
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
A. Vermeulen
Griffier
G.A.J. Winters

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.

Bijlagen

Besluit

Aangenomen
Bij de hoofdelijke stemming werden 20 stemmen voor en 8 stemmen tegen het voorstel uitgebracht.
Geen amendementen ingediend