Pagina delen

Gespreksdocument Vervolg op presentatie Van Netten

Inhoud

Zie de bijlage voor het geactualiseerde gespreksdocument

Bijlagen

Behandeld in Forum van 18 april 2016 Naar boven

Toelichting griffie

Op 17 maart 2016 heeft dhr. Van Netten zijn rapport met een reflectie op het rapport Sterk Bestuur van de Provincie Gelderland aan de raad gepresenteerd. Als vervolg op deze presentatie is nu een plenaire Forumbijeenkomst gepland. Het college is gevraagd een gespreksdocument op te stellen aan de hand waarvan een gesprek kan worden gevoerd.
De opbrengst van de bespreking zal worden verwerkt in de Voorjaarsnota, waarin knopen worden doorgehakt om richting te geven aan de Begroting voor 2017.

In het door het college opgestelde gespreksdocument zijn voor de komende jaren drie doelen geformuleerd met zes speerpunten. Het college licht deze doelen en speerpunten toe en gaat hierover met de raad in gesprek. Van de raad wordt gevraagd om aan te geven of hij het eens is met de visie dat het aanpakken van de sociaal-economische problematiek centraal moet staan en of hij de aanpak via de drie doelen en zes speerpunten onderschrijft.
De vergadering van 18 april heeft het karakter van een (openbare) werkconferentie. De opbrengst van deze vergadering wordt verwerkt in het voorliggende gespreksdocument, waarna dit aangepaste/aangevulde document op 9 mei 2016 voor een vervolgbehandeling zal worden geagendeerd.

Voor de behandeling op 18 april 2016 is de volgende opzet bedacht:

  1. Opening (19.00)
    Inleiding en presentatie van het college over de doelen en de gekozen richting.
  1. Informele subgroepen (19.45)
    De vergadering gaat uiteen in zes informele subgroepen voor twee gespreksrondes van ieder 30 minuten.
    Doel:
    Verkennen of helder is waar het speerpunt over gaat, hoe het speerpunt zich verhoudt tot de drie doelen, of de aangegeven richting aangescherpt of verdiept dient te worden, wat de rol van de raad kan zijn, etc.
    De portefeuillehouder en strateeg treden op als gespreksleider van de informele subgroepen.

    N.B.
    Bij binnenkomst krijgt iedere deelnemer een kaartje voor 2 verschillende gespreksronden. Per gespreksronde is een maximaal aantal van 7 kaartjes beschikbaar (dit ten behoeve van een evenwichtige verdeling aan de tafels) en is het de bedoeling dat max. 1 woordvoerder per fractie aan tafel zit.

    Na de eerste gespreksronde wisselen de raadsleden verplicht van tafel; strategen en portefeuillehouders blijven zitten.
    De tweede gespreksronde wordt ingeleid door de portefeuillehouder die de conclusies uit de eerste gespreksronde kort toelicht. In de tweede ronde wordt voortgeborduurd op de conclusies uit de eerste ronde.

    KWARTIER PAUZE (20.50)

  2. Plenaire terugkoppeling (21.10)
    De portefeuillehouders geven op hoofdlijnen aan wat zij mee terug nemen naar het college en willen verwerken in de nieuwe versie van het gespreksdocument dat op 9 mei 2016 zal worden besproken.

  3. Schorsing (tot 09 mei 2016) (21.40)

Raadsadviseur: H Nijkamp

Datum 18-04-2016 Tijd 19:00 - 21:30
Zaal
Warnsveldzaal
Behandeling
Adviserend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
G.I. Timmer
Griffier
J.E. Nijkamp
Notulist
More Support
Aanwezig namens Naam
BurgerbelangM.G.S. Siemes
SPM.J. ten Broeke
D66G.I. Timmer
PvdAH.W. Hissink
GroenLinksG.V.C. Boldewijn
StadspartijD. Bogerd
VVDB. van der Veen
CDAG.H. Brunsveld
ChristenUnieA. Oldenkamp
BewustZWA.W. Jansen
Lijst van VlietF. van Vliet

Verslag van de vergadering

 

Aanwezigen zijn niet geregistreerd. Naast hierboven genoemde fractievoorzitters waren de meeste fracties met meerdere fractieleden aanwezig.

 

Verslag van de vergadering

De verslaglegging beperkt zich tot de plenaire delen van de vergadering

 

De voorzitter opent het Forum en heet de aanwezigen welkom.

Wethouder De Jonge schetst het doorlopen proces.Op 9 mei a.s. zal de gemeenteraad worden gevraagd om een oordeel te vormen over het hoofddoel, de zes speerpunten en de invulling daarvan. De resultaten uit het tweede deel van dit forum, op 9 mei, zullen worden gebruikt bij het opstellen van de Voorjaarsnota, die vervolgens de input vormt voor de Begroting 2017.

De wethouder verwijst aan de hand van een PowerPointpresentatie naar de kernpunten uit de Visie 2020-2025. Dit visiedocument schetst een stad “waarin je fijn kunt leven en waarin de gebouwen deel uitmaken van een groots verleden”. De visie richt zich voorts op bedrijven, en op de inwoners die bezig zijn met het realiseren van een schone toekomst en van een stad van waaruit je de wereld kunt ontdekken. Visie 2020-2025 betreft niet alleen de visie van het lokaal bestuur; het visiedocument is in samenspraak met de Zutphense samenleving tot stand gekomen.

Zonder verdere vorm en inhoud wordt aan voorliggend visiedocument geen waarde toegekend. Er zullen keuzes moeten worden gemaakt om de geschetste visie tot realiteit te maken. Zowel het Rapport ‘Sterk Bestuur’, als het rapport van Van Netten wijzen op de nodige uitwerking.

Rapport Van Netten geeft aan dat inzet - samen met de netwerkpartners - noodzakelijk is om de centrumpositie van Zutphen te behouden en te versterken. Van Netten adviseert om de sociaal-economische opgave centraal te stellen. Bovenal is belangrijk om de urgentie te beseffen waar Zutphen voor staat. Zonder versterking van de centrumfunctie van Zutphen zijn gemeentelijke fusie en verdere bezuinigingen niet uitgesloten met grotere werkloosheid en armoede als gevolg.

Interventie is nodig om een goede balans te vinden en een samenleving te realiseren die zich ontwikkelt. Om dit te bereiken, is focus nodig om zowel te kunnen versnellen, als te versterken.

Het College kiest daarom voor versterking van de sociaal-economische kracht van Zutphen door in te zetten op drie hoofddoelen, zijnde 1) Aantrekkelijkheid voor potentieel krachtige burgers 2) Stimuleren van een ondernemersklimaat waarin ondernemerskracht de ruimte krijgt en 3) Versterken van kwetsbare mensen.

Via de presentatie schetst de wethouder het doel dat in 2025 moet zijn bereikt en geeft aan welke koers daartoe wordt gevolgd. Volgens Van Netten zijn alleen de Strategische Agenda 2016-2019 en het coalitieakkoord onvoldoende om het gestelde doel te kunnen realiseren. Er is extra focus en extra dynamiek nodig. Om die dynamiek te versterken, is voor bovengenoemde drie doelen gekozen.

Het College stelt de Raad voor om deze drie doelen vorm en inhoud te geven middels zes speerpunten, te weten:

  • Werk maken van werk;
  • Investeren in de binnenstad;
  • Versterken van het woonklimaat;
  • Inzetten op Cleantech;
  • Inzetten op innovatie in de zorg;
  • Meer inzetten op samenwerking in de Stedendriehoek.

Om dit alles mogelijk te maken is financiële ruimte nodig. Er wordt ingeschat dat twee miljoen euro per jaar nodig is om deze doelen te kunnen bereiken. Niet alleen middels bezuinigingen kan dit budget worden verkregen, maar ook door het slim inzetten van budgetten, die bijdragen aan deze doelen.

Het College stelt de Raad voor om de focus te leggen op een set maatregelen om de stad sterker en aantrekkelijker te maken. Daarbij dient niet alleen te worden ingezet op het sterker maken van de reeds sterke aspecten van Zutphen, maar ook op het concreet benoemen van bestaande problemen en deze vervolgens ‘om te keren naar kansen voor de toekomst’.

Het College vraagt de Raad, het volgende:

  • of de mening van het College kan worden gedeeld dat ingrijpen nodig is om de gestelde doelen te kunnen realiseren;
  • of de Raad de doelen wil bereiken door in te zetten op de genoemde zes speerpunten;
  • uit te spreken welke richting de Raad wil geven aan de inhoud van de speerpunten;
  • aandragen van aanvullende ideeën en suggesties.

 

Gelegenheid voor het stellen van vragen:

D66 constateert dat het rapport Van Netten zeer concrete aanknopingspunten en adviezen bevat. Het rapport vraagt om ingrijpen en versnellen. De fractie vraagt of het dan volstaat om mee te liften op trends.

Wethouder De Jonge geeft aan dat bij meeliften op trends wordt uitgegaan van een passieve insteek. Als Zutphen daadwerkelijk ‘mee wil doen’, dan zal Zutphen ook zelf moeten leveren en proactief mee moeten doen.

De voorzitter wijst op het vervolg van deze avond, waarop de forumleden uiteen gaan en in zes deelsessies de zes speerpunten nader bespreken.

Het Forum wordt geschorst voor gesprekken in deelsessies.

Het Forum wordt hervat.

 

Plenaire terugkoppeling van de zes speerpunten uit de deelsessies

Deelsessie 1 - Werk maken van werk:

Het College heeft geconstateerd dat er veel steun bestaat voor dit speerpunt, maar ook voor de wijze waarop het College hier uitvoering aan wenst te geven.

  • De gesprekken waren sterk inhoudelijk gericht en hebben veel suggesties, ideeën en vragen opgeroepen. Dit heeft bij de wethouder geleid tot de conclusie dat het verstandig is om op korte termijn een Forum te organiseren rond het thema (kansen op de) arbeidsmarkt.
  • Voorts is lange tijd stilgestaan bij het realiseren van een maatwerk aanpak. Dit pleit voor een andere aanpak dan tot nu toe de praktijk is.
  • Er bestaat veel steun voor de insteek dat de gemeente het goede voorbeeld moet geven, onder meer door SROI. Ook bestaat er veel steun voor de creatie van additionele banen.
  • Het College is zich ervan bewust dat in de veelheid van ideeën en suggesties een prioritering moet plaatsvinden.

 

Deelsessie 2 -Inzetten op Cleantech:

Het College heeft ook voor dit speerpunt veel enthousiasme geconstateerd. Ook in deze deelsessie zijn veel suggesties ingebracht, maar ook hier bleken vele vragen.

  • In relatie tot dit speerpunt bestaat commitment om van Cleantech echt iets te maken.
  • Eén van de vragen is hoe je dit speerpunt SMART formuleert. Het College ziet dit als een uitdaging en gaat hiermee aan de slag, zij het in het besef dat Zutphen dit niet alleen kan, maar samen met de regio moet oppakken.
  • Daarbij is het van belang dat wordt gekeken naar wat Zutphen zelf te bieden heeft.
  • Het doel van dit speerpunt is dat het resulteert in veel werkgelegenheid en een mooie stad.

 

Deelsessie 3 - Investeren in de binnenstad:

Het College heeft tijdens de deelsessie dertig punten verzameld, waarvan er tien nader zijn besproken. Uit het totaal wordt een impressie geboden van de opbrengst van de discussie.

  • Investeer in kleinschalige evenementen op het gebied van cultuur en koester de kleinschalige evenementen;
  • Maak het aantrekkelijk om te wonen in de aanloopstraten; hierbij past speciale aandacht voor de leeftijdsgroep 20 – 35 jarigen;
  • Maak Zutphen onderscheidend, bijvoorbeeld door een project of iets bijzonders. Als aansprekend voorbeeld wordt de glasplaat op ’s-Gravenhof genoemd;
  • Investeer in comfort voor bezoekers;
  • Kijk ook naar het oosten, in plaats van alleen naar het westen;
  • Een aantrekkelijke binnenstad trekt ondernemers; bedrijvigheid fungeert als ‘banenmotor’;
  • Verbind bestaande binnenstedelijke projecten met elkaar.

De ambitie is om Zutphen te laten behoren bij de Top Tien van beste Nederlandse binnensteden.

 

Deelsessie 4 - Versterken van het woonklimaat:

Het College constateert dat de door het College uitgezette lijnen worden ondersteund.

  • Eén daarvan is de aanpak van de Woningprogrammering en het aantrekkelijk maken van Zutphen als woonstad.
  • Een belangrijk aandachtspunt is de bereikbaarheid van Zutphen; dit ook omdat veel werkgelegenheid in de regio is te vinden. Het openbaar vervoer is van goede kwaliteit en de bereikbaarheid per auto is ook goed, maar zal nog verder verbeteren als de weg rond De Hoven is gerealiseerd.
  • Er zal worden ingezet op meer woningen voor het midden- en het hogere segment. Tijdens de deelsessie is benadrukt daarin lef te tonen en deze lijn vast te houden omdat de tijd hiervoor rijp is. In de Woonvisie is dit reeds opgenomen, maar er zal meer op worden gestuurd.
  • Een belangrijk aandachtspunt tijdens de deelsessie is om goed te bekijken welke doelgroep Zutphen wil bereiken. Hier zal nader onderzoek naar worden verricht.
  • Er moet wel een balans blijven tussen de verschillende doelgroepen.
  • Zutphen is ook aantrekkelijk vanwege de groene leefomgeving.
  • Er moeten stappen worden gezet om woningen te verduurzamen. Dit is reeds opgenomen in het Woonprogramma, maar dient nog verder te worden uitgewerkt.
  • Het moet heel makkelijk worden om Zutphen via internet te vinden.

 

Deelsessie 5 -Inzetten op innovatie in de zorg:

Het College constateert dat dit speerpunt voor velen herkenbaar is.

  • De zorgsector is aan grote veranderingen onderhevig. Om de werkgelegenheid te behouden, is vernieuwen en innoveren noodzakelijk.
  • Hieraan gerelateerd is onderwijsvernieuwing nodig, op zowel MBO- als HBO-niveau.
  • Afgevraagd wordt of de focus niet te versnipperd raakt wanneer - naast Cleantech - ook zorginnovatie als speerpunt wordt benoemd. Hierop is door het College gesteld dat het totaal van zes speerpunten, passend bij de doelen, wel een samenhangend geheelvormt. Bovendien is in het rapport Sterk Bestuur en het rapport van Van Netten gesteld dat datgene moet worden versterkt wat Zutphen al heeft; daar hoort de zorgsector zeker bij.
  • De vraag is gesteld wat de meerwaarde van dit speerpunt is ten opzichte van de transformatie in de zorg. Het verschil daarmee is, dat dit speerpunt tot nog sterkere vernieuwing leidt, tot het leggen van nog steviger verbindingen met ondernemers en onderwijs en tot een nog sterkere profilering van de zorg naar de buitenwereld.
  • In relatie tot een sterke profilering is de vraag gesteld welk profiel dan moet worden gekozen. Daarbij zijn enkele dilemma’s genoemd.
    • Eén daarvan is de vraag hoe om te gaan met de grote ‘alternatieve sector’ in Zutphen.
    • Een tweede dilemma is de vraag of de profilering op de status van een goede zorgstad helpt om de balans te herstellen tussen krachtige en kwetsbare inwoners.Een aandachtspunt hierbij is of de term ‘kwetsbare inwoner’ een goed gekozen term is. Het is een uitdaging om een passender term te bedenken.
    • Een derde dilemma is dat automatisering enerzijds mensen helpt om zelfstandiger te zijn en meer bewegingsvrijheid biedt, maar anderzijds mag het niet leiden tot vermindering van het menselijk contact.
  • Er worden veel kansen gezien voor een zorginnovatiecentrum onder voorwaarde dat de gemeente daar geen eigenaar van is, maar dit centrum wordt gedragen door zorgorganisaties, ondernemers en onderwijs. De gemeente kan hierin faciliteren en als aanjager fungeren.
  • Het is een uitdaging om innovatiekracht met impact te organiseren met 600 vestigingen. Een analyse van deze 600 vestigingen is noodzakelijk om tot de juiste verbindingen te kunnen komen.
  • Tijdens deze deelsessie is de vraag gesteld of de kwaliteit van het onderwijsaanbod in Zutphen als speerpunt zou moeten worden toegevoegd. Deze vraag zal in het College worden besproken.

 

Deelsessie 6 - Meer inzetten op samenwerking in de Stedendriehoek

Het College geeft aan, dat iedereen zich ervan bewust is, dat samenwerking op ieder schaalniveau nodig is. Tijdens de deelsessie vond iedereen dit speerpunt ook een logisch speerpunt. Tegelijkertijd werd de vraag gesteld hoe dit speerpunt inhoudelijk wordt onderbouwd. Helder moet zijn wat Zutphen kan brengen, maar ook wat Zutphen kan halen uit deze samenwerking. Dit komt ook naar voren uit de andere speerpunten.

De verwachtingen en doelen gerelateerd aan dit speerpunt dienen concreet te worden benoemd, met een tijdpad en hieraan gekoppelde budgetten.

  • Als aandachtspunt werd voorts ‘investeren in mensen’ genoemd en zorgen dat de goede mensen aan de juiste tafels zitten.
  • Verder werd gesteld, dat de gemeente Zutphen moet accepteren dat bepaalde dingen niet meer zelf worden gedaan.
  • Ander aandachtspunt is dat Zutphen niet te bescheiden moet zijn en moet uitgaan van de kansen.  

 

Gelegenheid voor het stellen van vragen:

De SP is enthousiast over deze bijeenkomst, maar denkt dat dit enthousiasme mede te verklaren is door het feit dat alles nog redelijk abstract is. De fractie is benieuwd naar de concrete uitvoering.

De VVD spreekt eveneens enthousiasme uit over deze bijeenkomst en denkt dat deze opzet naar méér smaakt. De deelsessies hebben niet voldoende gelegenheid geboden om in het gesprek met elkaar tot verdieping te komen. Spreker suggereert om rondom deze speerpunten buiten de normale vergaderstructuur een aantal ‘tafels’ te organiseren, waar de gewenste verdieping kan ontstaan.

Ambtelijk wordt benadrukt dat er veel verbindingen bestaan tussen de diverse speerpunten. Tijdens de afzonderlijke deelsessies is dat niet altijd tot uitdrukking gekomen. Het is daarom goed om bij de opzet met de ‘tafels’, zoals de VVD voorstelt, stil te staan bij de verbanden tussen de speerpunten onderling.

De voorzitter geeft aan, dat alle ideeën, vragen en suggesties die vanavond zijn gegenereerd, worden verwerkt in het gespreksdocument, welke tijdens het oordeelsvormend Forum op 9 mei zal worden behandeld.

De voorzitter schorst om 21.45 uur de vergadering tot 09 mei 2016.

Bijlagen

Advies

Nogmaals in adviserende forumvergadering bespreken

Behandeld in Forum van 9 mei 2016 Naar boven

Toelichting griffie

Op 17 maart heeft dhr. Van Netten zijn rapport met een reflectie op het rapport Sterk Bestuur van de Provincie Gelderland aan de raad gepresenteerd. Naar aanleiding van het advies van Van Netten heeft het college een gespreksdocument opgesteld dat op 18 april jl. in het Forum is besproken in een aantal rondetafelgesprekken. Nadat in het Forum een plenaire terugkoppeling heeft plaatsgevonden over de uitkomsten van de rondetafelgesprekken is de vergadering geschorst tot 09 mei 2016.

De uitkomsten van de rondetafelgesprekken zijn door het college verwerkt in het gespreksdocument. Het aangepaste (en verder uitgewerkte) gespreksdocument is aangeboden aan de raad voor vervolgbespreking. Fracties gaan met elkaar en met het college in debat over het document. Het gespreksdocument zal tenslotte door het college, gehoord het debat, via de Voorjaarsnota worden verwerkt in een voorstel aan de raad.

Voor de behandeling op 09 mei is het behandelvoorstel als volgt:

  1. voorzitter (her)opent de vergadering.
  2. portefeuillehouder licht kort toe hoe het college de opbrengst van 18 april heeft verwerkt in het gespreksdocument (max. 5 min.).
  3. gelegenheid om kort algemene 'dringende' vragen te stellen voorafgaand aan het inhoudelijke debat.
  4. debatronde waarin fracties gelegenheid hebben om aan te geven of zij het eens zijn met de visie dat het aanpakken van de 'sociaal economische opgave' centraal moet staan de komende periode (10 min.)
  5. aansluitend debatronde waarin fracties gelegenheid hebben om aan te geven of zij de aanpak via de drie genoemde doelen onderschrijven (30 min.)
  6. tenslotte debatronde waarin fracties gelegenheid hebben om te reageren op de in de gespreksnotitie genoemde speerpunten (45 min.)

Aan het eind van de bijeenkomst zal de portefeuillehouder worden gevraagd om (kort) aan te geven wat zij, gehoord het debat, mee terugneemt naar het college.

Tot slot concludeert de voorzitter of het onderwerp voldoende is besproken.

NB:per fractie max. 2 woordvoerders aan tafel

er is geen gelegenheid voor spreekrecht (omdat het een voortzetting is van een geschorste vergadering) 

 

Raadsadviseur: H Nijkamp

Datum 09-05-2016 Tijd 19:00 - 20:30
Zaal
Warnsveldzaal
Behandeling
Adviserend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
A. van Dijk
Griffier
J.E. Nijkamp
Notulist
More Support
Aanwezig namens Naam
BurgerbelangM.G.S. Siemes en E. van Beek - van Heerde
SPE. Müller en G.J.N. Müller
D66G.I. Timmer en R.G.M. Rutten
PvdAF.J.M. Heitling en H.W. Hissink
GroenLinksG.V.C. Boldewijn
StadspartijD. Bogerd en G.J.H. Pelgrim
VVDB. van der Veen en H.M.J. Siebelink
CDAG.H. Brunsveld en K.M. Warmoltz
ChristenUnieA. Oldenkamp en A. van Dijken
BewustZWA.W. Jansen en T. Marks
Lijst van VlietF. van Vliet

Verslag van de vergadering

Opening

De voorzitter (her)open het Forum na de schorsing op 18 april 2016 met een woord van welkom. Zij schetst in het kort het traject dat tot nu toe is doorlopen en geeft het beoogde verloop van de avond aan. Aan het slot van het Forum zal de wethouder een terugblik geven en daarbij tevens aangeven wat wordt meegenomen in de voorbereiding op de Voorjaarsnota.

Inleiding portefeuillehouder

Wethouder De Jonge dankt ieder voor de inbreng die tot nu in dit proces is geleverd. In gezamenlijkheid is een traject ingegaan, dat de basis moet vormen om fundamentele keuzes te maken voor de toekomst. Er is sprake van een aanscherping, verdieping en verfijning van de inhoudelijke koers met als doel de positie van de stad te versterken ten behoeve van de inwoners. Vanavond zal worden gesproken over de inhoud.

Het College heeft drie concrete vragen geformuleerd en hoopt dat deze forumbijeenkomst hier antwoorden op geeft:

  1. Ondersteunt u de keuze voor versterking van het sociaal-economisch profiel van de stad?
  2. Bent u het ermee eens, dat die keuze kracht wordt bijgezet door in te zetten op de drie doelen, te weten: versterken van het ondernemerschap, versterken van de positie van kwetsbare mensen en het vergroten van de inzet op het aantrekken van krachtige mensen?
  3. Bent u het ermee eens dit te doen door het inzetten op de zes geformuleerde speerpunten?

De wethouder wijst op de gespreksnotitie, die naar aanleiding van de eerdere bespreking van dit onderwerp is aangevuld en aangescherpt. Daarin is onder meer opgenomen dat de kracht van de doelen ook zit in de samenhang tussen die doelen.

De insteek van deze avond is niet geweest om het Forum en de Raad een kant en klaar pakket voor te leggen, maar het College wil gezamenlijk komen tot de formulering van hoofdlijnen, die de komende maanden verder zullen worden uitgewerkt en input zullen vormen voor (nieuw) beleid. Ook het opzetten van gesprekstafels wil het College samen met de Raad oppakken en verder vormgegeven.

De versterking en versnelling vereist een financiële impuls. Momenteel wordt onderzocht hoe dit door reallocatie van middelen kan worden vormgegeven. Bij de bespreking van de Voorjaarsnota op 6 juni zal het College hierop terugkomen.

De voorzitter wijst op het behandelvoorstel, waarin zes punten worden genoemd en stelt punt 3 aan de orde.

De Stadspartij vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot de economische agenda en wil graag weten hoe dit zich verhoudt tot voorliggend document.

Wethouder De Jonge antwoordt dat momenteel aan de economische agenda wordt gewerkt en dat deze hetzelfde traject doorloopt als de cultuuragenda. Naar aanleiding van het rapport van Van Netten verdienen de diverse nota’s - waaronder de economische agenda - enige aanscherping. Spreker verwijst naar ‘de economische foto’, die als bijlage bij de economische agenda is gevoegd. Omdat deze heel veel relevante informatie bevat, wordt deze bijlage reeds aan de Raad toegezonden in combinatie met de verdere stukken voor de Voorjaarsnota

Eerste debatronde – Punt 4 uit het behandelvoorstel: moet de aanpak van de sociaal-economische opgave centraal staan voor de komende periode?

De voorzitter stelt punt 4 uit het behandelvoorstel aan de orde. Hierin wordt gevraagd of het Forum de visie deelt dat het aanpakken van de sociaal-economische opgave centraal moet staan voor de komende periode.

Vanuit alle fracties wordt steun betuigd. Enkele fracties geven een korte inhoudelijke aanvulling.

De VVD is van mening dat diverse thema’s op een goede manier met elkaar worden verbonden. Dat helpt om grip te krijgen op die zaken die er toe doen.

De ChristenUnie vindt de ambitie van twee miljoen euro per jaar wel wat aan de lage kant, zeker gezien de ambitie om meer te gaan samenwerken met andere partijen.

De Stadspartij kan instemmen met de visie omdat deze aansluit bij diverse doelen waar de fractie volledig achter staat. Een aandachtspunt voor de fractie is een goede invulling van de versnelling.

Tweede debatronde – Aanpak drie doelen

De voorzitter gaat over tot de tweede debatronde. De fracties krijgen de gelegenheid om aan te geven of zij de aanpak van de drie doelen kunnen onderschrijven.

De Stadspartij kan de aanpak weliswaar steunen, maar zou wel graag zien dat de doelen beter worden gekoppeld aan de speerpunten.

GroenLinks is het eens met de genoemde doelen, maar vraagt zich af hoe de gestelde opgave kan worden bereikt, hoe de samenwerking met andere partners wordt vormgegeven en hoe ervoor wordt gezorgd dat de sociaal-economische agenda op een goede manier wordt ingevuld. Ook stelt de fractie de vraag hoe de ambtelijke organisatie moet worden versterkt om hieraan bij te dragen.

Het CDA kan zich vinden in de geformuleerde uitgangspunten. Het CDA mist echter het profiel van Zutphen dat eigenlijk de basis voor het geheel vormt. Er is wel geformuleerd wat de gemeente Zutphen wil bereiken, maar de vraag is nog hoe dit naar buiten toe wordt geprofileerd.

De ChristenUnie sluit zich aan bij de inbreng van het CDA en stelt dat sprake is van een zeer brede visie. De fractie mist echter focus en pleit voor durf om aan deze visie een heldere ambitie te koppelen. Spreker prefereert voorts om bij punt 2 te spreken over ‘koopkracht’ of ‘draagkracht’ en niet over ‘potentieel krachtige Zutphenaren’.

De SP sluit zich aan bij de laatste opmerking van de voorgaande spreker. De SP onderschrijft dat de sociaal-economische doelstelling voorop moet staan. Wat dat betreft, mag voorliggende notitie veel concreter. Pas op basis van meer concretisering kan het echte debat worden gevoerd.

De voorzitter stelt, dat in de derde debatronde ruimte bestaat om dit concreter te maken middels het onderling debat.

Bewust ZW vindt het een goede zaak om concrete doelen en ambities op te stellen. Op dat moment zullen de verschillende opvattingen tussen de fracties ook meer naar voren komen. Het is voorts een goede zaak dat de onderlinge kracht tussen de drie doelen is benoemd. De fractie mist daarbij echter een omschrijving van de manier waarop die onderlinge samenhang kan uitwerken.

Burgerbelang onderschrijft de doelen en benadrukt dat de doelen op dit moment niet meer vrijblijvend zijn. Daarom is het ook belangrijk dat hierover naar buiten toe goed wordt gecommuniceerd en dat ‘alle neuzen in dezelfde richting staan’. Burgerbelang vindt het voorts belangrijk dat de doelen meetbaar worden gemaakt.

De ChristenUnie heeft begrip voor de opmerking van Burgerbelang met betrekking tot het meetbaar maken. Het is goed om daarin van te voren een strategie te bepalen. Als alles aan de voorkant meetbaar wordt gemaakt, wordt het echter ook heel kwetsbaar.

Burgerbelang is het eens met de ChristenUnie, maar vindt het wel belangrijk dat een tijdsbestek wordt genoemd waarbinnen een bepaald doel moet worden behaald.

GroenLinks vindt het verstandig om doelen te stellen, maar vindt het ook belangrijk dat wordt gekeken waar energie in zit en waar het beste op kan worden ingespeeld. Tijdens het proces dient daar voortdurend op te worden gelet.

Burgerbelang vindt de insteek van GroenLinks iets te vrijblijvend. Deze insteek zou beter passen bij de speerpunten dan bij de doelen. De doelen moeten wel helder omschreven zijn.

De VVD onderschrijft de drie doelen, maar plaatst een kanttekening bij de mogelijke relatie tussen het stimuleren van het ondernemersklimaat en het versterken van de positie van kwetsbare Zutphenaren. De VVD is het ermee eens, dat alles wat op dit moment kan worden gedaan om werkgelegenheid te behouden en een goed ondernemersklimaat te stimuleren, moet worden gedaan. Het aantrekkelijk maken van Zutphen voor bestaande of nieuwe ondernemers ziet de VVD echter niet direct als oplossing om kwetsbare Zutphenaren aan een baan te helpen. De VVD hoopt dat er duidelijk meetbare eisen worden gesteld aan het bemiddelend vermogen van een organisatie als Het Plein.

Los van de vraag of iets meetbaar is, is het wel goed om duidelijk aan te geven waar de ambities liggen. Spreker vraagt wanneer de Raad inzicht kan krijgen in de ambities en de haalbaarheid hiervan. Dit vraagt enig voorwerk en onderzoek. De VVD heeft er begrip voor dat deze informatie op dit moment nog niet voorhanden is.

De SP is van mening dat weten méér is dan alleen meten. Het formuleren van concrete doelen betekent niet per sé dat àlles meetbaar wordt gemaakt. In reactie op de VVD vraagt de SP zich af of het stimuleren van een goed ondernemersklimaat bijvoorbeeld mag betekenen dat regels worden versoepeld. De vraag is hoe ver je erin wilt gaat om bedrijven naar Zutphen te halen. De SP meent dat de nadruk moet liggen op het investeren in werkgelegenheid die reeds in Zutphen bestaat en noemt daarbij de zorgsector als grote banenmotor voor de stad.

De VVD vindt het lastig om een concreet antwoord te geven op de vraag van de SP. Uiteraard mag het aantrekken van bedrijvigheid naar Zutphen niet ten koste gaan van alles, maar dat laat onverlet dat er belemmeringen worden ervaren door ondernemers. Het is goed om die belemmeringen te onderkennen en vervolgens te beperken, zonder dat dit ten koste gaat van hetgeen iedereen belangrijk vindt.

De PvdA onderschrijft de drie doelen en ziet deze graag in samenhang. Het stimuleren van een goed ondernemersklimaat kan zorgen voor werkgelegenheid. Aantrekkelijk zijn voor krachtige mensen vindt de PvdA een essentiële toevoeging. De PvdA is wel van mening dat voorliggend programma op bijna iedere gemeente van toepassing kan zijn. Het is daarom van belang om een echte focus op Zutphen te krijgen door te kijken wat de specifieke mogelijkheden voor Zutphen zijn en wat niet kopieerbaar is. Het is een uitdaging om op zoek te gaan naar datgene wat Zutphen uniek maakt.

Burgerbelang bestrijdt dat voorliggend programma voor alle gemeenten zou gelden. Wat voorligt, is juìst voor Zutphen van toepassing omdat de urgentie hoog is. Dat hebben de onderliggende onderzoeken ook bewezen.

Het CDA sluit zich aan bij de woorden van de PvdA. Het is van belang dat naar buiten toe duidelijk wordt gemaakt wat Zutphen uniek maakt en waarom iemand zich juist in Zutphen zou moeten willen vestigen.

Lijst Van Vliet kan zich vinden in de drie doelen. Het baart de fractie wel zorgen dat veel fte-plaatsen worden ingenomen door vrijwilligers. Anderzijds is de continuïteit van veel activiteiten afhankelijk van de inzet van vrijwilligers.

Voor het ontwikkelen van een stevige binnenstad is het stimuleren van werkgelegenheid van belang. Het is voorts belangrijk om ruimte te geven voor de start van nieuwe activiteiten in de binnenstad. Met de huidige aanpak zal de werkgelegenheid niet toenemen. Er zal stevig moeten worden ingezet op de ontwikkeling van de toeristische sector.

D66 vraagt met betrekking tot doel 3 wat het College hier precies mee bedoelt. D66 kan zich beter vinden in het vergroten van de toepassing van maatwerk, dan in het versterken van generieke maatregelen.

Derde debatronde – De speerpunten

De voorzitter stelt vervolgens de speerpunten aan de orde en stelt voor deze – na een algemene ronde – puntsgewijs te bespreken.

Algemeen

Burgerbelang memoreert de bespreking van 18 april 2016. Een onderwerp dat vaak werd genoemd, is het onderwijs. Burgerbelang is van mening dat het College dit onderwerp min of meer afschuift door te stellen dat het onder het Masterplan Onderwijshuisvesting valt. De fractie weet niet of dit als extra speerpunt dient te worden opgenomen, maar vindt dat onderwijs wel een meer centrale rol in het geheel verdient bij de investeringen die in het kader van dit traject worden gedaan.

D66 herkent zich grotendeels in de opmerking van Burgerbelang. D66 heeft zelf op 18 april onderwijs als extra speerpunt aangedragen. Na een nadere studie van het rapport en een gesprek met Van Netten is de fractie tot de conclusie gekomen dat sprake is van een heel integrale aanpak. Vanuit die aanpak herkent D66 de visie op onderwijs, waarbij onderwijs juist de kapstok vormt voor de aanpak van de doelen. Dit zal in de Voorjaarsnota tot uitdrukking moeten komen in de vorm van investeringen in het onderwijs.

De Stadspartij vraagt zich af of onderwijs als afzonderlijk speerpunt moet worden opgenomen of dat dit kan worden geborgd binnen de speerpunten die er nu liggen.

Burgerbelang heeft er begrip voor dat onderwijs als speerpunt lastig is te plaatsen. Het hele stuk moet echter doordrongen zijn van goed onderwijs en daarom moet dit aspect meer concreet naar voren komen.

De VVD is benieuwd waar Burgerbelang en D66 precies op doelen: met andere woorden: wat willen deze fracties meer concreet geformuleerd zien met betrekking tot het onderwijs en wat stellen genoemde fracties zich precies voor bij gemeentelijke investeringen in het onderwijs. De VVD spreekt de wens uit om hier nader over te spreken tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota en ziet de voorstellen van deze fracties graag tegemoet.

GroenLinks meent dat het rapport van Van Netten een uitnodiging vormt om te kijken wat er in de omgeving gaande is, hoe de gemeente Zutphen daarop kan inspelen en hoe Zutphen de omgeving kan versterken en vice versa.

In het rapport is gesteld “dat Zutphen geen vijanden heeft, maar ook geen vrienden”. Van Netten beschouwt dit als een probleem. GroenLinks kan deze redenering volgen en stelt dat Zutphen moet samenwerken met andere gemeenten, die Zutphen kunnen versterken.

De ChristenUnie heeft begrip voor de redenering van GroenLinks, maar voor een goede samenwerking is het wel belangrijk om te weten wat Zutphen zélf wil. Dat is wat nu aan de orde is. Zutphen moet vanuit haar eigen behoeften definiëren welke kant zij op wil. Daarmee kan Zutphen ook aangeven wat de eigen meerwaarde is.

GroenLinks had het gewaardeerd als er een analyse was gemaakt van de omgeving en zou zijn aangegeven hoe de speerpunten daarop zijn gebaseerd. Uiteraard kan Zutphen vanuit zichzelf redeneren welke kant zij op wil, maar als blijkt dat dat niet haalbaar is, dan hebben de geformuleerde speerpunten eigenlijk ook niet zoveel zin.

De VVD is benieuwd wat GroenLinks vindt van de geformuleerde speerpunten en wil weten of het succes van deze speerpunten afhankelijk is van de wijze waarop de omgeving met Zutphen om wil gaan.

GroenLinks vindt dat Zutphen de juiste richting inslaat, maar is ook van mening dat de geformuleerde speerpunten nog zo breed en algemeen zijn geformuleerd, dat ze op vrijwel iedere gemeente van toepassing zouden kunnen zijn. GroenLinks wil daarom graag een slag dieper gaan met de speerpunten en wat concreter worden.

Bespreking speerpunten

De ChristenUnie wenst bij de bespreking per speerpunt graag de koppeling met de drie doelen te leggen. De ambities bij de doelstellingen moeten hiermee in relatie worden gezien.

De ChristenUnie vindt het een mooie uitdaging om als raadsfracties zelf de ambities te formuleren en per speerpunt te bezien hoe de verschillende fracties erover denken.

Speerpunt 1: Werk maken van werk. Extra investeren in het creëren van banen en het toeleiden naar werk

De SP kan dit speerpunt grotendeels onderschrijven, rekening houdend met de eerder gemaakte opmerking dat het stimuleren van een aantrekkelijk ondernemersklimaat niet ten koste van alles mag gaan. De SP zou voorts liever spreken over ‘Banen maken van Werk’ en verwijst hierbij naar het gegeven dat veel werk momenteel wordt ingevuld door inzet van vrijwilligers en mantelzorgers. Vroeger werd dit werk gedaan door betaalde krachten. Dit sluit deels aan bij wat het College ook voorstaat, namelijk het creëren van additionele zinvolle banen. De SP hoopt veel banen te kunnen maken op basis van het werk dat er gedaan moet worden in Zutphen.

De Stadspartij vraagt zich af of de voorgestelde lijn wel tot een structurele oplossing kan leiden. Het is niet de bedoeling om financiële middelen van het ene potje naar het andere potje over te hevelen. De Stadspartij vindt het belangrijk dat het bieden van maatwerk centraal wordt gesteld.

De fractie suggereert om een professioneel bureau in te schakelen om bedrijvigheid naar Zutphen te halen.

De SP vreest dat de inzet van een commercieel bedrijf niet veel banen op gaat leveren. De SP meent dat conciërgewerk of hulp in de huishouding wel echte banen zijn, ook al worden deze grotendeels betaald vanuit de gemeente.

De ChristenUnie meent dat iedereen achter de doelstelling staat dat de hoge werkeloosheid in Zutphen moet worden bestreden door banen te maken van het werk dat er is. Zowel in de zorgsector, als bij ondernemers zal alles op alles moeten worden gezet om banen te creëren. Daarbij zal ook moeten worden gekeken, waar op een bepaald moment energie zit en daar zal dan extra inzet op kunnen worden geleverd. De fractie meent dat het voorstel van het College hier ook de ruimte voor biedt.

De Stadspartij zegt dat het hierbij zeker niet gaat om gebrek aan waardering van het vele vrijwilligerswerk, dat in Zutphen wordt gedaan. Het punt is alleen dat de voorgestelde aanpak structureel niets gaat oplossen en alleen extra geld - van buitenaf – zal vereisen.

De ChristenUnie constateert een groei van het aantal uitkeringen van zeventien naar 22 procent in 2015. De fractie wil de ambitie stellen om het aantal uitkeringen in een tijdsbestek van drie jaar terug te brengen naar een bepaald niveau en suggereert die ambitie heel nadrukkelijk en expliciet te formuleren.

Eén van de eerste dingen die vervolgens moet gebeuren, is het inzichtelijk maken wat mensen kunnen. Als er een ondernemer zich bij het Plein meldt met een vacature moet dat direct inzichtelijk zijn.

De VVD ondersteunt de ChristenUnie voor wat betreft het formuleren van deze ambitie. Ook de VVD wil weten wanneer dit speerpunt resultaat heeft, niet zozeer uitgedrukt in de hoeveelheid gecreëerde banen, maar meer in het aantal mensen dat aan een baan is geholpen. Dat kan zowel door het creëren van banen, als door het aantrekken van bedrijvigheid. Zutphen dient zich ook te realiseren dat de gemeente wordt omringd door regio’s waar best veel werkgelegenheid is te vinden. Ook de regio biedt werkgelegenheid aan inwoners van Zutphen. Het stellen van een ambitie ten aanzien van het terugbrengen van het percentage uitkeringsgerechtigden vindt de VVD een goede suggestie.

Burgerbelang stelt dat meetbaarheid en doeltreffendheid op dit speerpunt van toepassing zijn. De fractie sluit zich dan ook aan bij de inbreng van de VVD. Ook ziet Burgerbelang kansen in het genereren van nieuwe banen uit werk, dat ook vroeger betaald werk was. De gemeente dient wel kritisch te blijven in de beoordeling of een bepaald project al dan niet werkt.

Het CDA meent dat Zutphen momenteel niet in de positie verkeert om keuzes te kunnen maken, maar dat de gemeente zich op alle fronten in moet zetten om mensen aan werk te helpen. Een punt van aandacht daarbij is de mobiliteit naar werk toe.

D66 sluit zich aan bij de voorgaande sprekers. De daling van het aantal uitkeringsgerechtigden ziet D66 als één van de grootste opgaven. Bij dit speerpunt is het belangrijk om concrete doelstellingen te formuleren. Zutphen moet daarbij niet ‘te klein denken’ en aandacht hebben voor het bevorderen van mobiliteit binnen de arbeidsregio. D66 ziet daarin een grote rol voor de gemeente weggelegd.

Voorts beschouwt D66 inzetten op SROI als een belangrijk instrument om meer werk te creëren.

Speerpunt 2: Cleantech

De VVD onderschrijft dit speerpunt van harte, evenals de onderbouwing van het College. Dit is een speerpunt dat een wereldwijde strekking heeft en de VVD wil ervoor waken dat hier ‘te smal’ op wordt ingezet door de ambities te beperken tot de Stedendriehoek. Er moeten verbindingen op veel grotere schaal – zelfs op wereldschaal – worden gelegd.

[20.00 uur - De heer Oldenkamp verlaat de vergaderzaal]

Het CDA vindt het belangrijk dat Zutphen zich profileert in de Cleantech regio. De kleinschaligheid van Zutphen is een kwaliteit waarmee Zutphen zich zowel regionaal, als landelijk, als wereldwijd aantrekkelijk kan maken als Cleantech regio. Juist in Zutphen zou heel goed een centrum voor innovatie kunnen worden gecreëerd, waar pilots kunnen worden uitgevoerd op gebieden zoals wonen en onderwijs. De gemeente zou daar een verbindende rol in kunnen vervullen.

De PvdA stelt dat Cleantech een mooie ‘kapstok’ voor Zutphen is om te leren ‘naar buiten’ te kijken.

GroenLinks stelt dat de gemeentelijke organisatie veel kan doen binnen dit speerpunt, zoals het aanpassen van verordeningen. Verder kunnen de eigen investeringen zo worden gekozen dat deze een boost geven aan de ontwikkeling van duurzame technieken. Meer dan bij andere speerpunten kan de gemeente hier binnen haar eigen portefeuille veel aan doen.

De ChristenUnie vindt dat ook hier een ambitie aan moet worden gekoppeld. Zutphen zou in Nederland bijvoorbeeld de Silicon Valley van Cleantech moeten zijn.

GroenLinks zegt - in reactie op de ChristenUnie - liever in te zetten op haalbare en realistische ambities en suggereert eerst een analyse van de mogelijkheden uit te voeren.

Burgerbelang wil graag ambities stellen, maar deze moeten wel reëel zijn. De stappen moeten goed zichtbaar zijn, want als over een aantal jaren nog geen resultaat is geboekt, moet de vraag worden gesteld of dit speerpunt nog wel zinvol is.

De VVD stelt dat Silicon Valley nooit de ambitie heeft gehad om Silicon Valley te worden. Er was een toevallige mix van partijen aanwezig, welke er toe heeft geleid dat Silicon Valley zich tot de huidige omvang heeft ontwikkeld.

Waar het in Zutphen om gaat, is om te kijken welke rol de gemeentelijke overheid kan spelen om dit speerpunt en deze rol vervolgens - samen met stakeholders - op te pakken.

D66 ziet de inzet op Cleantech als een inzet op het economisch profiel van Zutphen. Een goede analyse van de mogelijkheden acht de fractie voorafgaand wel van belang.

D66 pleit er voorts voor om mee te gaan met hetgeen reeds aanwezig is in de Stedendriehoek en pleit er voor om als Zutphen niet zelf opnieuw het wiel te gaan uitvinden.

De Stadspartij onderschrijft voorliggend speerpunt. De fractie wenst dat Zutphen wel een duidelijker profiel neerzet waarmee de meerwaarde van Zutphen zichtbaar wordt. In de notitie wordt gesproken over de inzet op een kringloopeconomie, maar dat wordt niet nader uitgewerkt. De Stadspartij doet de suggestie om daarbij te werken vanuit een thema, zoals afval, voedsel, water, energie, dan wel vanuit een werkwijze zoals onderhoud, hergebruik, innovatie. Specifiek voor Zutphen zijn de aansluiting bij het MBO-onderwijs, de afvalverwerking, de zorg en de zakelijke dienstverlening.

De ChristenUnie heeft de opmerking over Silicon Valley vooral bedoeld als ‘een steen in de vijver’. Die opzet is in ieder geval geslaagd. Wat de fractie bedoelt, is dat Cleantech breder moet worden gezien dan alleen Zutphen. De fractie wil daarom een ambitie geformuleerd zien in samenhang met de Stedendriehoek en ziet dat graag terug in de Voorjaarsnota.

De SP stelt dat politiek bedrijven meer is dan alleen city branding. De SP verwacht dat Cleantech aan Zutphen veel goeds kan brengen.

Speerpunt 3: Investeren in de binnenstad.

D66 is kritischer naar alle speerpunten gaan kijken naar aanleiding van de discussie of onderwijs al dan niet als extra speerpunt dient te worden opgenomen. Ten aanzien van speerpunt 3 is D66 van mening dat het investeren in de binnenstad in feite al gebeurt. Met de promotie van Zutphen is de goede weg ingeslagen. Ook het herontwerpen van delen van de binnenstad is iets voortdurend plaatsvindt, waarbij de continuïteit van gelden wel gewaarborgd dient te blijven. D66 ziet dit daarom niet als een echt speerpunt.

Het CDA zegt - in reactie op D66 - dat de vraag of sprake is van nieuwe speerpunten, niet relevant is. Het gaat erom waar de gemeente de komende periode de aandacht op wil richten. Het is alleen maar mooi als er dan speerpunten zijn, waaraan reeds wordt gewerkt.

D66 stelt dat momenteel de vraag aan de orde is, waar de belangrijkste opgave van Zutphen ligt. Wat goed gaat, moet goed blijven gaan, maar daar hoeft vanuit de opgave niet extra op te worden ingezet. Dat geldt echter - aldus D66 - voor de binnenstad.

Bewust ZW meent dat dit speerpunt bij uitstek geschikt is om ambities aan te koppelen en deze meetbaar te maken. Wellicht blijkt daaruit dat méér inzet niet nodig is. De fractie vindt de vraag belangrijker welk resultaat de gemeente Zutphen precies wil bereiken.

BewustZW wil bereiken dat er een levendige binnenstad wordt behouden om in te wonen en te werken. Bij de Voorjaarsnota kan van gedachten worden gewisseld hoe dat resultaat kan worden bereikt.

Burgerbelang kan zich weliswaar vinden in de inbreng van D66, maar zou het speerpunt wel willen laten staan. De opdracht van dit speerpunt ligt op dit moment nadrukkelijk bij het College en het ambtelijk apparaat.

De fractie krijgt veel signalen vanuit de binnenstad dat moeilijk aansluiting wordt gevonden bij de ambtelijke organisatie. De investering in de binnenstad ziet Burgerbelang daarom het liefst als een investering in verbetering van relaties.

GroenLinks sluit zich aan bij de opmerking om vooral aan te sluiten bij wat er al is en niet teveel nieuwe dingen te gaan bedenken.

Als het gaat over investeren in de binnenstad, maar ook ten aanzien van wonen, is het vooral belangrijk om in te zetten op de bereikbaarheid van Zutphen via het spoor. Met kleine oplossingen kan al veel resultaat worden gecreëerd.

De VVD vindt het beeld dat met deze discussie wordt neergezet, namelijk “dat het wel goed gaat met de binnenstad”, een gevaarlijke misvatting. Allerlei onderzoeken wijzen uit dat er binnen tien tot twintig jaar er nog maar een handjevol echt krachtige binnensteden in Nederland over zijn. De binnenstad van Zutphen leunt zwaar op retail, met name op de retail van ketens, en zal het daardoor enorm zwaar krijgen. De VVD is het ermee eens, dat bereikbaarheid en communicatie naar ondernemers toe wel belangrijke aandachtspunten zijn.

De PvdA sluit zich aan bij de reactie van de VVD. De binnenstad en de werkgelegenheid in de binnenstad staan inderdaad onder druk. Ook wat betreft dit speerpunt dient op zoek te worden gegaan naar hetgeen uniek en niet naar andere steden kopieerbaar is. Ook dient de gemeente te kijken hoe soepeler kan worden omgegaan met initiatieven voor de binnenstad en degenen die deze plannen aandragen.

D66 doet een ordevoorstel. Gezien de beperkte vergadertijd en stelt spreker voor om voor de behandeling van de resterende drie speerpunten een ander moment te kiezen.

De voorzitter geeft aan dat het vervolg van deze bespreking op 23 mei a.s. zou kunnen plaatsvinden.

Wethouder De Jonge merkt op dat het College de input vanuit de Raad nodig heeft bij de voorbereiding op de Voorjaarnota. Een vervolgbespreking op 23 mei is dan erg laat.

De voorzitter stelt voor om vanavond een extra Presidium te laten plaatsvinden om te kijken hoe het traject verder kan worden vormgegeven.

Wethouder De Jonge spreekt de voorkeur uit om deze week een voortzetting van Forum te plannen.

De wethouder heeft geconstateerd dat er een enorme behoefte bestaat om ambities te stellen, alsmede om de doelen en speerpunten scherper te stellen en meer concreet te maken. De wethouder ziet dit als een bevestiging van de koers die het College wil varen. Zij constateert een bepaalde ongeduldigheid en gretigheid om binnen deze agenda vervolgstappen te zetten. Het is ook het doel van het College om dit samen met de Raad meer concreet te maken. Daartoe volgen nog meerdere bijeenkomsten.

De portefeuillehouder heeft voorts veel vragen geconstateerd, waar het College antwoord op kan geven. Over ieder speerpunt valt heel veel informatie te delen. De wijze waarop de Fora nu zijn vormgegeven, bieden daar eigenlijk te weinig ruimte voor. Zij acht het daarom verstandig om een andere vorm te vinden, zodat meer verdieping op de inhoud mogelijk is.

De VVD meldt dat vandaag in het Presidium is afgesproken dat een klein groepje raadsleden zich hierop samen met de griffie gaat beraden.

De voorzitter wijst nogmaals op de afspraak dat vanavond om 21.45 uur het Presidium bijeenkomt en schorst het Forum om 20.30 uur.

Advies

Nogmaals in adviserende forumvergadering bespreken

Behandeld in Forum van 12 mei 2016 Naar boven

Toelichting griffie

Op 17 maart heeft dhr. Van Netten zijn rapport met een reflectie op het rapport Sterk Bestuur van de Provincie Gelderland aan de raad gepresenteerd. Naar aanleiding van het advies van Van Netten heeft het college een gespreksdocument opgesteld dat op 18 april jl. in het Forum is besproken in een aantal rondetafelgesprekken. Nadat in het Forum een plenaire terugkoppeling heeft plaatsgevonden over de uitkomsten van de rondetafelgesprekken is de vergadering geschorst tot 09 mei 2016.

De uitkomsten van de rondetafelgesprekken zijn door het college verwerkt in het gespreksdocument. Het aangepaste (en verder uitgewerkte) gespreksdocument is aangeboden aan de raad voor vervolgbespreking. Fracties gaan met elkaar en met het college in debat over het document. Het gespreksdocument zal tenslotte door het college, gehoord het debat, via de Voorjaarsnota worden verwerkt in een voorstel aan de raad.

In de Forumvergadering van 9 mei 2016 ontbrak de tijd om alle speerpunten uit het gespreksdocument te kunnen behandelen en de gelegenheid voor de portefeuillehouder om (kort) aan te geven wat zij, gehoord het debat, mee terugneemt naar het college.

De voorzitter heeft de vergadering geschorst. Deze zal in een extra ingelaste Forumvergadering op donderdag 12 mei 2016 worden voortgezet zodat gelegenheid is om voornoemde op een goede manier te kunnen afronden.

NB:per fractie max. 2 woordvoerders aan tafel

er is geen gelegenheid voor spreekrecht (omdat het een voortzetting is van een geschorste vergadering) 

 

Raadsadviseur: M van den Berg-Platzer

Datum 12-05-2016 Tijd 19:30 - 20:30
Zaal
Warnsveldzaal
Behandeling
Adviserend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
A. van Dijk
Griffier
J.E. Nijkamp
Notulist
More Support
Aanwezig namens Naam
BurgerbelangM.G.S. Siemes
SPM.J. ten Broeke en E. Müller
D66G.I. Timmer en R.G.M. Rutten
PvdAJ. Bloem
GroenLinksA.J.A. Putker
StadspartijG.J.H. Pelgrim
VVDH.M.J. Siebelink
CDA
ChristenUnieA. Oldenkamp en A. van Dijken
BewustZWA.W. Jansen
Lijst van VlietF. van Vliet

Verslag van de vergadering

Verslag van de vergadering

Opening

De voorzitter heropent het Forum onder verwijzing naar het eerste deel van deze bespreking, dat op 9 mei 2016 is gestart. Ze opent de bespreking wederom met een woord van welkom aan alle aanwezigen.

In feite is het Forum van heden het vervolg op de eerdere bijeenkomst op 18 april 2016. Op 9 mei zijn de doelstellingen en de speerpunten 1 tot en met 3 besproken. Voor de bespreking resteren de speerpunten 4, 5 en 6. De vraag die voorligt, is of de Raad het gespreksdocument onderschrijft ofwel aanvullingen of koerswijzigingen wenst.

Speerpunt 4: Versterken woonklimaat

De VVD is blij dat naar het middensegment en het duurdere segment van de woningbouw zal worden gekeken. De VVD acht dit onderzoek eigenlijk al jaren nodig.

De fractie is blij met de drie genoemde subpunten onder speerpunt 4. De VVD vindt het belangrijk om goed te kijken naar de locaties die zich lenen voor de duurdere bouw en vestiging van kapitaalkrachtige personen.

Lijst Van Vliet vindt het aantrekkelijk maken van de stad een goed streven. Het woonklimaat vormt daarvan een belangrijk aspect. Tussen het groen wonen, wordt als positief ervaren. Zutphen is ook inderdaad een groene gemeente, maar in de hele stad is helaas sprake van slordig en slecht onderhoud. Dankzij veel burgers is het op sommige plaatsen nog enigszins toonbaar, maar het vakmanschap is wegbezuinigd. Als Zutphen een voorbeeldfunctie wil hebben, dan zal meer aan het groenonderhoud moeten worden gedaan en is één maal per jaar uitvoeren van onderhoud onvoldoende. Ook op de rotondes zal veel meer aandacht moeten zijn voor groenaanplant en bloemen. Met hetzelfde geld kan méér worden bereikt.

Er zal meer ingezet moeten worden op het midden en hogere segment van de woningbouw. Betaalbare woningen zullen er echter ook voldoende moeten zijn, gezien het hoge percentage mensen met een uitkering. Het kan niet zo zijn, dat de minder kapitaalkrachtige groep dupe wordt. De bestaande huurprijzen zijn nu reeds voor veel burgers te hoog en de subsidie wordt bovendien steeds minder.

Zutphen is goed bereikbaar, maar parkeren in of nabij het centrum is duur. Veel mensen zullen echter met de auto naar het centrum komen omdat het openbaar vervoer vanuit de dorpen naar Zutphen slecht is. Lijst Van Vliet acht dit ook een aandachtspunt.

D66 vraagt waar de prioriteiten van Lijst van Vliet liggen.

Lijst van Vliet vindt het groenonderhoud één van de prioriteiten. Zutphen in de Top Tien is weliswaar een mooi streven, maar dan zal er eerst iets moeten worden gedaan aan de staat van het groenonderhoud door voldoende eigen vakmensen.

De PvdA vindt het een goede zaak om onderzoek te gaan doen naar de sociale woningvoorraad. De PvdA wil daarbij ook zeker aandacht schenken aan het onderste segment van de sociale woningbouw. De fractie heeft de indruk dat er op zich wel voldoende huurwoningen zijn, maar dat het de voor de doelgroep jongeren moeilijk is om een start op de woningmarkt te maken. Dit probleem wordt onder meer veroorzaakt doordat het voor deze doelgroep moeilijk is om een lening te krijgen. Om die reden vraagt de PvdA in het onderzoek nadrukkelijk aandacht te schenken aan deze doelgroep, alsmede aan de statushouders. Er dient immers rekening te worden gehouden met de extra inwoners.

Ten aanzien van het duurdere segment, stelt de fractie dat er veel gemeenten in Oost Nederland zijn, die vanuit een soort wensdenken duurdere woningen bouwen, maar daar uiteindelijk alleen maar verlies op hebben omdat de draagkrachtiger mensen zich niet vestigen. Zutphen is een stad met uitstraling en heeft wel potentieel om rijkere mensen aan te trekken, maar de PvdA adviseert om niet alleen vanuit een wensdenken te handelen, maar op basis van gedegen onderzoek. Tot slot, juicht de PvdA de Cleantech-dimensie in het woningbouwprogramma toe.

D66 verwijst naar het rapport van Van Netten en spreekt begrip uit voor het betoog van de PvdA. Echter, als Zutphen zich gaat richten op het onderste segment, dan wordt daarmee de bestaande situatie versterkt, terwijl het juist de bedoeling is om de balans de andere kant op te krijgen. Binnen de retaildeals, die de Minister met diverse gemeenten sluit, zou versterking van de binnenstad juist heel mooi passen en dit zou ook de jongerenhuisvesting kunnen bevorderen.

De ChristenUnie vraagt in hoeverre de PvdA het eens is met de doelstelling om krachtige bewoners te willen aantrekken om de stad sociaal-economisch te versterken. Spreker heeft begrip voor het dilemma dat de PvdA schetst, maar de inbreng van die fractie strookt niet met de eerder geformuleerde doelstelling.

De PvdA is niet tegen het aantrekken van koopkrachtige burgers. Als daar een goede onderbouwing onder ligt, dan wil de PvdA die kans zeker benutten. Dat mag echter niet betekenen dat andere groepen als het ware “de stad worden uitgejaagd”. De PvdA wil beide segmenten versterken en dat betekent niet, dat de PvdA tegen de geformuleerde doelstelling is. Spreker wijst erop, dat het realiseren van ‘beweging’ op de woningmarkt veel tijd vergt. Dat is een proces dat wel twintig jaar kan duren.

De ChristenUnie vindt deze reactie niet aansluiten op de opmerking dat de inbreng van de PvdA niet strookt met de doelstelling om de koopkrachtige sector in Zutphen te versterken.

De SP onderschrijft de inbreng van de PvdA. Bij versterking van het woonklimaat dient juist ook te worden gedacht aan betaalbare woningen, waardoor jongeren in Zutphen blijven wonen. Het een sluit het ander ook niet uit. Het aantrekken van kapitaalkrachtige inwoners voor Zutphen vindt de SP een goede gedachte, maar dit mag niet ten koste gaan van de betaalbare woningvoorraad. In het gespreksdocument wordt gesproken over maatregelen die zijn gericht op de bestaande woningvoorraad. Dit kan op diverse manieren worden uitgelegd en het is belangrijk daar snel duidelijkheid over te krijgen.

D66 interpreteert de gespreksnotitie zo, dat de woningvoorraad voor het lagere segment niet wordt ingekrompen, maar dat er daarnaast voor wordt gekozen om te gaan bouwen voor de meer daadkrachtige inwoners.

De SP vraagt zich af wat dan wordt bedoeld met ‘ingrijpen in de sociale woningvoorraad’.

D66 stelt dat de ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling juist meer sociale woningbouw vraagt, maar omdat Zutphen de bevolkingssamenstelling wil veranderen, wordt ervoor gekozen om voor deze groep de woningvoorraad nièt uit te breiden.

GroenLinks ervaart deze discussie als een mooie en politiek spannende discussie. GroenLinks heeft in het verleden gepleit voor het realiseren van vijftig procent betaalbare woningen op woningbouwlocaties. GroenLinks denkt dat dit streven - gelet op de huidige situatie - niet kan worden volgehouden. De fractie is het met de PvdA eens, dat voor jongeren betaalbare woningen bereikbaar moeten blijven; dat vraagt inderdaad een gedegen onderzoek naar de effecten van het ingrijpen in de bestaande woningvoorraad. De fractie kan zich vinden in de formulering van de speerpunten, zoals deze door het College zijn neergelegd.

De VVD benadrukt dat met ‘versterking van het woonklimaat’ wordt gedoeld op het terugbrengen van meer balans in de bevolkingssamenstelling. Die balans is momenteel niet aanwezig omdat de bouw voor de sociale woningvoorraad de boventoon voert. Om die balans te herstellen, dient de nadruk te worden gelegd op het duurdere segment.

De ChristenUnie wil uitgaan van de onderliggende problematiek en daar een richting in kiezen. In de huidige situatie komen mensen naar Zutphen omdat zij elders geen goedkope woning kunnen vinden. Dit is één van de oorzaken van de groei van het aantal uitkeringen. Om dit aan te pakken, is een mix van maatregelen mogelijk en daar moeten keuzes in worden gemaakt. De ChristenUnie onderschrijft de doelstelling om in te zetten op het duurdere segment, om zodoende mensen met meer koopkracht aan te trekken.

GroenLinks kan zich voor een groot deel vinden in het standpunt van de ChristenUnie. Toch is de fractie het niet eens met de vermeende aanzuigende werking, die Zutphen zou hebben. Er is sprake van een regionaal verdeelsysteem voor woningbouw en momenteel heeft Zutphen een relatief grote voorraad betaalbare woningen, maar dat betekent niet per definitie dat Zutphen een aanzuigende werking zou hebben.

Burgerbelang constateert dat tot nu toe wordt gesproken over twee uitersten. Burgerbelang wil het juist hebben over het middensegment. De fractie heeft er altijd voor gepleit om naar de wijken en het bestand koopwoningen te kijken. De helft van het aantal koopwoningen, dat momenteel te koop staat, kan worden aangemerkt als starterswoning. De prijsontwikkeling van koopwoningen in Zutphen loopt altijd iets achter op de landelijke trends en daar zal Zutphen iets mee moeten doen bij het bepalen van keuzes. Bijvoorbeeld kan hierbij worden gedacht aan investeringen in de omgeving van de wijk. Er zal sprake moeten zijn van een mix tussen nieuwbouw en het aantrekkelijker maken van bestaande wijken. In reactie op de VVD, wijst spreker op het belang om doelgroepen goed te definiëren en na te gaan wat de huidige demografische balans is.

D66 is voorstander van het uitgangspunt ‘Zutphen als woonstad’. D66 vindt echter ook dat niet uitsluitend moet worden gefocust op nieuwbouwplannen, maar dat ook moet worden gekeken naar de bestaande plannen. De fractie vraagt zich af of er nog mogelijkheden zijn bij de Noorderhaven. Dat is op zich een uitstekende locatie voor jonge kapitaalkrachtige gezinnen, maar de bestaande woningen zijn te klein voor huisvesting van gezinnen. D66 vindt - tot slot - dat behoud van de culturele setting van belang is voor een aanzuigende werking van kapitaalkrachtige bewoners.

Speerpunt 5: Innovatie in de zorg

Burgerbelang refereert aan de gesprekstafel op 18 april, waar een waardevolle inbreng is gegeven door degenen die aan het gesprek deelnamen. Dit speerpunt leent zich – naar de mening van Burgerbelang - bij uitstek om onderwijs in onder te brengen, want innovatie is onderwijs en onderwijs leidt tot innovatie.

Daarnaast riep het gesprek wel veel vragen op, want iedereen kan pleiten voor innovatie. Een meer concrete invulling is daarom van groot belang.

D66 zegt - in reactie op Burgerbelang - dat D66 het speerpunt Cleantech juist ziet als een mooi speerpunt, waar onderwijs bij kan worden ondergebracht. Innovatie op zorg is uiteraard altijd goed, maar D66 ziet ook dilemma’s bij dit speerpunt. Zoals wethouder Withagen eerder aangaf, kan dit speerpunt kapitaalkrachtige ouderen aantrekken, maar D66 ziet toch liever de focus op kapitaalkrachtige jongeren. D66 zou dit liever niet als speerpunt kiezen omdat de fractie vreest voor teveel versnippering.

Lijst Van Vliet vraagt zich af of Zutphen wel een echte ‘zorgstad’ is, want veel burgers met een zorgvraag weten vaak niet hoe ze aan hulp moeten komen. Met name ouderen zijn de dupe omdat zij hierin hun weg niet weten te vinden. Er zijn te veel zorgaanbieders wat betreft de huishoudelijke hulp. Veel huishoudelijke hulpen werken op contractbasis, waardoor er veel wisselingen plaatsvinden, hetgeen de zorg niet ten goede komt. Een Zorgadviescentrum, beheerd door zorgondernemers, waar de gemeente geen inbreng in heeft maar ‘aanjager’ is, lijkt de fractie een slechte ontwikkeling. Spreker vindt dat de gemeente dit in eigen hand hoort te houden. De burger is gebaat bij kleinschaligheid, korte lijnen en snelle antwoorden. De fractie pleit voor vaste hulpen en zo min mogelijk wisselingen bij een zorgcliënt. De eindverantwoording hoort bij de overheid te liggen en niet bij commerciële organisaties met een winstoogmerk.

De ChristenUnie vindt sprake van een breed geformuleerd speerpunt. De fractie had dit graag wat meer concreet en SMART geformuleerd gezien. Voorts had de fractie hier graag een ambitie aan gekoppeld, bijvoorbeeld door een percentage te stellen van het aantal ouderen dat zelfstandig kan blijven wonen.

De SP wil meer gaan inzetten op het vele werk dat er te doen is in de zorg en ziet dat als innovatie in de zorg. Op dit moment gebeurt er veel werk door weinig mensen, maar de SP wenst méér mensen in te zetten en om zodoende de menselijke maat te bereiken.

Er wordt in het document gesproken over de stijgende vergrijzing, als een soort schrikbeeld. De SP adviseert de vergrijzing als een kans te beschouwen aangezien dit nog meer werkgelegenheid op in de zorg oplevert.

GroenLinks zegt - in reactie op de SP - dat het heel mooi zou zijn als er meer mensen aan het werk kunnen worden geholpen, maar dit zet de betaalbaarheid van de zorg tegelijkertijd wel onder druk. Dat is een dilemma, waar de SP niet over rept. Binnen de beschikbare middelen zal moeten worden gekeken, wat maximaal haalbaar is. Daarom vindt GroenLinks dit een goed speerpunt.

De SP ziet vooral de link met het speerpunt ‘Werk maken van werk’ en heeft de wethouder hier goede ideeën over horen ventileren. Juist de zorg leent zich hier goed voor. Het is belangrijk dat de beschikbare middelen daar goed voor worden ingezet.

Burgerbelang is van mening dat té breed wordt gekeken naar innovatie in de zorg. Burgerbelang is geneigd om zich aan te sluiten bij de inbreng van de SP om innovatie in de zorg af te meten aan de hoeveelheid werkgelegenheid. De vraag is welke keuzes daarin worden gemaakt.

De PvdA ziet veel kansen als het gaat om innovatie in de zorg, onder meer op het gebied van werkgelegenheid. De verwachting is, dat het geld dat nu in gebouwen en apparatuur zit, zal afnemen omdat het aantal mensen toeneemt dat langer thuis blijft wonen. Dat creëert ruimte voor zorg aan huis en daarmee aan andere werkgelegenheid. De fractie pleit ervoor om als regio aan te sluiten bij regio’s die in dit opzicht al verder zijn.

De VVD is blij met dit speerpunt, dat de fractie ook van groot belang acht. De VVD vindt het belangrijk om in te spelen op trends om niet achter de feiten aan te gaan lopen. Voorts onderschrijft de fractie dat een nadere invulling van het profiel van Zutphen zeer gewenst is.

Speerpunt 6: Meer samen doen in de Stedendriehoek

De VVD wil dit speerpunt graag nader differentiëren. De VVD wil sociaal-economisch inzetten op de Stedendriehoek, omdat dààr de kracht ligt om op dit aspect verbetering te realiseren. Anderzijds is de Achterhoek ook een goede partner, als het gaat om een aantal factoren, die Zutphen ook heel goed kan gebruiken. De VVD wil vanuit beide regio’s de sterke punten benutten en daarover in gesprek gaan.

D66 vraagt zich af of de VVD hiermee in de ‘valkuil’ stapt waar Van Netten juist voor waarschuwt. Van Netten roept juist op om duidelijke keuzes te maken, waardoor strategisch beleid mogelijk is.

De VVD meent dat de benadering waar Zutphen de beste vruchten kan plukken wel degelijk sprake is van een duidelijke keuze. De fractie vindt dat de Achterhoek in dit opzicht niet moet worden uitgesloten.

D66 heeft uit het rapport van Van Netten begrepen, dat de tijd dat Zutphen dacht te kunnen gaan ‘shoppen en onderhandelen’, voorbij is. Uiteraard heeft de Achterhoek mooie dingen te bieden, onder andere op het gebied van toerisme, maar voor sociaal-economische versterking dient Zutphen zich te richten op de Stedendriehoek.

De VVD heeft dat laatste ook heel duidelijk gezegd. Voor toerisme zou Zutphen wel naar de Achterhoek kunnen kijken.

De SP heeft begrip voor het standpunt van de VVD, maar wenst de inzet op de Achterhoek dan wel graag concreter te zien.

De VVD denkt aan de kleinschalige innovatieve bedrijfsvoering, die juist in de Achterhoek heel ver is ontwikkeld en die op Zutphen heel goed van toepassing zou zijn. De toeristische sector is voor iedereen bekend.

De ChristenUnie wijst op het rapport van Van Netten waarin staat dat een strategische keuze moet worden gemaakt voor een samenwerkingspartner. Vanuit sociaal-economisch oogpunt adviseert Van Netten heel duidelijk te kiezen voor de Stedendriehoek omdat daar de kansen liggen. Het imago dat kan ontstaan door voor meerdere partners te kiezen, roept het beeld op van ‘eten van twee walletjes’ en dan doet Zutphen zichzelf tekort.

GroenLinks sluit zich aan bij de woorden van GroenLinks. Het is zaak om samen met de Stedendriehoek te gaan werken aan de sociaal-economische opgave. Op andere gebieden schuwt GroenLinks de samenwerking niet met andere steden, zoals Deventer en Zwolle.

De Stadspartij wil graag de sociaal-economische agenda samen met de Stedendriehoek oppakken. Op andere gebieden, waaronder het toerisme, moet de Achterhoek ook zeker niet worden vergeten. De kleinschaligheid van de Achterhoek sluit ook goed aan bij de schaal van Zutphen. Voorts is het belangrijk om te behouden, wat de afgelopen jaren reeds is bereikt en dat kan heel goed samen met Zutphen Promotie worden gedaan.

Burgerbelang wijst op het rapport van Van Netten, waarin een duidelijke keuze wordt geadviseerd. In het rapport wordt echter ook gewezen op een bepaalde onzichtbaarheid, die zich uit in de vraag wat Zutphen heeft te bieden aan de overlegtafels in de Stedendriehoek. De centrale opgave is dan ook dat Zutphen een sterke partner wordt aan de overlegtafel. Wat betreft toerisme, kan Zutphen wel kijken naar de Achterhoek. Het is belangrijk om aan meerdere partners te laten zien wat Zutphen wil.

De VVD is het eens met Burgerbelang. Daarnaast kan de fractie zich vinden in het standpunt van GroenLinks om ook te kijken naar Zwolle. De VVD vindt het belangrijk om te kijken waar de krachten liggen om vervolgens daarop in te spelen.

D66 wil een duidelijke keuze maken voor de Stedendriehoek om daar vervolgens ook taken neer te gaan leggen. D66 wil daarmee laten zien dat Zutphen een betrouwbare partner is. Met de middelen die daarmee vrijkomen, kan wellicht op strategisch niveau worden geïnvesteerd in het ambtelijk apparaat, waarmee Zutphen zich een betere positie kan verwerven aan de strategische tafels.

GroenLinks wijst op het belang van het toerisme voor Zutphen en stelt dat de Achterhoek ook Zutphen en Doesburg nodig heeft in het kader van het toerisme. Er is dus sprake van wederzijdse belangen.

Lijst van Vliet is het eens met het pleidooi van Burgerbelang en D66 om te investeren in kwaliteit aan de onderhandelingstafels. De fractie vraagt zich af of Zutphen wel moet accepteren dat zij niet alles zelf kan. Zutphen moet juist ‘de luis in de pels zijn’, volledig mee kunnen doen in de Stedendriehoek en niet afhankelijk zijn van wat andere partners toevallig laten vallen. Zutphen hoort een volwaardige partner te zijn. Spreker pleit ervoor om ook te kijken naar andere samenwerkingsverbanden.

De voorzitter concludeert dat de meningen over de speerpunten goed zijn geuit. Zij nodigt de wethouder uit een beeld te geven van hetgeen zij heeft gehoord.

D66 constateert dat de zes speerpunten zijn besproken, maar de vraag is waar de raad haar prioriteiten heeft liggen en waarmee zij écht aan de slag wil. Het is in de ogen van D66 niet mogelijk om met alle zes de speerpunten tegelijk aan de slag te gaan.

De PvdA heeft van D66 begrepen, dat er een duidelijke keuze moet worden gemaakt voor samenwerking binnen de Stedendriehoek. Spreker vraagt waarom D66 dan de enige partij was, die in 2015 tegen de belastingsamenwerking stemde.

D66 zegt niet tegen de belastingsamenwerking te zijn, maar tegen de locatie, die bijzonder vreemd was gekozen.

De ChristenUnie pleit ervoor om aan ieder speerpunt een scorekaart te hangen, die laat zien in hoeverre het speerpunt bijdraagt aan de doelstelling. Op basis daarvan kunnen gerichter keuzes worden gemaakt. De fractie vraagt het College hieraan gevolg te geven en deze scorekaarten te maken.

De SP vindt inzetten op een scorekaart verloren energie. De SP wil volop inzetten op de speerpunten banen maken van werk, innoveren in de zorg en wonen.

De VVD wijst op de samenhang tussen de doelstellingen en de zes speerpunten. De VVD wenst deze niet uit elkaar te halen.

D66 wil de samenhang niet weglaten, maar vindt wel dat er een prioritering moet plaatsvinden.

Reactie College

De voorzitter geeft het woord aan de portefeuillehouder.

Wethouder De Jonge stelt dat opnieuw veel interessante punten zijn benoemd.

Wat betreft het speerpunt ‘Wonen’ is een nadere concretisering van belang, onder meer om de insteek van het onderzoek goed voor te bereiden.

Ook bij het speerpunt ‘Innovatie in de zorg’ is een nadere concretisering gewenst, òòk om duidelijk te krijgen wat het doel van het speerpunt is. De wethouder geeft aan dat van de zes speerpunten een aantal reeds in regulier beleid is vervat, maar daarbij versnelling gewenst is, zoals de speerpunten ‘Werk maken van werk’ en ‘Cleantech’. De speerpunten ‘Innovatie in de zorg’ en ‘Versterken van het woonklimaat’ zijn nieuw.

Ook voor het College is het een kwestie van zoeken hoe hiermee om te gaan. Bij de verdere uitwerking naar de Voorjaarsnota zal het ene speerpunt dan ook meer volledig uitgewerkt zijn dan het andere. De wethouder refereert ook aan de opmerking in het Forum van 9 mei dat in de loop der tijd zaken altijd kunnen veranderen.

De voorzitter geeft aan dat de volgende stap is, dat het College de inbreng vanuit de Fora gaat verwerken in de Voorjaarsnota.

De voorzitter sluit het Forum om 20.30 uur.

Advies

Advies gegeven er volgt geen verdere behandeling