Pagina delen

Gemeenschappelijke regeling basismobiliteit

Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :

1. toestemming te verlenen aan het college om de Gemeenschappelijke regeling Basismobiliteit in te stellen overeenkomstig bijgevoegd concept;

2. in te stemmen met de richting voor de verevening van de kosten;

3. voor 2015 een implementatiebudget van € 200.000 beschikbaar te stellen, het aandeel voor de gemeente Zutphen ad € 21.300 t.l.v. de Reserve WMO te brengen en de begroting hiervoor te wijzigen;

4. voor 2016 een implementatiebudget van € 700.000 beschikbaar te stellen, het aandeel voor de gemeente Zutphen ad € 67.000 t.l.v. de Reserve WMO te brengen en de begroting hiervoor t.z.t. via hangmat te wijzigen.

Inhoud

Inleiding/aanleiding

In mei, juni en juli 2015 hebben de colleges en raden van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen ingestemd met de Kadernota ‘Op Weg’ (Basismobiliteit) en daarmee met het juridisch verankeren van de regionale samenwerking op het gebied van vervoer. Dit is nu verder uitgewerkt in de vorm een BedrijfsVoeringsOrganisatie (BVO) op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dit is een eerste stap in het daadwerkelijk realiseren van een regionale vervoercentrale.

Vanwege het budgetrecht van de raad is het tevens gewenst dat de raad een uitspraak doet over de wijze waarop de verevening van de kosten tussen alle deelnemende gemeenten zal plaatsvinden en budget beschikbaar stelt voor de implementatie- en opstartkosten.

Beoogd effect

Oprichting van de Gemeenschappelijke regeling Basismobiliteit mogelijk maken en budget beschikbaar te stellen voor implementatie- en opstartkosten

Argumenten

1.1 De oprichting van de Gemeenschappelijke regeling Basismobiliteit vloeit voort uit de Kadernota “Op weg”.

In uw vergadering van 29 juni 2015 heeft u de kadernota “Op weg” vastgesteld. Oprichting van een juridische entiteit maakt daarvan onderdeel uit. Omdat het louter uitvoerende taken betreft hebben wij gekozen voor de oprichting van een BVO.

1.2 Toestemming van de gemeenteraad is vereist.

Op grond van artikel 1, lid 2, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is voor het instellen van een BVO wel voorafgaande toestemming vereist van de raad. De raad kan de toestemming slechts onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

2.1 Verdeling van de kosten raakt aan het budgetrecht van de raad.

Voor toedeling van de kosten wordt een verdeelsleutel ontwikkeld. Daarvoor zijn twee modellen te onderscheiden, namelijk toedeling naar rato van gebruik en toedeling op basis van solidariteit naar rato van inwonertal. Daarbij moeten de volgende kostensoorten worden onderscheiden:

1. implementatie- en opstartkosten

2. kosten vervoercentrale (beheer en regie)

3. exploitatiekosten (vervoer)

Ons uitgangspunt is dat de toe te rekenen kosten ten laste worden gebracht van de gebruiker (gemeente, instellingen etc.) en de niet direct toe te rekenen kosten te verdelen naar rato van het inwonertal.

Ad 1: Implementatie- en opstartkosten.

Gemeenten willen samenwerken, willen een ambitie realiseren, maar beschikken op dit moment niet over de exacte vervoervolumes. Ook moeten nog definitieve keuzen over het moment van instroom worden gemaakt. De incidentele implementatiekosten verdelen we daarom naar rato van het aantal inwoners. Denk aan opstartkosten voor beheer, personeel, communicatie, ritplanningstaken (ICT) en de aanbesteding van het vervoer. Tabel 1 geeft een overzicht van de verwachte implementatie- en opstartkosten per gemeente.

Tabel 1 Eerst inschatting bijdrage implementatie- en opstartkosten per gemeente

Opmerking: Apeldoorn betaalt extra i.v.m. start Leerlingenvervoer per juni 2016

De totale implementatie- en opstartkosten zijn geschat op circa 1 miljoen. Deze kosten zijn een eerste inschatting die met nogal wat onzekerheden zijn omgeven. Zie ook hoofdstuk 9 bedrijfsplan.

Ad 2 en 3: Kosten vervoercentrale & exploitatiekosten vervoer

Het voorstel is om voor de kosten van de vervoercentrale (b) en de kosten van het vervoer (c) dicht bij de huidige vereveningswijze van Regiotaxi te blijven.

In de aanloopfase is het wellicht niet mogelijk om een voorschotbedrag op basis van daadwerkelijk gebruik te bepalen omdat eenvoudigweg het werken met een vervoercentrale nieuw is en de kosten vooraf lastig exact in te schatten zijn. In dat geval zal gezocht worden naar een praktische tijdelijke oplossing.

Derhalve stellen wij voor:

1. Implementatie- en opstartkosten:

Verevening op basis van MODEL 2: We zijn solidair met elkaar. Dit betekent verevening naar inwoneraantal. Specifieke herleidbare implementatiekosten zullen worden doorbelast aan de betreffende gemeente.

2. Kosten vervoercentrale (beheer en regie):

Verevening op basis van MODEL 1: De gebruiker betaalt. Vereveningswijze naar gebruik overeenkomstig de huidige werkwijze bij Regiotaxi. Het college werkt dit verder uit.

3. Exploitatiekosten (vervoer):

Verevening op basis van MODEL 1: De gebruiker betaalt. Vereveningswijze naar gebruik overeenkomstig de huidige werkwijze bij Regiotaxi. Het college werkt dit verder uit.

3.1 Voor implementatie- en opstartkosten is budget noodzakelijk

Zoals in tabel 1 is aangegeven, bedragen de implementatiekosten in 2015 en 2016 respectievelijk € 200.000 en € 700.000. Hieraan dragen alle deelnemende gemeenten bij op basis van de bovenvermelde verdeelsleutel. Aangezien het de bedoeling is dat het leerlingenvervoer van Apeldoorn reeds medio 2016 wordt ondergebracht bij de gemeenschappelijke regeling draagt zij in 2016 meer bij. Voor Zutphen bedragen de kosten afgerond € 21.300 respectievelijk € 67.000.

3.2 Zutphen zal tijdens de implementatie fase zorg dragen voor de financiën van het programma

Zutphen geeft leiding aan het programma. Daarom ligt het voor de hand dat Zutphen ook belast is met de financiële aspecten van de implementatie- en opstartkosten.

Kanttekeningen

3. Kosten implementatie zijn een zo goed mogelijke inschatting

Aanvankelijk waren de implementatiekosten voor 2015 ingeschat op € 125.000. Bij nadere uitwerking is gebleken dat een bedrag van € 200.000 in 2015 noodzakelijk is. Naar verwachting is dit toereikend. Het gehele proces van de vormgeving van de basismobiliteit door de regio staat echter onder forse tijdsdruk. De kosten zijn zo goed mogelijk ingeschat, maar ze zijn niettemin met onzekerheden omgeven. De samenwerking levert naar verwachting op termijn voor de gehele regio een structurele besparing op van € 500.000 per jaar (=5% van het vervoervolume). Dit is een voorzichtige aanname gezien de uitkomsten van de 3D vervoerstromenanalyse die in 2013 door Forseti is uitgevoerd (Forseti gaat uit van 10-30%, maar daarbij is geen rekening gehouden met diverse voorwaarden die aan de verschillende vormen van vervoer worden gesteld). Deze aanname betekent dat de implementatie- en opstartkosten binnen 2 jaar zullen zijn “terugverdiend”.

Risico’s

Zie collegevoorstel met bijlagen.

Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering

Zodra alle gemeenteraden toestemming hebben verleend aan hun colleges om de Gemeenschappelijke regeling Basismobiliteit op te richten, zal de gemeente waar de vervoercentrale wordt gevestigd het besluit publiceren, waarna de BVO in werking treedt.

Rapportage/evaluatie

Eind 2015 en halverwege 2016 worden de gemeenteraden schriftelijk geïnformeerd over de voortgang omtrent de inkoop van het vervoer en de inrichting van de vervoercentrale, zodat u een vinger aan de pols kunt houden.

Financiën

De kosten van implementatie en opstart van de vervoercentrale van afgerond € 21.300 (2015) en € 67.000 (2016) kunnen ten laste van de reserve WMO worden gebracht. De stand van deze reserve bedraagt na beide onttrekkingen € 6.655.100.

Bijlagen

Collegevoorstel met bijlagen.

Bijlagen

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2015-0123

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 2 september 2015 met nummer 65440


gelet op artikel 1, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 189 van de Gemeentewet;


b e s l u i t :

  1. toestemming te verlenen aan het college om de Gemeenschappelijke regeling Basismobiliteit in te stellen overeenkomstig bijgevoegd concept;
  2. in te stemmen met de richting voor de verevening van de kosten;
  3. voor 2015 een implementatiebudget van € 200.000 beschikbaar te stellen, het aandeel voor de gemeente Zutphen ad € 21.300 t.l.v. de Reserve WMO te brengen en de begroting hiervoor te wijzigen;
  4. voor 2016 een implementatiebudget van € 700.000 beschikbaar te stellen, het aandeel voor de gemeente Zutphen ad € 67.000 t.l.v. de Reserve WMO te brengen en de begroting hiervoor t.z.t. via hangmat te wijzigen.

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter, de griffier,

Behandeld in Forum van 21 september 2015 Naar boven

Toelichting griffie

In mei, juni en juli 2015 hebben de colleges en raden van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen ingestemd met de Kadernota ‘Op Weg’ (Basismobiliteit) en daarmee met het juridisch verankeren van de regionale samenwerking op het gebied van vervoer. Dit is nu verder uitgewerkt in de vorm een BedrijfsVoeringsOrganisatie (BVO) op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dit is een eerste stap in het daadwerkelijk realiseren van een regionale vervoercentrale.

Vanwege het budgetrecht van de raad is het tevens gewenst dat de raad een uitspraak doet over de wijze waarop de verevening van de kosten tussen alle deelnemende gemeenten zal plaatsvinden en budget beschikbaar stelt voor de implementatie- en opstartkosten.

Het geven van toestemming tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling gelet is op artikel 1, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen een bevoegdheid van de raad. Het wijzigen van de begroting is gelet op  artikel 189 en volgende van de Gemeentewet een bevoegdheid van de raad.

Raadsadviseur: M van den Berg-Platzer

Datum 21-09-2015 Tijd 20:00 - 21:00
Zaal
Shrewsburykamer
Behandeling
Oordeelsvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
G.J.H. Pelgrim
Griffier
N.J. ten Bokkel
Aanwezig namens Naam
BurgerbelangE. van Beek - van Heerde
SPE. Jager
D66W.M. Voorham
PvdAF.J.M. Heitling
GroenLinksP. Reeuwijk
StadspartijJ. Boersbroek
VVDH. Hissink
CDAA.R. Nijenhuis
ChristenUnieR.A. Klein Bennink
BewustZW

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en geeft aan dat het hier een oordeelsvormende vergadering betreft waarna de tijd mogelijk rijp wordt geacht voor besluitvorming in de raad. Het doel is om vanavond een eerste stap te zetten in het daadwerkelijk realiseren van een regionale vervoerscentrale.

De voorzitter geeft het woord aan de inspreker de heer Menkveld die al 15 jaar werkzaam is in het personenvervoer.

Na het betoog van de heer Menkveld blijkt dat de leden van het forum geen aanvullende vragen hebben.

De voorzitter geeft aan dat de kadernota in eerder stadium al is aangenomen. Het gaat nu om de bespreking van het voorstel tot realisatie van de nota.

Het college geeft aan dat het nu aan de raad is om het college toestemming te geven een gemeenschappelijk regeling basismobiliteit in te stellen. Dit is een volgend e stap nadat de kadernota al was vastgesteld en er tevens opdracht was gegeven om het voorstel regionaal uit te werken. Inmiddels heeft die uitwerking plaatsgevonden en is er beter inzicht in wat de implementatie van de vervoerscentrale gaat kosten en wat dat betekend voor de verdeling van de kosten over de gemeenten. Daar gaat het 2e deel van het voorstel over.

De voorzitter geeft het woord aan de fracties voor het stellen van vragen.

PvdA geeft aan dat als aan het plan akkoord wordt gegeven, alleen de infrastructuur gereed is, echter er rijdt nog geen auto. De opzet is prima echter men is benieuwd hoe de de daadwerkelijke uitvoering eruit gaat zien. Worden er geen risico’s worden gelopen met faillissementen zoals in het verleden als eens is gebeurd?

VVD staat positief tegenover het plan. Zij geeft aan dat er 9 ton staat voor de implementatie van het plan, echter er is een miljoen begroot. Waar wordt die ton die dan overblijft aan uitgegeven?

In het plan wordt aangegeven dat het vervoer goedkoper kan. VVD wil graag zien hoe dat in de praktijk geregeld wordt.

VVD vraagt zich af of de 15,3 fte waar in het bedrijfsplan over gesproken wordt, uit Zutphen komen. Dit is van belang voor de werkgelegenheid inde stad die toch al onder druk staat.

Burgerbelang benadrukt of de locatie van de vervoerscentrale in Zutphen kan komen.

Tevens acht zij van groot belang dat de borging van de kwaliteit versus prijs de boventoon moet voeren waarbij zij de kwaliteit van groter belang acht dan de hoogte van de prijs.

ChristenUnie maakt zich zorgen over de kosten. Dit mede omdat bij een gemeenschappelijke regeling de gemeente minder invloed heeft op de beheersing van de kosten. Hoe kan de wethouder die kosten beheersbaar houden? Tevens geldt dat bij de aanbesteding van het ICT project.

De voorzitter geeft het woord aan het college voor het beantwoorden van de vragen.

Het college geeft aan dat zorg over de schaalvergroting en hoe daar op lokaalniveau goede invulling aan te geven, al eerder is besproken. Het is lastig om de juiste schaalgrootte te realiseren in combinatie met een goede invulling op lokaalniveau. Bij de aanbesteding van de regionale vervoerscentrale zullen er zowel grote bedrijven maar ook een schil aan kleine lokale vervoerders betrokken zijn die goed in kunnen spelen op de lokale vragen, en maatwerk kunnen leveren.

De toegang van het vervoer blijft ook lokaal bepaald waarbij tevens de kwaliteit en de klanttevredenheid in de gaten wordt gehouden. Het college verwacht dat de mix tussen schaalvergroting en het werken met lokale ondernemers goed zal gaan werken.

PvdA gaat er van uit dat delen van het vervoer ook daadwerkelijk bij lokale vervoersbedrijven komen mits dit ook financieel solide bedrijven zijn.

Het college beaamt dat bij de aanbesteding de balans tussen prijs/kwaliteit in evenwicht moet zijn, waarbij dus niet alleen de prijs leidend is. Daarmee wordt getracht te voorkomen dat er niet alleen maar zeer laag wordt ingeschreven. Er gelden regels om na te gaan of bedrijven financieel stabiel zijn, echter helemaal echter 100% voorkomen dat een partij later failliet gaat kan echter niet.

Lokale vervoerders kunnen juist ook inschrijven. De centrale moeten goed inzicht krijgen welke lokale vervoerders passen bij de vraag die er op dat moment is.

Op de vraag van de VVD over de ontbrekende ton, geeft het college aan dat ondanks wat onduidelijkheid in het plan bij de beslispunten, er uitgegaan moet worden van de 9 ton voor de implementatie van het plan.

D66 vraagt zich af of kleine ondernemers zelfstandig kunnen inschrijven of worden dat onderaannemers?

Het college geeft aan dat ook kleine ondernemers zelfstandig kunnen inschrijven.

Het college geeft aan dat met dichtbij bij de verevening blijven bedoeld wordt de wijze hoe de 9 ton aan implementatiekosten en straks ook de uitvoeringskosten met elkaar wordt gedeeld. Bij de regiotaxi worden de vaste kosten gedeeld door het inwonertal per gemeente en verder is de verdeling naar afname van het vervoer. Dat maakt een mix in hoe je samen de kosten draagt. Qua verevening blijven we ook in de toekomst dichtbij deze systematiek waarbij het tevens de bedoeling is op termijn een bezuiniging te realiseren om zodoende binnen het vervoersbudget te blijven. De kostenverdeling blijft dus min of meer hetzelfde als bij de regiotaxi.

Het college geeft aan dat binnen het project Zutphen op ambtelijk niveau de projectleider heeft geleverd echter op bestuurlijk niveau heeft de burgemeester van de gemeente Voorst de kar getrokken vanuit zijn rol in het dagelijks bestuur van de Stedendriehoek.

Wat de vestigingsplaats betreft heeft het college besloten zich daar niet op politiek en bestuurlijk niveau niet te veel mee te bemoeien. Gezamenlijk zal worden wat op zakelijke basis de beste vestigingsplaats is.

Het college geeft aan dat het niveau in de kwaliteit versus prijs, technisch uitgewerkt en gewaarborgd is in de kadernota en heeft daar geen verdere toelichting op. In Twello vindt op 22 september 2015 een bijeenkomst plaats voor raadsleden over hoe die kwaliteit nu het best gewaarborgd kan worden.

Het college verwacht de kosten betere beheersbaar te krijgen door juist goed samen te werken met de gemeenten in een gemeenschappelijk uitvoeringsregeling. Zij verwacht dat dit beter gaat dan dat ze het als gemeente zelf moet doen. De kaders en de opdrachten binnen de gemeenschappelijke regeling zijn daarvoor helder genoeg om er grip op te kunnen houden.

Voor de Stadspartij is het niet geheel duidelijk wat de doorslaggevende reden is om aan de ene kant zelf transportbedrijven in te huren en daarnaast zelf de planning te doen middels een nieuw op te zetten kantoor. Zij vraagt zich af of dat een kerntaak van de gemeente zou moeten zijn.

Het college geeft aan dat dit onderwerp al bij het vaststellen van het besluit is besproken. Ter verduidelijking is dat het hier om een nieuwe bundeling van verkeersstromen gaat, waarvan nog niet duidelijk is hoe deze gaan lopen. Het college vindt het van belang om over dit proces nog zelf de controle te houden (publiek) zodat er eventueel nog bijgestuurd kan worden. Als het goed staat kan het eventueel in een latere aan marktpartijen over worden gedragen.

Het CDA vraagt zich af of het slim is een eigen ICT systeem te ontwikkelen terwijl er ook systemen op de markt zijn. In het vorige overleg hierover werd dat ook beaamd. Hoe staat het daar nu mee ? In de stukken is daar niets over te vinden.

Het college geeft aan dat daarover niets in de stukken staat omdat het daar in dit stadium daar ook niet over gaat. Wel geeft zij aan dat er middels een werkgroep met experts elders wordt gekeken naar de werking van eventueel geschikte ICT systemen die bij andere gemeente draaien, hoewel de keuze daarin beperkt is. Als duidelijk is welk systeem er gewenst wordt zal er een aanbesteding volgen.

Het valt het CDA op dat de begroting van de meeste gemeenten omlaag gaan, echter die van Zutphen gaat daarentegen omhoog zowel voor de WMO-taxi als voor het leerlingenvervoer. Hoe kan dat?

Het college verduidelijkt dat dit te maken heeft met de aannames in de opvang van het volume van het vervoer wat nodig is en wat per gemeente vermeld is. Het college geeft aan dat deze vraag in de toekomst nog zeker de aandacht zal hebben.

Het CDA vraagt zich af op de jongeren ook gebruik gaan maken van het op- en afroepsysteem van de taxi’s. Zijn er daarvoor ook moderne communicatie systemen ontwikkeld zoals Apps e.d.?

Het college geeft aan dat zeker meegenomen wordt in de oriëntatie op de verschillende systemen die op de markt zijn.

Na het horen van de vele reacties concludeert de voorzitter dat het plan de gemeenschappelijk regeling basismobiliteit over 2 weken ter besluitvorming naar de raad kan.

De voorzitter sluit om 20.45 de vergadering.

Bijlagen

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad

Behandeld in Raad 5 oktober 2015 (21:30 - 23:00) Naar boven

 
Datum 05-10-2015 Tijd 21:30 - 23:00
Zaal
Raadzaal
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
J.A. Gerritsen
Griffier
G.A.J. Winters

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.

Bijlagen

Besluit

Aangenomen
Geen amendementen ingediend