Pagina delen

Evenwicht in het sociaal domein - rapport Berenschot

Inhoud

Zie de bijlagen.

Bijlagen

Behandeld in Forum van 2 juli 2018 Naar boven

Toelichting griffie

De raad heeft het college gevraagd om een integraal voorstel voorgelegd te krijgen over alle aspecten die spelen binnen het sociaal domein. Het college heeft invulling gegeven aan dat verzoek via het voorstel ‘Integraliteit en financiën herijking sociaal domein’.

Vanwege de gewenste integrale bespreking staan in deze Forumvergadering alle vijf de door de raad momenteel in behandeling zijnde stukken geagendeerd. Het gaat om:

  1. Evenwicht in het sociaal domein – rapport Berenschot
  2. Integraliteit en financiën herijking sociaal domein
  3. Liquidatieplan Het Plein
  4. Jaarrekening 2017 en Begroting 2019 Het Plein
  5. Zienswijze begroting 2019 en herziene begroting 2018 Delta

In de vergadering zal als eerste het rapport ‘Evenwicht in het sociaal domein’ worden gepresenteerd. De uitkomst van het onderzoek naar de reden en opbouw van het tekort in het sociaal domein evenals de bezuinigingsmogelijkheden en voorstellen hoe zaken mogelijk te implementeren zullen daarbij inzichtelijk worden gemaakt.

Daarna zal de bespreking van het voorstel ‘Integraliteit en financiën herijking sociaal domein’ plaatsvinden. In dit voorstel zijn de besluitpunten uit de verschillende in behandeling zijnde voorgelegde stukken gecombineerd opgenomen.
Besluitvorming over het voorstel 'Liquidatieplan Het Plein' (griffienummer 2018-0085) kan daardoor achterwege blijven. Besluitpunten uit het voorstel 'Uittreedkosten gemeenschappelijke regeling Delta' -waarover door de raad is besloten dat dit niet verder wordt behandeld- komen ook in het integrale voorstel terug.

Tenslotte staan ook de begrotingen voor 2019 van Het Plein en de Delta als wettelijk verplicht voor te leggen zaken geagendeerd in deze vergadering.

Raadsadviseur: G.A.J. Winters

Datum 02-07-2018 Tijd 19:00 - 21:00
Zaal
Burgerzaal
Behandeling
Informerend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
A. van Dijk
Griffier
B.M. Duizer
Notulist
More Support
Aanwezig namens Naam
GroenLinksL. Luesink en M Dolfing
SPE. Müller en G.J.N. Müller
PvdAJ. Bloem en M.M.M. Moester
BurgerbelangM.G.S. Siemes en E Yildirim
D66G.I. Timmer en Y.J.A. ten Holder
VVDM Schriks en G. Peteroff
CDAK.M. van Wamel en G.H. Brunsveld
StadspartijM Wesselink en J. Boersbroek
BewustZWA.W. Jansen
ChristenUnieA. Oldenkamp en A. van Dijken

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent het Forum en heet alle aanwezigen van harte welkom. Ze verwelkomt met name de aanwezigen namens Bureau Berenschot, zijnde de heer Schenderling en de heer Adelmeijer. De heer Schenderling wordt uitgenodigd om inleidend op de Forumbespreking het rapport ‘Evenwicht in het Sociaal Domein’ te presenteren.

De heer Schenderling geeft middels een PowerPoint presentatie een toelichting op het conceptrapport. Een hand out van deze presentatie zal als bijlage bij het verslag worden gevoegd.

Gestart wordt met de afbakening van het onderzoek. Tot de onderwerpen van het rapport behoren participatie, inkomensregelingen, BBZ, bijzondere bijstand/minimabeleid, schuldhulpverlening, Wsw, sociaal werk, welzijn, Wmo en jeugd.

Vervolgens wordt het nul-scenario geschetst. De totale begroting van de tot de scope behorende subdomeinen bedraagt ruim 73 miljoen euro. De structurele uitgaven van deze subdomeinen bedragen 84 miljoen euro. Het structurele tekort op het Sociaal Domein in de gemeente Zutphen bedraagt daarmee circa elf miljoen euro per jaar. Dit tekort is onhoudbaar en vraagt binnen deze Collegeperiode om een oplossing.

Er volgt een technische toelichting op het nul-scenario. Een belangrijke constatering is, dat de primaire oorzaak van het tekort door de post ‘Overige baten en lasten’ wordt veroorzaakt. Verder zijn de posten jeugd, inkomensregelingen, Wsw en Wmo oorzaken van het tekort.

De genoemde ‘Overige baten en lasten’ bestaan uit apparaatskosten, beleidskosten en kosten waarvan te voorzien is dat deze uitgegeven zullen worden, maar waartoe het formele besluit nog niet is genomen of waarbij het bedrag nog aan wijzigingen onderhevig is.

Het is goed om de context te verkennen en te bezien hoe het tekort van Zutphen zich verhoudt ten opzichte van de begroting van andere gemeenten. Daarvoor wordt gekeken naar de rijksmiddelen. Deze komen tot stand middels verdeelmodellen en vormen een manier om gemeenten te vergelijken. Uit de berekening blijkt dat de begroting van Zutphen 8,3 miljoen euro hoger is dan de inkomsten uit rijksmiddelen. Het verschil tussen de structurele uitgaven ten opzichte van de rijksmiddelen bedraagt twintig miljoen euro. Geconcludeerd kan worden dat dit verschil voor Zutphen groter is dan bij de meeste gemeenten het geval is. De verschillen doen zich voor in alle subdomeinen. Het is aannemelijk dat aan deze bevinding gemeentespecifieke factoren ten grondslag liggen, die moeilijk uiteen te rafelen zijn.

De conclusie van de contextanalyse is, dat het belangrijk is om de vraag te stellen ‘Waarvan is het Sociaal Domein in Zutphen? Voor wie willen we er zijn, met welke voorzieningen en voor welk bedrag?’

Door het College is gevraagd ombuigingsopties in kaart te brengen ter grootte van tien procent van de begroting. Dat is inderdaad mogelijk en haalbaar. Deze opgave vormt onderdeel van een veel bredere opgave en omvat ook het fysieke domein en de bedrijfsvoering.

De opties zijn verdeeld in vijf kansrijke thema’s, te weten:

1) Differentiatie re-integratieactiviteiten en klantcontact bij Participatie;

2) Inkoop Wmo-jeugd vanaf 2019 grondig herzien;

3) Verkorten of voorkomen (her)indicatie Wmo en jeugd;

4) Herijken organisatie-/uitvoeringsstructuur toegang;

5) ‘Waarvan’ is het Sociaal Domein? (als overkoepelend thema).

Bij de uitwerking van deze thema’s heeft Berenschot de inhoud en de financiën hand in hand laten gaan. In totaal zijn er 20 - 30 mogelijkheden geïnventariseerd en in het rapport toegelicht. Middels de presentatie worden de vijf belangrijkste ombuigingsopties toegelicht. Hieraan moet een politiek bestuurlijk besluit ten grondslag liggen. Elke optie kent een minimum- en een maximumvariant. Wanneer voor alle vijf thema’s de maximumvariant wordt gehanteerd, wordt een bedrag van ruim 8,5 miljoen – zijnde tien procent van de begroting – aan ombuigingen gerealiseerd.

 In het laatste onderdeel van de presentatie wordt ingegaan op de implementatie en executiekracht. Het bedenken van ombuigingen heeft immers nog geen effect. Er moet ook echt wat worden gedaan om deze bezuinigingen te realiseren. Alle maatregelen die in het rapport van Berenschot zijn genoemd, zijn binnen de lopende Collegeperiode haalbaar. Behalve het benoemen van reële opties zijn er randvoorwaarden in termen van implementatie en executiekracht.

Middels de presentatie worden de bestuurlijke randvoorwaarden getoond.

Dit betreft:

1)    Het gevoel van urgentie; écht gaan voor het beperken van het tekort

2)    Visie op het Sociaal Domein

3)    Inzicht ten behoeve van budgetrecht van de raad

4)    Financiële control

5)    Alle investeringen op basis van een businesscase

6)    Vanuit overzicht afwegingen over keuzes met financiële consequenties

7)    Vasthouden aan ingezette projecten en monitoren

8)    Visie op inhuur

Reacties Forum

De voorzitter biedt gelegenheid tot het stellen van verhelderende vragen.

De Stadspartij vraagt zich af hoe lang voorliggend rapport nog als een concept-rapport wordt aangeduid. Voorts is spreker benieuwd of er al ervaringen zijn met herijking van de toegang bij andere gemeenten.

Het CDA verwijst naar de sheet met de uitwerking van de vijf thema’s, waar wordt gesproken over meer ambulante zorg voor jeugd en tussenvoorzieningen in plaats van residentiële zorg. Spreker heeft echter begrepen dat in Zutphen de ambulante voorzieningen en tussenvoorzieningen daar nog niet klaar voor zijn. Het CDA vraagt de ideeën van Berenschot hieromtrent toe te lichten.

 

De ChristenUnie wijst er op dat alle maatrelen nog een curatief karakter hebben. Spreker vraagt of ook is nagedacht over structurele maatregelen om de toegang tot het Sociaal Domein te reguleren. Voorts vraagt de fractie hoe Berenschot de vijf thema’s heeft geïdentificeerd.

 

Burgerbelang wijst op het tekort van circa elf miljoen euro. Dit bedrag kan nog verder oplopen door de kosten van Het Plein. Afgevraagd wordt met welke meerkosten verder nog rekening moet worden gehouden.

Ten aanzien van thema 5 werd in de presentatie aangegeven dat ook bij doorvoering van de bezuinigingen de Zutphen nog steeds boven het landelijk gemiddelde uitkomt. Gevraagd wordt wat de obstakels zijn om toch op het landelijk gemiddelde uit te komen.

 

De VVD verwijst naar de opmerking in het rapport (citaat) “Het is moeilijk om een overzicht te krijgen van de financiële situatie in het Sociaal Domein. Er bestaat niet één totaal overzicht van de actuele financiële situatie in het Sociaal Domein, met uitsplitsingen op mesoniveau.”

Spreker vraagt welke consequenties deze zin zou kunnen hebben.

De PvdA wijst op de aanname in het rapport dat het bedrag dat aan minima wordt uitgegeven twee keer boven het landelijk gemiddelde ligt. Gevraagd wordt of dit per huishouden of per bijstandshuishouden moet worden gezien. Voorts vraagt de fractie of er bepaalde maatregelen zijn waarvan Bureau Berenschot adviseert deze hoe dan ook snel te nemen.

BewustZW stelt vast dat de presentatie eenduidig is en aansluit op het uitgebrachte rapport. Het rapport heeft nog steeds de conceptstatus en is als vertrouwelijk aangemerkt. De fractie wenst dat het rapport een definitieve status krijgt, nadat donderdag besluitvorming heeft plaatsgevonden in het College.

Voorts vraagt spreker - naar aanleiding van de kernvoorwaarden voor implementatie en executiekracht - waarom het College via dit rapport met dit voorstel komt en hier niet jaren eerder mee is gekomen.

D66 vraagt een nadere toelichting op de optie ‘verkorten of voorkomen (her)indicatie Wmo/jeugd’. Gevraagd wordt wat wordt bedoeld met “scherper kijken”.

Volgens het rapport ligt er ook een bezuinigingskans door de algemene voorzieningen beter in te zetten. Gevraagd wordt of de infrastructuur om gebruik te maken van vrijwilligers en voorzieningen hier wel klaar voor is.

Vervolgens wordt gevraagd of de huidige beleidsregels voor de indicaties geschikt zijn om te behouden, dan wel moeten worden herzien.

Tot slot, vraagt D66 of er overzichten beschikbaar zijn van bijstandsgezinnen in verschillende samenstellingen.

Reactie Bureau Berenschot

De heer Schenderling hoopt dat het rapport vanavond voor het laatst de conceptstatus heeft. Er wordt niet verwacht dat er nog grote wijzigingen zullen volgen, tenzij in dit Forum anders wordt verzocht.

Na de bespreking van heden kan het rapport nog op enkele kleine puntjes worden aangepast, waarna het kan worden vastgesteld en voor donderdag a.s. in aangepaste versie wordt toegestuurd. Het rapport is inmiddels besproken met het College. De kleine aanpassingen zullen geen impact hebben op de genoemde bedragen.

Ten aanzien van de herijking van de toegang is het belangrijk dat de verschillende onderdelen van de toegang - inclusief administratie, beleid en ondersteuning – dicht bij elkaar zijn georganiseerd. Fysieke nabijheid is van belang, maar ook het tegengaan van verschillende uitvoeringsorganisaties. In het rapport staan concrete voorbeelden uit andere gemeenten, die aanleiding geven tot een herziening Dit levert zowel proceswinst op, als inhoudelijke winst.

D66 vraagt of er gemeenten zijn met een dergelijke organisatie en informeert naar ervaringsgegevens.

De heer Schenderling antwoordt dat dit inmiddels bij een fors aantal gemeenten praktijk is. De mate waarop het nu in Zutphen ‘uit elkaar’ is georganiseerd, kan uitzonderlijk worden genoemd.

Een mooi voorbeeld van een gemeente van vergelijkbare omvang is de gemeente Dronten. De gehele toegang, administratie en beleid vormt daar één organisatorische eenheid. Er is ook geen sprake van versnippering in gemeenschappelijke regelingen, waarmee een goede grip bestaat op de kwaliteit van de dienstverlening.

Het bedrag van elf miljoen euro is geen exact bedrag. Dit varieert jaarlijks.

Wat betreft de posten die met een asterisk zijn gemarkeerd, kunnen de bedragen nog enigszins wijzigen. De bedragen zijn met de concerncontroller van de gemeente afgestemd. Alle bekende ontwikkelingen zijn in het nul-scenario verwerkt.

Het meteen terugbrengen naar het landelijk gemiddelde van de bedragen voor het minimabeleid en de bijzondere bijstand kent een belangrijk obstakel, namelijk de abruptheid hiervan. Het halveren van het bedrag voor minimabeleid binnen een Collegeperiode zou een té grote impact hebben op de inwoners. De verwachting is dat dit ook geen draagvlak vindt in de samenleving. Daarom wordt dit als niet realistisch beoordeeld door Bureau Berenschot.

Het is moeilijk om een overzicht te krijgen van de uitgaven. Aangezien goed overzicht als een randvoorwaarde geldt om de ombuigingen te kunnen gaan uitvoeren, is het ook belangrijk dat daar aandacht voor wordt gevraagd.

Wat door Berenschot het meest wordt gemist, is overzicht op mesoniveau. Om inhoud en financiën te kunnen koppelen, is het belangrijk om daar inzicht in te krijgen. Dit is ook een belangrijke aanbeveling aan de ambtelijke organisatie. Het inzicht op macro- en microniveau is wel goed.

De vraag is gesteld welke maatregelen snel te realiseren zijn. Deze vraag kan ook worden omgedraaid, namelijk ‘wat is niét snel te realiseren?’

Er zijn twee maatregelen waarvan de verwachting bestaat dat deze niet snel zijn door te voeren, te weten ‘Bevorderen doorstroom residentiële jeugdzorg’ en ‘Verkorten/voorkomen (her)indicaties’.

Alle andere opties zijn haalbaar om in het genoemde tempo uit te voeren.

De urgentie is om zoveel mogelijk in 2019 te realiseren en wat echt niet mogelijk is, uit te stellen. De twee genoemde maatregelen zouden in deze laatste categorie vallen.

Voor de ‘Doorstroom residentiële jeugdzorg’ moet nog het nodige werk worden verzet. Dit is al wel gestart, maar vergt de nodige tijd. Het volledig realiseren van deze maatregel in 2019 is niet realistisch.

Ten aanzien van ‘Verkorten/voorkomen (her)indicatie’ is spreker van mening dat ‘scherper en langer kijken’ eraan kan bijdragen dat niet te gemakkelijk en te snel professionele hulp wordt ingezet, maar dat beter wordt gekeken of de zorgvraag ook binnen het netwerk van de cliënt kan worden opgelost. In het geval vrijwillige hulp afdoende blijkt te zijn, dient daar ook echt aan te worden vastgehouden. Het is niet wenselijk dat dan alsnog uit een zekere ruimhartigheid toch professionele hulp wordt aangeboden.

In vergelijking met andere gemeenten kent Zutphen een uitgebreid voorveld en een uitgebreid welzijnswerk. De welzijnssubsidies zijn ruimer dan het landelijk gemiddelde. De voorgestelde maatregel op dit gebied is daarmee reëel.

D66 vraagt hoe Berenschot deze laatste opmerking ziet in relatie tot het onlangs verschenen rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau, waarin wordt geconstateerd dat er een toename is van de lichtere voorzieningen, maar ook dat de zwaardere voorzieningen niet zijn afgenomen.

De heer Schenderling is van mening dat beide vragen los van elkaar kunnen worden bezien en een afzonderlijk antwoord vergen.

Er is sinds 2011 sprake van een landelijke stijging van de onderliggende zorgvraag voor jeugd. Het gaat hierbij om enkele procenten. Daarom hebben veel gemeenten te maken met tekorten op het gebied van jeugd. Om die reden komt er een compensatieregeling.

Dat neemt niet weg dat scherper kijken in het voorveld en het vaker verwijzen naar vrijwillige voorzieningen nog steeds een mogelijkheid is. De verwachting is, dat dit leidt tot tien procent minder instroom in professionele voorzieningen, met een stijging van enkele procenten van de onderliggende zorgvraag. De winst van scherper kijken is daarmee groter dan de stijging van de onderliggende zorgvraag.

Het herzien van beleidsregels is afhankelijk van de besturingsfilosofie van de gemeenten en is meer een ambtelijke vraag. Het kan zijn dat de beleidsregels moeten worden aanpast.

De vraag staat nog uit of er een overzicht is van minimavoorzieningen voor een huishouden in Zutphen. Spreker hoopt deze voor donderdag a.s. via het aangepaste rapport te kunnen beantwoorden.

Wat betreft de themakeuze in het rapport, wordt toegelicht dat het voormalige College in februari 2018 opdracht heeft om thema’s te inventariseren waarop ombuigingen mogelijk zijn. Daar zijn deze vijf thema’s uit voortgekomen. Deze zijn nog door het College vastgesteld in de voorgaande bestuursperiode en zijn in mei 2018 bekrachtigd door het nieuwe College.

In reactie op de vraag van de ChristenUnie over curatieve en structurele maatregelen, stelt spreker dat het verkorten/voorkomen (her)indicaties voor de lange termijn het Sociaal Domein versterkt. Als meer personen zélf een zorgvraag binnen de eigen context met vrijwilligers en welzijnsorganisaties kunnen oplossen, mag worden verwacht dat het ‘samen redzaam’ zijn, wordt versterkt. Ook de maatregel ‘Doorstroming residentiële zorg naar ambulante zorg’ versterkt de ‘samen redzaamheid’ eerder dan dat het die verzwakt. Spreker is het met ChristenUnie eens, dat niet alle maatregelen een preventief karakter hebben.

Advies

Stuk komt (nu) niet voor besluitvorming in de raad

Behandeld in