Erfgoedverordening Zutphen 2013

Onderwerp Erfgoedverordening...

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Erfgoedverordening Zutphen 2013

Onderwerp Erfgoedverordening Zutphen 2013
Programma06. Ruimtelijke ordening en wonen (incl. De Mars)11. Kunst en cultuur
ForumOordeelsvormend
Portefeuillehouder H.B.I. de Lange
Inlichtingen bij H. Haafkens
0575 58 73 61 h.haafkens@zutphen.nl
Soort bevoegdheidKaderstellend
BeleidsvrijheidBeperkt
ProgrammabegrotingswijzigingNee
Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :

de Erfgoedverordening Gemeente Zutphen 2013 conform bijlage vast te stellen.

Inhoud

Inleiding/aanleiding

De huidige Monumentenverordening dateert van 2006 en behoeft actualisering. Aanleiding zijn onder andere de wijziging van de Monumentenwet, de invoering van Wet op de Archeologische Monumentenzorg, de invoering van de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de invoering van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de invoering van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de invoering van de Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor). Daarnaast is in het kader van de Modernisering van de Monumentenzorg deregulering en lastenverlichting doorgevoerd en is de ministeriële adviesplicht beperkt. Lokaal is de actualisering ten aanzien van het creëren van de mogelijkheid tot aanwijzing van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten van belang.

Beoogd effect

De raad een verordening vast te laten stellen die voldoet aan de huidige wettelijke eisen en waarin het volgende geregeld wordt:

  • de aanwijzing van een zaak of terrein tot gemeentelijk monument;
  • het vergunningenstelsel voor de gemeentelijke en beschermde monumenten (rijksmonumenten) uitgezonderd archeologische rijksmonumenten;
  • het dereguleren van o.a. klein onderhoud, ondergeschikte wijzigingen en duurzaamheidmaatregelen;
  • de inschakeling van de Commissie ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie (CRKC) en Erfgoedadviesraad, respectievelijk tot het moment van instellen de monumentencommissie als adviesorgaan voor de aanwijzing tot gemeentelijk monument en gemeentelijk stads- of dorpsgezicht, de verlening van een vergunning voor gemeentelijke en beschermde monumenten en als adviesorgaan inzake instandhouding bovengrondse cultuurhistorische waarden;
  • de aanwijzing van gebieden tot gemeentelijke beschermd stads- en dorpsgezichten;
  • de instandhouding van archeologische waarden;
  • de regeling van betreding in het belang van archeologisch onderzoek in het kader van een bestemmingsplan of een projectbesluit.
  • eisen aan archeologisch onderzoek;
  • de regeling van bovengrondse cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen;
  • eisen aan (cultuurhistorisch) onderzoek;

Argumenten

1.1  De huidige Monumentenverordening is verouderd en behoeft actualisatie.

De monumentenverordening van 2006 regelde hoofdzakelijk de aanwijzing en het vergunningstelsel voor gemeentelijke monumenten. Inmiddels is de decentralisatie van de monumentenzorg grotendeels voltooid en zijn verregaande wijzigingen van het vergunningsstelsel doorgevoerd met de invoering van de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht. De gemeente is hiermee in 90% van de gevallen als bevoegd gezag verantwoordelijk voor de juiste bescherming van cultuurhistorische waarden binnen het gemeentelijk grondgebied.

1.2  De Erfgoedverordening bundelt de regelingen voor monumentenzorg, archeologie en ruimtelijk cultuurhistorische erfgoed.

Beleid voor erfgoedzorg wordt landelijk in een bredere context gevoerd. Zowel op rijksniveau als op gemeentelijk niveau wordt gestreefd naar integraal beleid, waarbij monumentenzorg, archeologie, ruimtelijke cultuurhistorische waarden en ruimtelijke ontwikkeling verbonden worden.

De erfgoedverordening bundelt de regelingen die onder andere ook in bestemmingsplannen verder geregeld zijn of zullen worden.

1.3  Het model van de VNG biedt een kwalitatieve basis voor deze Erfgoedverordening.

De VNG heeft in 2009 met een bijstelling in 2010 een Model erfgoedverordening geschreven. De onderhavige Erfgoedverordening is grotendeels gebaseerd op de modelverordening van de VNG. Het was noodzakelijk de modelverordening op een aantal punten aan te passen en uit te breiden omdat na vaststelling van het model wederom wetswijzigingen hebben plaatsgevonden met de AMvB voor de modernisering Monumentenzorg die in werking is getreden op 1 januari 2012. Om de kwaliteit die is geboden door de VNG modelverordening te continueren is met nadruk gekeken naar recente erfgoedverordeningen van grote- en middelgrote monumentengemeenten.

1.4  De Minister heeft de ministeriële adviesplicht bij rijksmonumenten beperkt.

In verband met de eerder genoemde decentralisatie adviseert de Rijksdienst voor Cultuurhistorisch Erfgoed (RCE) nog maar in beperkte gevallen. Dat betekent dat in 90% van de gevallen alle verantwoording voor monumentenzorg bij de gemeente komt te liggen. Dit betekent een verzwaring van taken van de gemeentelijke monumentenzorg en de onafhankelijke adviescommissie.

Ten aanzien van deze verzwaring zijn bepalingen opgenomen in de Erfgoedverordening. De verzwaring wordt gedeeltelijk opgevangen door van de aanvragers te verlangen dat zij zelf het (bouwhistorisch) onderzoek uitvoeren. Daarnaast wordt er voor het college de mogelijkheid gecreëerd om bepaalde werkzaamheden te dereguleren (vergunningsvrij te maken) door het vaststellen van beleidsregels voor bijvoorbeeld intensief onderhoud, duurzaamheidmaatregelen of ondergeschikte wijzigingen.

1.5  Het draagvlak voor deze erfgoedverordening is getoetst

De belangrijke plaatselijke monumentenorganisaties zijn uitgenodigd om te reageren op een conceptversie. Het draagvlak voor de wijzigingen van de verordening is van groot belang. De gemeentelijke monumentencommissie, de stichting Wijnhuisfonds en de dorpsraad Warnsveld hebben overwegend positief gereageerd. Daar waar verbeteringen zijn gevraagd zijn deze zoveel mogelijk verwerkt. De reacties zijn verwerkt in een reactienota.

1.6  De Erfgoedverordening borduurt voort op lokale bijzonderheden

Het verplichte monumentenschildje blijft gehandhaafd in deze verordening. Het systeem dat daarvoor gebruikt wordt, is door de gemeentelijke organisatie opgezet en is daarmee lokaal.

1.7  De Erfgoedverordening voegt een aantal (deels verplichte) aspecten toe.

1.7.a Door het opnemen van de mogelijkheid tot het aanwijzen van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten kan Warnsveld worden aangewezen als beschermd dorpsgezicht.

Bij besluit van 20 mei 2008 heeft het College besloten voornemens te zijn een gedeelte van de dorpskern van Warnsveld aan te wijzen als beschermd dorpsgezicht. De huidige Monumentenverordening kent deze mogelijk niet. De Monumentenwet voorziet in het aanwijzen van een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht door de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen of door de Minister van Infrastructuur en Milieu. Het aanwijzen van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht kan middels een Erfgoedverordening. Bij het formuleren van de artikelen over de aanwijzing van gemeentelijke beschermde stads- of dorpsgezichten wordt aansluiting gezocht bij de verordening van de gemeenten Utrecht en Zaanstad en de formulering in de Monumentenwet.

Gebieden die in aanmerking komen voor aanwijzing (zoals de dorpskern van Warnsveld) vallen in de regel al onder de zwaarste welstandscategorie. Door de aanwijzing als beschermd dorpsgezicht worden bewoners en eigenaren niet geconfronteerd met extra vergunningen (met uitzondering van een sloopvergunning) of meer rompslomp en langere termijnen. De aanwijzing tot gemeentelijk beschermd dorpsgezicht betekent concreet dat de gemeente door de raad verplicht wordt met grote zorgvuldigheid te kijken naar en om te gaan met de geïnventariseerde ruimtelijke kwaliteiten van het aan te wijzen gebied.

De regels voor een gemeentelijk beschermd dorps- of stadsgezicht worden via het bestemmingsplan vastgesteld. In het huidige bestemmingsplan voor Warnsveld is alleen de contour van het stadsgezicht  en het welstandniveau geregeld maar de planregels moeten nog verder worden uitgewerkt. Deze nog uit te werken planregels kunnen de gebruik- en bebouwingsmogelijkheden van eigenaren beperken. Voordat er wordt overgegaan tot officiële aanwijzing als gemeentelijk beschermd gezicht zal daarom steeds een goede belangenafweging gemaakt moeten worden. In geval van aanwijzing zullen de belangen van bescherming van hoge cultuurhistorische waarden zwaarder wegen dan de belangen van eigenaren. Aan aanwijzing gaat een uitgebreid proces vooraf, waarin de raad en de betrokken partijen de kans krijgen hun zienswijze te geven over de aanwijzing. De dorpsraad heeft in haar reactie nogmaals actief gepleit voor de aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Warnsveld.

1.7.b De verordening dereguleert en vermindert administratieve lasten voor burgers, bedrijven en overheid.

Met deze Erfgoedverordening geldt net als voor beschermde monumenten (rijksmonumenten) de verbodsbepaling en vergunningsplicht niet meer voor werkzaamheden in het kader van regulier onderhoud, interne wijzigingen van onderdelen zonder monumentale waarden en verdere activiteiten zoals genoemd in Bijlage 2, Hoofdstuk V, artikel 4a van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Daarnaast is er de mogelijkheid voor het college om middels een beleidsregels werkzaamheden vergunningsvrij te maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om intensief onderhoud, duurzaamheidmaatregelen of andere ondergeschikte wijzigingen.

1.7.c De verordening heft de verbodsbepaling op voor werkzaamheden waarvoor nadere regels zijn opgesteld.

Het college kan op grond van artikel 10, vierde lid, van de verordening nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop bijvoorbeeld werkzaamheden in het kader van klein en grootschalig onderhoud, duurzaamheidmaatregelen en veel voorkomende aanvragen (zoals schotelantennes, airco’s en dakramen) kunnen worden uitgevoerd. Wanneer een initiatiefnemer tijdens een vooradviesprocedure aannemelijk kan maken dat hij zal werken volgens de vastgestelde beleidsregels kunnen deze werkzaamheden na het bericht van vrijstelling van de gemeente zonder vergunning worden uitgevoegd.

1.7.d De verordening stelt eisen aan cultuurhistorisch onderzoek

Met het in werking treden van de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is de aanvullende regel voor het eisen van bouwhistorisch onderzoek niet meer nodig. De ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) maakt het mogelijk om verschillende soorten cultuurhistorisch onderzoek te vereisen. De Mor voorziet echter niet in richtlijnen of eisen aan onderzoek. Het college heeft met de vaststelling van de werkwijze Bouwhistorie op 29 september 2012 invulling gegeven aan de mogelijkheid tot kwalitatieve borging van andere dan door de gemeentelijke bouwhistoricus uitgevoerde onderzoeken.

Deze verordening geeft uitvoering aan de eerste 4 actiepunten van het bovengenoemde besluit en schept regels voor de kwaliteit, inhoud en reikwijdte van onderzoek.

 

1.7.e De verordening behoudt de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan een vergunning.

Uitvoeringsmethoden en of materiaalgebruik kan niet altijd op tekening worden vastgelegd wanneer het gaat om aanpassing of herstel van bestaande onderdelen. Het vereisen van complete bestekken of werkomschrijvingen staat lang niet altijd in verhouding tot de omvang van het werk. Bij een monumenten vergunning (dus voor 2010) was het daarom al mogelijk voorwaarden te verbinden aan specifieke werkzaamheden of onderdelen van de aanvraag.

Bij de afweging voor een omgevingsvergunning blijkt het noodzakelijk om aan materiaalgebruik, aan de uitvoeringsmethode, begeleidend (bouwhistorisch)onderzoek, toezicht en in specifieke gevallen aan technische deskundigheid voorwaarden te verbinden.

Bij het verlenen van een vergunning kan middels een voorwaarde betreffende specialisatie of deskundigheid vooral het risico van ondeskundige uitvoering worden vermeden. Dit is conform het landelijk beleid voor bundeling van Erkenningsregelingen in de Monumentenzorg uitgevoerd door de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM) in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

1.7.f De verordening geeft regels en voorschriften waardoor de Wet op de archeologische monumentenzorg wordt geïmplementeerd.

De Wet op de archeologische monumentenzorg van 21 december 2006 verplicht de raad om, bij de vaststelling van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Het uitgangspunt van deze wet (voortvloeiend uit het Verdrag van Malta) en daarmee ook een deel van de Erfgoedverordening, is daarom primair dat in het bestemmingsplan, door middel van een gemeentelijke archeologische waardenkaart, wordt vastgelegd waar zich archeologische waarden in de bodem kunnen bevinden. Dit artikel voorziet in de behoefte aan een overgangsperiode tot het moment dat alle bestemmingsplannen ´Malta-proof´ zijn.

De Zutphense verordening verschilt fors van de modelverordening omdat Zutphen op het gebied van archeologie veel eigen beleid heeft ontwikkeld, dat veel verder gaat dan in de meeste gemeenten.

1.7.g De verordening geeft regels en voorschriften waardoor het Bro wordt geïmplementeerd.

Door wijziging van artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) van 17 juni 2011, staatsblad 5 juli 2011, nr 339 dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden

meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. In deze verordening worden de regels zoals gesteld in het Bro expliciet vermeld. Tevens wordt de commissie voor ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie als toetsende commissie ingesteld ten aanzien van de juiste weging van cultuurhistorische waarden

1.7.h De verordening geeft expliciet een basis voor bestemmingsplanregels voor karakteristieke bebouwing en bouwhistorische verwachting.

Tijdens de stadsvernieuwing vanaf de jaren ‘70 van de vorige eeuw is er veel aandacht geweest voor beeldbepalende panden in de beschermde binnensteden. De binnenstad van Zutphen was net als veel binnensteden in matige staat van onderhoud. Door de economische opgang kwam er meer druk op de ontwikkeling van de binnenstad te staan. Beeldbepalende panden zijn in deze periode geselecteerd op basis van het uiterlijk met het doel sloop te voorkomen. Met rijkssubsidie konden dergelijke panden in deze periode worden gered. Inmiddels zijn deze panden veelal in goede staat. Landelijk is de aandacht verlegd naar het behoud van de karakteristieke bebouwing in het buitengebied en is hiervoor de status karakteristiek geïntroduceerd. Met deze verordening introduceert de raad de mogelijkheid tot het regelen van de status karakteristieke bebouwing in toekomstige bestemmingsplannen. De gebruikelijke regels voor karakteristieke bebouwing zijn vergelijkbaar met die voor panden in een beschermd gezicht en beschermen alleen de schil van het gebouw en voorzien in een sloopvergunningstelsel. De status beeldbepalend pand wordt met deze verordening vervangen door de status karakteristiek.

Bouwhistorische verwachtingskaarten voorzien in een vergelijkbaar middel als de archeologische verwachtingskaarten. Per pand is in het gemeentelijk grondgebied aangemerkt of er sprake is van een bouwhistorische verwachting (vooralsnog alleen in de beschermde gezichten). De belangrijkste gebouwde cultuurhistorische waarden van de gemeente zich bevinden in de beschermde gezichten. Het aanwijzen van alle cultuurhistorisch waardevolle panden of onderdelen van deze panden als monument is ongewenst maar het behoud van de ruimtelijke cultuurhistorische waarden is van algemeen belang.

Deze verordening geeft een basis voor een regime voor toekomstige bescherming van deze waarden in de bestemmingsplannen. Daadwerkelijke aanwijzing van karakteristieke panden vindt niet plaats door middel van het vaststellen van deze verordening. Hier is per bestemmingsplan nadere besluitvorming voor nodig.

Kanttekeningen

1. Het geadviseerde instrument van voorbescherming wordt niet toegepast.

Tijdens het onderzoek of een zaak in aanmerking komt om als gemeentelijk monument aangewezen te worden, is een zaak nog geen monument. Om te voorkomen dat de cultuurhistorische waarden van de zaak verloren gaan, is het mogelijk om een voorbescherming toe te passen. Eenzelfde regeling is sinds 1966 van toepassing bij de aanwijzingsprocedure voor rijksmonumenten. Het VNG model alsmede de meeste grote monumentengemeenten hanteren een voorbescherming. Voorbescherming is echter een vrij zwaar middel waarmee ook het draagvlak voor een eventuele aanwijzing kan worden aangetast. De aanwijzing van gemeentelijke monumenten geschied normaliter alleen met medewerking van de eigenaar moedwillige sloop van cultuurhistorische waarden kan daarmee in de praktijk met voorbescherming alleen worden uitgesteld. De geplande ontwikkeling van inventarisatie- en aanwijsbeleid zijn betere middelen om cultuurhistorische waarden gemeentebreed te beschermden.

2. Er is nog geen integrale adviescommissie Commissie ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie (CRKC) en Erfgoedadviesraad terwijl deze hier en daar wel wordt genoemd.

Vooral door de invoering van de omgevingsvergunning is een integrale adviescommissie die de gemeentelijke welstandscommissie en de gemeentelijke monumentencommissie integreert wenselijk. De instelling van deze commissie kent echter zijn eigen proces. Instelling van een dergelijke commissie heeft voor de Erfgoedverordening geen gevolgen. De commissie zal na deze Erfgoedverordening worden ingesteld maar de nieuwe naam is al in de Erfgoedverordening verwerkt. Tot de CRKC is ingesteld vervuld de gemeentelijke monumentencommissie Zutphen haar rol als  adviescommissie inzake cultuurhistorie en monumentenzorg.

3. Het dorpsgezicht is vooruitlopend op de aanwijzing opgenomen in het bestemmingplan Warnsveld kom Noord.

Idealiter besluit je eerst een beschermd dorpsgezicht aan te wijzen, waarna je het bestemmingsplan beschermend vaststelt. Omdat het bestemmingsplan al werd geactualiseerd en aanwijzing nog niet mogelijk was, omdat deze verordening nog niet was vastgesteld, is besloten het dorpsgezicht al op te nemen in het bestemmingsplan. De regels voor het beschermd gezicht zijn echter nog niet uitgewerkt in het bestemmingsplan en kunnen aan de hand van deze verordening worden verbeterd.

4. Deze verordening bevat meer regels dan de huidige monumentenverordening.

Deze verordening bevat weliswaar meer regels maar deze zijn noodzakelijk door de vele recente wetswijzigingen rondom de archeologische en gebouwde monumentenzorg. Deze verordening bevat ook verschillende regels die verduidelijken wanneer een vergunning of een procedure niet nodig is of binnen vastgestelde kaders valt. De gewijzigde wetgeving van het rijk is er vooral op gericht de ruimtelijke kwaliteitszorg te verbeteren en vloeit voort uit het succesvolle Nota Belvedere. Deze Nota was de eerste nationale beleidsnota over de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting. De nota is in de zomer van 1999 uitgebracht en ondertekend door vier ministeries: de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Verkeer en Waterstaat.

Uitvoering/Communicatie/Vervolgtraject

Verschillen organisaties en monumenteneigenaren zijn in de gelegenheid gesteld te reageren op de conceptverordening (zie V - Reactienota). Na vaststelling van de verordening krijgen zij de inspraakreactie toegestuurd evenals de definitieve verordening.

De verordening wordt na vaststelling door de raad gepubliceerd en bekendgemaakt, waarna de verordening in werking treedt.

Aan vaststelling wordt aandacht besteed in de Zutphense Koerier.

Team Vergunningen & Handhaving wordt in kennis gesteld van de vaststelling van de Erfgoedverordening. De pasjes van betreffende  toezichthouders zullen worden aangepast, zodat de wettelijke grondslag van hun bevoegdheden juist is.

In een komend Erfgoedcafé zullen de wijzigingen van de verordening worden toegelicht.

Rapportage/evaluatie

De erfgoedverordening wordt opnieuw geactualiseerd wanneer veranderde wetgeving daartoe aanleiding geeft. Wanneer tijdens evaluatie van de verordening blijkt dat bepaalde regels aanpassing behoeven kan dit middels een reparatie worden hersteld.

Bijlagen

122223 Erfgoedverordening
122223 Monumentenverordening Zutphen 2006
122223 Overzicht wijzigingen
122223 Reactienota Erfgoedverordening

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2013-0138

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 18 september 2013 met nummer 122223;


Gelet op:

artikel 149 van de Gemeentewet,

de artikelen 12, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988,

de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,

artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening en

artikel 3.6.1 van het Besluit Ruimtelijke Ordening;

gezien het advies van de gemeentelijke monumentencommissie van 27 maart 2012 en 30 juli 2013;


b e s l u i t :

de Erfgoedverordening Gemeente Zutphen 2013 conform bijlage vast te stellen.

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter,de griffier,

Forum van 7 oktober 2013


Toelichting griffie:
Vanwege de wijziging van diverse wetten op het gebied van monumenten en ruimtelijke ordening sinds de vaststelling van de Monumentenverordening in 2006 is deze verordening toe aan een actualisatie. In de nu voorgelegde nieuwe verordening wordt het beleid rond erfgoed -monumentenzorg, archeologie, ruimtelijke cultuurhistorische waarden en ruimtelijke ontwikkeling- integraal geregeld. Aanvragen op deze gebieden worden straks door een integrale adviescommissie 'Commissie ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie' beoordeeld. De huidige welstandscommissie wordt opgeheven.
Raadsadviseur: G.A.J. Winters

Datum: 07-10-2013
Tijd: 19:30 - 20:00
Zaal: Shrewsburykamer
Behandeling: Oordeelsvormend
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: G.A. Kamp-Landman
Griffier: J.A. Neefjes

Aanwezig namensNaam
PvdAF.J.M. Heitling
StadspartijD.G. Derlagen
VVDH.B. Demoed
GroenLinksC. Oosterhoff
D66A.O. Biçen
BurgerbelangA.IJ. Pepers
CDAJ.S.M. van der Pal
SPE.P.M. Gründemann
ChristenUnieS. van Keulen
StadsbelangB.A.M. Berg

Ondersteuners: De heer H. Haafkens
Pers: nee
Publiek: 6 personen
Insprekers: geen

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en geeft het woord aan het college.

Het college geeft een korte toelichting.

De voorzitter geeft de fracties de gelegenheid tot het stellen van vragen.

SP: De eigenaren van monumentale panden moeten gestimuleerd worden. SP vraagt of dit gebruik te stimuleren is door bijvoorbeeld kwijtschelding van de OZB?

CDA: Waar het gaat om het beschermen van het stads- en dorpsgezicht moeten er nog een aantal zaken geregeld worden. Wanneer krijgen deze zaken een bepaalde status?

GroenLinks: Wanneer komt de cultuurhistorische waardekaart en hoe wordt deze gemaakt? Wanneer komt het aanwijzingsbeleid? Er wordt al een tijd gesproken over het samenvoegen van de welstandscommissie en de monumentencommissie. Is deze inmiddels samengevoegd en zo nee waarom nog niet?

Stadsbelang: De erfgoedverordening heeft een vrij soepele opstelling maar heeft weldegelijk kaders nodig.  De gemeente is voor 90% bevoegd,  zijn er wel voldoende subsidiestromen beschikbaar? Kunt u iets meer uitleggen over het niet nodig zijn van een voorbescherming? Hoe gaat het college om met hele belangrijke erfgoed panden?

D66: Concludeert dat de Zutphense verordening veel verder gaat dan de modelverordening, waarom is dit zo? D66 vraagt naar de kwaliteit van het stadstoezicht.

ChristenUnie: Is er wel of geen draagvalk aanwezig voor voorbescherming? Constateert dat de regels nog niet zijn uitgewerkt. CU constateert dat de verordening alleen maar over gebouwen gaat en niet over de omgeving waar deze gebouwen zich in bevinden.

Burgerbelang: Komt bij verzwaring van de werkzaamheden ook geld mee? Vraagt om een evaluatie eens per jaar?

PvdA: Er staat minder regels maar ziet er meer, hoe is dit te verklaren? Wat is de reikwijdte van het duurzaamheidaspect? Waarom is er voor Zutphen zoveel maatwerk nodig? Er is voor deze verordening met veel partijen gesproken maar is er ook met bewoners gesproken?

VVD : heeft geen vragen.

De voorzitter geeft het woord aan het college.

De vraag van de SP over het kwijtschelden van de OZB is een andere discussie. Dit gaat eigenlijk over een subsidieaanvraag en hoort op een andere plek behandeld te worden.

Nog dit jaar zal een voorstel komen voor het samenvoegen van de welstand- en monumentencommissie.

Het vastleggen van het beschermd dorpsgezicht voor Warnsveld zal in 2014 plaatsvinden. De gemeente krijgt meer verantwoordelijkheden, maar heeft dezelfde capaciteit. Er zijn geen middelen of subsidie beschikbaar.

CDA vraagt waarom het zo lang duurt voordat het beschermde dorpsgezicht voor Warnsveld is vastgelegd. Sinds 2008 is hier al sprake van.

College geeft aan dat dit niet eerder mogelijk was maar met deze verordening wel. Wel is er middels het bestemmingsplan op geanticipeerd.

Er zijn inderdaad meer regels gekomen over onder andere onderhoud van panden. Er zijn meer regels nodig om meer vrijheden te creëren.

Stadsbelang vraagt naar de mogelijkheden voor zonnepanelen en schotelantennes op de beschermde monumentale middeleeuwse daken van historische panden in de binnenstad.

College geeft aan dit per geval te gaan bekijken.

College is van mening dat voorbescherming in Zutphen niet nodig is omdat we precies weten waar wat beschermd dient te worden. Extra regelgeving is hierdoor niet aan de orde.

Voor bescherming van voorgezichten is voorbescherming niet mogelijk.

College geeft aan dat ook in het bestemmingsplan al veel is geregeld. Het beschermingsniveau is hierdoor voldoende.

Stadsbelang geeft aan dat delen van historische panden, zoals trappen of balkenplafonds worden niet beschermd en vraagt nogmaals naar de handhaving.

College geeft aan dat als iets geen monumentale status heeft het lastig is om te handhaven. We proberen altijd wel advies te geven.

Dat er veel maatwerk wordt geleverd is een vanzelfsprekendheid met een stad als Zutphen.

Er zijn niet meer regels dan nodig en het zijn er nog altijd minder dan het VNG model.

Er is geen brede maatschappelijke discussie gevoerd bij de totstandkoming van deze verordening. Wel heeft de verordening ter inzage gelegen. De vragen en reacties zijn verwerkt in de reactienota.

De heer Haafkens geeft aan nog dit jaar te komen met een voorstel voor de cultuurhistorische waardekaart. Deze kaart blijft wel een groeimodel waar steeds verschillende lagen aan toe worden gevoegd.

Het aanwijsbeleid zal onderdeel uitmaken van de erfgoedagenda 2022

CDA vraagt wat er precies bedoelt wordt met Malta proof.

Het college geeft aan dat dit te maken heeft met het verdrag van Malta waar de archeologiewetgeving tot stand is gekomen.

Stadsbelang vraagt of er plannen zijn om van De Hoven een beschermd dorpsgezicht te maken.

College geeft aan dat hier geen plannen voor zijn en dat de beschermde panden op zichzelf staan.

VVD vraagt of het klopt dat de gemeente over inpandige zaken niets meer te vertellen heeft.

College geeft aan dat dit niet klopt.

De heer Haafkens geeft aan dat dit wel geldt voor niet monumentale onderdelen maar wel geldt voor wel monumentale onderdelen.

De voorzitter vraagt de fracties of het stuk voldoende besproken is en door kan naar de raad. De fracties stemmen in. De voorzitter sluit de vergadering.


Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad


Raad 4 november 2013 (21:30 - 23:00)

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.


Bijlagen:
Handelingen 4 november 2013

Besluit

Aangehouden

Reden aanhouding: Aangehouden tot volgende raadsvergadering
Het voorstel is niet besproken.
Geen amendementen ingediend


Raad 18 november 2013 (21:30 - 23:00)

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.


Bijlagen:
Handelingen raad 18 november 2013

Besluit

Aangenomen

Zonder hoofdelijke stemming
De SP stemde tegen, de overige fracties stemden voor. Dhr. Torgensen heeft een stemverklaring afgelegd.
Geen amendementen ingediend


Deze pagina

  • a
  • a
  • a
  • tekstgrootte
  • Bezoekadres: 's Gravenhof 2, 7201 DN Zutphen
  • Postadres: Postbus 41, 7200 AA
  • Telefoon: 140575
  • Email: info@zutphen.nl