Pagina delen

Concept beleidsplan jeugd Zutphen 2021-2024

Inhoud

Zie bijlagen.

Behandeld in Forum van 12 april 2021 Naar boven

Toelichting griffie

Raadsadviseur:

Datum 12-04-2021 Tijd 20:30 - 22:00
Zaal
Behandeling
Beeldvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
Y.J.A. ten Holder
Griffier
B.M. Duizer
Notulist
More Support
Aanwezig namens Naam
GroenLinksF.J. Overbeek
SPE. Müller
PvdAM.M.M. Moester
BurgerbelangE Yildirim
D66I van Dijk
VVDA. van Dijk
CDAK.M. Van Wamel
StadspartijM van van Ast
BewustZW
ChristenUnieG.A. Kamp
Kies Lokaal Zutphen WarnsveldA Menkveld

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen van harte welkom. De voorzitter meldt dat het advies van de Brede Adviesraad Sociaal Domein in de volgende ronde volgt. Mevrouw Wisseborn is namens de Brede Adviesraad aanwezig.

Er hebben zich geen insprekers aangemeld.

De voorzitter licht toe dat het Forum een beeldvormende doelstelling heeft. In vervolg op alle deelsessies is een overkoepelend beleidsplan opgesteld; dit plan wordt heden voor de eerste keer in een Forum behandeld. De voorzitter schetst de procedure naar vaststelling. Er volgt nog een inspraakronde en het advies van de Brede Adviesraad Sociaal Domein wordt voorgelegd. Vervolgens wordt het definitieve plan in het Forum besproken, waarna het in juli ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd.

Het College is trots op hetgeen voorligt en benieuwd naar de mening van de afzonderlijke fracties. Op een eerder moment heeft de raad de kaders vastgesteld, waarmee het college in gesprek is gegaan met partners. Het college heeft zich daarnaast de afgelopen drie jaar laten inspireren door ervaringsdeskundigen binnen het domein Jeugd, zijnde ouders en kinderen. De vertaling van deze gesprekken komt terug in het beleidsplan. Wat er nog aan wordt toegevoegd, zijn verhalen, tips en adviezen van ouders en andere ervaringsdeskundigen die in gesprek zullen gaan met een voormalig journalist. De wethouder realiseert zich dat dit een kwetsbaar proces is. De verwachting bestaat dat de beleving van ervaringsdeskundigen het beleidsplan zal versterken, omdat dit immers precies is waar het uiteindelijk over gaat.

De wethouder benoemt de doelstelling om minder kinderen met een indicatie in de Jeugdzorg te krijgen en meer kinderen in het preventieve veld, in samenwerking. Met vermindering van het aantal indicaties in de Jeugdzorg, hoopt de wethouder meer ruimte te creëren voor kinderen met complexe problematiek.

 Mevrouw Meijerink, beleidsstrateeg in team Jeugd, verzorgt een PowerPointpresentatie.

  1. Inleiding

Tijdens meerdere sessies zijn onderdelen van het conceptplan besproken met de raad. Nu ligt het conceptbeleidsplan voor, waarin de verschillende onderdelen in feite bij elkaar komen.

Het beleidsplan van 2014 is verouderd en relatief weinig gericht op transformatie en preventie. In de gemeente Zutphen maken relatief veel kinderen gebruik van Jeugdhulp in vergelijking met andere gemeenten in Nederland. Ook dit maakte de urgentie van een nieuw beleidsplan duidelijk.

De nieuwe strategische visie sociaal domein heeft als doelstelling ‘van zorgen voor naar zorgen dat’. Dit impliceert de beweging naar preventie.

In februari 2020 heeft een Forumspecial plaatsgevonden over preventie, de pedagogische samenleving en het normaliseren. Op basis daarvan zijn de kaders voor het Beleidsplan Jeugd opgesteld. Deze kaders zijn medio 2020 vastgesteld.

In september 2020 heeft een Forum plaatsgevonden over optimalisatie van inkoop en de budgetplafonds, gevolgd door een Forum - in november 2020 - over de samenwerking met partners en in februari 2021 over monitoring, budgetplafonds en algemene voorzieningen.

Het proces is gelopen met de raadsleden en samen met partners in de stad. Ondanks de coronacrisis heeft het team veel input kunnen ophalen middels digitale individuele gesprekken.

  1. De Kaders: visie, missie, doelen

In de gemeente Zutphen zijn er relatief veel kinderen die gebruikmaken van de jeugdhulpvoorzieningen. Uit de analyse blijkt, dat dit deels valt te verklaren door de bevolkingssamenstelling van Zutphen, maar ook doordat gewone opvoedproblemen steeds meer gemedicaliseerd worden. Daarnaast kan de Jeugdwet en de wijze van hulpverlenen als oorzaak worden aangemerkt. Tenslotte, is er te weinig integraal gewerkt de afgelopen jaren. Een situatie binnen een gezin moet breder worden benaderd. Wat binnen een gezin gebeurt, heeft immers ook effect op het kind.

In de visie staat centraal, dat opvoeden een verantwoordelijkheid is van ouders én van ons allemaal. Het uitgangspunt is, dat waar dat kan, het aanbod licht kan zijn, maar waar het moet, dient zwaar ingezet te kunnen worden. De focus gaat van zorg naar het versterken van de pedagogische samenleving en naar preventie.

  1. Onze ambitie

De zeven doelen die door de raad zijn vastgesteld, beginnen met het versterken van de pedagogische basis. De gedachte is dat kinderen waarmee het goed gaat, een stevige sociale basis hebben. Tachtig procent van alle kinderen groeit evenwichtig op. Het doel is om dit percentage te verhogen door problemen te voorkomen. Er komt daarom meer aandacht voor speelbeleid, jongerenwerk en de verbinding met sport, cultuur en kunst. Normaliseren is hierbij van belang. Dit gebeurt door opvoedvaardigheden middels tips en trucks en afstemming met docenten en ouders.

De focus op preventie wordt vergroot. In 2019 is reeds een preventieplan opgesteld, waar in 2020 opnieuw naar is gekeken, samen met de partners. Belangrijk bij preventie zijn het versterken van de sociale basis, het voorkomen van problemen en het bieden van een vrije toegankelijkheid tot bepaalde ondersteuning zodat er geen indicatie nodig is. Voor een groot deel gebeurt dit al.

De onderdelen van het preventieplan bestaan uit opvoed- en opgroeiondersteuning, voorkomen van schooluitval en jeugdwerkloosheid, voor- en vroegschoolse educatie, passend onderwijs en het realiseren van een verbinding met Jeugdhulp en Jeugdgezondheidszorg. Onder Jeugdgezondheidszorg valt niet alleen beweging en gezonde voeding, maar ook de eerste duizend dagen van een kind waarin een goede samenwerking in de zorgketen - verloskundige, kraamzorg, consultatiebureau et cetera - van belang is.

Preventie kan niet voor alle kinderen volstaan. Daarom wordt ook ingezet op een stevige eerste lijn, waarin lichte hulpverlening deels vrij toegankelijk moet zijn. Er wordt ingezet op een structurele samenwerking met huisartsen, scholen en preventieve partijen. Het team Jeugd heeft regie op complexe casussen en leidt toe naar passende (specialistische) zorg.

In de toegang komen steeds meer complexe casussen binnen. Het is daarom van belang dat deskundige afwegingen worden gemaakt over de best passende zorg. Dit vraagt een brede blik van de toegangsmedewerkers, gericht op het hele gezin en hun omgeving. Het team wil een lerende organisatie zijn door cliëntervaringen te meten en te leren van ervaringsdeskundigen.

Voorts wordt ingezet op het versterken van de intensieve hulpverlening voor kinderen die dat écht nodig hebben. Hieronder vallen drie onderdelen:

  • Het eerste onderdeel betreft de kwaliteit van zorg. Hierbij gaat het vooral over de samenwerking tussen zorgaanbieders en wordt de inkoop onder de loep genomen.
  • Het tweede onderdeel is het streven dat ieder kind een thuis heeft. Dit gaat over het ondersteunen van de werving van gezinshuizen en pleeggezinnen, afstemming met intensieve ambulante hulpverlening en het realiseren van een regionaal expertteam voor complexe casussen, maar ook het voorkomen van uithuisplaatsing en het op- en afschalen.
  • Het derde onderdeel is veiligheid. Er wordt één aanmeldpunt voor huiselijk geweld of kindermishandeling ingesteld, voor zowel Jeugd als Wmo. Verder wordt de samenwerking met jeugdbescherming en veiligheid beter vormgegeven.
  1. Integraal en met partners

Eén van de doelen is een integrale aanpak voor de thema’s die in het sociaal domein relevant zijn: armoede en schulden, echtscheiding en 18-/18+ wonen, werken, onderwijs, zorg en ondersteuning. Dit wordt - middels interactieve bijeenkomsten en pilotprojecten - gerealiseerd door samenwerking binnen de organisatie, maar ook met partners buiten de organisatie en zorgaanbieders. De zaken die hieruit worden geleerd, leiden tot een nieuwe structurele werkwijze.

Het Jeugdveld omvat vele partijen met een grote betrokkenheid. Het Team Jeugd is daar één van. Team Jeugd is gericht op het faciliteren, afstemmen, subsidiëren en aanjagen. Het samenbrengen van partijen levert energie en synergie op. De netwerksamenwerking wordt geborgd in een bredere stuurgroep Jeugd en in een nieuwe samenwerkingsovereenkomst.

  1. Financieel duurzaam

Bij het opstellen van het beleidsplan is rekening gehouden met de financiële kaders die de raad heeft vastgesteld. Team Jeugd verwacht binnen de financiële kaders een verschuiving te realiseren van geïndiceerde zorg naar algemene oplossingen en preventie. Dit worden goed op elkaar afgestelde vaten met een goed communicerend voorliggend veld en een goed aanbod aan zorgaanbieders via indicaties, waarbij vanzelfsprekend op- en afgeschaald kan worden. Het adagium s: licht waar kàn, zwaar waar dit mòèt.

Sturing vindt plaats middels monitoring, contractmanagement, budgetplafonds, afbakening van het zorgaanbod, vormgeven van lichte hulpverlening en­ samenwerking.

Hierbij zijn enkele kanttekeningen te plaats.

Er vindt een verschuiving plaats van middelen vanuit de zorg naar de algemene voorzieningen. Zodoende kunnen kinderen die écht zorg nodig hebben, toch geholpen worden. Aan dit verschuiven zit echter wel een grens.

Daarnaast is sprake van voortschrijdend inzicht in het ontbrekend aanbod. Als een omissie blijkt, wordt dit via de gebruikelijke wegen met de huidige middelen opgelost. Mochten extra gelden nodig zijn, dan loopt de route via de begroting / de Voorjaarsnota.

  1. Indicatoren en ontwikkelplan

In het beleidsplan is een aantal indicatoren vastgesteld. Er zal - samen met het Nji - gemeten worden middels de macromonitor Preventie,. Daarnaast worden cliëntervaringen gemeten. In de Burap wordt een rapportage opgenomen en de gegevens worden gepubliceerd op Zutphen.incijfers.nl.

Ook is een uitgebreide ontwikkelagenda tot stand gekomen, waarin de ambities zijn uitgewerkt in concrete acties voor 2021-2024. Jaarlijks wordt er geëvalueerd en bijgestuurd.

  1. Vervolgproces

Het proces wordt in chronologie geschetst:

  • Vòòr 21 april 2021 volgt het advies door de BASD.
  • Daarna volgt een inspraakronde.
  • Het beleidsplan ligt ter inzage tot en met 5 mei 2021.
  • Op 25 mei bespreekt het College het beleidsplan.
  • Vervolgens vormt het Forum zich op 28 juni een oordeel.
  • Tenslotte wordt het plan op 12 juli ter besluitvorming de raad voorgelegd aan.
  • In het najaar 2021 wordt dit opgevolgd met de Verordening Jeugdhulp en een aantal beleidsregels.
  • Er volgt waarschijnlijk gaande het jaar nog een aantal Fora over specifieke onderwerpen in het jeugddomein.

 

De voorzitter dankt mevrouw Meijerink voor haar presentatie. Het geschetste proces kan een voorbeeldfunctie vervullen om te verhelderen hoe de raad graag bediend wil worden.

De VVD dankt voor de presentatie en het beleidsplan. Gezien alle sessies over het onderwerp, bleken veel punten uit de presentatie tot herkenning te leiden bij de fractie. Spreker heeft behoefte aan meer overzicht en vraagt de samenvatting aan te vullen met een beeldende pagina.

In de inhoudsopgave worden alle bijlagen opgenoemd. Spreker stelt voor om aan de bijlagen een aparte inhoud toe te voegen, ook ten behoeve van het overzicht.

De VVD vraagt zich af, of het ambtelijk apparaat het ambitieuze plan aankan.

De partij ziet graag te zijner tijd de afbakening van het zorgaanbod tegemoet. Spreker kan zich voorstellen dat dit aan de orde komt op het moment dat over monitoring wordt gesproken.

In het onderdeel ‘visie en missie’ wordt gezegd dat opvoeden primair de taak is van ouders, terwijl bij andere onderdelen het team lijkt te vinden dat opvoeden vooral een maatschappelijke taak is. Spreker wil hiervoor waken. Immers, op het moment dat de zaak wordt omgedraaid, zou de gemeente zich met een en ander gaan bemoeien, wat in de optiek van de VVD, absoluut niet de bedoeling is.

Spreker vindt het een goede ontwikkeling dat het normaal wordt om opvoedingsvragen te durven stellen. Waar in de bijlage is gesteld, dat dit normaal wórdt, zou spreker graag zien dat het normaal ís.

Voorts wordt gesproken over een Jongerenraad. Deze naam moet worden gewijzigd naar Jongerenadviesraad zijn.

De SP verwijst naar het onderzoek door het tv-programma Follow the Money en adviseert alle aanwezigen het artikel ‘Jeugdzorg in het rood’ te lezen. Op 1 januari 2015 veranderde de Jeugdzorg ingrijpend. De zorg zou meer efficiënt, beter en goedkoper worden. In feite gebeurde het tegenovergestelde. Er zijn veel problemen in de Jeugdzorg. De SP meent dat het inkoopmodel hieraan debet is, maar ook het feit dat instellingen zich staande moeten houden op de zorgmarkt. De grote begrotingstekorten bij gemeenten spelen hierin eveneens mee.

De SP vindt dat het beleidsplan de beoogde situatie mooi beschrijft en spreekt de hoop uit dat de realiteit ook daadwerkelijk zo gaat uitpakken. Wel mogen de ogen niet worden gesloten voor hetgeen daadwerkelijk gaande is, ook op landelijk.

Voorliggend beleidsplan kent een aantal goede uitgangspunten, zoals de gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders en jeugd samen met het onderwijs en de opvang. Ook de intentie om niet eerder hulp in te schakelen dan wanneer het écht nodig is, is een goed uitgangspunt. Wat de SP betreft, zouden deze zorgverleners verbonden moeten zijn aan organisaties die niet financieel afhankelijk zijn van jeugdproblematiek. De SP denkt hierbij aan een beperkt aantal organisaties zonder winstdoelstelling waarmee de gemeente nauw samenwerkt en waarmee goede afspraken kunnen worden gemaakt. De SP denkt dat dit bereikt kan worden door bij de Jeugdhulp dezelfde werkwijze te volgen als in het kader van de huishoudelijke hulp tot stand gaat komen. De fractie vraagt of het College bereid is uit te zoeken of deze manier van samenwerken mogelijk is.

Tenslotte, vindt de fractie het mooi om te horen dat er persoonlijke verhalen worden toegevoegd aan het beleidsplan.

Het CDA vindt het verhelderend dat voorliggend plan alle eerder besproken onderdelen samenvoegt. Het CDA noemt het plan mooi, logisch en doortimmerd. Het CDA waardeert dat de verbinding met partners goed wordt beschreven, dat verhalen van ervaringsdeskundigen aan het plan worden toegevoegd, maar vooral, dat de specifieke problemen van de gemeente Zutphen worden beschreven en dat daarop wordt ingezet. Waar wordt gesproken over “de stad Zutphen” zou dit – wat betreft het CDA – gewijzigd moeten worden in “de gemeente Zutphen”.

Het College antwoordt dat de technische- en opmaakvragen zijn genoteerd. In reactie op de vraag “of de ambtelijke organisatie het aankan” legt spreker uit dat juist om deze reden een ontwikkelagenda in het programma is opgenomen met een fasering in jaren, waarin de ambitie gerealiseerd moet worden. Als de plannen vertraging oplopen of een en ander loopt anders dan verwacht, dan wordt dit direct zichtbaar. Zowel de ambtelijke organisatie, als alle partners in het Jeugdnetwerk zijn akkoord gegaan met het conceptplan en achten de geformuleerde plannen haalbaar. De planning wordt desalniettemin strak in het oog gehouden.

De conclusies uit de onderzoeken van ‘Follow the Money’ zijn soms wat kort door de bocht, met name ook omtrent het inkoopmodel. De wethouder heeft de afgelopen jaren geleerd dat wat het inkoopmodel oplevert, vooral afhangt van hoe het inkoopmodel eruitziet.

Feit is voorts dat het ook vòòr 2015 al niet goed ging met de Jeugdzorg. Dat was één van de belangrijkste redenen om de decentralisatie in te zetten; de gedachte was dat verbetering zou optreden door de zorg dichterbij te organiseren. In 2015 hebben het College en de raad gezegd dat in deze ontwikkeling de keuzevrijheid voorop moet staan. Grote en kleine aanbieders moeten gelijke kansen hebben. Dit alles is verwerkt in criteria ten behoeve van het inkoopmodel van de open house-constructie.

Inmiddels blijkt een open house-constructie met veel keuzevrijheid en toegang voor groot en klein – al dan niet evidence based - ook een groot aanbod aan aanbieders op te leveren. De vraag naar stuurbaarheid heeft de gemeente zich destijds niet gesteld. Sturing op inkoop is pas een vraag geworden sinds de gemeente met de begroting uit de pas loopt en een stijgende vraag naar jeugdhulp is ontstaan. Het bezien, herbezien en sturen op de inkoop is daarom onderwerp in het beleidsplan. Hierover is de al in gesprek en zal zich ook voor de raad als bespreekpunt snel aandienen. Hierin is wel van belang om rust te creëren bij de aanbieders waar kinderen immers van afhankelijk zijn.

Ook moet iets gedaan worden aan de hoge administratieve lasten.

De wethouder zou graag een strategisch partnerschap aangaan met een aantal aanbieders op een aantal vraagstukken waar de gemeente mee heeft te maken, zoals de complexe Jeugd-GGZ-problematiek. Op dit moment is er sprake van een continu vernieuwende inkoop, wat zich slecht verhoudt met de opbouw van een vertrouwensrelatie en een partnerschap. Hier wil de wethouder echter wel graag naar toe groeien. Tegelijkertijd moet de gemeente zelf keuzes maken, als het bijvoorbeeld gaat over lichte hulpverlening.

Vrijwel bij alle hulpverleningsvraagstukken is sprake van indicering en een veelheid aan aanbieders. Als onderscheid wordt gemaakt tussen opvoedingsvraagstukken en gespecialiseerde jeugdzorgvraagstukken, hoeft op dit punt minder beroep gedaan worden op zorgaanbieders.

Zonder het model compleet om te gooien, meent de wethouder dat de gemeente meer kan sturen dan ze wellicht zelf in de gaten heeft.

De huishoudelijke hulp is erg lokaal gebonden. Veel hulpverlening die wordt geboden aan kinderen in nood, speelt zich echter af op regionaal of zelfs bovenregionaal niveau. Eenzelfde manier van samenwerking is daarom onverstandig, aldus de wethouder.

GroenLinks deelt het enthousiasme van de wethouder over het voorliggende beleidsplan. Het is duidelijk zichtbaar dat er een transitie heeft plaatsgevonden. De fractie benadrukt dat niet alleen naar de noodzakelijke bezuinigingen is gekeken, maar vooral ook is gekeken naar een manier om de kinderen en jongeren centraal te blijven stellen.

GroenLinks vraagt aandacht voor de integraliteit van het beleid. Er is veel uitgeschreven over welzijn, onderwijs en huisartsen, maar nog niet zozeer over sporten en cultuur. Op die aspecten zou wellicht meer in het voorveld verduidelijkt kunnen worden.

Voorts is GroenLinks benieuwd in hoeverre het aantal aanbieders is teruggebracht.

De participatie van ervaringsdeskundigen wordt in de uitvoering verder vormgegeven. De fractie is benieuwd hoe dit tot stand komt.

Burgerbelang complimenteert de wethouder met het werk dat zij heeft opgeleverd.

De jeugdzorg betreft een landelijk probleem. Veel gemeenten hebben te maken met financiële tekorten waardoor zij naar alternatieven zoeken. Burgerbelang ziet zeker positieve veranderingen, zoals samenwerking met buurgemeenten. Fractie Burgerbelang is in principe altijd voorstander van regionale samenwerking.

Er zijn ook onderwerpen waar Burgerbelang zich zorgen over maakt, zoals de budgetplafonds die tot wachtlijsten zullen leiden. In de media worden voorbeelden van elders uitgelicht, waarbij jongeren soms zes maanden of langer moeten wachten. Deze situaties leiden tot grote frustratie en zorgen. Daarnaast leidt corona tot meer jongeren met zelfmoordgedachten. Burgerbelang vraagt hoe het college dit wil aanpakken, mocht deze situatie zich in Zutphen voordoen.

In het beleidsplan staat, dat een aantal doelstellingen niet is behaald, zoals minder hulpafhankelijkheid; daarnaast zijn er meer tekorten, meer toestroom en weinig samenwerking met de verschillende gemeentelijke afdelingen. Burgerbelang vraagt wat dit concreet betekent voor de gemeente Zutphen.

Onder 4.1 wordt aangegeven, dat door corona geen fysieke bijeenkomsten mogelijk waren, maar deze zullen - zodra het weer kan - weer georganiseerd worden. Burgerbelang vraagt of het bedoeling is dit te realiseren vòòrdat het definitieve beleidsplan beschikbaar komt.

Onder 4.2 wordt een aantal instanties genoemd, zoals huisartsen en het onderwijs. Burgerbelang mist hierbij de Jeugdgezondheidszorg en de GGD.

In vervolg op paragraaf 4.3 informeert spreker naar de verhouding tussen het gemeentelijke aanmeldpunt en de verwijsindex.

Tenslotte, vraagt Burgerbelang waarom het de bedoeling is om bepaalde vormen van een specifiek zorgaanbod uit te sluiten, zoals sommige vormen van vaktherapie.

De PvdA is enthousiast over het beleidsvoorstel en het proces dat is gevolgd.

De wethouder gaf aan, dat het doel is om minder kinderen te moeten indiceren waardoor meer geld vrijkomt voor de complexe zorg. De PvdA vraagt of de wethouder hier ook de GGZ-Jeugdzorg mee bedoelt.

De PvdA maakt zich zorgen over de wachtlijsten bij de Jeugd-GGZ en vraagt aan het college of de oplossing puur een financieel karakter heeft.

De PvdA memoreert dat de fractie vaker heeft gevraagd naar het principe van gezinshuizen. De partij is hier een groot voorstander van opdat kinderen zoveel mogelijk in een normale situatie kunnen opgroeien. De partij informeert naar de huidige stand van zaken en het aantal gezinshuizen.

Het College legt uit, dat in eerste instantie aan de slag is gegaan met de eerste ring, zoals huisartsen. Vanaf nu wordt ook de sport- en cultuursector nadrukkelijk betrokken, bijvoorbeeld bij het jeugdwerk. Op 12 april is hier een eerste gesprek over gevoerd. De ervaring die tijdens de coronaperiode hiermee is opgedaan, wordt geïntegreerd in een structurele aanpak van het jeugdwerk. De bibliotheek is in het jeugdpreventienetwerk vertegenwoordigd vanuit het Sudoko-overleg waarmee het college aan tafel zit en heeft reeds een aantal ideeën voorgelegd.

Er wordt gestuurd op het beperken van het aantal aanbieders. Momenteel wordt gewerkt met de budgetplafonds; binnenkort zal de lichte hulpverlening middels strategische partnerschappen op een andere wijze vormgegeven worden.

De gemeente is doorlopend in gesprek met partners over het vormgeven van het beleidsplan. Jeugdwerk gebeurt bijvoorbeeld in samenwerking met de betreffende jongeren en de organisaties waarmee de jongeren direct hebben te maken. Zij weten precies wat ze willen en nodig hebben. Het is vervolgens aan de gemeente om daar een samenhangend geheel van te maken en de samenwerking tussen verschillende organisaties te laten ontstaan. Op die manier wordt de participatie vormgegeven.

Een aantal kinderen heeft te maken met de Jeugd-GGZ in Zutphen en lopen vast in het systeem. De landelijke media spreken over deze kinderen als een verzamelbegrip. In Zutphen zijn de specifieke kinderen bekend en worden de vragen geadresseerd. Landelijk is het probleem vele malen groter vanwege een tekort aan zorgaanbieders dat de juiste hulp kan bieden. Dit is óók een financieel probleem, maar het is vooral een probleem van de ketensamenwerking.

GroenLinks vraagt zich af met hoeveel partners het strategisch partnerschap wordt aangegaan.

Het College antwoordt dat vanuit de inhoud moet worden gedacht. De complexe Jeugd-GGZ wordt geadresseerd met een beperkt aantal partners - vijf à zes - om het ‘behapbaar’ te houden en te kunnen inzetten op een betere samenwerking in de keten. Er zijn verder nog drie à vier andere complexe onderwerpen waarvoor een strategisch partnerschap wordt geformuleerd.

Dit onderwerp zal nog aan de orde komen tijdens het Forum over zorg en veiligheid.

Burgerbelang informeert naar toekomstige wachtlijsten als gevolg van de budgetplafonds.

Het College verwijst naar de eerdere uitleg over de werking van de budgetplafonds. Op het moment dat een zorgaanbieder tegen het gestelde plafond aanloopt en er blijven aanmeldingen komen, dan kan deze zorgaanbieder zich melden bij de gemeente. Dan wordt daarover het gesprek gevoerd. De gemeente heeft hiertoe een zogenoemd stuurbudget achter de hand.

De bestaande wachtlijsten worden niet zozeer veroorzaakt door de budgetplafonds, maar door de problematiek in de keten.

De wethouder wil geen directe relatie leggen tussen een kind met suïcidale gedachten en wachtlijsten binnen de gemeente Zutphen. De gemeente heeft met een aantal zorgaanbieders gesproken die mogelijk tegen een budgetplafond gaan aanlopen. De gemeente heeft zich hierin proactief opgesteld en deze partijen uitgenodigd voor een gesprek. Een groot aantal aanbieders gaat hierop in en wil meedenken over de transformatie. Er zijn echter ook veel aanbieders die nièt reageren. Mogelijk meldt het college zich terug bij de raad over deze laatste groep aanbieders.

De GGD participeert in het jeugdpreventienetwerk. De helft van de bijdrage van de gemeente aan de GGD wordt besteed aan de jeugd.

De wethouder verwacht niet dat voor eind mei fysieke plenaire bijeenkomsten gaan plaatsvinden. Een aantal maatschappelijke onderwerpen, zoals schuldenproblematiek en echtscheidingen, worden op alternatieve wijze besproken.

Bepaalde therapievormen blijken weinig effect te sorteren, maar worden wel via een indicatie betaald omdat ze op de markt worden aangeboden. Daarom is het voornemen om dit type zorgaanbod in te krimpen. De vertaling hiervan volgt in een verordening, die na het zomerreces verschijnt.

De portefeuillehouder kan het exacte aantal gezinshuizen noemen. Het project voor het afbouwen van residentiele zorg loopt ontzettend goed. In één jaar tijd is het aantal kinderen dat in de gesloten jeugdzorg zit, afgebouwd van 32 naar zeventien. Dit is gelukt omdat – in samenspraak met aanbieders, ouders en de kinderen zelf - voor de betreffende kinderen een vervangend aanbod is gevonden.

D66 vindt dat het plan er goed uitziet. De fractie is benieuwd naar de mening van de Brede Adviesraad Sociaal Domein. Ze vraagt of de aanwezige vertegenwoordiger een eerste impressie kan geven.

Het is algemeen bekend, dat prestatie-indicatoren soms ook negatieve bijwerkingen hebben. Bij de toegang naar de eerste lijn wordt het aantal verwijzingen gemeten. Aan de ene kant is het goed dit inzichtelijk te hebben, aan de andere kant moet het volgens D66 ook niet enkel draaien om het behalen van een bepaald cijfermatig doel. De partij vraagt of hierover is nagedacht.

De evaluatie en rapportage komen terug in de reguliere rapportages, zoals de Burap. D66 vraagt naar de mogelijkheid om in de Burap een vaste paragraaf op te nemen waarin de ontwikkelingen en de voortgang inzichtelijk worden gemaakt.

De ChristenUnie is content met het conceptbeleidsplan. De ChristenUnie wil inzetten op preventie vòòr preventie. Er wordt veel gesproken over preventie richting de kinderen, maar in feite moeten ouders hierbij betrokken worden. Sommige ouders kunnen of willen niet het goede voorbeeld geven.

De partij stelt daarom binnen de gemeente een integrale aanpak voor van de problematiek in gezinnen óver de portefeuillegrenzen heen. Een veranderende houding van eenieder is daarin van groot belang. De ChristenUnie vraagt of het college in dit plan kan inzetten op investeren in de voorbeeldfunctie van ouders.

Voorts vraagt de fractie extra aandacht in het plan voor de transitie van 18- naar 18+; dit niet alleen voor kinderen met problematiek, maar voor álle kinderen, zodat kinderen stevig in hun schoenen kunnen staan en durven te vragen om hulp.

De Stadspartij is blij met het conceptbeleidsplan. Het is sterk om de stem van de jongeren hierin mee te nemen. Het versterken van een pedagogische samenleving is een venijnige klus, die verder gaat dan het schrijven van een beleidsstuk of het opzetten van een campagne. Een belangrijk en tot nu toe onderschat onderdeel is - volgens de Stadspartij - het betrekken van ouders, de eigen netwerken en omgevingsfactoren.

Ieder heeft op de eigen manier in meer of mindere mate last van de coronacrisis. De Stadspartij vraagt of in het beleid rekening wordt gehouden met de psychosociale gevolgen voor jongeren op de langere termijn.

De voorzitter geeft – zoals verzocht door D66 - het woord aan mevrouw Wisseborn.

Mevrouw Wisseborn verwoordt de mening van de Brede Adviesraad, BASD, “dat er een prachtig plan voorligt”. Ze complimenteert betrokkenen met het doorlopen proces. Het ambitieuze plan wordt breed - vanuit verschillende hoeken - aangevlogen. De eerste indruk is goed, maar de BASD zal nog een aantal verdiepingsslagen maken om vervolgens een goed advies te kunnen uitbrengen.

Het punt ‘preventie’ komt telkens terug. Spreker vindt dit nodig voor Zutphen, en daarmee van belang. Tegelijkertijd roept ze op om de veiligheid van kinderen te borgen, daar waar nodig.

De BASD heeft in de week van 5 april een advies uitgebracht over het beleid voor schuldhulp. Hierbij werd een aparte paragraaf gewijd aan gezinnen. Als gezinnen in de schuldhulpverlening terechtkomen, volgt direct actie. Spreker spreekt veel waardering uit voor deze specifieke paragraaf.

In het beleid voor schuldhulp is ook een passage opgenomen over de 18-/18+ transitie. Spreker is van mening, dat dit ook prima kan worden meegenomen in het voorliggende beleidsplan.

Wethouder De Jonge meldt dat de reactie van mevrouw Wisseborn, omtrent het schuldhulpplan, haar trots maakt. Dit bewijst, dat vanuit het sociaal domein steeds beter integraal wordt gewerkt en de knelpunten met elkaar geduid kunnen worden. Met name voor de gezinnen met kinderen gaat dit goed werken.

De prestatie-indicatoren kunnen een zekere ‘perverse prikkel in zich hebben. Dit is de reden, waarom bewust wordt ingezet op cliëntervaringen. Door bij de huisarts direct het gesprek te voeren over de eigen ervaring van ouders en kinderen - zowel voor, als tijdens een traject - is het aantal indicaties verminderd.

In het voorgaande Forum is monitoring besproken. De wethouder ziet een probleem in de verschillende manieren van monitoring die worden ingezet. De wethouder zegt toe om een voorstel voor te leggen naar aanleiding van de vraag hoe de monitoring op de drie domeinen van het sociaal domein in de toekomst vormgegeven zou moeten worden.

De portefeuillehouder is het eens met de ChristenUnie dat er meer aandacht moet zijn voor de rol van ouders. Dit punt wordt opgenomen in het beleidsplan. Tegelijkertijd zijn er meer invloeden in het leven van een kind, zoals de prestatiedruk vanuit de samenleving.

De wethouder vraagt ervan bewust te zijn dat het vormgeven van een pedagogische samenleving op papier makkelijker is dan in de praktijk. Het is van belang daarover met elkaar het gesprek te voeren.

Er ligt een GGD-rapport dat de korte termijneffecten van de coronacrisis op jongeren laat zien. Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar de effecten van de coronacrisis op de langere termijn. Het college is in gesprek met het onderwijs om gezamenlijk op te trekken in het Nationaal Programma Onderwijs om te sturen op het inhalen van de lesstof, maar ook op de welzijnscomponent. Buiten de schoolgebouwen wordt jeugdwerkbeleid opgesteld. Het college komt hier op een later moment op terug, om de lange termijneffecten van positief jeugdbeleid ook te kunnen adresseren. 

De voorzitter stelt vast dat er geen vragen onbeantwoord zijn gebleven en dankt de aanwezigen voor hun inbreng.

De vergadering wordt om 21.55 uur gesloten.

Advies

Stuk komt (nu) niet voor besluitvorming in de raad

Behandeld in