Beleidsvisie externe veiligheid

Onderwerp Beleidsvisie externe...

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Beleidsvisie externe veiligheid

Onderwerp Beleidsvisie externe veiligheid
Programma08. Natuur en milieu03. Openbare orde en Veiligheid
ForumOordeelsvormend
Portefeuillehouder J. Pennings - Hanemaaijer
Inlichtingen bij J. Neefjes
0575 587221 j.neefjes@zutphen.nl
Soort bevoegdheidKaderstellend
BeleidsvrijheidRuim
ProgrammabegrotingswijzigingNee
Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :

de beleidsvisie externe veiligheid vast te stellen.

Inhoud

Inleiding/aanleiding

De Beleidsvisie Externe Veiligheid beschrijft hoe de gemeente Zutphen omgaat met externe veiligheid. Externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken van risico's die ontstaan door vervoer, opslag en verwerking van gevaarlijke stoffen. De gemeente Zutphen legt in deze beleidsvisie haar ambities vast.

De gemeente Zutphen streeft ruimtelijk en economisch naar duurzame groei. Ambities dienen binnen de gestelde milieukaders te blijven. Binnen Zutphen speelt externe veiligheid bij een aantal risicovolle inrichtingen en transportaders waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Bij deze risicovolle activiteiten bestaat een spanningsveld tussen veiligheid en de (toekomstige) ruimtelijke situatie. Deze beleidsvisie externe veiligheid geeft voor dit spanningsveld richting aan een integrale aanpak tussen ruimtelijke ordening, economische ontwikkelingen en hulpverlening.

Beoogd effect

De gemeente streeft naar een beheersbare externe veiligheidssituatie, waarbij:

  1. De externe veiligheidrisico’s binnen de gemeente goed in beeld zijn gebracht en ambtenaren en bestuurders zich bewust zijn van de aanwezige risico’s;
  2. Een zorgvuldige afweging plaatsvindt tussen nut en noodzaak van nieuwe ontwikkelingen en hun gevolgen voor externe veiligheid;
  3. Door middel van beleidsuitvoering en handhaving wordt gezorgd voor de beheersbaarheid en bestrijdbaarheid van bestaande en toekomstige EV risico’s;
  4. Communicatie met de burger plaatsvindt over de aanwezige risico’s en de te volgen gedragsrichtlijn in geval bij een calamiteit.

Argumenten

1. Hiermee geeft u invulling aan het collegebesluit uit 2007en de doelstelling uit het Gelders Uitvoeringsprogramma Externe Veiligheid (GUEV) 2011-2014.

Op 28 augustus 2007 heeft het college besloten tot het opstellen van een beleidsvisie externe veiligheid. Met de opstelling van een beleidsvisie externe veiligheid neemt de gemeente Zutphen haar verantwoordelijkheid om externe veiligheid te borgen in haar gemeentelijke processen en knelpunten weg te nemen. Ook geeft het college invulling aan de afspraken gemaakt met provincie Gelderland en die zijn verwoord in het Programma Uitvoering Externe Veiligheid (PUEV) 2011-2014.

2. Hierdoor geeft u invulling aan het externe veiligheidsbeleid.

Bij het vaststellen van het eigen gemeentelijk externe veiligheidsbeleid zijn een aantal wetten en regels en beleidskaders van belang. Zo bestaat voor het plaatsgebonden risico een grenswaarde en een richtwaarde waar aan moet worden getoetst. Voor het groepsrisico bestaat een verantwoordingsplicht en de verplichting advies te vragen aan de regionale brandweer Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland (VNOG); daarbij dient getoetst te worden aan een oriëntatiewaarde. Het advies van de regionale brandweer zal hierbij voor de gemeente een belangrijke rol spelen. Binnen deze wettelijke kaders staat het de gemeente Zutphen vrij om eigen ambities te formuleren.

3. Hierdoor kunnen we aan de slag met het wegnemen van de huidige knelpunten.

Binnen de gemeente Zutphen zijn voor de volgende risicobronnen knelpunten aanwezig met betrekking tot het plaatsgebonden risico (PR) en/of het groepsrisico (GR) en/of de rampenbestrijding:

- 1 LPG tankstation: Harenbergweg 3 (Total)

- 1 BRZO bedrijf Industrieweg 105 (Primagaz)

(BRZO is een bedrijf dat valt onder het Besluit risico’s zware ongevallen):

Deze knelpunten worden weggenomen door het actualiseren van bestemmingsplannen, actualiseren van rampenbestrijdingsplannen, het aanpassen van omgevingsvergunningen en het aanpassen van de infrastructuur.

4. Middels ambities geven we aan hoe veilig de gemeente Zutphen wil zijn.

Waar wettelijke verplichtingen ophouden ontstaat een gebied waarbinnen de gemeente voor wenselijke ontwikkelingen kan kiezen. Te denken valt hierbij aan keuzes rond de vestiging van beperkt kwetsbare objecten zoals hotels, restaurants, sporthallen binnen een risicocontour. Of keuzes over de hoeveelheid mensen binnen een bepaald risicogebied. Voor de rampenbestrijding kunnen deze keuzes van groot belang zijn. Bij deze keuzes is de gemeente gehouden tot degelijke motiveringen en communicatie aan haar burgers. Deze keuzes zijn concreet vertaald in onderstaande ambities per gebiedstype:

4.1 Veilig wonen in Zutphen

In woongebieden horen geen grote risico's aanwezig te zijn, daar moet je veilig kunnen wonen. Op één LPG-tankstation na, is dit in de gemeente ook het geval. Deze afwezigheid van grote risico's willen we ook zo houden, en waar mogelijk de bestaande risico's wegnemen. Dit betekent dat er geen nieuwe risicovolle inrichtingen in of direct naast woongebieden mogen komen. Een stedelijke verdichting binnen het invloedsgebied van 150 meter vanaf het ondergrondse reservoir en het LPG-vulpunt is in beperkte mate (tot 1x de oriëntatiewaarde) mogelijk. Hiermee is de veiligheid in voldoende mate geborgd voor de gebieden waar veel mensen wonen.

4.2 Risico’s op hun plek binnen de bedrijventerreinen

Grotere risico’s horen thuis in een omgeving waar weinig mensen aanwezig zijn. De huidige bestemmingsplannen van Zutphen bieden (risico)bedrijven de ruimte om zich te ontwikkelen op de aangewezen bedrijventerreinen. De huidige ambities zijn er op gericht om deze mogelijkheid te behouden zij het wellicht in iets mindere mate aangezien de aangrenzende woongebieden beschermd dienen te worden alsmede (beperkt) kwetsbare bestemmingen op de bedrijventerreinen.

Alleen op de noordzone van bedrijventerrein De Mars (gebied ten noorden van de Oostzeestraat) is uitbreiding en nieuw vestiging van bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) onder bepaalde voorwaarden toegestaan. De bestaande Bevi-inrichtingen, die op diverse bedrijventerreinen zijn gevestigd, zijn al met hun veiligheidscontouren op de verbeelding (bestemmingsplankaart) vastgelegd.

Bij ontwikkeling of verandering van een bestaande risicobron of door toename van het aantal personen in het invloedsgebied van een risicobron is 2x oriëntatiewaarde de grenswaarde. Uitgaande van de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan.

4.3 Risico’s met mate in het buitengebied

Buiten de bebouwde kom van Zutphen is sprake van een ander type bedrijvigheid, veelal agrarisch en recreatief georiënteerd. Omdat in het buitengebied veel ruimte zit tussen woningen en bedrijven zijn risico's hier met mate toegestaan. Dit betekent dat propaantanks ten behoeve van lokale energievoorziening mogelijk moeten zijn. Risico’s in beperkte mate blijven in het agrarische buitengebied mogelijk, zolang ze andere woningen en bedrijven niet hinderen.

4.4 Afgewogen ontwikkelen in de buurt van transportassen

In de buurt van transportassen (weg, water en spoor) binnen de gemeente Zutphen is er in de huidige situatie door de lage transportintensiteiten van gevaarlijke stoffen en de relatief lage bebouwingsgraad sprake van een laag risico. Met de ambitie 'afgewogen ontwikkelen in de buurt van transportassen’ is bedoeld dat ruimtelijke ontwikkelingen binnen dit gebied mogelijk moeten blijven. Per situatie zal moeten worden beoordeeld of de ontwikkeling voor een eventuele toename van het groepsrisico te verantwoorden valt.

Door het vaststellen van het Basisnet Spoor in 2010 gaat het aantal transporten van gevaarlijke stoffen door Zutphen veranderen. Het ministerie van I&M heeft, op basis van de beoogde ontwikkelingen langs de spoorzone, berekend hoeveel transporten/ketelwagens met gevaarlijke stoffen (stofcategorie A) er maximaal door Zutphen mogen rijden. Dit aantal is eind 2011 bepaald op maximaal 1700 per jaar en valt hiermee binnen de rijksafspraken welke zijn bekrachtigd in het Bestuurlijk Overleg Basisnet van 8 juli 2010.

Kanttekeningen

Bedrijven hebben minder vestigingsvrijheid.

Door de vaststelling van deze beleidsvisie hebben (risico) bedrijven minder mogelijkheden om zich in Zutphen te vestigen. Hier staat tegenover dat bij de vestiging van (risico) bedrijven een afgewogen keuze wordt gemaakt voor een verantwoorde vestigingslocatie. Hierdoor worden burgers van Zutphen voor de toekomst optimaal beschermd.

Geen inspraak mogelijk.

De ontwerp beleidsvisie heeft in 2012 conform de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afd 3.4 AWB) 6 weken ter inzage gelegen. Waarbij de mogelijkheid is geboden zienswijzen in te dienen. Deze definitieve beleidsvisie is na vaststelling door de Raad niet meer vatbaar voor inspraak. Wel kan de visie worden getoetst in de ruimtelijke besluiten of besluiten voor omgevingsvergunningen die open staan voor bezwaar en beroep. 

Risico’s

In de visie is geen saneringsverplichting opgenomen van risicovolle bedrijven of van kwetsbare objecten in risicozones van gevaarlijke stoffen, er zijn dan ook geen financiële risico’s in de vorm van claims te verwachten.

Bij de borging van de visie in bestemmingsplannen zal zoveel als mogelijk rekening worden gehouden met de bestaande rechten van bedrijven. Indien de beleidsvisie in het bestemmingsplan Mars midden en noord wordt geborgd en daarmee ook de grenswaarde van 2x de oriëntatiewaarde van het groepsrisico wordt aangehouden, is het mogelijk dat bedrijven worden beperkt in hun uitbreidingsmogelijkheid. Dit kan tot planschade leiden. Bij de actualisatie/wijziging van het bestemmingsplan Mars midden en noord zal dit risico worden meegewogen.

Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering

Uitvoering/Communicatie

Na vaststelling door de raad treedt de beleidsvisie onmiddellijk in werking. 

Rapportage/evaluatie

Het uitvoeringsprogramma zal jaarlijks worden geëvalueerd en geactualiseerd. Jaarlijks zal de voortgang worden gerapporteerd aan de voor externe veiligheid verantwoordelijke bestuurder. Na een periode van vier jaar wordt de beleidsvisie geëvalueerd en waar nodig aangepast.

Financiën

De financiering voor het opstellen van de beleidsvisie en de uitvoering en borging van de beleidsvisie door de omgevingsdienst Achterhoek (ODA) komt uit de subsidie die de ODA ontvangt uit het Gelders Uitvoeringsprogramma Externe Veiligheid (GUEV). 

Bijlagen

  • Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Zutphen. Deel A: De visie
  • Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Zutphen. Deel B: Wat is externe veiligheid?
  • Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Zutphen. Deel C: Risico-inventarisatie
  • Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Zutphen. Deel D: De visie in de praktijk

 

Bijlagen

Bijlagen Beleidsvisie EV gemeente Zutphen deel A 10 februari 2015
Bijlagen Beleidsvisie EV gemeente Zutphen deel B 10 februari 2015
Bijlagen Beleidsvisie EV gemeente Zutphen deel C 10 februari 2015
Bijlagen Beleidsvisie EVgemeente Zutphen deel D 10 februari 2015
Beleidsvisie Externe Veiligheid - presentatie

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2015-0046

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 26 maart 2015 met nummer 57568;



b e s l u i t :

de beleidsvisie externe veiligheid vast te stellen.

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter,de griffier,

Forum van 20 april 2015


Toelichting griffie:

Het doel van de 'beleidsvisie externe veiligheid' is om een toetsingskader te hebben dat duidelijk maakt welke externe veiligheidsrisico’s in de gemeente Zutphen aanwezig zijn en hoe met deze en toekomstige risico’s wordt omgegaan.
De beleidsvisie is niet gericht op de veiligheid binnen bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken. Deze Arbo-veiligheid wordt geregeld in andere wetgeving en kent andere toezichthouders.

De uitgangspunten uit deze visie worden verder toegepast bij alle gemeentelijke activiteiten en ontwikkelingen waarbinnen externe veiligheid een rol speelt (o.a. vergunningverlening en handhaving, routering gevaarlijke stoffen, ruimtelijk beleid, rampenbestrijding en risicocommunicatie).

De beleidsvisie dient door de raad te worden vastgesteld.


Raadsadviseur: G.A.J. Winters

Datum: 20-04-2015
Tijd: 19:00 - 20:00
Zaal: Commissiekamer
Behandeling: Oordeelsvormend
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: A.J.A. Putker
Griffier: E.P. Langenbach

Aanwezig namensNaam
BurgerbelangA. Verwoort
SPH.M.H. Giesen
D66C.A. Lammers
PvdAM.M.M. Moester
GroenLinks
StadspartijC.R.L. van Toor
VVDW.P. van Stockum
CDAG.H. Brunsveld
ChristenUnieR.A. Klein Bennink
BewustZW

Portefeuillehouder(s): C Pennings-Hanemaaijer
Pers: nee
Publiek: 9
Insprekers: nee
Overig: mevrouw L. Spoelsma en de heer H. Tomassen

Verslag van de vergadering

De Voorzitter heet eenieder welkom, opent de vergadering en licht het onderwerp kort toe.

Voor ligt de beleidsvisie externe veiligheid. Het woord is aan het College voor een toelichting.

College: Het voorliggende stuk is ingewikkeld. De volgende presentatie zal meer inzicht geven in de context en de specialistische inhoud.

[De presentatie is als bijlage bijgevoegd.]

De Voorzitter geeft de fracties de gelegenheid om vragen te stellen.

CDA: Kan er een voorbeeld gegeven worden van de term groepsrisico?

Dhr. Tomassen: Dat begrip staat voor de kans dat iemand komt te overlijden van het totaal aantal personen dat zich binnen een gebied bevinden. Hiervoor zijn normen opgesteld.

D66: Over het spoor worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Is er rekening gehouden met de woningbouw aan de Noorderhaven.

Mw. Spoelsma: In het basisnet is rekening gehouden met die plannen.

VVD: de systematische opstelling van het rapport wordt geprezen. Hoe wordt de ambitie van de organisatie geborgd, welke afdelingen zijn betrokken en hoe is de borging geregeld als er verbonden partijen zijn? Waarom zijn de verdeelstations niet betrokken in deze beleidsvisie? Worden er bedrijven aangetrokken op de vestigingsmogelijkheid voor risicovolle bedrijven?

College: De beleidsvisie geeft geen belemmering voor de vestiging van bedrijven.

VVD: De vraag is niet gericht op het weghalen van bedrijven, maar op het aantrekken ervan.

College: Dit onderwerp zit in een andere portefeuille. Het komt vreemd over om te gaan adverteren voor risicovolle bedrijven.

Het hoogspanningsnet valt buiten deze beleidsvisie.

Mw. Neefjes: Het beleid wordt meegenomen in de ruimtelijke ontwikkelingen in de bepaalde gebieden. Bij de toetsing van aanvragen om omgevingsvergunningen wordt ook aan het beleid getoetst. De Omgevingsdienst Achterhoek levert berekeningen aan en controleert de uitvoering aan de hand van vergunningen. De VNOG heeft meegedacht bij het opstellen van het beleid. Op die manier wordt de uitvoering geborgd door de organisatie en daarbuiten.

Dhr. Tomassen: Bij nieuwe risicobronnen wordt de Omgevingsdienst Achterhoek en de VNOG betrokken.

VVD: De antwoorden stellen niet gerust. Dit is een stuk papier, niet het veiligheidsniveau. De vraag is: als er iets gebeurd, hoe reageert de overheid dan?

Dhr. Tomassen: Die aanpak is belegd binnen de veiligheidsregio, in de rampenbestrijdingsplannen. Dit deel gaat over preventie, het in kaart brengen van (geprojecteerde) knelpunten en voorkomen dat er nieuwe knelpunten komen. Dit stuk gaat niet over de bestrijding van rampen.

Burgerbelang: Deze visie zou al in 2007 komen. Waarom heeft het zo lang geduurd?

Mw. Neefjes: In 2007 is besloten dat deze visie er moest komen. Door wisseling van medewerkers is er in 2012 een ontwerp ter inzage gelegd. De visie is daarna niet vastgesteld, omdat het bestemmingsplan Mars/Midden Noord er moest komen. Als de beleidsvisie er destijds was geweest was er een aanzienlijk risico op planschade in verband met de vestiging van Primagas. De afweging hoe de vestiging veiliger te maken en het risico op planschade te beperken is destijds gemaakt.

Op dit moment wordt het risico van Primagas verlaagd door de omgevingsvergunning te wijzigen, het rampenbestrijdingsplan aan te passen en het bestemmingsplan aan te passen en daarbij het planschade risico laag te houden.

Stadspartij: Wanneer is de ‘ontbrekende tool’ die genoemd wordt gereed en wanneer is het risico communicatiebeleid klaar. Er worden adviseurs genoemd, wie zijn dat?

Mw. Spoelsma: De genoemde tool is de risicokaart die door de provincie getrokken wordt en door de omgevingsdiensten wordt gemaakt. Deze is gedeeltelijk gereed. Hij draait, maar de efficiency wordt verbeterd.

Het risico communicatiebeleid is onderdeel van het regionale beleid. De spotjes ‘denk vooruit’ zijn daar onderdeel van.

Mw. Neefjes: de verankering in bestemmingsplannen loopt via team Omgeving. De toetsing daaraan bij team Vergunningen & Handhaving. De integrale veiligheidsambtenaar is mevrouw Van Veldhuizen.

PvdA: Hoe blijft de informatie naar de burger up-to-date en toegankelijk?

Mw. Neefjes: Het risico communicatiebeleid is het beste middel hiervoor. Tegelijk is er een risicokaart in twee delen, een voor de professional en een voor de burger.

ChristenUnie: Hoe worden risico’s verlaagd, bijvoorbeeld een LPG tank nabij een flat?

Mw. Neefjes: De tanks zijn verplaatst in de richting van de begraafplaats. Dat is geregeld in de nieuwe omgevingsvergunning.

De Voorzitter concludeert na een korte inventarisatie dat de fracties dat dit stuk rijp achten voor besluitvorming in de raad. De Voorzitter sluit de vergadering.


Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad


Raad 18 mei 2015 (21:30 - 23:00)

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.


Bijlagen:
Handelingen raad 18 mei 2015

Besluit

Aangenomen
Geen amendementen ingediend


Deze pagina

  • a
  • a
  • a
  • tekstgrootte

Behandeld in

  • Bezoekadres: 's Gravenhof 2, 7201 DN Zutphen
  • Postadres: Postbus 41, 7200 AA
  • Telefoon: 140575
  • Email: info@zutphen.nl