Beleidsplannen en verordeningen sociaal domein

Onderwerp Beleidsplannen en...

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Beleidsplannen en verordeningen sociaal domein

Onderwerp Beleidsplannen en verordeningen sociaal domein
Programma12. Welzijn en zorg13. Sociale Zaken
ForumOordeelsvormend
Portefeuillehouder P.C.M. Withagen, A. de Jonge
Inlichtingen bij H. Rietman
06 13313709 h.rietman@zutphen.nl
Soort bevoegdheidKaderstellend
BeleidsvrijheidBeperkt
ProgrammabegrotingswijzigingNee
Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :
  1. De beleidsplannen Wmo, Jeugd, Participatiewet en Introductienotitie vast te stellen
  2. De regionale uitvoeringsnota jeugd vast te stellen
  3. De aangepaste takenlijst van de GR Het Plein goed te keuren.
  4. De verordeningen vast te stellen:

      Wmo

    1. Verordening Wmo 2015

      Jeugd

    1. Verordening jeugd 2015

      Participatiewet

    1. Re-integratieverordening 2015
    2. Verordening tegenprestatie 2015
    3. Verordening loonkostensubsidie 2015
    4. Maatregelenverordening 2015
    5. Verordening Individuele studietoeslag 2015
    6. Verordening Individuele inkomenstoeslag (IIT) 2015
    7. Verordening Meedoenregeling 2015
    8. Verordening cliëntenparticipatie 2015
    9. Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015
    10. Handhavingsverordening 2015

Inhoud

Inleiding/aanleiding

Op 1 januari 2015 is de invoering van de drie decentralisaties in het sociaal domein een feit. Vanaf dat moment zijn de gemeente Zutphen en Lochem verantwoordelijk voor de uitvoering van de nieuwe Jeugdwet, Participatiewet en de overheveling van AWBZ taken naar de Wmo. Hiermee nemen de gemeenten taken over van het rijk en de provincie. De voorbereiding op de decentralisaties wordt uitgevoerd onder het programma Sociaal Domein.

In maart heeft u het algemeen beleidskader vastgesteld. De kaders hieruit hebben we verder uitgewerkt in specifieke beleidsplannen per decentralisatie (Wmo, jeugd en Participatiewet) en een introductiedeel waarin we een aantal overkoepelende elementen bespreken.

Bij de beleidsplannen horen ook verordeningen. Omdat deze nauw samenhangen met de beleidsplannen, bieden wij u deze gezamenlijk aan. Het vaststellen van de beleidsplannen en verordeningen is een bevoegdheid van de raad.

Beleidsplannen

In deze paragraaf geven we de belangrijkste punten weer uit de beleidsplannen.

- De punten staan in de volgorde waarin u ze tegenkomt in de beleidsplannen, gerangschikt naar onderwerp

- Er staat aangegeven of het een beleidskeuze of uitvoeringsuitgangspunt betreft. De beleidskeuzes geven de kaders van het beleid weer, die u met het vaststellen van het beleidsplan stelt. De uitvoeringsuitgangspunten zal het college hanteren bij de uitvoering van het beleid.

Voor een uitgebreide onderbouwing van de punten verwijzen we u graag naar de bijlagen met de beleidsplannen.

Introductie op het drieluik beleidsplannen

Inzet PGB’s

1 Beleidskeuze

Er komt een eenvoudige en laagdrempelige regeling voor de inzet van PGB’s die geldt voor Jeugdhulp en Wmo. We onderscheiden twee tariefstructuren: professioneel en niet-professioneel.

Onafhankelijke klachten- en bezwarenregeling

2 Uitvoeringsuitgangspunt

We zorgen voor een goede, laagdrempelige klachtenprocedure voor het brede sociaal domein. Hierover verstrekken wij eens per jaar een rapportage aan de raad.

3 Uitvoeringsuitgangspunt

Uitvoeringsorganisaties in het sociaal domein die wij contracteren, moeten een interne klachtenprocedure hebben.

4 Beleidskeuze

We ontwikkelen het takenpakket van de vertrouwenspersoon jeugd naar het brede sociale domein.

5 Beleidskeuze

Wij meten in 2015 minimaal een keer het effect van het uitgevoerde beleid door middel van een publieke hoorzitting met uitvoerders, ontvangers van zorg en cliëntenorganisaties.

Privacy

6 Beleidskeuze

We gaan zorgvuldig om met het delen van informatie en vragen toestemming van de betreffende burger. We voldoen aan de wettelijke kaders voor privacy.

Beleidsplan Wmo

Kanteling

7 Uitvoeringsuitgangspunt

We geven cliëntondersteuning zo vorm dat burgers van gratis onafhankelijke ondersteuning gebruik kunnen maken bij het formuleren van hun hulpvraag en bij het gesprek over mogelijke oplossingen.

1 Gezin – 1 plan – 1 regisseur

8 Beleidskeuze

We stimuleren en faciliteren de ontschotting tussen professionals (van verschillende organisaties) zodat hulpverlening goed op elkaar afgestemd wordt.

Toegang

9 Uitvoeringsuitgangspunt

We brengen in kaart wat we momenteel aan algemene oplossingen en maatwerkoplossingen hebben en bepalen mede aan de hand van bestaande indicaties waar aanvulling nodig is.

10 Beleidskeuze

Om in aanmerking te komen voor een maatwerkoplossing dient het college van B&W een beschikking af te geven.

11 Beleidskeuze

We moeten een overgangssituatie creëren voor burgers met een AWBZ-indicatie die overkomen naar de Wmo.

12 Beleidskeuze

Met het proces van toegang en toeleiding leveren we een bijdrage aan de beheersbaarheid van de kosten van het sociale domein.

Lokaal én regionaal

13 Beleidskeuze

Daar waar voorzieningen regionaal of landelijk worden ingekocht, streven we zoveel mogelijk naar de inzet van deze ondersteuning op lokale schaal.

14 Uitvoeringsuitgangspunt

Een aantal oplossingen en voorzieningen wordt bovenlokaal of landelijk geregeld. Dit geldt voor:

- Basismobiliteit: vervoer gaat vaak over grenzen van de gemeente heen. Daarom maken we hier afspraken over met de regio Stedendriehoek.

- Binnen de VNG is afgesproken om de ondersteuning van zintuigelijk beperkten en de 24/7-bereikbaarheid vanuit landelijk niveau vorm te geven. Hier sluiten wij bij aan.

- Voor vrouwenopvang en huiselijk geweld werken we samen met centrumgemeente Apeldoorn. We sluiten aan bij het daarvoor ontwikkelde beleid.

- Voor maatschappelijke ondersteuning en beschermd wonen werken we samen met centrumgemeente Deventer. We sluiten aan bij het daarvoor ontwikkelde beleid.

Inkoop

15 Uitvoeringsuitgangspunt

We sturen via inkoop op de samenwerking tussen partijen in het sociale domein en creëren gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de transformatie naar minder maatwerkoplossingen en meer algemene oplossingen.

16 Uitvoeringsuitgangspunt

Via inkoop stellen we de kwaliteit van geboden oplossingen vast en bewaken deze.

17 Beleidskeuze

Onder andere via inkoop beheersen we de kosten van oplossingen.

18 Uitvoeringsuitgangspunt

We kopen de maatwerkoplossingen met een bestuurlijke aanbesteding in, zodat alle partijen (klein, groot, zelfstandigen zonder personeel (ZZP)) kunnen deelnemen en zodat tussentijds nog partijen kunnen toetreden.

Eigen bijdrage

19 Uitvoeringsuitgangspunt

We heffen de wettelijk bepaalde maximale eigen bijdrage voor maatwerkoplossingen. Het CAK int de eigen bijdragen en houdt in de gaten of het totaal van geïnde eigen bijdragen voor een cliënt het maximum niet overschrijdt.

20 Beleidskeuze

We vragen een bijdrage voor algemene oplossingen wanneer een cliënt hier langdurig gebruik van gaat maken.

21 Beleidskeuze

We maken uitzonderingen voor specifieke doelgroepen wanneer het heffen van een (eigen) bijdrage leidt tot ongewenste effecten zoals zorgmijding.

Financiën

22 Beleidskeuze

We zetten de huidige middelen zoveel mogelijk in voor preventie. Bezuinigingen mogen niet ten koste gaan van de preventieve activiteiten.

23 Beleidskeuze

We reserveren - naast de gelden voor de wettelijk vereiste algemene oplossingen - 5% van het budget voor overige algemene oplossingen.

24 Uitvoeringsuitgangspunt

We begroten 5% van het budget voor uitvoeringskosten.

Beleidsplan Jeugd (lokaal)

Geldigheidsduur en actualisering beleidsplan

25 Beleidskeuze

Dit lokale beleidsplan Jeugdhulp stellen we vast voor een periode van twee jaar, met een evaluatie eind 2016.

De kanteling

26 Beleidskeuze

We investeren in versterking van de rol van het CJG ten behoeve van de regierol van de gemeente bij de jeugdhulp.

Preventie en vroegsignalering

27 Beleidskeuze

We gaan vanuit het CJG bij alle betrokken organisaties preventie en vroegsignalering stimuleren, ervaringen uitwisselen, monitoren en evalueren.

Toegang

28 Beleidskeuze

We kiezen voor een expertteam jeugd met specialisten op in ieder geval de terreinen GGZ, LVB en jeugdzorg. Dit expertteam jeugd wordt aangehaakt bij het CJG-netwerk.

29 Beleidskeuze

De gemeentelijke toegangsverlening voor individuele voorzieningen beleggen we bij het CJG.

Eén budget

30 Beleidskeuze

We streven ernaar om (op termijn) bovenop de begrote transformatiekosten (2,5%) 2,5% extra in te zetten voor de realisatie van algemene oplossingen (overige voorzieningen) ter versterking van preventieve activiteiten en hulp nabij.

31 Beleidskeuze

Vanwege de verschuiving van verantwoordelijkheden en taken naar de gemeente moet er voldoende budget voor de uitvoering van deze taken worden gereserveerd.

32 Beleidskeuze

We sluiten aan bij de indicatieve verdeling van het budget, zoals voorgesteld in de regionale uitvoeringsnota.

Hoe werken we samen met onderwijs

De wettelijk opgedragen OOGO’s zijn gevoerd met het primair onderwijs (PO; donderdag 17 juli 2014) en met het voortgezet onderwijs (VO; donderdag 11 september 2014). In beiden overleggen heeft het onderwijs ingestemd met het lokaal beleidsplan Jeugdhulp Lochem-Zutphen.

Passend onderwijs en herziening AWBZ

33 Beleidskeuze

- Primair onderwijs: de gemeente garandeert de inzet van de gezinscoach in de ondersteuningsteams van de scholen en gaat in gesprek over de invulling hiervan.

- Voortgezet onderwijs: we maken nadere afspraken over de afstemming ondersteuningsteams scholen en gemeenten.

Cliëntenparticipatie

34 Beleidskeuze

We gaan extra inzetten op cliëntparticipatie.

Beleidsplan Participatiewet

Werk voorop

35 Uitvoeringsuitgangspunt

We werken samen met onderwijs in een sluitende keten om jeugdwerkloosheid te voorkomen en de combinatie leren & werken te bevorderen.

36 Uitvoeringsuitgangspunt

We organiseren de re-integratie zoveel mogelijk in een rechtstreekse relatie tussen Het DeltaPlein, bedrijven en maatschappelijke organisaties, waar werkzoekenden werkervaring kunnen opdoen.

Inkomensondersteuning

37 Beleidskeuze

Voor mensen die inkomensondersteuning nodig hebben, blijft er een sociaal vangnet in de vorm van een bijstandsuitkering.

38 Beleidskeuze

We vullen de bandbreedte die de landelijke regelgeving biedt ruimhartig in.

Tegenprestatie

39 Beleidskeuze

De tegenprestatie sluit aan op de talenten en mogelijkheden van de uitkeringsgerechtigde en draagt bij aan de participatie in de samenleving.

40 Uitvoeringsuitgangspunt

Om verdringing tegen te gaan, vindt er een toets op verdringing plaats via een schriftelijke verklaring van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging van het betreffende bedrijf of instelling.

Werkgeversbenadering

41 Beleidskeuze

We investeren in het ontwikkelen van een lokaal netwerk van werkgevers, die medeverantwoordelijkheid willen nemen voor mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie.

42 Uitvoeringsuitgangspunt

Voor de regionale werkgeversbenadering werken we samen in het Stedenvierkant. Dit is wettelijk vastgelegd en wordt in samenspraak met de regionale Werkkamer uitgewerkt.

Beschut werk

43 Beleidskeuze

Burgers met een Wsw-dienstverband werken zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers of op een beschutte werkplek in de eigen woonomgeving.

44 Beleidskeuze

Burgers met een dienstverband beschut werk ‘nieuwe stijl’ werken zo regulier mogelijk bij werkgevers, bij voorkeur in de eigen woonomgeving.

Meedoenplekken

45 Uitvoeringsuitgangspunt

We ontwikkelen een netwerk van ontmoetingsplekken en steunsystemen binnen wijken en kernen en creëren daarbinnen meedoenplekken voor kwetsbare burgers die niet in staat zijn om te werken.

46 Beleidskeuze

We reserveren middelen voor burgerinitiatieven, die deze meedoenplekken ondersteunen.

Armoedebeleid

47 Beleidskeuze

De referte-eis voor de individuele inkomenstoeslag bedraagt voor Lochem en Zutphen 3 jaar.

48 Uitvoeringsuitgangspunt

We onderzoeken de mogelijkheden om betaalbare zorg te bieden aan mensen met een laag inkomen en hoge zorgkosten.

49 Beleidskeuze

Wij stellen middelen beschikbaar voor initiatieven vanuit de samenleving die bijdragen aan het oplossen van armoedeproblematiek.

Cliëntenparticipatie

50 Uitvoeringsuitgangspunt

De Cliëntenraad heeft ruime taken en bevoegdheden en wordt betrokken bij het ontwikkelen van beleid op het terrein van werk en inkomen.

Inkoop

51 Uitvoeringsuitgangspunt

Waar mogelijk sluiten we aan bij de bestuurlijke aanbestedingsprocedure van de WMO.

Toegang

52 Beleidskeuze

Om in aanmerking te komen voor een maatwerkoplossing dient b&w een beschikking af te geven.  De uitvoering van deze taak is belegd bij Het Plein.

Uitvoeringsstructuur

53 Beleidskeuze

GR Het Plein voert per 1 januari 2015 de Participatiewet uit in samenwerking met Delta.

54 Beleidskeuze

GR Delta blijft per 1 januari 2015 de Wsw ‘oude stijl’ uitvoeren.

Financiën

55 Beleidskeuze

De beschikbare middelen voor re-integratie worden evenredig verdeeld over doelgroepen en instrumenten: werkgeversbenadering; beschut werk; meedoenplekken voor kwetsbare burgers; incentives voor uitstroom.

56 Beleidskeuze

De doorlopende Wsw-verplichtingen mogen niet ten koste gaan van de re-integratiemiddelen.

57 Beleidskeuze

5% van het re-integratiebudget wordt gereserveerd voor de financiering van algemene oplossingen.

58 Beleidskeuze

We intensiveren het armoedebeleid en de preventieve aanpak van schulden met de extra middelen die het Rijk daarvoor beschikbaar stelt.

Regionale uitvoeringsnota Jeugd

Gemeenten zijn wettelijk verplicht om uiterlijk op 31 oktober 2014 een door de gemeenteraad goedgekeurd beleidsplan Jeugdhulp te hebben. In de regio Midden-IJssel/Oost-Veluwe is gekozen voor nauwe samenwerking onder het credo ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet of slim is’. Het regionale deel van het beleidsplan bevat afspraken over die onderdelen die wij samen of eenduidig willen organiseren. Die gezamenlijke afspraken moeten bijdragen aan de efficiëntie en effectiviteit van ons nieuwe jeugdstelsel.

Al eerder hebben de verschillende gemeenteraden nota’s vastgesteld, die gezamenlijk in de regio zijn ontwikkeld. Dit zijn het Regionaal transitiearrangement, de Regionale Kadernotitie Jeugd en de Beleidsnota Inkoop Jeugd. De transitie van de zorg voor jeugd is met name op bovenlokaal niveau onder grote tijdsdruk uitgevoerd. Zo moesten wij naar aanleiding van een bestuursopdracht van het Rijk al voor 1 februari 2014 afspraken maken met Bureau Jeugdzorg Gelderland. Die afspraken met BJzG gelden voor 1 jaar. Met zorgaanbieders zijn voor 1 juli 2014 afspraken gemaakt, gelet op de continuïteit van zorg in 2015 en het te doorlopen inkoopproces.

De uitvoering van veel voornemens, voortvloeiend uit bovengenoemde stukken, loopt parallel met de opstelling van deze nota.

Het regionale deel van het beleidsplan is daarmee, als resultaat van de regionale samenwerking, een uitvoeringsnota geworden. Iedere gemeente afzonderlijk heeft de taak en ruimte om invulling te geven aan het eigen lokale beleid, waar het regionale beleid op aansluit. Specifiek lokale taken zoals de informatie en adviesfunctie, signalering, de toeleiding naar vrij toegankelijke hulp, de licht pedagogische hulpverlening en de coördinatie van zorg, blijven een lokale verantwoordelijkheid en zijn verwoord in het lokaal beleidsplan.

We hebben als acht gemeenten in de regio MIJ/OV ervoor gekozen om beide stukken te integreren tot het goed te keuren beleidsplan. U heeft in een eerder stadium al de kaders voor de regionale dienstverlening vastgesteld. Nu resten nog de lokale besluiten, zoals verwoord in het lokale beleidsplan Jeugdhulp. Omdat de regionale en lokale uitvoering van directe invloed op elkaar zijn, we zo transparant mogelijk willen zijn en het belangrijk is, dat de gemeenteraad in alle ontwikkelingen wordt meegenomen sturen we u ook de Regionale Uitvoeringsnota.

Consequentie is dat het regionale deel geen beslispunten voor de gemeenteraad kent.

Verordeningen

Hieronder volgt een toelichting op de verordeningen (zie bijlage IV).

Verordening Wmo

Op 1 januari 2015 wordt de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) van kracht. Daardoor is het nodig de verordening Wmo aan te passen.

De Wmo 2015 formaliseert de procedure van gekanteld werken die nu al door zowel Lochem als Zutphen gehanteerd wordt. In Lochem is in 2012 de verordening volgens het gekanteld werken opgesteld. In Zutphen wordt binnen de kaders van de bestaande verordening het gekanteld werken gehanteerd. Voor Zutphen doen daarom in deze verordening enkele nieuwe begrippen hun intrede, zoals “Het Gesprek” en “Melding”. Deze maken onderdeel uit van de wet en hebben tot doel het benutten van eigen oplossingen en mogelijkheden te bevorderen.

De definitie van Persoonsgebonden Budget is aangepast aan de wet. Opmerkelijk is dat de Wmo 2015 aan de definitie van het PGB heeft toegevoegd: “…..en die een cliënt van derden heeft betrokken”.

Persoonlijk Plan is eveneens nieuw. De cliënt heeft de mogelijkheid om zelf een plan in te dienen over de maatschappelijke ondersteuning die hij wenst. Hij heeft tot 7 dagen na melding de tijd om met een dergelijk plan te komen. Later indienen kan niet, omdat daarmee de onderzoekstermijn te kort kan worden en het recht om een aanvraag in te dienen wel blijft bestaan.

In artikel 9 staan diverse bepalingen voor het verkrijgen van een maatwerkvoorziening. Voor een maatwerkvoorziening dient het college van B&W een beschikking af te geven.  In artikel 10 staat bepalingen wanneer zo’n voorziening geweigerd kan worden. Veel van deze bepalingen staan ook in de huidige verordening.

In artikel 11 staat bepalingen over de beschikking. De verordening bepaalt dat de beoogde resultaten in de beschikking moeten staan. Feitelijk komt het er op neer dat de motivatie duidelijk in de beschikking moet staan.

In artikel 12 staan bepalingen over het persoonsgebonden budget. Nieuw in de Wet is dat de cliënt moet motiveren waarom hij een PGB wenst. Bovendien beoordeelt het college (ook vooraf) of het PGB zodanig zal worden aangewend dat het veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. Bovendien staan in dit artikelen waar het PGB uit bestaat en hoe de hoogte ervan bepaald wordt.

Artikel 13 beschrijft de mogelijkheid van controles door het college of de verstrekte middelen worden gebruikt waarvoor ze verstrekt zijn.

In artikel 14 staat waarvoor een eigen bijdrage betaald moet worden. De eigen bijdragen voor kindvoorzieningen betreft alleen woningaanpassingen, omdat de staatssecretaris aan de Tweede Kamer gemeld heeft dat eigen bijdragen voor andere voorzieningen voor kinderen niet zijn toegestaan. Bij Algemene Maatregel van Bestuur wordt dit geregeld. Bijzonder is dat voor de Maatschappelijke Opvang in Deventer, voor zover het een inwoner uit onze gemeente is, de eigen bijdrage geïnd wordt door de aanbieder van de opvang voorziening (artikel 14 lid 10).

In hoofdstuk 5 staat kwaliteitseisen voor maatschappelijke ondersteuning. Het gaat hier om generieke eisen. In artikel 15 lid 2 staat dat het college de mogelijkheid heeft om specifieke eisen te stellen. Dat kan van belang zijn wanneer de op te lossen problematiek daar om vraagt.

Artikel 16 gaat over de tarieven in relatie tot de te leveren kwaliteit. Eerder was bepaald dat de gemeenteraad de tarieven voor de Wmo (huishoudelijke hulp) moest vaststellen. Dat is in de Wmo 2015 gewijzigd en voorbehouden aan het college.

Het college moet er voor zorg dragen dat een aanbieder constateringen van calamiteiten en geweldsincidenten kan melden bij een toezichthoudend ambtenaar.

Verder staan in artikel 18 technische bepalingen over herziening, intrekking of terugvordering van de voorziening.

In artikel 19, hoofdstuk 6, staat dat de jaarlijkse waardering voor mantelzorgers kan bestaan uit een financiële, materiële of immateriële waardering. Deze beschrijving geeft het college de meest uiteenlopende mogelijkheid om vorm te geven aan de waardering.

Artikel 20 gaat over een vervanging van de huidige CER en WTCG regelingen, die meerkosten ten gevolge van eigen bijdragen en zorgkosten vergoeden. Beide regelingen verdwijnen.

Hoofdstuk 7 regelt medezeggenschap, inspraak en de behandeling van klachten. Iedere gecontracteerde aanbieder dient over een klachtregeling te beschikken (artikel 21). Dat geldt ook voor ZZP-ers (zelfstandigen zonder personeel). Een vorm van medezeggenschap geldt alleen voor voorzieningen waarbij steeds meer dan 10 cliënten tegelijkertijd aanwezig zijn. Het betrekken van inwoners door het college bij het vormgeven van beleid staat in artikel 23.

In artikel 24 staat dat het gevoerde beleid regelmatig geëvalueerd wordt. De eerste twee jaren half jaarlijks, daarna eens per twee jaar.

In artikel 25 staat dat in bijzondere gevallen van de verordening afgeweken kan worden. Deze regel staat ook in de huidige verordening en heeft tot doel om te voorkomen dat in een individueel geval de verordening tot “onbillijkheden van overwegende aard” ontstaan.

Verordening Jeugd

Vormen van jeugdhulp (Artikel 2)

59 Beleidskeuze

We verdelen mogelijke vormen van jeugdhulp in overige voorzieningen en individuele voorzieningen.

Overige voorzieningen zijn vrij-toegankelijk en voor individuele voorziening is een verwijzing of een besluit van de gemeente nodig.

Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts (Artikel 3)

60 Beleidskeuze

We dragen huisartsen, medisch specialisten en jeugdartsen op om, bij verwijzing van een jeugdige of zijn ouders naar een jeugdhulpaanbieder, het college hiervan in kennis te stellen.

Het college legt de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 5. Daarmee is voor de client de mogelijkheid tot bezwaar en beroep geregeld.

Artikel 6. Regels voor PGB

61 Beleidskeuze

We bepalen de hoogte van een PGB aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura.

62 Beleidskeuze

We stellen voorwaarden aan het betrekken van jeugdhulp van een persoon, die behoort tot het sociale netwerk van PGB-vrager.

Verordeningen Participatiewet

Op 1-1-2015 treedt de Participatiewet in werking. Deze wet komt in de plaats van de Wet werk en bijstand. Dat heeft consequenties voor de bestaande Wwb-verordeningen. Zij moeten aangepast worden vanwege nieuwe uitgangspunten en begrippen in de Participatiewet. Daarnaast kent de wet een nieuwe verordeningsverplichting ten aanzien van de loonkostensubsidie (discretionair: individuele studietoeslag).

Vanaf 1-1-2015 treedt ook een aantal ‘maatregelen WWB’ in werking. De invoering van deze maatregelen is door de regering eerder beoogd, maar valt nu samen met de invoering van de Participatiewet. De maatregelen worden dan ook opgenomen in de Participatiewet. Dat heeft consequenties voor de maatregelenverordening (aanpassing) en de toeslagenverordening (vervalt vanwege de introductie de ‘kostendelersnorm’). De verordening langdurigheidstoeslag wordt vervangen door de verordening individuele inkomenstoeslag, die vergelijkbaar van opzet is. Ten slotte is een verordeningsplicht met betrekking tot de tegenprestatie.[i]

De aangepaste en nieuwe verordeningen worden in het kader van de decentralisaties gebundeld aangeboden aan de raden van Zutphen en Lochem. In deze notitie worden de belangrijke wijzigingen beschreven. Het gaat daarbij vooral om de invulling van aanwezige beleidsruimte, in overeenstemming met de in het beleidsplan Participatiewet geformuleerde uitgangspunten. Indien er sprake is van een verschil met de huidige verordeningen, wordt dit ook aangegeven.

Een deel van de verordeningen heeft betrekking op inkomensondersteuning c.q. minimabeleid (Individuele inkomenstoeslag, individuele studietoeslag, Meedoen-regeling). Zutphen en Lochem voeren hier een eigen beleid, maar streven er naar waar mogelijk en wenselijk gelijkluidende verordeningen op te stellen. Waar er verschillen zijn, is dit aangegeven.

Op onderdelen volgt een nadere uitwerking in beleidsregels. Net als bij de verordeningen betekent dit: deels wijziging en intrekken van bestaande regels, deels nieuwe regelgeving. Dit is een bevoegdheid van het bestuur van Het Plein, met uitzondering van de regelgeving op het gebied van het minimabeleid.

In bijlage IV staat een uitgebreide toelichting bij de verordeningen Participatiewet.

Basismobiliteit is de mogelijkheid voor alle inwoners van de regio om zich zelfstandig tegen een redelijk tarief te verplaatsen.

Het gaat met name om “lichte” ondersteuning zoals scholing, lezingen, cursussen of trainingen die vrij toegankelijk zijn.

De maatregelen WWB houden tevens in dat de categoriale bijzondere bijstand uit de wet verdwijnt. Daardoor vervallen voor Zutphen en Lochem de categoriale regelingen voor ouderen en voor chronisch zieken en gehandicapten. Voor Lochem vervalt tevens de categoriale regeling voor kinderen; die wordt echter ‘opgenomen’ in de Meedoenregeling Lochem (oude DMA regeling + kinderen).

Terzijde. Verwar de regelingen voor chronisch zieken en gehandicapten niet met de (gemeentelijke) maatwerkvoorziening chronisch zieken en gehandicapten. Deze laatste voorziening vloeit voort uit het wegvallen van landelijke regelingen (WTCG, CER): de gemeenten hebben de ‘opdracht’ (niet de verplichting) om een ‘plaatsvervangende’ gemeentelijke regeling te ontwerpen.

Beoogd effect

De beleidsplannen en verordeningen geven duidelijkheid voor de uitvoering. Zowel voor burgers als onze professionele ketenpartners.

Argumenten

1.1 Nadere uitwerking van de algemene beleidskaders

De beleidsplannen zijn een uitwerking van het algemeen beleidskader Sociaal Domein, dat u in februari 2014 hebt vastgesteld. Om de verbinding zichtbaar te maken is in de beleidsplannen steeds het bijbehorende kader uit het algemeen beleidskader opgenomen.

1.2 Beleidsplannen opgesteld in overleg met betrokken dienstverleners en cliëntenorganisaties

Op verschillende momenten is met externe partijen gesproken over (delen van) de beleidsplannen. Er zijn breed bezochte bijeenkomsten georganiseerd, en er zijn diverse gerichte consultaties geweest. De informatie die tijdens deze bijeenkomsten is opgehaald, is verwerkt in de voorliggende beleidsplannen.

1.3 Inspraakreacties

Aanvullend hierop hebben de beleidsplannen ter inzage gelegen en zijn betrokkenen actief uitgenodigd hun zienswijze kenbaar te maken.De inspraakreacties hebben de lijnen van het beleid bevestigd en hebben hier en daar geleid tot tekstuele verduidelijkingen. De zorgen die in de inspraakreacties zijn geuit, gaan met name over de uitvoering. In de komende fase gaan we samen met ketenpartners de uitvoeringspraktijk ontwikkelen. We zullen hierin de reacties meenemen. In de bijlage vindt u een uitgebreide notitie waarin we ingaan op de inspraakreacties.

1.4 Input inrichting uitvoeringspraktijk

De beleidsplannen geven kaders voor de inrichting van de uitvoeringspraktijk. Externe partners gaan samen met een gemeentelijke kwartiermaker aan het werk om concrete invulling te geven aan de uitvoeringspraktijk.

2.1 Duidelijke relatie met lokaalbeleidsplan

Op veel terreinen werken we in de regio nauw samen met andere gemeenten. De regionale uitvoeringsnota jeugd sluit goed aan bij het lokale beleidsplan jeugd.

3.1 Specifieke uitwerking van de beleidsplannen

Gemeenten zijn verplicht in het kader van de nieuwe wetgeving om hun beleid vast te leggen in verordeningen. De verordeningen vormen de concrete uitwerking van de beleidsplannen en geven zo aan wat burgers van de gemeente kunnen verwachten.

3.2 Juridisch juist

De verordeningen zijn gecontroleerd op juridische correctheid.

4.1 De takenlijst van Het Plein dient aangepast te worden

De Gemeenschappelijke Regeling Het Plein is een collegeregeling, waarbij het college bevoegdheden heeft overgedragen aan het bestuur van het Plein (verlengd lokaal bestuur). De taken zijn vastgelegd in een takenlijst, die conform de statuten van Het Plein vastgesteld moet worden door het college, na goedkeuring door de raad. Met de aanpassing van de takenlijst is formeel geregeld dat Het Plein per 1 januari 2015 de Participatiewet en voor Zutphen de WMO uitvoert. Wat betreft de Wmo gaat het niet alleen om voortzetting van de huidige taken, maar ook om uitbreiding met nieuwe taken, waaronder het beoordelen van aanvragen en het verstrekken van indicaties voor Begeleiding, Kortdurend Verblijf en bijbehorend vervoer, en de (financieel) administratieve verwerking, contractbeheer, etcetera.

Kanttekeningen

De beleidsplannen geven duidelijke kaders. De inrichting van de uitvoeringspraktijk is echter nog niet gereed. Hier wordt duidelijk waar burgers terecht kunnen, en hoe hun vraag wordt behandeld. De meeste zorgen in de inspraakreacties betreft de uitvoering. Hier moeten we nog wel forse inspanning leveren.

Uitvoering/Communicatie/Vervolgtraject

In de afgelopen periode is op allerlei manier en momenten overleg geweest met ketenpartners, (vertegenwoordigers van) burgers en raad. Hierdoor is breed draagvlak ontstaan voor de beleidsplannen.

In de komende periode zullen we doorgaan met deze overleggen bij de inrichting van de uitvoeringspraktijk.

Daarnaast is raadswerkgroep sociaal domein opgericht, waar we 2-wekelijks informatie mee zullen delen.

In de komende maanden zullen we intensief communiceren over de veranderingen en de betekenis ervan voor burgers en professionals.

Rapportage/evaluatie

Rapportage over de voortgang verloopt via de stuurgroep Sociaal Domein. De stuurgroep vergadert elke 3 weken. Er is 2-wekelijks overleg met de informele raadswerkgroep sociaal domein over de verdere uitwerking van het beleid.

Financiën

Voor wat betreft de concrete uitvoeringskosten is nog sprake van enige onzekerheid. De cijfers en budgetten vanuit het Rijk kunnen nog worden bijgesteld.

In het algemeen beleidskader hebt u als kader meegegeven dat we niet meer uitgeven dan we aan inkomsten ontvangen. Oftewel: de lasten zijn gelijk aan de baten. In de begroting (november) werken de financiële kaders verder uit. We investeren echter in een zorgvuldige overgang naar de nieuwe situatie. Zorgcontinuïteit heeft onze prioriteit. Hiertoe kunnen we beschikken over de Reserve Sociaal Domein (als samenvoeging van de reserves WWB en WMO). Op die wijze wordt er gewerkt aan een vloeiende overgang naar een situatie waarin binnen de beschikbare budgetten voor de zorg gewerkt kan worden.

Bijlagen

I Drieluik beleidsplannen: Introductie, Wmo, Participatie, Jeugd

1. Introductie
2. Beleidsplan Wmo

3. Beleidsplan Participatie

4. Beleidsplan Jeugd

II Inspraaknotitie Drieluik beleidsplannen en verordeningen sociaal domein

5. Reactienotitie inspraak Beleidsplannen en verordeningen Sociaal Domein

III Regionale uitvoeringsnota jeugd

6. Regionale uitvoeringsnota jeugd

IV Verordeningen Wmo, Participatie, Jeugd

Wmo

7. Verordening Wmo

Participatiewet

8. Toelichting verordeningen Participatie
9. Re-integratieverordening

10. Verordening tegenprestatie

11. Verordening loonkostensubsidie

12. Maatregelenverordening

13. Verordening Individuele studietoeslag

14. Verordening Individuele inkomenstoeslag (IIT)

15. Verordening Meedoenregeling

16. Verordening cliëntenparticipatie

17. Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive

18. Handhavingsverordening

19. Advies CR verordening

20. Concept beantwoording DB Het Plein

Jeugdwet

21. Verordening jeugd

V Takenlijst GR

22. Taken lijst

23. Toelichting

VI Persbericht

24. Persbericht

Stukken die ter inzage liggen

Inspraakreacties op de beleidsplannen.

Bijlagen

Bijlage I 1 Introductie v5 0
Bijlage I 3 Beleidsplan Participatiewet
Bijlage I 4 Beleidsplan Jeugd
Bijlage II 5 Inspraaknotitie
Bijlage III 6 Uitvoeringsnota jeugd
Bijlage IV 7 Verordering Wmo 2015 Zutphen
Bijlage IV 8 Toelichting verordeningen PW
Bijlage IV 9 Re-integratieverordening v20
Bijlage IV 10 Verordening Tegenprestatie
Bijlage IV 11 Verordening loonkostensubs
Bijlage IV 12 Maatregelenverordening
Bijlage IV 13 Verordening studietoeslag Z
Bijlage IV 14 Verordening IIT Zutphen
Bijlage IV 15Verordening Meedoenregeling Z
Bijlage IV 16 Verordening clientenpartic
Bijlage IV 17 Verordening best boete
Bijlage IV 18 Handhavingsverordening
Bijlage IV 19 advies CR verordeningen
Bijlage IV 20 concept reactie DB Plein CR
Bijlage IV 21 verordening jeugd Zutphen
Bijlage V 22 GRPlein-Takenl (2e rev1-1-15)
Bijlage V 23 Toel wijz takenl GR Plein
Bijlage VI 24 Concept Persbericht
Bijlage I 2 Beleidsplan WMO
Aanvulling reactie notitie inspraak Beleidsplannen Sociaal Domein
beantwoording raadsvragen beleidsplannen Sociaal Domein
collegememo Doorontwikkeling pilot CJG4kracht
Beantwoording raadsvragen Beleidsplannen Sociaal Domein - tweede tranche 10 oktober 2014

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2014-0138

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 18 september 2014 met nummer 40551;



b e s l u i t :

  1. De beleidsplannen Wmo, Jeugd, Participatiewet en Introductienotitie vast te stellen
  2. De regionale uitvoeringsnota jeugd vast te stellen
  3. De aangepaste takenlijst van de GR Het Plein goed te keuren.
  4. De verordeningen vast te stellen:

      Wmo

    1. Verordening Wmo

      Jeugd

    1. Verordening jeugd

      Participatiewet

    1. Re-integratieverordening
    2. Verordening tegenprestatie
    3. Verordening loonkostensubsidie
    4. Maatregelenverordening
    5. Verordening Individuele studietoeslag
    6. Verordening Individuele inkomenstoeslag (IIT)
    7. Verordening Meedoenregeling
    8. Verordening cliëntenparticipatie
    9. Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive
    10. Handhavingsverordening

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter,de griffier,

Forum van 6 oktober 2014


Toelichting griffie:
Op 22 september 2014 heeft het college presentatie verzorgd in het Forum over de beleidsplannen en verordeningen sociaal domein. Naar aanleiding van de presentatie heeft het college nog een laatste aanpassing doorgevoerd in de concept stukken die kort voor de Forumvergadering van 22 september 2014 zijn verspreid. De aanpassing is doorgevoerd in het document ‘Bijlage I 2 Beleidsplan WMO’. De raad wordt nu voorgesteld om de verordeningen en beleidsplannen vast te stellen. Zoals ook reeds eerder is aangegeven moeten de verordeningen voor 1 november 2014 zijn vastgesteld door de raad. Zo mogelijk worden de beleidsplannen en verordeningen daarom dezelfde avond in de raadsvergadering vastgesteld. Wanneer echter aanpassingen benodigd zijn kan de besluitvorming -tijdens een in te lassen raadsvergadering op 13 oktober 2014 – plaatsvinden. Ambtelijke capaciteit is beschikbaar om de gewenste aanpassingen op 7 oktober 2014 door te voeren, zodat het college later die dag de aanpassingen in zijn vergadering kan accorderen, waarna de gewijzigde versie aan de raad kan worden gestuurd. Vanwege de grote omvang van de stukken is in het Presidium afgesproken dat per fractie twee personen aan de vergadering mogen deelnemen. Verder is afgesproken dat eventuele amendementen die men tijdens de raadsvergadering voornemens is te gaan inbrengen zo snel mogelijk per e-mail zullen worden rondgestuurd. Deze concept amendementen zijn dan bij alle aanwezigen in de Forumvergadering bekend en kunnen dan in de discussie worden betrokken.
Raadsadviseur: G.A.J. Winters

Datum: 06-10-2014
Tijd: 19:00 - 21:00
Zaal: Langemeijerzaal
Behandeling: Oordeelsvormend
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: H.W. Hissink
Griffier: H.M.A.A. van Vliet
Notulist: More Support

Aanwezig namensNaam
BurgerbelangR.C.M. Sueters en A.IJ. Pepers
SPM.J. ten Broeke en E. Müller
D66G.I. Timmer en C.A. Lammers
PvdAJ. Bloem en M.M.M. Moester
GroenLinksG.V.C. Boldewijn en C. Oosterhoff
StadspartijD. Bogerd en J. Boersbroek
VVDH.M.J. Siebelink
CDAK.M. Warmoltz en M.K. van Straten
ChristenUnieA. Oldenkamp
Fractie JansenA.W. Jansen en T. Marks
De Lokale Partij

Portefeuillehouder(s): P Withagen, A de Jonge
Ondersteuners: A. Noordam, M. Rommers, mw. R. Meijerink, mw. J. 't Hoen
Pers: ja
Publiek: 20 personen
Insprekers: --

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom.

Ten aanzien van de vergaderorde legt hij uit dat iedere fractie weliswaar met twee personen aan de vergadertafel mag plaatsnemen, maar dat slecht één persoon als woordvoerder fungeert.

De voorzitter verwijst naar de presentatie van de beleidsplannen en de verordeningen, die op 22 september heeft plaatsgevonden. Naar aanleiding van deze presentatie heeft het College een laatste aanpassing doorgevoerd in de conceptstukken bij dit agendapunt. De Raad wordt voorgesteld om de verordeningen en beleidsplannen vast te stellen.

Vanmiddag is in het Presidium besloten dat de besluitvorming niet vanavond plaatsvindt, maar op 13 oktober a.s. Er is voor deze verdaging gekozen omdat de antwoorden op de gestelde vragen vanmiddag pas om half vier zijn ontvangen.

Concept-amendementen kunnen bij de bespreking betrokken worden. De raad heeft een brief van de Rekenkamercommissie ontvangen inzake monitoring van de decentralisaties.

Het college geeft een korte toelichting op de per 1 januari beoogde situatie.

Verder geeft het college aan dat het de bedoeling is dat de discussie in het Forum van vanavond zich toespitst op de beleidskeuzes en verordeningen op grond waarvan het college zich kan richten de voorbereidingen ten behoeve van de invoering per 1 januari a.s.

Alle zorgvragers, die nu op grond van de Wmo of de Participatiewet hulp krijgen, zijn geïnformeerd dat de zorgverlening vanaf 1 januari 2015 doorloopt. Hiertoe zijn afspraken gemaakt met de zorgaanbieders. Dat betekent echter niet dat de zorgverlener altijd dezelfde persoon blijft. Daar waar de indicaties aflopen, wordt met betrokkenen gesproken over het vervolg. Ook voor nieuwe hulpaanvragen en voor nieuwe zorgvragers moet op 1 januari duidelijk zijn waar ze terecht kunnen. Wat dit betreft zal voor duidelijke informatie worden gezorgd, zodat iedereen weet waar hij/zij terecht kan.

De sociale wijkteams bestaan reeds deels. Diverse organisaties hebben de opdracht gekregen om zich door te ontwikkelen teneinde samenhang in de zorg te realiseren.

Tussen nu en 1 januari 2015, maar ook in 2015 blijft het college op informele avonden met de gemeenteraden van Zutphen en Lochem in gesprek en zal voorts tijdens de formele bijeenkomsten, de raad actief informeren over onderwerpen die het college en de raad belangrijk vinden.

De SP geeft aan dat het belangrijkste punt voor de SP de huishoudelijke zorg betreft. De SP heeft een amendement ingediend aangezien het standpunt van de SP veel stelliger is dan de formuleringen in het beleidsplan. De SP heeft vervolgens een petitie opgesteld en in de wijken steun gevraagd voor dit amendement. De SP heeft in een periode van tien dagen 1.894 handtekeningen verzameld.

De tekst van het amendement luidt: “In Zutphen blijft de huishoudelijke zorg behouden als gemeentelijke voorziening’’. Hiermee wordt een wijziging op het beleidsplan Wmo beoogd.

Dat wil niet zeggen dat de SP niets wil veranderen en alles wil houden zoals het nu is. De SP is benieuwd naar de reacties van de overige partijen.

In het collegeakkoord is gesteld dat professionals een centrale rol vervullen bij de indicatiestelling. De SP weet dat de indicering soms telefonisch gebeurt door consulenten van het Plein. De fractie vraagt of de wethouder van mening is, dat deze Wmo-consulenten de “professionals” zijn waarvan in het college-akkoord melding wordt gemaakt. Als dat niet het geval is, wil de SP graag weten op welke professionals hier dan wel wordt gedoeld. De SP wil in ieder geval voorkomen dat ambtenaren gaan bepalen of zorg wordt geïndiceerd. Ambtelijk kunnen in de besluitvorming immers budgettaire motieven meespelen.

De SP gaat ervan uit dat alle zorginstellingen waar de gemeente mee samenwerkt, voldoen aan de Wet Normering Topinkomens, WNT. De SP wil hier graag duidelijkheid over krijgen, want uit eigen onderzoek is gebleken dat enkele instellingen daar niet aan voldoen.

De ChristenUnie constateert dat er veel werk is verzet en acht de voorliggende stukken een compliment waard. De meeste ‘spanning’ zit echter niet in de voorliggende stukken, maar in de daadwerkelijke uitvoering per 1 januari. Het is bij een dergelijk grote transitie bijna een gegeven dat er zaken mis zullen gaan. Daar zal de raad dan ook heel alert op moeten zijn en actie op moeten ondernemen.

Voor de ChristenUnie is de identiteitsgebonden zorg belangrijk. Het zou mooi zijn als expliciet wordt aangegeven dat ook gebruik kan worden gemaakt van identiteitsgebonden zorg. De ChristenUnie hoort graag de toezegging van de wethouder wat dit betreft.

Spreker verwijst naar het amendement van de SP. De ChristenUnie begrijpt de strekking hiervan. Ook de ChristenUnie wil dat huishoudelijke hulp behouden blijft voor de inwoners van Zutphen. In het collegeakkoord is echter opgenomen dat er ook gekeken moet worden naar andere vormen van hulpverlening. Het is een dilemma dat nog niet bekend is hoe een en ander precies ‘uitpakt’, zodat er nog geen plan B gemaakt kan worden. De strekking van het amendement is goed, maar het is lastig om in dit stadium reeds zaken te ‘bevriezen’. Als de voortzetting van de huishoudelijke hulp in het geding komt, moet de gemeente in staat zijn maatwerk te leveren. In dat geval zou het ‘bevriezen’ nadelig kunnen uitwerken. De ChristenUnie verwijst naar het grote aantal handtekeningen en is van menig dat het hiermee afgegeven signaal serieus moet worden genomen.

Het CDA verwijst naar het amendement van de SP. Het CDA begrijpt de zorg, die zich ook uit in het grote aantal handtekeningen. Dat neemt niet weg dat het uitgangspunt is, dat voorzieningen geen voorzieningen meer zijn, maar oplossingen worden en dat het niet voor iedereen hetzelfde blijft. Uitgangspunt blijft dat iedereen die hulp die nodig heeft, die hulp ook krijgt.

Het CDA wil openhouden dat dit op een andere manier kan worden ingevuld. Voor dit moment ziet de fractie geen reden om voorliggend amendement aan te nemen. Mocht een en ander op grote schaal mislopen - wat het CDA niet verwacht - dan kunnen altijd nog maatregelen genomen worden.

De beleidsplannen en verordeningen zien er goed uit. Het CDA is blij met de opgenomen hardheidsclausule. Dat neemt echter niet weg dat het CDA wel zorgen heeft over de taken van de professionals, die er met deze nieuwe manier van werken nieuwe taken bij krijgen. Zij hebben daar ondersteuning bij nodig.

In de stukken wordt onvoldoende aandacht geschonken aan scholing. Het CDA is van mening dat het mogelijk moet zijn om te controleren of er voldoende scholing wordt aangeboden en gevolgd. Derhalve stelt het CDA voor om tijdelijk een ‘meta-regisseur’ aan te stellen die professionals gaat ondersteunen en verantwoordelijk is voor de uitvoering van de taken. Dat kan bijvoorbeeld een ambtenaar die de overkoepelende taken in het oog gaat houden. Deze functionaris houdt toezicht op een eenduidige werkwijze van de wijkgerichte teams, begeleidt, coördineert en monitort hulpverleningsprocessen, adviseert de wethouder en signaleert problemen in het proces. Ook stimuleert hij het tijdig afschalen van zorg.

Het CDA heeft zorgen over de bereikbaarheid van hulp en de kennis van de sociale kaart. Afgevraagd wordt hoe burgers kunnen weten uit welke zorg ze kunnen kiezen, maar ook hoe hulpverleners weten wie hulp nodig heeft. Spreker vraagt of de toegang goed is geregeld, iedereen op tijd hulp vraagt en wil graag weten of in voldoende mate ‘achter de voordeur’ wordt gekeken. Tevens maakt het CDA zich zorgen over het overbelast raken van mantelzorgers. Ook hierbij kan de regisseur een rol spelen.

Het CDA maakt zich zorgen over de communicatie. De burgers en de professionals moeten nú worden geïnformeerd op een concreet niveau. Spreker adviseert de informatie op een goed vindbare plek op de gemeentelijke website te plaatsen en voorts de krant en de media, zoals twitter, in te zetten. Ook het instellen van een tijdelijk informatienummer lijkt zinvol.

Afgezien van de hiervoor genoemde zorgpunten kan het CDA zich redelijk vinden in het voorgestelde beleid.

GroenLinks constateert dat een deel van de vragen van de fractie reeds beantwoord is, maar de tijd heeft ontbroken om deze te kunnen bestuderen.

GroenLinks is geen voorstander van het afschaffen van huishoudelijke hulp, maar vindt het lastig er iets uit te lichten. De fractie vindt dat alles bespreekbaar moet zijn. GroenLinks sluit zich aan bij de zorgen die voorgaande sprekers hebben geuit.

GroenLinks verwijst naar de vraag inzake de stresstest. In het antwoord wordt aangegeven dat dit nader zal worden bekeken. De fractie vindt dit antwoord nogal vaag en zou hier graag meer over vernemen.

Er wordt gezegd dat het nodig is dat de formatie van het AMK overgaat naar het nieuwe AMHK. GroenLinks is benieuwd wat bedoeld word met ‘overgaan’ en hoe hard de afspraken zijn.

GroenLinks vindt het belangrijk dat het PGB serieus wordt genomen.

Over de preventie is nog niet veel bekend en de fractie informeert naar de plannen op het gebied van de GGZ en breder voor de toekomst.

De Stadspartij complimenteert het College met de voorliggende stukken, maar voegt daar aan toe dat de vertaalslag naar de uitvoering nog veel vragen oplevert. De fractie heeft de antwoorden op de vragen nog niet kunnen lezen in het e-mailbericht van het College.

De Stadspartij wil meer inzicht in de stappen welke genomen gaan worden. De huidige onduidelijkheid leidt tot de verzuchting: als de gemeente al niet weet hoe een en ander er uit komt te zien, hoe moeten cliënten en zorgaanbieders dat dan weten? In ieder geval acht de fractie het belangrijk om de zorgvragers zo snel mogelijk te laten weten dat in 2015 de zorgvoorziening gewoon wordt gecontinueerd.

De Stadspartij verwijst naar beleidskeuze 62. Hier is gesteld: “We stellen voorwaarden aan het betrekken van jeugdhulp van een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de PGB-vrager”. De vraag is welke voorwaarden dat zijn. In de Wmo Verordening staan de voorwaarden duidelijk aangegeven. Bij de Verordening Jeugd is dat niet het geval.

De Stadspartij dient samen met andere fracties een motie in, inhoudende een opdracht aan het College om er zorg voor te dragen dat het PGB voor iedereen beschikbaar blijft. Daarbij wordt ook gerefereerd aan situaties waarin ouders vergaande zorg moeten verlenen aan hun kind.

Vervolgens gaat de Stadspartij in op het amendement inzake de huishoudelijke hulp. Er is voorgesteld dat de tekst over huishoudelijke hulp in het beleidsdocument Wmo aangepast zou worden. Er is vorige keer over gesproken dat er drie scenario’s voorgelegd zouden worden en dat de Raad op basis daarvan een afgewogen keuze kan maken. De Stadspartij staat achter een keuze tussen de scenario’s; de stelling dat huishoudelijke hulp voor iedereen beschikbaar moet blijven, is echter te kort door de bocht. De Stadspartij had de scenario’s graag in het beleidsstuk terug gezien en geeft aan dat duidelijker benadrukt dient te worden dat zorgvuldig met de huishoudelijke hulp om moet worden gegaan.

De fractie kan op dit moment niet inschatten of zoals het College aangeeft: “Alles per 1 januari goed komt” en vraagt of de contracten met de zorgaanbieders inmiddels zijn gesloten. Voorts vraagt spreker hoe de continuïteit gewaarborgd is als zorgaanbieders hun zorg niet meer kunnen continueren.

D66 complimenteert het college met de voorliggende stukken. Ook D66 heeft de schriftelijke beantwoording nog niet kunnen lezen. Het is dus denkbaar dat de vragen van de fractie mogelijk ‘dubbelingen’ opleveren met eerder gestelde vragen.

D66 verwijst naar het amendement van de SP. D66 vindt het van belang dat er goede zorg wordt verleend, maar wil de discussie openhouden over de manier waarop huishoudelijke hulp wordt ingevuld. Het amendement van de SP heeft tot gevolg dat andere mogelijkheden voor het aanbieden van huishoudelijke hulp niet bekeken worden.

D66 heeft met de Stadspartij en GroenLinks een motie over de eigen regie bij het PGB ingediend. Bij degenen die een PGB hebben, bestaat grote onrust. Sommige PGB-indicaties lopen af in februari of maart 2015. Betrokkenen hebben nog geen gesprekken gehad met de gemeente. D66 wil graag weten wanneer deze gesprekken gaan plaatsvinden?

D66 gaat in op de beleidsplannen. De fractie hecht aan een goede klachtenregistratie en stelt voor dat deze niet één maar twee keer per jaar wordt geëvalueerd.

In het Forum van 22 september heeft het college aangegeven dat zij de inkomensgrens naar 120 procent willen verhogen, maar in het beleidsplan worden twee opties aangegeven (110 procent en 120 procent). Het college geeft daarbij aan, de optie van 110 procent te willen handhaven. Met deze niet eenduidige informatie is niet meer duidelijk wat het College wil. D66 wil graag het huidige beleid voortzetten.

In reactie op de schriftelijke vragen van D66 over huishoudelijke hulp is een brief van het college ontvangen dat deze vragen vanwege de hoge werkdruk verlaat beantwoord zullen worden. De fractie benadrukt deze antwoorden graag vóór de raadsvergadering van 13 oktober te ontvangen.

In de beleidsstukken wordt aangegeven dat er naar gelang de vraag een wisseling van expertise in de gebiedsgerichte sociale teams kan plaatsvinden. De vraag is wie hier de regie over gaat voeren en hoe dit eruit zal gaan zien.

Fractie Jansen heeft nog geen kennis genomen van de moties en kan hierover dus ook nog niet oordelen. De fractie deelt de zorg over de uitvoering. Er leven bij belanghebbenden veel vragen en de antwoorden hierop ontbreken. De gemeente heeft als taak de mensen mee te nemen in het proces.

Vervolgens gaat de fractie in op het amendement van de SP. Naar aanleiding hiervan wil de fractie wil weten of de vertaling van het collegeakkoord één op één is overgenomen in het voorliggende voorstel.

De PvdA sluit zich aan bij de complimenten die de vorige sprekers hebben geuit. Er moet snel duidelijkheid ontstaan en de verordening moet zo snel mogelijk worden vastgesteld zodat de uitwerking ter hand kan worden genomen.

De PvdA heeft behoefte aan duidelijke evaluatiemomenten wanneer de transities eenmaal in gang zijn gezet. De toezegging dat de raad na 1 januari goed geïnformeerd blijft, is van groot belang en geruststellend.

De verhoging van de inkomensgrens voor kwijtschelding levert een interessante discussie op, mede gezien het effect op de armoedeval. Het is jammer dat D66 er bij voorbaat voor kiest het huidige niveau te handhaven. De fractie verwacht dat als de inkomensgrens verhoogd wordt naar 120 procent van het minimumloon de armoedeval van mensen met een uitkering juist verkleind wordt. De PvdA is benieuwd naar het inzicht in de effecten van de aanpassing van de inkomensgrens.

De PvdA steunt de motie van GroenLinks ‘Right to Challenge’. De fractie vindt de motie over het PGB weliswaar sympathiek, maar is wel benieuwd wat een ruimhartig PGB-beleid financieel betekent.

Vervolgens gaat de fractie in op het amendement van de SP en geeft aan dat het signaal dat met de opgehaalde handtekeningen wordt afgegeven serieus genomen dient worden. Het amendement geeft echter te veel het signaal af dat alles moet blijven zoals het is, al weet de PvdA dat dit niet zo is bedoeld.

De PvdA gaat akkoord met het voorstel en benadrukt een goede voortgang belangrijk te vinden.

De VVD dankt het college voor het vele werk dat is verricht.

Het is belangrijk dat de raad goed geïnformeerd wordt over de uitvoering van de plannen. De VVD is teleurgesteld dat de beantwoording van de vragen zo laat is gebeurd. Hierdoor kan op dit moment niet goed op de antwoorden gereageerd worden.

Het CJG krijgt een belangrijke rol en de fractie wil weten of de organisatie op 1 januari startklaar is.

Verder heeft de fractie vernomen dat er een speciale raadssessie rond dit thema wordt georganiseerd en wil zo spoedig mogelijk weten wanneer deze plaats zal vinden.

De fractie realiseert zich dat beleidsplannen niet alles tot in detail kunnen beschrijven. Het is echter belangrijk dat een goede en adequate oplossing kan worden geboden in geval iemand tussen de wal en het schip terecht dreigt te komen. Er moet voor gezorgd worden dat voor dergelijke situaties een plan klaarligt.

Voorts wil de fractie weten hoe de communicatie gaat verlopen en ziet graag wat dit betreft een tijdsplanning tegemoet.

De fractie gaat in op het amendement van de SP en geeft aan respect te hebben voor de handtekeningen en begrip voor de zorgen van betrokkenen. Het amendement is echter prematuur. De SP heeft de inhoud weliswaar genuanceerd, maar er staat wel letterlijk in het amendement: “In Zutphen blijft de huishoudelijke hulp behouden als gemeentelijke voorziening.”

De fractie pleit voor een goede monitoring en een goede informatievoorziening naar de raad.

Burgerbelang complimenteert de betrokken ambtenaren en het college. Ook Burgerbelang maakt zich zorgen over de uitvoering.

Het amendement van de SP roept verbazing op bij Burgerbelang. Blijkbaar heeft de SP éérst handtekeningen verzameld bij de burgers en wendt zich pas daarna tot de raadsleden.

Burgerbelang leest in de toelichting op de beleidsplannen dat veel zaken nog niet geregeld zijn. De fractie vraagt zich af of deze niet geregelde zaken in het overzicht zijn verwerkt en wil verder graag weten wanneer de raad deze uitwerking tegemoet mag zien? Als deze zaken aan het overzicht ontbreken, dienen deze te worden toegevoegd. Daar hoort bijvoorbeeld de vrouwenopvang bij en het beschermd wonen. Onduidelijk is of dit is geregeld en zo ja, hoe het is geregeld. Zo nee: is een en ander dan wel per 1 januari gereed? Spreker informeert in dit kader voorts naar de concrete bedragen van middelen die zijn bestemd.

In het onderdeel ‘inkomensondersteuning’ geeft het College aan dat de bandbreedte die de landelijke regelgeving biedt ruimhartig wordt ingevuld. De fractie vraagt een nadere uitleg naar de betekenis van deze uitspraak. Kortom: wat is de bandbreedte? Wat is de invulling? Wat zijn de percentages?

De fractie mist de rapportage van de rekenkamercommissie en wil graag weten wat het College doet met het advies van de rekenkamercommissie? Voorts vraagt spreker of de raad de antwoorden van het college op de opmerkingen van de rekenkamercommissie vóór 12 oktober mag verwachten?

Burgerbelang maakt zich zorgen over de privacy en vraagt zich af of de privacybescherming voor honderd procent gewaarborgd is.

Het Kabinet heeft voor huishoudelijke hulp een budget van 190 miljoen euro voor de komende twee jaar ten behoeve van de gemeenten beschikbaar gesteld. De fractie vraagt zich af of het college inmiddels een aanvraag heeft ingediend om van deze extra gelden gebruik te mogen maken.

De fractie beseft dat de transitie met de nodige aanloopproblemen gepaard zal gaan, maar geeft daarbij aan dit binnen redelijke grenzen aanvaardbaar te vinden. Spreker informeert naar de maatregelen die het college gaat nemen om deze problemen in de komende periode op te lossen en vraagt voorts naar het bestaan van een plan van aanpak.

Tot slot, vraagt de fractie of het college gebruik gaat maken van de stresstest. Deze moet voor 15 oktober a.s. aangevraagd worden.

De Stadspartij attendeert het college er op dat de vragen van de Stadspartij in de schriftelijke beantwoording niet zijn meegenomen.

Het College dankt de leden van het Forum voor de complimenten en beantwoordt vervolgens eerst de vragen over het armoedebeleid en vervolgens successievelijk de overige vragen.

Er zijn drie vragen gesteld over armoedebeleid. In de beleidsplannen staat dat het voornemen is om de norm van de inkomensgrens op te trekken naar 120 procent. Het is echter slechts een ‘idee’ en het voorstel van het college is om de grens van 110 procent te handhaven. Overigens wordt het armoedebeleid in december samen met de raad herijkt. Het huidige armoedebeleid bestaat uit veel verschillende regelingen. In het kader van de wijzigingen in het sociale domein moet het vangnet opnieuw worden bezien en vormgegeven. In december zijn de financiële consequenties helder, alsmede de keuzes die daarbij worden gemaakt en dan kan dus ook de inhoudelijke discussie gevoerd worden.

Ten aanzien van de langdurigheidstoeslag stelt het college voor om deze zodanig in te richten dat tegemoet wordt gekomen aan de nood. In Zutphen kan men in aanmerking komen voor een langdurigheidstoeslag als men gedurende vijf jaar gebruik maakt van de bijstand. De praktijk toont echter dat vijf jaar te lang is. In Lochem heeft men goede ervaringen met een periode van drie jaar. Het college stelt voor de langdurigheidstoeslag terug te brengen naar drie jaar.

Het college gaat niet in op het amendement inzake huishoudelijke zorg. Het college beoogt met de wijze waarop de tekst in het beleidsplan is gewijzigd duidelijk uit te spreken dat huishoudelijke zorg belangrijk is. De discussie zal op basis van enkele scenario’s gevoerd worden. Het college heeft er nadrukkelijk voor gekozen om het besluit van de raad niet als zodanig in het beleidsplan van het college te verwoorden, omdat dat in Lochem gevoelig zou kunnen liggen. Het college van Lochem heeft ervoor gekozen om het beleidsplan Wmo in de huidige vorm te handhaven.

Met professionals worden ook de mensen bedoeld die in de zorg werken. Het Wmo-team geeft de beschikkingen af. Bij het bepalen wat nodig is in een gezin hebben - waar nodig - professionals die in de zorg werken een actieve rol en zij kunnen ook degenen zijn die met een gezin het plan maken.

De zorgorganisaties waarmee Zutphen contracten afsluit, voldoen aan de Wet Normering Topinkomens. Deze wet kent een overgangstermijn en biedt zorgorganisaties tijd om aan de wettelijke norm te voldoen. Het college is er scherp op dat de zorgorganisaties aan de Wet voldoen.

De gemeente dient voorbereid te zijn op situaties waarbij mensen tussen de wal en het schip dreigen te vallen. Het college denkt aan het instellen van actie-/crisisteams die flexibel kunnen inspelen op dergelijke situaties.

Identiteitsgebonden zorg is wettelijk verankerd. Elke aanbieder die voldoet aan de door de gemeente gestelde kwaliteitsnormen kan een contract met de gemeente afsluiten. Daarnaast bestaat de mogelijkheid van het PGB. De keuzevrijheid voor identiteitsgebonden zorg is geborgd. De vraag van de ChristenUnie was om daarvoor een kleine regel op te nemen in het beleidsplan. Het college meent dat het niet nodig is regels die in de wet staan,  op te nemen in het beleidsplan.

Scholing en ondersteuning geldt voor Jeugd, het Wmo-team en de sociale wijkteams.

In plaats van het aanstellen van een meta-regisseur zal gewerkt worden met expertiseteams en crisisteams. De zware ‘multiproblem-plusgevallen krijgen te maken met specifieke procesregie. Alles is erop gericht om in een vroegtijdig stadium te signaleren en ‘achter de voordeur’ te komen.

De communicatie naar de professionals en de mensen waar het om gaat, is belangrijk. Voor de professionals is op 10 november een brede werkconferentie georganiseerd die erop is gericht de professionals te informeren over onder andere werkprocessen en afspraken die uitgewerkt zijn.

Als het communicatieplan gereed is, zal dit ter informatie aan de raad worden gestuurd.

Het college zal tijdens de raadsbehandeling op maandag 13 oktober 2014 ingaan op de Stresstest Jeugd.

De afspraken over de formatie vertrouwensartsen AMHK zijn nog niet formeel. Derhalve kan het college daar nog geen mededelingen over doen.

Het college erkent het belang van preventie. In de bijstellingsnota wordt daarover een passage opgenomen.

Het lijkt er op dat de vragen van de Stadspartij niet goed terecht zijn gekomen. Het college zal ook deze vragen zo snel mogelijk beantwoorden.

In de contracten met de aanbieders is geregeld hoe overdracht van gegevens moet plaatsvinden, indien de aanbieder de afgesproken zorg niet meer kan leveren. Op de vraag van Burgerbelang of de gemeente dan aansprakelijk is, antwoordt het college dat als het niet gaat over verplichtingen die de gemeente eventueel niet is nagekomen, geen claim bij de gemeente neergelegd kan worden. Er zijn geen volumecontracten, maar raamcontracten afgesloten.

Er wordt zo snel mogelijk gesproken met de zorgvragers die een indicatie hebben die begin 2015 afloopt. Als het de gemeente niet lukt om deze personen op tijd te persoonlijk te spreken over vervolgafspraken, zal het PGB worden verlengd.

D66 merkt op dat de mensen willen weten waar zij aan toe zijn. Het is dan ook belangrijk dat zij zo snel mogelijk persoonlijk geïnformeerd worden. De fractie heeft vertrouwen in de woorden van het college, maar dringt er op aan dat de gemeente betrokkenen een brief stuurt over wat er staat te gebeuren.

Het college geeft aan dat dit zal gebeuren, maar eerst moet de raad volgende week het beleid en de verordeningen vaststellen.

Het college zegt een tweejaarlijkse terugkoppeling van de klachtenregeling toe

Het lukt het college niet de schriftelijke vragen over de huishoudelijke hulp voor 13 oktober te beantwoorden.

De crisishulp huiselijk geweld, ook voor ouderen, verloopt via het AMHK.

De regie over de wisseling van de expertise binnen de sociale wijkteams is nog in uitwerking. Stichting Perspectief krijgt de opdracht om samen met de andere partners de doorontwikkeling vorm te geven. De basis voor de teams wordt gevormd door wijkscans. Er zullen wijkteams geformeerd worden, die bekend zijn met de situatie in de wijk. De expertise wordt daarop aangepast. De regie ligt bij de gemeente.

Het college heeft de motie “Right to Challenge” nog niet gezien.

Het college heeft de regionale afspraken die nog gemaakt moeten worden in beeld. Bij de transformatie, ontwikkeling en vernieuwing om de zorg bestendig te houden, hoort een ontwikkelagenda. Het College heeft afspraken gemaakt met de aanbieders ten aanzien van deze ontwikkelagenda.

De reactie van de rekenkamercommissie is pas onlangs ontvangen en komt aan de orde tijdens de raadsvergadering op 13 oktober. Het is nog niet bekend of de vragen schriftelijk worden beantwoord, dan wel mondeling tijdens het debat.

Het college zal bij het Rijk een aanvraag indienen voor toekenning van gelden uit het budget voor huishoudelijke hulp.

Het is spijtig dat de beantwoording van de vragen zo laat heeft plaatsgevonden. Het Presidium heeft besloten dat de vragen volgende week in één totaalpakket beantwoord zullen worden.

De SP verwijst naar de reacties op het SP-amendement. Er is gesteld dat het amendement de huishoudelijke hulp ‘in beton giet’. De zorg verandert en daar heeft de gemeente voor een deel invloed op. Alle zorgen worden gedeeld, maar de fracties willen blijkbaar pas actie ondernemen als het mis gaat.

D66 geeft aan dat deze conclusie niet terecht is. D66 wil ook rekening houden met andere doelgroepen in het sociale domein en wil de discussie breder trekken dan alleen de huishoudelijke hulp.

De PvdA vraagt de SP of het mogelijk is om het amendement zodanig aan te passen dat de oplossing ‘niet in beton is gegoten’ maar ook naar andere oplossingen gezocht kan worden.

De SP stelt dat het pleidooi voor goede huishoudelijke zorg breder is. De SP wil met het amendement problemen voorkomen. De SP is bereid de tekst van het amendement in die zin aan te passen dat aan de wensen van de overige fracties tegemoet gekomen kan worden.

De SP is het niet eens met Burgerbelang, dat het vreemd is dat SP eerst met een petitie naar de burgers is gegaan en pas daarna naar de raad.

GroenLinks kondigt een motie aan over het recht de gemeente uit te dagen. De gemeente kan actief ruimte maken om burgers zaken zelf - en ook beter – zaken te laten regelen. Op landelijk niveau hebben de PvdA en GroenLinks een amendement ingediend waarmee ‘Right te Challenge’ via de lokale verordening van de Wmo wordt geregeld. Wellicht zou de ‘Right to Challenge op veel meer beleidsterreinen van toepassing kunnen zijn.

D66 legt uit met de motie over het PGB wordt beoogd dat mensen, op het moment dat zij een zorgindicatie krijgen, zij de vrije keuze hebben tussen zorg in natura of een PGB en dat er geen obstakels mogen zijn om die keuze te maken. D66 bedoelt hiermee echter niet “dat iedereen maar van alles mag krijgen”.

Het college is van mening dat het PGB als gelijkwaardig alternatief wordt aangeboden. In de Wmo en de Jeugdwet zijn voorwaarden opgenomen waaraan voldaan moet worden. De intentie van het college is, dat er lokaal niet veel extra regels moeten gelden naast de wettelijke regels.

D66 is zich bewust van de wettelijke kaders.

Vervolgens sluit de voorzitter de vergadering.


Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad


Raad 6 oktober 2014 (21:30 - 23:00)

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.


Bijlagen:
Handelingen raad 6 oktober 2014

Besluit

Aangehouden
Geen amendementen ingediend


Raad 13 oktober 2014 (20:00 - 23:00)

Verslag van de vergadering


Bijlagen:
Handelingen raad 13 oktober 2014

Besluit

Aangenomen
Het voorstel is aangenomen met inachtneming van het aangenomen amendement 2014-A000A5. Amendement 2014-A0006 is verworpen.
Amendement(en) aangenomen



Deze pagina

  • a
  • a
  • a
  • tekstgrootte
  • Bezoekadres: 's Gravenhof 2, 7201 DN Zutphen
  • Postadres: Postbus 41, 7200 AA
  • Telefoon: 140575
  • Email: info@zutphen.nl