Pagina delen

Actualiseren samenwerkingsconvenant beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg

Het college van burgemeester & wethouders stelt voor :

Bijgevoegde zienswijze, waarin is opgenomen dat de raad zich kan vinden in het concept samenwerkingsconvenant ‘beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen 2023’, in te brengen bij onze beschermd wonen regio.

Inhoud

Inleiding/aanleiding

De gemeenten Deventer, Olst-Wijhe, Lochem, Raalte en Zutphen werken sinds 1-1-2015 samen op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang (op grond van de Wmo 2015). Dit om op een doeltreffende en doelmatige wijze uitvoering te geven aan de wettelijke opdracht, tot toegang, continuïteit en kwaliteit van (regionale) voorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

In die samenwerking is de gemeente Deventer door het Rijk aangewezen als centrumgemeente. De centrumgemeente Deventer ontvangt sinds 1-1-2015 rijksuitkeringen voor enerzijds beschermd wonen en anderzijds maatschappelijke opvang ten behoeve van de hele regio. Om de bestaande samenwerkingsafspraken vast te leggen is eerder onderling een convenant aangegaan.

Het Rijk heeft nu het voornemen tot ‘doordecentralisatie van de rijksmiddelen beschermd wonen’ per 1-1-2023. Vanaf 1-1-2023 worden (geleidelijk over een periode van 10 jaar) de rijksmiddelen, volgens een nieuw objectief verdeelmodel, verdeeld over alle gemeenten, in plaats van alleen over de centrumgemeenten. Regionale samenwerking blijft daarbij verplicht. Door deze landelijke veranderingen rond de financiën, is het nodig dat de samenwerkende gemeenten de regionale samenwerkingsafspraken actualiseren en vernieuwen.

Wij beogen – in afstemming met de andere betrokken gemeenten – een gedegen en tijdige regionale voorbereiding op de door het Rijk voorgenomen doordecentralisatie rijksmiddelen beschermd wonen, waarbij uw raad tijdig betrokken is. Met een vernieuwd concept-convenant, dat in samenwerking tussen de gemeenten tot stand gekomen is, bereiden we ons regionaal reeds voor op de periode vanaf 1-1-2023.

De gemeenteraad wordt daarom nu al in staat gesteld om eventuele wensen en bedenkingen vroegtijdig ter kennis van ons college te brengen met het oog op de voorgenomen vernieuwing van de regionale samenwerkingsafspraken. Deze kunnen door ons dan tijdig ingebracht worden in de regionale samenwerking. (Dit cf. artikel 160 Gemeentewet.) Regionaal is daarom nu het verzoek aan de gemeenteraden om voor 24 juni 2021 alle eventuele wensen en bedenkingen met betrekking tot het vernieuwde samenwerkingsconvenant kenbaar te maken. In de bijlage is de concept zienswijze bijgevoegd, waarin is opgenomen dat de raad zich kan vinden in het concept convenant, zoals dat nu voorligt.

Beoogd effect

  1. Uw raad de gelegenheid te geven wensen en bedenkingen in te brengen ten aanzien van het concept samenwerkingsconvenant.
  2. Te komen tot goede regionale samenwerkingsafspraken die de basis vormen voor de uitvoering van de gemeentelijke taken op het gebied van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg met ingang van 01-01-2023.

Argumenten

1.1. Het concept-convenant beoogt de voortzetting van de huidige samenwerking die als zeer positief wordt ervaren.
In 2017 heeft uw raad de Regiovisie 2017-2022 ‘Transformatie maatschappelijke opvang, verslavingszorg, openbare geestelijke gezondheidszorg en beschermd wonen ggz’ vastgesteld. Daarna is door ons college het Regionaal Actieplan en het lokaal Actieplan vastgesteld. De uitvoering van de visie en de actieplannen doen we in de regionale samenwerking.

De bestaande regionale samenwerking is in 2019 geëvalueerd. Hieruit komt naar voren dat de samenwerking: zorgt voor bundeling van regionale expertise; stabiel is, en goed werkt; een doelmatige inzet van gelden mogelijk maakt; en er positieve resultaten geboekt worden.
Kortom, er zijn goede ervaringen opgedaan met deze regionale samenwerking. De lichte formele vorm van samenwerking in de vorm van een convenant wordt positief gewaardeerd. Dit geldt ook voor de wijze waarop de regionale organisatie is vormgegeven. Kernbegrippen zijn: gelijkwaardige inbreng, korte lijnen, solidariteit en samen optrekken. Gemeenten zitten ‘samen aan het stuur’.

In het samenwerkingsconvenant wordt beschreven dat we doorgaan met de samenwerking zoals we die als gemeenten nu hebben. Daarbij geven we gezamenlijk invulling aan de regionale toegang, subsidiering van aanbieders alsmede het accountmanagement (de contacten met deze aanbieders), aan de contacten met cliëntvertegenwoordigers, en aan monitoring, toezicht en beleidsvorming.
Hiermee wordt op regionaal niveau expertise gebundeld, die we op lokaal niveau, vanwege de kleine schaal en relatief kleine doelgroep, niet kunnen borgen. Juist door de regionale samenwerking kunnen we zorgen voor kwaliteit en continuïteit.  

1.2. Het concept-convenant bereidt ons voor op de landelijke wijzigingen van de doordecentralisatie.
Na de landelijke doordecentralisatie is het huidige samenwerkingsconvenant niet meer toereikend, omdat de afspraken over financiën dan verouderd zijn. Het rijk stelt een niet-vrijblijvende regionale samenwerking ook als voorwaarde. Daarom moet er een nieuw samenwerkingsconvenant komen. Het concept-samenwerkingsconvenant dat is opgesteld is toegesneden op de nieuwe situatie per 1-1-2023.

1.3. Het concept-convenant is tot stand gekomen in goede samenwerking tussen de gemeenten.
Aan het nieuwe concept-convenant is een uitgebreide voorbereiding vooraf gegaan, met inbreng van de beleids-, juridisch- en financieel-ambtenaren van alle deelnemende gemeenten. Op bestuurlijk niveau heeft het draagvlak bij alle portefeuillehouders.

1.4. De financiële afspraken in het samenwerkingsconvenant beperken de financiële risico’s van de landelijke doordecentralisatie.
Het vernieuwde convenant betekent dat met ingang van 1-1-2023 de lokale ‘beschermd wonen’ middelen gaan bijdragen aan de regionale begroting en realisatie van de regionale samenwerking ten aanzien van beschermd wonen. Deze lokale ‘beschermd wonen’ middelen, die onze gemeente na de doordecentralisatie in 2023 voor het eerst zal ontvangen, zijn nodig om de financiële continuïteit te bieden om de regiotaken samen uit te kunnen blijven voeren, waardoor toegang tot en continuïteit en kwaliteit van beschermd wonen en maatschappelijke opvang gewaarborgd is.

De bijdrage van de gemeente aan de regio is daarbij gekoppeld aan de rijksbijdrage die de gemeente ontvangt voor beschermd wonen. Op dit moment is nog niet bekend of het nieuwe verdeelmodel voor individuele gemeenten voor- of nadelig zal uitpakken. Maar door de bijdrage van elke gemeente aan de regio te koppelen aan de rijksbijdrage beschermd wonen, is het per gemeente in principe budgetneutraal. En door de regionale samenwerking wordt het risico gedeeld. Ook op de langere termijn worden de risico’s op financiële uitschieters beperkt, doordat de kosten gedeeld worden.

Kanttekeningen

1.1. De landelijke besluitvorming en het objectief verdeelmodel is nog niet definitief.
Definitieve landelijke besluitvorming over de doordecentralisatie en het nieuwe verdeelmodel wordt in het najaar van 2021 verwacht. Het college beoogt na landelijke besluitvorming opnieuw een raadsvoorstel aan u voor te leggen (naar verwachting begin 2022). Dit raadsbesluit wordt dan met name gevraagd over het uitgangspunt om de door het Rijk toe te kennen financiële middelen beschermd wonen, in te zetten ten behoeve van de uitvoering van de regionale samenwerking. Pas na een positieve besluitvorming door uw raad over dat voorstel, zullen wij het vernieuwde convenant ondertekenen.

Alhoewel de landelijke besluitvorming nu nog niet definitief is, vinden we het wel belangrijk om het proces nu al goed voor te bereiden. Door nu al aan alle gemeenteraden te vragen of zij wensen en bedenkingen hebben, verwachten we begin 2022, na de landelijke besluitvorming, tot een regionaal breed gedragen voorstel aan de gemeenteraden te kunnen komen.

Risico’s

Er zijn financiële risico’s verbonden aan de overgang van het landelijk historisch verdeelmodel naar het objectief verdeelmodel beschermd wonen, aan de doordecentralisatie, en aan regionale samenwerking. De risico’s van het nieuwe landelijke verdeelmodel en de doordecentralisatie zijn echter een gegeven, waar we lokaal geen directe invloed op hebben. De voorlopige uitkomsten van het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen, zoals die onlangs door het rijk gepubliceerd zijn, zien er voor onze regio goed uit. Dit biedt nog geen garanties, omdat de cijfers niet definitief zijn, maar verkleint de risico’s wel. Regionale samenwerking brengt ook altijd een inherent risico met zich mee, maar is voor beschermd wonen ook verplicht.

We verwachten dat we met de voorgestelde samenwerking op grond van het concept-samenwerkingsconvenant, de risico’s zoveel mogelijk beperken. Deze regionale samenwerking heeft zich de afgelopen jaren stabiel bewezen, qua inhoud, samenwerking en financiën. Er is regionaal de afgelopen jaren ingezet op een inhoudelijke transformatie van beschermd wonen, waarbij bewoners worden gestimuleerd zich zo veel mogelijk te ontwikkelen, zodat zij niet onnodig lang in een instelling verblijven. Ook is er regionaal een financiële buffer opgebouwd om de eventuele schokken van het nieuwe verdeelmodel op te vangen. En de afspraken in het concept-samenwerkingsconvenant zijn opgesteld om continuïteit en kwaliteit te waarborgen en financiële risico’s in te perken.

Er zijn ook inherente risico’s aan de uitvoering van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Er wordt gewerkt met een zeer kwetsbare doelgroep, die soms ingewikkeld of zorgmijdend gedrag vertoont. Dit kan in de uitvoering leiden tot risico’s voor de cliënt, medewerkers of derden. Om deze risico’s te minimaliseren werken we regionaal samen, waardoor er op regionaal niveau expertise wordt gebundeld, die we op lokaal niveau, vanwege de kleine schaal en relatief kleine doelgroep, niet kunnen borgen. Juist door de regionale samenwerking kunnen we zorgen voor kwaliteit en continuïteit.

Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering

Na uw besluit over wensen en bedenkingen wordt dit door ons ingebracht bij de samenwerkende gemeenten. De wensen en bedenkingen vanuit alle vijf betrokken gemeenten worden door de betrokken portefeuillehouders regionaal besproken, om te bepalen op welke wijze de zienswijzen van de raden dienen te leiden tot eventuele aanpassingen van het voorgenomen vernieuwde convenant.

Vervolgens wordt in het najaar 2021 een landelijk besluit verwacht over de doordecentralisatie van de rijksmiddelen per 1-1-2023. Na het landelijke besluit, wordt aan de vijf betrokken gemeenteraden een formeel instemmingsbesluit gevraagd.

Indien de vijf raden dit instemmingsbesluit nemen, gaan de colleges zo spoedig daarna ook formeel over tot het aangaan van het vernieuwde convenant, dat als ingangsdatum 1-1-2023 krijgt, met intrekking van het huidige convenant op dezelfde datum.

Rapportage/evaluatie

Regionaal is er 4 x per jaar bestuurlijk overleg beschermd wonen, waarbij wordt gerapporteerd over de voortgang in de breedte en 2 x per jaar over de financiële stand van zaken. Eén keer per jaar wordt geëvalueerd of het samenwerkingsconvenant wordt verlengd of dat dit aanpassing behoeft.
Financiële rapportage aan de gemeenteraad loopt via de reguliere gemeentelijke p&c cyclus.

Financiën

Op dit moment zijn er geen concrete financiële gevolgen, omdat er nog geen definitief besluit wordt gevraagd. (Hiervoor volgt een apart raadsvoorstel, naar verwachting begin 2022, na landelijke besluitvorming in het najaar van 2021).
Maar desondanks kunnen we in grote lijnen al wel beschrijven wat het samenwerkingsconvenant financieel voor gevolgen gaat hebben.

Vooralsnog voorzien we geen financiële problemen. De regio is goed georganiseerd en heeft een financiële buffer voor eventuele tegenslagen. Ook heeft het rijk onlangs de voorlopige uitkomsten van het nieuwe landelijke verdeelmodel voor de beschermd wonen middelen gepubliceerd. Daarin zou onze regio er financieel op vooruit gaan ten opzichte van de huidige situatie. Het is nog lang niet zeker dat de huidige voorlopige uitkomsten uiteindelijk ook de werkelijke verdeling worden. Maar het is voor nu een goede uitgangspositie.

In de afspraken voor de toekomst wordt in het convenant o.a. vastgelegd:
- dat de gemeenten jaarlijks hun rijksmiddelen beschermd wonen en de rijksmiddelen maatschappelijke opvang (incl. oggz en verslavingszorg) inbrengen in de regio ten behoeve van de uitvoering van de regiotaken zoals beschreven in het convenant.
- dat de rijksmiddelen beschermd wonen en de rijksmiddelen maatschappelijke opvang (incl. oggz en verslavingszorg) in beginsel taakstellend zijn voor de regionale begroting.

Hiermee verloopt de doordecentralisatie beschermd wonen in principe budgetneutraal voor onze gemeentelijke begroting.
Wel worden eventuele overschotten of tekorten onderling verevend, ook conform dezelfde verdeelsleutel naar rato van de rijksmiddelen.

Voor de complete en precieze formuleringen zie Art. 7 van het concept samenwerkingsconvenant (zie bijlage 1).

Bijlagen

1. Concept samenwerkingsconvenant beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen 2023.
2. Concept zienswijze.
3. Regionale Basisnota (raadsmededeling); Zienswijze vernieuwing regionale samenwerking beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

Ontwerp

Besluit

Griffienummer: 2021-0038

De raad van de gemeente zutphen,


gelezen het voorstel van het college van burgemeester & wethouders van 30 maart 2021 met nummer 171396



b e s l u i t :

Bijgevoegde zienswijze, waarin is opgenomen dat de raad zich kan vinden in het concept samenwerkingsconvenant ‘beschermd wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen 2023’, in te brengen bij onze beschermd wonen regio.

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente zutphen,

gehouden op:



de voorzitter, de griffier,

Behandeld in Forum van 10 mei 2021 Naar boven

Toelichting griffie

Raadsadviseur:

Datum 10-05-2021 Tijd 19:00 - 20:00
Zaal
Behandeling
Oordeelsvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
F.J.G.M. Manders
Griffier
B.M. Duizer
Notulist
More Support
Genodigden
Aanwezig namens Naam
GroenLinksF.J. Overbeek
SPE. Müller
PvdAS de de Geus
BurgerbelangE Yildirim
D66Y.J.A. ten Holder
VVDJ Lok
CDAH Haringsma
StadspartijG.J.H. Pelgrim
BewustZW
ChristenUnieG.A. Kamp
Kies Lokaal Zutphen Warnsveld

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en heet alle aanwezigen van harte welkom. De voorzitter geeft het woord aan de portefeuillehouder, wethouder Ten Broeke.

Het College geeft aan, dat het onderwerp dat vanavond op de agenda staat, voor de gemeente een ontzettend belangrijk onderwerp is, maar desondanks niet vaak in de raadsvergadering wordt besproken. Enerzijds is het een goed teken dat daar niet vaak aanleiding voor is en het aantal personen waar het bij beschermd wonen om gaat, is klein, maar anderzijds zijn het er relatief in vergelijking met de omliggende gemeenten.

De bestuurlijke overleggen met de buurgemeenten zijn cruciaal om het zorgaanbod goed te kunnen organiseren. Het is voor de gemeente Zutphen van belang, dat de toegang tot beschermd wonen en de indicatiestelling regionaal wordt georganiseerd.

De landelijke ontwikkelingen maken het noodzakelijk om de regionale afspraken tegen het licht te houden. Het College is voornemens de regionale samenwerking voort te zetten in plaats van het over een andere boeg te gooien.

De VVD vindt de uitgangspunten van het convenant zeer helder. De fractie is zeer verheugd dat de samenwerking met de regio als positief wordt ervaren. De VVD maakt zich echter wel zorgen over de financiering. In het voorstel staat dat de besluitvorming over de doordecentralisatie en het verdeelmodel nog moet plaatsvinden. Daarbij is denkbaar dat de kosten negatiever uitvallen dan waar van uit wordt gegaan.

Door de regionale samenwerking is sprake van meer stakeholders. De fractie vraagt in welke mate de raad sturingsmogelijkheden heeft op de financiering.

GroenLinks geeft op voorhand aan dat de vragen van de fractie ook gezien kunnen worden als suggesties. GroenLinks is benieuwd of de onderliggende doelstellingen in het convenant verduidelijkt kunnen worden. Het rapport van de commissie Dannenberg zegt iets over de afbouw. De fractie vraagt hoe zich dit verhoudt tot de Wlz-ontwikkelingen. De fractie informeert voorts naar het aantal personen waar het hierbij over gaat en hoeveel personen daarvan naar de Wlz gaan doorstromen. Voorts vraagt GroenLinks zich af of de wijkontwikkelingen worden meegenomen en wil graag weten of de wethouder iets kan zeggen over de doorontwikkeling van en de besluitvorming over het convenant en wil graag weten hoe de raad op de hoogte wordt gehouden. GroenLinks is ook benieuwd hoe de raad wordt betrokken bij de inhoudelijke finishing touch en hoe de inspraak van betrokkenen is georganiseerd.

Tenslotte informeert GroenLinks naar het aantal daklozen dat buiten slaapt in Zutphen.

D66 wijst op het regionale karakter van voorliggend convenant. In de extramuralisering van de GGZ is het de bedoeling, dat de gemeente meer verantwoordelijkheid neemt om de doelgroep in de wijk op te vangen en ervoor te zorgen dat de lokale voorzieningen goed op orde zijn.

In het sociaal domein werkt de gemeente Zutphen samen met de regio Apeldoorn. Op basis van het gemeentelijk budget zou de gemeente opnieuw kunnen kijken naar de samenwerking. Niettemin meent de fractie dat er weinig keus is en lijkt het de beste optie om de samenwerking zoals deze nu bestaat, voort te zetten. D66 merkt echter op, dat het hierbij niet enkel gaat over beschermd wonen, maar ook over maatschappelijke opvang en verslavingszorg.

Feit is, dat een groot aantal personen is overgegaan van beschermd wonen naar de Wlz. Dat budget is uit de middelen gehaald, terwijl de gemeente wèl de voorzieningen overeind moet houden. D66 vraagt naar de zorgpunten hieromtrent.

D66 vindt het jammer dat er weinig over dit onderwerp wordt gesproken terwijl de gemeente hierin wel een verantwoordelijkheid heeft. Als het om het samenwerkingsconvenant gaat, dan meent de partij dat het goed is dat het College voortbouwt op de bestaande goede ervaringen.

D66 heeft geen wijzigingen of toevoegingen op de zienswijze, maar wel veel vragen. Deze vragen dienen om duidelijk te krijgen hoe de gemeente ook lokaal haar verantwoordelijkheid kan dragen.

Het initiatiefvoorstel van het CDA en Kies Lokaal ziet op de problematiek die op de gemeente zou afkomen wanneer het woonplaatsbeginsel wordt losgelaten. D66 vraagt of het klopt, dat het woonplaatsbeginsel niet wordt losgelaten.

De PvdA dankt het College voor het heldere convenant. De fractie vraagt in welke mate de gemeente Zutphen invloed heeft op de spreiding van zorgvoorzieningen. Deze zijn op dit moment redelijk geconcentreerd op een aantal locaties.

Het convenant is vrij positief opgesteld. De PvdA informeert naar de minder goede ervaringen c.q. de verbeterpunten. Ten tweede, vraagt de partij in welke mate andere gemeenten gehouden kunnen worden aan afspraken en welke eventuele sancties hieraan zijn verbonden.

De ChristenUnie heeft een inhoudelijke vraag over een zin in artikel 6: “De gemeenten spannen zich maximaal in om zorg te dragen dat inwoners zo weinig mogelijk gebruik hoeven te maken van de voorzieningen op het gebied van beschermd wonen.” Daarna volgt een aantal taken van gemeenten, waaronder de taak om voldoende, adequate en betaalbare sociale woonmogelijkheden in de eigen gemeente te bieden. Dit heeft Zutphen echter niet.

De ChristenUnie vraagt zich af in hoeverre de wethouders van de convenantgemeenten dit soort zaken bespreken en in hoeverre er sprake is van monitoring van taken.

De Stadspartij vraagt of en hoeveel passende huisvesting op dit moment wordt aangeboden en wil in het verlengde hiervan weten of ook personen van buiten de regio worden opgevangen. Voorts vraagt de Stadspartij waarom de gemeente op dit gebied met andere gemeenten samenwerkt dan het geval is bij de zorgregio waar Zutphen onder valt. Tenslotte informeer de Stadspartij naar de risico’s voor de financiering en vraagt of gemeenten moeten bijbetalen wanneer de centrumgemeente onvoldoende budget krijgt.

Burgerbelang is benieuwd naar de invloed van de gemeente Zutphen ten opzichte van de centrumgemeente. De partij informeert naar het aantal zorgbehoevenden in de gemeente Zutphen en in de andere betrokken gemeenten.

Burgerbelang vraagt of er een mogelijkheid is om nièt in te stemmen met het voorstel wanneer het nadeliger zou uitpakken dan wordt verwacht.

Tenslotte vraagt de partij wat de consequentie is voor de gemeente Zutphen van het opgebruiken van de bufferruimte door een andere gemeente.

Het CDA is positief over het convenant en kan zich vinden in de voorliggende zienswijze. Het CDA heeft dezelfde vraag als D66 over het woonplaatsbeginsel.

Het CDA vraagt of is nagedacht over een andersoortige samenwerking op het onderwerp. Daarnaast wil het CDA het belang benadrukken van voldoende woningen en heeft hierover dezelfde vraag als de ChristenUnie. De fractie hoort soms dat dit nog steeds problematisch is.

De SP acht het verstandig om de huidige samenwerking voort te zetten. Wat de partij vooral aanspreekt, is de wijze waarop de gemeente samenwerkt met de zorgaanbieders voor beschermd wonen. Dit verloopt niet op basis van inkoop en concurrentie, maar op basis van goede, langlopende afspraken op basis van subsidies.

Wethouder Ten Broeke geeft aan, dat de ambtelijke ondersteuning exacte cijfers kan noemen.

Het regionale actieplan uit 2017 is voor het laatst begin 2017 in de raad besproken. Dit plan is nog steeds van kracht en vormt een belangrijke inhoudelijke onderlegger van de doelstellingen. In 2018 is hierop een lokaal actieplan ontwikkeld. Het lokaal actieplan zit niet bij de stukken van deze vergadering, maar is wel interessant om door te nemen.

De wethouder geeft desgevraagd aan, dat regionale samenwerking van grote invloed is op de spreiding van zorgvoorzieningen. Het onderwerp is inhoudelijk en cijfermatig bespreekbaar in de bestuurlijke regio-overleggen. In Zutphen worden relatief veel mensen opgevangen ten opzichte van andere gemeenten. Doordat goede regionale afspraken gemaakt kunnen worden, ontstaat een betere spreiding.

Er is tot nu geen sprake van het niet nakomen van afspraken. Wel is het een feit, dat afspraken niet zo formeel zijn geregeld als bij een gemeenschappelijke regeling, GR, gebruikelijk is. Als het gaat om het nakomen van afspraken, dan komt het neer op het elkaar aanspreken.

Het is per definitie lastig om het exacte aantal daklozen te noemen. Dat is niet anders voor het aantal daklozen op dit moment in Zutphen. In de week van 3 mei meldde de krant het plan van de gemeente Deventer om extra tijdelijke woningen te creëren om daarmee ook het probleem van dakloosheid tegen te gaan. Dit probleem in Deventer is in ieder geval minder nijpend in Zutphen.

Wat betreft de financiering, merkt spreker op dat er op dit moment enkel nog conceptverdeelmodellen beschikbaar zijn. Uiteindelijk zal de gemeente te horen krijgen, hoeveel budget zij beschikbaar krijgt. Dit budget zal voor sommige gemeenten in Nederland negatief uitvallen. Er zijn wel indicaties voor het budget dat de gemeente Zutphen zal krijgen, maar dit alles is nog onder voorbehoud.

Het idee is dat men zo dichtbij mogelijk en zoveel mogelijk thuis kan leven en wonen en dat zo min mogelijk zorginstellingen nodig zijn. Dit komt ook terug in het regionale actieplan.

De ChristenUnie vraagt of de gemeenten elkaar bevragen over de afspraken die zijn opgesteld.

Wethouder Ten Broeke geeft aan, dat iedere twee maanden (ongeveer) een bestuurlijk regionaal overleg plaatsvindt. Op dat moment wordt er cijfermatig en inhoudelijk gesproken over de opgestelde afspraken. Als één van de gemeenten uit de pas zou lopen, wordt dit direct duidelijk. Dit is tot nu toe niet aan de orde.

Alle gemeenten in Nederland buigen zich momenteel over de beste wijze van samenwerking. De samenwerking en de regio waarin deze plaatsvindt, is tegen het licht gehouden. Het College concludeert dat de gemeente Zutphen het beste af is met de samenwerking zoals die nu bestaat. Het heeft - volgens het College - geen inhoudelijke meerwaarde om vanwege de samenwerking met de regio Apeldoorn op onderdelen in het sociaal domein, ook aan te sluiten bij de regio Apeldoorn op de onderdelen beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

De voorzitter geeft de heer Van Eekeren het woord.

De heer Van Eekeren is regionaal programmamanager beschermd wonen / maatschappelijke opvang bij centrumgemeente Deventer.

Het woonplaatsbeginsel maakt deel uit van de doordecentralisatie van de rijksmiddelen voor beschermd wonen. Onderdeel van de besluitvorming is het al dan niet invoeren van het woonplaatsbeginsel. De VNG heeft aangegeven, dit randvoorwaardelijk te vinden voor de invoering van de doordecentralisatie. In de Wmo is nu nog geen woonplaatsbeginsel opgenomen; dat is wel het geval in de Jeugdwet. Met de doordecentralisatie zal het woonplaatsbeginsel ook in de Wmo van kracht worden. De centrumgemeente vindt dit een positieve ontwikkeling, omdat vooral in de gemeente Zutphen veel personen van buitenaf gebruik maken van de voorzieningen. Die mogelijkheid blijft bestaan, echter houdt het woonplaatsbeginsel in, dat de regio niet als geheel de zorg betaalt, maar dat de gemeente van herkomst van de betreffende cliënt betaalt. Enerzijds zal dit vermoedelijk met de nodige administratieve lasten gepaard gaan, anderzijds heeft het wel rechtvaardigheid in zich.

De Stadspartij vraagt wie de administratie op zich gaat nemen.

De heer Van Eekeren zegt dat de samenwerking voortbouwt op hetgeen er nu is, omdat dit goed bevalt. Cliënten die in de regio wonen, kunnen bekostigd worden door bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam. Andersom zullen cliënten uit een bepaalde gemeente in sommige gevallen buiten de regio worden geplaatst. In dat geval zal de centrumgemeente dit voor de gemeente organiseren en regelen.

GroenLinks vraagt naar de verdeling in de kleinere gemeenten. Zutphen en Deventer hebben allebei zowel een verslavingszorgvoorziening als een GGZ-voorziening, waar uitstroom naar beschermd wonen vaak voorkomt.

De heer Van Twillert is werkzaam voor de regio en heeft Lochem en Zutphen als aandachtsgebied. De vijf samenwerkende gemeenten werken samen met een twintigtal zorgaanbieders. Deze zitten ook in Olst-Wijhe, Raalte en Lochem. De meesten zitten echter in Deventer en Zutphen.

Op dit moment woont een vijftigtal personen bij een viertal aanbieders voor beschermd wonen. Dit betreft Het Dagelijks Bestaan, GGNet, Humanitas en Tactus. Medio 2020 ging het nog over 88 personen. Nu de Wlz is opengesteld, zijn alle personen die levenslang en levensbreed zorg nodig hebben, overgegaan naar de Wlz. Van die 88 personen, medio 2020, was ongeveer de helft inwoner van Zutphen. Spreker weet het exacte aantal niet, maar schat dat op dit moment ongeveer de helft van de vijftig personen die gebruik maakt van het beschermd wonen in Zutphen, ook daadwerkelijk afkomstig is uit de gemeente Zutphen.

Voor de personen die uitstromen en geen eigen woning meer hebben, is in 2018 een nieuwe opstapregeling afgesloten. Op jaarbasis zijn 27 woningen beschikbaar in Zutphen. Dit is voldoende om de personen uit Zutphen terug te laten keren in de wijk. De regio kijkt er kritisch naar dat dit ook daadwerkelijk personen zijn die afkomstig zijn uit Zutphen.

Zutphen kent ongeveer veertig à vijftig personen die gebruik maken van de inloop van Tactus, maar zij zijn niet allemaal dak- of thuisloos. Er is een mogelijkheid om hen te verwijzen naar de daklozenopvang in Deventer. Door het jaar heen zijn er daar altijd zo’n twee à drie personen afkomstig uit Zutphen.

Het gebeurt sporadisch dat personen op straat wonen in Zutphen. Sommige personen zijn moeilijk te stimuleren om naar Deventer te reizen en daar in de opvang te blijven. Het gaat om een kleine groep mensen waar de regio aandacht voor heeft en waar de regio doorlopend mee bezig is om hier oplossingen voor te bedenken.

GroenLinks vraagt of de regio van mening is, dat de wijkontwikkelingen thuishoren in het convenant.

Wethouder Ten Broeke is van mening dat het convenant perfect aansluit bij de andere bewegingen in het sociaal domein en dus ook bij de wijkontwikkelingen.

D66 verwijst naar de Regiovisie 2017-2022. Deze visie is in de vorige raadsperiode vastgesteld en dus onbekend bij de huidige raad. Deze visie gaat vergezeld van een lokale transformatieagenda voor Zutphen. De partij stelt het op prijs als hier een Forum aan gewijd kan worden, daar dit perfect past bij de beleidsvisies voor het sociaal domein.

Burgerbelang vraagt wat er gebeurt wanneer de buffer volledig is besteed. Daarnaast informeert de naar een eventuele mogelijkheid om niet met het voorstel in te stemmen, wanneer het nadeliger zou uitpakken dan verwacht.

Het CDA schetst een situatie. Een inwoner uit Deventer komt in Zutphen beschermd wonen. Deze persoon woont vervolgens enkele jaren in Zutphen. De fractie vraagt of deze persoon vervolgens terug kan naar Deventer, ofwel of er afspraken zijn tussen gemeenten over opstapwoningen.

Wethouder Ten Broeke geeft aan, dat de gemeente financieel verantwoordelijk is. Als het gemeentefondsbudget ontoereikend is, heeft de gemeente wèl de taak om de zorg te bieden. Als de reserve leeg is, zullen gemeenten moeten bijleggen. Een dergelijke situatie is op dit moment niet aan de orde.

De heer Van Eekeren geeft aan, dat het hebben van een reserve een redelijk unieke situatie is. Er zijn tegelijkertijd behoorlijke wachtlijsten. Er vinden investeringen plaats om de wachtlijsten terug te dringen. In het nieuwe convenant is een regeling uit het huidige convenant overgenomen: die regeling houdt in, dat overschotten verdeeld worden over de gemeenten, als de vijf gemeenten daartoe met elkaar besluiten. Als er een tekort is, dan worden de gemeenten geacht bij te dragen.

Qua verdeling, wordt aangesloten bij het objectief verdeelmodel. Het Rijk hanteert een aantal maatstaven om te beoordelen wat redelijk is. Hier komt een objectief verdeelmodel uit voort voor de regio, waar ook de gemeente Zutphen onderdeel van vormt. Het aandeel dat het Rijk redelijk acht, dat de gemeente Zutphen nodig heeft om in voldoende mate te kunnen voorzien in BW-huisvesting voor cliënten beschermd wonen, is het percentage of het aandeel van de gemeente Zutphen in de samenwerking. Dit aandeel kan uiteindelijk positief of negatief uitpakken.

Er zijn de afgelopen jaren overschotten geweest. De buffer is momenteel tien procent van de middelen als geheel. Spreker verwacht daarom niet direct tekorten, maar kan dit op voorhand ook niet uitsluiten.

De PvdA vraagt wat de heer Van Eekeren verstaat onder ‘behoorlijke wachtlijsten’.

De heer Van Eekeren legt uit, dat dit verschilt per cliëntgroep. Acceptabel is een wachttijd van drie maanden. De wachttijden lopen hier en daar echter op tot meer dan een jaar. Daarom wordt op dit moment geïnvesteerd in verkleining van de wachttijden.

D66 constateert dat het samenwerkingsconvenant een looptijd heeft van twee jaar. Spreker vraagt waarom voor die termijn is gekozen en wil graag weten of is nagedacht over een steviger samenwerkingsverband.

Het College heeft de ervaring dat de lichte vorm middels een samenwerkingsconvenant volstaat. Dit vindt het College reden om niet direct over te gaan tot een zwaarder samenwerkingsverband. Het komt daarnaast ook goed overeen met de samenwerking met de regio Apeldoorn, die niet zwaarder is dan nodig.

De wethouder kan niet direct zeggen waarom is gekozen voor twee jaar, maar vindt het juist prettig - gezien de landelijke ontwikkelingen, die veel onzekerheid bieden - om het convenant met regelmaat te herzien en te verlengen.

De Stadspartij verwijst naar artikel 11, waarin staat aangegeven dat de centrumgemeente en de gemeenten jaarlijks de uitvoering van het convenant bespreken. Spreker constateert dat tijdens het Forum van heden veel inhoudelijke vragen uit de raadsfracties komen. De Stadspartij acht het goed dat dit soort vragen en de uitvoering van het convenant jaarlijks met de raad worden besproken. Dit gebeurt immers ook ten aanzien van het sociaal domein.

Wethouder Ten Broeke zegt dat de feiten en cijfers bekend zijn en worden meegenomen in alle rapportages. Spreker hoort de behoefte om met een grotere regelmaat stil te staan bij het onderwerp en is hier voorstander van. De wethouder stelt voor om later 2021 stil te staan bij zowel de actuele ontwikkelingen - landelijk, regionaal en lokaal – als bij het regionale en lokale actieplan.

Het CDA vraagt of het mogelijk is dat een gemeente geen goede BW-opvang kan bieden, waardoor een bewoner langer in zorg blijft.

De heer Van Twillert geeft aan, dat in Zutphen, Lochem en Deventer een zogenaamd opstapprotocol bestaat. Dit betekent, dat als personen teruggaan naar de gemeente van herkomst, zij daar kunnen instromen in een opstapwoning. Soms gaat dit niet vanzelf. In 2020 was er vanwege corona minder verloop in woningen. Dat heeft ertoe geleid, dat sommige cliënten langer in zorg zijn gehouden. De regio is er echter op gefocust om personen zo kort mogelijk beschermd te laten wonen.

De regio is voornemens de periode van wachtlijsten te verkorten. Een reden voor een langere wachttijd kan ook zijn, dat iemand een grote voorkeur uitspreekt voor één bepaalde locatie, maar daar niet snel terechtkan.

Op dit moment staan in de regio ongeveer veertig à vijftig personen op een wachtlijst. Er stromen zo’n 120 personen uit naar de Wlz, waarmee nog ongeveer 220 personen in Wmo beschermd wonen zitten, waarvan vijftig in Zutphen. Acht van die veertig à vijftig personen op de wachtlijst komen uit Zutphen en drie personen willen graag een woonplek krijgen bij een BW-aanbieder in Zutphen.

Het regionaal actieplan is in alle vijf gemeenten vertaald naar een lokaal actieplan. In dit lokaal actieplan staat bijvoorbeeld een verbeterde regeling rondom opstapwoningen, meer aandacht voor het soepel op- en afschalen van zorg en het realiseren van een samenwerkingsverband van bemoeizorgpartijen. Deze zaken zijn de afgelopen jaren ingericht. De regio vertelt hier op een later moment in het jaar graag meer over.

D66 merkt op, dat bij de regiovisie die in 2017 is vastgesteld jaarlijkse monitoringgegevens beschikbaar worden gesteld voor de raad, met zowel een kwantitatieve, als een kwalitatieve duiding. Het College geeft nu aan, dat deze cijfers er zijn. Hierdoor kan een beter beeld geschetst worden van de feitelijke situatie in Zutphen.

De voorzitter stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken is.

De voorzitter dankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad

Behandeld in Raad 31 mei 2021 Naar boven

Datum 31-05-2021 Tijd 19:30 - 23:00
Zaal
Burgerzaal
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
A. Vermeulen
Griffier
J.A. Vullings

Verslag van de vergadering

Zie de bijlage.

Besluit

Aangenomen

Zonder hoofdelijke stemming
Raadslid Van Wamel heeft bij dit agendapunt niet deelgenomen aan de beraadslaging en stemming. Dit op eigen verzoek.
Geen amendementen ingediend