Pagina delen

Forumverslag 20-05-2021

Forumspecial Omgevingswet: OWET-games (20-05-2021)

Datum 20-05-2021 Tijd 19:00 - 21:00
Zaal
Behandeling
Beeldvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
I Kleinrensink
Griffier
M.J.E. van den Berg-Platzer
Notulist
More Support
Aanwezig namens Naam
GroenLinksD. Logemann en B Bresters
SP
PvdAF.J.G.M. Manders en H.W. Hissink
BurgerbelangM. Roerdink
D66H. Brouwer
VVDA. van Dijk en H. Hissink
CDAH Haringsma
Stadspartij
BewustZWA.W. Jansen
ChristenUnieA. van Dijken en B Westerhof
Kies Lokaal Zutphen WarnsveldJ.D. Maarsen

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de Forumspecial en heet de aanwezigen welkom. De gemeente Zutphen bereidt zich – onder meer met de inzet van een raadwerkgroep - voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De raadswerkgroep wil dit jaar drie Forumspecials organiseren.

Tijdens de Forumspecial van heden wordt nader stilgestaan bij het adviesrecht van de raad bij afwijkingen ten opzichte van het omgevingsplan. In de huidige praktijk kan de gemeenteraad voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan - middels een zogenaamde ‘verklaring van geen bedenkingen’ - vastleggen dat er geen bedenkingen zijn. Onder de nieuwe Omgevingsweg wordt deze situatie omgekeerd. Dan wijst de raad aan waarin wel een advies nodig is van de raad om te mogen afwijken van het omgevingsplan. Voor de niet aangeduide situaties geldt dan geen adviesrecht.

Tijdens de bijeenkomst van heden neemt de heer Advany (OWET-games) de Forumleden - middels een aantal stellingen en vragen - mee in voorbeelden waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan en kunnen de aanwezigen hun voorkeuren aangeven.

De heer Advany schetst de opzet van de avond die hij als een spelvorm duidt. De antwoorden, die de Forumleden geven, zijn geanonimiseerd en dat geldt ook voor de rapportage die hieruit volgt. De ‘quiz’ van heden zal ook tot winnaars leiden.

De heer Advany biedt gelegenheid voor het beantwoorden van de eerste drie vragen.

Spreker stelt vast dat de meeste deelnemers al enigszins bekend zijn met de Omgevingswet. Het onderdeel ‘adviesrecht van de raad’ is aan de orde; de bedoeling is om kennis te vergaren en het inzicht van de aanwezigen in de materie in beeld te brengen.

De heer Advany toont een kort filmpje over het omgevingsplan. Het omgevingsplan is één van de instrumenten binnen de Omgevingswet. Iedere gemeente beschikt over een een eigen omgevingsplan, waarin de juridische regels van het gemeentelijk grondgebied vastliggen, zodat een initiatiefnemer weet wat de mogelijkheden zijn. Binnen het omgevingsplan bestaat ook afwegingsruimte.

Het adviesrecht van de raad heeft betrekking op buitenplanse omgevingsactiviteiten. In de Omgevingsvisie geeft de gemeente aan hoe zij het leefgebied wil ontwikkelen en beschermen. De keuzes worden vervolgens uitgewerkt in een omgevingsplan. Per gebied worden daarin functies toegekend. In het omgevingsplan hoeft de gemeente niet voor ieder gebied specifiek te omschrijven wat daar komt. Ook globale omschrijvingen zijn mogelijk. Op die manier ontstaat ruimte voor nieuwe initiatieven. Dit wordt uitnodigingsplanologie genoemd.

Ook waar het gaat om regelgeving, krijgt de gemeente in het kader van de Omgevingswet meer ruimte om afwegingen te maken. Per gebiedsfunctie beziet de gemeente, welke normen zij wil toepassen. Voor sommige functies zijn er standaardnormen, maar een gemeente kan er ook voor kiezen om – naar boven of beneden – af te wijken; dit wordt afwegingsruimte genoemd.

Het omgevingsplan maakt de gemeente, ondernemers, burgers en initiatiefnemers duidelijk welke ontwikkelingen en initiatieven mogelijk zijn binnen een bepaald gebied. Aldus komen zij samen tot de gewenste leefomgeving.

Via een aantal vragen wordt gepeild hoeveel kennis de deelnemers al hebben opgedaan over de Omgevingswet.

De heer Advany stelt de score vast en maakt bekend wie alle vragen goed heeft beantwoord.

Spreker licht toe hoe de huidige praktijk werkt. In de huidige praktijk werkt de gemeente met bestemmingsplannen en kan de raad aangeven in welke gevallen geen verklaring van geen bedenkingen nodig is om met een bouwplan te vervolgen. In de nieuwe Omgevingswet werkt dat andersom.

Aan de hand van het spel wordt ingegaan op de vraag hoeveel ruimte de gemeente momenteel geeft aan initiatiefnemers en hoeveel ruimte de deelnemers wenselijk vinden onder de nieuwe Omgevingswet. Deelnemers kunnen scores geven op een schaal van 1 tot 10.

Uit de antwoorden blijkt dat de huidige praktijk gemiddeld een 5 scoort en dat dit in de toekomst een 8 zou moeten worden. De heer Advany vraagt hierop te reageren.

Burgerbelang vindt het voorstelbaar dat veel plannen en nieuwe ontwikkelingen niet zijn meegenomen in de huidige wetgeving en dat er nieuwe vormen van bouwen en ondernemen tot stand komen, waar in het huidige stramien van de wetgeving geen ruimte voor is. Het zou mooi zijn als het eenvoudiger wordt om kleinere initiatieven om bouwplannen te ontwikkelen, mogelijk te maken.

De PvdA geeft aan, dat de meeste mensen het gevoel leeft, dat ze geen inspraak hebben. Via de nieuwe wet zou duidelijker moeten worden, dat ze wel degelijk inspraak hebben. 

D66 denkt dat initiatiefnemers momenteel te snel tegen juridische grenzen aanlopen. De juridische drempels zouden in de nieuwe Omgevingswet lager moeten worden.

De PvdA denkt dat initiatiefnemers van nieuwe plannen in de toekomst meer inspanningen zouden moeten leveren om hun plannen onder de aandacht van de omgeving te brengen. Dat is op dit moment nog niet het geval.

BewustZW geeft aan dat de nieuwe Omgevingswet beoogt dat een initiatiefnemer die een plan wil ontwikkelen, de participatie van de planomgeving op zich neemt. In de huidige praktijk is het vaak zo, dat initiatiefnemers met het College in gesprek gaan. Pas in een vrij laat stadium komt een bouwplan bij de raad terecht. Onder de nieuwe wet zullen partijen, in het kader van participatie, aan een soort omgevingstafel te zitten. Zij zullen niet alleen een afweging moeten maken, maar ook een procesversnelling tot stand moeten brengen en zorg moeten dragen voor goede communicatie in de openbaarheid. Spreker betreurt dat de nieuwe wet niet verder tot deregulering heeft geleid. Die slag zal op een later moment worden gemaakt.

GroenLinks is van mening, dat de houding van ambtenaren dient te veranderen. Onder de huidige wetgeving is met name sprake van toelatingsplanologie en is de ambtelijke benadering hierop afgestemd: een initiatief wordt naast de bestaande regels gelegd en op basis daarvan wordt beoordeeld of een plan doorgang kan vinden. Met de nieuwe wetgeving is meer sprake van uitnodigingsplanologie. Dat vraagt een forse – en mogelijk lastige - cultuuromslag voor de ambtenaren. Spreker heeft de indruk dat de gemeente Zutphen hier al wel veel mee oefent en ervaart dit als positief.

Participatie vormt een belangrijk onderdeel van de nieuwe wet. De wet biedt niet veel voorbeelden van een zorgvuldige dialoog tussen een initiatiefnemer en diens omgeving. De dialoog is vormvrij en dat betekent dat iedere initiatiefnemer daar zelf invulling aan mag geven. In principe kan wat betreft de communicatie met de planomgeving volstaan worden door een briefje in de brievenbus bij de buren; in de praktijk is dat niet altijd de wenselijke handelwijze.

De heer Advany dankt voor de ontvangen reacties. De verandering betekent dat planologisch anders zal worden omgegaan met de fysieke leefomgeving. De huidige praktijk kenmerkt zich méér door toelatingsplanologie, maar er zal worden toegewerkt naar uitnodigingsplanologie, waarbij wordt aangegeven welke activiteiten - met de daarbij behorende kaders - in welk gebied mogen plaatsvinden. Binnen de Omgevingswet wordt daarmee meer ruimte gegeven voor nieuwe ontwikkelingen. Als de raad gebruiks- en functieregels gaat vaststellen en er komt een dynamisch omgevingsplan tot stand, dan heeft de raad adviesrecht. Dat adviesrecht voor de raad geldt echter alleen als iemand activiteiten wil ontplooien, die buiten het kader van het omgevingsplan vallen.

Er volgen vier korte stellingen over de rol van de raad, de rol van de maatschappij en de rol van het College, als het gaat over de ruimte, die aan initiatieven mag worden gegeven.

De heer Advany constateert aan de hand van de eerste stelling, dat de meeste deelnemers hebben gekozen voor méér ruimte voor initiatief. Een klein deel van de aanwezigen heeft gekozen voor bescherming van de fysieke leefomgeving boven meer ruimte voor initiatief.

De heer Advany licht toe, dat de Omgevingswet vanuit twee doelen tot stand is gekomen, namelijk het realiseren van zowel meer ruimte voor initiatief, als meer bescherming van de fysieke leefomgeving. Dit dient met elkaar in balans te zijn.

De PvdA geeft aan, dat meer bescherming van de leefomgeving betekent dat de ruimte voor initiatieven wordt beperkt.Spreker begrijpt dat daarin een balans dient te zijn, maar het ene heeft toch invloed op het andere.

D66 zegt dat, wanneer je heel veel ruimte geeft aan initiatiefnemers, het gevaar bestaat dat de voorzieningen niet op peil zullen zijn. Wat dit betreft, moeten dus wel kanttekeningen worden gemaakt.

De heer Advany licht aan de hand van de tweede stelling toe, dat de Omgevingswet sterker wil inzetten op maatwerk, gelijkheid en integraal denken. Anderzijds wil de wet ook meer gelijkheid realiseren.

Burgerbelang vindt meer gelijkheid en meer maatwerk weliswaar mooie begrippen, maar stelt dat een initiatiefnemer vaak wel een bepaald type mens is. Niet iedereen heeft de capaciteit om een goede initiatiefnemer te zijn. Het realiseren van meer gelijkheid ziet de fractie als het méér op gelijk niveau brengen van de meer mondige en de minder mondige burger.

GroenLinks ziet zaken, die tegenover elkaar lijken te staan, maar meent dat het hierbij gaat over een mix: het maatwerk en de ruimte die initiatiefnemers moeten krijgen, moeten wel passen binnen de Omgevingsvisie, die de raad heeft vastgesteld. De kaders die daarin zijn vastgelegd, dienen ook een bepaald algemeen belang en de initiatieven zullen daarbinnen moeten passen. De gesuggereerde tegenstelling zou kunnen ontstaan, maar spreker ziet de Omgevingsvisie als een belangrijk middel om het algemeen belang tot uitdrukking te laten komen.

De heer Advany beaamt dat met name de raad er voorstander van is om het algemeen belang in het oog te houden. Het lijkt er wellicht op, alsof de initiatiefnemer in de Omgevingswet heilig is verklaard, maar dat is niet het geval. Het gaat hierbij om het tot stand brengen van de balans.

De ChristenUnie vindt dat hierin sprake is van een lastig dilemma. Wanneer wijze waarop participatie plaatsvindt, vormvrij is, betekent dit dat participatie ook op heel eenvoudige wijze kan worden ingevuld. Wanneer een professionele ontwikkelaar, die een plan wil ontwikkelen dat maar nét past binnen de Omgevingsvisie en de participatie vormgeeft door middel van het huis-aan-huis bezorgen van een mededeling, is sprake van een ongewenste situatie.

BewustZW zegt dat het een hele uitdaging voor overheden is om goede participatie te kaderen en te wegen. Enerzijds dient de raad meer los te laten en aan het College over te laten. Anderzijds heeft de raad ook de verantwoordelijkheid om het algemeen belang te borgen. De raad dient in het algemeen belang een juiste balans te vinden in het afwegingskader.

De heer Advany vraagt de deelnemers om via voorbeelden aan te geven waar de raad méér zou moeten adviseren dan nu de praktijk is.

De ChristenUnie denkt dat de Kattegraafstraat een goed voorbeeld is. Dit is een klein project waar de raad enigszins mee in de maag zit. Spreker vraagt zich af hoe dit project zou zijn gelopen onder de Omgevingswet.

De heer Advany zegt toe aan de hand van meer casuïstiek dieper in te gaan op het adviesrecht van de Raad

De heer Advany licht toe, dat in het omgevingsplan de activiteiten worden opgenomen, die in een bepaald gebied zijn toegestaan. De raad kan participatie of advies van de raad verplicht stellen voor buitenplanse activiteiten. Voor activiteiten, die binnen de kaders van het omgevingsplan vallen, is dit niet mogelijk, omdat de wet enige zekerheid wil bieden aan initiatiefnemers en het omgevingsplan ook dient te worden opgesteld in samenspraak met bewoners en initiatiefnemers. Op het moment dat het omgevingsplan is gemaakt, is er al participatie mogelijk geweest.

De heer Advany zal een internetlink aan de voorzitter toezenden, aan de hand waarvan hierover meer informatie kan worden gevonden. (Actie)

De PvdA vraagt in hoeverre de raad de activiteiten, die zijn opgenomen in het omgevingsplan, nog kan aanpassen.

De heer Advany bevestigt dat dit mogelijk is. Het omgevingsplan is een dynamisch document, waarop aanpassingen mogelijk zijn, maar wanneer sprake is van uitzonderingen, bestaat de verplichting om dit binnen vijf jaar te verwerken in het omgevingsplan. De raad kan dus altijd bijstellen.

Spreker wijst er vervolgens op, dat een van de belangrijkste aspecten van het adviesrecht de bevoegdheden betreft. Het is de keuze van de raad wat zij aan het College overlaat, ook als het gaat om buitenplanse activiteiten.

De heer Advany legt vervolgens enkele stellingen voor.

 

 

STELLING 1

De raad gaat over hoofdlijnen en delegeert zoveel mogelijk aan het College.

 

 

Spreker vraag hierop te reageren.

Burgerbelang denkt dat, als de raad de kaders goed vaststelt, er best veel aan het College kan worden gedelegeerd.

De VVD sluit zich daarbij aan. Als de Omgevingswet goed in elkaar zit, kan er veel aan het College worden overgelaten.

GroenLinks denkt dat het goed is als de raad zich op de hoofdlijnen richt en niet op details.

D66 vindt de formulering ‘zo veel mogelijk’ niet de juiste insteek. Dit is afhankelijk van de situatie. D66 kan deze stelling daarom niet zonder meer met bevestigend beantwoorden.

Burgerbelang benadrukt dat de raad de uitvoering - maar geen bevoegdheden - delegeert aan het College. De raad staat dicht bij de burger en juist voor de raad geldt, dat zij zowel bij de hoofdlijnen, als bij de kleine zaken is betrokken. De raad gaat dus over alle lijnen en delegeert de uitvoering aan het College.

D66 wijst erop, dat delegeren een juridische term is, die op correcte wijze dient te worden gebruikt. Het is een keuze om als raad zaken te delegeren aan het College.

De ChristenUnie vraagt of er met de nieuwe Omgevingswet meer ‘macht’ bij het College komt te liggen.

De heer Advany bevestigt dat dit onder de nieuwe wetgeving inderdaad het geval is, tenzij de raad ervoor kiest om middels het adviesrecht meer macht naar zich toe te trekken. In de nieuwe wet geeft de raad aan wat zij concreet naar zich toe wil trekken. De geest van de wet is echter ‘laat zoveel mogelijk bij het College, tenzij de raad anders beslist’. Als de raad adviesrecht heeft, zal het voor een initiatiefnemer langer duren voordat hij uitsluitsel krijgt over diens plannen.

De VVD zou liever spreken over zeggingskracht in plaats van over ‘macht’. Het is een slecht uitgangspunt om in termen van ‘macht’ te gaan denken. Het gaat erom dat zaken functioneel goed gaan lopen.

De heer Advany geeft nogmaals aan, dat de bevoegdheid bij het College ligt, tenzij de raad aangeeft dat zij dat niet wil en adviesrecht wenst.

Spreker legt de volgende drie stellingen voor:

 

STELLING 2 (Score 6,3)

Het College maakt zelf bestuurlijke afwegingen over wat een buitenplanse omgevingsactiviteit is.

 

STELLING 3 (Score 8)

Wij vertrouwen initiatiefnemers om de fysieke leefomgeving te beschermen.

 

STELLING 4 (Score 66 % oneens)

Als raad willen wij over zo min mogelijk buitenplanse activiteiten adviseren.

 

 

GroenLinks stelt dat de raad niet in het leven is geroepen om zo veel mogelijk over te laten aan het College. De raad heeft wel degelijk een taak in het borgen van het algemeen belang, in het vertrouwen dat het College haar taken ook goed uitvoert. Bovendien dient de raad de procedures goed in de gaten te houden.

De VVD denkt dat het omgevingsplan zó kan worden ingericht, dat er veel of weinig buitenplanse initiatieven volgen. Het lijkt spreker dat iedereen erbij gebaat is om het omgevingsplan zo te maken dat er zo min mogelijk buitenplanse initiatieven zullen zijn. Dat betekent dat er binnen het omgevingsplan voldoende ruimte moet zijn om initiatieven te ontwikkelen.

Kies Lokaal denkt dat juist bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de inwoners meer worden geraakt. De raad is voor de inwoners een middel om gehoord te worden. Voor een fractie maakt het dan wel uit of je in de coalitie of in de oppositie zit. Spreker is vóórstander van adviesrecht voor buitenplanse omgevingsactiviteiten.

De heer Advany geeft aan, dat de raad hier in de toekomst mee kan ‘spelen’. Er worden vervolgens enkele voorbeelden getoond uit de huidige lijst van verklaringen van geen bedenkingen. De vraag, die nu voorligt, is hoe de raad in de nieuwe Omgevingswet met deze activiteiten wil omgaan; met andere woorden: of de raad hierop volledig het adviesrecht wenst of dat zij deze zaken volledig wil delegeren aan het College.

De heer Advany constateert dat de meeste deelnemers een andere formulering van het adviesrecht wensen en ‘de kleine gevallen’ aan het College willen delegeren.

Vervolgens passeert een aantal praktijkvoorbeelden de revue, waarbij de deelnemers kunnen aangeven hoe zij hier mee willen omgaan in relatie tot het adviesrecht.

In 62 procent van de gevallen, die zijn genoemd vanuit de huidige verklaring van geen bedenkingen, wil de raad adviesrecht hebben.

De heer Advany licht er een voorbeeld uit dat fifty-fifty heeft gescoord – het herbestemmen van leegstaande gebouwen in het buitengebied – en vraagt hierop te reageren.

Burgerbelang wijst erop, dat adviesrecht niet per definitie een “Nee” betekent. Het kan zijn, dat de raad een breder doel voor ogen heeft en op een andere locatie de gewenste ontwikkeling beter acht. Het gaat er dan om dat de raad wil kunnen meedenken over dergelijke initiatieven.

GroenLinks verwijst naar bestemmingsplan Driesteek 7, waarbij een zeer ondeugdelijk voorstel lag voor herbestemming. De raad heeft dit afgewezen. Het lijkt de fractie belangrijk dat dit soort plannen de raad niet ongewijzigd passeert.

D66 geeft aan, dat Zutphen relatief weinig buitengebied heeft. Als je daar wilt herbestemmen is dat relatief zwaar. Juist daarom zou de raad daar haar adviesrecht moeten willen behouden.

Burgerbelang geeft aan, dat het er omgaat dat je als raad wilt meedenken over een initiatief. Immers, wellicht kan een initiatief worden gecombineerd met een ander initiatief, of groter worden gemaakt. Dergelijke initiatieven zouden ook als hamerstuk kunnen worden geagendeerd, zodat de raad alsnog kan besluiten dat ze meer zeggenschap inzake wenst.

De heer Advany heeft de indruk dat de deelnemers vrij dicht bij de huidige praktijk willen blijven.

De VVD legt een vraag voor met betrekking tot de casus van de woningbouwcorporatie in de bebouwde kom. De vraag is waarom de raad daarop nog adviesrecht nodig zou hebben, als het initiatief niet mogelijk is binnen het omgevingsplan.

De heer Advany zegt dat het dan een buitenplanse omgevingsactiviteit betreft. De raad zou bijvoorbeeld kunnen aangegeven bij hoeveel bouwlagen zij adviesrecht wil en tot welke hoeveelheid bouwlagen de bevoegdheid aan het College wordt gedelegeerd.

De PvdA voegt toe, dat op basis van voortschrijdend inzicht de raad kan worden gevraagd om van het omgevingsplan af te wijken.

De heer Advany vraagt waarom de raad adviesrecht wenst op de aanleg van een windmolenpark en een weide met zonnepanelen groter dan vijf hectare.

Kies Lokaal geeft aan, dat het buitengebied van Zutphen heel schaars is. Een zonnepark of windmolenpark van vijf hectare heeft dan een relatief grote impact.

Burgerbelang voegt toe, dat vijf hectare al bijna de helft is van het oppervlak aan buitengebied in Zutphen. Vervelende ervaringen uit het verleden dragen er ook aan bij dat de raad graag wil worden betrokken.

De heer Advany legt tot slot het volgende voor:

 

Vraag

Ziet de invulling van het adviesrecht er volgens u anders uit dan de huidige verklaring van geen bedenkingen en zo ja, wat zou u anders willen zien in de invulling van het adviesrecht?

 

 

BewustZW constateert dat de score op “meer vrijheid voor het College” vrij hoog is. Spreker stelt dat ook collegeleden en ambtenaren in dit Forum meedenken en vraagt of hun scores ook zijn meegenomen.

De voorzitter licht toe dat de ambtenaren uitsluitend als toehoorder aanwezig zijn.

De heer Advany besluit met een samenvatting van de reacties op de vraag wat de raad zou willen meegeven aan het College.

Het College wordt als volgt geadviseerd:

  • meer gebruik te maken van de kennis van de raad en van haar achterban;
  • eerder gevraagd en ongevraagd naar de raad toe te komen;
  • goed om te gaan met politieke en maatschappelijke gevoeligheden;
  • te zorgen voor een goede voorlichting en goede voorbereiding;
  • voldoende ruimte te geven aan de raad om te participeren en de raad als partner te zien.

De PvdA complimenteert met de wijze waarop deze bijeenkomst is voorbereid.

Spreker legt een vraag voor aan het College. Door meerdere gemeenten wordt de vraag aan de VNG gesteld of deze wet wel op tijd klaar is en of de gemeenten wel tijdig klaar zijn voor deze wetgeving. De vraag in het verlengde hiervan is hoe Zutphen ervoor staat.

Het College antwoordt “dat er keihard wordt gewerkt”, zij het met een beperkte capaciteit. Hierdoor moeten prioriteiten worden gesteld en gaan zaken niet zo snel als gewenst. Er bestaan ook zorgen of het Rijk de streefdatum wel gaat realiseren. De vraag is of er mogelijkheden zijn om enig uitstel te krijgen. Met name met betrekking tot het DSO is sprake van een knelpunt. De gemeente Zutphen probeert zoveel mogelijk zaken te regelen, maar daarvoor is de gemeente ook deels afhankelijk van het Rijk en die situatie geeft vanzelfsprekend beperkingen.

GroenLinks vraagt of er voorbeeldlijsten zijn vanuit andere gemeenten, waar men zich al heeft gebogen over het adviesrecht.

De heer Advany geeft aan, dat hij dit soort sessies in meerdere gemeenten houdt. Veel raden bewegen naar meer delegeren aan het College, ook om te oefenen hoe dit in de praktijk werkt. De verklaring van geen bedenkgingen is heel politiek gericht en sterk contextafhankelijk. Het adviesrecht is ook niet in beton gegoten en kan altijd worden uitgebreid of aangepast. Er dient ook vertrouwen te zijn in het ambtelijk apparaat en in het College. Hij adviseert om niet één op één de praktijk van andere gemeenten te kopiëren, want iedere gemeente is uniek.

De VVD vraagt of binnen de Omgevingswet een mogelijkheid bestaat om als raad en College een afspraak te maken over de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd over initiatieven, die zijn ingediend – waarvoor het adviesrecht niet geldt – en hoe het College deze heeft afgehandeld.

De heer Advany zal dit navragen en het antwoord terugkoppelen. (Actie)

Het College heeft deze avond een aantal maal uitspraken gehoord over de wijze waarop de ambtelijke organisatie reageert en handelt. Het College ervaart dit niet als helemaal terecht. Op dit moment wordt al nadrukkelijk gewerkt vanuit de uitnodigingsplanologie. Dat heeft inmiddels geleid tot een aantal plannen, waarbij is gebleken dat niet altijd goed aan verwachtingsmanagement wordt gedaan. De uitnodigingsplanologie blijkt dus ook beperkingen te hebben. Daarom is het belangrijk om binnen de bandbreedte van het proces mogelijkheden te creëren.

GroenLinks heeft zeker niet willen suggereren dat iemand de schuld in de schoenen moet worden geschoven. Het is de fractie bekend dat wordt geëxperimenteerd met een andere manier van werken. De verandering in de manier van werken binnen de huidige Wabo naar de toekomstige Omgevingswet is echter een hele uitdaging, maar Zutphen is hierin al een heel eind naar op weg.

De heer Advany adviseert de raad om te durven experimenteren door méér te delegeren aan het College en het vertrouwen te laten groeien. Dat ligt ook in lijn met de geest van de Omgevingswet. Spreker acht Zutphen een gemeente waar dat heel goed mogelijk is.

De heer Advany stuurt de resultaten van deze avond door naar de ambtelijke organisatie. (Actie)

De voorzitter dankt de heer Advany en vraagt wie tot slot nog wil reageren.

D66 is positief over dit soort bijeenkomsten, maar heeft twijfels over hoe het adviesrecht in de praktijk gaat werken. Er zal geen sprake zijn van een automatisch proces. Op enig moment zal de raad dingen moeten gaan doen en het beeld van die toekomstige praktijk is spreker nog niet helemaal helder.

BewustZW beoordeelt de bijeenkomsten eveneens als prima. Het is goed om de raad en ook andere belangstellenden mee te nemen in dergelijke veranderprocessen. De raad is kaderstellend, ook wat betreft de Omgevingswet. Dan is het belangrijk om aan te geven, waar de raad kaders wil meegeven.

De voorzitter dankt iedereen voor deelname en sluit het Forum om 20.55 uur. Op 8 juli vindt de volgende Forumspecial over de Omgevingswet plaats.

 

Advies

Stuk komt (nu) niet voor besluitvorming in de raad

Agenda's 20-05-2021

Behandeld in