Pagina delen

Forumverslag 13-04-2021

Vaststellen bestemmingsplan Kattenhavestraat, Zutphen (13-04-2021)

Datum 13-04-2021 Tijd 19:00 - 20:00
Zaal
Behandeling
Oordeelsvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
D. Logemann
Griffier
B.M. Duizer
Notulist
More Support
Aanwezig namens Naam
GroenLinksH Krans
SPG.J.N. Müller en S.G.J.G. de Groen
PvdAF.J.G.M. Manders
BurgerbelangH.J.M Verschure
D66H. Brouwer
VVDJ Lok en G. Peteroff
CDAA.R. Nijenhuis
StadspartijJ. Boersbroek
BewustZWA.W. Jansen
ChristenUnieR.A. Klein Bennink
Kies Lokaal Zutphen WarnsveldA Menkveld

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen van harte welkom. De voorzitter schetst de status van deze Forumbespreking inzake vaststelling van het bestemmingsplan Kattenhavestraat. Het plan heeft eerder ter inzage gelegen. Onderdeel van de besluitvorming is het vaststellen van het zienswijzenverslag. Het Forum heeft een oordeelsvormend karakter. Besluitvorming vindt niet tijdens het Forum plaats.

Er hebben zich vier insprekers aangemeld. Extra informatie die door insprekers is toegestuurd, is opgenomen bij de ingekomen stukken van de raad.

Inspreekreacties

Inspreker 1 - Dhr. W. Wanrooij, namens het Kattenhave Collectief

 Inspreker verwoordt grote waardering voor het ontwerp voor aanpassing van de kade aan de Rijkenhage en voor de uitvoering hiervan: een plek om even te zitten, te genieten en gasten mee naar toe te nemen. Er is de keuze om hier een aardig stukje Zutphen te maken, met een ontwerp van vier huizen òf er wordt een toplocatie gemaakt, zoals aan het begin van de Berkel. Hierdoor worden twee plekken gecreëerd die de titel “de mooiste binnenstad van Nederland” meer dan ooit rechtvaardigen.

Het project ‘Berkel in de Stad’ wordt gesubsidieerd door de gemeente. De gemeente was opdrachtgever voor het onderzoek door de Hogeschool Van Hall Larenstein. Het voorstel voor de bocht Berkel Katenhaven sluit naadloos aan bij de Rijkenhage. Echter, volgens de gemeente zijn dit twee projecten die procesmatig niets met elkaar te maken hebben. De raad heeft de bevoegdheid - en krijgt hiermee de kans - om van het gehele Berkelgebied een reeks van hoogtepunten in de stad te maken. Uiteraard gaat dat geld kosten, maar hierbij moet worden gedacht aan wat de stad ervoor terug kan krijgen en hoeveel rendement deze investering de komende jaren kan opleveren.

Verder speelt bij het Kattenhave Collectief de vraag of het College in het verleden zuiver met haar macht is omgegaan. Een welles-nietes-discussie kan beter worden voorkomen. De zes gesprekken die hebben plaatsgevonden, waren bedoeld om de informatie te krijgen die steeds werd achtergehouden. Twee verzoeken om een onderhoud met de wethouder zijn afgewezen. De uitkomst van de zes gesprekken is, dat de voornaamste wens niet bespreekbaar is. Inspreker vraagt zich af waarom de gemeente een participatietraject start terwijl er geen macht is om met de uitkomsten van het proces iets te doen. Het College stelt, dat er uitvoerig en uitputtend overleg heeft plaatsgevonden over de inrichting. Echter informatie losweken, ziet inspreker niet bepaald als een uitputtend overleg. Spreker vreest dat het enthousiasme omslaat in machteloosheid en moedeloosheid en pleit voor snelheid in het proces.

De voorzitter vraagt de schriftelijke inspreekreactie met de Griffie te delen. De integrale tekst zal bij het verslag worden gevoegd.

Burgerbelang constateert dat het College een en ander wordt verweten over de informatiestroom. De fractie informeert naar de gewenste invulling van de locatie en vraagt zich af hoe de communicatie met het College wordt gezien.

Inspreker ziet diverse mogelijkheden om het plangebied in te vullen, waarbij hij als fraaiste optie het aansluiten bij Rijkenhage ziet. Spreker verwijst naar de beschrijving in het rapport van Hogeschool Larenstein en benoemt het herstel van de kademuur en het oude deel van de haven. Door de helling zou het mogelijk worden om dichtbij het water te komen. Het Waterschap vindt dit een prima idee. Het Kattenhave Collectief krijgt in het overleg met het College de indruk, dat argumenten er in dit traject niet lijken te doen, er niet goed wordt gelezen en gedane uitspraken worden herroepen.

Burgerbelang verwijst naar de inbreng wat betreft de kademuur, de haven en de helling. Spreker informeert naar de gedachten over de daartussen gelegen weg.

Inspreker licht toe, dat deze weg schuin over het huidige parkeerterrein kan lopen van de garage Ezerman naar het pand aan de IJsselkade. Het is mogelijk de ene driehoek een groene invulling te geven en de andere bij het project te trekken naar de IJssel. Ook is het mogelijk parkeerplaatsen te maken op het gedeelte achter de weg of ook dat groen in te richten. De huidige haakse bocht krijgt dan een soepeler loop.

D66 vraagt of binnen het Kattenhave Collectief de mening wordt gedeeld, dat de ontwikkelaar de omwonenden meerdere keren heeft meegenomen in de mogelijke invulling van het perceel.

Inspreker bevestigt dat er een gesprek heeft plaatsgevonden met de heer Kluin. Ook was hij aanwezig bij een aantal zittingen met de wijkmanager, maar heeft nauwelijks gesproken. Er heeft ook een gesprek over het ontwerp plaatsgevonden. Echter, de belangrijkste wens van het Collectief is gericht op het verlagen van de hoogte. Deze wens blijkt onbespreekbaar.

Inspreker bevestigt – op een vraag inzake van D66 – dat dit project een enorme kans zou zijn geweest voor samenwerking tussen de gemeente, de projectontwikkelaar en omwonenden Er is een groep belanghebbende burgers die zich kenmerkt door daadkracht en enthousiasme. Een aantal stappen is inmiddels gezet en er kan aan de slag worden gegaan. De heer Kluin zou ook elders in het traject zijn expertise kunnen inbrengen en kunnen meewerken. Dit is echter niet de praktijk. De praktijk verwordt tot ‘gekissebis’ waardoor belanghebbenden moedeloos en gedeprimeerd raken.

De PvdA concludeert dat het Kattenhave Collectief geen woningbouw op de planlocatie wenst.

Inspreker beaamt deze wens en voorkeur.

Inspreker B - Dhr. H. Reitsma, namens Berkel in de Stad, BIDS

Inspreker acht het onbegrijpelijk dat BIDS niet is betrokken in voorliggend bestemmingsplan.

In samenspraak met architecten is geconstateerd dat het belangrijk is, dat er een soort ‘ketting van parels’ wordt gerealiseerd met beeldbepalende plekken langs de Berkelstroom. Dat heeft vooral te maken met het door de gemeente gestelde doel om de IJssel te betrekken in de planontwikkeling. Dit is bijvoorbeeld mogelijk bij de Brugstraat en de Rozengracht waar veel bezoekers de stad binnenkomen. De Marspoorstraat is een echte ingang, evenals de Kattenhavesluis. De wens van de omwonenden is om dezelfde statuur te krijgen als de IJsselkade. In het plan wordt niets herkend van de door de gemeente gestelde doelen. De gemeente schetst als problemen voor het gebied “de lage ruimtelijke kwaliteit, een onsamenhangende indruk, weinig beleving van de rivier bij omwonenden en een slechte inpassing in de stad”. De doelen zijn om de Berkel beter in te passen en de waarde te verbeteren, onder meer door verbetering van de beleving.

De afdeling die is betrokken bij de doelformulering en de subsidietoekenning heeft bij het opstellen van het plan studenten ingehuurd, die vervolgens met een heel ander idee zijn gekomen. Het verband met de doelformulering wordt in het plan niet meer gezien.

Spreker concludeert dat ‘BIDS’ niet goed is meegenomen door de gemeente. Er wordt gevraagd de heer Matser te helpen en hem een mandaat te geven om BIDS officieel op te nemen in het gemeentelijk beleid, zodat een ambtelijke opdrachtgever en een procesteam kunnen worden benoemd. De bewoners hebben vooral gezien wat de studenten hebben gemaakt.

BIDS betreft een samenwerking tussen het waterschap en de gemeente. De gemeente heeft gevraagd of de Provincie de verhouding tussen het bestuur en de bewoners wil evalueren. Een proces is iets heel anders dan een plan maken. Er ontbreekt verbinding met de gemeenteraad en de organisatie moet verbeterd worden. Het zou goed zijn als een werkgroep binnen de gemeenteraad verbonden zou raken. Het raamwerk wordt nu samen met architecten stevig gemaakt en er volgt verbreding naar de overige bewoners. Ook wordt de gemeente betrokken. Er wordt begonnen met de landschapsarchitect van de gemeente. Het huidige plan moet van tafel, aldus inspreker, én er moet een écht proces worden gestart.

D66 neemt aan, dat aan de raad wordt gevraagd het bestemmingsplan nièt goed te keuren. Spreker vraagt zich af of omwonenden voornemens zijn een formele procedure bij de Raad van State te starten in geval de raad tot goedkeuring besluit.

Inspreker is er zeker van dat die weg door omwonenden gevolgd gaat worden.

De PvdA vraagt of BIDS tegenstander is van woningbouw is op de gedachte locatie.

Inspreker legt uit, dat BIDS hier niet over gaat. Het verband ontbreekt tussen de doelen van BIDS en het postzegelplan als zodanig. Er is geen verband. Het plan van de studenten past het beste bij de doelen, maar er zijn absoluut andere mogelijkheden.

Burgerbelang meent dat het bestemmingsplan wordt ingezet om kenbaar te maken, dat de communicatie tussen BIDS en de gemeente niet goed verloopt.

Inspreker benadrukt dat BIDS enorm haar best heeft gedaan om de context goed te organiseren, samen met de gemeente en het Waterschap. De aanvankelijke contactpersoon binnen de gemeente is vertrokken en niet vervangen. Langzamerhand is duidelijk dat er iets moet gebeuren.

De VVD vraagt wanneer de contactpersoon ongeveer is vertrokken en het contact is verbroken?

Inspreker antwoordt dat de contactpersoon omstreeks de zomer van 2000 is vertrokken.

Spreker wijst erop, dat de landschapsarchitecten enthousiast zijn. Het probleem zit bij de directie en de ‘ophanging’ van het plan in de gemeentelijke organisatie. De gemeente heeft dit niet serieus opgepakt en pakt haar verantwoordelijkheid niet.

Inspreker 3 - Dhr. J. de Wijs, bewoner IJsselkade

Inspreker vraagt aandacht voor de nabijheid van de nieuwbouw tot zijn woning. Door de realisatie hiervan wordt zijn woongenot aangetast. De beantwoording van zijn zienswijze ervaart hij als teleurstellend. Het afwijzen of niet beantwoorden van argumenten past in de vooringenomenheid om het plan te forceren. Spreker is geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag van initiatiefnemers.

Enerzijds siert het de gemeente om iets met de hoek Kattenhaven te willen doen, maar anderzijds wordt de bewoner hierbij niet betrokken. Met de verkoop van de grond aan de projectontwikkelaar waren de kaarten in feite geschud.

Een van de bewoners is in 2017 - dankzij een WOB-verzoek - geïnformeerd. De gemeente en het College zijn privaatrechtelijk gebonden aan de overeenkomst met de projectontwikkelaar en publiekrechtelijk aan de bewoner. Deze situatie veroorzaakt pettenproblematiek. Het plan ligt al jaren vast en de huidige inzichten worden terzijde geschoven. Historische straatpatronen en bouwstructuren worden ontwikkeld en zoveel mogelijk teruggebracht, maar er wordt niet genoemd, dat op de locatie voorheen een melkfabriek stond. Met realisatie van de nieuwbouw wordt het zicht ontnomen op de Walburgiskerktoren. De ontwikkelaar wil hoger bouwen dan de stedenbouwkundige verkenning (2015) aangeeft. Spreker geeft voor de beeldvorming aan het het voornemen is om ruim tweeënhalve meter hoger te bouwen dan het pand aan de IJsselkade. Daarbij komt, dat de installaties op het dak nog eens extra meters boven de dakhoogte gaan uitsteken.

Spreker vraagt de raad om te beseffen dat op stedenbouwkundig niveau en inspraakniveau ernstige hiaten zijn vast te stellen.

BewustZW stelt dat er al jarenlang sprake is van eventueel herbouw of bouw op de locatie die nu wordt voorgesteld en vraagt of een dergelijke, mogelijke ontwikkeling bekend was voordat het pand van de voormalige eigenaar werd gekocht.

Inspreker was min of meer op de hoogte, maar niet op detailniveau. Hij heeft zich hierin later verdiept. In het plan voor de Bakkerstraat en de panden die aan de andere kant staan, wordt uitgegaan van een noklijn van veertien meter. Het bestemmingsplan is gebaseerd op plannen uit de tachtiger jaren, maar kiest daarbij wel meteen het hoogste punt, namelijk de nokhoogte van de nieuwe stokerij met een nokhoogte van veertien meter.

D66 vraagt of de hoogte van de vier geplande woningen hoger is dan de woning van inspreker aan de IJsselkade.

Inspreker antwoordt bevestigend.

Inspreker 4 - Dhr. H. Kluin, projectontwikkelaar Trigonium Vastgoedmanagement

Inspreker geeft aan, dat in de loop der jaren diverse plannen voor de locatie zijn ontwikkeld. Na meerdere overleggen - met onder andere het Kattenhave Collectief – is het bouwplan teruggebracht tot vier woningen. Vanaf het voorjaar van 2018 hebben diverse overleggen plaatsgevonden, waarbij de wijkregisseur als gespreksleider aanwezig was. Ook is er wel eens in een klein comité om tafel gezeten om de plannen te bespreken.

Naar mening van de projectontwikkelaar heeft er wel degelijk participatie plaatsgevonden; de bewonersparticipatie eindigt niet met de vaststelling van het bestemmingsplan. De kaders waarbinnen de ontwikkeling kan plaatsvinden, worden nog vastgesteld. De architectuur, materialisatie en dergelijke moeten nog worden uitgewerkt en zullen zeker met omwonenden worden besproken. In de onderliggende stukken is – ten behoeve van de beeldvorming - een massaschets opgenomen. De bouwhoogte is nadrukkelijk besproken met de gemeentelijk stedenbouwkundige en in dit gesprek zijn ook veel cultuurhistorische aspecten aan de orde gekomen. Wat betreft de zichtlijn op de toren, heeft - in overleg met stedenbouwkundigen en meerdere architecten - een uitgebreide studie plaatsgevonden. Het plan moet nog verder ingevuld worden, qua uitstraling en architectonische verschijningsvorm. Er wordt beoogd - zoals besproken in het overleg met onder andere BIDS en de klankbordgroep voor het Kattenhave Collectief - met moderne materialen in de vormgeving de historische aspecten te benadrukken. Wat dit betreft, staat nog veel open en moeten nog besluiten worden genomen. Op basis van het participatieproces is het plan aangepast en zijn de woningaantallen fors naar beneden bijgesteld. Spreker stelt afsluitend, dat het participatieproces wel degelijk heeft plaatsgevonden en ook in het vervolgtraject een plaats heeft. Er is momenteel vooral behoefte aan duidelijkheid.

Burgerbelang vraagt of de heer Kluin in een andersoortige architectuur wil ontwikkelen en daarbij de omgeving wil betrekken. Van de aanvankelijke twaalf appartementen is het bouwplan teruggebracht naar vier grondgebonden woningen; om tot een rendabel plan te kunnen komen, is dit het minimum wat aan woningbouw ter plaatse nodig lijkt. De fractie vraagt of het mogelijk is om met BIDS mee te denken en wellicht te investeren in de omgeving met de intentie om een mooie eyecatcher te realiseren aan het eind van de Berkel.

Inspreker antwoordt dat de participatie ook in het vervolgtraject een plaats heeft. Het oorspronkelijke plan met twaalf appartementen betekende een enorme aanslag op de locatie. Daarbij zou sprake moeten zijn van ondergronds parkeren en hieruit voorvloeiende financiële en logistieke gevolgen. Om die reden is in tweede instantie besloten voor vijf grondgebonden woningen. Dit past binnen de exploitatie. Op basis van de overleggen met onder andere de heer Wanrooij is besloten meer afstand te nemen tussen de bebouwing aan de IJsselkade en het bouwplan. Dit leidde tot een aanpassing van het plan naar vier woningen. Deze zijn goed inpasbaar op het perceel, inclusief het parkeren, maar dit is echt de ondergrens. BIDS streeft naar kwaliteit voor de stad. Dat streven straalt uit op het project. Inspreker acht het vanwege de wederzijdse beïnvloeding logisch om met elkaar in gesprek te gaan.

D66 heeft gelezen dat Trigonium overeenstemming heeft bereikt met de gemeente. De fractie vraagt zich af wat hiermee concreet wordt bedoeld.

Inspreker antwoordt dat er geen getekend contract ligt, maar wel een conceptcontract uitgaande van mondelinge overeenstemming.

De PvdA constateert dat de bouwhoogte van het plan afwijkt van de stedenbouwkundige verkenning uit 2015. Bovendien worden op het dak nog installaties gemonteerd. Spreker vraagt of het plan nog aan de verkenning wordt getoetst en of hier nog eens nader naar kan worden gekeken.

Inspreker legt uit, dat de hoogte van 13,5 meter met name voortvloeit uit de keuze voor vier bouwlagen en de normering die hiervoor vastligt in het Bouwbesluit. Daarvan kan niet worden afgeweken. Het lager liggende platte dak is bedoeld om de installaties op het dak aan het zicht te onttrekken.

De SP heeft er begrip voor, dat een projectontwikkelaar graag op deze locatie woningen wil ontwikkelen. Spreker informeert naar de prijsklasse van de nieuwbouwwoningen.

Inspreker legt uit, dat de prijs afhankelijk is van de marktontwikkeling en de kostprijsontwikkeling. Op voorhand denkt hij aan een vraagprijs van ongeveer € 500.000,=. De complexiteit van de locatie, betekent ook dat de bouwkosten navenant hoger zullen zijn.

Het CDA vraagt uit te leggen hoe het mogelijk is, dat er boven de gestelde maximum bouwhoogte wordt gebouwd.

Inspreker licht toe, dat de lijn niet exact is bepaald. De planhoogte vloeit voornamelijk voort uit het doormeten van het aantal bouwlagen en het Bouwbesluit. Als het lager kan, dan zal dat niet worden nagelaten. Er moet echter worden voldaan aan de richtlijnen van het Bouwbesluit.

Beraadslagingen Forum

De voorzitter dankt de insprekers en gaat over tot de beraadslagingen.

De SP begrijpt dat de heer De Wijs liever helemaal geen nieuwbouw wil en anderen het gebied liever opgeknapt zien worden door de gemeente. Ook is begrijpelijk dat een projectontwikkelaar juist op die locatie wil ontwikkelen. Gelukkig besluit de democratisch gekozen gemeenteraad op hoofdlijnen over dit soort zaken. De afweging is echter lastig en de SP hoort graag van de overige fracties en van het College wat de meerwaarde voor Zutphen is van vier woningen op deze plek. De vraag is of het dat waard is. Vragen zijn ook of het zicht op de Walburgistoren daadwerkelijk wordt weggenomen door de bouwmassa en wat de gevolgen zijn voor de parkeergelegenheid in de binnenstad. Zonder beantwoording van deze vragen is het lastig om een politieke afweging te maken.

De VVD realiseert zich dat er met veel zaken rekening moet worden gehouden, zoals de hoeveelheid chemicaliën in de grond en de hoeveelheid geluid die wordt geproduceerd. Daarbij zijn veel afwegingen gemaakt en conclusies getrokken. Het plan is goed uitgedacht. De vraag aan de wethouder is of strikt wordt gehandhaafd op de bouwhoogte van 13,5 meter. Het is een lastige afweging als bewoners niet blij zijn als er wordt gebouwd, tegenover het belang om woningen in het hogere segment te bouwen om de doorstroming te kunnen bevorderen. De neiging vanuit de VVD-fractie is om het plan te steunen. Spreker is benieuwd naar de beantwoording van de gestelde vragen.

BewustZW suggereert een aanvullend Forum te plannen om daarbij bijvoorbeeld te bespreken hoe de portefeuillehoud en Collegebreed naar het proces wordt gekeken en dan met name naar de wijze waarop dit communicatief is verlopen. Spreker vraagt in hoeverre het College de mening van de insprekers deelt en of kan worden bevestigd, dat het College onder voorbehoud van goedkeuring van de gemeenteraad een overeenkomst kan sluiten. De vraag is of dat hierbij aan de orde is, of dat er mondeling een onrechtmatige toezegging door het College is gedaan, die voorbijgaat aan het primaat van de gemeenteraad.

GroenLinks adviseert nogmaals een Forum over dit onderwerp te beleggen en de gestelde vragen tijdig schriftelijk te beantwoorden. Dit is nodig om als gemeenteraad tot een zuivere afweging te kunnen komen.

De fractie ervaart het als bijzonder, dat BIDS door het College procedureel is uitgesloten, terwijl Trigonium de wens heeft om BIDS serieus bij de ontwikkeling te betrekken. Er is gesteld, dat de locatie een woonbestemming heeft. Spreker denkt dat ‘wonen’ een prima afronding kan zijn, uitgaande van mooie woningen die - zeker als BIDS met architectonische ondersteuning kan inspreken – ter plaatse mogelijk zijn. In het Collegebesluit staat dat een bouwhoogte van veertien meter toegestaan is. Dit vraagt om een schriftelijke reactie.

GroenLinks informeert naar de totaalhoogte, inclusief de installaties op het dak.

De echte beraadslagingen kunnen pas starten na beantwoording van de openstaande vragen en nader de inspreekreacties nader zijn bezien.

Het CDA vraagt of bekend is gemaakt dat het stuk grond te koop was en of de verkoop van de grond openbaar is gemaakt. Ook wil de fractie van het College weten waarom de bewoners vrij laat zijn betrokken.

De PvdA is geen tegenstander van bouw op deze locatie, maar wel als het geheel te hoog wordt. De fractie acht het van belang dat het plan binnen de vooraf afgesproken kaders blijft. Als er een tegenstrijdigheid in het Bouwbesluit zit, dan heeft de architect een uitdaging om daaronder te blijven. Het is voorstelbaar dat de heer De Wijs problemen verwacht van een zonnepaneleninstallatie op het dak die in zijn kamer spiegelen. Hopelijk houdt de architect ook daarmee rekening. Als er te weinig tijd is om dit plan verder door te spreken, dan kan wellicht een schriftelijke vragenronde of een extra Forum over dit onderwerp, een oplossing bieden.

Burgerbelang is geen voorstander van een extra Forum. De beschikbare informatie is helder en de fractie kan zich vinden in woningbouw zoals het plan voorstelt.

De parkeerplaats is een braakliggend terrein waar parkeren wordt gedoogd. Deze situatie bewijst weer eens, dat sloop het beste uitgesteld kan worden als de locatie niet snel wordt ingevuld.

De communicatie vanuit het College naar BIDS en de omwonenden is niet zuiver geweest. Hetzelfde geldt voor de communicatie met BIDS en het ambtelijk apparaat en College. Burgerbelang vraagt het College hierop te reageren.

D66 geeft aan, dat het project ‘Berkel in de Stad’ beoogt dankzij initiatieven en ideeën uit de samenleving de beleving van de Berkel te vergroten. Het College kiest ervoor om voor dit project juist niet de verbinding te zoeken. Afgevraagd kan worden of dit een uitgelezen kans had kunnen zijn om in samenwerking met het bewonersinitiatief het project te ontwikkelen. Graag krijgt D66 een onderbouwing en motivering van het College waarom geen verbinding is gezocht met BIDS?

De voorzitter biedt het College de gelegenheid om de vragen te beantwoorden.

Het College licht toe, dat de parkeerplaatsen nooit zijn meegenomen in de parkeertelling en dus ook niet in de Mobiliteitsvisie zijn opgenomen. Dit betekent dus, dat er een verandering in het aantal parkeerplaatsen ontstaat, omdat het geen officiële parkeerplaats betreft. Diverse ontwikkelingen vanaf 2000 hebben uiteindelijk geleid tot het voorliggende plan.

‘Berkel in de Stad’ betreft een burgerinitiatief, waarbij de gemeente met het Waterschap voor een stukje betrokken is, maar wat vooral vanuit de inwoners zelf komt. De gemeente heeft tot 2020 subsidie verstrekt. De opdracht voor het onderzoek dat heeft plaatsgevonden, is door de omwonenden verstrekt. Het bestaan van een burgerinitiatief sluit andere mogelijkheden niet uit. Er is reeds aangegeven, dat het bebouwen van de ruimte prima mogelijk is. De projectontwikkelaar wil graag kijken naar de mogelijkheden die BIDS ziet.

De SP interrumpeert en benadrukt dat momenteel op de locatie auto’s staan geparkeerd. Feit is, dat dit ruimtegebruik met de planontwikkeling niet langer mogelijk is. Ongeacht of de parkeerruimte formeel vastligt, feit is dat de parkeergelegenheid fysiek bestaat en wordt gebruikt.

Het College hanteert voor de parkeernormen standaard het aantal parkeerplaatsen dat in de Mobiliteitsvisie is opgenomen. Ook al is het mogelijk tijdelijk op de locatie te parkeren, deze parkeerplaatsen maken geen deel uit van de officiële metingen en telling of het aantal parkeerplaatsen volstaat.

Het College spreekt waardering uit voor het bewonersinitiatief BIDS. De gemeente beziet de mogelijkheden met het Waterschap. Omdat het principe is dat bewonersinitiatieven bij de bewoners moeten worden gelaten, heeft de gemeente afgewacht en zijn de twee zaken niet met elkaar verbonden, terwijl het elkaar tegelijkertijd ook niet uitsluit. Aangezien op de locatie al jaren een woonbestemming ligt, kon de projectontwikkelaar de grond kopen. Dit is conform de Grondbrief die door de gemeenteraad is vastgesteld en de gebruikelijke grondprijs. Afhankelijk van wat er wordt gebouwd, wordt deze navenant opgesteld, zoals dat gebruikelijk is bij andere onderdelen. In het vigerende bestemmingsplan is een hoogte van veertien meter toegestaan. Wat de heer Kluin heeft gepland is maximaal dertien en een halve meter en blijft daarmee onder het toegestane maximum. Het plan past dus op de locatie.

De voorzitter stelt vast, dat een aantal vragen onbeantwoord is gebleven. De voorzitter vraagt of deze schriftelijk worden afgehandeld en het onderwerp kan worden doorgeleid naar de raadsvergadering.

Het College verwijst naar de vraag over het zicht op de Walburgiskerk. Een voorwaarde is, dat het zicht op de Walburgiskerk niet mag worden ontnomen. Dat gebeurt dus ook niet.

Wat betreft de communicatie, heeft het College zich ingezet om – rekening houdend met de wettelijke kaders - zo goed mogelijk met alle belanghebbenden te communiceren. Of mensen zich voldoende gehoord voelen, is altijd complex.

GroenLinks stelt voor dat de wethouder de vragen toch schriftelijk beantwoordt. Het proces en de inhoud leeft zozeer, dat het raadsdebat en besluitvorming alleen mogelijk is met duidelijke antwoorden op deze vragen.

De voorzitter vraagt of het onderwerp na beantwoording van de openstaande vragen op de raadsagenda geplaatst kan worden voor de besluitvorming.

D66 is voorstander van een extra Forum. Er is een aantal vragen niet beantwoord. Aan de hand van de beantwoording is het mogelijk te vervolgen. Het is te kort door bocht om op basis van de huidige informatie een beslissing te nemen.

Het College zegt dat beantwoording voorafgaande aan de raadsvergadering mogelijk is.

GroenLinks stelt dat in geval de beantwoording onvoldoende blijkt, alsnog tijdens de raadsvergadering kan worden besloten tot een extra Forum.

De voorzitter peilt de belangstelling voor een extra Forum.

De fracties van Burgerbelang, BewustZW en de VVD kunnen zich vinden in raadsagendering.

GroenLinks, het CDA, de PvdA en de SP zijn voorstander van raadsbehandeling na schriftelijke beantwoording van de vragen. D66 pleit voor een extra Forum.

De voorzitter concludeert dat het voorstel op de raadsagenda kan voor verdere beraadslagingen. Mochten de vragen onvoldoende zijn beantwoord, dan kan alsnog worden besloten om nog een extra Forum te plannen.

De voorzitter dankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering om 20.05 uur.

Bijlagen

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad

Concept Gebiedsvisie Samen Emerpark

Datum 13-04-2021 Tijd 20:00 - 21:00
Zaal
Behandeling
Presentatie
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
I Kleinrensink
Griffier
B.M. Duizer
Notulist
More Support
Aanwezig namens Naam
GroenLinksD. Logemann en B Bresters
SPG.J.N. Müller
PvdAF.J.G.M. Manders
BurgerbelangM.G.S. Siemes
D66R.G.M. Rutten
VVDG. Peteroff en M. Schriks
CDAA.R. Nijenhuis
StadspartijG.J.H. Pelgrim
BewustZWA.W. Jansen
ChristenUnieG.A. Kamp
Kies Lokaal Zutphen WarnsveldP.I. Ackermans

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen van harte welkom. Ze verwelkomt met name de heer Van den Berg en de aanwezigen namens Bureau Diep, mevrouw Verschuren en de heer Hofman. De aanwezige inspreker, de heer Van den Berg, krijgt het woord.

Inspreker, de heer Van den Berg, namens Stichting Ecologisch Stadspark Zutphen

Inspreker is sedert acht jaar betrokken bij het Emerpark. De stichting heeft jarenlang gewerkt aan fietspaden, ecologisch onderhoud, wandelroutes en de realisatie van het Kersenbomenlaantje. Inspreker is blij met de visie die Bureau Diep, in opdracht van de gemeente, heeft opgesteld, en heeft bewondering voor de wijze waarop dit in coronatijd is opgepakt. De wijze van input verzamelen, is  in het Visierapport breed uitgemeten. Voor Stichting Ecologisch Stadspark Zutphen hoeft dit niet zo uitgebreid in het rapport.

Inspreker is daarentegen van mening dat de vastlegging van de Visie via beschrijvingen meer aandacht verdient in het rapport. Een echte ‘stip aan de horizon’ wordt gemist. Een Omgevingsvisie zou inzicht moeten geven op de vraag welke doelen aan het eind van een periode moeten zijn gerealiseerd. Inspreker onderschrijft, dat een Gebiedsvisie aanleiding geeft tot een gesprek met betrokkenen over het gebied en de toekomst daarvan. Aan de hand van de opgestelde richtlijnen moeten niet alleen goede initiatieven worden gestimuleerd, maar moeten ook slechte initiatieven worden afgewezen. Dat vraagt meer uitleg van kernwaarden. Het rapport stelt, dat het belangrijk is dat met de verschillende actoren een structurele samenwerkingsvorm in het park wordt gestart. Deze ‘vriendengroep’ bewaakt het eigenaarschap en de betrokkenheid bij het gebied en stimuleert nieuwe ontwikkelingen. Hierbij worden concrete doelen gemist, zoals natuur- en milieueducatie, cultuur en beweging. Ook de daaraan gekoppelde concrete budgetten worden gemist. Zonder die budgetten wordt hetgeen voorligt slechts een ‘papieren tijger’, meent inspreker.

Reacties Forum

De voorzitter biedt de fracties gelegenheid tot het stellen van verhelderende vragen.

GroenLinks merkt op, dat inspreker vraagt om een meer uitgebreide beschrijving van kernwaarden, terwijl sprake is van een stuk op hoofdlijnen. De fractie vraagt zich af welke probleem inspreker voorziet, als die kernwaarden niet verder worden beschreven.

Inspreker noemt illustratief dat niet expliciet is gesteld dat bebouwing niet is toegestaan. Er bestaan wel kernwaarden, maar niets staat vast. Meer kaderstelling is wenselijk.

De ChristenUnie vraagt zich af wie de goede initiatieven zou moeten belonen en slechte initiatieven moet afwijzen.

Inspreker geeft aan dat weliswaar beleid wordt geformuleerd, maar dat zeer duidelijk wordt gestuurd op een ‘vriendengroep’ die het eigenaarschap bewaakt. De taak zou bij deze vriendengroep liggen. Dit zou wel in samenwerking met de gemeente moeten gebeuren, aangezien die feitelijk de eigenaar is.

De ChristenUnie vraagt zich af wie die ‘vriendengroep’ is.

Inspreker stelt dat de bedoeling is, dat een ‘vriendengroep’ ontstaat die het eigenaarschap bewaakt en de betrokkenheid bij het gebied stimuleert. Er wordt gezocht naar een groep vrijwilligers die deze verantwoordelijkheid draagt. Inspreker hoopt dat de heer Hofman dit nader toelicht.

De PvdA dankt inspreker voor zijn inbreng en vraagt of inspreker tegenstander is van het idee van tiny houses in een deel van het park. Hij wijst hierbij specifiek op het gebied bij Helbergen, bij de oude voetbalterreinen.

Inspreker meent dat op het oude voetbalterrein nieuwbouw wordt gepland. Het park is – in zijn persoonlijke optiek - voor iedereen is. Met realisatie van tiny houses in het park, wordt het een plek voor een beperkt aantal mensen, terwijl het openbare park aan iedereen een plek zou moeten bieden.

De Stadspartij vraagt zich af wat inspreker bedoelt met het “ontbreken van een stip op de horizon”. De fractie zich af of deze opmerking is gericht op een tijdspad of een bepaald concreet te bereiken doel.

Inspreker legt uit, dat in voorliggende visie niet vastligt wanneer zaken worden geëvalueerd of wanneer doelen worden bereikt.

D66 is getriggerd door de vragen en antwoorden betreffende het eigenaarschap. De gemeente zou eigenaar zijn, maar inspreker ziet de ‘vriendengroep’ als de partij die de eigenaarsfunctie vervult. D66 vraagt wat inspreker hiermee bedoelt.

De voorzitter stelt dat in de presentatie van Bureau Diep daarover meer uitleg wordt gegeven. Ze stelt voor de presentatie af te wachten en dankt inspreker voor diens inbreng. De voorzitter geeft het woord aan bureau Diep voor de presentatie.

Het College vraagt tussendoor het woord voor een korte inleiding op voorliggende Visie Emerpark. Een Visie is niet concreet in de uitwerking en omvat geen plan. Stedenbouwkundige plannen bevatten wél een scherpe stip op de horizon en duidelijke regelgeving. Een Visie geeft een schets voor de toekomst en biedt een handleiding voor het voeren van een gesprek. De opdracht vanuit de gemeenteraad aan het College was gericht op het opstellen van een stedenbouwkundige visie. Daaraan bestaat veel behoefte, omdat er continu initiatieven zijn in het brede gebied van het Emerpark, waarmee het College niet goed raad weet om reden dat een Gebiedsvisie ontbreekt.

Het College acht het dan ook zeer praktisch om over een Gebiedsvisie te kunnen beschikken. Er is gekozen voor totstandkoming van een Visiedocument op basis van sterke participatie. De meningen en wensen ten aanzien van het Emerpark zijn via de inbreng van de samenleving opgehaald. Het resultaat van dit traject is de Visie Emerpark. Het College is benieuwd naar de inbreng vanuit de raad.

Presentatie Visie Emerpark door Bureau Diep - Kim Verschuren en Gino Hofman

Via een PowerPointpresentatie wordt de visie op het Emerpark toegelicht.

Bureau Diep schetst de opgave die Bureau Diep heeft meegekregen vanuit de gemeente. Hieraan lag de wens ten grondslag om een gemeenschappelijk en gedragen perspectief te krijgen op het gebied Emerpark, die tot een richtinggevende ontwikkeling van het gebied leidt. Gebaseerd op die ontwikkelrichting kan worden beoordeeld of ingrepen, nieuwe functies en initiatieven al dan niet een plek kunnen krijgen in het park. Het afwegingskader heeft zowel een sociaal-maatschappelijke kant, als een fysiek-ruimtelijke kant. Met aandacht is gekeken naar het zogenaamde ‘laaghangend fruit’: acties die op zeer korte termijn kunnen worden opgepakt en personen die reeds betrokken zijn bij het park.

De aanpak van Bureau Diep wordt toegelicht.

Er is gestart is met het inzichtelijk krijgen van de aanwezige stakeholders bij het Emerpark. De stakeholders zijn - in een breed participatief proces - benaderd om hun ideeën in te brengen. Hiervoor is een webpagina ontwikkeld op Zutphen.nl. Daarnaast zijn berichten uitgezet via social media.

De raad, het College en de ambtelijke organisatie zijn eveneens gevraagd om hierover na te denken. Tot slot, is een film gemaakt, opdat iedereen een goed beeld krijgt van het Emerpark en haar mogelijkheden.

Bij de stakeholders is geïnformeerd naar hun ideeën voor het Emerpark, maar ook waaraan zij behoefte hebben, als zijnde gebruiker of omwonende van het park. De resultaten van dit proces worden gepresenteerd.

Via het inwonerspanel ‘Zutphen Spreekt’ hebben 562 mensen hun inbreng gegeven.

Daarnaast zijn diepte-interviews gehouden met een aantal gebruikers van het Emerpark. Bovendien zijn vragenlijsten per e-mail verstuurd om meer verdieping te bereiken.

Via de sociale mediakanalen, de krant en de website is een online enquête uitgezet via Moventem. Naast het participatieproces is gebruik gemaakt van de reeds bestaande Visies voor het Emerpark of gebieden daaromheen. Relevante beleidsdocumenten, die de afgelopen jaren zijn ontwikkeld, zijn hierin integraal meegenomen.

Tijdens het participatieproces is aan alle stakeholders gevraagd, of men wil deelnemen aan een co-creatieproces. Een aantal personen heeft zich daarvoor aangemeld. Uiteindelijk heeft Bureau Diep met een groep van ongeveer dertig personen - zowel inwoners van Zutphen, als ambtenaren - een co-creatieproces doorlopen. Uit de resultaten van dit proces is een aantal omgevingswaarden ontwikkeld, die Bureau Diep verder heeft benoemd en gedefinieerd. Daarnaast is gekeken naar de randvoorwaarden en het ‘laaghangend fruit’.

Al deze aspecten zijn gebruikt om de Visie tot stand te brengen. Hiermee is de Visie een breed integraal inhoudelijk document, dat participatief tot stand is gekomen.

 

De heer Hofman presenteert de vijf aldus geformuleerde kernwaarden voor het Emerpark:

  • Een plek voor iedereen - Het Emerpark dient een plek te zijn waar iedereen kan komen. De plek moet ontmoetingen stimuleren en moet uitnodigend zijn. In de co-creatiesessies is geconstateerd, dat het gebied niet voor alle doelgroepen even toegankelijk is. Om deze reden wordt aan bepaalde doelgroepen extra aandacht besteed. Het gebied zal aantrekkelijk worden gemaakt voor mensen uit verschillende leeftijdsgroepen; ook voor mensen met een afstand tot de samenleving. Daarnaast is het belang van de omwonenden benadrukt. Er wordt actief verbinding gezocht met de omwonenden.
  • Recreëren doen we samen - In het park vinden twee vormen van recreëren plaats: actief en passief. De combinatie van deze vormen zorgt ervoor dat het Emerpark een plek blijft voor iedereen, waarmee het park inclusief en veelzijdig is. Het Emerpark bevindt zich op loopafstand van de stad en de aangrenzende woonwijken.
  • Samenhang - Deze kernwaarde betreft zowel het fysieke, als het sociale aspect. Op ruimtelijk niveau moet een aantal barrières worden verminderd. Op sociaal en functioneel niveau moeten banden worden versterkt tussen de deelgebieden, opdat synergie ontstaat tussen de verschillende sferen die in het Emerpark gelden. Samenwerking tussen de verschillende reeds actieve partijen in het gebied is van belang. Daarnaast speelt erkenning van de verschillende identiteiten in de deelgebieden een rol. Initiatieven in het gebieden moeten niet met elkaar concurreren, maar dienen elkaar aan te vullen. Ook wordt gestreefd naar een uniforme vormgeving in het gebied, zodat in het gehele Emerpark een overkoepelend ‘merk’ kan worden uitgedragen. In dit kader wordt nieuwe bebouwing in het gebied beperkt, om zodoende de groene samenhang van het park te bewaken.
  • Natuur - De natuur staat centraal in deze Visie. De natuur wordt gekoesterd en krijgt de ruimte om zich te ontwikkelen. Het Emerpark is een plek voor mens en dier. De natuur is het verbindende karakter in het Emerpark. Ecologische verbindingen spelen een belangrijke rol en moeten in stand worden gehouden of zelfs worden versterkt. Het Emerpark wordt gezien als de groene longen van de stad en blijkt ook zeer belangrijk te zijn voor de inwoners van Zutphen. Als gebouwd wordt, dient dit circulair te geburen. Waar mogelijk, wordt vergroend.
  • Duurzaamheid is vanzelfsprekend - Deze kernwaarde betreft de verbinding tussen mens, flora, fauna en de bestaande economische belangen in het gebied. Het is de bedoeling, om deze zaken op een zo harmonieus mogelijke wijze te laten samengaan. Dit betekent concreet, dat er aandacht is voor de gezondheid van inwoners. Het behouden van een groene plek in de binnenstad is van belang voor duurzaam wonen. Er wordt ingezet op een klimaatadaptief gebied, met aandacht voor onder andere waterberging en het afkoppelen van regenwater. Water speelt een belangrijke rol in het Emerpark en het Waterschap is hierbij betrokken. Bij een klimaatadaptief gebied is de keuze in materiaalgebruik van belang. Daarnaast moet worden gekeken naar schaduwrijke zones en het omgaan met hittestress.

 

Bureau Diep licht toe, dat het afwegingskader moet worden gezien als een model met een centrale positionering van het Emerpark en daaromheen de vijf kernwaarden van het gebied. Hiermee kunnen activiteiten worden getoetst aan de Visie voor het Emerpark.

Het model kan helpen bij het beoordelen van initiatieven door deze te toetsen aan de hand van de verschillende criteria in de buitenste ring. Als een initiatief aansluit bij een groot deel van de criteria, dan past het binnen de ontwikkelrichting van het Emerpark.

In het park bestaan verschillende zones, gevormd door de infrastructuur, die maken dat verschillende sferen ontstaan in het gebied. Door focus aan te brengen in een gebied, wordt de eigen identiteit bewaakt. Ook wordt ervoor gezorgd, dat synergie ontstaat en dat een overkoepelend raamwerk bestaat voor het Emerpark.

In de westelijke zone spelen de kernwaarden ‘duurzaamheid’ en ‘natuur’ een belangrijke rol. In het middengebied - de kern van het Emerpark - komen alle kernwaarden in dezelfde mate terug. In het oostelijke gebied spelen de kernwaarden ‘recreëren’ en ‘een plek voor iedereen’ een belangrijke rol. Met beide modellen kunnen toekomstige initiatieven of activiteiten worden beoordeeld op wenselijkheid en kan bij een initiatief de best geschikte locatie in het Emerpark worden bepaald.

Tijdens de co-creatiesessies is aandacht besteed aan de randvoorwaarden. Daarbij is gekeken naar organisatie, participatie en koppelkansen. Het blijkt van groot belang dat er een organisatie bestaat, die zorg draagt voor de uitwerking van de Visie. In de Visie wordt deze organisatie ‘Vrienden van het Emerpark’ genoemd. Dit moet worden gezien als een samenwerking tussen overheid en de partijen die in het gebied aanwezig zijn. Deze groep draagt zorg voor het bewaken van de Visie en het toetsen van initiatieven aan de Visie.

De groep ‘Vrienden van het Emerpark’ stuurt aan, zodat de ontwikkeling en activiteiten vanuit het volledige perspectief al dan niet plaatsvinden.

Een belangrijk onderwerp waarmee ‘Vrienden van het Emerpark’ rekening dient te houden, is de doorlopende participatie. De insteek is, dat ook mensen uit omliggende wijken en andere stakeholders betrokken blijven bij de aanscherping van de kernwaarden.

Daarnaast moet worden gekeken naar koppelkansen, omdat in het gebied een aantal grote opgaven op het gebied van klimaat en energie bij elkaar komt. Een organisatiegroep kan daarbij helpen.

In de Visie is ook het ‘laaghangend fruit’ opgenomen. Dit betreft de makkelijk te implementeren aanpassingen, die vanuit de kernwaarden een bijdrage leveren aan de toekomstige ontwikkeling van het gebied. Deze aanpassingen kunnen op korte termijn en met weinig moeite worden uitgevoerd, maar hebben een grote impact. Voorbeelden van ‘laaghangend fruit’ zijn: ecologisch onderhoud, het optuigen van ‘Vrienden van het Emerpark’, het opbouwen van een relatie met bepaalde partijen die in het gebied actief zijn en het verder ontwikkelen van wandel- en fietspaden.

Bureau Diep schetst de procedure. De Gebiedsvisie ligt tot en met 5 mei 2021 ter inzage. Daarna worden de inspraakreacties verwerkt. Op 1 juni 2021 ligt de aangescherpte Visie bij het College. Op 28 juni 2021 vindt een Forum plaats en op 12 juli 2021 volgt de definitieve vaststelling tijdens de raadsvergadering door de raadsbesluitvorming.

De voorzitter bedankt Bureau Diep voor de presentatie en geeft de Forumleden gelegenheid om te reageren op de presentatie en/of vragen te stellen aan het College.

De Stadspartij vraagt hoe wordt aangekeken tegenover duurzaam wonen in het gebied. Er is een voorstel ingediend, maar in het stuk is aangegeven, dat dit onmogelijk is. De Stadspartij noemt het voorbeeld van de Strowijk in Nijmegen, waar energieneutraal wordt gewoond.

In het model met de drie delen, voor het Emerpark, is sprake van bestaande structuren, zoals hekwerken. De Stadspartij vraagt wat gebeurt met deze hekwerken en met de aanwezige dieren. De Laan naar Eme geeft dan een soort snelheid in het park. De Stadspartij vraagt of dat niet gevaarlijk is en informeert naar maatregelen. Naast de Laan naar Eme, lopen ook de Emmerikseweg en de Harenbergweg dwars door het park. Dit maakt het niet tot één park en maakt het gebied gevaarlijk voor de dieren. De Stadspartij vraagt hoe hiermee wordt omgegaan. Ook vraagt de Stadspartij of de genoemde belemmeringen in de toekomst worden weggenomen en er nieuwe doorgangen of overgangen zullen komen.

D66 dankt Bureau Diep voor een goede uitleg en meldt blij te zijn met de Visie. D66 herkent in de presentatie veel elementen uit de D66-motie ‘Vergroening en verkoeling’ (2020). Er is een intensief participatiekant geweest. Er is heel hard gewerkt: veel betrokkenen zijn benaderd en hebben hun inbreng kunnen leveren. De wijze van participatie acht D66 een sterk punt en dat maakt het draagvlak voor het visiedocument groter. D66 complimenteert het College hiermee en met name wethouder De Jonge.

D66 is nog niet tevreden met het antwoord op de vraag aan de inspreker over de eigenaarsfunctie en vraagt extra verduidelijking.

De ChristenUnie complimenteert met het verloop van het proces en de hoeveelheid opgehaalde input. Aan het begin van de presentatie werd gerefereerd aan het aantrekkelijk maken van het Emerpark voor mensen met een afstand tot de samenleving. De ChristenUnie vraagt hoe Bureau Diep dit concreet voor zich ziet.

Het Emerpark, zoals dit nu is geschetst, kent een aantal functies. De ChristenUnie vraagt of die functies ook passen binnen de voorgestelde kaders. Dit gaat specifiek om de sondering, segment 3 aan de oostkant van het park. Dit wordt nu getypeerd als ‘sportzone’. ChristenUnie geeft aan dat zich aan de randen van die zone een school, Tactus en een kerk bevinden. De ChristenUnie ziet wel aanknopingspunten voor de kerk, als rustpunt om op adem te komen. De ChristenUnie mist die aanknopingspunten echter bij de sportzone. Als de zone wordt getypeerd als ‘sportzone’, doet dit wellicht tekort aan de functies van die zone.

De ChristenUnie vraagt verduidelijking over de samenwerking tussen gebruikers en de gemeente. De concrete vraag is: wie is verantwoordelijk en wie bepaalt? Het is belangrijk, dat dit van tevoren duidelijk is, aldus de ChristenUnie.

Burgerbelang vindt de burgerparticipatie het meest interessante element. Burgerbelang vat de Visie samen met de stelling ‘dat de groene huiskamer beschikbaar moet worden gehouden voor de omwonenden’.

Ondanks corona heeft een groot onderzoek plaatsgevonden en is een grote betrokkenheid gegenereerd. Burgerbelang geeft aan dat Zutphen een mooi burgerparticipatietraject heeft gekend: het Deventerwegkwartier. De participatie is daar goed geslaagd. Iedereen is blij met het eindresultaat. Burgerbelang vindt dit een mooi voorbeeld waarin burgers worden gehoord en is benieuwd, hoe het vervolgtraject eruit gaat zien, qua burgerparticipatie. Veel mensen zijn benaderd, maar Burgerbelang vreest, dat het zich gaat verengen tot clubjes en dat over een aantal jaar slechts een paar vrijwilligers - ‘de boze oude mannen’ - overblijven, die geen verandering meer willen in het park.

Burgerbelang schetst de volgende hypothetische casus: na corona zal er behoefte zijn aan meer samenzijn. Mensen zullen daarbij denken aan evenementen. De vraag is, hoe er wordt gereageerd als er een grote vraag komt naar evenementen in het park? Wat is dan de rol van de gemeente, om een dergelijk plan tegen te houden of door te zetten?

En, hoe zou dat in de praktijk in z’n werk gaan op basis van deze Visie?

De SP stelt, dat het Emerpark een park is waar Zutphenaren trots op mogen zijn. De voorliggende Visie draagt daaraan bij. De SP vreest dat het Emerpark een park wordt van een clubje ‘hobby-ecologen’, terwijl het echt een park moet zijn voor alle inwoners van Zutphen. De SP ziet het als een uitdaging om erover na te denken, hoe daarvoor kan worden gezorgd.

De uitgangspunten in de Visie wijzen in ieder geval wel in de gewenste richting: een ontmoetingsplek voor iedereen, recreëren doen we samen. De SP vraagt zich af, hoe dit echt wordt gerealiseerd, zodat alle inwoners van Zutphen het Emerpark gaan zien als hùn park. De SP denkt hierbij aan plekken die gratis toegankelijk zijn voor recreatie: bankjes, picknickplaatsen, openbare sportplaatsen en watertappunten. Hierover is reeds iets genoemd in de Visie. De SP is benieuwd, of het College op dezelfde wijze hierin staat.

GroenLinks spreekt waardering uit voor voorliggende Visie en kijkt uit naar ‘de groene huiskamer van de stad’. GroenLinks vindt het mooi om te zien, dat de direct betrokkenen en de stakeholders goed zijn betrokken en zich herkennen in de geformuleerde Visie. In de stukken is te lezen, dat slechts 4% van de 562 respondenten jonger dan 35 jaar was. De spreker vreest dat de meesten van deze 22 mensen een leeftijd tussen de 25 en 35 hebben. GroenLinks vraagt of de jongeren nog op een andere manier kunnen worden betrokken.

Daarnaast staat in de stukken, dat het proces niet te veel van onderop mag verlopen en dat de gemeente hierin sturend is. GroenLinks is van mening dat dit niet helemaal strookt met de gegeven presentatie en de inleiding door de wethouder, die immers insteekt op participatie. GroenLinks vraagt de wethouder hierop te reageren.

Tenslotte, is GroenLinks benieuwd hoe de wethouder aankijkt tegen de inbreng van inspreker over het verder uitwerken van de kernwaarden. Spreker vraagt zich af of de wethouder dit al dan niet wenselijk acht.

Het CDA vindt het een mooi plan, een groene long voor Zutphen. Er zijn altijd vrijwilligers nodig. Het CDA vraagt zich af of het mogelijk zou zijn, om een aantal groepjes tiny houses neer te zetten, verdeeld over het park, waarin jongeren en betrokken natuurliefhebbers kunnen wonen. Hiermee zouden twee problemen in één keer zijn opgelost.

BewustZW spreekt waardering uit voor de presentatie en verwacht met deze Visie een mooi beeld voor de toekomst te kunnen neerzetten. BewustZW wil bij de uitwerking aan de hand van een fasering helder krijgen, wanneer wat daadwerkelijk wordt uitgevoerd.

In de gebiedsschets is een aantal woningen opgenomen. Op dit moment staat er een aantal bungalows op het voormalige Zutphenterrein, maar er komt nog een zonering bij. BewustZW voorziet dat dit kan conflicteren met de eerder vastgestelde groene zone ‘De groene vingers’. Er is al aangehaald, dat is gekeken naar wat in het verleden is vastgesteld. BewustZW vindt dit echter niet terug.

Voorts vraagt BewustZW aan het College, of deze Visie onderdeel gaat uitmaken van de Omgevingswetvisie, die per 1 januari 2022 van kracht wordt. Elke gemeente moet daarvoor een Gebiedsvisie indienen.

BewustZW constateert dat veel partijen afspraken of overeenkomsten hebben met gemeenten. BewustZW vraagt of hier zicht op bestaat, dan wel dat hiernaar nog moet worden gekeken in de verdere uitwerking.

Spreker vindt het van belang, dat bij de vaststelling door de gemeenteraad (juni 2021) dat de hiermee samenhangende kosten voor de komende jaren in de Voorjaarsnota worden meegenomen. Daarmee ontstaat een gedegen Gebiedsvisie.

De PvdA sluit zich aan bij de inbreng door de SP. De PvdA is voorstander van voorliggende Visie. De fractie refereert aan de vraag over betrokkenheid van jongeren in het participatieproces en vraagt zich af of de organisatie van een evenement, zoals een festival, op het parkeerterrein van BeQuick of bij het zwembad, in deze visie past? Spreker vraagt de wethouder om eens door die bril te kijken.

Het College geeft aan, dat in bijeenkomsten veel is gesproken over het betrekken van alle stakeholders, het delen van eigenaarschap in het gebied en het zorgen voor een goede toegankelijkheid. De uitkomst is een vorm waarmee Zutphen al bekend is, namelijk dezelfde vorm als rondom het AZC. Daar is een beheergroep ingericht, bestaande uit alle verschillende stakeholders. De gemeente is ook één van deze stakeholders. Gezamenlijk voert deze groep het eigenaarschap uit over de leefbaarheid van het AZC en de inbedding van het AZC in de wijk. Het College vindt dit een fantastische manier van werken, ingestoken vanuit gelijkwaardigheid en toegankelijkheid. De groep beheerst en bewaakt een aantal kernwaarden, waaronder leefbaarheid.

In de situatie van het Emerpark zou toegankelijkheid één van de kernwaarden kunnen zijn. Iedereen heeft en bewaakt diens eigenheid, maar gezamenlijk is men verantwoordelijk voor het geheel. Het College heeft gemerkt dat dit een goede manier van samenwerken is, met gevoeld eigenaarschap en ook toegankelijkheid voor anderen. Als een nieuw initiatief bijkomt, kan dit aansluiten bij de beheergroep.

Wat betreft de jongerenparticipatie, meldt het College dat jongeren hebben deelgenomen aan de enquête. De Jongerenadviesraad heeft verdiepende interviews uitgevoerd en is betrokken geweest in de twee sessies. Wat dat betreft, denkt het College dat het maken van een Gebiedsvisie niet iets waar jongeren zich erg toe voelen aangetrokken, maar desondanks hebben veel jongeren inspraak gehad. Het wordt concreter op het moment dat het gesprek gaat plaatsvinden over daadwerkelijke initiatieven en ideeën. De leerlingenraad van de Waaier heeft wensen voor het Emerpark, zoals plaatsing een schommel. De kinderen kunnen daadwerkelijk worden betrokken en voor hen wordt dit ook heel leuk om te doen, verwacht het College.

Door BewustZW en GroenLinks zijn vragen gesteld over de concrete uitvoering van de Visie met de kernwaarden. De partijen willen weten hoe de uitvoeringsagenda eruitziet en wat alles kost. Het College geeft aan, dat deze Visie inderdaad geen uitvoeringsagenda heeft meegekregen en dit ook niet zal krijgen. Het College heeft zich beperkt tot het maken van een Gebiedsvisie met een afwegingskader om daar initiatieven op te kunnen beoordelen. In de Visie zijn wel veel ambities verwoord. Mocht de gemeenteraad die ambities delen, dan kan de raad de opdracht om een uitvoeringskader en een bijbehorend financieel plaatje op te stellen. Die stap is vooralsnog niet gezet. De mogelijkheid bestaat om de Visie op te nemen in de Omgevingswet.

Het College heeft zicht te hebben op de huidige contracten.

Bureau Diep geeft aan dat vanuit de Omgevingswet een vertaling kan worden gemaakt naar een omgevingsplan, wat één van de instrumenten is onder de Omgevingswet. Deze Visie gaat over een deel van Zutphen en kan worden geïntegreerd in de Omgevingsvisie.

Burgerbelang interrumpeert met de vraag wat kan worden verwacht met evenementen en hoe bij een initiatief voor een evenement moet worden omgegaan met eventuele ecologische tegenstanders.

Het College gaat dit bekijken op het moment dat een evenement wordt aangevraagd. Als het gaat om een hardcore evenement met harde muziek, kan het College zich voorstellen, dat dit niet past binnen het afwegingskader. Het Emerpark is immers een gebied dat uitgaat van duurzaamheid en natuur. Een ander soort evenement, dat bijvoorbeeld wordt bedacht voor de sportzone aan de westkant, zou wellicht wél passen. Er wordt nagedacht over verschillende evenementenlocaties. Het College zegt niets toe, omdat de keuzes afhankelijk zijn van de exacte vormgeving en invulling van een evenement.

Bureau Diep verwijst naar de vraag over een woonfunctie in het park. Een belangrijke waarde van het Emerpark, is dat het een plek is voor iedereen. Dus, iedereen moet op ieder moment overal in het park kunnen recreëren en ontwikkelen. Dat staat haaks op afgebakende gebieden waar mensen wonen. Wonen in het Emerpark is iets dat op dit moment niet in het afwegingskader past. In de co-creatiesessies is dit ook duidelijk naar voren gekomen. Bureau Diep doet hierover uiteindelijk geen uitspraken, maar benadrukt wel dat dit niet past in het model, zoals dat tot stand is gekomen, gebaseerd op input van alle participanten.

Voorts is gevraagd of nieuwe ontwikkelingen kunnen worden gecombineerd met bestaande functies in het park. Bureau Diep geeft aan dat dit mogelijk is.

BewustZW stelt dat aan de westkant - in het gebied van het voormalig Zutphenterrein - al een veel groter gebied bestemd is voor woningbouw. Het lijkt nu te gaan om een klein strookje, maar dat deel gaat voor twee derde bestaan uit woningen. BewustZW zou het bijzonder vinden als dit nu niet wordt opgenomen en de suggestie wordt gewekt, dat straks anderen nog iets kunnen bijstellen aan een door de gemeente vastgesteld bestemmingsplan.

Het College stelt, dat BewustZW volledig gelijk heeft. Het gebied wordt nu in ontwikkeling genomen voor circulaire woningbouw.

BewustZW stelt voor om dat beter aan te geven op de kaart, om het direct inzichtelijk te maken.

Het College vindt dit een goed voorstel van BewustZW.

De Stadspartij vraagt of het voorliggende afwegingskader geldt voor het stuk dat erbij komt.

Het College geeft aan dat het afwegingskader nog steeds geldt en ook toepasbaar is op wat reeds in Helbergen 1 is gerealiseerd aan circulair gebouwde huizen. Dit zal ook gelden voor Helbergen 2.

Bureau Diep biedt een schriftelijk terugkoppeling, wanneer dat nodig is.

De voorzitter dankt ieder voor diens inbreng en aandacht en sluit de vergadering om 21.02 uur.

Advies

Onderwerp door naar oordeelsvormende vergadering

Initiatiefvoorstel 'Kaderstelling Omgevingsvisie Stedelijk gebied' (13-04-2021)

Datum 13-04-2021 Tijd 21:00 - 22:00
Zaal
Behandeling
Oordeelsvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
F.J.G.M. Manders
Griffier
M.J.E. van den Berg-Platzer
Notulist
More Support
Aanwezig namens Naam
GroenLinksD. Logemann
SPM de Ridder
PvdAH.W. Hissink
BurgerbelangH.J.M Verschure
D66P Van der Hammen
VVDA. van Dijk en H. Hissink
CDA
StadspartijJ. Boersbroek
BewustZWA.W. Jansen
ChristenUnieA. van Dijken
Kies Lokaal Zutphen Warnsveld

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Tijdens dit Forum ligt een initiatiefvoorstel voor, ingediend door GroenLinks en de PvdA. De voorzitter geeft het woord aan de heer Logemann van GroenLinks om het initiatiefvoorstel toe te lichten.

GroenLinks stelt dat Omgevingswet aan gemeenten verplicht om in 2024 voor het gehele grondgebied een Omgevingsvisie opgesteld te hebben. De omgevingsvisie landelijk gebied is feitelijk klaar en aan de Omgevingsvisie Stedelijk gebied wordt gewerkt. Voorliggend initiatiefvoorstel ziet op het laatste.

De Omgevingsvisie stedelijk gebied is een belangrijk document, dat het gehele bebouwde gebied van de gemeente Zutphen bestrijkt en een integraal karakter dient te zijn. Dat wil zeggen dat het naast ruimtelijke bestemmingen, ook aspecten als gezondheid, welbevinden, veiligheid, biodiversiteit, sociale integratie, economie van de stad et cetera dient te bevatten. Het gaat in dit visiedocument over het functioneren van de stedelijke samenleving voor de komende tien tot twintig jaar.

GroenLinks en de PvdA-fractie vinden dat de raad daarbij haar verantwoordelijkheid en haar kaderstellende rol dient in te vullen. De bestuursopdracht voor de Omgevingsvisie stedelijk gebied dateert van 2019 en voorzag niet in die kaderstellende rol voor de raad. Nu deze Omgevingsvisie vertraging heeft opgelopen, bestaat de mogelijkheid deze kaderstellende rol alsnog te pakken.

Het initiatiefvoorstel bestaat uit drie onderdelen.

  • Ten eerste, verzoeken de indieners aan het College om vooraf duidelijk te maken welke bestaande beleidsonderdelen in de Omgevingsvisie terugkomen als ongewijzigd beleid, dan wel als herzien beleid.
  • Ten tweede, geven de indieners het College een aantal onderwerpen mee voor de Omgevingsvisie; deze onderwerpen willen de indieners graag terugzien in de Omgevingsvisie.
  • Ten derde, vragen indieners een visie te ontwikkelen op de wijze waarop het College met de Zutphense inwoners wil omgaan. Aan de hand van het ‘Kader Anders Samenwerken’ hoeft dat niet ingewikkeld te zijn.

De voorzitter wijst op het memo van het College en vraagt of dit nog nadere toelichting behoeft.

BewustZW vraagt het College om uit te leggen wat het doel is van het memo en of het een reflectie biedt op hetgeen door initiatiefnemers wordt gevraagd.

De voorzitter vraagt het College hierop te reageren.

Het College stelt dat de raad aan zet is, zoals GroenLinks al aangeeft. Wat betreft de Omgevingsvisie, is de raad uiteraard aan zet en heeft de raad ook het laatste woord. Wat het College met dit memo heeft beoogd, is het tonen van de procesplanning. Bij stap 4.b is aangegeven, dat de stukken medio juni compleet zijn en aan de raad kunnen worden voorgelegd.

Het College wijst op het feit, dat er op momenteel 150 bouwaanvragen van inwoners liggen. Dit vraagt enorm veel ambtelijke capaciteit. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan de Omgevingsvisie stedelijk gebied en aan de invoering van de Omgevingswet. Ook dat brengt een enorme hoeveelheid werk mee. Als de raad kaders mee wil geven voor de Omgevingsvisie, dan is dat een goede zaak, maar als dat betekent ook, dat het College - naast alle activiteiten die er al plaatsvinden - aan de voorkant moet gaan aangeven wat er allemaal terugkomt in de Omgevingsvisie. Het College verzoekt de raad om met haar inbreng te wachten tot het concept van het visiedocument beschikbaar is. De capaciteit is eenvoudigweg niet toereikend om aan de voorkant aan de vraag van de raad te kunnen voldoen.

De voorzitter geeft het woord aan de raad om te reageren.

De ChristenUnie heeft begrip voor de reactie van het College. Het is in ieder geval goed om te horen dat er veel gebeurt. Anderzijds wil de raad het College en het ambtelijk apparaat graag meegeven hoe zij tegen de Omgevingsvisie aankijkt en wat zij daar graag in terugziet. Ook de Rekenkamercommissie geeft aan dat het tijd is voor de raad om alert te zijn. Daarom is de fractie blij met het voorliggende initiatiefvoorstel. De fractie wil hier nog wel enkele punten aan toevoegen.

Sociaaleconomisch wordt verwezen naar Krachtig Zutphen. In het initiatiefvoorstel wordt dat eenzijdig benadrukt. Gisteren bleek bij de behandeling van het Beleidsplan Jeugd dat er in het sociaal domein wederom sprake is van hoge kosten voor de gemeente Zutphen. Deze kosten zijn veelal te relateren aan het aantal sociale huurwoningen, de vele eenoudergezinnen en het aantal zorginstellingen in Zutphen. Daarom stelt de fractie voor om - naast de verwijzing naar Krachtig Zutphen - tevens te streven naar een stad die sociaaleconomisch in balans is.

Het is een demografisch gegeven dat Nederland vergrijst; dit vraagt om ruimtelijke inpassing. Momenteel bestaat met name behoefte aan eengezinswoningen, maar de behoefte zal naar verwachting gaan verschuiven. De nieuwe Omgevingsvisie en het omgevingsplan vragen om participatie. Dat is méér dan het houden van een voorlichtingsavond. Gisteren bleek in Pointer dat Zutphen er niet al te best op staat, als het gaat over communicatie en overleg met bewoners en belangenorganisaties.

De VVD is van mening dat de meeste thema’s voor de Omgevingsvisie al ter hand zijn genomen door het ambtelijk apparaat en nader worden uitgewerkt. In diverse Forumspecials is de raad daarin meegenomen. Het memo is daar ook duidelijk in. Er is al veel werk verzet en er wordt nog veel werk verzet. Daarom adviseert de VVD om het College gewoon haar werk te laten doen. De fractie roept ertoe op om het College hiertoe de nodige ruimte te geven. De raad kan op andere manieren aan zet zijn. De VVD steunt het initiatiefvoorstel in de huidige vorm daarom niet.

D66 refereert aan de uitspraak van het College terzake de capaciteit. Spreker vindt het niet zo sterk om daarop terug te vallen. De fractie houdt het liever bij de feiten en in die zin kan de fractie zich aansluiten bij de woorden van de VVD, dat er druk wordt gewerkt aan de Omgevingsvisie en dat ervanuit mag worden gegaan dat de raad nog voldoende aan bod komt. Die mogelijkheid is echter niet duidelijk verwoord in het memo. De punten, die zijn opgevoerd door GroenLinks en de PvdA in het initiatiefvoorstel kunnen worden beschouwd als een verlanglijstje. De vraag aan het College is in hoeverre de organisatie dit verlanglijstje meeneemt in het stuk dat de raad in juni voorgelegd krijgt.

BewustZW constateert dat het memo meer procesgericht is. Uit de toelichting door het College blijkt nu ook dat er een capaciteitsvraagstuk bestaat. BewustZW stelt daarom voor om het memo terug te nemen en om te vormen tot een voorstel aan de raad, dat voorziet in een stappenplan. Dit stappenplan moet zichtbaar maken hoeveel/welke capaciteit op welk moment nodig is voor welk plan. Dat sluit mooi aan op het initiatiefvoorstel, zoals het er nu ligt, want dit geeft vanuit de raad ook al richting en regie. Deze stap vooruit is passend in hetgeen samengedaan moet worden. De fractie omarmt het initiatiefvoorstel dan ook en verzoekt het College de genoemde punten verder inhoud te geven, samen met de raad, de inwoners en de belangenorganisaties.

Het College meldt dat er capaciteit is vrijgemaakt om de Omgevingsvisie op te stellen. Opvallend is, dat het aantal vergunningsaanvragen fors is toegenomen. Dat vraagt extra capaciteit. Het initiatiefvoorstel vraagt echter om aan de voorkant aan te geven wat het College opneemt in de Omgevingsvisie. Tijdens een eerder gehouden Forum zijn allerlei zaken genoemd en genoteerd - in een Cloud - die de raad belangrijk vindt om op te nemen. In het initiatiefvoorstel is opnieuw een aantal zaken genoemd, dat de indieners van het voorstel opgenomen willen zien. Het College neemt dit mee, maar heeft onvoldoende capaciteit om - naast de lopende processen - een nieuw proces te starten, waarin kan worden aangegeven wat in de Omgevingsvisie moet worden opgenomen. 

BewustZW wil vertraging voorkomen. Op zich is de ontvangst van bouwaanvragen in dit stadium te begrijpen. Blijkbaar is daarin niet voorzien. Om alsnog daarin te voorzien is het verstandig om de raad daarvan in kennis te stellen, maar ook om daar ondersteuning te bieden, zodat het College daar adequaat invulling aan kan geven.

GroenLinks stelt - in reactie op het College - dat de fractie het capaciteitsprobleem onderkent en in de tweede termijn met een voorstel komt.

Burgerbelang wil voorkomen dat er dingen dubbel worden gedaan. Het College komt in juni met haar bevindingen naar de raad. Daarin kunnen de punten uit voorliggend initiatiefvoorstel worden ingevlochten en zodoende kan het in juni als één geheel worden behandeld. Daarmee is het Forum van heden overbodig.

Het komt op de fractie over alsof initiatiefnemers met dit voorstel zelf een dikke vinger in de pap willen hebben en op de stoel van het College willen gaan zitten. Een dergelijke houding is procesmatig onjuist.

GroenLinks dankt de sprekers voor hun inbreng en dankt met name de fractie van de ChristenUnie, die ook enkele inhoudelijke aanvullingen heeft gedaan. Spreker stelt vast dat veel procedurele punten zijn ingebracht. Het stuit spreker tegen de borst als kaderstelling wordt afgedaan als “een dikke vinger in de pap willen hebben” en “op de stoel van het College willen gaan zitten”. Kaderstelling is één van de kerntaken van de raad en die rol wordt met dit initiatiefvoorstel toegepast.

Burgerbelang bevestigt dat de rol van de raad kaderstellend en controlerend is, maar de fractie wil het College de tijd gunnen om een goed en gedegen stuk neer te leggen, waar de raad vervolgens op een later moment aanpassingen in kan doen. Inhoudelijk bevat het initiatiefvoorstel goede punten, maar dit is niet het juiste moment om die punten in te brengen.

GroenLinks stelt dit feitelijk al eerder gedaan had moeten worden. Wat in juni wordt voorgelegd door het College is geen concept Omgevingsvisie, maar een dialoogstuk op basis waarvan het gesprek wordt aangegaan met de raad. De raad kan afwachten wat hierin staat, maar met dit initiatiefvoorstel wordt beoogd om alvast enkele punten aan het College mee te geven die belangrijk zijn voor de stad. Het is de fractie bekend dat de organisatie het heel druk heeft. De essentie van het initiatiefvoorstel ligt op de punten 4 en 5, te weten het aandragen van thema’s die in de Omgevingsvisie zouden moeten terugkomen en het ontwikkelen van een visie op participatie. De nadruk ligt niet op de punten 1 en 2. GroenLinks heeft er geen moeite mee als deze punten pas bij de conceptvisie duidelijk worden, als dat het College wat meer ruimte zou geven. In dat geval is GroenLinks bereid de punten 1 en 2 te schrappen en de punten 4 en 5 te benadrukken, want deze vormen immers de essentie van dit voorstel.

D66 verbaast zich over de uitspraken van de VVD. Er ligt een planning vanuit de organisatie en het is belangrijk om er ervoor te zorgen dat er in juni een goed stuk voorligt, dat inhoudelijk kan worden besproken. Aan GroenLinks vraagt spreker of het verlanglijstje, dat er nu ligt, in een raadscommissie is besproken.

GroenLinks geeft aan, dat de raadwerkgroep in procedurele zin over het initiatiefvoorstel heeft gesproken, maar niet inhoudelijk. De inhoudelijke bespreking behoort immers niet tot de opdracht van de raadswerkgroep. Er is over gesproken om de kaderstelling aan de orde te stellen tijdens een Forum en daarna in de raad te bespreken.

Het College acht het een goede zaak, als de raad aan de voorkant kaders mee wil geven. In feite heeft de raad dat al gedaan bij de eerste bespreking. Als het gaat over de communicatie – punt 5 uit het voorstel – moet er sowieso een plan worden opgesteld.

Wat betreft punt 4, is het de vraag of het Forum en de raad daarmee instemmen. Kijkend naar het lijstje bij punt 4, dan lijkt dit meer op een verlanglijstje van personen die iets dieper in de materie zitten. De vraag is of dit verlanglijstje wordt gedeeld door de voltallige raad.

GroenLinks legt uit, dat de fractie samen met de PvdA heeft beoogd om tijdens dit Forum in te gaan op de wensen ten aanzien van het dialoogstuk en de Omgevingsvisie. Dit is niet bedoeld als verlanglijstje, maar als een opzet. De ChristenUnie heeft hier al een aanvulling op gegeven en dat is zoals de indieners het graag zien.

Burgerbelang vraagt zich af waarom is gekozen voor een initiatiefvoorstel en niet voor een motie. Door de vorm heeft spreker toch het gevoel dat de indieners hiermee een vinger in de pap willen hebben. De raadswerkgroep is het gremium dat het proces gaat begeleiden. Doordat de indieners van het initiatiefvoorstel in deze raadwerkgroep zitting hebben, zijn zij hier veel verder in ingevoerd. Spreker roept hen op om tot juni te wachten met het stellen van kaders.

GroenLinks is verbaasd dat Burgerbelang bezwaar heeft tegen een kaderstelling vooraf. Het is juist een taak van de raad om het College die zaken mee te geven waaraan gedacht moet worden bij de ontwikkeling van de Omgevingsvisie. In eerste instantie was sprake van een motie. In de raadswerkgroep is door het College voorgesteld om er een initiatiefvoorstel van te maken. De raad beslist uiteindelijk of dit als kader wordt meegegeven aan het College.

De PvdA stelt, dat Burgerbelang gelijk heeft in de opmerking dat de leden van de werkgroep meer informatie tot hun beschikking hebben en zich verder in de materie hebben verdiept.

Burgerbelang bedankt voor het eerlijke antwoord, maar stelt dat dit juist precies is wat dient te worden voorkomen met raadswerkgroepen. De raadswerkgroep dient zich uitsluitend bezig te houden met procedurele vraagstukken. Hij zal deze vermenging met de inhoud daarom meenemen naar het Presidium. Voor het meegeven van zaken / adviezen aan het College, past een motie. Burgerbelang adviseert derhalve om het initiatiefvoorstel om te vormen naar een motie.

Het College geeft aan dat de werkgroep Omgevingswet gaande het proces ook heeft gesproken over de Omgevingsvisie. GroenLinks gaf aan dat die fractie via een motie allerlei zaken wilde meegeven. Toen heeft het College gevraagd of daar een motie voor nodig was en het niet beter was om ambtelijk te vragen wat er allemaal gaat gebeuren. Dat heeft geleid tot dit initiatiefvoorstel. Het College heeft niet geadviseerd om een initiatiefvoorstel in te dienen.

GroenLinks geeft aan dat het woord ‘initiatiefvoorstel’ wel degelijk in dit gesprek is gevallen. De essentie ligt echter niet in de vraag welke vormkeuze gemaakt moet worden. Spreker zal in overweging nemen om er opnieuw een motie van te maken.

Burgerbelang heeft er waardering voor dat GroenLinks hier veel tijd in heeft gestoken en heeft er begrip voor als er nu frustratie ontstaat, maar hopelijk is er ook begrip voor de reactie van Burgerbelang.

De VVD wenst zich – als lid van de raadswerkgroep - uitsluitend te richten op de procedurele zaken. Om die reden heeft de VVD het initiatiefvoorstel niet ondertekend. Spreker beaamt dat de raadswerkgroep een voorsprong heeft, maar de informatie is ook gedeeld tijdens Forumspecials. Spreker ziet het initiatiefvoorstel als een soort verlanglijstje van een aantal partijen. De raad is echter pas aan zet als er een Collegevoorstel ligt. Ongeacht of het voorstel in de huidige vorm in procedure blijft òf dat er een motie volgt, op steun van de VVD hoeft niet te worden gerekend.

De Stadspartij vraagt zich af hoe GroenLinks de procedure voor zich ziet, als het gaat om de inbreng van thema’s, ook vanuit andere fracties.

GroenLinks geeft aan, dat als fracties ideeën hebben over wat er in de Omgevingsvisie zou moeten worden meegenomen, dan kan dat tot aan de raadsbespreking worden ingebracht. De ChristenUnie heeft dat inmiddels gedaan. Andere fracties worden ook uitgenodigd punten te noemen die in het frame passen, dat aan de raad wordt voorgelegd.

D66 is het niet eens met de volgorde. De fractie acht het verstandig te wachten op stap 4.b, wanneer punten in een Forum of Forumspecial kunnen worden ingebracht. Op dat moment kan de discussie aan de hand van een totaalplaatje plaatsvinden. De raad heeft dan nog voldoende invloed om de kaders op een juiste manier te stellen. D66 wenst geen discussie over voorliggend verlanglijstje.

BewustZW legt uit, dat de raadswerkgroep de taak heeft zaken procesmatig te volgen. Het kan niet zo zijn, dat een raadswerkgroep als een soort voorpost van de raad fungeert. Deze indruk wordt nu wel gewekt. Het doel van de raadwerkgroep is om de raad tijdig te alarmeren om na te denken over het proces en over het moment waarop zij iets moet vinden van bepaalde onderdelen. Kijkend naar het memo, moeten deze processtappen nog volgen. De vraag is of het dan verstandig is om nu reeds onderwerpen aan het College mee te geven, die in de Omgevingsvisie moeten worden opgenomen. Op dit moment gaat het kaderstellend meegeven van de inhoudelijke aandachtspunten te ver en te snel.

GroenLinks wil het misverstand wegnemen dat de raadswerkgroep is gebruikt als voorpost voor het initiatiefvoorstel. De fractie heeft wel gemeld hiermee bezig te zijn. De uitnodiging voor mede-indienen is uitgegaan naar de raadsleden in die werkgroep omdat zij in het kader van de Omgevingswet de meest betrokken raadsleden zijn.

BewustZW geeft aan dat dit onderstreept wat de fractie eerder heeft gezegd. Op deze manier functioneert de raadswerkgroep toch als een soort voorpost. GroenLinks had de uitnodiging aan alle raadsfracties moeten voorleggen.

Burgerbelang sluit zich aan bij de reactie van BewustZW. De uitnodiging is uitsluitend gedeeld met de raadsleden in de raadswerkgroep, maar zodoende had de indiener al direct een meerderheid. Dat kan niet de bedoeling zijn van de raadswerkgroep. Spreker roept de werkgroep op om uitsluitend procesmatig te kijken hoe en wanneer onderwerpen met de raad worden gedeeld. De huidige praktijk krijgt nu de schijn van achterkamertjespolitiek. Burgerbelang vindt dit een punt van bespreking in het Presidium.

GroenLinks benadrukt dat in de raadswerkgroep niet is gesproken over de inhoud van het initiatiefvoorstel. De Omgevingsvisie is een onderwerp waar GroenLinks het belang van inziet en de fractie wil daarin acteren. Dat dit in de raadswerkgroep niet zou mogen worden gemeld, betwist spreker, want de raadwerkgroep heeft er inhoudelijk helemaal niet over gesproken. Nadat de fractie dit had gemeld, is wel discussie ontstaan over de vorm waarin dit zou worden ingediend.

De ChristenUnie vindt dat de discussie over wat er in het Presidium zou moeten worden besproken, niet in het Forum thuishoort. De fractie wil liever over de inhoud spreken.

BewustZW acht het verstandig, dat de indieners de balans opmaken om te kijken wat in dezen verstandig is, met name wat betreft de inhoudelijke punten. De fractie roept op om het initiatiefvoorstel niet door te zetten naar de raad, maar eerst te kijken hoe dit procesmatig het beste kan worden aangevlogen.

De PvdA vindt het vervelend, dat de term ‘achterkamertjespolitiek’ is gevallen. Daarvan is absoluut geen sprake. De gedane suggesties worden door spreker meegenomen naar de achterban en de verdere voortgang wordt besproken met GroenLinks.

GroenLinks sluit zich aan bij de reactie van de PvdA. GroenLinks had graag een discussie op de inhoud gevoerd, want de fractie hecht zeer aan de kaderstellende rol van de raad. Spreker betreurt het, dat er vooral discussie is gevoerd over het proces. Spreker benadrukt voorts dat er een verkeerd beeld is geschetst van de raadswerkgroep en geeft aan dat het initiatiefvoorstel in de eerstvolgende raadsvergadering niet aan de orde zal worden gesteld.

Burgerbelang heeft het woord ‘achterkamertjespolitiek’ genoemd, maar wil daar niemand persoonlijk van beschuldigen. Hij vertrouwt de indieners van het initiatiefvoorstel wat dit betreft volledig, maar de gehele raad dient ervoor te waken dat zij dit stempel krijgt. Alleen al de schijn van achterkamertjespolitiek dient te worden voorkomen. Dit wordt voorkomen door informatie op de juiste manier met elkaar te delen en in het openbaar met elkaar te bespreken. Burgerbelang dankt de indieners voor het initiatiefvoorstel dat er ligt en uiteindelijk zal worden meegenomen in de verdere kaderstelling door de raad.

De voorzitter dankt de aanwezigen voor hun bijdrage en sluit de vergadering om 22.00 uur.

Advies

Stuk komt (nu) niet voor besluitvorming in de raad

Agenda's 13-04-2021

Behandeld in