Pagina delen

Forumverslag 12-04-2021

Kader Anders samenwerken aan een sterk Zutphen (12-04-2021)

Datum 12-04-2021 Tijd 19:00 - 20:00
Zaal
Behandeling
Oordeelsvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
M. Schriks
Griffier
J Kerkhof
Aanwezig namens Naam
GroenLinksB Bresters
SPS.G.J.G. de Groen
PvdAF.J.G.M. Manders
BurgerbelangH.J.M Verschure
D66I van Dijk
VVDJ Lok
CDAG.H. Brunsveld
StadspartijJ. Boersbroek
BewustZWA. Verwoort
ChristenUnie
Kies Lokaal Zutphen WarnsveldJ.D. Maarsen

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering. Hij geeft het woord aan het college voor een introductie.

College: Er zijn de afgelopen jaren mooie initiatieven geweest om met participatie en samenwerken. Het is nu tijd voor een volgende stap en we moeten meer naar kaderstelling. Op 20 mei is er een forumspecial waar bestuurlijke vernieuwing centraal staat. In dit forum gaat het over anders samenwerken met inwoners en wat is de positie van de raad. Dat gaat over inwoners onderling en over de samenwerking bestuur en inwoners en wat is de positie. Daarvoor hebben we doelen geformuleerd: Inclusief, betrokken en actief, transparant en zorgvuldig, samen wijzer worden. Er zijn drie actielijnen: meer mensen doen mee, participatie op maat en vertrouwen, lef en samen leren. De gewenste resultaten.

D66: De intenties en doelen zijn goed. Het is van belang om eerst zelf te reflecteren: hoe doen we het nu? Hoe komen we daar waar we naar toe willen? En moeten we niet ook de bewoners bij aanvang betrekken bij dit proces? Zodat we van het begin werken op de wijze die voor ogen staat.

CDA: Het is een duidelijk stuk. De vraag is wel wat er nu anders is dan voorheen. Daarnaast zijn er ook vragen: Als een idee niet strookt met het beleid, hoe gaan we daar dan mee om? Als een initiatiefnemer nee te horen krijgt, waar kan deze dan terecht? Kan voor de term “right-to-challenge” een Nederlandse uitdrukking worden gebruikt?

BurgerBelang: Is het eens met het gebruik van een Nederlandse uitdrukking. Het is een helder en mooi stuk. Opgemerkt wordt dat het belangrijk is dat de gemeente juist naar de inwoners/bedrijven/ondernemers toe gaat. Vaak zijn het dezelfde gebieden die participeren, hoe gaan we andere mensen benaderen? Dat gesubsidieerde instellingen veel participeren is logisch, want dat is waar ze voor worden ingezet.

VVD: Is blij met het stuk. We merken al dat mensen graag hun mening laten horen. De VVD is er niet bang voor om kritisch te zijn op initiatieven die worden ingebracht. Deze zullen toch op basis van de verkiezingsprogramma’s worden beoordeeld. Vraag is hoe de wijkregisseurs de mensen gaan benaderen? Het gaat hierbij overigens niet alleen om het betrekken van wijken, maar ook van doelgroepen.

GroenLinks: Samenwerken past bij het DNA van GroenLinks. De ambities zijn hoog, wij hopen dat het gangbare praktijk wordt. De rol van de raad verandert hiermee en dat betekent dat we daar vertrouwen en lef voor nodig hebben en eerder de kaderstellende rol hierin nemen. Binnen deze kaders moeten we vrijheid geven. Er wordt in de notitie nog wel te weinig op het hoe ingegaan. Hoe zorgen we ervoor dat niet alleen de ‘usual suspects’ meedoen. Is er ook ruimte voor het experimenteren met nieuwe vormen van participatie, bijvoorbeeld mensen eerder aan tafel krijgen, betrekken van experts, burgers op een andere manier bij dit proces betrekken? Er is ook een belangrijke rol weggelegd voor communicatie: we moeten ervoor zorgen dat mensen niet afstompen op het participatieproces.

PvdA: Is verbaasd dat er weinig kennis is van wat er al gebeurt aan participatie. Er zijn veel verschillen in de wijken in de stad. In wijkteam Noordveen wordt al veel aan samenwerking gedaan. Onlangs is er nog een presentatie gegeven met de titel Wonder van Noordveen. In het wijkteam werken vrijwilligers samen aan de buurt. Daarbij staat centraal het vertrouwen dat bewoners zelf dingen kunnen oppakken om stappen te zetten. Het gaat nu om de vraag: hoe houden we als raad controle op deze manier van werken. Verder wordt opgemerkt dat er niet meer gekort moet worden op de budgetten voor de wijkteams.

BewustZW: Het is de bedoeling om niet meteen als dicht te willen timmeren; dit past ook in de geest van de Omgevingswet.

KiesLokaal: Juicht de ontwikkeling toe. Wijst met betrekking tot online-participatie op doe-mee app en vraagt of hier bekendheid mee is.

Stadspartij: Het is belangrijk om de breedte op te zoeken. Het is vooral zaak bewoners te inspireren en om initiatieven op te halen. Waarbij een belangrijk aandachtspunt is: hoe bereiken we iedereen?

College: Het gaat hier om een proces in ontwikkeling. Dit wordt niet uitgewerkt zoals een programma. We gaan nu gewoon doen en niet uitgebreid opschrijven wat allemaal zou kunnen. Er ligt nu een kader en de vraag die nu voorligt is of we met dit kader uit de voeten kunnen. Wat doen we dan anders? Niet zoveel; we hebben vooral geschetst waar we nu staan. We hopen dat dit wordt herkend; dit stond nog niet eerder zo op papier. We hebben de raad hier in meegenomen. Dit evolueert steeds. We kunnen nu de volgende stap zetten. De uitdaging is om van richtinggevende beleidsambtenaar meer naar faciliterende beleidsambtenaar te gaan. Voor bevorderen van participatie zetten we M Power in. Dit bevordert de slagkracht van inwoners en helpt daarmee door middel van een tool. Veel mensen zijn overigens als betrokken zonder dat het college daarbij betrokken is. Right-to-challenge gaat specifiek over het overnemen van gemeentelijke taken en wordt ook benoemd onder de titel “Wij gaan het zelf doen”.

BurgerBelang: Kunnen we proberen om meer zicht te krijgen op de participatiebereidheid en de wensen in de wijken en op welke wijze we de mensen daar kunnen betrekken?

College: Met de wijkregisseurs zitten we diep in de haarvaten van de wijk. Elke inwoner moet het loket kunnen vinden. Daarnaast wordt gewezen op de wijkontwikkelingsplannen. Dit geeft een instrument om te kijken hoe een wijk eruitziet en hoe het staat met de participatie in de wijk. Daar blijken de blinde vlekken ook uit. In de beroepskrachtenoverleggen kan dan worden besproken hoe hier op in te zetten. Daarnaast wordt ook meer gebruik gemaakt van digitale participatie. Daarmee bereiken we weer andere doelgroepen, bijv. 45-minners, dan met fysieke participatie waar meer 45- plussers op af komen. Ook wordt gewezen op het Platform Open Stad dat in ontwikkeling is. Het kader biedt ook alle ruimte voor initiatieven vanuit de mensen zelf en mensen te ondersteunen bij het uitvoeren van hun ideeën. Verder wordt gewezen op het betrekken van sleutelfiguren in de wijken door de wijkregisseurs.

De voorzitter concludeert dat iedereen positief is over het stuk en dat het college hiermee verder kan. De voorzitter sluit de vergadering.

Advies

Stuk komt (nu) niet voor besluitvorming in de raad

Investeringsprogramma transformatie sociaal domein (12-04-2021)

Datum 12-04-2021 Tijd 19:30 - 20:30
Zaal
Behandeling
Oordeelsvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
M.G.S. Siemes
Griffier
B.M. Duizer
Aanwezig namens Naam
GroenLinksM Dolfing
SPH.M.H. Giesen
PvdAJ. Bloem
BurgerbelangE Yildirim
D66Y.J.A. ten Holder
VVDG. Peteroff
CDAH Haringsma
StadspartijJ.H. Weststrate
BewustZW
ChristenUnieG.A. Kamp
Kies Lokaal Zutphen Warnsveld

Verslag van de vergadering

De voorzitter heet iedereen welkom bij het Forum over het investeringsprogramma transformatie sociaal domein en zet kort uiteen wat de opzet van het Forum is.

College/ wethouder De Jonge: Aan de orde is het antwoord van het college op de motie “Investeringen voor omslag in sociaal domein” die bij de behandeling van de Programmabegroting 2021 in november vorig jaar is aangenomen. Daarin stond een opdracht aan het college om te komen met een voorstel voor de transformatie sociaal domein en daarbij goed te kijken naar bewezen successen in andere gemeenten. Ook zocht u een versnelling van de transformatie die we hebben ingezet. In de motie stond uiteindelijk geen dekkingsvoorstel, het collegevoorstel heeft dat nu wel.
Zie verder de presentatie die als bijlage bij het verslag is opgenomen en de uitzending op youtube.

Bernard Verbeek en Jeanette ‘t Hoen krijgen het woord voor het vervolg van de presentatie. Zie hiervoor de presentatie die als bijlage bij dit verslag is opgenomen en de uitzending op youtube.

De voorzitter geeft de fracties gelegenheid vragen te stellen naar aanleiding van de presentatie.

Stadspartij: Wat levert deze investering van 650.000 euro nu extra op? De onderwerpen die genoemd zijn betreffen toch staand beleid?

GroenLinks: Wat gebeurt er extra voor de 18- en 18+ jongeren?

Burgerbelang: Welke gemeenten heeft de wethouder als voorbeeld voor Zutphen gebruikt?

SP: Op papier ziet het investeringsprogramma er goed uit, maar hoe gaat dat er uit zien in de praktijk? Kan de wethouder enkele voorbeelden geven van vooral punt 1, preventie en activering en investeren in het voorveld?

VVD: Hoe verhouden de ICT-investeringen zich met de lopende investeringen bij de gemeente? Is het geld bestemd voor de implementatie of komt dat er straks nog bovenop? De VVD wil voorkomen dat voor de uitvoering externe medewerkers moeten worden aangetrokken. Wat zijn de concrete doelen die we nastreven en hoe meten we straks de resultaten?

D66: Klopt het dat we alleen bestaand beleid hebben gehoord? En het betreft impulsgelden voor twee jaar, maar er worden reguliere projecten genoemd zoals de gekantelde dagbesteding. Hoe kan dat samengaan?

PvdA: Wat zou er gebeuren als we dit investeringsprogramma niet zouden inzetten? Het gaat mij daarbij met name om onderdeel 3, de kwaliteitszorg en ICT-systemen.

CDA: We lijken incidentele middelen te gaan gebruiken om structurele veranderingen tot stand te brengen, klopt dat? Hoe gaan we de beoogde versnelling en lerende effecten monitoren? Is het bedrag voor ICT voldoende om het verschil te maken? Hoe is dit bedrag tot stand gekomen? En op basis van welke criteria zijn de best practices gekozen?

College: Er is veel gevraagd naar het staande beleid. Het klopt dat deze ambities in eerder stukken stonden en dat we die eerder met elkaar hebben afgesproken. Waar we naar op zoek zijn gegaan, is waar de mogelijkheden zijn om de transformatie en de bezuiniging sneller te laten verlopen. Om ons heen zagen we gemeenten met incidenteel geld structurele bezuinigingen inzetten. Door de motie beschikten wij ook over incidenteel geld om de transformatie een impuls te geven en te versnellen. De voorbeelden hiervan staan vooral bij de punten 1 en 2.
Wat gaat er mis als we dit niet doen? Inhoudelijk niet zo veel, het zal alleen trager gaan dan we nu kunnen doen met dit voorstel. We hebben op een aantal punten grote ambitie, we zien de mogelijkheden en we hebben mensen in huis die het kunnen uitvoeren. Dat laaghangend fruit kunnen we nu plukken.

D66: Als er verder niets misgaat met onze doelen, spreken we dan niet over de inzet van algemene middelen in plaats van over investeringen en een impulsbudget?

College: Met deze incidentele middelen geeft u een impuls aan de transformatie in het sociaal domein. U heeft als raad zelf geconstateerd dat de transformatie in gang is gezet, maar erg langzaam gaat. Het kan sneller als we dit incidenteel geld kunnen inzetten.

Waar we voorbeelden uit andere gemeenten gebruiken, staat dat ook vermeld in de notitie. We zien dat gemeenten als Assen en Meppel kampen met vergelijkbare problematiek als wij hier in Zutphen. Als bepaalde maatregelen daar bewezen goed werken, moet dat ook voor ons resultaat kunnen opleveren. Andere gemeenten beginnen nu ook naar Zutphen te kijken, door de goede voorbeelden die wij inmiddels zelf geven. Een voorbeeld van preventie bij jeugd is de aanpak van laaggeletterdheid. Dat heeft effect op die gezinnen en kan betekenen dat we deze kinderen minder snel zien bij jeugdhulp. Zo zijn er ook andere voorbeelden.

D66: U noemt ook het voorbeeld met het diagnosecentrum in Apeldoorn. Waarom werken we daar niet mee samen? Het kost behoorlijk wat expertise het allemaal zelf op te zetten.

College: Samenwerken is zeker de bedoeling, maar we willen in Zutphen een stapje verder gaan door ook in te zetten op ontwikkeling en niet alleen op terugkeer in het arbeidsproces. Het is de bedoeling dat de gemeente Apeldoorn dan weer van onze ervaringen kan profiteren.
Hoe meten we het resultaat? We zullen daarover gaan rapporteren in de burap’s. Het is wel uitvinden hoe investeren aan de preventieve kant en het voorveld zichtbaar wordt. We zullen met elkaar de indicatoren daarvoor scherp moeten krijgen. We gaan daarom een monitor op het gebied van preventie bij jeugd ontwikkelen en daarna (een jaar later) voor de rest van het sociaal domein.

Burgerbelang: Hoe weten we zeker dat voorbeelden van elders in Zutphen gaan werken?

College: We voeren eigenlijk alleen projecten op die passend zijn bij de situatie van Zutphen en waarvan we overtuigd zijn dat we die kunnen doen en dat ze gaan werken.
De gekozen bedragen zijn gebaseerd op de te verwachten effecten en benodigde inzet voor de komende twee jaar, we denken hiermee de gewenste versnelling te kunnen realiseren.
Hoe verhouden de ICT-investeringen zich tot de eerder aangekondigde ICT-investeringen? De I-Visie gaat echt over de basis op orde. De investeringen in dit voorstel zijn gericht op het sociaal domein, om daar het goede fundament te leggen.

CDA: Wanneer vinden we dat we voldoende lerend effect hebben bereikt? Kunnen we dat alleen op basis van indicatoren monitoren?

College: Over twee jaar wil ik het bijvoorbeeld niet meer hebben over de overgang 18- en 18+, dat moet soepel kunnen overlopen van de ene wet naar de andere. Een ander voorbeeld is de doorbraakmethode, daar hoop ik over twee jaar ook niet meer over te hoeven praten omdat we die werkwijze hebben ingevoerd en dat het effect heeft.

ChristenUnie: De gelden worden ingezet als vliegwiel om structurele veranderingen op gang te helpen. We begrijpen dat het nodig is en dat het iets kost. We zijn positief over deze stap. Wat wij graag willen als effect van de kwaliteitsimpuls is dat het niveau van de oplossingen stijgt op alle niveaus. De monitoring van de inzet van deze middelen willen we graag structureel zien. We kunnen leren van anderen en ook het wetenschappelijk onderzoek dat er ligt betrekken en gebruiken.
De fractie van de ChristenUnie is positief en zal in de raad straks voor stemmen.

D66: We spreken alleen over gemeentelijke dienstverlening, terwijl er ook veel vragen voor onze partners liggen. Waarom is het voorstel alleen op onze dienstverlening gericht? Daarnaast ontbreekt de uitvoeringsagenda van de strategische beleidsvisie sociaal domein nog. Hebben we deze agenda niet eerst nodig om een gericht investeringsprogramma op te stellen? Onder een investeringsprogramma versta ik overigens wel wat anders dan de wethouder. Dan heb je concrete doelen met verwachte opbrengsten en maak je aan het slot de balans op. Het lijkt hier meer te gaan om versnelling van lopend beleid. Het voorstel mag concreter. Is er gedacht aan de meerkosten die komen kijken bij het opstarten van allerlei projecten?

Burgerbelang: Voor een goed deel kunnen we aansluiten bij vorige vragen. In het verleden zijn investeringen vaak niet goed gegaan, daarom is monitoring voor ons heel belangrijk. Datzelfde geldt voor samenwerking met andere gemeenten.

Stadspartij: Een risico dat in het voorstel wordt genoemd is beheersing van de uitgaven en overschrijding van de begroting als het voorstel niet wordt aangenomen. Kunnen we dat ook omdraaien?

GroenLinks: Er zijn al veel antwoorden gekomen. Onze fractie is positief over de mix in de plannen tussen vernieuwen en vernieuwing ondersteunen. We missen de transformatie bij de inzet voor mensen met financiële problemen en oplopende schulden. Juist deze problematiek heeft zo veel impact op het leven van mensen. We hopen dat bij het komende minimabeleid en schuldenbeleid die transformatie nog een plek krijgt, zoals bij jeugd gedaan is. We zijn positief over investeringen die elders al bewezen zijn, zoals de doorbraakmethode. Wat betreft de dagbesteding vragen we ons af waarom er geen aandacht is voor de infrastructuur van dagbesteding naar beschut werk.

CDA: We zijn positief gestemd over dit mooie initiatief. Het lerend effect is belangrijk en juist daarom onderstrepen we de noodzaak van goede monitoring.

SP: De voorbeelden van de wethouder op het gebied van preventie betroffen jeugd en niet Wmo of participatie. Dat heb ik gemist.

PvdA: Wij zijn enthousiast over het investeringsprogramma. Verschillende elementen van de visie sociaal domein komen mooi terug, zoals preventie bij gekantelde dagbesteding en dichtbij zorg organiseren. Ook het leren van andere gemeenten vinden we belangrijk, zodat we de kinderziektes kunnen overslaan. De versnelling is echt nodig, de COVID-crisis heeft de problemen van sommige gezinnen alleen maar verscherpt. De aanpak van schulden vinden we wat onderbelicht, de aankomende aanpak biedt daar wellicht mogelijkheden voor. We onderschrijven het nut van monitoring, doe dat vooral in de reguliere monitoring op het sociaal domein.

College: De investeringen zijn niet alleen bedoeld voor onze eigen dienstverlening, we werken samen met partners. Bij punt 3 uit het voorstel is dat wel voor onze eigen organisatie.
We gaan zoeken naar een manier om de monitoring, waarvan ik heb gehoord dat u die belangrijk vindt, goed in te richten. Ik kom hierop terug, hoe we de effecten zo goed mogelijk in beeld kunnen brengen.
Kunnen we het omdraaien, verdwijnt het risico op overschrijding van de begroting met deze investering. Kon ik maar keihard ja zeggen. Helaas gebeuren er vaak ook dingen waar je weinig grip op hebt. We zullen zo goed mogelijk binnen de kaders blijven, we doen daar alles aan.
D66 vroeg eerder ook om een uitvoeringsagenda bij het sociaal domein, we hebben toen in een memo op een rij gezet wat allemaal in gang is gezet. Eén van de plannen die daarbij hoort is de aanpak van de schuldenproblematiek, daar komt u binnenkort over te spreken. De dagbesteding en van beschut naar werk zit in het programma waardevol werk. Ook met dit onderwerp komt wethouder Werger binnenkort naar de raad.
De voorbeelden over Wmo en participatie heb ik minder snel paraat, maar ze staan wel degelijk in het projectoverzicht. Laaggeletterdheid raakt overigens wel alle domeinen.

Voorzitter: Kunt u de raad voorafgaand aan de raadsvergadering verder informeren over uw ideeën met betrekking tot monitoring?

College: Dat kan ik tijdens de raadsvergadering doen.

Voorzitter: Goed, u komt hierop terug tijdens de raadsvergadering.
Dan concludeer ik op basis van de instemmende reacties van de fracties dat het onderwerp voldoende is besproken en voor besluitvorming in de raad kan worden geagendeerd.
Deze Forumvergadering is gesloten.

Bijlagen

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad

Initiatiefvoorstel 'Versterking draagvlak voor verduurzaming' (12-04-2021)

Datum 12-04-2021 Tijd 20:00 - 21:00
Zaal
Behandeling
Oordeelsvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
I Kleinrensink
Griffier
M.J.E. van den Berg-Platzer
Aanwezig namens Naam
GroenLinksD. Logemann
SPS.G.J.G. de Groen
PvdAF.J.G.M. Manders
BurgerbelangH.J.M Verschure
D66H. Brouwer
VVDH. Hissink
CDAG.H. Brunsveld
StadspartijG.J.H. Pelgrim
BewustZWA.W. Jansen
ChristenUnieB Westerhof
Kies Lokaal Zutphen Warnsveld

Verslag van de vergadering

Voorzitter:
Welkom bij deze Forumvergadering over het Initiatiefvoorstel versterking draagvlak voor verduurzaming, ingediend door Dolf Logemann van GroenLinks, Hein Brunsveld van het CDA en Frans Manders van de PVDA. Eerst geef ik de indieners de gelegenheid om een toelichting op dit initiatiefvoorstel te geven. Vervolgens kan het Forum vragen stellen en daarna kan het college haar mening op dit voorstel geven. Dan geef ik nu het woord aan Dolf Logemann van GroenLinks.

GroenLinks: Dank u wel voorzitter. Ik realiseer met dat dit een redelijk complex voorstel is voor een initiatiefvoorstel. Het voorstel heeft een tweeledig doel. Het eerste is de bestuurlijke vernieuwing door inwoners meer in hun adviesrol te betrekken bij het beleid. En twee, het versterken van het draagvlak voor verduurzaming in het bijzonder voor de klimaatmaatregelen die moeten worden genomen. reden voor dit initiatief is de constatering in het Forum van september vorig jaar over de voortgang van de energietransitie dat er nog te weinig draagvlak is voor de maatregelen die de gemeente nastreeft. En dat de energietransitie daardoor maar moeilijk op gang komt. De indieners hopen dit proces te versnellen door inwoners meer zeggenschap te geven over de maatregelen die op hen afkomen. We gaan er daarbij vanuit dat inwoners met elkaar heel goede en praktische ideeën hebben en er van overtuigd zijn dat energiemaatregelen nodig zijn. Wij stellen voor

  1. Om het College op te dragen een helder communicatieprogramma op te stellen dat het draagvlak onder de inwoners van Zutphen en Warnsveld voor de verduurzaming van de eigen leefomgeving vergroot, en
  2. Om in nauw verband daarmee in deze gemeente bij wijze van proef en voor een looptijd van drie jaren te experimenteren met een grotere burgerbetrokkenheid rond het thema ‘verduurzaming eigen leefomgeving’ in de vorm van een reeks kortlopende burgerfora welke vanuit de leefwereld van de inwoners Raad en College gevraagd en ongevraagd adviseren over gevoerd of te voeren beleid

Onder burgerforum verstaan wij een intensieve vorm van burgerparticipatie met een min of meer representatieve groep burgers die door loting bijeen zijn gebracht en die samen op basis van overleg en vergelijking van inzicht werkt aan een antwoord op een concrete vraag uit het beleid. En dat antwoord is dan tevens een advies aan raad en college. In Nederland hebben we nog niet veel ervaring met burgerfora maar in het buitenland is dit redelijk succesvol. Een burgerforum heeft een looptijd van ongeveer een half jaar. In drie jaar tijd kunnen derhalve zes vraagstukken worden besproken en kunnen zes adviezen vanuit de samenleving worden gegeven aan raad en college en kan er ook zes keer worden geëxperimenteerd met de vorm van een burgerforum. In ons voorstel krijgen bij de start van een burgerforum duizend huishoudens de vraag of zij willen meewerken aan een advies over een bepaald vraagstuk over de energietransitie. Het is zaak om bij de samenstelling te letten dat deze representatief is voor de inwoners van Zutphen en Warnsveld of voor de wijk waarop het vraagstuk zich toespitst. Er moet sprake zijn van goede en onafhankelijke procesbegeleiding. We denken dat dit het beste kan als we burgerfora onderbrengen bij Zutphen Energie. Drie weken geleden een commissie onder leiding van voormalig ombudsman Alex Brenninkmeijer een advies aan de regering heeft uitgebracht over precies dit onderwerp.  Dit advies beschrijft ook de randvoorwaarden voor een succesvolle inzet van burgerfora met betrekking tot klimaatbeleid. Ons voorstel voldoet aan de meeste van die voorwaarden. Een paar voorwaarden zijn nog niet duidelijk in ons voorstel opgenomen. Ik overweeg om na dit Forum en vooruitlopend op de raadsvergadering waarin over dit voorstel wordt besloten, samen met de andere initiatiefnemers, de ontbrekende punten aan het raadsinitiatief toe te voegen.

Voorzitter: Hebben de andere indieners hier iets aan toe te voegen?

PVDA: Ik onderteken met name het stuk van de heer Brenninkmeijer.

CDA: Dit voorstel is een goed voorbeeld van anders samenwerken.

D66: Het advies van de commissie Brenninkmeijer is een goed voorbeeld. Dit is een goede ontwikkeling. Waarom is de RES voor wat betreft burgerfora buiten beschouwing gelaten? De haalbaarheid: wordt er aangehaakt bij gemeenten of regio''s die hiermee al ervaring hebben?

Burgerbelang: Het is een ingewikkeld raadsvoorstel, dit had ook in een motie gepast. De burgerfora zijn met name bedoeld op het gebied van duurzaamheid. Dat is eenzijdig: dat is te abstract voor burgerfora. Wij willen wel burgerfora, maar duurzaamheid is te abstract voor inwoners. We kunnen beter burgerfora instellen zonder de koppeling met duurzaamheid.

VVD: Dit is heel complex. Waarom laat je dit niet bij Zutphen Energie? Burgerfora bij duurzaamheid is moeilijk, dat krijg je niet rond. Ook bij de ambtelijke organisatie, hoe krijg je dit rond? Wat vindt de wethouder hiervan?

Stadspartij: Dit is een mooi initiatiefvoorstel. In het advies van de commissie Brenninkmeijer staat een schema van 9 punten. Dan zie je dat dit kan werken. Het is heel belangrijk om dit samen met inwoners te doen. Externe begeleiding is nodig, maar moet dat bij Zutphen Energie? Hoe serieus moeten we advies van de commissie Brenninkmeijer nemen?

SP: Wij vinden dit niks. 20.000,- Euro per jaar of per 3 jaar? Dit is een te grote belasting voor de ambtelijke organisatie. Er worden duizend mensen uitgenodigd, daar blijven ongeveer 30 mensen van over, vertegenwoordigd dat de doorsnee bevolking van Zutphen? Gebruik liever de SP-methode: loop door de samenleving, bel eens aan en vraag hoe mensen dit zien. Wie gaan de duurzaamheidsmaatregelen betalen?

CU: Wij vinden dit een goed voorstel. Wat gaan we met de uitkomsten doen? Versnellen als beoogd effect, is dat reëel? De RES, zijn we daar niet te laat? De Omgevingswet: hoe wordt daar participatie vormgegeven?

BewustZW: Dit raadsvoorstel had ook een motie kunnen zijn. Het doel is inwoners op een betere en slimmere manier betrekken. De Omgevingswet verplicht de overheid om te participeren. Rolverdeling en verantwoordelijkheden moeten we duidelijk scheiden: het college werkt in opdracht van de raad. De rol van Zutphen Energie vinden wij niet gepast. Je moet aanklampen bij landelijke werkgroepen.

PVDA: Bij de Deventerweg was er een werkgroep die bewoners heeft betrokken. Deze werkgroepen hebben veel kennis en kunde.

College: Wat vind ik hiervan. Participatie in de Omgevingswet is specifiek voor dat onderwerp. Burgerfora zijn generieker bedoeld. De burgerfora moet je op advies van de commissie Brenninkmeijer onafhankelijk beleggen. Wat betreft de ambtelijke inzet, we hebben te weinig mensen. Landelijk is becijferd dat een gemeente met een omvang als Zutphen 17 tot 19 mensen extra nodig om participatie goed uit te kunnen voeren. Wij ondersteunen de leidraad van de commissie Brenninkmeijer, maar 20.000,- Euro os daarvoor te weinig. Wij zijn wel een groot voorstander van burgerfora.

VVD: Dus eigenlijk kan het niet. Of er moet heel veel meer geld komen.

College: Klopt.

GroenLinks:  Waarom geen motie; burgerfora zijn nog te weinig bekend in Nederland. Het is een goed middel om mensen te betrekken bij de RES. Dan is een motie te weinig tekst. In het buitenland en bij bijvoorbeeld Food Valley is veel ervaring met burgerfora, van die ervaring moeten we gebruik maken. Als de raad positief besluit om dit voorstel dan moeten we dat in de uitwerking meenemen. De RES is al in een te ver gevorderd stadium en te complex voor een burgerforum. Bijvoorbeeld wijkenergiestrategie leent zich wel voor een burgerforum. Burgerfora gaan niet over de energietransitie maar over deelvragen. Bij veel uitnodigingen hebben we weinig reacties gekregen, dat klopt. We gaan ook gericht uitnodigen om de bevolking van Zutphen goed te weerspiegelen. De rol van Zutphen Energie. Zutphen Energie gaat dit veld ontwikkelen. Dat stellen we ook voor. Zutphen Energie is geen verlengstuk van de gemeente Zutphen. Het hoeft niet per sé met Zutphen Energie, maar ik ken geen andere organisaties die betrouwbaar zijn en veel kennis hebben. Die 20.000,- is beschikbaar via een amendement in de begroting. In de Omgevingswet is participatie een belangrijk punt. Maar dat is wat anders dan de hier bedoelde burgerfora.

CDA: De SP-methode is ook een methode. Het voordeel van burgerfora is dat je met een groep antwoorden krijgt. We moeten helder krijgen wat we met de uitkomsten van de burgerfora gaan doen. We moeten goed nadenken over het financiële plaatje: wat kan binnen deze mogelijkheden.

PVDA: In aanvulling op GroenLinks, we moeten ook gebruik maken van de contacten van Moventum.

BewustZW: We zitten in een veranderingsproces, we proberen de samenleving daarin mee te nemen. Er is nu nog weinig participatie in de samenleving. Dit moet worden meegenomen bij het opstellen van de Omgevingsvisie.

D66: Ambtelijke inzet en middelen: daarvoor moeten we ruimte maken in de begroting. Er is meer ruimte nodig in de begroting dan voorgesteld.

SP: Een Amsterdamse wethouder zei ooit: "Ín gelul kun je niet wonen"". Je hebt niks aan gelul. Ik heb de indruk dat de indieners niet goed hebben geluisterd naar de wethouder, want er is geen ambtelijke capaciteit.

Burgerbelang:We delen de mening van de SP voor wat betreft de financiering: hoe gaan we dit bekostigen? Het advies van de commissie Brenninkmeijer moet in het voorstel worden verwerkt; steun dan ook onze motie om de adviezen van de Rekenkamer en Auditcommissie in voorstellen te verwerken. Gaat het om duurzaamheid o f om burgerfora? In moties moet dekking worden aangegeven, geldt dat niet voor initiatiefvoorstellen?

Stadspartij: Hoe kunnen we dit betalen? Dit kunnen we aan inwoners vragen. Ik ondersteun dit.

Burgerbelang: Wij zijn niet tegen burgerfora. Maar het is onduidelijk of dit over burgerfora gaat of over de RES. En hoe gaan we dit betalen?

SP: In gelul kun je niet wonen en je kunt er je huis niet mee verduurzamen.

Stadspartij: Het is een mooi instrument om met inwoners tot oplossingen te komen.

VVD: Wij delen de mening van Burgerbelang en de SP. We hebben geen mankracht en geen geld. Wij steunen dit voorstel niet.

CDA: Dank voor de bijdrage van SP, Burgerbelang en VVD. Zonder wrijving geen glans. Wij willen stappen in duurzaamheid maken, daarvoor willen we inwoners gebruiken.

SP: Denk na over de financiering.

CDA: Dank voor het advies van de SP. De 15 tot 17 extra fte gaat niet allen over burgerfora maar over participatie in zijn algemeenheid. Ik heb er alle vertrouwen in dat we hier een mooi voorstel kunnen maken.

GroenLinks: Dit forum schept duidelijkheid hoe de posities worden ingenomen. We gaan als initiatiefnemers nadenken hoe meer handen en voeten te geven aan de burgerfora en aan de financiele kant. Verder willen we nog wat doen aan de randvoorwaarden uit het rapport Brenninkmeijer die in het huidige voorstel nog onvoldoende zitten. Mijn voorstel is dat dit nog niet in de volgende raadsvergadering wordt behandeld zodat we iets meer tijd hebben om met een goed voorstel te komen.

Voorzitter: De indieners willen er nog even voor gaan zitten. Dit raadsvoorstel komt dan niet voor de raad van 26 april 2021. Dan wil ik iedereen hartelijk bedanken en sluit ik deze vergadering.

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad

Concept beleidsplan jeugd Zutphen 2021-2024 (12-04-2021)

Datum 12-04-2021 Tijd 20:30 - 22:00
Zaal
Behandeling
Beeldvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
Y.J.A. ten Holder
Griffier
B.M. Duizer
Notulist
More Support
Aanwezig namens Naam
GroenLinksF.J. Overbeek
SPE. Müller
PvdAM.M.M. Moester
BurgerbelangE Yildirim
D66I van Dijk
VVDA. van Dijk
CDAK.M. Van Wamel
StadspartijM van van Ast
BewustZW
ChristenUnieG.A. Kamp
Kies Lokaal Zutphen WarnsveldA Menkveld

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen van harte welkom. De voorzitter meldt dat het advies van de Brede Adviesraad Sociaal Domein in de volgende ronde volgt. Mevrouw Wisseborn is namens de Brede Adviesraad aanwezig.

Er hebben zich geen insprekers aangemeld.

De voorzitter licht toe dat het Forum een beeldvormende doelstelling heeft. In vervolg op alle deelsessies is een overkoepelend beleidsplan opgesteld; dit plan wordt heden voor de eerste keer in een Forum behandeld. De voorzitter schetst de procedure naar vaststelling. Er volgt nog een inspraakronde en het advies van de Brede Adviesraad Sociaal Domein wordt voorgelegd. Vervolgens wordt het definitieve plan in het Forum besproken, waarna het in juli ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd.

Het College is trots op hetgeen voorligt en benieuwd naar de mening van de afzonderlijke fracties. Op een eerder moment heeft de raad de kaders vastgesteld, waarmee het college in gesprek is gegaan met partners. Het college heeft zich daarnaast de afgelopen drie jaar laten inspireren door ervaringsdeskundigen binnen het domein Jeugd, zijnde ouders en kinderen. De vertaling van deze gesprekken komt terug in het beleidsplan. Wat er nog aan wordt toegevoegd, zijn verhalen, tips en adviezen van ouders en andere ervaringsdeskundigen die in gesprek zullen gaan met een voormalig journalist. De wethouder realiseert zich dat dit een kwetsbaar proces is. De verwachting bestaat dat de beleving van ervaringsdeskundigen het beleidsplan zal versterken, omdat dit immers precies is waar het uiteindelijk over gaat.

De wethouder benoemt de doelstelling om minder kinderen met een indicatie in de Jeugdzorg te krijgen en meer kinderen in het preventieve veld, in samenwerking. Met vermindering van het aantal indicaties in de Jeugdzorg, hoopt de wethouder meer ruimte te creëren voor kinderen met complexe problematiek.

 Mevrouw Meijerink, beleidsstrateeg in team Jeugd, verzorgt een PowerPointpresentatie.

  1. Inleiding

Tijdens meerdere sessies zijn onderdelen van het conceptplan besproken met de raad. Nu ligt het conceptbeleidsplan voor, waarin de verschillende onderdelen in feite bij elkaar komen.

Het beleidsplan van 2014 is verouderd en relatief weinig gericht op transformatie en preventie. In de gemeente Zutphen maken relatief veel kinderen gebruik van Jeugdhulp in vergelijking met andere gemeenten in Nederland. Ook dit maakte de urgentie van een nieuw beleidsplan duidelijk.

De nieuwe strategische visie sociaal domein heeft als doelstelling ‘van zorgen voor naar zorgen dat’. Dit impliceert de beweging naar preventie.

In februari 2020 heeft een Forumspecial plaatsgevonden over preventie, de pedagogische samenleving en het normaliseren. Op basis daarvan zijn de kaders voor het Beleidsplan Jeugd opgesteld. Deze kaders zijn medio 2020 vastgesteld.

In september 2020 heeft een Forum plaatsgevonden over optimalisatie van inkoop en de budgetplafonds, gevolgd door een Forum - in november 2020 - over de samenwerking met partners en in februari 2021 over monitoring, budgetplafonds en algemene voorzieningen.

Het proces is gelopen met de raadsleden en samen met partners in de stad. Ondanks de coronacrisis heeft het team veel input kunnen ophalen middels digitale individuele gesprekken.

  1. De Kaders: visie, missie, doelen

In de gemeente Zutphen zijn er relatief veel kinderen die gebruikmaken van de jeugdhulpvoorzieningen. Uit de analyse blijkt, dat dit deels valt te verklaren door de bevolkingssamenstelling van Zutphen, maar ook doordat gewone opvoedproblemen steeds meer gemedicaliseerd worden. Daarnaast kan de Jeugdwet en de wijze van hulpverlenen als oorzaak worden aangemerkt. Tenslotte, is er te weinig integraal gewerkt de afgelopen jaren. Een situatie binnen een gezin moet breder worden benaderd. Wat binnen een gezin gebeurt, heeft immers ook effect op het kind.

In de visie staat centraal, dat opvoeden een verantwoordelijkheid is van ouders én van ons allemaal. Het uitgangspunt is, dat waar dat kan, het aanbod licht kan zijn, maar waar het moet, dient zwaar ingezet te kunnen worden. De focus gaat van zorg naar het versterken van de pedagogische samenleving en naar preventie.

  1. Onze ambitie

De zeven doelen die door de raad zijn vastgesteld, beginnen met het versterken van de pedagogische basis. De gedachte is dat kinderen waarmee het goed gaat, een stevige sociale basis hebben. Tachtig procent van alle kinderen groeit evenwichtig op. Het doel is om dit percentage te verhogen door problemen te voorkomen. Er komt daarom meer aandacht voor speelbeleid, jongerenwerk en de verbinding met sport, cultuur en kunst. Normaliseren is hierbij van belang. Dit gebeurt door opvoedvaardigheden middels tips en trucks en afstemming met docenten en ouders.

De focus op preventie wordt vergroot. In 2019 is reeds een preventieplan opgesteld, waar in 2020 opnieuw naar is gekeken, samen met de partners. Belangrijk bij preventie zijn het versterken van de sociale basis, het voorkomen van problemen en het bieden van een vrije toegankelijkheid tot bepaalde ondersteuning zodat er geen indicatie nodig is. Voor een groot deel gebeurt dit al.

De onderdelen van het preventieplan bestaan uit opvoed- en opgroeiondersteuning, voorkomen van schooluitval en jeugdwerkloosheid, voor- en vroegschoolse educatie, passend onderwijs en het realiseren van een verbinding met Jeugdhulp en Jeugdgezondheidszorg. Onder Jeugdgezondheidszorg valt niet alleen beweging en gezonde voeding, maar ook de eerste duizend dagen van een kind waarin een goede samenwerking in de zorgketen - verloskundige, kraamzorg, consultatiebureau et cetera - van belang is.

Preventie kan niet voor alle kinderen volstaan. Daarom wordt ook ingezet op een stevige eerste lijn, waarin lichte hulpverlening deels vrij toegankelijk moet zijn. Er wordt ingezet op een structurele samenwerking met huisartsen, scholen en preventieve partijen. Het team Jeugd heeft regie op complexe casussen en leidt toe naar passende (specialistische) zorg.

In de toegang komen steeds meer complexe casussen binnen. Het is daarom van belang dat deskundige afwegingen worden gemaakt over de best passende zorg. Dit vraagt een brede blik van de toegangsmedewerkers, gericht op het hele gezin en hun omgeving. Het team wil een lerende organisatie zijn door cliëntervaringen te meten en te leren van ervaringsdeskundigen.

Voorts wordt ingezet op het versterken van de intensieve hulpverlening voor kinderen die dat écht nodig hebben. Hieronder vallen drie onderdelen:

  • Het eerste onderdeel betreft de kwaliteit van zorg. Hierbij gaat het vooral over de samenwerking tussen zorgaanbieders en wordt de inkoop onder de loep genomen.
  • Het tweede onderdeel is het streven dat ieder kind een thuis heeft. Dit gaat over het ondersteunen van de werving van gezinshuizen en pleeggezinnen, afstemming met intensieve ambulante hulpverlening en het realiseren van een regionaal expertteam voor complexe casussen, maar ook het voorkomen van uithuisplaatsing en het op- en afschalen.
  • Het derde onderdeel is veiligheid. Er wordt één aanmeldpunt voor huiselijk geweld of kindermishandeling ingesteld, voor zowel Jeugd als Wmo. Verder wordt de samenwerking met jeugdbescherming en veiligheid beter vormgegeven.
  1. Integraal en met partners

Eén van de doelen is een integrale aanpak voor de thema’s die in het sociaal domein relevant zijn: armoede en schulden, echtscheiding en 18-/18+ wonen, werken, onderwijs, zorg en ondersteuning. Dit wordt - middels interactieve bijeenkomsten en pilotprojecten - gerealiseerd door samenwerking binnen de organisatie, maar ook met partners buiten de organisatie en zorgaanbieders. De zaken die hieruit worden geleerd, leiden tot een nieuwe structurele werkwijze.

Het Jeugdveld omvat vele partijen met een grote betrokkenheid. Het Team Jeugd is daar één van. Team Jeugd is gericht op het faciliteren, afstemmen, subsidiëren en aanjagen. Het samenbrengen van partijen levert energie en synergie op. De netwerksamenwerking wordt geborgd in een bredere stuurgroep Jeugd en in een nieuwe samenwerkingsovereenkomst.

  1. Financieel duurzaam

Bij het opstellen van het beleidsplan is rekening gehouden met de financiële kaders die de raad heeft vastgesteld. Team Jeugd verwacht binnen de financiële kaders een verschuiving te realiseren van geïndiceerde zorg naar algemene oplossingen en preventie. Dit worden goed op elkaar afgestelde vaten met een goed communicerend voorliggend veld en een goed aanbod aan zorgaanbieders via indicaties, waarbij vanzelfsprekend op- en afgeschaald kan worden. Het adagium s: licht waar kàn, zwaar waar dit mòèt.

Sturing vindt plaats middels monitoring, contractmanagement, budgetplafonds, afbakening van het zorgaanbod, vormgeven van lichte hulpverlening en­ samenwerking.

Hierbij zijn enkele kanttekeningen te plaats.

Er vindt een verschuiving plaats van middelen vanuit de zorg naar de algemene voorzieningen. Zodoende kunnen kinderen die écht zorg nodig hebben, toch geholpen worden. Aan dit verschuiven zit echter wel een grens.

Daarnaast is sprake van voortschrijdend inzicht in het ontbrekend aanbod. Als een omissie blijkt, wordt dit via de gebruikelijke wegen met de huidige middelen opgelost. Mochten extra gelden nodig zijn, dan loopt de route via de begroting / de Voorjaarsnota.

  1. Indicatoren en ontwikkelplan

In het beleidsplan is een aantal indicatoren vastgesteld. Er zal - samen met het Nji - gemeten worden middels de macromonitor Preventie,. Daarnaast worden cliëntervaringen gemeten. In de Burap wordt een rapportage opgenomen en de gegevens worden gepubliceerd op Zutphen.incijfers.nl.

Ook is een uitgebreide ontwikkelagenda tot stand gekomen, waarin de ambities zijn uitgewerkt in concrete acties voor 2021-2024. Jaarlijks wordt er geëvalueerd en bijgestuurd.

  1. Vervolgproces

Het proces wordt in chronologie geschetst:

  • Vòòr 21 april 2021 volgt het advies door de BASD.
  • Daarna volgt een inspraakronde.
  • Het beleidsplan ligt ter inzage tot en met 5 mei 2021.
  • Op 25 mei bespreekt het College het beleidsplan.
  • Vervolgens vormt het Forum zich op 28 juni een oordeel.
  • Tenslotte wordt het plan op 12 juli ter besluitvorming de raad voorgelegd aan.
  • In het najaar 2021 wordt dit opgevolgd met de Verordening Jeugdhulp en een aantal beleidsregels.
  • Er volgt waarschijnlijk gaande het jaar nog een aantal Fora over specifieke onderwerpen in het jeugddomein.

 

De voorzitter dankt mevrouw Meijerink voor haar presentatie. Het geschetste proces kan een voorbeeldfunctie vervullen om te verhelderen hoe de raad graag bediend wil worden.

De VVD dankt voor de presentatie en het beleidsplan. Gezien alle sessies over het onderwerp, bleken veel punten uit de presentatie tot herkenning te leiden bij de fractie. Spreker heeft behoefte aan meer overzicht en vraagt de samenvatting aan te vullen met een beeldende pagina.

In de inhoudsopgave worden alle bijlagen opgenoemd. Spreker stelt voor om aan de bijlagen een aparte inhoud toe te voegen, ook ten behoeve van het overzicht.

De VVD vraagt zich af, of het ambtelijk apparaat het ambitieuze plan aankan.

De partij ziet graag te zijner tijd de afbakening van het zorgaanbod tegemoet. Spreker kan zich voorstellen dat dit aan de orde komt op het moment dat over monitoring wordt gesproken.

In het onderdeel ‘visie en missie’ wordt gezegd dat opvoeden primair de taak is van ouders, terwijl bij andere onderdelen het team lijkt te vinden dat opvoeden vooral een maatschappelijke taak is. Spreker wil hiervoor waken. Immers, op het moment dat de zaak wordt omgedraaid, zou de gemeente zich met een en ander gaan bemoeien, wat in de optiek van de VVD, absoluut niet de bedoeling is.

Spreker vindt het een goede ontwikkeling dat het normaal wordt om opvoedingsvragen te durven stellen. Waar in de bijlage is gesteld, dat dit normaal wórdt, zou spreker graag zien dat het normaal ís.

Voorts wordt gesproken over een Jongerenraad. Deze naam moet worden gewijzigd naar Jongerenadviesraad zijn.

De SP verwijst naar het onderzoek door het tv-programma Follow the Money en adviseert alle aanwezigen het artikel ‘Jeugdzorg in het rood’ te lezen. Op 1 januari 2015 veranderde de Jeugdzorg ingrijpend. De zorg zou meer efficiënt, beter en goedkoper worden. In feite gebeurde het tegenovergestelde. Er zijn veel problemen in de Jeugdzorg. De SP meent dat het inkoopmodel hieraan debet is, maar ook het feit dat instellingen zich staande moeten houden op de zorgmarkt. De grote begrotingstekorten bij gemeenten spelen hierin eveneens mee.

De SP vindt dat het beleidsplan de beoogde situatie mooi beschrijft en spreekt de hoop uit dat de realiteit ook daadwerkelijk zo gaat uitpakken. Wel mogen de ogen niet worden gesloten voor hetgeen daadwerkelijk gaande is, ook op landelijk.

Voorliggend beleidsplan kent een aantal goede uitgangspunten, zoals de gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders en jeugd samen met het onderwijs en de opvang. Ook de intentie om niet eerder hulp in te schakelen dan wanneer het écht nodig is, is een goed uitgangspunt. Wat de SP betreft, zouden deze zorgverleners verbonden moeten zijn aan organisaties die niet financieel afhankelijk zijn van jeugdproblematiek. De SP denkt hierbij aan een beperkt aantal organisaties zonder winstdoelstelling waarmee de gemeente nauw samenwerkt en waarmee goede afspraken kunnen worden gemaakt. De SP denkt dat dit bereikt kan worden door bij de Jeugdhulp dezelfde werkwijze te volgen als in het kader van de huishoudelijke hulp tot stand gaat komen. De fractie vraagt of het College bereid is uit te zoeken of deze manier van samenwerken mogelijk is.

Tenslotte, vindt de fractie het mooi om te horen dat er persoonlijke verhalen worden toegevoegd aan het beleidsplan.

Het CDA vindt het verhelderend dat voorliggend plan alle eerder besproken onderdelen samenvoegt. Het CDA noemt het plan mooi, logisch en doortimmerd. Het CDA waardeert dat de verbinding met partners goed wordt beschreven, dat verhalen van ervaringsdeskundigen aan het plan worden toegevoegd, maar vooral, dat de specifieke problemen van de gemeente Zutphen worden beschreven en dat daarop wordt ingezet. Waar wordt gesproken over “de stad Zutphen” zou dit – wat betreft het CDA – gewijzigd moeten worden in “de gemeente Zutphen”.

Het College antwoordt dat de technische- en opmaakvragen zijn genoteerd. In reactie op de vraag “of de ambtelijke organisatie het aankan” legt spreker uit dat juist om deze reden een ontwikkelagenda in het programma is opgenomen met een fasering in jaren, waarin de ambitie gerealiseerd moet worden. Als de plannen vertraging oplopen of een en ander loopt anders dan verwacht, dan wordt dit direct zichtbaar. Zowel de ambtelijke organisatie, als alle partners in het Jeugdnetwerk zijn akkoord gegaan met het conceptplan en achten de geformuleerde plannen haalbaar. De planning wordt desalniettemin strak in het oog gehouden.

De conclusies uit de onderzoeken van ‘Follow the Money’ zijn soms wat kort door de bocht, met name ook omtrent het inkoopmodel. De wethouder heeft de afgelopen jaren geleerd dat wat het inkoopmodel oplevert, vooral afhangt van hoe het inkoopmodel eruitziet.

Feit is voorts dat het ook vòòr 2015 al niet goed ging met de Jeugdzorg. Dat was één van de belangrijkste redenen om de decentralisatie in te zetten; de gedachte was dat verbetering zou optreden door de zorg dichterbij te organiseren. In 2015 hebben het College en de raad gezegd dat in deze ontwikkeling de keuzevrijheid voorop moet staan. Grote en kleine aanbieders moeten gelijke kansen hebben. Dit alles is verwerkt in criteria ten behoeve van het inkoopmodel van de open house-constructie.

Inmiddels blijkt een open house-constructie met veel keuzevrijheid en toegang voor groot en klein – al dan niet evidence based - ook een groot aanbod aan aanbieders op te leveren. De vraag naar stuurbaarheid heeft de gemeente zich destijds niet gesteld. Sturing op inkoop is pas een vraag geworden sinds de gemeente met de begroting uit de pas loopt en een stijgende vraag naar jeugdhulp is ontstaan. Het bezien, herbezien en sturen op de inkoop is daarom onderwerp in het beleidsplan. Hierover is de al in gesprek en zal zich ook voor de raad als bespreekpunt snel aandienen. Hierin is wel van belang om rust te creëren bij de aanbieders waar kinderen immers van afhankelijk zijn.

Ook moet iets gedaan worden aan de hoge administratieve lasten.

De wethouder zou graag een strategisch partnerschap aangaan met een aantal aanbieders op een aantal vraagstukken waar de gemeente mee heeft te maken, zoals de complexe Jeugd-GGZ-problematiek. Op dit moment is er sprake van een continu vernieuwende inkoop, wat zich slecht verhoudt met de opbouw van een vertrouwensrelatie en een partnerschap. Hier wil de wethouder echter wel graag naar toe groeien. Tegelijkertijd moet de gemeente zelf keuzes maken, als het bijvoorbeeld gaat over lichte hulpverlening.

Vrijwel bij alle hulpverleningsvraagstukken is sprake van indicering en een veelheid aan aanbieders. Als onderscheid wordt gemaakt tussen opvoedingsvraagstukken en gespecialiseerde jeugdzorgvraagstukken, hoeft op dit punt minder beroep gedaan worden op zorgaanbieders.

Zonder het model compleet om te gooien, meent de wethouder dat de gemeente meer kan sturen dan ze wellicht zelf in de gaten heeft.

De huishoudelijke hulp is erg lokaal gebonden. Veel hulpverlening die wordt geboden aan kinderen in nood, speelt zich echter af op regionaal of zelfs bovenregionaal niveau. Eenzelfde manier van samenwerking is daarom onverstandig, aldus de wethouder.

GroenLinks deelt het enthousiasme van de wethouder over het voorliggende beleidsplan. Het is duidelijk zichtbaar dat er een transitie heeft plaatsgevonden. De fractie benadrukt dat niet alleen naar de noodzakelijke bezuinigingen is gekeken, maar vooral ook is gekeken naar een manier om de kinderen en jongeren centraal te blijven stellen.

GroenLinks vraagt aandacht voor de integraliteit van het beleid. Er is veel uitgeschreven over welzijn, onderwijs en huisartsen, maar nog niet zozeer over sporten en cultuur. Op die aspecten zou wellicht meer in het voorveld verduidelijkt kunnen worden.

Voorts is GroenLinks benieuwd in hoeverre het aantal aanbieders is teruggebracht.

De participatie van ervaringsdeskundigen wordt in de uitvoering verder vormgegeven. De fractie is benieuwd hoe dit tot stand komt.

Burgerbelang complimenteert de wethouder met het werk dat zij heeft opgeleverd.

De jeugdzorg betreft een landelijk probleem. Veel gemeenten hebben te maken met financiële tekorten waardoor zij naar alternatieven zoeken. Burgerbelang ziet zeker positieve veranderingen, zoals samenwerking met buurgemeenten. Fractie Burgerbelang is in principe altijd voorstander van regionale samenwerking.

Er zijn ook onderwerpen waar Burgerbelang zich zorgen over maakt, zoals de budgetplafonds die tot wachtlijsten zullen leiden. In de media worden voorbeelden van elders uitgelicht, waarbij jongeren soms zes maanden of langer moeten wachten. Deze situaties leiden tot grote frustratie en zorgen. Daarnaast leidt corona tot meer jongeren met zelfmoordgedachten. Burgerbelang vraagt hoe het college dit wil aanpakken, mocht deze situatie zich in Zutphen voordoen.

In het beleidsplan staat, dat een aantal doelstellingen niet is behaald, zoals minder hulpafhankelijkheid; daarnaast zijn er meer tekorten, meer toestroom en weinig samenwerking met de verschillende gemeentelijke afdelingen. Burgerbelang vraagt wat dit concreet betekent voor de gemeente Zutphen.

Onder 4.1 wordt aangegeven, dat door corona geen fysieke bijeenkomsten mogelijk waren, maar deze zullen - zodra het weer kan - weer georganiseerd worden. Burgerbelang vraagt of het bedoeling is dit te realiseren vòòrdat het definitieve beleidsplan beschikbaar komt.

Onder 4.2 wordt een aantal instanties genoemd, zoals huisartsen en het onderwijs. Burgerbelang mist hierbij de Jeugdgezondheidszorg en de GGD.

In vervolg op paragraaf 4.3 informeert spreker naar de verhouding tussen het gemeentelijke aanmeldpunt en de verwijsindex.

Tenslotte, vraagt Burgerbelang waarom het de bedoeling is om bepaalde vormen van een specifiek zorgaanbod uit te sluiten, zoals sommige vormen van vaktherapie.

De PvdA is enthousiast over het beleidsvoorstel en het proces dat is gevolgd.

De wethouder gaf aan, dat het doel is om minder kinderen te moeten indiceren waardoor meer geld vrijkomt voor de complexe zorg. De PvdA vraagt of de wethouder hier ook de GGZ-Jeugdzorg mee bedoelt.

De PvdA maakt zich zorgen over de wachtlijsten bij de Jeugd-GGZ en vraagt aan het college of de oplossing puur een financieel karakter heeft.

De PvdA memoreert dat de fractie vaker heeft gevraagd naar het principe van gezinshuizen. De partij is hier een groot voorstander van opdat kinderen zoveel mogelijk in een normale situatie kunnen opgroeien. De partij informeert naar de huidige stand van zaken en het aantal gezinshuizen.

Het College legt uit, dat in eerste instantie aan de slag is gegaan met de eerste ring, zoals huisartsen. Vanaf nu wordt ook de sport- en cultuursector nadrukkelijk betrokken, bijvoorbeeld bij het jeugdwerk. Op 12 april is hier een eerste gesprek over gevoerd. De ervaring die tijdens de coronaperiode hiermee is opgedaan, wordt geïntegreerd in een structurele aanpak van het jeugdwerk. De bibliotheek is in het jeugdpreventienetwerk vertegenwoordigd vanuit het Sudoko-overleg waarmee het college aan tafel zit en heeft reeds een aantal ideeën voorgelegd.

Er wordt gestuurd op het beperken van het aantal aanbieders. Momenteel wordt gewerkt met de budgetplafonds; binnenkort zal de lichte hulpverlening middels strategische partnerschappen op een andere wijze vormgegeven worden.

De gemeente is doorlopend in gesprek met partners over het vormgeven van het beleidsplan. Jeugdwerk gebeurt bijvoorbeeld in samenwerking met de betreffende jongeren en de organisaties waarmee de jongeren direct hebben te maken. Zij weten precies wat ze willen en nodig hebben. Het is vervolgens aan de gemeente om daar een samenhangend geheel van te maken en de samenwerking tussen verschillende organisaties te laten ontstaan. Op die manier wordt de participatie vormgegeven.

Een aantal kinderen heeft te maken met de Jeugd-GGZ in Zutphen en lopen vast in het systeem. De landelijke media spreken over deze kinderen als een verzamelbegrip. In Zutphen zijn de specifieke kinderen bekend en worden de vragen geadresseerd. Landelijk is het probleem vele malen groter vanwege een tekort aan zorgaanbieders dat de juiste hulp kan bieden. Dit is óók een financieel probleem, maar het is vooral een probleem van de ketensamenwerking.

GroenLinks vraagt zich af met hoeveel partners het strategisch partnerschap wordt aangegaan.

Het College antwoordt dat vanuit de inhoud moet worden gedacht. De complexe Jeugd-GGZ wordt geadresseerd met een beperkt aantal partners - vijf à zes - om het ‘behapbaar’ te houden en te kunnen inzetten op een betere samenwerking in de keten. Er zijn verder nog drie à vier andere complexe onderwerpen waarvoor een strategisch partnerschap wordt geformuleerd.

Dit onderwerp zal nog aan de orde komen tijdens het Forum over zorg en veiligheid.

Burgerbelang informeert naar toekomstige wachtlijsten als gevolg van de budgetplafonds.

Het College verwijst naar de eerdere uitleg over de werking van de budgetplafonds. Op het moment dat een zorgaanbieder tegen het gestelde plafond aanloopt en er blijven aanmeldingen komen, dan kan deze zorgaanbieder zich melden bij de gemeente. Dan wordt daarover het gesprek gevoerd. De gemeente heeft hiertoe een zogenoemd stuurbudget achter de hand.

De bestaande wachtlijsten worden niet zozeer veroorzaakt door de budgetplafonds, maar door de problematiek in de keten.

De wethouder wil geen directe relatie leggen tussen een kind met suïcidale gedachten en wachtlijsten binnen de gemeente Zutphen. De gemeente heeft met een aantal zorgaanbieders gesproken die mogelijk tegen een budgetplafond gaan aanlopen. De gemeente heeft zich hierin proactief opgesteld en deze partijen uitgenodigd voor een gesprek. Een groot aantal aanbieders gaat hierop in en wil meedenken over de transformatie. Er zijn echter ook veel aanbieders die nièt reageren. Mogelijk meldt het college zich terug bij de raad over deze laatste groep aanbieders.

De GGD participeert in het jeugdpreventienetwerk. De helft van de bijdrage van de gemeente aan de GGD wordt besteed aan de jeugd.

De wethouder verwacht niet dat voor eind mei fysieke plenaire bijeenkomsten gaan plaatsvinden. Een aantal maatschappelijke onderwerpen, zoals schuldenproblematiek en echtscheidingen, worden op alternatieve wijze besproken.

Bepaalde therapievormen blijken weinig effect te sorteren, maar worden wel via een indicatie betaald omdat ze op de markt worden aangeboden. Daarom is het voornemen om dit type zorgaanbod in te krimpen. De vertaling hiervan volgt in een verordening, die na het zomerreces verschijnt.

De portefeuillehouder kan het exacte aantal gezinshuizen noemen. Het project voor het afbouwen van residentiele zorg loopt ontzettend goed. In één jaar tijd is het aantal kinderen dat in de gesloten jeugdzorg zit, afgebouwd van 32 naar zeventien. Dit is gelukt omdat – in samenspraak met aanbieders, ouders en de kinderen zelf - voor de betreffende kinderen een vervangend aanbod is gevonden.

D66 vindt dat het plan er goed uitziet. De fractie is benieuwd naar de mening van de Brede Adviesraad Sociaal Domein. Ze vraagt of de aanwezige vertegenwoordiger een eerste impressie kan geven.

Het is algemeen bekend, dat prestatie-indicatoren soms ook negatieve bijwerkingen hebben. Bij de toegang naar de eerste lijn wordt het aantal verwijzingen gemeten. Aan de ene kant is het goed dit inzichtelijk te hebben, aan de andere kant moet het volgens D66 ook niet enkel draaien om het behalen van een bepaald cijfermatig doel. De partij vraagt of hierover is nagedacht.

De evaluatie en rapportage komen terug in de reguliere rapportages, zoals de Burap. D66 vraagt naar de mogelijkheid om in de Burap een vaste paragraaf op te nemen waarin de ontwikkelingen en de voortgang inzichtelijk worden gemaakt.

De ChristenUnie is content met het conceptbeleidsplan. De ChristenUnie wil inzetten op preventie vòòr preventie. Er wordt veel gesproken over preventie richting de kinderen, maar in feite moeten ouders hierbij betrokken worden. Sommige ouders kunnen of willen niet het goede voorbeeld geven.

De partij stelt daarom binnen de gemeente een integrale aanpak voor van de problematiek in gezinnen óver de portefeuillegrenzen heen. Een veranderende houding van eenieder is daarin van groot belang. De ChristenUnie vraagt of het college in dit plan kan inzetten op investeren in de voorbeeldfunctie van ouders.

Voorts vraagt de fractie extra aandacht in het plan voor de transitie van 18- naar 18+; dit niet alleen voor kinderen met problematiek, maar voor álle kinderen, zodat kinderen stevig in hun schoenen kunnen staan en durven te vragen om hulp.

De Stadspartij is blij met het conceptbeleidsplan. Het is sterk om de stem van de jongeren hierin mee te nemen. Het versterken van een pedagogische samenleving is een venijnige klus, die verder gaat dan het schrijven van een beleidsstuk of het opzetten van een campagne. Een belangrijk en tot nu toe onderschat onderdeel is - volgens de Stadspartij - het betrekken van ouders, de eigen netwerken en omgevingsfactoren.

Ieder heeft op de eigen manier in meer of mindere mate last van de coronacrisis. De Stadspartij vraagt of in het beleid rekening wordt gehouden met de psychosociale gevolgen voor jongeren op de langere termijn.

De voorzitter geeft – zoals verzocht door D66 - het woord aan mevrouw Wisseborn.

Mevrouw Wisseborn verwoordt de mening van de Brede Adviesraad, BASD, “dat er een prachtig plan voorligt”. Ze complimenteert betrokkenen met het doorlopen proces. Het ambitieuze plan wordt breed - vanuit verschillende hoeken - aangevlogen. De eerste indruk is goed, maar de BASD zal nog een aantal verdiepingsslagen maken om vervolgens een goed advies te kunnen uitbrengen.

Het punt ‘preventie’ komt telkens terug. Spreker vindt dit nodig voor Zutphen, en daarmee van belang. Tegelijkertijd roept ze op om de veiligheid van kinderen te borgen, daar waar nodig.

De BASD heeft in de week van 5 april een advies uitgebracht over het beleid voor schuldhulp. Hierbij werd een aparte paragraaf gewijd aan gezinnen. Als gezinnen in de schuldhulpverlening terechtkomen, volgt direct actie. Spreker spreekt veel waardering uit voor deze specifieke paragraaf.

In het beleid voor schuldhulp is ook een passage opgenomen over de 18-/18+ transitie. Spreker is van mening, dat dit ook prima kan worden meegenomen in het voorliggende beleidsplan.

Wethouder De Jonge meldt dat de reactie van mevrouw Wisseborn, omtrent het schuldhulpplan, haar trots maakt. Dit bewijst, dat vanuit het sociaal domein steeds beter integraal wordt gewerkt en de knelpunten met elkaar geduid kunnen worden. Met name voor de gezinnen met kinderen gaat dit goed werken.

De prestatie-indicatoren kunnen een zekere ‘perverse prikkel in zich hebben. Dit is de reden, waarom bewust wordt ingezet op cliëntervaringen. Door bij de huisarts direct het gesprek te voeren over de eigen ervaring van ouders en kinderen - zowel voor, als tijdens een traject - is het aantal indicaties verminderd.

In het voorgaande Forum is monitoring besproken. De wethouder ziet een probleem in de verschillende manieren van monitoring die worden ingezet. De wethouder zegt toe om een voorstel voor te leggen naar aanleiding van de vraag hoe de monitoring op de drie domeinen van het sociaal domein in de toekomst vormgegeven zou moeten worden.

De portefeuillehouder is het eens met de ChristenUnie dat er meer aandacht moet zijn voor de rol van ouders. Dit punt wordt opgenomen in het beleidsplan. Tegelijkertijd zijn er meer invloeden in het leven van een kind, zoals de prestatiedruk vanuit de samenleving.

De wethouder vraagt ervan bewust te zijn dat het vormgeven van een pedagogische samenleving op papier makkelijker is dan in de praktijk. Het is van belang daarover met elkaar het gesprek te voeren.

Er ligt een GGD-rapport dat de korte termijneffecten van de coronacrisis op jongeren laat zien. Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar de effecten van de coronacrisis op de langere termijn. Het college is in gesprek met het onderwijs om gezamenlijk op te trekken in het Nationaal Programma Onderwijs om te sturen op het inhalen van de lesstof, maar ook op de welzijnscomponent. Buiten de schoolgebouwen wordt jeugdwerkbeleid opgesteld. Het college komt hier op een later moment op terug, om de lange termijneffecten van positief jeugdbeleid ook te kunnen adresseren. 

De voorzitter stelt vast dat er geen vragen onbeantwoord zijn gebleven en dankt de aanwezigen voor hun inbreng.

De vergadering wordt om 21.55 uur gesloten.

Advies

Stuk komt (nu) niet voor besluitvorming in de raad

Presentatie in forum over het nieuwe grondstoffenplan Zutphen 2021-2025 (12-04-2021)

Datum 12-04-2021 Tijd 21:00 - 22:00
Zaal
Behandeling
Beeldvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
G.J.N. Müller
Griffier
M Linssen
Aanwezig namens Naam
GroenLinksB Bresters
SPM de de Ridder
PvdAH.W. Hissink
Burgerbelang
D66P Van der Hammen
VVDH. Hissink
CDAA.R. Nijenhuis
StadspartijJ.H. Weststrate
BewustZWA.W. Jansen
ChristenUnie
Kies Lokaal Zutphen WarnsveldJ.D. Maarsen

Verslag van de vergadering

De voorzitter geeft het woord aan mevrouw Slot van Circulus-Berkel. 

De presentatie geeft een terugblik waar de gemeente staat. Dit geeft input voor een nieuw plan.

De ambities voor de komende jaren zijn uitgesproken door het College, waarbij afval grondstof wordt. Er zijn een aantal kaders meegegeven.

Daarna neemt collega Samuel Stollman presenteert daarna landelijke en regionale ontwikkelingen in de rest van Nederland. We kunnen leren van andere gemeentes, en het is goed om te zien wat de koplopers op dit gebied doen.

De voorzitter dankt de heer Stollman en geeft de gelegenheid tot het stellen van vragen.

De PvdA wil weten of de kosten van afval nu lager worden, na afschaffing van het kratje. De VVD vraagt of de stijgende kosten, waar gaan deze over? Zijn het de kosten van de gemeente? Dit gaat nl. om een perverse prikkel.

Het CDA ziet een focus op de hoeveelheid afval, terwijl de waarde op de grondstof ligt. We zouden ook de focus kunnen leggen op het verhogen van de hoeveelheid grondstoffen.

D66 vraagt waar Zutphen achterloopt bij bijvoorbeeld Deventer. De SP wil weten wanneer al het restafval gescheiden wordt als plastic, komt dit dan als 100% scheiding terug. Verbranden van afval is reden van gestegen inkomen, is de lage olieprijs hier een oorzaak van.

De ChristenUnie vraagt of de cijfers zowel publiek als private markt betreft en hoe het zit met de afvalscheiding bij de verbrandingsovens.

KiesLokaal vraagt af wat er aan de bron kan gebeuren. Kunnen we zorgen dat er restafval niet meer gekocht kan worden?

GroenLinks vraagt of de ambitie van geen verdere kostenverhoging, we zijn bij de 2e presentatie dat het alleen bij een afvalvrije situatie het geval is. 

De Stadspartij wijst op het gevaar van afvaltoerisme tussen wijken. D66 had begrepen dat er nog een forum over het onderwerp volgt. 

BewustZW: De cijfers zijn absoluut, maar niet in doelgroepen. Liggen hier kansen?

De heer Stollman geeft de volgende antwoorden:

- het afschaffen van het zwarte kratje is een van de opties. De kosten zullen op een andere plek terugkomen. Het is een van de scenarios. Het college geeft aan dat de verwerkingskosten niet dalen, maar de winst zit in de reductie van het aantal bewegingen om het op te halen.

- De jaarlijkse indexering: er zijn een aantal ontwikkelingen als bijv. PMD afbouw en daling papierprijs geweest, welke kostenverhogend werken. 

- De perverse prikkel: minder afval leidt tot niet tot hogere kosten bij de verwerker. 

- Focus op de waarde is inderdaad correct, zoveel mogelijk waardevolle grondstoffen.

- Verschil t.o.v. Deventer: zij scheiden overal GFT. Er is een lagere frequentie voor het ophalen van restafval.

-  Gerecycled materiaal is minder voordelig, maar hoe meer wij massa hebben, hoe meer invloed we hebben op de markt.

- Publieke en private markt zijn meegenomen. Het scheiden bij ovens, dit gebeurt bij sommige verwerkers in de vorm van de nascheiding. Dit doet Zutphen niet.

- Preventie: dit onderschrijven wij. Reparatie en kringloop zijn belangrijk, evenals voedselverspilling.

- Autonome kosten zijn altijd van invloed, dus of de kosten omlaag gaan is afhankelijk van diverse zaken.

- Het kan naar doelgroepen worden gedifferentieerd. We rijden door groepen heen. We zien differentiatie in communicatie per wijk bij andere gemeentes.

Het CDA wil weten hoe de bedrijfsvoering is geregeld: het is steeds breder, worden deze uit de heffing betaald?

De ChristenUnie: er is weinig recycling mogelijk, blijkt uit het tv prgramma de Afvalman. Daar werd het gesproken over een hoge mate van afkeuring. Stollman: Dit is niet correct, wij verwerken alles binnen de normen. Kunststof wat wij inzamelen is van goede kwaliteit. Bedrijfsvoering wordt niet uit de heffing betaald. Het is een doelheffing.

We gaan door naar de reactie van het College. Zij dankt de forumleden voor de inbreng. Dit wordt gebruikt voor de aanscherping van het plan. We gaan het liefst dit op wijkniveau doen.

Er resteert nog tijd voor opmerkingen over de verdere afhandeling. 

De voorzitter geeft de raadsleden gelegenheid voor aanvullende vragen: SP wil weten of beter scheiden er ook toe kan leiden dat we meer bij PMD gaan gooien? De heer Stollman: Nee, minder goed scheiden leidt tot afkeur. We blijven hierbij binnen de marges, en dan wordt het best het restafval opgeteld.

Mevrouw Slot geeft de vervolgstappen aan, deze is te zien in pagina 17 van de presentatie. Na de beeldvormende vergadering, nemen we de feedback mee voor het vervolg.

De SP geeft aan dat zij graag nog een debat wil over het onderwerp waarbij de standpunten van de fracties naar voren komen. Het CDA wil graag in de volgende bijeenkomst inzicht in de afvalstromen en hoe zij tot stand komen.

De voorzitter zal richting het presidium het verzoek doen om het onderwerp te agenderen. Hierna sluit deze vergadering.

Advies

Stuk komt (nu) niet voor besluitvorming in de raad

Agenda's 12-04-2021

Behandeld in