Pagina delen

Forumverslag 12-01-2015

Motie: Een welkom AZC in Zutphen (12-01-2015)

Datum 12-01-2015 Tijd 19:00 - 21:00
Zaal
Burgerzaal
Behandeling
Oordeelsvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
A.IJ. Pepers
Griffier
J.V.H. Nijman
Notulist
More Support
Aanwezig namens Naam
BurgerbelangR.C.M. Sueters
SPE. Müller
D66H. Brouwer
PvdAM.M.M. Moester
GroenLinksC. Oosterhoff
StadspartijJ. Boersbroek
VVDH.M.J. Siebelink
CDAG.H. Brunsveld
ChristenUnieA. Oldenkamp
Fractie Jansen

Verslag van de vergadering

Deze motie is tegelijk met het agendapunt "concept bestuursovereenkomst met de COA" besproken. Zie dat verslag voor het besprokene.

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad

Concept bestuursovereenkomst met het COA (12-01-2015)

Datum 12-01-2015 Tijd 19:00 - 21:00
Zaal
Burgerzaal
Behandeling
Adviserend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
A.IJ. Pepers
Griffier
J.V.H. Nijman
Aanwezig namens Naam
BurgerbelangR.C.M. Sueters
SPE. Müller
D66H. Brouwer
PvdAM.M.M. Moester
GroenLinksC. Oosterhoff
StadspartijJ. Boersbroek
VVDH.M.J. Siebelink
CDAG.H. Brunsveld
ChristenUnieA. Oldenkamp
Fractie Jansen

Verslag van de vergadering

Aanwezig namens de fractie BewustZW: T. Marks

 

1. Opening en welkom

De voorzitter opent de vergaderingom 19.00 uur en heet de aanwezigen welkom, inclusief het grote aantal belanghebbenden, belangstellenden en de pers.

De voorzitter wijst op het bijzondere karakter van de locatie. De zaal heeft gedurende eeuwen het decor gevormd voor de stadsrechtspraak door de schepenen van Zutphen. De imposante kapconstructie dateert uit 1449 en zou – aldus de kenners - de mooiste in Nederland zijn.

2. Toelichting agenda en behandelwijze

Tijdens het Forum zijn twee zaken aan de orde, zijnde de door de fractie Burgerbelang ingediende motie en de concept bestuursovereenkomst met het COA. Gezien de nauwe samenhang worden de beide onderwerpen gelijktijdig behandeld.

De vragen die in het voortraject zijn gesteld, zijn inmiddels beantwoord.

De behandelwijze van de beide onderwerpen is verschillend: de motie wordt oordeelvormend behandeld en de bestuursovereenkomst wordt adviserend behandeld. Het forum adviseert hierin het College; besluit en uitvoering van het besluit inzake het AZC valt binnen de Collegebevoegdheid. Het College vraagt de fracties echter tijdens deze vergadering naar hun mening.

3. Vaststelling agenda

Vrijdag jl. heeft de voorzitter een voorstel voor de vergaderorde toegestuurd. Aangezien hier geen reacties op zijn gekomen, gaat hij er van uit dat dit voorstel kan worden gevolgd. Hij schetst de agenda in grote lijnen.

 

4. Inspreekreacties

Er hebben zich acht insprekers gemeld. Volgens het Reglement van Orde zou in totaal twintig inspreektijd per vergadering beschikbaar zijn. Uitgaande van acht insprekers zou dit 2,5 minuut per inspreker betekenen. Gezien het belang van het onderwerp wil de voorzitter graag recht doen aan de insprekers en krijgt iedere inspreker vier minuten spreektijd.

De voorzitter wijst er op dat het Reglement van Orde aangeeft dat reacties van bijval of afkeuring vanuit het publiek niet zijn toegestaan.

Inspreekreactie 4.a – De heer Boerewinkel, namens de omwonenden

Inspreker verwoordt diens verbazing over de inhoud van de concept bestuursovereenkomst en de gemeentelijke toelichting hierop. De gemeente Zutphen wil 759 asielzoekers opvangen om een hoog voorzieningenniveau te kunnen realiseren. Het reeds bestaande hoge voorzieningenniveau was echter de reden dat het COA op voorhand voor deze locatie koos. Inspreker herkent hier een cirkelredenering en stelt dat wanneer sprake is van “voldoende” voorzieningen dit ook bij vestiging van minder asielzoekers moet kunnen volstaan.

De gemeente en het COA zullen na een half jaar ervaring opdoen, beoordelen of de instroom van asielzoekers overlast geeft. Afhankelijk hiervan kan het instroomtempo worden verminderd. Inspreker stelt vast dat de omwonenden niet in dit bilateraal overleg worden betrokken. De gemeente wil pas met de bewoners een evaluatiegesprek voeren nadat alle 759 asielzoekers in het AZC zijn gevestigd. De omwonenden achten dit moment te laat.

De concept bestuursovereenkomst maakt niet duidelijk welke voorzieningen voor de opvang van asielzoekers worden ingericht. De bijlage inzake de voorzieningen is echter niet toegevoegd aan de overeenkomst.

Het aanvankelijk gecommuniceerde aantal asielzoekers van 855 personen is gebaseerd op een landelijke prognose, uitgaande van 65.000 vluchtelingen per jaar. Hier is de noodzaak op bepaald, terwijl het een feit is in dat het aantal vluchtelingen in 2014 (status november 2014) nog geen 25.000 personen telde. Dit betekent dat de urgentie maximaal een derde deel kan bedragen van het eerder gecommuniceerde aantal vluchtelingen, zijnde maximaal 300 personen.

Het AZC Winterswijk beschikt uitsluitend over door COA aangestelde vrijwilligers. Dit om geen onderscheid te maken met externe vrijwilligers.

Omwonenden vinden het van belang dat de asielzoekers van meet af aan initiële taallessen krijgen en dit niet pas start als de verblijfsvergunning een feit is.

Onduidelijk is wat er in de concepttekst precies wordt bedoeld met de term ‘stakeholders’.

Vanwege de langdurigheid van vestiging van een AZC zullen omwonenden gedurende tien à vijftien jaar met een waardedaling op hun vastgoedbezit te maken krijgen. Afgevraagd wordt welke compensatie hier tegenover staat.

Omwonenden pleiten voor een niet-permanente vestiging van een AZC en een noodzakelijkheidstoetsing na vijf jaar.

Het roept bij de omwonenden voorts veel verbazing op dat het Rijk - vanwege de aanwezige hoogspanningsmasten - wel geld over heeft voor een risico-onderzoek voor de asielzoekers, maar ten behoeve van de omwonenden geen geld overheeft voor een dergelijk onderzoek.

Als gemeenten meer huurwoningen beschikbaar stellen voor asielzoekers, kan binnen een AZC de wachttijd op een woning worden verkort en kan het aantal plaatsen verminderd worden.

Inspreker legt desgevraagd uit dat in Winterswijk slechts met één soort vrijwilliger wordt gewerkt. In Zutphen zullen naast de vrijwilligers die door het COA worden aangesteld, vrijwilligers werkzaam zijn vanuit de diverse participerende instituties. Om qua status en verzekering geen onderscheid te hoeven maken, heeft het AZC in Winterswijk bewust gekozen voor uitsluitend door het COA aangestelde vrijwilligers.

Het CDA vraagt of inderdaad pas na verloop van een jaar een gesprek met de omwonenden volgt.

Inspreker antwoordt bevestigend. Hij baseert zich hierbij op het gestelde in de concept bestuursovereenkomst.

Inspreekreactie 4.b - Mevrouw C. Kobussen

Inspreker verwijst naar de laatste forumbijeenkomst. De vraag van wethouder De Jonge of AZC’s van 400 bewoners of minder niet goed functioneren, is onbeantwoord gebleven en ontbreekt in het verslag. Voor de omwonenden is dit wel degelijk een item en de vraag bestaat nog steeds waarom niet met een kleine groep bewoners kan worden gestart.  

het AZC Winterswijk heeft de uitstraling van een reguliere wijk en het is begrijpelijk dat het COA deze vestiging graag als voorbeeld laat zien. In Winterswijk is echter eerst een AZC ingericht en hier is vervolgens een wijk omheen gebouwd. De omwonenden waren zich bij vestiging bewust van de aanwezigheid van een AZC.

Gezien de positieve ervaringen is in Winterswijk het aantal asielzoekersplaatsen verhoogd van 400 naar 500. De organisatie geeft aan dat er weinig problemen zijn. Van meet af aan zijn de lijnen met de buurt kort geweest en is openheid van zaken geboden.

Het bezoek aan Winterswijk heeft echter tot een toenemend aantal bedenkingen geleid. Inspreker vraagt zich af hoe het College van Zutphen kan stellen vanwege humanitaire redenen voorstander te zijn van een groot AZC. Afgevraagd kan worden wat humaan is.

Binnen het AZC Winterswijk wonen 250 mensen die een verblijfsvergunning hebben, maar waarvoor binnen de gemeenten geen woningen beschikbaar zijn. Inspreker acht het humaan dat aan mensen met een hulpvraag diè hulp wordt geboden die zij nodig hebben; wanneer je méér doet, wordt het immers betutteling. De bewoners met een verblijfsvergunning nemen bovendien een plaats in die eigenlijk voor nieuwe asielzoekers is bestemd. Wanneer deze nieuwe groep niet geholpen kan worden, vraagt inspreker zich af of dat als humaan mag worden beschouwd. Als Zutphen haar humane verantwoordelijkheid zou willen nemen, voor de doelgroep zou opkomen en woningen beschikbaar zou stellen, is er geen AZC voor 850 bewoners nodig. Spreker wijst er op dat in de rechercheschool per asielzoeker een leefruimte van vijf vierkante meter beschikbaar is. Het AZC dat is bezocht, is onvergelijkbaar met de situatie die in Zutphen wordt beoogd. Behalve dat er in Winterswijk draagvlak bestaat, is ook de beleving bij het oprijden van het terrein van de rechercheschool absoluut anders dan de leefsituatie binnen het AZC in Winterswijk.

De omgeving van het AZC in Zutphen wil zich graag sociaal en behulpzaam opstellen, maar een AZC met de voorgenomen omvang staat niet meer in verhouding tot de draagkracht en draaglast van de wijk.

De bewoners maken zich ook zorgen over de veiligheid. Als op de Voorsterallee nu al niet op snelheid kan worden gecontroleerd, acht inspreker het gerechtvaardigd om af te vragen wat een verkeersintensivering voor de toekomstige verkeersveiligheid betekent.

Inspreker vraagt zich af waarom niet naar mogelijkheden wordt gekeken om een goede verhouding met de buurt te krijgen en waarom niet naar omwonenden wordt geluisterd. Inspreker benadrukt dat hier geen sprake is van onwelwillendheid. De omwonenden willen daarentegen hun verantwoordelijkheid nemen en meedenken in het realiseren van een veilige leefomgeving voor zichzelf en het AZC. Vanuit de buurt zijn oplossingsgericht voorstellen aangedragen. Sommige buurtbewoners hebben hier twintig uur per week aan besteed, maar nu hier niet naar wordt geluisterd, vragen zij zich af wat hun stem nog waard is en uiten twijfel of deelname in de omwonendenraad wel zinnig is.

De wens van omwonenden voor een klein AZC dat in de wijk past, is een logische wens. Verspreid over de stad kan andere woongelegenheid worden aangeboden, waar het buddyproject van D66 heel goed in kan passen.

Inspreekreactie 4.c - Mevrouw A. van de Burgh, Voorsterallee

Inspreker hoorde negen maanden geleden van een journalist dat er tegenover haar woning een AZC gevestigd zou worden. De Rechercheschool leek haar hiervoor een goede locatie en inspreker was bereid tot het nemen van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de opvang van asielzoekers. Aanvankelijk had ze – ook toen ze hoorde dat er 855 bewoners zouden komen wonen – een positieve insteek. Inmiddels is dit veranderd en rest slechts verbazing en wantrouwen; hetgeen in Zutphen gebeurt, heeft niets te maken met gezond verstand of redelijkheid. Inspreker voelt zich voortdurend in haar burgerschap aangetast.

Inspreker vraagt zich af waarom in een kleinschalige woonwijk wordt gekozen voor een AZC van deze omvang, uitgaand van een vestigingsduur van minimaal vijftien jaar. Met een dergelijk groot aantal wordt geen verbinding met de bewoners gemaakt en inspreker is er van overtuigd dat deze schaalgrootte ook voor de asielzoekers niet goed zal zijn.  

De afgelopen maanden zijn omwonenden door het COA geïntimideerd, gebagatelliseerd, voorgelogen en misbruikt. Inspreker licht de laatste kwalificatie toe. Ze heeft vanuit een positieve insteek zitting genomen in de adviesgroep. Wethouder Gründemann  meende oprecht dat aantallen en duur bespreekbaar was en was bereid om te onderhandelen over een aangepast plan, maar werd hierin ‘teruggefloten’ door “zijn team”. De verwachting van de adviesgroep was, dat zij een bijdrage zouden kunnen leveren aan de algemene opzet van het asielzoekerscentrum. Het resultaat dat de adviesgroep – achteraf gezien – heeft bereikt, is nihil. De inbreng van de adviesgroep doet er blijkbaar niet toe voor het vorige College, noch voor het huidige minderheidscollege. Als op deze wijze met de leden van een adviesgroep wordt omgegaan, voelen betrokkenen zich misbruikt. Inspreker hoopt voor de bewoners, de democratie en de asielzoekers dat de raadsleden - als bewakers van de democratie - dichter bij de burgers staan dan het huidige College.

Burgerbelang vraagt welke reactie vanuit de buurt mag worden verwacht in geval het bestuursakkoord wordt vastgesteld.

Inspreker denkt dat het grote verschil zit in draagvlak bij de omwonenden. Naarmate dit minder is, zal de aanwezigheid van het AZC eerder als lastig worden ervaren.

 

Inspreekreactie 4.d – De heer Bouman, secr. Bestuur Humanitas Zutphen

Inspreker geeft aan dat Humanitas een rol heeft in vrijwilligerswerk voor mensen die tijdelijk ondersteuning kunnen gebruiken. Deze inzet is er wel op gericht dat de ‘klanten’ zo snel mogelijk selfsupporting kunnen zijn. De projecten van Humanitas zijn gericht op verzelfstandiging, versterking van het zelfvertrouwen en voorkomen van afhankelijkheid. Binnen Humanitas start geen enkele vrijwilliger zonder training of scholing.

De Stichting denkt dat de reactie van omwonenden ook wel voortvloeit uit het principe van ‘onbekend maakt onbemind’, maar heeft als maatschappelijke organisatie wel begrip voor de reacties. Tot nu toe heeft Humanitas zich niet rechtstreeks in de discussie rond het AZC gemengd.

Humanitas adviseert alle initiatieven gericht op AZC-bewoners naar één loket te bundelen om een en ander samen met COA te organiseren. Deze bundeling zou scholing, training en afstemming van activiteiten moeten omvatten. Tijdens een bijeenkomst in november jl. bleken twintig organisaties – waaronder kerken en sportverenigingen - deze gedachte te delen.

Humanitas heeft de voortrekkersrol op zich genomen en is bereid dit voor een beperkt aantal vergaderingen te continueren. De doelstelling is om een aantrekkelijke dagbesteding voor de AZC-bewoners te ontwikkelen, de betrokkenheid van Zutphense burgers bij het vluchtelingenvraagstuk te vergroten, praktische dienstverlening te bieden en bij te dragen aan vergroting van draagvlak voor het AZC zodat de bewoners gastvrij worden ontvangen. De voortrekkers zullen binnenkort opnieuw met elkaar overleggen. Spreker hoopt dat vanuit de gemeente en het COA middelen beschikbaar om de voorgestelde éénloketfunctie te ontwikkelen.

Inspreekreactie 4.e – Mevr. M. Aalderink

Inspreker wijst op de onderliggende stukken en wijst daarbij met name op de notitie van het COA inzake de meerwaarde van een groot AZC. Van meet af aan heeft het COA duidelijk gecommuniceerd dat in Zutphen vanwege bedrijfseconomische redenen een groot AZC ingericht zou worden. Dat deze schaal meer belastend is voor de omgeving, zal voor het COA ongetwijfeld minder belangrijk zijn. Het ‘schaalvoordeel’ heeft voor de omwonenden niet dezelfde betekenis. Zij pleiten voor een kleiner AZC; voor de omwonenden is het van minder betekenis dat een schaalverkleining voor het COA bedrijfseconomisch duurder is. Wat dit betreft, bestaat een patstelling.

Het COA hanteert schaalvoordeel als een argument en stelt dat een groot AZC meer faciliteiten en mogelijkheden heeft en dus meer kwaliteit kan bieden. Op zich lijkt dit een sterk argument, want omwonenden willen niet dat eigen egoïsme ertoe leidt dat de bewoners van het AZC tekort wordt gedaan en zij het eigenlijk beter zouden kunnen hebben dan hen wordt geboden.

Omwonenden hebben vanaf juli bij herhaling gevraagd om de meerwaarde van een groter AZC te onderbouwen. Inmiddels is gebleken dat die informatie niet beschikbaar was en nog bedacht moest worden. Dat heeft duidelijk enige tijd gevraagd. Met de toenemende druk op dit punt, ook tijdens de fora, is de meerdere malen toegezegde informatie uiteindelijk verstrekt. Op dat moment had de adviesgroep haar werkzaamheden reeds beëindigd.

Het College heeft eigen redenen om vast te houden aan het aantal van 850 inwoners.

De notitie van het COA bevat geen echte argumenten, maar opsommingen die met de schaal samenhangen. Dat er bijvoorbeeld meer computers beschikbaar zijn als er meer asielzoekers wonen, biedt immer per saldo geen meerwaarde.

Inspreker stelt dat de notitie van het COA geen meerwaarde heeft en hoopt dat de forumleden zich geen rad voor ogen laten draaien.

De conclusie is, dat er toch een groot AZC zal komen omdat dit bedrijfseconomisch voordeel heeft. Minder meetbare waarden zijn in deze afweging helaas niet meegerekend. Afsluitend spreekt inspreker de hoop uit dat de Raad niet achteraf hoeft te concluderen dat ze per saldo méér zijn kwijtgeraakt.

Inspreekreactie 4.f - Mevrouw Ten Kiefte

Inspreker vraagt aandacht voor de termen: transparantie, draagvlak en participatie; deze termen zijn van meet af aan gekoppeld aan de vestiging van een AZC. Transparantie is in dit traject niet geboden ondanks dat men pretendeert de transparantie hoog in het vaandel te hebben: informatie wordt niet of veel te laat geleverd. Ook wordt – bewust of onbewust - onjuiste informatie verstrekt. In plaats van duidelijkheid te bieden, wordt achter juridische muurtjes stelling genomen. Inspreker benadrukt dat gedegen informatieverstrekking de basis vormt voor het draagvlak in een wijk die heel wat op z’n bordje zal krijgen.

Als de huidige plannen ongewijzigd doorgang vinden, zal de draagkracht van de wijk waarschijnlijk worden overschreden. De adviesgroep heeft gepleit voor prioritering voor het realiseren van draagvlak in de wijk en acht dit onmisbaar om de veranderingen te kunnen doorvoeren. Inspreker vraagt zich af of er niet te veel op de schouders van de wijk wordt gelegd, met alle gevolgen van dien. De adviesgroep heeft geadviseerd om het draagvlak een belangrijk deel te laten zijn van een uitgebreide risicoanalyse. De uitkomst zou een integraal deel van de afspraken moeten zijn en moeten worden vastgelegd in de bestuursovereenkomst met het COA. Echter, het College wil niet dat draagvlak en draagkracht onderdeel vormen van de risicoanalyse. De grens van het aantal te vestigen asielzoekers is niet duidelijk.

De adviesgroep wil de conclusies uit de raadpleging van de wijk middels een risicoanalyse toetsen. Het College kiest niet voor deze logische wetenschappelijke benadering, maar kiest voor de proefondervindelijke ervaring door op voorhand gehaast voor het maximum aantal asielzoekers te opteren en stelt, zo nodig, alsnog een omkerende beweging te maken. Inspreker stelt dat deze benadering het meest lijkt op puberaal gedrag.

De haast die met realisatie van dit AZC wordt gemaakt, roept ook vragen op. Het AZC wordt immers geen noodopvang, maar is slechts bedoeld als overplaatsingslocatie vanuit andere centra. Met het beoogde instroomtempo zal het vanaf de opening maximaal een jaar duren voordat het maximum aantal personen in het AZC Zutphen woont. Inspreker stelt dat een dergelijk tempo niet te managen is en voor het COA tot grote problemen zal leiden. Als een locatie een levensduur van vijftien jaar zou moeten hebben, is het logisch dat hier draagvlak voor gevraagd mag worden. Inspreker pleit voor een gefaseerde instroom in combinatie met een resultaatgerichte terugkoppeling. De houding van het COA wat dit betreft doet vermoeden dat het COA vanuit opgedane ervaring problemen ziet aankomen en er geen vertrouwen in heeft dat dan de maximumbezetting nog gerealiseerd kan worden. De vraag is in hoeverre afbouw nog mogelijk is.

Bij het bekend maken van de komst van het AZC heeft het College telkens – via de gemeentelijke website en in persoonlijke gesprekken - gesteld dat het aantal asielzoekers en de duur een vaststaand gegeven is. Het COA heeft hierin een bepalende rol en het College is slechts volgend. Inmiddels is bekend dat het College van meet af aan heeft ingezet op het maximum aantal asielzoekers en op een permanente status van het AZC. Voor inspreker is duidelijk dat hier meer motivering achter ligt dan alleen maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Inspreker meldt dat haar inspreekreactie is opgesteld door de heer Ernst Klose; vanwege diens privé-omstandigheden heeft inspreker deze tekst voorgelezen.

Inspreekreactie 4.g - De heer S. Gouw

De heer Gouw wijst er op dat raadsleden en collegeleden direct, dan wel indirect worden gekozen door de inwoners. Het is gerechtvaardigd om te verwachten dat de bestuurders zich verantwoordelijk voelen naar hun burgers en hun uitvoerend beleid hierop afstemmen.

In Zutphen blijkt echter de praktijk dat de partijen die de verkiezingen hebben gewonnen langs de zijlijn moeten kijken hoe het oude College het oude beleid voortzet ondanks dat de verkiezingen de gewenste kentering duidelijk maakten. Van het debacle van het Broederenklooster is blijkbaar niet geleerd. Het door de adviesgroep AZC uitgebrachte advies maakt duidelijk wat de burgers willen, maar de belangrijkste onderdelen hiervan worden door het College niet overgenomen. Hierdoor hebben de bewoners het vertrouwen in de Zutphense politiek verloren.

Als frustrerend wordt ervaren hoe het College zich door het COA laat leiden. Het feit dat alle voorwaarden van het COA onvoorwaardelijk door het Zutphense College zijn overgenomen, zal binnen het COA tot hilariteit moeten hebben geleid. De commerciële belangen van het COA hebben voor het College een grotere prioriteit dan de financiële en persoonlijke nadelen van de eigen burgers. Het belang van de nieuwe bewoners prevaleert boven de belangen van de huidige inwoners van Zutphen. De bewonerssamenstelling is voor het COA niet bespreekbaar. De gemeente had echter een stok achter de deur kunnen houden met een gefaseerde instroom. Met dit middel zou het COA belang hebben om problemen te voorkomen en zou een dusdanige bewonerssamenstelling kiezen dat geen problemen optreden.

Inspreker vraagt de gemeenteraad om aan te tonen dat zij achter de burgers staan en te kiezen voor een gefaseerde instroom. De door het College voorgestelde beleidskeuze heeft – aldus inspreker - niets met voorzieningen te maken. Wethouder Gründemann had de bereidheid om de voorstellen van de burgers over te nemen, maar heeft zich moeten realiseren dat anderen de dienst hierin uitmaken. Het roept verbazing op dat na diens vertrek de betreffende portefeuille weer terecht is gekomen bij de gesprekspartners van het eerste uur. Inspreker is van mening dat niet de heer Gründemann zijn portefeuille had moeten inleveren, maar het voltallige college, inclusief de burgemeester.

 

Inspreekreactie 4.h – De heer P. Schakel; woordvoerder namens het Actiecomité; inspreker vertegenwoordigt vijftig van de 250 huishoudens / omwonenden van het toekomstig AZC

Inspreker vraagt aandacht voor de communicatie. Van meet af aan is gesteld dat in het AZC 855 asielzoekers gevestigd worden voor een periode van vijftien jaar. Geprobeerd is om een dialoog op gang te brengen. Het is helaas een gegeven dat verzoeken worden genegeerd en ook na maanden tijdsverloop brieven onbeantwoord zijn gebleven.

Enige communicatie volgde met de inrichting van een adviesgroep en het uitbrengen van een advies. De communicatie verlegt zich nu naar het formuleren van gezochte tegenargumenten.  Het College neemt slechts vier van de vijftien adviezen over. Drie adviezen worden zeker niet overgenomen en de rest is afhankelijk van omstandigheden en onderzoeken.

Wethouder Gründemann heeft nagestreefd om een dialoog op gang te brengen, maar stuitte op de onwelwillendheid van het College. Inspreker verwijst naar de reactie van de burgemeester op de voormalig wethouder tijdens de forumvergadering van 3 november en spreekt wat diens houding betreft over een karaktermoord. De burgemeester spreekt slechts verbazing uit over het feit dat de adviesgroep zijn taak heeft neergelegd. Als de burgemeester de dialoog zou ambiëren, zou hij de conclusie van de adviesgroep begrijpen en niet verbaasd zijn.

Ook wethouder De Jonge heeft de communicatie verbroken. Met het teruggeven van de opdracht door de adviescommissie is de communicatie tussen de wijk en het College geëindigd.

Tijdens de vorige Forumvergadering stelde de PvdA-fractie een gefaseerde instroomtoets voor. Sinds de AZC-portefeuille bij de PvdA-wethouder De Jonge ligt, is dit voorstel verdwenen. Dit roept bij de omwonenden vragen op.

In zijn nieuwjaarsrede verzoekt de burgemeester om samenwerking, ook in relatie tot het AZC. Het Actiecomité vraagt zich af wat deze samenwerking voor betekenis kan hebben zolang de dialoog wordt geschuwd. Ook met de VVD lukt het niet tot een dialoog te komen, terwijl de fractie in juli aan inspreker hebben verzocht om een bijdrage aan de communicatie te leveren. In gesprekken met het CDA en de CU werd slechts verwezen naar het COA “die het wel zou weten”. Het is voor inspreker duidelijk dat deze fracties zich slechts volgend opstellen. GroenLinks toont geen kritische opstelling wat betreft de stralingsaspecten en is van mening dat de risicoanalyse ook achteraf kan plaatsvinden.

Inspreker spreekt de volksvertegenwoordigers aan op hun verantwoordelijkheid, vraagt de bewoners niet in de steek te laten en de dialoog – met name inzake het AZC - op transparante en eerlijke wijze ter hand te nemen opdat hierover verantwoording kan worden afgelegd. Inspreker roept de raad op om geen medewerking te verlenen aan het voorliggende onverantwoordelijke plan.

Inspreker biedt de voorzitter 200 handtekeningen aan die sedert donderdag jl. in de wijk zijn verzameld.

De voorzitter neemt de handtekeningen in ontvangst en zegt toe deze over te dragen aan de voorzitter van de Raad.

 

5. Bespreking van de motie en de bestuursovereenkomst

Motie: een welkom Azc in Zutphen

Griffienummer: 2014-M0022

Concept bestuursovereenkomst met het COA

Griffienummer: 2014-0188

5.1       Toelichting College op concept bestuursovereenkomst

Wethouder De Jonge dankt de insprekers voor hun reacties en de uitgesproken zorg. Ze hoopt dat de gestelde vragen vanavond kunnen worden beantwoord. Datgene dat eventueel aan vragen open blijft staan, zal in tweede instantie zo goed mogelijk worden beantwoord.

Uit de reacties leidt de wethouder af dat de adviesgroep meent verantwoordelijk te kunnen worden gesteld voor een negatief sentiment dat zou zijn ontstaan. De wethouder benadrukt dat die verantwoordelijkheid niet in de wijk ligt. Een dergelijk gevoel is dan ook onterecht. De gemeente is veel dank verschuldigd aan degenen die actief hebben meegedacht en acht de zorgen van de wijk zeker van belang. In het vervolgtraject zal hier veel aandacht aan worden besteed. Ze hoopt tijdens de bijeenkomst van heden deze zorg enigszins weg te kunnen nemen, maar hoopt ook dat de fracties hiermee aan de slag gaan.

De wethouder benadrukt dat niet alles met de komst van het AZC op de schouders van de wijk komt te liggen. De inbedding van het AZC is een verantwoordelijkheid die breed in Zutphen komt te liggen.

De wethouder meent dat de wederzijdse standpunten dicht bij elkaar liggen. Evenals de adviescommissie streeft de gemeente naar het waarborgen van de leefbaarheid en de veiligheid met de komst van het AZC. De gemeente ziet nadrukkelijk een relatie tussen de leefbaarheid en de veiligheid in de wijk en prettige leefomstandigheden voor de bewoners van het AZC. Als de overheadkosten in verhouding zijn, is er meer mogelijk. Een groter AZC kan een beter recreatief programma en dagbestedingsprogramma bieden en maakt een betere inrichting van de zorgstructuren mogelijk, hetgeen ten goede komt aan de leefbaarheid en de veiligheid in de wijk. Tegelijkertijd biedt het bestuursakkoord ook meer repressieve mogelijkheden voor het geval de leefbaarheid en veiligheid wél in het geding komen.

Het College is bereid akkoord te gaan met vestiging van 855 asielzoekers, maar wil dit voorlopig beperken tot 759 opvangplaatsen. Echter, de omvang is wel afhankelijk van het kwalitatief en kwantitatief absorptievermogen met betrekking tot zorg, onderwijs en dagbesteding. Bij eventuele knelpunten met betrekking tot leefbaarheid en veiligheid kan de instroom worden gefaseerd en kan de totale omvang worden aangepast. Duidelijk moet ook zijn dat het AZC niet vanaf ‘dag 1’ volledig benut wordt. In de opstartfase wordt doorgegroeid naar 759 bewoners. Ook in de periode hierna zal er continu sprake zijn van uitstroom en nieuwe instroom. De nieuwe instroom kan gefaseerd worden aangepakt en zelfs worden bevroren als blijkt dat het niet goed gaat.

Als er overlast in de wijk wordt ervaren, is het mogelijk om met het COA hierover in gesprek te gaan. Als een eventueel probleem niet binnen een maand naar behoren wordt opgelost, heeft de gemeente de mogelijkheid om de instroom te bevriezen en de aantallen naar beneden bij te stellen. Deze doorlopende afspraak heeft een geldigheidsduur voor de hele periode van vijftien jaar.

Het omwonendenoverleg is van groot belang. De bedoeling is dat hierin knelpunten worden gesignaleerd die vervolgens met COA, gemeente, politie/wijkagenten en verder relevante organisaties worden besproken.

Het omwonendenoverleg stelt een omgevingsbeheerplan op. Hierin worden de kaders voor het omwonendenoverleg vastgesteld, zoals duur, taken en samenstelling. Ook wordt in dit beheerplan ingegaan op de resultaten van de nulmeting en de vijfjaarlijkse risicoanalyse, die de effecten van de vestiging van het AZC in beeld brengt. In vervolg op de nulmeting vindt jaarlijks een nieuwe meting plaats. De wethouder geeft aan dat dit de kern van het akkoord is en het College meent dat ditzelfde ook de kern van het debat zou moeten zijn.

5.2       Toelichting van de motie door de indiener, de heer Sueters

Burgerbelang stelt dat de inspreekreacties duidelijk maken dat er sprake is van betrokken inwoners die open staan voor de vestiging van een AZC. De bewoners vragen terecht draagvlak te creëren voor de nieuwe ontwikkeling en spreken hun zorg uit voor de wijk. Het is een goede zaak dat Humanitas hierin een rol wil nemen.

Burgerbelang roept de raadsleden op om in dezen hun verantwoordelijkheid te nemen en de dualistische principes te volgen om het College op andere gedachten te brengen. De bewoners van de Voorsterallee rekenen op hun volksvertegenwoordigers.

Het waarom van het grote aantal asielzoekers is nooit aangetoond. Achterliggende documenten zijn nooit beschikbaar gekomen. Van meet af aan heeft het College aangegeven dat het aantal asielzoekers onbespreekbaar is. Dit is feitelijk onjuist: aantal en tijdsduur blijkt wel degelijk bespreekbaar.

De fractie spreekt zorg uit over het draagvlak voor het AZC. Er zijn betere mogelijkheden om de doelstelling tot opvang van 850 asielzoekers te realiseren. Een gefaseerde invoering is zo’n mogelijkheid. Die optie kan op grote steun van de buurt rekenen en spreker vraagt zich af waarom niet voor die weg wordt gekozen.

De bereidheid om vanwege humanitaire redenen mensen op te vangen in Zutphen is geen punt van discussie. In het Collegeakkoord staat “dat het College nadrukkelijk aandacht zal hebben voor de zorgen over de omvang van het AZC”. Deze aandacht is echter – aldus Burgerbelang – vooralsnog onvoldoende gebleken. De fractie acht het noodzakelijk om draagvlak in Zutphen te creëren om succes te bewerkstelligen. Het College erkent dat dit draagvlak onmisbaar is voor de toekomst van Zutphen.

Het College heeft niet echt willen luisteren naar de pijnpunten die uit een betrokken samenleving naar voren zijn gebracht. Burgerbelang stelt dat met voorliggende bestuursovereenkomst “een bom in de wijk wordt gelegd” en een dergelijk besluit onmogelijk aan de bewoners kan worden uitgelegd.

De fractie roept alle raadsfracties op om het College te vragen om de onderhandelingen met het COA te heropenen en het gedegen advies van de adviescommissie hierbij als uitgangspunt te hanteren. Burgerbelang gaat er van uit dat het College zo verstandig zal zijn om een dergelijk raadsadvies ter harte te nemen en het gemis van vertrouwen en draagvlak bij bewoners hierin zal betrekken.

Spreker benadrukt dat in geval de bestuursovereenkomst op basis van reële wensen van de burgers wordt aangepast, dit geen financiële gevolgen voor de gemeente heeft.

De fractie ondersteunt de twee argumenten van het College wat betreft humanitaire gronden en goede voorzieningen. Echter, de wijze waarop het College momenteel voor invulling kiest, ervaart de fractie als de omgekeerde wereld. Met het voorstel van de Adviescommissie wordt geacteerd op basis van draagvlak en dit garandeert veel betere inbeddingsmogelijkheden voor het AZC. In de uitvoering dienen leefbaarheid en veiligheid voorop te blijven staan.

 

5.3       Reactie fracties; kenbaar maken van wensen en bedenkingen op de bestuursovereenkomst en reactie op de motie

GroenLinks neemt aan dat alle aanwezigen hetzelfde machteloze ongemak voelen bij de beelden van vluchtelingen op zoek naar een veilige toekomst. Nederland vangt 0,3 procent van deze vluchtelingenstroom op. GroenLinks is er trots op dat ook Zutphen hierin een rol vervult. Echter, het wereldleed komt in de eigen stad en in de eigen wijk wel erg dichtbij en raakt dan alles wat aan bezit en veiligheid is opgebouwd. GroenLinks erkent dat dit complex is en een financiële bijdrage makkelijker is.

Uit de ontvangen informatie blijkt dat de schaal van een AZC voor de bewoners van het AZC niet zoveel uitmaakt. Wél is relevant wat er voor voorzieningen zijn, hoe de inbedding is en of er voldoende vrijwilligers beschikbaar zijn om de asielzoekers wegwijs te maken in de Nederlandse samenleving. Aan al deze voorwaarden wordt in Zutphen ruim voldaan. Er bestaat bij GroenLinks dan ook geen twijfel aan de geschiktheid van de locatie.

Vanzelfsprekend zal de vestiging van een AZC veel betekenis hebben voor de wijk. Iedereen weet dat er “rotte appels” tussen de asielzoekers zullen zitten, overlast mag worden verwacht van meer mensen op straat / luidruchtige gesprekken in een onverstaanbare taal, geluidsoverlast, misverstanden, provocaties en misschien ook geweldsincidenten”. Vanzelfsprekend is dit niet leuk voor de wijken en het hoeft dan ook geen verbazing te geven dat dit tot protesten leidt.” Op allerlei manieren kan de overlast echter binnen de perken worden gehouden.

Wat betreft GroenLinks, is vestiging van een AZC akkoord, mits de overlast binnen de perken blijft. Cruciaal is dat de directeur van het AZC een communicatief vaardig persoon is die een goede band met de wijk kan opbouwen.

Het CDA erkent het individueel recht om een persoonlijke mening uit te dragen, maar van de uitspraken ten aanzien van het College en persoonlijk ten aanzien de burgemeester wil de fractie wel graag nadrukkelijk afstand nemen.

Het is prettig om te ervaren dat er in Zutphen veel draagvlak bestaat voor de opvang van asielzoekers. Ook wat het CDA betreft, zijn zij welkom in Zutphen.

Het CDA spreekt waardering uit voor het gedegen rapport van de adviesgroep. Dankzij deze input heeft het College een goede bestuursovereenkomst met het COA afgesloten. Bijna alle adviezen zijn op enigerlei wijze overgenomen. Het is echter spijtig dat de adviesgroep zichzelf heeft ontbonden. Als de gemeente gevolg wil geven aan de oproep om te blijven communiceren, ontstaat toch de vraag: met wie dan? Het CDA vraagt de omwonenden c.q. de adviesgroep om zichzelf niet tekort te doen. Hij denkt dat alle betrokken partijen streven naar een goede leefbaarheid van de wijk en de visies derhalve niet zo ver uiteen kunnen liggen.

De fractie kan zich vinden in de instroom van 759 asielzoekers, mits de leefbaarheid kan worden gewaarborgd en zo nodig de rem kan worden ingetrapt.

De ChristenUnie sluit zich aan bij de reactie van het CDA wat betreft uitlatingen op persoonlijk niveau.

Er bestaat per saldo geen verschil tussen de opzet conform de bestuursovereenkomst versus een constructie waarin het reeds in de opstartfase mogelijk is om op de rem te gaan staan. Spreker roept de adviesgroep op tot gezamenlijkheid en vraagt de bereidheid om vanaf de opstartfase de ontwikkelingen te bezien vanuit de vraag of temporiseren wenselijk is.

In het voorstel staat ten aanzien van ‘terugschalen’ dat de gemeente zich het recht voorbehoudt. Dit heeft een eenzijdig karakter. De ChristenUnie pleit voor het wijzigen van deze formulering naar “De gemeente heeft het recht …” Daarmee is duidelijk vastgelegd dat de gemeente zo nodig kan ingrijpen.

De SP vindt het erg belangrijk dat ook Zutphen verantwoordelijkheid neemt in de asielzoekersopvang, maar ook vindt de fractie het bestaan van draagvlak – met name in de directe omgeving van het AZC - erg belangrijk.

Er zijn helaas te veel momenten geweest dat de communicatie - tussen gemeente, COA en omwonenden - te wensen overliet. Hierdoor is veel verwarring ontstaan. Zeker bij de SP is bekend hoe frustrerend dit kan zijn.

De fractie is van mening dat de nadruk moet worden gelegd op het voorkomen van excessen en het beheersen van veiligheid. Dit moet worden losgekoppeld van de concrete aantallen. De belangrijkste aspecten zijn: duidelijke communicatie, samenwerken en elkaar serieus nemen.

In een periode van drie tot vier maanden zullen 759 asielzoekers zich vestigen. Dit zijn er zo’n 200 per maand. De SP vraagt in hoeverre het mogelijk is om grip te krijgen op mogelijke excessen bij een dergelijke forse instroom. De SP vraagt hoe gemeente en COA een goede communicatie met de buurt kunnen garanderen als het College zelf aangeeft de prioriteit te leggen bij een volledige benutting van de capaciteit. Wat dit betreft, wil de SP graag een concreet plan gepresenteerd krijgen waaruit die garantie blijkt. De fractie wil weten hoe het College voornemens is te handelen in geval zich een incident voordoet waaruit blijkt dat de veiligheid in het geding is. De vraag is of het College eenzijdig de instroom kan stopzetten. Ook wat dit betreft, hecht spreker aan een garantie.

Wat betreft de formulering “excessen op het gebied van openbare orde en veiligheid” vraagt spreker of de gemeente kan bepalen wanneer daadwerkelijk sprake is van een exces.

Burgerbelang constateert dat enerzijds wordt gesteld dat de partijen op vrijwel dezelfde lijn zitten, maar dat anderzijds slechts één lijn wordt gevolgd. Als de visies inderdaad zo dicht bij elkaar liggen, is de vraag waarom dan niet met de buurt wordt overlegd. Dit kan alleen ten goede komen aan het draagvlak. Er wordt echter voor een omgekeerde weg gekozen. Ook met een gefaseerde instroom kan het huidige maximumaantal van 850 asielzoekers worden bereikt, dan wel overschreden. Ook dàt hoeft geen probleem te zijn als het in de praktijk van het AZC binnen de wijk inderdaad goed gaat.

Zonder de toezegging van een gecontroleerde gefaseerde instroom zal Burgerbelang het bestuursakkoord afwijzen. In dat geval heeft een gesprek over nadere detaillering ook geen enkele zin. Belangrijker is de overeenstemming op hoofdpunten. Op basis daarvan kunnen de details worden ingevuld.

De VVD dankt de insprekers voor hun duidelijke betogen en spreekt dank uit voor de adviezen die ten grondslag hebben gelegen aan het bestuursakkoord. De fractie denkt dat ieder in de Zutphense samenleving verantwoordelijkheid wil nemen voor het bieden van hulp op humanitaire gronden. De fractie ziet een logische samenhang tussen de schaal en de mogelijkheden om de locatie effectief en efficiënt te benutten. Met een bredere financiële armslag kunnen meer voorzieningen worden geboden, zoals ruimere mogelijkheden aan dagbesteding en psychische zorg. Dit aanbod kan juist voor deze doelgroep, waaronder mogelijk ook mensen met trauma’s, van belang zijn. Op basis van dergelijke voorzieningen kunnen leefbaarheid en veiligheid beter worden gewaarborgd.

De VVD is blij met de toezegging van een goede monitoring door het College. Met de eerste 200 asielzoekers start de beeldvorming. De VVD vindt het positief dat dit naar voren wordt gehaald.

Spreker geeft aan dat de fractie veel waarde hecht aan een goede communicatie en informeert naar de inrichting en frequentie van het omwonendenoverleg. De fractie informeert naar de mogelijkheid tot inspraak voor bewoners en de bereidheid hiernaar te luisteren.

De PvdA geeft aan dat voorliggend dossier door de fractie als lastig wordt ervaren. Omwonenden maken zich zorgen en hebben onvoldoende vertrouwen in het College en het COA. Het COA lijkt zich op te stellen als een organisatie voor wie het huisvesten van veel asielzoekers het belangrijkste is. De instroom van asielzoekers is groot. Beelden hiervan verschijnen vrijwel dagelijks in de media.

De fractie stel vast dat het proces inzake de vestiging van een AZC communicatief een valse start heeft gehad. Omwonenden waren niet formeel geïnformeerd over het voornemen als zodanig. Inmiddels heeft het College excuses aangeboden vanwege de kwaliteit van de eerste informatiebijeenkomst.

Het AZC zàl worden gevestigd, maar de kunst is nu om hier het maximum uit te halen. De belangrijkste vraag op dit moment is of het concept bestuursakkoord het optimale biedt aan mogelijke afspraken. De fractie is van mening dat hierin de belangrijkste afspraken zijn verwoord die vooraf bedacht kunnen worden. Daarnaast staan hier afspraken in die in andere bestuursakkoorden niet voorkomen. Spreker wijst op de ‘ja, mits’ variant.

Een gefaseerde instroom blijkt consequenties te hebben voor het aantal voorzieningen. Bij  een start met minder bewoners en een vergroting gaandeweg blijkt het COA niet meer bereid om het aantal voorzieningen in tweede instantie op het juiste niveau te realiseren. In geval van fasering zal het met niet toereikende voorzieningen een kwestie van improviseren blijven.

De PvdA kiest voor een kwalitatief goed centrum en is niet bereid de motie van Burgerbelang te ondersteunen.

De fractie vindt het van het grootste belang dat het vertrouwen met de bewoners kan worden hersteld. Ze informeert naar de bereidheid van de wethouder wat dit betreft en de haalbaarheid van dit streven.

BewustZW constateert dat sprake is van een lastig dossier, onvrede en oplopende emoties. Dit vloeit voort uit de proceskwaliteit tot op heden. Het is belangrijk om samen te streven naar een betere proceskwaliteit en te leren van de ervaringen van de afgelopen maanden.

De vele opmerkingen over de communicatie hebben ook te maken met de uitwerking in het bestuursakkoord. Het is jammer dat de omwonenden zich niet gehoord voelen en hun wens tot fasering niet kan worden uitgevoerd. Het is toch altijd het prettigste wanneer direct betrokkenen zich in de loop van de processen kunnen vinden.

Bij de realisatie van het AZC dient de Raad zich goed bewust te zijn van de eigen bevoegdheden. De Raad heeft in ieder geval zeggenschap over de inpassing. De vraag is hoe kan worden gerealiseerd dat de inpassing naar tevredenheid verloopt en meer vertrouwen bij omwonenden ontstaat. Er lijken wel handvatten beschikbaar om zo nodig in te grijpen.

Niet de Raad, maar de bewoners zullen moeten aangeven wat zij als onwenselijk en onveilig ervaren. Een rol van de bewoners in de communicatie is dan ook vanzelfsprekend. Spreker informeert naar het bestaan van een communicatieplan. De fractie wil hier graag inzage in krijgen en over van gedachten wisselen ten behoeve van toekomstige procesverbetering.

D66 gaat er van uit dat een gemeente als Zutphen met 47.000 inwoners en een breed palet aan voorzieningen voldoende draagkracht en draagvlak heeft om 850 nieuwe bewoners te kunnen opvangen. Voor D66 weegt het humanitair belang en de humanitaire taak van opvang van vluchtelingen zwaar. Spreker stelt dat de Zutphense gemeenschap niet mag weglopen voor deze verantwoordelijkheid.

Dat een AZC van een dergelijke omvang impact heeft op een wijk is een gegeven en dit mag ook niet worden gebagatelliseerd. Het College heeft zich ingespannen om de vijftien adviezen van de adviescommissie over te nemen; een groot deel is overgenomen. Het belang van goed onderwijs voor de bewoners van het AZC is goed verankerd in de overeenkomst. Ook zijn er mogelijkheden in de overeenkomst opgenomen om bij ernstige misstanden te kunnen ingrijpen. Er is in dezen sprake van een belangenafweging tussen gemeente, COA, bewoners en vluchtelingen. Deze belangen hoeven niet per sé tegenover elkaar te staan.

Van belang is dat een AZC van de gedachte omvang ruime faciliteiten en voorzieningen zal hebben. De praktijk zal moeten uitwijzen of de gekozen weg juist is. D66 heeft hierin vertrouwen.

De Stadspartij vindt het belangrijk dat de gemeente Zutphen een maximale inspanning levert voor de opvang van oorlogsvluchtelingen, wanneer dit binnen de mogelijkheden ligt. De vraag is wat de toekomst Zutphen gaat brengen en wat het effect zal zijn van vestiging van 750 tijdelijke inwoners. De komst van het AZC leidt tot zorg en vragen. De Stadspartij is blij met de input van de adviescommissie. Deze aanbevelingen zijn voor een belangrijk deel in de bestuursovereenkomst meegenomen. Dit leidt er toe dat afspraken zijn gemaakt over de mogelijkheid van herziening van het aantal bewoners in het AZC en de duur van het contract. De fractie hoopt dat de praktijk niet noodzaakt dat op deze afspraak teruggegrepen moet worden.

Spreker hoopt op het bereiken van een zo goed mogelijke samenwerking tussen gemeente, COA en bewoners om een thuis te kunnen bieden aan mensen in nood.

De Stadspartij steunt de bestuursovereenkomst.

 

5.4       Reactie College op inbreng Forum

Wethouder De Jonge dankt de leden van het Forum voor hun afgewogen en genuanceerde bijdragen. In de bijdragen is aandacht besteed aan het bestuursakkoord en het advies van de adviescommissie, maar ook aan de positie van de wijkbewoners.

Als Burgerbelang zich afvraagt waarom het College voor de omgekeerde weg kiest, wordt hiermee gedoeld op het voornemen om met 759 asielplaatsen te starten. Het is belangrijk om uit te leggen dat in principe voor een instroom van 759 asielzoekers wordt gekozen, maar vanwege de continue bewegingen in het centrum – ook na de opstartfase – kan ook snel teruggeschakeld worden. Op het moment dat wordt geconstateerd dat de leefbaarheid en veiligheid niet is gediend met dit grote aantal bewoners, kan het aantal bewoners in een relatief korte tijd van drie maanden met 200 personen worden verminderd.

Het ingrijpen door de Gemeente geldt als een voorrecht van de gemeente en is derhalve een eenzijdig recht waar geen toestemming voor nodig is. De gemeente kan zo nodig direct ingrijpen en zodanig stelling nemen dat dit effect heeft op de instroom. In deze beoordeling is het omwonendenoverleg van groot belang. Dit overleg vormt als het ware de barometer voor veiligheid en leefbaarheid in de wijk.

Voor de bepaling van excessen zullen de criteria nog worden bepaald in het omwonendenoverleg, waar ook de gemeente in participeert. Een exces is lastig concreet te benoemen, maar gesteld kan worden dat dit iets is dat extreem buiten het normale ligt.

Het volgen van de instroom tijdens de opstartfase gebeurt in samenspraak met het omwonendenoverleg. Zo nodig, kan direct worden ingegrepen en kunnen maatregelen worden getroffen ten behoeve van onmiddellijke bijsturing.

De SP interrumpeert en vraagt of er dan toch niet kan worden gesteld dat er sprake is van een gefaseerde instroom.

Wethouder De Jonge geeft aan dat in een vooraf bepaalde fasering strakke go/no go momenten zijn vastgelegd waarin wordt beoordeeld of verdere groei zal plaatsvinden. Een dergelijke geplande fasering is niet opgenomen in het bestuursakkoord. Wel zal via monitoring in de gaten worden gehouden of de instroom van asielzoekers in relatie tot de leefbaarheid en veiligheid in de wijk goed verloopt.

Het CDA vraagt of hierbij dan de term ‘gecontroleerde instroom’ past.

Wethouder De Jonge bevestigt die woordkeus.

De wethouder wijst op de wens tot communicatie die vanuit meerdere fracties is verwoord. De wijze van communicatie is een belangrijk gespreksonderwerp in het omwonendenoverleg.

Er zal met de bewoners worden gecommuniceerd via nieuwsbrieven, zoals nu ook reeds gebeurt. Inmiddels is de communicatie wel verbeterd ten opzichte van het startpunt. Dit proces kende inderdaad een valse start, waarmee het vertrouwen voor een belangrijk deel is weggeëbd. Gerealiseerd wordt dat het tijd en aandacht zal vragen om dit vertrouwen terug te krijgen en te kunnen werken aan de inbedding van het AZC in de wijk. De wethouder neemt aan dat de ervaringen in de toekomstige praktijk zullen leiden tot groei van vertrouwen bij de bewoners.

De VVD is benieuwd hoe het College het omwonendenoverleg vorm wil gaan geven.

Wethouder De Jonge antwoordt dat met het vaststellen van de bestuursovereenkomst de kaders en de opdracht bekend zijn en in principe daags hierne met het omwonendenoverleg kan worden gestart. De taakverdeling binnen het overleg en de overlegfrequentie zijn gespreksonderwerpen met de leden van dit overleg en moeten worden vastgelegd in een soort statuut. Een andere belangrijke taak voor het omwonendenoverleg is de uitvoering van het beheerplan.

Belangstellenden voor het omwonendenoverleg kunnen zich bij de gemeente, de wethouder of bij het COA aanmelden. Via een nieuwsbrief zal hiertoe een oproep worden gedaan.

In het artikel met de formulering “De gemeente behoudt zich het recht voor …” is gekozen voor de juridisch gebruikelijke formulering. Echter, ook met deze minder harde formulering schaart het COA zich achter het recht van de gemeente om zo nodig in te grijpen. Dit kan dus volstaan als ‘stok achter de deur’.

 

5.5.      Korte reactie indiener motie

Burgerbelang spreekt teleurstelling uit over de reacties vanuit de fracties. In het brede scala van partners in het omwonendenoverleg is het nog maar de vraag of de omwonenden daadwerkelijk gehoord worden. Als dat niet blijkt te gebeuren, dan volgt de vraag waar zij dan terecht kunnen. Dit overleg dient daadwerkelijk omwonenden te bevatten en een breed draagvlak bij omwonenden te hebben; in dat geval heeft ook Burgerbelang hier vertrouwen in.

De door de adviesgroep voorgestelde weg leidt tot meer draagvlak, hetgeen van groot belang is om een dergelijk proces goed te kunnen leiden en vorm te kunnen geven.

De fractie zal zich beraden over de standpuntbepaling.

 

6.         Gelegenheid tot debat

De Stadspartij betreurt het opheffingsbesluit van de adviescommissie en vraagt hoe het College voornemens is dit contact weer op te pakken.

Burgerbelang vraagt aan de raadsfracties hoe dit probleem kan worden opgelost.

Wethouder De Jonge geeft aan dat de adviesgroep goed werk heeft geleverd. De opdracht was het opstellen van een advies ter voorbereiding op het bestuursakkoord. Deze opdracht is afgerond. Het omwonendenoverleg zal een andere samenstelling en een andere opdracht krijgen dan de adviesgroep.

Burgerbelang informeert naar de bron van de stelling van GroenLinks dat de schaal van het AZC voor de bewoners geen verschil maakt.

GroenLinks geeft aan dat bedoeld is te zeggen dat het voor de bewoners niet uitmaakt of zij  in een groot of klein AZC zijn gevestigd. Een groot AZC is net zo goed en misschien beter.

De VVD wijst op het Achterhoeks gebruik van ‘buurtmaken’. Ze vraagt hoe dit gebruik op enigerlei wijze vorm kan krijgen. Ze denkt hierbij aan open dagen, maar wellicht zijn er nog andere ideeën.

 

De ChristenUnie heeft begrip voor de teleurstelling van de fractie Burgerbelang, maar probeert zelf in een dergelijke situatie toch altijd weer de verbinding te zoeken. Hij informeert naar de bereidheid van Burgerbelang tot een positieve houding en wil graag voorkomen dat de tegenstelling groter wordt.

Burgerbelang wijst er op dat de fractie op zich een positieve insteek heeft en niet uitgaat van tegenwerking. Burgerbelang zal zich neerleggen bij een democratisch genomen besluit. Wel bestaan er zorgen over de buurt. Als telkens weer door het College en de Raad de intentie wordt verwoord om beter te luisteren naar de burgers, mag dit proces toch als een gemiste kans worden gezien.

 

De ChristenUnie vraagt of Burgerbelang de bereidheid heeft om het aangetaste vertrouwen te herstellen in geval de motie wordt afgewezen.

Burgerbelang bevestigt een positieve insteek en een blijvende betrokkenheid bij de omwonenden.

Burgerbelang verbaast zich enorm over de uitspraak dat het COA bij een geleidelijke opschaling niet meer de bereidheid heeft om op een later moment de voorzieningen op niveau te brengen.

Wethouder De Jonge legt uit dat bij gebruik van de helft van de accommodatie de kosten van de leegstand op de exploitatie drukken. Zonder de intentie tot groei wordt het voorzieningenniveau op de beperkte groep bewoners afgestemd. Een gefaseerde opbouw en een geleidelijke omvorming van het personeelsbestand in afstemming op een telkens groeiende groep bewoners is ingewikkelder in de bedrijfsvoering. Dan duurt het langer voordat de voorziening op peil is dan wanneer de bedrijfsvoering van meet af aan op het maximum is afgestemd.

Burgerbelang lijkt het een kwestie van zeer slechte bedrijfsvoering als die flexibiliteit niet bestaat. Als er 600 bewoners zijn, gaat de fractie er wel van uit dat er voor 600 mensen voorzieningen zijn en niet voor 400 of voor 800.

GroenLinks wijst er op dat dit een zaak van het COA zelf is en het bedrijfsrisico dààr ligt.

 

Burgerbelang neemt aan dat ook het omgekeerde geldt en in geval wordt besloten tot een geleidelijke groei van het aantal bewoners de organisatie in staat is de overhead hierop aan te passen.

GroenLinks wijst op het recht van de gemeente om de omvang bij overlast te reduceren. Uit de investeringsbereidheid die het COA desondanks heeft, leidt de fractie af dat er vertrouwen bestaat dat de overlast binnen de perken kan blijven.

Het CDA spreekt belangstelling uit om een persoonlijke ervaring op te doen in een asielzoekerscentrum en informeert naar de mogelijkheid van ‘proefwonen’.

 

Wethouder De Jonge antwoordt bevestigend. Dit zal met het COA worden georganiseerd.

De SP vraagt zich af hoe het College voornemens is de bereidheid tot overleg met de buurt in de praktijk vorm te gaan geven.

Wethouder De Jonge acht in ieder geval het inloopspreekuur van groot belang. Daarnaast is een continue informatievoorziening op vaste momenten én indien noodzakelijk ook ad hoc van belang. In een streven naar herstel van vertrouwen werkt onregelmatige informatieverstrekking niet. Voorts zullen informatieavonden worden georganiseerd. Zodra het bestuursakkoord is vastgesteld, zal worden gestart met de inrichting van het omwonendenoverleg. Het College zal zich in vervolg op de opheffing van de adviesgroep bezinnen over de beste mogelijkheid om bewoners te betrekken. De wethouder houdt zich graag aanbevolen voor suggesties wat dit betreft.

De vergadering wordt kort geschorst.

De vergadering wordt hervat.

 

7. Vervolgstappen wat betreft de bestuursovereenkomst

Wethouder De Jonge concludeert op basis van de Forumvergadering dat er geen zwaarwegende redenen zijn om de tekst van de bestuursovereenkomst aan te passen.

Gezien de uitgesproken zorg over de communicatie en de wens het vertrouwen in de wijk te herstellen, zal over een maand een communicatieplan aan het Forum worden voorgelegd. De wethouder nodigt de fracties en bewoners uit om input te leveren voor dit plan. Om het aanspreekpunt namens de bewoners helder te krijgen, zal het College over twee weken tijdens het inloopspreekuur in de wijk dit vraagpunt neerleggen.

 

8. Afsluiting door de voorzitter

De voorzitter concludeert dat de motie voldoende is besproken en rijp is voor raadsbehandeling.

De VVD vraagt of de motie tijdens de aansluitende raadsvergadering, dan wel over twee weken wordt geagendeerd.

De voorzitter geeft aan dat de agendering normaliter over twee weken is voorzien. Hij biedt de indiener gelegenheid te reageren.

De woordvoerder namens Burgerbelang zal met diens fractie overleggen

De voorzitter zal aldus terugmelden aan het Presidium

 

9. Sluiting

De voorzitter dankt allen voor hun aanwezigheid en inbreng en sluit de vergadering om 21.05 uur.   

Bijlagen

Advies

Advies gegeven er volgt geen verdere behandeling

Presentatie Woningmarktonderzoek 2014 (12-01-2015)

Datum 12-01-2015 Tijd 19:00 - 20:00
Zaal
Commissiekamer
Behandeling
Presentatie
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
A.J.A. Putker
Griffier
E.P. Langenbach
Aanwezig namens Naam
BurgerbelangA. Verwoort
SPE.C.L. Verhoog
D66C.A. Lammers
PvdAF.J.M. Heitling
GroenLinksG.V.C. Boldewijn
StadspartijD. Bogerd
VVDH. Hissink
CDAA.R. Nijenhuis
ChristenUnieR.A. Klein Bennink
Fractie Jansen

Verslag van de vergadering

De voorzitter heet eenieder welkom, opent de vergadering en het in het bijzonder vertegenwoordigers van de wooncorporaties welkom. Vervolgens gaat het woord naar het college voor de presentatie van het Woningmarktonderzoek 2014.

Het college geeft aan dat het onderzoek is uitgevoerd door de gemeente Deventer en dat de heer Barink en mevrouw Hofland de uitkomsten zullen presenteren. Het onderzoek is een instrument om richting te geven aan de ontwikkelingen op de woningmarkt en is uitgevoerd in samenwerking met de wooncorporaties.

De heer Barink en mevrouw Hofland presenteren de uitkomsten van het onderzoek. De presentatie is als bijlage opgenomen en maakt deel uit van het verslag. Aanvullend op de presentatie wordt opgemerkt dat het geen regionaal beeld betreft doordat er een beperkt aantal gemeenten hebben meegedaan in het onderzoek van 2014. Er is meer respons gehaald dan vereist was om representatieve resultaten te verkrijgen. Het onderzoek biedt inzicht in de woonwensen, het bevat geen voorstellen voor beleidskeuzes. De indicator verhuisgeneigdheid is onderzocht op een termijn van vijf jaar. Dat was in het onderzoek van 2010 twee jaar. De termijn van vijf jaar sluit beter aan bij de woonvisie.

De voorzitter geeft de fracties de gelegenheid om vragen te stellen, maar merkt allereerst op dat er ‘forum special’ komt over de woningmarkt waarbij dit onderzoek ook onderdeel van de inhoudt uitmaakt.

De PvdA vraagt of het beeld dat geschetst wordt van de woningbehoefte ook terug te zien is in feitelijk gedrag. Geconcludeerd wordt dat er in Warnsveld en het centrum een vraag is waaraan onmogelijk tegemoet gekomen kan worden. Gelet op de leegstand van winkels is het misschien een idee om te kijken naar ‘Wonen in winkels’. Tegelijk is er weinig vraag in Leesten.

Met betrekking tot het Waterkwartier lijkt de uitkomst tweeslachtig. Mensen willen weg, maar tegelijk is er wel aanbod in het goedkope segment. Hoe zien we dit terug in feitelijk gedrag?

Ten slotte, herkennen de makelaars dit beeld ook?

Het college antwoordt dat er wordt gekeken naar de verhuiswens. De heer Barink vult hierop aan dat inderdaad niet ieder aangegeven gedrag realiteit wordt. Er zijn echter respondenten voor een langere termijn gevolgd en daaruit is gebleken dat per saldo het feitelijke gedrag nog steeds overeenkomt met de uitkomst van het onderzoek. Op individueel niveau kan dat verschillen, maar per saldo blijft het representatief.

Over ‘Wonen in winkels‘ wordt nagedacht, bijvoorbeeld in de aanloopstraten.

In het waterkwartier wordt hard gewerkt om het tij te keren. De bestaande woningen worden voortvarend verbeterd.

Met de makelaars wordt een gesprek georganiseerd om te kijken of zij het geschetste beeld herkennen. Die verdieping zal aan de orde komen in de ‘forum special’.

Het CDA stelt dat er inbreidingslocaties zijn die potentie hebben. In hoeverre zijn die in beeld? Ombouw van bestaande panden naar verschillende segmenten is mogelijk.

Daarnaast wordt gesteld dat gebleken is dat er geen aanbod is in het duurdere huur segment.

Het college stelt dat er goed naar de inbreidingslocaties gekeken wordt, bijvoorbeeld de Halve Maanstraat. Ook leegstand van winkels en kantoorpanden is in beeld. Jongeren en ouderen verdienen hierin speciale aandacht.

Het luxe huursegment is inderdaad snel bezet, bijvoorbeeld de Ravelijn. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden, maar dit heeft niet de eerste prioriteit.

Groen Links bewaart de meeste vragen voor de ‘forum special’. De behoefte die geschetst wordt is op korte termijn koop en op lange termijn huur. Vraag is echter wat het beeld is na de termijn van vijf jaar.

De woningvraag van ouderen lijkt met 50% gedaald, hoe kan dat?

Tenslotte, is bekend waarom Woonbedrijf Warnsveld niet aanwezig is?

Het college stelt dat Woonbedrijf Warnsveld ook betrokken is bij de gesprekken. De reden voor de afwezigheid nu is onbekend.

De heer Barink geeft aan graag aanwezig te zijn bij de ‘forum special’. Sommige vragen vragen om een nadere bestudering van de uitkomsten van het onderzoek. Het zou goed zijn om de nadere vragen van te voren te hebben. Daarnaast wordt aangegeven dat de vragen die nu blijven liggen schriftelijk beantwoordt kunnen worden.

De voorzitter vraagt of het college die toezegging doet.

Het college stelt dat de ‘forum special’ gepland staat voor het tweede kwartaal 2015. Zij wil de nadere vragen binnen een maand ontvangen, dan kunnen deze worden meegenomen. Optie is om een nadere presentatie van de uitkomsten van het onderzoek te houden.

De VVD concludeert dat de markt redelijk in evenwicht is, maar dat er toch een tekort is aan duurdere woningen. Wat houdt dat in met betrekking tot de te realiseren bouwlocaties?

De verhuiswens is redelijk groot. Is er ook buiten de gemeente grenzen gekeken, vooral naar het duurdere segment. Die vraag geldt ook andersom, komen er ook mensen naar Zutphen toe?

Uit de uitkomsten blijkt dat 8% van de huurwoningen verkocht wordt. Klopt dat ook met het landelijke beeld en wordt er gedacht aan meer verkoop van huurwoningen?

Vanuit wooncorporatie Ieder1 wordt aangegeven dat er onder de zittende huurders weinig belangstelling is om de woning te kopen. In Deventer en Zutphen zijn 32 woningen verkocht landelijk gezien is het percentage hoog. De genoemde 8% is in de praktijk niet haalbaar.

Het college vervolgt de beantwoording. De huidige ontwikkeling is dat er minder woningen gerealiseerd worden op gronden. Voor het duurdere segment is aandacht.

De SP vraagt of er voldoende aanbod is voor de laagste inkomens. In dit verband wordt de kwaliteitskortingsgrens en de aftoppingsgrens genoemd en de scheefgroei hierdoor.

De vragen in het onderzoek zijn gesteld aan ouders. Is er concrete informatie over wat jongeren willen en doen?

Kunnen er in het onderzoek conclusie worden opgenomen over de zekerheid in de inkomenssituatie. Dit is namelijk relevant voor verhuisgeneigdheid en woonwensen.

De heer Barink verduidelijkt de termen kwaliteitskortingsgrens en aftoppingsgrens waarbij hij aangeeft dat deze te technisch zijn om te kunnen betrekken in het onderzoek.

De vraag over de wensen van jongeren zijn te gedetailleerd om nu te kunnen beantwoorden. Dit wordt meegenomen naar de ‘forum special’.

De Stadspartij vraagt in welke mate de verhuismogelijkheden daadwerkelijk benut worden.

Klopt het dat er minder ouderen woningen nodig zijn?

Er zijn een aantal bouwtrajecten gestagneerd. Worden deze projecten nu beter aangesloten op de vraag naar woningen?

Staat het aantal geënquêteerden los van de ingeschrevenen als woningzoekende?

De heer Barink knikt hierop instemmend.

De Stadspartij vervolgt met een vraag over de krimp in Zutphen. Dit heeft betrekking op het aantal inwoners, niet op de vraag naar woningen.

Jongeren geven aan open te staan voor wonen in winkels of boven kantoorpanden. Dit zou verkozen moeten worden boven nieuwbouw.

Daarnaast wordt aangegeven dat het duurzaamheidargument in de verhuisgeneigdheid een positieve ontwikkeling is.

Het college geeft aan dat mensen naar koop toe groeien. Zeker als er een goed aanbod ligt van niet te dure woningen. Tot € 174k wordt snel verkocht.

De stagnatie van projecten heeft ook te maken met de kritische koper. Er wordt scherp gekeken naar de prijs/kwaliteit verhouding. Er komen nu aangepaste plannen om beter aan te sluiten op de woonwens. Dat was in het verleden blijkbaar onvoldoende.

D66 merkt op dat zittende huurders minder huur betalen. Heeft dat invloed op de verhuisgeneigdheid?

De heer Barink geeft aan dat dit niet betrokken is in het onderzoek.

De Voorzitter resumeert dat er in het tweede kwartaal van 2015 een ‘forum special’ over dit onderwerp is. Vragen hiervoor kunnen binnen een maand aangeleverd worden. De Voorzitter sluit de vergadering.

Advies

Stuk komt (nu) niet voor besluitvorming in de raad

Presentatie Risicomanagement - balans tussen risico’s nemen en beheersen (12-01-2015)

Datum 12-01-2015 Tijd 19:00 - 20:00
Zaal
Shrewsburykamer
Behandeling
Presentatie
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
G.I. Timmer
Griffier
M.J.E. van den Berg
Aanwezig namens Naam
BurgerbelangE. van Beek - van Heerde
SPF. van Vliet
D66W.M. Voorham
PvdAJ. Bloem
GroenLinksP. Reeuwijk
StadspartijG.J.H. Pelgrim
VVDA. van Dijk
CDAK.M. Warmoltz
ChristenUnieA. van Dijken
Fractie Jansen

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. De voorzitter geeft aan dat het onderwerp van deze forumvergadering een presentatie over risicomanagement betreft.  In maart 2012 is door de Raad de notitie Risicomanagement vastgesteld. Om risicomanagement goed in te bedden heeft het college een systeem (Naris) aangeschaft om risico's te kunnen bewaken en zo nodig tijdig te kunnen bijsturen. In april 2013 is vervolgens Projectplan Implementatie Risicomanagement aan het forum gepresenteerd.

Per 1 januari 2015 loopt het implementatietraject rond risicomanagement af en gaat dit tot de reguliere werkzaamheden behoren.

Ter afronding van de projectopdracht verzorgt het college een presentatie voor het Forum, waarin wordt geinformeerd over op welke wijze risicomanagement is ingevoerd en hoe risicomanagement vanaf 1 januari 2015 wordt georganiseerd.

De voorzitter geeft het woord aan het college.

Het college geeft als aanvulling op de inleiding van de voorzitter aan, dat in de voorgaande raadsperiode vaak is gevraagd naar risicomanagement in de zin van risicomanagement invullen en implementeren. De resultaten hiervan worden vanavond aan het Forum gepresenteerd.

Dan volgt de presentatie door de ambtelijke ondersteuning. Kortheidshalve wordt verwezen naar de bijgevoegde presentatie.

Na de presentatie vraagt de voorzitter aan de fracties of er vragen zijn.

Burgerbelang geeft aan dat het implementatietraject rond risicomanagement een lang proces is geweest, maar dat het eigenlijk nu pas begint met de uitvoering ervan.

De fractie vraagt zich het volgende af: van de 9 aangestelde risicocoordinatoren is er 1 risicocoordinator voor het Sociaal Domein, is dat niet te weinig gezien de dynamiek waarin het Sociaal Domein zich begeeft?

En is de beweging naar een positieve foutencultuur geen valkuil? Hoe is dat ontwikkeld?

ChristenUnie vindt de presentatie een helder verhaal en spreekt haar dank daarvoor uit.

De fractie vraagt zich af in hoeverre is het intrument risicomanagement geimplementeerd in de zin van gebruik? Hoe worden de risico's gemanaged?

De VVD komt met een interruptie: de decentralisatie van een jaar geleden is heel anders dan de decentralisatie van nu; jammer dat ChristenUnie met deze vraag komt.

De PVDA vindt de presentatie ook een helder verhaal en spreekt haar dank daarvoor uit.

De fractie geeft aan dat als onderdeel van risicomanagement de risco's tegenover het weerstandsvermogen worden afgezet. Het is ongewenst om verschillende potjes te hebben om risico's per project tegen te gaan. Het is wenselijk om de risico's op 1 plek tegen te gaan, om weerstandvermogen op 1 plek te hebben. Zijn er binnen het risicomanagement verschillende potjes om risico's tegen te gaan?

En kunnen decentralisaties nog frequenter worden gepeild dan nu gebeurd?

Hoe wil het college risicomanagement toepassen bij verbonden partijen?

Is het Plein hier ook bij aangehaakt?

Het CDA vindt de presentatie ook een helder verhaal en spreekt haar dank daarvoor uit.

Worden de niet financiele risico's op dezelfde wijze beschreven als de financiele risico's: oorzaak en gevolg?

Zijn er nog knelpunten waar de raad eventueel wat mee moet?

De VVD wil dat er naast de financiele risico's ook wordt gekeken naar andersoortige risico's.

Verder wordt opgemerkt dat de Burap zo omvangrijk is, dat ervoor moet worden gewaakt dat het met de toevoeging van een extra paragraaf risicomanagement nog onoverzichtelijker wordt.

Verzocht wordt om de raad mee te nemen in het denken in risico's, zoals is toegezegd in mei 2013.

D66 geeft als reactie op de opmerking van VVD aan dat de Burap inderdaad omvangrijk is, maar dat de programmacommissie nu bekijkt of de Burap efficienter kan.

Gevraagd wordt of op 1 centrale plek de risico's kunnen worden gedekt, dus 1 weerstandsvermogen.

Gevraagd wordt tot welke hoogte het weerstandsvermogen mag zakken?

Stadspartij wil weten hoe de kansbepaling op risico's plaatsvindt.

Gevraagd wordt hoe in de gemeentelijke organisatie een foutencultuur wordt beleefd: worden fouten erkend in de organisatie?

Zijn alle risico's in beeld gebracht?

De voorzitter geeft het wordt aan het college.

Het college geeft aan dat de vragen van Burgerbelang inmiddels zijn beantwoord door de VVD.

Risicomanagement is een lopend proces waarin risico's worden afgewogen.

Voor het Sociaal Domein is op dit moment 1 risicocoordinator aangesteld. Dat is genoeg. Indien blijkt dat dit niet voldoende is, dan komen we er gauw genoeg achter. Het projectburo risicomanagement loopt nog een paar maanden door.

De ambtelijke ondersteuning beantwoord de vraag hoe de foutencultuur op dit moment in de gemeentelijke organisatie wordt beleefd. Aangegeven wordt dat er sprake is van een cultuur waarin risico's open benoemd kunnen worden.

Het college geeft aan dat het niveau van het weerstandsniveau nu op 1,67 staat. Wanneer dit zakt naar rond de 1, dan is er sprake van een probleem.

D66 vraagt of er al over nagedacht is welke maatregelen genomen gaan worden wanneer het weerstandsvermogen zakt naar rond de 1.

Het college geeft aan dat dat nu niet aan de orde is. In dit forum wordt de invoering van het risicomanagement in de gemeentelijke organisatie gepresenteerd. Wanneer het weerstandvermogen naar beneden zakt, zullen er zeker maatregelen genomen gaan worden. Echter, een weerstandsvermogen richting de 2 wordt ook niet nagestreefd.

Het college geeft verder aan, dat het weerstandsvermogen zich op 1 centrale plek bevindt: er zijn geen potjes onvoorzien.

PVDA reageert hierop met het volgende. Zijn er geen potjes onvoorzien noch voor onvoorziene risico's noch voor onvoorziene ontwikkelingen?

CU geeft aan dat het denkbaar is dat er een potje onvoorzien bestaat, bijvoorbeeld voor tegenvallers gedurende een traject.

PVDA geeft aan dat het hebben van veel potjes onvoorzien als risico heeft dat veel geld blijft hangen in plaats van dat het geld wordt teruggeven aan de algemene middelen.

Streven is naar 1 pot weerstandsvermogen omdat alle risico's zich echt niet op het zelfde moment zullen voordoen.

CU vraagt of het college hierover nog een keer met een visie komt.

Het college vindt dat een goed voorstel, een goede discussie.

De voorzitter vraagt of het college hiermee een toezegging doet.

Het college reageert hier bevestigend op.

GroenLinks geeft aan te neigen naar het standpunt van de PVDA in deze, te weten kunnen decentralisaties nog frequenter worden gepeild dan nu gebeurd?

Het college geeft aan dat er maandelijks wordt gerapporteerd over het verloop van decentralisaties, de planning en de controle. De organisatie van risicomanagement loopt echter pas vanaf 1 janauri van dit jaar. In februarie 2015 kan een beter beeld gegeven worden dan nu.

De ambtelijke ondersteuning gaat in op risicomanagement, de verbonden partijen en op het Plein. De risicocoordinatoren nemen de risico's van de verbonden partijen mee bij de risicoinventarisatie. Het Plein is hier niet bij aangehaakt. De risico's van het Plein worden echter wel meegenomen bij de inventarisatie.

CU geeft aan ervan te schrikken dat het Plein niet is aangehaakt bij het risicomanagement.

Het college geeft aan dat het Plein hierin een eigen verantwoordelijkheid heeft, het college heeft daar geen zeggenschap over.

D66 vraagt of de risico's van het Plein accuraat kunnen worden ingeschat als het Plein zelf niet is staat is om de risico's in te schatten.

VVD geeft aan dat deze vraag van D66 ergens anders thuishoort.

Het college geeft aan dat het college in de huidige samenstelling pas sinds 6 maanden (sinds het aantreden van het nieuwe college) hiermee bezig is, maar dat er sprake is van gescheiden verantwoordelijkheden.

PVDA vraagt zich af of het Plein geen behoefte heeft aan meer informatie? Of het college overweegt om het systeem Naris bij het Plein te implementeren?

Het college geeft aan dat dit niet door nieuwe college bij het Plein is aangegeven.

De ambtelijke ondersteuning geeft aan, dat dit voorstel wel aan het Plein kan worden gedaan.

PVDA vraagt welk risicomanagement het Plein hanteert en of zij mogelijkheden zien om zich aan te sluiten bij het stadhuis?

Het college geeft aan het voorstel over te nemen.

Het CDA vindt het een knelpunt dat in Naris de verschillende risico's in een risicoinventarisatie worden beschreven, maar dat er geen inschatting van de gevolgden wordt beschreven.

De ambtelijke ondersteuning geeft aan dat er voor de verschillende klassepercentages een klassentabel bestaat met 5 klassen. Ook los van die klassen kun je nader specificeren.

VVD geeft aan dat de tabel als hulpmiddel fungeert.

PVDA vraagt of klanten ook gebruik kunnen maken van de expertise van Naris?

De ambtelijke ondersteuning geeft aan dat dat kan en dat dat ook is gebeurd bij de implementatiefase. De risicocoordinatoren en de risicomanager zijn nu echter geschoold waardoor zij het zelf kunnen en de hulp van Naris niet meer nodig hebben.

De tijdsbesteding van de risicomanager is nu nog ongeveer een halve fte. Als het werk straks meer geroutineerd is, zal 15 uur per week volstaan. De risicocoordinatoren zijn gemiddels 2 uur per week bezig. Wel zal er af te toe sprake zijn van piekperiodes waarin de tijdsbesteding meer dan 2 uur per week zal zijn.

Het CDA vraagt of er nog knelpunten zijn waar de raad eventueel wat mee moet?

De ambtelijke ondersteuning geeft aan dat er beheersmaatregelen worden geformuleerd.

VVD vraagt of het college in overweging wil nemen of raadsleden hierover dieper en breder geinformeerd kunnen worde?

Het college vraagt of bedoelt wordt dat de raadsleden in een andere sessie wegwijs worden gemaakt in de risico's?

VVD wil breder geinformeerd worden over de positieve foutencultuur.

CU vraagt hoe VVD zich dat voorstelt?

VVD verzoekt om een extra bijeenkomst voor raadsleden over dit onderwerp.

Het college vindt het goed dat hier vanuit de raad aandacht voor is en zegt een extra Forum of bijeenkomst over dit onderwerp voor raadsleden toe.

De voorzitter geeft aan dat er twee toezeggingen zijn gedaan en vraagt of voor het overige de vragen van de fracties naar tevredenheid zijn beantwoord.

De fracties geven aan dat hun vragen naar tevredenheid zijn beantwoord.

De voorzitter bedankt het college en de ambtelijke ondersteuning en sluit de vergadering.

Advies

Stuk komt (nu) niet voor besluitvorming in de raad

Technisch Blok 12 januari 2015 (20:00 - 21:00)

Verslag van de vergadering

Datum 12-01-2015 Tijd 20:00 - 21:00
Zaal
Commissiekamer
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
M. Jaspers
Griffier
G.J.J.M. Pletzers
Aanwezig namens Naam
BurgerbelangM.G.S. Siemes
SPF. van Vliet en E.C.L. Verhoog
D66A.S.R. Dijk
PvdAF.J.G.M. Manders en J. Bloem
GroenLinksA.J.A. Putker
StadspartijD. Bogerd
VVDH. Hissink
CDAA.R. Nijenhuis en K.M. Warmoltz
ChristenUnieR.A. Klein Bennink
BewustZW
Fractie Jansen

Verslag van de vergadering

1. Opening

De voorzitter opent de vergadering.

2. Algemeen spreekrecht

Er zijn geen insprekers.

3. Actieve informatievoorziening

Het college meldt dat Gedeputeerde Staten vooralsnog niet akkoord gaat met verlening van de subsidie voor de Broederenkerk uit het Stadscontract.

De Stadspartij vraagt of het college hiermee de dakreparatie bedoelt of het cultuurcluster aan het 's-Gravenhof.

Het college antwoordt dat het gaat om de Broederenkerk.

4. Aankondiging moties en amendementen

Hier wordt geen gebruik van gemaakt.

5. Toezeggingenlijsten

5a. Toezeggingenlijst Forum 12 januari 2015

De SP vraagt nogmaals aandacht voor toezegging 14-19 (Implementatiebudget Sociaal Domein t.b.v. Het Plein).

De Stadspartij vraagt wanneer toezegging 14-06 (Verordening paracommercie - sportverenigingen) wordt afgedaan. Het college zal hier navraag naar doen.

5b. Toezeggingenlijst Raad 12 januari 2015

Geen vragen/opmerkingen.

6. Vermoedelijke hamerstukken

6a. Kwijtschelding voor ondernemers

De VVD vraagt zich af in hoeverre er belangstelling bestaat voor de regeling. Is het geen papieren tijger?

De Stadspartij is blij dat de regeling uitgevoerd zal gaan worden.

De PvdA sluit hierbij aan.

Advies: voldoende besproken, voorstel kan door als hamerstuk naar de raad.

7. Motie: Spoed Nota verbonden partijen

GroenLinks als initiatiefnemer licht de redenen toe om deze motie in te dienen. Zij ziet in de nota een van de kaders voor democratische controle. Spoed is gewenst omdat er mogelijk op korte termijn nieuwe gemeenschappelijke regelingen bijkomen.

Het college antwoordt dat de Nota verbonden partijen waarschijnlijk op 9 maart 2015 in het Forum zal komen.

D66 vraagt of in het licht hiervan de motie niet ingetrokken kan worden.

Advies: voldoende besproken, kan door naar de raad.

8. Lijst ingekomen stukken Raad 12 januari 2015

Geen vragen/opmerkingen.

9. Lijst ter inzage liggende stukken Technisch Blok 12 januari 2015

De SP vraagt of er aandacht is geweest voor de bezoldiging van bestuurders bij subsidieverlening.

Het college merkt op dat er getoetst is aan de Wet normering topinkomens. Ook de bestuurder van Tactus valt binnen de norm.

10. Forumverslag 15-12-2014

GroenLinks merkt op dat niet mevrouw Luesink maar de heer Putker aanwezig was bij het Forum Verordening reclamebelasting - ondernemersfonds.

Met inbegrip van deze wijziging wordt het verslag vastgesteld.

11. Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering en bedankt de aanwezigen voor hun komst.

Motie: Aanbieden stageplekken bij aanbesteding (12-01-2015)

Datum 12-01-2015 Tijd 20:00 - 21:00
Zaal
Shrewsburykamer
Behandeling
Oordeelsvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
A. van Dijken
Griffier
D. Kastelein
Aanwezig namens Naam
BurgerbelangE. van Beek - van Heerde
SPM.J. ten Broeke
D66G.I. Timmer
PvdAF.J.M. Heitling
GroenLinksP. Reeuwijk
StadspartijG.J.H. Pelgrim
VVDA. van Dijk
CDAM.K. van Straten
ChristenUnie
Fractie Jansen

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen van harte welkom. Vervolgens krijgen de indieners van de motie de gelegenheid om de motie toe te lichten.

Namens de indieners geeft de fractie van de Stadspartij aan dat het doel van de motie is om leerlingen van het MBO betere startkansen op de arbeidsmarkt te bieden. Er is een groot tekort aan stageplekken waardoor leerlingen het risico lopen hun opleiding niet af te kunnen ronden. Het vragen van het inzetten van stagairs bij aanbestedingen is een win/win situatie . Werkgevers komen in contact met potentiële ,goed opgeleide, nieuwe medewerkers en de stagiair de kans zijn opleiding af te ronden. Bovendien zullen de komende tien jaar veel uittreders de arbeidsmarkt verlaten waardoor nieuwe aanwas noodzakelijk is.

Het college krijgt nu de mogelijkheid te reageren op de motie. De strekking van de motie is helder. De gemeentelijke organisatie werkt al op deze manier. Grondslag voor deze werkwijze is het collegevoorstel van oktober 2012. Hierin is het sociaal aanbesteden vastgelegd. De afgelopen jaren is reeds een groot aantal stagairs op deze manier geplaatst. In 2014 waren het er 23. Wat nu in de motie gevraagd wordt gebeurd al. Er zijn 15 aanbestedingen met social return gedaan. Hieronder bevonden zich ook stagairs van het MBO BBL (Beroeps Begeleidende Leerweg).

D66 vraagt of er ook BOL (Beroeps Opleidende Leerweg) leerlingen in het collegevoorstel als doelgroep zijn voorzien. Het is juist voor deze categorie dat een fors tekort aan stageplekken optreedt. De fractie geeft aan geen medeondertekenaar van de motie te zijn daar men de verplichting voor de aannemer te zwaar vindt . Men zou liever een model zien waarbij gewerkt wordt met bouwstenen.

De VVD geeft aan blij te zijn dat er al veel gebeurd. Men vraagt zich af of de gemeente wel een veel grotere rol kan spelen of is het zo dat het onderwijs nieuwe wegen moet bewandelen.

De fractie van het CDA vindt de motie nu te zwaar. Vooral voor kleine ondernemers gaat het lastig worden om aan de eisen te voldoen. Klopt het dat bij aanbestedingen de gemeente de stageplek en de begeleiding betaald?

De PvdA interrumpeert en vraagt aan de fracties van het CDA en D66de harde voorwaarde te zwaar vindt.

Het CDA geeft aan dat het aannemen van stagairs geen dealbreker moet zijn maar bijvoorbeeld onderdeel van een score.

D66 geeft aan het hiermee eens te zijn.

Groen Links geeft aan op de lijn van het CDA te zitten. Tevens vraagt men of de motie ook beoogd om voorrang te krijgen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

De PvdA geeft aan dat dit deze motie daar los van gezien moet worden en dat deze juist dient om mensen een startkwalificatie te bezorgen zodat ze geen afstand tot de arbeidsmarkt krijgen.

Het college merkt op dat het kiezen van doelgroepen in het collegevoorstel van twee jaar geleden mogelijk is. Stage is een onderdeel van SROI (Social Return on Investment.)

De PvdA geeft aan dat SROI voor hen tot een andere categorie behoort.

D66 noemt SROI een waardevol instrument. Goed dat dit meegenomen wordt in de aanbestedingsrichtlijnen. De huidige voorliggende motie is een preventie-instrument.

De PvdA zou zich een puntensysteem bij aanbestedingen kunnen voorbesteden waarbij voor SROI en stagairs punten gescoord kunnen worden.

De voorzitter vraagt of dit een voorstel tot wijziging van de motie is.

De PvdA antwoordt dat de motie draagvlak heeft en dat met een kleine aanpassing het doel toch behaald kan worden zonder dat daarmee de essentie van de motie onderuit gehaald wordt.

De VVD geeft nogmaals aan dat scholen zelf een belangrijke rol spelen. Er worden nu teveel mensen opgeleid voor beroepen waar te weinig vraag naar is.

D66 geeft aan dat de SBB monitor juist signaleert dat in de bouw, techniek en zorg mensen benodigd gaan zijn.

De VVD geeft aan dat a priori er niet perse meer mensen in de zorg nodig gaan zijn.

De stadspartij geeft aan dat het veelal zal gaan om vervanging als gevolg van de vergrijzing .De SP fractie merkt op dat het gaat om mensen die nu een opleiding volgen en die graag hun opleiding willen afronden. Ook de SP vindt de motie in de huidige bewoordingen te zwaar.

Burgerbelang vraagt of de motie een uitbreiding is van de huidige SROI.

De Stadspartij geeft aan dat dit niet het geval is. Het gaat om een nieuwe doelgroep.

Het college geeft aan dat een van de doelgroepende huidige SROI regeling de BBL was. De BOl komt er niet in voor.

D66 vraagt of in de SROI dan BBL niet vervangen kan worden door MBO.

De VVD beklemtoont dat het probleem primair bij het onderwijs ligt.

De PvdA beaamt dit maar geef tegelijkertijd aan dat als beleid helpt men niet moet nalaten om tot beleid te komen.

D66 het klopt dat de BOl nu niet in SROI is meegenomen?

Het college beaamt dit. In maart wordt er gerapporteerd over de SROI. Afhankelijk van de uitkomsten wordt de ambitie bepaald.

DE SP waarschuwt dat aan de motie niet alleen positieve kanten zitten. Er komt ook druk op bedrijven te liggen qua begeleiding.

D66 merkt op dat de begeleiding vooral bij de school ligt.

Het CDA geeft aan dat de gemeente ook kan sturen daar ze in het geval van de aanbesteding ook betaald voor de begeleiding.

De VVD vraagt of het niet zinvol is m eerste de rapportage in maart af te wachten.

DE Stadspartijfractie is van mening dat het gaat om een acuut probleem.

Ook de PvdA ziet geen aanleiding om te wachten.

De voorzitter vraagt of de indieners de motie aan willen passen. De PvdA geeft aan dat het gaat om de strekking van de motie en dat als men het eens kan worden door een tekstuele aanpassing men bereid is dit te doen.

De Stadspartij beaamt dit.

De SP ziet graag de harde voorwaarde uit de motie verdwijnen. Verder ziet men geen probleem want de op te stellen richtlijnen worden conform de motie nog aan de raad voorgelegd. Wel vraagt men zich af of de motie de beste oplossing is.

DE PvdA wil graag van de SP weten wat dan wel de beste oplossing zou zijn.

De SP geeft aan dat bedrijven een ander belang dienen dan het algemeen belang. Hun belang is niet het opleiden voor de toekomst. Het aannemen van stagairs vraagt veel van bedrijven.

D66 merkt op dat SROI plaatsen nog veel meer vragen. Tevens herhaalt men dat men het liefst ziet dat er gewerkt wordt met bouwstenen in de aanbestedingsprocedure zodat bedrijven zelf een invulling kunnen geven die past bij het bedrijf.

Het college stelt voor om het voorstel van 2012 aan te passen om ook BOl mee te pakken.

De PvdA vindt het dan zinvol om de motie aan te houden.

De stadspartij beaamt dit. Het doel van de motie is meer stageplekken en niet de motie an sich.

De VVD vraagt of het college per memo kan laten weten of het collegevoorstel kan worden aangepast.

Het college zegt dit toe. De memo volgt voor de volgende raadsvergadering.

De voorzitter concludeert dat de motie door kan ter behandeling in de raad. Hij sluit de vergadering

 

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad

Behandeld in