Forumverslag 11-05-2017

Visie Participatiewet...

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Forumverslag 11-05-2017

Visie Participatiewet 2017 (11-05-2017)

Datum: 11-05-2017
Tijd: 19:00 - 22:00
Zaal: Burgerzaal
Behandeling: Beeldvormend
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: G.M.M. Ritzerveld
Griffier: H Nijkamp
Notulist: More Support
Genodigden:

Aanwezig namensNaam
BurgerbelangM.G.S. Siemes
SPM.J. ten Broeke
D66G.I. Timmer
PvdAJ. Bloem
GroenLinksG.V.C. Boldewijn
StadspartijD. Bogerd
VVDA. van Dijk
CDAK.M. Warmoltz
ChristenUnieA. Oldenkamp
BewustZW
Lijst van VlietF. van Vliet

Portefeuillehouder(s): A de Jonge
Ondersteuners: R Schuurman
Pers: nee
Publiek: 38
Overig:

Verslag van de vergadering

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent het Forum inzake de visie op de Participatiewet en heet alle aanwezigen van harte welkom. De voorzitter schetst het programma van de avond.

Het College geeft een toelichting. Vanavond wordt het zogenaamde ‘werkdeel’ uit de nieuwe Visie Participatiewet besproken. De gemeente wil de mogelijkheden, die de Wet biedt middels deze visie maximaal mogelijk benutten. Werk is één van de allerbelangrijkste manieren om ‘mee te doen’ in de samenleving. Feit is dat werkenden minder aanspraak maken op allerlei regelingen en de economie werkgedreven is. Arbeidsinschakeling maakt dan ook een fundamenteel onderdeel uit van de Focusagenda van de Gemeente Zutphen. Deze visie gaat daaraan bijdragen door primair ‘Werk Voorop’ te zetten. Dit is verwoord in leidraad 1. Er wordt ingezet op het voorkomen van uitkeringsaanvragen en op het versneld uitstromen van personen die het dichtst bij de arbeidsmarkt staan. Voorts wordt ingezet op het zoveel mogelijk voorkomen dat mensen ‘doordruppelen’ van de WW naar de Participatiewet en wordt een forse impuls gegeven aan de werkgeversdienstverlening. Tegelijkertijd is gewerkt aan het ontwikkelen van nieuwe concepten. Om daartoe te komen, is een jaar geleden het Aanjaagteam Werkt opgericht.

Het leggen van de focus op werk heeft grote effecten op alle betrokken partijen. Ondernemers vragen om een andere benadering dan de overheid gewend is te hanteren. Zij willen denken in prestatieafspraken in plaats van in subsidieovereenkomsten; zij willen een hardere opstelling ten aanzien van no-show en ander onwenselijk gedrag; zij willen dat wordt gezorgd voor een expliciete aanwezigheid van begeleiding op de werkvloer en wensen een echte no-risk polis in plaats van een less-risk polis. ‘Werk Voorop’ betekent een antwoord op deze vragen van ondernemers en een verandering in benadering van werkgevers en werkzoekenden, uitgaand van minder vrijblijvendheid en meer prestatiegerichtheid.

Een volgende kans is het adresseren van de mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Dit is verwoord in leidraad 6. Via samenwerking met kennisinstituten kan worden geanticipeerd op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Ook promotie van werken in bepaalde branches kan hieraan bijdragen. Meer samenwerking met het onderwijs ligt het meest voor de hand. Het onderwijs vraagt vanuit de gemeente een andere benadering: omdat de arbeidsmarkt snel verandert, moeten onderwijs, gemeente en werkgevers meer inzetten op competentieontwikkeling. Met de erkenning dat leren en werken aan elkaar zijn verbonden en met het bieden van ruimte voor persoonlijke competentieontwikkeling ontstaan nieuwe kansen.

Ook de gemeentelijke Focusagenda biedt kansen op werk, met name vanuit crossovers tussen de verschillende speerpunten. Er zijn meerdere voorbeelden waarbij verschillende speerpunten samen kunnen optrekken. De financiering vormt daarin vaak wel de bottleneck.

Echter, werkgelegenheidsprojecten, de erkenning dat leren en werken bij elkaar horen en het bieden van ruimte voor persoonlijke ontwikkeling zullen niet voor honderd procent de oplossing bieden.

De gemeente Zutphen heeft relatief veel mensen met een arbeidsbeperking in haar bestand. Bovendien is de arbeidsmarkt zeer ruim, wat inhoudt dat er op 35 werkzoekenden één vacature is. De concurrentie aan de onderkant van de arbeidsmarkt is dus erg groot. Daar heeft leidraad 2 betrekking op. Als je goed om je heen kijkt, ligt er eigenlijk overal werk en daar hoeven alleen maar banen van te worden gemaakt. De gemeente zal moeten durven nadenken of ze hierin verder wil gaan dan tot nu toe gebeurt.

Een belangrijk neveneffect van alle inspanningen in de afgelopen periode is dat de grote werkloosheid in de gemeente Zutphen niet langer een zaak is van de gemeente alleen. De partijen leren elkaar kennen en vertrouwen en er is een gedeeld gevoel van urgentie ontstaan. Voorliggende visie is samen met alle relevante partijen opgesteld.

Samenwerking met partijen en ruimte bieden aan oplossingen klinkt wel veel makkelijker dan het is. Mensen met ideeën zoeken ondersteuning bij de gemeente. De complexiteit zit vaak in de sturing en in de besluitvorming voor maatwerkoplossingen.

De strategie ‘zoeken, leren en experimenteren’ vraagt om lef, ruimte en vertrouwen. Dit is verwoord in de leidraden 3 en 4.

Het bieden van ruimte betekent anderzijds ook strak optreden. Experimenteren is goed, maar als het niet lukt, betekent het ook dat je moet stoppen. Als zich incidenten voordoen, dient sprake te zijn van leren en vergeven. Zaken anders aanpakken, betekent ook afscheid durven nemen van samenwerkingen die niet mee kunnen of mee willen. Dit alles vraagt om een zakelijker houding die in Zutphen beter moet worden toegepast.

De visie beoogt richting te geven, ontwikkelingen te faciliteren en kansen mogelijk te maken. Zij ondersteunt innovatie, verbinding en samenwerking in een blijvend veranderende context.

Wat samen met de diverse partners is opgebouwd, wil de gemeente vasthouden en verder uitbouwen.

Het resultaat van de besluitvorming in de raad over deze visie, in samenhang met de eventuele realisatie door het Werkbedrijf, zal ervoor zorgen dat de raad een échte impuls biedt en continuïteit levert op het gebied van werk en arbeidsinschakeling.

 

Bespreking van de leidraden

Bij de fracties is geïnventariseerd welke drie leidraden met wat uitgebreider wil bespreken en welke zes wat meer op hoofdlijnen besproken kunnen worden. De leidraden 2, 4 en 6 worden uitgebreid besproken.

Leidraad 2: We verschuiven (tegelijkertijd) onze inzet naar regulier betaald én gesubsidieerd werk met maatschappelijke meerwaarde en rendement

D66 heeft in het kader van deze leidraad gesproken over het verschil tussen werk en inkomen. Uitgaande van de redenering dat een uitkering ook een vorm van inkomen is en dat aan inkomen bepaalde voorwaarden mogen worden verbonden – zoals dat bij werk ook het geval is – zou er bij verstrekking van een uitkering ook ‘iets’ mogen worden gevraagd op maatschappelijk vlak. Als daarnaast wordt gesteld dat vrijwilligerswerk of andersoortig, gesubsidieerd werk gelijk staat aan gewoon werk, dan is het gerechtvaardigd om van iemand die een uitkering krijgt, te verwachten dat hij daar iets voor terugdoet. Het mooiste zou zijn - uitgaande van een gevoel van gelijkheid - dat de uitkering in een dergelijke situatie niet wordt uitbetaald door Het Plein, maar vanuit de instantie waar de vrijwilliger diens werk verricht.

De VVD sluit zich aan bij het standpunt dat, als het gaat over gesubsidieerde banen, het dan ook echt een baan moet zijn. Degene die dat gaat invullen, moet niet het etiket krijgen van gesubsidieerd werk en bij het werk hoort ook een eigen verantwoordelijkheid. De VVD wil wel een duidelijk onderscheid houden tussen vrijwilligersbanen en gesubsidieerde banen.

Het CDA stelt dat arbeid, in welke vorm dan ook, altijd meerwaarde heeft. Continuïteit is bij gesubsidieerde banen erg belangrijk omdat zowel bij werkgevers, als werknemers verwachtingen worden gewekt. Het CDA roept op tot zorgvuldigheid in dezen.

D66 legt de vraag voor of een gesubsidieerde baan of een vrijwilligersbaan per definitie vanuit een subsidieregeling zouden moeten worden betaald of dat dergelijke banen ook vanuit een uitkeringssituatie kunnen worden ingevuld, waarmee voor langere periode zekerheid ontstaat.

De ChristenUnie constateert dat er nu reeds “etiketten worden geplakt” terwijl niemand dat eigenlijk wil. De kern van elke baan moet zijn dat sprake is van meerwaarde, zowel voor de werknemer als voor de werkgever.

Burgerbelang wijst op de recente golf van verontwaardiging nadat een school in Zutphen een vacature plaatste voor een vrijwilliger als conciërge. Dit zou een mooie casus kunnen zijn om als gemeente te ontstijgen aan het gesubsidieerde deel en dergelijke functies als baan terug te brengen.

De PvdA ervaart het als positief om te kunnen constateren dat er brede steun lijkt te zijn voor gesubsidieerde arbeid met maatschappelijke waarde. De fractie acht het een belangrijk signaal dat de gemeente bereid is hier middelen voor uit te trekken. Gezien de veranderingen op de arbeidsmarkt blijft het ook voor de toekomst essentieel dat de gemeente een bijdrage levert om mensen aan het werk te helpen. Gesubsidieerde arbeid heeft in het verleden ook zeker succesvol gewerkt.

Lijst van Vliet stelt dat de papieren werkelijkheid eenvoudig is. De Participatiewet gaat uit van meedoen, maar de praktijk is anders. Werk lijkt een utopie. Veel banen zijn de laatste jaren verloren gegaan of verplaatst. Via de diverse regelingen wordt ook vaak misbruik gemaakt van individuen. Wanneer gesubsidieerde arbeid ten koste gaat van vaste banen is dat ongewenst, maar het werk moet wel nut hebben. Inzet van gesubsidieerde arbeid vereist goede afstemming met een OR en/of GO. Spreker vraagt zich voorts af of gesubsidieerde arbeid tot oneerlijke concurrentie leidt. Bijvoorbeeld denkt spreker hierbij aan inzet van een bedrijf voor het groenonderhoud dat mensen inzet vanuit de Participatiewet. De bestaande vakkundige mensen zijn allemaal uitgestroomd en het groenonderhoud wordt in z’n geheel uitbesteed. Het heeft grote gevolgen voor de motivatie van betrokken werknemers als zij zien dat anderen hun werk doen. Concurrentie is goed, maar moet wel eerlijk zijn en dat laatste is bij gesubsidieerde banen niet meer het geval. Gesubsidieerde banen mogen ook niet ten koste gaan van Zutphense bedrijven. Spreker vraagt wat het College hieraan denkt te gaan doen.

GroenLinks sluit zich aan bij de woorden van de VVD. Spreker bevreemdt het dat in dilemma 2 het activeren en meedoen van mensen vanuit de Participatiewet tegenover de zorgplicht van de gemeente wordt gesteld. Dat sprake is van een zorgplicht wordt nog eens benadrukt door de opmerking van de wethouder dat er 35 werkzoekenden zijn versus één vacature. Voorts is GroenLinks benieuwd wat in dilemma 2 wordt bedoeld met ‘gedeelde verantwoordelijkheid’.

Het CDA sluit zich aan bij de opmerking van GroenLinks over dilemma 2. Door werk of een inkomen te bieden, geeft de Gemeente invulling aan de zorgplicht. Het is wel heel belangrijk om te kijken naar de situatie van mensen. Dit dilemma betekent ook dat niet moet worden ingezet op onmogelijkheden.

Het College licht toe dat dit dilemma betrekking heeft op de vraag hoever je wilt gaan in gesubsidieerde arbeid en in hoeverre sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid van alle partijen. Er zijn gradaties denkbaar in hetgeen van de werknemer of de werkgever mag worden verwacht.

GroenLinks is van mening dat persoonlijke ontwikkeling gekoppeld moet worden aan dit dilemma. Als het gaat over de verantwoordelijkheid van een werkzoekende om op bepaalde terreinen mee te kunnen komen, dan is persoonlijke ontwikkeling belangrijk.

D66 legt de vraag voor of persoonlijke ontwikkeling gericht moet zijn op het beroep dat iemand uitoefent of dat het ook veel breder mag worden geïnterpreteerd.

VVD vindt dat persoonlijke ontwikkeling primair gericht moet zijn op vergroting op persoonlijke kansen op de arbeidsmarkt. Als aan dat criterium niet kan worden voldaan, dan dient de betreffende persoonlijke ontwikkeling in de vrije tijd plaats te vinden

Burgerbelang pleit ervoor de term ‘gesubsidieerde arbeid’ niet te veel te gebruiken maar veel meer in te zetten op een gedeelde verantwoordelijkheid van werknemer, werkgever en gemeente. Op deze wijze wil Burgerbelang naar dilemma twee kijken en de fractie hoopt dat het College hierin een nuance kan aanbrengen. In de toelichting zou ook aandacht moeten zijn voor het fenomeen van verdringing van arbeid.

ChristenUnie stelt dat de kern van het dilemma is verwoord door Lijst van Vliet, namelijk dat er sprake is van oneerlijke concurrentie als personen via subsidie aan een baan worden geholpen en daarmee een streepje voor hebben. Dat is een keuze, die consequenties heeft en moet worden uitgelegd aan de maatschappij.

SP vindt niet dat de term ‘gesubsidieerde arbeid’ moet worden vermeden. Als een baan gedeeltelijk betaald wordt door de samenleving, dan impliceert dit – naar mening van de fractie - dat sprake is van belangrijk werk.

Stadspartij vindt het van groot belang dat werk meerwaarde heeft, zowel economisch als maatschappelijk. Het label dat erop wordt geplakt, is voor de Stadspartij van minder belang. De fractie plaatst wel vraagtekens wanneer de gemeente bepaalde werkplekken financiert. In het verleden zijn dergelijke banen geen succes gebleken en de vraag is waarom het nu wél zou gaan lukken.

D66 acht gebrek aan succes van betaalde werkplekken in het verleden geen motivering om nu af te zien van inzet van personen.

VVD is geen voorstander van de term ‘zorgplicht’ in deze context. Het gaat meer om een inspanningsverplichting van de gemeente op basis van de Wet.

SP vindt dat de VVD hiermee stelt dat het een eigen probleem en een persoonlijke tekortkoming van individuen is, als het iemand niet lukt om een dienstverband te vinden. Uitgaande van 35 werkzoekenden versus één arbeidsplaats mag duidelijk zijn dat sprake is van grote concurrentie op de arbeidsmarkt. In deze situatie past geen verwijt wanneer iemand geen passend werk kan vinden. Daarin ligt een taak voor de maatschappij. Gesubsidieerde banen bieden dan een oplossing.

VVD maakt er bezwaar tegen dat de SP de inbreng van de VVD in een volstrekt andere context plaatst. De VVD heeft immers niets gezegd over de eigen verantwoordelijkheid van individuen.

 

Leidraad 4: We geven inwoners, bedrijven en organisaties de ruimte om met eigen oplossingen te komen en desgevraagd faciliteren we daarbij

Lijst van Vliet constateert ook bij deze leidraad veel mooie uitspraken, zoals ‘werken vanuit vertrouwen’. Vertrouwen moet echter worden verdiend, want er bestaat veel wantrouwen. Wil men iets bereiken, dan is het belangrijk vertrouwen te bieden aan mensen. Bovenaan moet staan dat mensen een zinvolle baan hebben en het werk echt serieus wordt genomen. Dit mag echter nooit ten koste gaan van vaste banen.

CDA constateert dat dit dilemma over de benadering gaat. Uitgaan van vertrouwen is goed, maar naïviteit moet worden vermeden. In Zutphen bestaat helaas het verschijnsel van erfelijke werkloosheid en een bepaalde hardnekkige cultuur daarin. Er valt op dit gebied nog veel te leren in kringen waarin kinderen opgroeien in gezinnen waarvan beide ouders niet werken.

D66 wil uitgaan van vertrouwen en het principe dat mensen wìllen werken en talenten hebben, maar er is ook een kleine groep die echt niet wil. De vraag is of je aan die groep moet blijven trekken. Er dient echter wel streng tegen deze groep te worden opgetreden. Als alles is gedaan om mensen te activeren, te motiveren en te stimuleren en ze willen dan nog steeds niet, dan moeten ze maar “op de bank blijven zitten” met uitsluitend een basisuitkering, zonder aanvullingen. Kinderen mogen hier echter niet de dupe van worden.

VVD vindt sprake van een valse tegenstelling als het gaat om stevig aanpakken of vertrouwen. In beide gevallen is helderheid nodig over regels en criteria. De VVD wil het ene niet boven het andere stellen. Voorts vindt de VVD dat helder moet zijn wat iemand kan en wat mogelijk is. Als iemand vervolgens echt niet wil, dan kan daar een wereld van oorzaken aan ten grondslag liggen, waar niet zomaar aan voorbij mag worden gegaan. De opstelling van D66 vindt de VVD dan ook te kort door de bocht.

D66 is zich er zeker van bewust dat bij een bepaalde groep diepere oorzaken ten grondslag kunnen liggen aan het niet willen of kunnen werken – en dat dient ook serieus te worden genomen – maar er is een heel kleine groep die gewoon echt niet wil werken.

PvdA gaat liever uit van vertrouwen en legt de focus bij voorkeur op de meerderheid en voelt er minder voor om veel energie te steken in de hele kleine groep die misbruik maakt van de regelingen.

Burgerbelang mist in leidraad 4 de doelgerichtheid. De gemeente geeft inwoners en bedrijven de ruimte om met oplossingen te komen, maar de expliciete doelen ontbreken die daarmee moeten worden bereikt. Pas als de doelen helder zijn, kan in vertrouwen worden losgelaten.

GroenLinks vindt het belangrijk om uit te gaan van vertrouwen, maar naïviteit moet worden vermeden. Dit betekent onder meer dat mensen geen cursussen aangeboden moeten krijgen, die totaal niet bij hun vraag horen. GroenLinks heeft er begrip voor dat werkgevers prestaties willen zien, maar ook daarbij moet ervoor worden gewaakt dat niet in alles zomaar één lijn wordt getrokken. In deze visie gaat het ook over experimenteren. GroenLinks juicht dat toe, maar het dilemma dat het College opwerpt, is dat experimenteren allerlei haken en ogen heeft. De fractie ziet dit niet als een dilemma, maar dit is inherent aan experimenteren. Het doel van het experiment dient tevoren helder te zijn.

VVD gaat in op het tweede deel van het dilemma bij deze leidraad en vraagt wat het College hiermee bedoelt. Spreker kent veel hardwerkende ondernemers die ook sociaal ondernemen. De vraag is binnen welke context zij sociaal moeten ondernemen om een bijdrage van de gemeente te kunnen krijgen.

SP stelt dat de aspecten ‘stevig aanpakken’ of ‘uitgaan van vertrouwen’ in relatie tot werkzoekenden in iedere gemeente in de praktijk weer net iets anders worden ingevuld. Dat geldt ook voor de tegenprestatie. Op dit moment kunnen uitkeringsgerechtigden in Zutphen in overleg een tegenprestatie leveren. Dat is min of meer vrijblijvend en de SP vraagt hoe andere fracties daar tegenaan kijken.

D66 vindt dat aan ieder inkomen een verplichting vastzit. Als een uitkering wordt gezien als inkomen, dan geldt dat dus ook daarvoor, maar wel naar mogelijkheid en capaciteit. D66 ziet mantelzorg en vrijwilligerswerk ook als vormen van tegenprestatie.

CDA wijst op de vraag die dan ontstaat, namelijk hoe dit moet worden ingevuld. Immers, ook daar zitten in de praktijk allerlei haken en ogen aan.

Het College wijst erop dat de gemeente een Verordening Tegenprestatie heeft vastgesteld. Deze verordening wordt nagenoeg niet uitgevoerd omdat dit een ontzettend lastig uit te voeren deel van de Wet is.

ChristenUnie stelt dat de vraag, of het wel mogelijk is om de mensen en bedrijven de ruimte te geven, is gekoppeld aan de vraag of de gemeente bereid is regels te overtreden. Als dat niet gebeurt, dan is deze leidraad een loze kreet. Om die reden wil de fractie regels aan de kant schuiven en gaan experimenteren.

Lijst van Vliet vraagt wat de aanpak wordt van uitkeringsfraude. Spreker vindt dat hier nu veel te weinig aan wordt gedaan.

Het College merkt op wel degelijk iets te doen aan uitkeringsfraude.

Stadspartij is van mening dat vertrouwen en goede afspraken bij elkaar horen.

VVD roept op voorzichtig met de term ‘meerwaarde’ om te gaan. Deze term kan namelijk voor een ieder weer anders worden ingevuld.

SP stelt dat er altijd sprake zal blijven van verdringing zolang er minder banen zijn dan werkzoekenden. Verdringing is dus een belangrijk onderwerp en de SP vraagt wat de overige fracties en het College vinden van het instellen van een verdringingstoets. Dit kan een doeltreffende manier zijn om te voorkomen dat onbetaalde arbeid de plek inneemt van betaalde arbeid.

 

Leidraad 6: Een leven lang werken en leren: we bieden mensen perspectief op ontwikkeling, passend bij het eigen vermogen en kansen op de arbeidsmarkt.

Lijst van Vliet stelt dat de uitspraak ‘een leven lang leren’ een demotiverende inhoud kan hebben. Er zijn mensen die liever met de handen werken en niet goed kunnen studeren. Ook deze mensen moeten kunnen werken en zinvol werk kunnen verrichten. Daartoe is maatwerk per individu nodig. Spreker roept op ieder in diens eigen waarde te laten en te sturen, waar mogelijk.

Stadspartij stelt dat leren en werken bij elkaar passen. Zoals het hier is geformuleerd, lijkt het een beetje alsof de gemeente zo’n beetje alles faciliteert wat mensen maar willen. Die insteek gaat de fractie te ver. Spreker gaat ervan uit dat het niet zo is bedoeld. De verantwoordelijkheid van de gemeente ligt in de rol van aanjager, verbinder en motivator, maar niet in het opstarten van allerlei projecten. Dat is aan bedrijven en organisaties.

CDA constateert een bepaalde cultuuromslag door een werkkwalificatie gelijk te stellen aan een startkwalificatie. Het is momenteel niet meer de praktijk dat een schoolverlater in bezit van een diploma automatisch een baan krijgt. Daarom moet ook worden nagedacht over de vraag wat nodig is voor iemands persoonlijke ontwikkeling om aan een baan te komen en hoever de gemeente daarin wil gaan.

VVD vindt het tweede dilemma bij deze leidraad geen echt dilemma, maar vindt dat het ruimte bieden voor persoonlijke ontwikkeling en het beperken van die ruimte tot het vergroten van gerichte kansen op de arbeidsmarkt inherent aan elkaar zijn. Er kunnen omstandigheden zijn waarin iemand beide nodig heeft om aan een baan te komen. Primair moet de kans op de arbeidsmarkt echter een rol blijven spelen.

D66 ziet onderwijs als dé manier om uit armoede te komen. De toegang tot onderwijs moet zo groot mogelijk blijven. Als iemand door middel van scholing wel voor de regionale arbeidsmarkt beschikbaar kan komen, dan kan scholing goed zijn. Dit kan vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid worden ingevuld, eventueel in combinatie met het nieuwe scholingskrediet.

Burgerbelang heeft enige moeite met voorliggende leidraad. De focus ligt op het begeleiden van mensen naar werk en als daar scholing voor nodig is, dan moeten daar de mogelijkheden voor beschikbaar zijn. Het gaat hierbij niet zozeer over een leven lang leren, maar over de bagage die aan een werkzoekende wordt meegegeven om een betere kwalificatie te krijgen. De fractie mist in deze leidraad de rol van de organisaties die deze taken uitvoert en het belang van een goede scholing van de medewerkers van het Plein en het UWV. Dat staat boven deze dilemma’s.

Het College wijst er op dat de professionals vanuit de uitvoerende organisatie in leidraad 3 zijn opgenomen. De professionals krijgen de ruimte om te doen wat zij goed achten, zij met minder ‘remmen’ dan tot nu toe werd ervaren.

CDA vindt een leven lang leren toch wel nodig. Er zijn – in tegenstelling tot vroeger - nog maar weinig mensen die een leven lang dezelfde baan vervullen. Het bedrijfsleven kan iemand via een leer-/werkplek opleiden voor het eigen bedrijf, maar ook voor de arbeidsmarkt.

D66 ziet een leven lang leren niet alleen als een verantwoordelijkheid van de gemeente, maar ook van het individu zelf. De werkzoekende moet bereid zijn tot bijscholing en de gemeente moet bereid zijn de ruimte voor scholing te bieden, als dat uitzicht biedt op een baan.

PvdA mist in het debat de vertaling naar de praktijk. Als iemand zich bij Het Plein meldt om een opleiding te volgen en de moeite al heeft genomen om te gaan zoeken, dan mag worden verwacht dat de professional dat dan ook gaat regelen, zonder eerst allerlei moeilijke vragen te gaan stellen. Het uitgangspunt dat een individu goed in staat is om een opleiding te kiezen die past bij diens toekomstperspectief, wil de PvdA voorop stellen.

GroenLinks is het daarmee eens, maar professionals lopen wel tegen diverse regelgeving aan en de fractie hoort graag van andere fracties hoe daarmee om te gaan.

D66 kan de redenering van de PvdA voor een groot deel ondersteunen, maar vraagt zich af of dit voor iedere aangevraagde opleiding moet gelden.

ChristenUnie wijst op de keuze die iedereen aan het begin van zijn carrière heeft. In deze discussie gaat het over personen, die in een bijzondere situatie zitten, namelijk in een uitkeringssituatie. Met scholing kan daar mogelijk verandering in worden gebracht. Er zijn echter weinig mensen die een leven lang zullen leren. Het beeld dat met deze leidraad wordt gewekt, is dat mensen een leven lang moeten leren en ontwikkelen. Wat in deze leidraad ontbreekt, is de achterliggende ambitie en de motivatie van degene die zich meldt, om een bepaalde opleiding te gaan doen.

D66 vindt dat de raad een keuze moet maken wanneer een werkzoekende een opleiding kan volgen. De vraag of onderwijs vòòr gaat op werk of dat werk gelijk staat aan onderwijs, staat daarbij centraal.

 

Reacties publiek

De voorzitter geeft de aanwezige insprekers de gelegenheid om het woord te voeren.

De heer F. Daamen (bewoner van de binnenstad) mist in de discussie de constatering dat de meeste Zutphenaren gewoon een baan hebben. Uiteindelijk is het de wens dat mensen in gesubsidieerde banen iets doen waar Zutphen behoefte aan heeft en de vraag is hoe de inwoners van Zutphen kunnen laten zien dat ze de meerwaarde zien van die gesubsidieerde banen.

De heer H. Derksen (voorzitter cliëntenraad) wil niet alleen praten over de doelgroep maar ook met de doelgroep. Spreker mist de inbreng van de doelgroep in de discussie.

Het College merkt op dat veel input van de doelgroep in de visie staat verwoord.

Er wordt gepauzeerd van 20.45 uur tot 21.00 uur.

De voorzitter heropent de vergadering. De nog besproken leidraden zullen aan de orde komen. Tijdens de pauze zijn notitiebriefjes ingevuld met enkele toevoegingen op de leidraden. Deze zullen bij de desbetreffende leidraad worden genoemd.

 

Leidraad 1: Zutphen wenst een arbeidsmarkt waarin iedereen werk heeft, bij voorkeur betaald werk bij een reguliere werkgever.

Opmerking notitiebriefje: Alleenstaande ouders moeten 32 uur werken om uit de bijstandsuitkering komen.

VVD vraagt zich af of voor het handelen van de gemeente de vraag van de werkgever centraal moet staan. Het antwoord op die vraag is niet zonder meer “Ja”, maar op de arbeidsmarkt is dit wel een belangrijke vaste factor, want die speelt zowel voor de werkgever, als voor de werknemer een rol.

SP vindt het uitgangspunt, dat de vraag van de werkgever centraal staat in het handelen van de gemeente, niet vanzelfsprekend. Dat zou namelijk impliceren dat de gemeente de arbeidsmarkt en de economie centraal stelt en niet de mensen, want zij moeten zich daarmee schikken naar de economie. De discussie van vanavond laat zien hoe complex het is om mensen naar werk te begeleiden. Werkgevers hebben daar een belangrijke rol in, maar de vraag is waarom die centraal zoud moeten staan en de werknemer daaraan ondergeschikt zou moeten zijn. Bij het Plein en het UWV zitten ook belangrijke schakels om mensen naar werk te begeleiden. De stelling dat werkgevers centraal staan, zou betekenen dat iedereen daar omheen op een tweede plaats staat.

D66 wijst op de arbeidsmarktanalyse van het UWV, waaruit blijkt dat er onvoldoende banen zullen zijn om iedereen in de toekomst aan het werk te kunnen hebben. Het streven in deze leidraad is mooi, maar D66 vindt andersoortig werk net zo relevant als regulier werk. De mens moet centraal staan en maatwerk is belangrijk. Daarbij blijft D66 van mening dat als iemand echt niet wil, bij die houding een strenge benadering past.

Burgerbelang stelt dat met ‘ons handelen’ de medewerkers van het Plein worden bedoeld. Zij dienen zich goed bewust te zijn van de markt.

CDA is zich zeer bewust van de werking van de armoedeval, maar het is ontzettend lastig om daar oplossingen voor te bedenken. Voorts vindt de fractie dat de werkgever niet alleen centraal moet staan, maar constateert tegelijkertijd dat de aandacht voor werkgevers wel achterblijft. Het UWV en het Plein slaan hier momenteel wel een slag in. Het ontzorgen van werkgevers om mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen, blijft een punt van aandacht.

ChristenUnie stelt dat iedere baan een werkgever heeft. Als een baan meerwaarde moet hebben, dan moet de werkgever centraal staan, want die bepaalt wat de baan is. Dat geldt ook voor een gesubsidieerde baan. De suggestie om de inwoners van Zutphen te vragen welk werk volgens hen maatschappelijke meerwaarde heeft, vindt de fractie nog niet zo gek.

PvdA sluit zich aan bij de opmerking dat werk lonend moet zijn en dat een armoedeval moet worden voorkomen. De vraag is wat van de gemeente kan worden verwacht om dit waar te maken.

 

Leidraad 3: We werken op een pragmatische, experimentele, innovatieve wijze aan de uitvoering van de Participatiewet en geven professionals daarbij de ruimte.

Opmerking notitiebriefje: Samen met bedrijven opzetten van een opleidingscentrum.

De heer Derksen heeft deze opmerking gemaakt en licht deze toe. In de praktijk blijkt dat er in de regio vacatures zijn waar in Zutphen geen kandidaten voor worden gevonden omdat er geen passend opgeleide kandidaten zijn. Het idee is om met de grote werkgevers te kijken of met de inschakeling van het onderwijs kan worden gezorgd voor de juist opgeleide mensen binnen het eigen bestand.

VVD wil er niet kritiekloos van uitgaan dat iedere professional goed geschoold en bij de tijd is, maar vindt wel dat – veel meer dan nu het geval is – de professional de ruimte moet krijgen om van zijn deskundigheid gebruik te maken, zonder dat iedere stap moet worden verantwoord. Vanuit de monitoring op het Sociaal Domein kunnen de feiten en resultaten worden gepresenteerd.

CDA kan zich daar volledig bij aansluiten, maar dan moet de raad die ruimte wel geven. De fractie wil er volledig op vertrouwen dat de professionals bij Het Plein doen waar ze goed in zijn, namelijk mensen aan een baan helpen. Voor de fractie hoeft daar geen taakstelling in percentages aan te hangen.

D66 sluit zich daarbij aan. Als wordt uitgegaan van vertrouwen tegenover de werkzoekende, dan moet dat ook het geval zijn bij de mensen die hen begeleiden. D66 wil wel op de hoogte worden gehouden van de opbrengsten en resultaten.

ChristenUnie constateert dat de Raad hierbij enerzijds ruimte wil geven, maar anderzijds toch wil monitoren. In de benadering moet een bepaald evenwicht worden gevonden.

D66 denkt dat het heel goed mogelijk is om bepaalde doelstellingen mee te geven, zonder zich te bemoeien met de uitvoering.

Stadspartij vindt experimenteren en monitoren juist goed bij elkaar passen. Aan de voorkant ruimte bieden en achteraf de resultaten bezien, maakt het mogelijk om beleid bij te kunnen stellen.

GroenLinks merkt op dat de Stadspartij hiermee doelt op evalueren in plaats van op monitoren.

Het College wijst op de Focusagenda, waarin staat wat iedereen te doen heeft. Als dat wordt doorvertaald naar Het Plein, dan kan een focus worden meegegeven, bijvoorbeeld in de vorm van een taakstelling. Voor een uitvoeringsorganisatie biedt een brede opdracht nauwelijks houvast. Het College roept op om de focus te houden op de taken van uitvoeringsorganisaties.

D66 is bij twee uitvoeringsorganisaties op werkbezoek geweest en bij beide werd de Raad uitdrukkelijk verzocht om heldere doelstellingen en taakstellingen – in percentages – mee te geven, zonder zich te bemoeien met de uitvoering.

 

Leidraad 5: De uitvoering van de Participatiewet vindt – in samenspel – plaats in de leefwereld van inwoners, organisaties en bedrijven in onze regio

SP vindt de gebruikte term ‘leefwereld’ niet zo goed gekozen. Dit is namelijk meer dan logisch. De SP vindt dat aan de menging van verschillende doelgroepen – zoals beschut werk en dagbesteding – risico’s kleven. Er zijn in Nederland diverse voorbeelden bekend, waarbij beide doelgroepen de dupe zijn geworden.

CDA pleit ervoor de mensen in de organisaties van onderop de ruimte en de tijd te geven om de menging van doelgroepen organisch te laten ontstaan. De gemeente moet hiervoor zeker niet van bovenaf een structuur gaan opleggen.

VVD vreest dat het streven naar integratie tot de kritiek leidt dat het voor geen enkele doelgroep optimaal is. Pas in een situatie waarin een groep op de juiste plek zit, is er ruimte om iemand op te vangen die er vanuit een andere achtergrond komt. Als iedereen de mogelijkheid of zelfs de plicht heeft om zich aan te passen aan een ander, dan is integratie tot mislukken gedoemd.

D66 vindt het streven naar integratie mooi passen bij een inclusieve samenleving, maar deelt ook de zorg van de SP. Spreker vraagt zich af of het College goede voorbeelden uit de praktijk kent.

Het College kent alleen voorbeelden waarin het niét goed is gegaan. De doelgroepen zijn niet zo heel verschillend, maar ze vallen onder heel verschillende regelingen en dat maakt het lastig om één plek te vinden waar de verschillende regelingen actief kunnen zijn. De Gemeenschappelijke Regeling Delta is recent wel een samenwerking aangegaan met Zozijn. Het College is benieuwd hoe deze samenwerking zich zal ontwikkelen.

De heer M. Mul (Delta) geeft als professional een toelichting inzake de doelgroepen dagbesteding en beschut werk. De opvatting dat ‘beschut werk’ één doelgroep is, is niet juist. Er is een groep die een grote mate van aansluiting heeft bij dagactiviteiten en een groep waar nog enigszins loonwaarde in zit. Die twee groepen moeten niet worden gemengd. De eerste groep kan heel goed aansluiting vinden bij de doelgroep dagbesteding. Met Zozijn wordt momenteel getracht om die groep een rol te laten spelen bij de doelgroep voor dagbesteding. Dit moet de tijd krijgen om vorm te krijgen, zodat het voor deze groep toegevoegde waarde heeft.

SP vraagt of het streven naar menging van groepen is ingegeven door een financiële noodzaak.

Het College antwoordt dat het gaat om het inrichten van een inclusieve samenleving. Met de Visie op de Participatiewet en de WSW hoopt de Gemeente goede plekken te vinden voor mensen, waar ze zich prettig voelen. Dat is niet financieel gedreven.

 

Leidraad 7: Zutphen voert regie uit op de totstandkoming van de sociale infrastructuur die ontstaat uit samenwerking en co-creatie en laat de uitvoering bij degenen die daar het best in zijn.

CDA heeft moeite met het begrip ‘voorportaal’. Het CDA onderschrijft het concept hierachter, maar de formulering doet geen recht aan de personen die zich in deze situatie begeven. Bij een inclusieve samenleving gaat het over gelijkwaardigheid en in die zin pleit het CDA voor de termen als ‘arbeidsmarkt’ en ‘sociaal-maatschappelijke markt’. De drempel tussen beide werksoorten dient zo laag mogelijk te zijn om van de ene markt in de andere te kunnen stappen. De rol van de gemeente zou bij deze leidraad zeer terughoudend moeten zijn.

VVD pleit ervoor deze leidraad te schrappen omdat dit op andere manieren al goed is verweven. De sociale component in de bedrijfsvoering hoeft er niet zo specifiek te worden uitgelicht als hier gebeurt. De VVD pleit ervoor dit aan de ondernemers te laten.

Het College wijst op de achterliggende gedachte van deze leidraad. Om mensen aan het werk te krijgen, is een infrastructuur nodig. Het idee is, dat de gemeente de regie wil voeren in de totstandkoming van die infrastructuur door samen te werken met partners die de infrastructuur maken. De gemeente wil daarmee het ontstaan van een infrastructuur voor de bevordering van arbeidsinschakeling faciliteren. Een dergelijke infrastructuur zal niet ontstaan als de gemeente daar geen stappen in zet. Zowel Delta, als Het Plein hebben afspraken met werkgevers over het creëren van werkplekken. Dit zijn beide uitvoeringsorganisaties waarvoor de Gemeente Zutphen mede-eigenaar en opdrachtgever is. De uitvoeringsorganisatie bepaalt vervolgens hoe dat gebeurt.

VVD zou – na deze toelichting – de woorden ‘infrastructuur’ en ‘voorportaal’ liever vervangen door ‘netwerk’ en ‘samenwerking’. Omdat daar vanavond al heel veel over is gesproken, zou de VVD deze leidraad niet expliciet opnemen, want daarmee maakt de gemeente zich tot de spin in het web en een dergelijke positie acht de VVD niet wenselijk voor de gemeente.

 

Leidraad 8: Participatie (Werk & Inkomen) maakt onderdeel uit van een integraal sociaal domein, waarin we de schotten afbreken.

Opmerking notitiebriefje: ‘Ja, kwestie van doen!’

CDA vraagt de organisaties - in het kader van deze leidraad - waar ze in de praktijk tegenaan lopen.

D66 acht het inderdaad een kwestie van doen. D66 vraagt aandacht voor het ontzorgen van het onderwijs, naast het ontzorgen van werkgevers. De nieuwe wijze van bekostiging in het onderwijs werpt grotere belemmeringen op voor het onderwijs. D66 acht dit een aandachtspunt. PvdA denkt dat deze ontschotting kan worden bereikt door in de uitvoering meer integraal te werken en vraagt wat de mogelijkheden daarin zijn.

VVD roept op om op de ingeslagen weg door te gaan. Opnieuw nadenken over een beleidskader levert alleen maar onnodig tijdverlies op.

Burgerbelang meent dat alle betrokkenen last hebben van een soort onderzoeksmoeheid en daarom heeft spreker deze toevoeging opgeschreven. ‘Doen’ betekent dan wel doen met een evaluatie een taakstelling en doelgerichtheid. Iedereen weet immers wat de opgave is.

 

Leidraad 9: Samenwerking in de regio geeft meer mogelijkheden om de lokale problematiek op te lossen.

Opmerking notitiebriefje: De actieradius van Het Plein moet omhoog.

Burgerbelang heeft begrepen dat het zoeken naar werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een hele lokale aangelegenheid is, terwijl er voor mensen uit Apeldoorn ook werk in Zutphen is te vinden en andersom. Daarom pleit Burgerbelang ervoor om samen met Apeldoorn en Deventer naar de gezamenlijke arbeidsmarkt te kijken.

De VVD ondersteunt deze leidraad en de toevoeging. Bereikbaarheid van werk is hierbij van groot belang. Wellicht kunnen ook de gemeenten Doetinchem en Doesburg hierbij worden betrokken.

Het College stelt dat de discussie niet helemaal aansluit op de achterliggende gedachte van deze leidraad. Het gaat om de samenwerking tussen veertien gemeenten op arbeidsmarktniveau. Hier binnen zijn reeds afspraken gemaakt, zoals over een gedeelde taakstelling. Regionale samenwerking op beleidsniveau betekent ook iets voor de lokale beleidsruimte. Het College denkt dat er voor Zutphen winst valt te behalen bij een gezamenlijke taakstelling, maar daar is wel lef voor nodig. De vraag die hier centraal staat, is of de Raad dit ook als een kans ziet.

VVD meent dat dit een kwestie is van transformatie. Om als gemeente de mogelijkheden die zich de komende tijd voordoen te gaan benutten, is lef nodig. De VVD denkt dat daar stappen in kunnen worden gezet.

CDA denkt dat deze samenwerking voor Zutphen alleen maar een winkans kan betekenen.

GroenLinks ziet dit ook als een kans en is benieuwd of het College kan aangeven welke bedreigingen er zijn.

Het College wijst op de gemeentelijke begrotingstekorten. In combinatie met de taakstelling vanuit de Participatiewet mag de financiële positie als een bedreiging worden gezien. Dat maakt dat gemeenten deels ook concurrenten van elkaar zijn. Om een gezamenlijke taakstelling mogelijk en tot een succes te maken, zullen alle gemeenten daar ook even sterk in moeten investeren. De ontwikkelingen in de arbeidsmarktregio Zutphen laten een achterstand zien ten opzichte van bijvoorbeeld Apeldoorn. Het College ziet dit als een uitdaging, maar ook als een knelpunt.

ChristenUnie wijst op het essentiële verschil tussen samenwerking en onderhandelen en roept op alleen te gaan samenwerken als dat toegevoegde waarde heeft. Ook roept de fractie op pragmatisch te werk te gaan en niet te veel bezig te zijn met proces en beleid, maar met de personen zelf.

D66 ziet regionale samenwerking als een kans, die met beide handen moet worden aangegrepen. Dat Zutphen een achterstand heeft, ziet D66 niet als bedreiging, maar als een kans.

VVD refereert aan het rapport van Van Netten over Sterk Bestuur en roept op de kansen voor samenwerking zeker te benutten, zij het dan wel met de woorden van de ChristenUnie in het achterhoofd.

Stadspartij sluit zich aan bij eerdere sprekers, maar roept in herinnering dat de Raad wel sturingsmogelijkheden wil blijven houden. De praktijk leert dat de lokale sturingsruimte bij gemeenschappelijke regelingen niet altijd beschikbaar is.

 

De voorzitter geeft de gelegenheid om nog niet benoemde punten naar voren te brengen, waarna het College de gelegenheid krijgt een reactie te geven.

Burgerbelang constateert een grote mate van eensgezindheid. Spreker wijst op het bijgevoegde memo dat – naar mening van de fractie - een vrij heftige formulering bevat: “Er is sprake van grote urgentie; de opgave voor de Gemeente is groot; de arbeidsparticipatie is laag; de werkloosheid en het aantal bijstandsuitkeringen is groot en het aantal mensen met een beperking of ziekte is groot. Daarnaast is sprake van ontgroening en vergrijzing. De werkgelegenheid in Zutphen is sterk afhankelijk van overheidsbeleid en is kwetsbaar; de lokale arbeidsmarkt is kwetsbaar.” Deze alinea vat heel duidelijk samen hoe Zutphen ervoor staat en geeft de opdracht heel goed weer. Deze opdracht moet worden opgepakt.

VVD wijst op het beleidsplan uit 2014 dat samen met de gemeente Lochem is vastgesteld (oktober 2014) en roept op om de nu voorliggende visie en de negen dilemma’s daarmee te verbinden. Daarin staan immers veel goede zaken, die ook nu nog van toepassing zijn.

SP vindt het jammer dat vanavond in het kader van de visie op de Participatiewet vrijwel uitsluitend is gesproken over het begeleiden van mensen naar een baan. De Participatiewet omvat zoveel meer, zoals beschut werk. De SP zal zich voorts beraden op een voorstel ten aanzien van een verdringingstoets.

Stadspartij noemt vijf punten ter afronding.

De fractie roept op om bij het vinden van oplossingen voor individuen over de grenzen van disciplines en organisaties heen te kijken naar de effecten voor de maatschappij;

Als reactie op de verdringingstoets wil de Stadspartij met name aandacht voor verdringing bij bedrijven;

De Stadspartij vindt dat 60+ers vrijgesteld zouden mogen worden van de sollicitatieplicht, zodra zij actief zijn in de samenleving;

De Stadspartij wil de mogelijkheden voor het werken als vrijwilliger vergroten;

De Stadspartij vraagt aandacht in de visie voor zelfstandig ondernemerschap.

De heer Mul wijst in het kader van regionale samenwerking op een praktijkvoorbeeld bij Delta, waarbij een grote hoeveelheid personen op diverse locaties werkt in het kader van de gemeenschappelijke regeling. Spreker roept op dat in stand te houden omdat het heel wezenlijk is dat die mensen daar kunnen blijven werken.

Mevrouw Kruize (medewerker Delta in de sociale werkvoorziening) roept op ervoor te zorgen dat haar collega’s, die bij diverse werkgevers werkzaam zijn, hun baan niet verliezen doordat personen vanuit de bijstand op deze banen worden geplaatst of worden vervangen door vrijwilligers.

Het College bedankt voor de input. Hiermee kan het College flinke stappen zetten, die de inhoud alleen maar zal verbeteren. In plaats van de participatieladder werkt Het Plein nu met vier stromen, waarbij stroom vier het dichtst bij de arbeidsmarkt staat. In reactie op de verdringingstoets, zoals vermeld door de SP, merkt het College op dat er zowel met werkgevers, als met de vakbonden inmiddels afspraken zijn gemaakt over verdringing in de arbeidsregio. Er wordt een toets toegepast bij bedrijven met meer dan 25 medewerkers waar ook een OR is. De verdringingstoets is ook opgenomen in de Wet en het College zal nagaan of er een afzonderlijke verordening voor moet komen. In reactie op de bijdrage van de heer Mul zegt het College het ermee eens te zijn dat alles op alles moet worden gezet om de subregionale samenwerking – ook wat betreft werkgevers – in stand te houden, ook al is dat niet gemakkelijk. Voorts is het College van mening dat er geen concurrentie tussen doelgroepen mag plaatsvinden. Mensen die nu een arbeidscontract hebben, houden hun baan. Er zijn situaties bekend van personen die in de afgelopen jaren hun baan hebben verloren en waar vervolgens een vrijwilliger voor dezelfde werkzaamheden werd ingezet. Het College acht dit kwalijk.

Het College wil op dinsdag 16 mei 2017 de aangepaste conceptvisie bespreken. Daarna wordt deze aangeboden aan de Raad, in combinatie met de uitgewerkte scenario’s op het Werkbedrijf. Volgens planning zou op 19 juni tot besluitvorming kunnen worden overgegaan.

De voorzitter sluit dit speciale Forum om 22.15 uur.

Advies

Stuk komt (nu) niet voor besluitvorming in de raad


Deze pagina

  • a
  • a
  • a
  • tekstgrootte

Agenda's 11-05-2017

Beschikbare agenda's
Forum

Forumverslagen op datum

  • Bezoekadres: 's Gravenhof 2, 7201 DN Zutphen
  • Postadres: Postbus 41, 7200 AA
  • Telefoon: 140575
  • Email: info@zutphen.nl