Pagina delen

Forumverslag 08-07-2021

Forumspecial Omgevingswet deel 2 (08-07-2021)

Datum 08-07-2021 Tijd 19:00 - 21:00
Zaal
Behandeling
Informerend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
I Kleinrensink
Griffier
M.J.E. van den Berg-Platzer
Notulist
More Support

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Zij legt uit wat de bedoeling is van deze Forumbijeenkomst.

De gemeente Zutphen bereidt zich voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hiertoe is bijvoorbeeld een raadswerkgroep ingesteld. De raadswerkgroep heeft drie Forumspecials georganiseerd. Tijdens de eerste special is ingegaan op het adviesrecht.

Tijdens de tweede sessie, die vanavond plaatsvindt, wordt dieper ingegaan op de behoefte om meer informatie te verkrijgen over “de knoppen waaraan de raad kan draaien” en datgene waarover de raad al dan niet zeggenschap heeft. Er wordt ingegaan op vragen zoals: Hoe ben je raadslid? Hoe kun je sturen? Hoe kun je monitoren? Waar wil de raad worden gefaciliteerd en waar wil de raad kunnen sturen?

Dit gebeurt aan de hand van een viertal thema’s, te weten:

1. Wat zijn de minimale eisen bij de invoering van de Omgevingswet?

2. Het adviesrecht van de raad bij afwijkingen van het Omgevingsplan.

3. De verplichte participatie.

4. Toelichting instellen adviescommissie Omgevingskwaliteit.

Mevrouw Georgopoulou is als gastspreker aanwezig en zal een presentatie verzorgen. De voorzitter geeft de gastspreker het woord.

Mevrouw Georgopoulou stelt zich voor. Zij is verbonden aan het Programma Invoering Omgevingswet van de VNG en is in het verleden griffier en raadslid geweest.

Tijdens haar presentatie zal zij een aantal vragen voorleggen vanuit haar intentie om er een interactief gesprek van te maken.

Ze start haar presentatie met de uitleg dat de Omgevingswet een instrument is en het kader waarbinnen de gemeente moet functioneren en opereren. Elke gemeente staat het vrij “om ‘n soort eigen Omgevingswet te creëren”, afhankelijk van wat elke gemeente nodig heeft en belangrijk vindt. Binnen de gemeente moet hierover gediscussieerd worden en moeten keuzes worden gemaakt. Naast de regelgeving en de instrumenten wordt de Omgevingswet voornamelijk bepaald door houding en gedrag. Dit laatste is met name het gespreksonderwerp van de bijeenkomst van heden.

De presentatie start met een ganzenbord. Spreekster legt uit, dat ze hiermee beoogt om de Omgevingswet een wat luchtiger karakter te geven en het niet te ingewikkeld en complex te maken. Gesproken zal worden over de bedoeling en de context van de Omgevingswet, de focus wat er gereed moet zijn op 1 juli 2022, de besluiten van de raad en de praktijk.

Mevrouw Georgopoulou verwijst naar het eerder besproken keuzepaneel en op de positie van de raad. De neiging is groot om te spreken over wat er gaat veranderen, maar er zijn ook zaken die nièt gaan veranderen. Wat niet gaat veranderen, is de P&C-cyclus, zoals de voorjaarsnota, najaarsnota en de jaarrekening. Er blijft voldoende gelegenheid voor de raad om te sturen met voldoende instrumenten, zoals moties en initiatiefnota’s. Er blijven echter altijd wensen en verlangens waar niet altijd aan voldaan kan worden. Dat het vaak evenwichtskunst is, is ook iets dat blijft voor de raadsleden, bestuurders en ambtenaren.

Spreekster vindt het noodzakelijk dat de raad in positie moet zijn en een kaderstellende en controlerende rol kan vervullen, naast het functioneren als volksvertegenwoordiger. Dit kan aan de hand van een vijftal suggesties, te weten: 1) blijf op de hoogte 2) maak een eigen agenda 3) ga in gesprek over keuzes, 4) prioriteer en 5) monitor en evalueer. De raad wordt hierin bijgestaan door de organisatie.

Op 1 juli 2022 moet de gemeente aangesloten zijn op het digitaal stelsel DSO-LV. Dit is ook de reden geweest dat de datum is verplaatst van 1 januari 2022 naar 1 juli 2022, omdat er ook tijd moet zijn om te ‘oefenen’. Voor de gemeente leidt de verandering tot aanpassingen in de software, de systemen en de dienstverlening. Daarnaast moet de gemeente op 1 juli 2022 in staat zijn een vergunning binnen acht weken af te geven. Voor veel vergunningen zal dit lukken, maar het is de kunst dit voor het andere gedeelte ook in orde te krijgen. Hierbij moet de raad ook bepaalde besluiten nemen in relatie tot onder andere het adviesrecht en de verplichte participatie.

Wat de planning betreft, gaat spreekster ervan uit dat de gemeente Zutphen ook heeft besloten door te gaan alsof de datum 1 januari 2022 geldt. Zij adviseert de besluiten die genomen moeten worden niet over de verkiezingen heen te tillen, omdat de huidige raad hierin heeft geïnvesteerd en geoefend en ook uiteindelijk de besluiten moet nemen.

De voorzitter geeft gelegenheid tot het stellen van vragen.

Reacties raadsfracties

D66 vraagt wat het betekent dat de gemeente per 1 juli 2022 aangesloten moet zijn op DSO-LV. De concrete vraag is: kan een inwoner dan inloggen en via een stappenplan daadwerkelijk diens vergunning regelen?

Mevrouw Georgopoulou antwoordt dat de hele exercitie inderdaad daarop is gericht. Dat is nu ook al in een andere versie mogelijk. Het pakket bestaat in ieder geval uit een vergunningscheck, er zit een raadpleegfunctie in en er is een deel om vergunning aan te vragen. Het is inderdaad de bedoeling dat dit op 1 juli 2022 functioneert. De gemeente moet de nodige software aanschaffen voor zowel het vergunningendeel, als de bestemmingsplannen, zodat wijzingen in het Omgevingsplan doorgevoerd kunnen worden.

De VVD informeert naar speelruimte in de genoemde acht weken waarin de vergunning afgegeven moet worden, als dit per 1 juli 2022 ingaat. Spreker vraagt of het inderdaad zo is, dat de vergunning wordt verleend als de gemeente deze niet binnen acht weken, plus eventueel zes extra weken, tot een besluit komt.

Mevrouw Georgopoulou legt uit, dat deze acht weken gezien moeten worden in de geest van de Omgevingswet. De insteek is om het aanvragen voor de inwoners en ondernemers makkelijker en sneller te maken. Vroeger werd een vergunning van rechtswege verleend als de gemeente de termijnen niet behaalde. Dat vervalt nu. De vergunningaanvrager kan wel een soort dwangsom vragen. Men is er echter samen verantwoordelijk voor om er samen uit te komen. In de praktijk moet bezien worden of “de soep inderdaad zo heet gegeten wordt”. De organisatie is al bezig zich goed in te werken op de veranderde werkwijze.

GroenLinks verwijst naar de coördinatieplicht ten aanzien van andere overheden en vraagt zich af of er niet meer verklaringen van geen bedenkingen moeten worden geregeld met andere overheden, aangezien de Omgevingswet breder is dan de Wet RO. Waterschappen en de provincies hanteren ook verklaringen van geen bedenkingen en zijn bevoegd gezag.

Mevrouw Georgopoulou gaat hier niet van uit, omdat de verklaring van geen bedenkingen een instrument van de gemeenteraad is. Dat ziet ook toe op zaken waarin het College het bevoegd gezag is.

Mevrouw Van der Poel vult aan, dat GroenLinks op de ketensamenwerking in de regio doelt. De verklaring van geen bedenking is hierin verwarrend. De Omgevingsdienst is de meest voorkomende ketenpartner. Met alle partners in deze keten worden afspraken gemaakt over samenwerking in de keten. DSO voorziet in een samenwerkingsmodule, waarin gezamenlijk de adviezen bijeen worden gebracht om binnen acht weken een vergunning te kunnen verlenen. Derhalve wordt regionaal afspraken gemaakt over de samenwerking en de termijn die iedereen daarin neemt en nodig heeft.

De PvdA verwijst naar “de gereedschapskist” en vraagt in hoeverre en wanneer er op onderdelen bijgestuurd kan worden door de raad. Bijvoorbeeld is spreker geïnteresseerd in de mogelijkheden als de raad een besluit neemt rond het adviesrecht en dit in de praktijk niet zo goed blijkt te functioneren.

Mevrouw Georgopoulou antwoordt dat nog onbekend is hoe het gaat werken, omdat dit iets nieuws is en er geen feedback voorhanden is. De Raad van State zal het heel druk krijgen als de wet van kracht wordt, omdat er nog geen jurisprudentie voorhanden is. Spreekster adviseert de raad een evaluatietermijn op te nemen in het besluit. De raad kan altijd besluiten bijstellen.

De ChristenUnie vraagt hoe de burger wordt meegenomen in de communicatie rondom de termijn van acht weken, omdat er het nodige aan participatie geregeld moet worden.

Mevrouw Georgopoulou zegt toe, dat ze over de participatie later zal spreken.

Mevrouw Van der Poel zegt over de communicatie dat de gemeente zoveel mogelijk de landelijke ontwikkelingen en de toolbox volgt die landelijk is opgesteld. Het landelijk advies is om zich met name te richten op de initiatiefnemers. Dit zijn vaak individuen die worden begeleid door adviseurs die heel goed ingewijd op dit onderwerp. De gemeente is nog niet gestart met die communicatie, omdat de wet pas over jaar in werking treedt. De planning is dat dit rond de jaarwisseling zo veel mogelijk samen in de regio wordt gestart, omdat de initiatiefnemers hiermee te maken krijgen.

Mevrouw Georgopoulou geeft in het vervolg van haar presentatie voorbeelden van hoe andere gemeenten dit oppakken.

De ChristenUnie vraagt aanvullend of de participatie vooraf geregeld moet worden of dat dit binnen de termijn van acht weken valt.

Mevrouw Georgopoulou antwoordt dat dit vooraf moet gebeuren.

De SP vraagt of het computersysteem dat particulieren per 1 juli 2022 kunnen gebruiken voor het aanvragen van een vergunning ook bestendig is. Met andere woorden: geeft het systeem een signaal als een aanvraag op een bepaalde locatie niet mogelijk is? Tevens vraagt hij of de termijn van acht weken ook voor grote projecten geldt, zoals plaatsing van windmolens.

Mevrouw Georgopoulou komt terug op de vraag over grotere projecten. Over het computersysteem zegt zij, dat er nu ook al een Omgevingsloket is en er een nieuwe versie volgt met alle data van alle betrokkenen erin. Men krijgt via een vragenboom een aantal vragen in een logische volgorde voorgelegd. Voor een volgende keer is het handig als de raadsleden een link ontvangen van dit loket.

Wat ICT betreft, is het het belangrijkste dat de data van de gemeenten, waterschappen en provincies correct zijn. Sommige zaken zitten nu in een verordening. Het is handig als dit straks allemaal op eén plek beschikbaar is. ICT zal niet alle problemen kunnen oplossen, maar kan wel behulpzaam zijn in het proces.

D66 informeert naar de verwachting dat de software van DSO zonder enige problemen is en als er problemen zijn, dat die op lokaal niveau liggen.

Mevrouw Georgopoulou antwoordt dat er een laagje tussen zit. Ze verwijst naar het Digitaal Stelsel Landelijke Voorziening, wat als “een soort kapstok” fungeert. Het is de bedoeling dat op die ‘kapstok’ de informatie van alle overheden komt te hangen. Voordat dit gedaan kan worden, is software nodig die de gemeenten moeten aanschaffen via de leveranciers van de VNG. Zij moeten ervoor zorgen dat een en ander op elkaar aangesloten wordt. Om dit allemaal zonder bugs te laten verlopen, heeft de invoering van de Omgevingswet een lange aanloop met veel oefeningen in werkplaatsen en het uitvoeren van pilots om eventuele problemen uit het systeem te halen. De verantwoordelijke personen hiervoor geven geen groen licht als het systeem niet werkt.

Spreekster gaat verder met haar presentatie en de minimale acties in het kader van de Omgevingswet. Behoorlijk wat gemeenten hebben de lat gelegd bij de minimale acties. Het is echter beter de lat hoger te leggen. Zij staat even stil bij twee van de acht acties, te weten het adviesrecht en participatie. Zij voegt hieraan toe, dat nog niet alles bij start gereed hoeft te zijn. De gemeente heeft voor de Omgevingsvisie de tijd tot 2024 en voor het Omgevingsplan tot 2029.

Wat het adviesrecht betreft, gaat zij in op het proces.

Allereerst wordt de activiteit benoemd. Dit behelst alle soorten aanvragen van plaatsing van een duiventil tot windturbines. Er zijn verschillende routes. In het Omgevingsplan staat aangegeven wat zonder vergunning is toegestaan, wat eerst gemeld moet worden en waar een vergunning voor moet worden aangevraagd. Sommige activiteiten moeten getoetst worden en worden goedgekeurd, andere zijn in strijd met het Omgevingsplan.

Niet alles is echter in het Omgevingsplan opgenomen. Dat betekent niet dat het een onwenselijke ontwikkeling zou zijn, maar omdat dit nog niet bedacht is of omdat het een nieuwe ontwikkeling is, zoals tiny houses. De nieuwe Omgevingswet zal hier welwillend naar kijken volgens het principe: ja, mits.

Momenteel wordt ook weleens afgeweken van een Omgevingsplan of wordt dit gewijzigd. In sommige gevallen kon de raad een verklaring van geen bedenkingen afgeven. In de nieuwe Omgevingswet vervalt deze mogelijkheid en gaat de gemeente het adviesrecht formuleren. Volgens spreekster heeft de gemeente Zutphen eerder aangegeven te willen voortborduren op het huidige adviesrecht.

Mevrouw Georgopoulou legt uit waarom de raad het adviesrecht krijgt. In de Omgevingsvisie wordt beschreven wat de wensen, doelen en ambities van de gemeente zijn. In het Omgevingsplan wordt beschreven wat op welke locatie mag en onder welke voorwaarden. Als er telkens plannen komen die niet passen in het Omgevingsplan, maar waarvan het College bevoegd is daarvan af te wijken - en dit komt vaak voor - passen de visie en het plan niet op elkaar. De raad krijgt de beschikking over het adviesrecht om haar invloed en de mogelijkheid tot bijsturing te behouden. De raad kan hiertoe een lijst opstellen van zaken waarover men wil beslissen.

Aan de andere kant is er een beslistermijn van acht weken. Het dilemma zit dus in het tempo versus de zorgvuldigheid. De raad moet zorgvuldig de advieslijst opstellen. Spreekster laat het verschil zien tussen de verklaring van geen bedenkingen nu en het adviesrecht straks. Bij de verklaring van geen bedenkingen geeft de raad aan over welke zaken men niet wil gaan en door het College afgehandeld mogen worden. Bij het adviesrecht geeft de raad aan waarop zij wel bevoegd wenst te zijn. Dit is een complexe puzzel, omdat men nooit weet waar iemand mee gaat komen. Zij heeft er echter vertrouwen in dat het de gemeente gaat lukken. Na evaluatie kunnen de schoonheidsfoutjes eruit worden gehaald. Zij pleit ervoor dat de raad moet reflecteren en weten waar men over wil gaan en waarom.

D66 informeert naar de rol van de raad in de nieuwe Omgevingswet bij alle plannen die binnen het Omgevingsplan passen. Spreker informeert naar de zeggenschap - of anderszins - voor de raad.

Mevrouw Georgopoulou verwijst naar de Wet Dualisering, waarbij is gesteld, dat de uitvoering aan het College is en de raad van de kaders bepaald, de uitvoering controleert en vooral de rol van volksvertegenwoordiger heeft. De Omgevingswet moet worden gezien in die traditie. De uitvoering komt dan veel meer in handen van het College en de raad is meer van de kaders. De raad stelt zelf de kaders en de regels vast met de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Dat betekent niet dat alles oneindig vastligt. Daarnaast heeft de raad het recht te weten hoe het allemaal loopt en heeft het College een actieve informatieplicht. Het is dan aan de raad om hierop te acteren en zo nodig bij te sturen om een en ander beter te maken voor de gemeente en haar inwoners.

De VVD merkt op dat het vooral de Omgevingswet is die bepaalt wat de raad wel en niet mag.

Mevrouw Georgopoulou zegt dat het aan de raad om te bepalen hoe met bepaalde gebieden omgegaan wordt en hoeveel ruimte geboden wordt aan de inwoners.

De VVD denkt dat dan eerst gezamenlijk besloten moet worden over de invulling van de ruimte: het ‘hoe’. Hier zullen de meningen over verschillen.

Mevrouw Georgopoulou bevestigt deze verwachting, maar zegt dat men op enig moment nader tot elkaar moet komen om tot een goed besluit te komen. Men moet samen kijken naar wat belangrijk is. Kijkend naar de onderliggende thema’s, zal men ongetwijfeld tot een zekere consensus komen. Volgens spreekster heb je als raad pas iets te vertellen als je samen een vuist kunt maken. Dan kan de raad richting geven aan het College en de ambtelijke organisatie en moet men duidelijk zijn richting de samenleving.

GroenLinks vraagt of de raad adviesrecht mag hebben als het College in het Omgevingsplan bepaalde voorwaarden opneemt en de raad daarvan wil afwijken.

Mevrouw Georgopoulou zegt dat de raad een Omgevingsplan vaststelt. Er wordt gestart met een tijdelijk omgevingsplan, gevolgd door een definitief plan. De raad zal hierin belangrijke zaken vastleggen. Het is denkbaar, dat er initiatieven komen die hiervan afwijken. In het kader van het adviesrecht moet de raad bedenken waar iemand mee zou kunnen komen wat in strijd is met het Omgevingsplan en waar de raad een besluit over zou willen nemen. Met andere woorden: in het Omgevingsplan kan worden opgenomen dat het College mag afwijken van het Omgevingsplan, als het bijvoorbeeld gaat over een ruimtelijke ontwikkeling tot vijftig woningen. Als het over meer dan vijftig woningen gaat, moet de raad daarover beslissen. Zo maakt de raad een lijst met zaken waarover de raad wenst te beslissen. Het verschil is, dat je vroeger moest aangeven wat je niet wilt en nu wat je wel wilt. Dat is moeilijker, omdat je nu keuzes moet maken.

De SP vraagt zich af of de constatering juist is, dat de leges omlaaggaat als inwoners zelf meer werk doen, aangezien gesproken wordt over aanpassing van de leges. Voorts informeert spreker naar de automatisering en de betrouwbaarheid van het hele systeem. Als een systeem gehackt wordt, kunt je niets meer en wordt de termijn van acht weken mogelijk ook niet behaald.

Mevrouw Georgopoulou merkt op, dat er een nieuwe Legesverordening in combinatie met de begroting wordt voorgelegd. De nieuwe raad moet een besluit nemen over de nieuwe Legesverordening naar aanleiding van de invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouw. Aan het eind van het jaar moet dit opnieuw gebeuren. Het bouwkundig onderzoek bij vergunningverlening mag niet meer door de overheid gedaan worden, maar moet door private partijen gebeuren. Daar is een wet voor in de maak die op hetzelfde moment in werking treedt als de Omgevingswet. Spreekster weet niet of het leidt tot legesverlaging als de burgers zelf meer doen. Leges moeten kostendekkend zijn. Als ambtenaren minder werk hebben omdat inwoners zelf meer doen, kunnen de leges in principe omlaag. Dat hangt ook af van het dienstverleningsniveau. In de praktijk is het zo, dat mensen die niet vaak iets doen op het gebied van bouwen, vaker gebruikmaken van de dienstverlening van de gemeente. De leges zijn over het algemeen laag, maar de gemeente heeft er wel veel werk mee. Bij grotere projecten zijn de leges hoger, maar heeft de gemeente er minder werk mee omdat projectontwikkelaars goed op de hoogte zijn. Er is onderzoek gedaan naar de terugverdientijd van de Omgevingswet, maar dat is niet op korte termijn geregeld.

Over de automatisering zegt spreekster dat zij niet durft te zeggen hoe betrouwbaar het systeem is, aangezien cyber criminality zich ook steeds meer ontwikkelt en bedreiging nummer 1 vormt. Dit geldt zowel voor particulieren, als overheden en bedrijven. Iedere gemeente heeft daar deskundigen op ingesteld, maar dit geeft geen honderd procent garantie dat je een hack kunt voorkomen. De dienstverlening kan echter niet meer terug naar het papieren systeem.

De voorzitter schorst de vergadering voor enkele minuten en heropent de vergadering. Zij geeft mevrouw Georgopoulou het woord voor het vervolg van haar presentatie.

Mevrouw Georgopoulou gaat in op het aspect participatie, een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Dan wordt ook de vraag beantwoord over de termijn van 8 weken, die nu 26 weken telt. Of dit gaat slagen, heeft te maken met participatie en wat men hiervan verwacht. Spreekster verwijst naar de vele teksten in de Omgevingswet over participatie en doet dit aan de hand van een opsomming in de presentatie.

Bij participatie horen drie instrumenten, te weten 1) kennisgeving 2) motiveringsplicht en 3) het aanvraagvereiste.

  • Kennisgeving heeft te maken met het Omgevingsplan waarin de inwoners worden geïnformeerd.
  • De motiveringsplicht heeft te maken met de Omgevingsvisie waarin wordt aangegeven hoe de gemeente heeft voldaan aan het participatiebeleid. Deze twee zaken worden al gedaan, maar worden extra aangegeven als een stok achter de deur voor de overheid om niet te vergeten.
  • Het derde instrument is nieuw en is de aanvraagvereiste voor de initiatiefnemer waarin hij moet aangeven wat hij aan participatie heeft gedaan. Dit gebeurt nu nog in de vorm van een aanbeveling, maar wordt straks een aanvraagvereiste.

Het bevoegd gezag gaat bij een vergunningsaanvraag eerst controleren of er een participatieverslag is bijgevoegd en daarna bepalen wat men van de participatie vindt. Dit wordt meegewogen bij de andere afwegingen. Het niet voldoen aan de participatievereiste is geen grond voor weigering, maar hierin kan wel gestuurd worden.

Voor de raad zijn twee zaken van belang, namelijk: 1) te weten dat de raad kan aanwijzen bij welke gevallen participatie verplicht is. Hiermee geeft de raad aan hoe belangrijk men participatie vindt. 2) Daarnaast moeten gemeenten participatiebeleid hebben geformuleerd. Hiertoe is een nieuwe wet in de maak.

Het participatievereiste is niet van toepassing bij zaken die al zijn toegestaan binnen de Omgevingswet en als alleen een melding voldoende is. Dit is wel het geval als een vergunning aangevraagd moet worden, omdat de initiatiefnemer geacht wordt met de planomgeving in gesprek te gaan.

GroenLinks acht het een gemiste kans als zaken volgens de Omgevingswet worden toegestaan, omdat de zorgvuldige dialoog ontbreekt terwijl betere plannen mogelijk zijn met minder problemen.

Mevrouw Georgopoulou zegt dat juridisch iemand in zijn recht staat, maar de gemeente heeft ook een rol in het stimuleren van een bepaald klimaat in de gemeente. Ook de raad kan hier invulling aan geven. Daarnaast kunnen in het Omgevingsplan zaken worden opgenomen om te kunnen sturen.

Het CDA vraagt zich af of het niet tot teleurstellingen leidt als regelmatig bij een aanvraagvereiste bij participatie “Nee” wordt ingevuld, aangezien dit geen grond vormt om een vergunning te weigeren.

Mevrouw Georgopoulou zegt toe hier nog op terug te komen.

Mevrouw Georgopoulou zegt – in reactie op een vraag van de PvdA - dat de raad eerst de regelgeving vastlegt in het Omgevingsplan. Voor afwijkende zaken kan de raad categorieën bepalen. Daarin kan ook verplichte participatie worden opgenomen.

De ChristenUnie vraagt welke rol de participatieladder vervult in het door de gemeente op te stellen participatiebeleid. Kortom: wordt deze nu actief gehouden of is dat straks het toetselement?

Mevrouw Van der Poel antwoordt dat op dit moment de participatieladder wordt toegepast bij participatie. Dan wordt beoordeeld of sprake is van informeren, raadplegen, adviseren. Het gaat hier om het participatiebeleid waarvoor de raad het kader al heeft vastgesteld in de nota over ambtelijk samenwerken. Daarbinnen is er nu een aanvullende vereiste Participatiebeleid Ruimtelijke Initiatieven. Dit hangt nauw samen met het proces dat in de voorbereiding wordt gevolgd. Buitenplanse initiatieven zijn over het algemeen omvangrijker in de voorbereiding voordat een daadwerkelijke vergunning wordt aangevraagd. In dat traject zoekt de gemeente nadrukkelijk de wisselwerking met de initiatiefnemer. Zij weet nog niet in welke zin de participatienota hierbij gebruikt kan worden, maar neemt de opmerking mee in de voorbereidingen.

Mevrouw Georgopoulou gaat verder met haar presentatie en het schetsen van de opties. De raad moet tevoren aangeven in welke gevallen participatie verplicht is. Als de initiatiefnemer niets heeft ingevuld, kan de aanvraag niet in behandeling worden genomen. Dit is een nieuw element. Als iemand “Nee” invult op de participatievraag, kan het bevoegd gezag daarin meegaan als het iets kleins betreft. Bij het wél invullen kan het bevoegd gezag van mening zijn, dat dit onvoldoende is. Het College kan dan verzoeken om meer informatie, zelf een participatietraject opzetten of een zienswijzeprocedure starten. Participatie is het ophalen van belangen om gemotiveerd een besluit te kunnen nemen.

De raad moet dus een lijst opstellen, eventueel gekoppeld aan de lijst van het adviesrecht.

Over het terugbrengen van de termijn van 26 naar acht weken, zegt spreekster dat de initiatiefnemer de participatie moet inrichten aan de voorkant. Hierdoor wordt het voortraject langer en moet er tevoren goed over nagedacht worden. Dan is het proces van de vergunningverlening meer een formaliteit geworden en kan de beslistermijn korter zijn.

D66 vraagt of het ter inzage leggen en het indienen van de zienswijzen ook binnen die acht weken valt of binnen het voortraject en of de termijn van 26 ook nog geldt.

Mevrouw Georgopoulou antwoordt dat dit niet binnen die acht weken mogelijk is.

Mevrouw Bandel vult aan, dat de reguliere procedure acht weken is met een eventuele verlenging van zes weken. Bepaalde zaken kunnen ook via de uitgebreide procedure vallen van 26 weken.

Mevrouw Georgopoulou wijst erop dat het gesprek met belanghebbenden aan de voorkant gevoerd moet worden. Hier hoort ook het doorlezen van documenten en dergelijke bij. Dit is een herhaaldelijk proces. Het verslag van dit proces dient bij de aanvraag ingediend te worden.

GroenLinks verwijst naar het verzet tegen plaatsing van windmolens. Ondanks het vooroverleg dat heeft plaatsgevonden, is het verzet doorgegaan tot de Raad van State.

Mevrouw Georgopoulou merkt op, dat er altijd wel een casus is die heel ingewikkeld is, maar op de uitzondering kan men niet het hele proces en de procedures richten.

D66 ervaart participatie als een lastig item. Het is volgens de fractie vooral lastig om de kwaliteit van de participatie te garanderen en te toetsen; niet alleen aan de voorkant, maar ook tijdens de procedures.

Mevrouw Georgopoulou is het hiermee eens. Participatie is op zich niet ingewikkeld, maar er zijn heel veel wensen en er is weinig ruimte. De Omgevingswet wil ruimte bieden aan initiatieven en de bestaande omgevingskwaliteit behouden. Het dilemma is, dat er keuzes gemaakt moeten worden. Niet alles is echter op te lossen met een goed participatieproces. Het goede is, dat alles goed besproken en afgewogen voorgelegd wordt aan de gemeenteraad die vervolgens de keuzes moet maken.

Spreekster legt voorbeelden voor van andere gemeenten, zoals Doetinchem, Tilburg en Eindhoven.

Zij verwijst naar een eerder gesprek over keuzes en het keuzepaneel. Hoe de gemeente Zutphen de Omgevingswet toepast, is een eigen keuze. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. De gemaakte keuzes vormen de basis voor alle instrumenten.

Als de gemeente ervoor kiest de letter van de wet te volgen, komt de Omgevingsvisie meer overeen met de klassieke situatie.

Spreekster vraagt naar de mening van de raad aan de hand van de stelling: Regels of afspraken?

D66 denkt dat Zutphen “van de afspraken” is. Dit geldt ook voor raad en College.

GroenLinks merkt op, dat verschillende fracties hechten aan regels en controle, ook als het gaat om de uitvoering van de bevoegdheden van het College. Spreker wil zelf graag meer naar de kant van de afspraken.

De VVD “is niet van de regels”. Spreker constateert dat er nog een mooie uitdaging ligt.

Mevrouw Georgopoulou verwijst naar haar uitspraak aan het begin van de avond dat de Omgevingswet slechts voor een klein deel wordt bepaald door regelgeving en instrumenten en voornamelijk door houding en gedrag. De geest van de Omgevingswet is “Ja, mits”.

Spreekster vraagt naar de mening van de raad over de stelling: “De raad geeft initiatiefnemers maximale ruimte”.

De Stadspartij is er voorstander van, dat er veel ruimte wordt geboden en initiatieven van bewoners gehonoreerd kunnen worden. De raad moet dan echter wel heel ruim zijn in de kaders die zijn gesteld. De gemeente moet die kaders, de visie en het Omgevingsplan goed op orde hebben.

Mevrouw Georgopoulou vraagt of de raad automatisch akkoord gaat met een buitenplans initiatief waarvoor in een straal van twee kilometer honderd procent draagvlak bestaat.

De Stadspartij verwacht het niet en denkt dat dan de participatie ingezet zal worden om te bezien of er een breed draagvlak bestaat binnen de gehele gemeente.

De VVD vindt dat men zo nu en dan ook moet kunnen loslaten, vooral als de participatie goed is geweest.

GroenLinks zegt dat het enthousiasme in de omgeving van zwaarwegend belang is, maar wijst ook op de wettelijke kaders. Spreker wijst er voorts op, dat belangenorganisaties bezwaar kunnen maken die niet binnen die straal van twee kilometer zitten.

Het CDA vraagt zich af wanneer participatie als ‘goed’ wordt beoordeeld. Om automatisch het initiatief bij de gemeenschap te laten als er een groot enthousiasme voor bestaat, vindt de fractie uiteindelijk niet de juiste weg.

De PvdA zegt dat het aan het plan ligt en verwijst naar het enthousiasme voor de kartbaan op korte afstand, maar de tegenstand op langere afstand.

De ChristenUnie vraagt zich af of de raad de burgers niet onderschat en roept op het voor de burgers te doen.

Kies Lokaal acht het belangrijk wat inwoners zeggen. Het gaat om de meerderheid, maar afhankelijk van het object moed breder gekeken worden. Daarnaast moet ook naar andere, externe partijen worden gekeken. Participatie is een heel mooi goed, maar moet wel op de juiste wijze ingezet worden.

Mevrouw Georgopoulou hoopt dat de raad vaker dit soort mooie discussies voert. Het is niet makkelijk een generieke conclusie te verbinden aan participatie. Zij vraagt aandacht voor de kwaliteit van de raadsstukken die goed onderbouwd en transparant moeten zijn.

Spreekster gaat verder met de presentatie aan de hand van het VNG-keuzepaneel. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen faciliterend en sturend. Dit is afhankelijk van wat bij een gemeente past. Zij vraagt wat de raad in dezen wil.

De PvdA wil een faciliterende gemeente zijn, omdat de raad er voor de inwoners is en het hen niet te moeilijk moet maken.

Kies Lokaal vindt een faciliterende gemeente ook beter passen, ook bij het type inwoners van Zutphen. De kracht en kunde van de inwoners moeten gebruikt worden bij te realiseren plannen, waardoor er meer commitment is en er fijner samengeleefd kan worden.

De Stadspartij zal voor faciliteren kiezen als er een keuze gemaakt moet worden, maar is van mening dat faciliterend en sturend niet los van elkaar gezien kan worden.

D66 is van mening dat de gemeenteraad aan het stuur moet blijven. In alle processen wil de fractie een actieve raad zien. De fractie heeft de voorkeur voor een faciliterende raad, maar vanwege de complexiteit zal de raad op bepaalde vraagstukken moeten blijven sturen.

Kies Lokaal vindt dit bijzonder, want D66 plaatst de burger centraal in het beleid van een participatiesamenleving. Spreekster vraagt hoe D66 meer wil sturen.

D66 merkt op dat Kies Lokaal een tegenspraak duidt, maar dat hoeft niet per se zo te zijn. Er zullen vraagstukken zijn waarbij de participatie van inwoners heel erg belangrijk is en vraagstukken waarop de raad moet sturen. Het hoeft niet zo te zijn, dat draagvlak in dat geval in het geding komt, zolang de participatie bij ingewikkelde kwestie maar goed geregeld is.

Het CDA sluit zich aan bij de reactie van D66. De fractie ziet een sturende rol voor de raad, maar wel gecombineerd met goede participatie. Spreker vraagt zich af of participatie heel goed past bij een sturende raad. De raad kan dan een goede belangenafweging maken voor alle inwoners.

Mevrouw Georgopoulou constateert, dat de discussie nu pas goed op gang komt. De keuzepunten helpen om het gesprek met elkaar te voeren over de betekenis van een en ander. Bij faciliteren gaat het om meer maatwerk en meer ‘van het College’. Er worden wel kaders gesteld, maar daarbinnen moet het College aan de slag kunnen. Bij een faciliterende overheid hoort meer co-creatie, deregulering en dergelijke en verliest men meer grip. Bij een faciliterende raad zitten de samenleving en het College meer aan het stuur en controleert de raad achteraf.

Een sturende raad zet meer in op de kaders waarbinnen het College zijn werk moet doen. Het is echter niet zo zwart-wit, maar het is de moeite waard een dergelijk gesprek te voeren om de raad in positie te brengen.

De intentie van deze bijeenkomst was met name om de eerder verstrekte informatie op te frissen en van een andere kant te bekijken; dit vanuit de gedachte dat de raad in positie moet zijn en moet sturen. Sturen kan echter op verschillende manieren. De raad moet hiervoor zelf de meest geschikte vorm vinden.

De voorzitter dankt voor de presentatie en het nagesprek. Zij geeft het woord aan wethouder Werger.

Het College wil aanvullend aan de raad meegeven, dat het College op dit moment werkt met de uitnodigingsplanologie. Dit heeft geresulteerd in meerdere dossiers waarmee ‘gedoe’ en waardoor zaken lang duren. Voor de vervolggesprekken die de raad nog gaat voeren, wil zij meegeven na te denken hoe de raad met dit soort zaken wil omgaan. De huidige samenleving heeft graag veel vrijheid en ontwikkelt allerlei leuke plannen, maar stoot daarmee soms ook de omgeving tegen het hoofd.

Mevrouw Van der Poel kondigt een aantal voorstellen aan die binnenkort worden voorgelegd. Dit betreft onder andere de Verordening Commissie voor Ruimtelijke Kwaliteit. De raad heeft hier niet zo veel sturing in, omdat in het verleden al nadrukkelijk is gekozen voor sturing op ruimtelijke kwaliteit: er al een Erfgoedraad is en een Commissie op de Ruimtelijke Kwaliteit. Vanwege wetgeving echter moet deze verordening aangepast worden aan de nieuwe wetgeving. Dit brengt een beperkte aanpassing mee.

Daarnaast is er de Verordening op de Fysieke Leefomgeving. Hierin zijn alle verordeningen, inclusief de fysieke aspecten van de APV, samengevoegd en vanuit het streven een en ander zo logisch mogelijk in te richten. Dit is bedoeld voor initiatiefnemers en de raad om goed inzicht te hebben in wat er allemaal van kracht is. Voor het College is dit belangrijk om de volgende stappen te zetten om naar de goede vragenbomen te komen.

Einde opname 2:14:31

NB – Het Forumverslag is incompleet. Het afsluitende deel ontbreekt omdat er een technisch probleem met de streaming was. In plaats van het Forum ging de uitzending over naar een kerkdienst. Er bleek geen reserveopname beschikbaar om de vergadering te reconstrueren.

 

Advies

Stuk komt (nu) niet voor besluitvorming in de raad

Cultuurnota gemeente Zutphen 2021-2024, De stad als podium (08-07-2021)

Datum 08-07-2021 Tijd 20:00 - 22:00
Zaal
Behandeling
Oordeelsvormend
Openbaarheid
Openbaar
Voorzitter
A. van Dijk
Griffier
B.M. Duizer
Notulist
More Support
Aanwezig namens Naam
GroenLinksH Krans
SPM de Ridder
PvdAF.J.G.M. Manders
BurgerbelangE Yildirim
D66Y.J.A. ten Holder
VVDM. Schriks
CDAG.H. Brunsveld
StadspartijJ. Boersbroek
BewustZWA.W. Jansen
ChristenUnieA. van Dijken
Kies Lokaal Zutphen WarnsveldJ.D. Maarsen

Verslag van de vergadering

Opening

De voorzitter opent de vergadering en heet alle aanwezigen en kijkers thuis van harte welkom.

Deze vergadering is een vervolg op het Forum van 28 juni 2021 over het cultuurbeleid van de gemeente Zutphen. Tijdens dit eerdere Forum heeft een aantal insprekers hun inbreng gegeven.

De Forumleden hebben inmiddels een memo ontvangen met de antwoorden op openstaande vragen die tijdens het vorige Forum zijn gesteld. De Forumleden hebben daarnaast een brief van Dat Bolwerck en Luxor ontvangen.

De voorzitter geeft het woord aan wethouder Ten Broeke voor een korte inleiding.

Het College verwijst naar de schriftelijke beantwoording van de vragen uit het Forum van 28 juni jl.

Tijdens het vorige Forum werd gesproken over “het vooruitschuiven van de hete aardappel van De Hanzehof”. In de Cultuurnota is aangegeven, dat het College de initiatiefnemers van De Hanzehof, de Muzehof en Graafschap Bibliotheken graag de ruimte wil geven voor het bepalen van de toekomstige invulling van het pand. Met deze woorden kan het lijken alsof de invulling volledig uit handen wordt gegeven, maar dit is niet het geval. Wat tot nu toe is gedaan, is duidelijkheid scheppen over het achterstallig onderhoud en over een zo logisch mogelijke opzet van de constructie tussen De Hanzehof en de gemeente. Nu gaan drie organisaties uit het culturele veld zelf een plan opstellen voor de toekomstige invulling van het pand. Het College wil dit proces graag een kans geven. Dit betekent echter niet, dat zij alle vrijheid hebben; het kan alleen vorm krijgen in volledige samenspraak met het gehele cultureel veld en de gemeente.

De wethouder hoopt dat het vanavond vooral gaat over het totale gemeentelijke cultuurbeleid voor de komende vier jaar, in de hoop daarmee duidelijkheid te geven aan de samenleving.

De voorzitter meldt dat interrupties zijn toegestaan en geeft als eerste het woord aan D66.

Eerste termijn

D66 dankt het College en de ambtelijke organisatie voor de beantwoording van de openstaande vragen uit het Forum van 28 juni jl. Dit heeft veel onduidelijkheid bij D66 weggenomen.

De fractie is van mening dat er een mooie, integrale visie op cultuur voorligt. Deze visie is opgesteld middels een interactief proces samen met inwoners en partners. Een deel van de gebruikte input is verzameld gedurende de Week van Cultuur.

De visie presenteert een mooi wensbeeld: de stad als podium met één grote huiskamer en vele kleine huiskamers. Dit is een visie met intenties waar D66 enthousiast van wordt: cultuur voor iedereen, ongeacht inkomen of opleiding, cultuur in alle wijken, in relatie met andere doelen en in verbinding met economische dimensies. De kunst van het vernieuwen uit de vorige beleidsperiode wordt opgevolgd door de kunst van het culturele samenspel. Er ligt ook een verbinding met de vastgestelde visie sociaal domein.

Tijdens het eerste Forum bleek dat de verwachtingen over de Cultuurnota bij de verschillende raadsfracties nogal uiteen liggen. D66 heeft de wethouder helder horen uitspreken, dat het College met de Cultuurnota de beleidskoers wil vaststellen. Vervolgens wordt de beleidsuitvoering opgesteld. D66 heeft de toezegging van de wethouder gehoord, dat de raad hierover in het voorjaar uitgebreid het gesprek over gaat voeren. D66 wenst daarom dat het College in volle vaart, samen met alle partners, door kan bouwen op basis van de hier voorgestelde koers. D66 komt hiertoe met een amendement in de raadsvergadering van 12 juli aanstaande. Een goede integrale visie op cultuur, moet de kans krijgen om met alle partners goed uitgewerkt te worden.

Over die concretisering heeft de partij nog veel vragen:

  • Wat betreft de rol van de gemeente - Stimuleren, verbinden en faciliteren is prima, maar D66 is van mening dat het College steviger als opdrachtgever aan het stuur moet zitten. Dit houdt in dat er randvoorwaarden moeten worden gesteld, opdrachten moeten worden verstrekt en afspraken moeten volgen over resultaten.
  • De kunst van het samenspel is volgens D66 mooi verwoord en gaat volledig op voor het creatieve proces. Hierbij is het principe van ‘vrijheid – blijheid’ essentieel voor het creatieve proces. D66 gelooft niet in vrijblijvende samenwerking, waar het gaat om het samen professioneel ondernemen en het doorbreken van de eilandenstructuur die in de vorige beleidsperiode ongewenst in stand in gebleven.
  • Het broedplaatsenbeleid is wat D66 betreft nog een ondergeschoven kindje. D66 hoopt dit duidelijk terug te zien in de uitvoeringsnota.

Wat D66 betreft, is voorliggende nota rijp voor raadsbehandeling.

Het CDA vindt de Cultuurnota lezen als een prettig stukje proza, met af en toe poëzie, wat drama en bovenal met een prachtig wensbeeld: de stad als podium. De cultuur is overal en van iedereen en wordt prachtig verweven met alle aspecten van het leven en de samenleving. Het CDA is het hier helemaal mee eens. Spreker werd af toe geprikkeld door de beeldspraak die in de nota wordt gebruikt: ‘culturele metrokaart’, ‘de schervencultuur te doorbreken’ en de metafoor van de jazz.

Het CDA juicht het toe om de Buitensociëteit de eer en glorie te geven die het verdient, onder andere door de toegankelijkheid voor amateurgezelschappen te vergroten.

In de Cultuurnota wordt gesproken over “een zoemende bijenkorf”. Bij het CDA zoemt vooral de ‘hoe-vraag’. Deze vragen zullen in de uitvoeringsnota beantwoord worden, maar het CDA wil hier graag even bij stilstaan. De partij vraagt zich ten eerste af, waarom de samenwerking nu wel zou gaan lukken en waarom de nomadisch werkende cultuurnetwerker naar Zutphen zou komen en hier blijven – deze is immers nomadisch. Er is daarnaast nog geen geld voor deze persoon.

Het gebouw De Hanzehof loopt als een rode draad door de Cultuurnota heen als een zwaard van Damocles. Wat het CDA betreft, is het opwaarderen van de Buitensociëteit en de theaterzaal iets wat gewoon moet gebeuren. De partij informeert naar de stand van zaken omtrent scenario 1.

De vraag is vooral hoe een goede toekomst voor De Hanzehof gecreëerd kan worden – door stenen toe te voegen voor een bibliotheekfunctie of juist door zo min mogelijk stenen toe te voegen, zodat de boekencultuur verbonden blijft met de erfgoedcultuur in de Broederenkerk. Het CDA is hier nog niet uit en staat open voor de diverse argumenten die de revue zullen passeren.

Wat het CDA betreft, is het verstandig om een financieel kader te schetsen. Bij een investering van zo’n tien miljoen euro moet rekening worden gehouden met jaarlijkse kapitaallasten van ongeveer € 500.000,=. Als niet wordt gekozen voor een investering, dan moet er een alternatief zijn. Ook hierbij staat het CDA open voor goede argumenten.

Spreker verwijst naar de financiële paragraaf die met de Cultuurnota vastgesteld. Momenteel is de financiële omvang ongeveer € 3,2 miljoen groot; dit volume wordt niet groter, maar eerder kleiner. De partij vraagt op basis waarvan de financiële verdeling in het verleden heeft plaatsgevonden en vraagt zich af of de verdeling nu nog eerlijk of wenselijk is. Het CDA wil hier graag direct na het zomerreces over doorpraten.

Luxor en Dat Bolwerck worden benoemd als basisinstellingen en hebben wat het CDA betreft, hun meerwaarde reeds bewezen. Toch hebben zij tijdens het inspreken aangegeven, een significant hogere subsidie nodig te hebben om toekomstbestendig te zijn. Onder de aanvragen van deze instellingen ligt een meerjarig beleidsplan dat ook is gedeeld met het gemeentebestuur. Toch voelen beide organisaties zich overvallen door het feit dat “hun stukje van de taart niet groter is geworden”. Het CDA is benieuwd wat de wethouder kan zeggen over eventuele gesprekken en verwachtingsmanagement richting deze organisaties.

De Stadspartij acht de Cultuurnota een mooi document dat wensen en dromen omvat, maar het is nog weinig concreet. Om dit te concretiseren en uit te voeren, wordt een totaalbedrag van € 85.000,= gevraagd, waarvan € 42.500,= uit de reserve cultuur. Dit bedrag komt ongeveer overeen met de kosten voor 1 fte, zoals gewenst door Luxor en Dat Bolwerck.

In de Cultuurnota wordt benoemd dat de gemeente broedplaatsen wil faciliteren, maar de hoe-vraag ontbreekt en vooral de vraag waar dit zou moeten. Het gaat om een sector die zich niet thuis voelt in een inspiratieloos gebouw aan de Coehoornsingel. De Stadspartij zou graag zien, dat dit wordt meegenomen in de Cultuurnota.

Verder verbaast het de partij dat het woord ‘popcultuur’ niet één keer is opgenomen in de nota, terwijl Zutphen een rijke geschiedenis aan popcultuur heeft. De Stadspartij werkt aan een amendement ten einde ook popcultuur in de Cultuurnota mee te nemen.

Verder vraagt de Stadspartij speciale aandacht voor het ‘Paradiso van het Oosten’– de Buitensociëteit – opdat deze ruimte ten volle voor de popcultuur benut kan gaan worden. Daar is een investering voor nodig wat betreft klimaat en technische installaties. De Stadspartij benadrukt dit mee te nemen in de financiële afhandeling rondom De Hanzehof in een later stadium.

Voorts vraagt de Stadspartij speciale aandacht voor de situatie van Dat Bolwerck en het Luxor Theater. De beide organisaties vragen extra budget voor met name de personele invulling. Dat Bolwerck zoekt specifiek naar een fondsenwerver. De partij kan zich voorstellen dat dit type personeel eventueel elders binnen de cultuurorganisaties in dienst is en vraagt hierop een reactie van de wethouder.

Tot slot, informeert de Stadspartij naar de voorgestelde subsidie voor Zutphen Promotie.

De ChristenUnie zegt dat het gebruik van veel bijvoeglijke naamwoorden zonder duiding, het voorliggende stuk niet altijd begrijpelijk maakt. Wat wel begrijpelijk is, is de ambitie van een huiskamer van de stad in de Buitensociëteit en De Hanzehof. Het behoud van de Buitensociëteit is - wat de ChristenUnie betreft - geen discussie. Maar, om op basis van de beschikbare informatie nu al te besluiten over de handhaving van De Hanzehof, gaat de partij te ver. De ChristenUnie heeft hiertoe dan ook een motie ingediend.

Het besluit over het al dan niet handhaven van De Hanzehof vraagt veel meer dan nu in de Cultuurnota staat omschreven. Het gaat erom, dat voor de vorming en realisatie van het ‘Huis van de Stad’ een logisch en voor de raad begrijpelijk en acceptabel proces ontstaat. De partij wil ervoor waken dat er wordt gestart bij een oplossing, waarbij vervolgens een probleem wordt verzonnen. De motie van de ChristenUnie beoogt het omgekeerde: eerst de aanleiding beschrijven, dan komen tot een ‘organisatieverhaal’ en aansluitend een programma van eisen met randvoorwaarden over tijd, geld, risico’s enzovoorts.

Spreker refereert aan zijn persoonlijke arbeidsverleden als vastgoed- en projectmanager bij het grootste vastgoedbedrijf van Nederland. Hij heeft te vaak gezien dat zaken misgingen omdat het geschetste proces niet werd gevolgd.

De partij vindt het idee van een ‘huiskamer van de stad’ wel een aantrekkelijke gedachte. Het werkt onder andere in Harderwijk en in het Verenigd Koninkrijk. Voorwaarde is dat deze huiskamer een laagdrempelig imago krijgt en dat er een samenwerking ontstaat met bijvoorbeeld wijkcentra.

De ChristenUnie is het oneens met GroenLinks, die geen huiskamer van de stad wil en de bibliotheek wil handhaven in de Broederenkerk. Bij de motie van de ChristenUnie is bij vaststelling van het organisatieverhaal van de bibliotheek, het theater en de Muzehof, altijd nog de mogelijkheid om in te grijpen als het resultaat niet bevalt.

De partij informeert naar de precieze definitie van een impulsrichting.

In de Cultuurnota wordt aangegeven, dat de subsidieregeling wordt herzien. De partij vraagt wie hiervan de dupe wordt.

De ChristenUnie stelt voor het organisatiebudget voor het eigen personeel van de gemeente voor het oplossen van knelpunten in de organisatie van € 500.000,=, te korten met € 100.000,= en dit vrijgekomen budget te verdelen onder Luxor en Dat Bolwerck. Daarmee blijven beide organisaties in ieder geval in 2021 overeind en wordt tegelijkertijd tijd gekocht om de samenwerking tussen Graafschap bibliotheken, De Hanzehof en de Muzehof vorm te geven. De partij is benieuwd naar de reactie van het College en de raadsleden.

De voorzitter geeft de wethouder de gelegenheid om de gestelde vragen te beantwoorden.

Het College stelt vast, dat er een aantal ‘hoe-vragen’ is gesteld. In de Cultuurnota komen vooral de ‘wat-vragen’ aan de orde. De ‘hoe-vragen’ zullen op een later moment in het uitvoeringsprogramma aan de orde komen. Dat betreft dan onder andere het broedplaatsenbeleid en andere uitvoeringskwesties.

De gemeente heeft reeds prestatieafspraken gemaakt met Zutphen Promotie. De opgave is vooral om scherp te maken wat de gemeente van Zutphen Promotie verwacht en hoe zij de hele cultuursector nog beter kunnen gebruiken om de cultuur in Zutphen in de schijnwerpers te plaatsen.

De definitie van een impulsrichting is schriftelijk toegelicht. Met voorliggende Cultuurnota wordt voortgeborduurd op de vorige nota (2016: ‘De kunst van het samen vernieuwen’). De vijf impulsrichtingen zijn de velden die het College extra lading wil geven.

De subsidieregeling voor culturele projecten en initiatieven wordt herzien. De bedoeling is dat meer initiatieven worden bereikt en ook dat er meer initiatieven ontstaan. Het College komt nog met een uitwerking hiervan bij de raad. (Toezegging)

De cultuurnetwerker wordt in de Cultuurnota genoemd. Het College ziet dit voor zich, maar de exacte vorm en financiering hierbij moet nog bepaald worden. Ook dit komt terug in het uitvoeringsprogramma. (Toezegging)

Het woord ‘popcultuur’ wordt niet in de Cultuurnota genoemd. Dit komt omdat het College zich heeft gericht op een aantal impulsrichtingen en daarmee niet ingaat op specifieke sectoren. De raad kan er echter voor kiezen, dat popcultuur expliciet moet worden opgenomen in de Cultuurnota.

De ChristenUnie vraagt hoe het College denkt over het voorstel van de ChristenUnie over de financiering van het Luxor Theater en Dat Bolwerck.

Het CDA informeert naar het verwachtingsmanagement bij Luxor en Dat Bolwerck en vraagt of het personeel waar beide organisaties naar zoeken, wellicht al elders in dienst is.

Het College geeft aan, dat de afgelopen jaren met regelmaat met beide organisaties is gesproken. Hierbij zijn ook hun ambities en plannen aan de orde gewest. Het College heeft daarbij steeds aangegeven, dat de subsidiebedragen herverdeeld kunnen worden en dat een logisch moment daarvoor de bespreking van de Cultuurnota zou zijn. Er is nu een verdeling gemaakt, maar dit heeft op dit moment niet geleid tot een verhoging voor Luxor en Dat Bolwerck. De reden hiervoor is dat het College binnen de begroting van het cultuurbudget moet blijven. De huidige verdeling zag het College als enige mogelijkheid, rekening houdend met de kaders die zij heeft meegekregen. Er is op geen enkel moment een subsidieverhoging beloofd aan de culturele instellingen.

Het uitwisselen van expertise wil het College graag extra kracht bijzetten in de nota door samenwerkingen in het hele culturele veld te versterken en aan te moedigen. Vrijwel alle culturele organisaties geven aan, daartoe bereid te zijn.

De PvdA is op zich blij met de notitie, maar wenst extra aandacht voor een aantal zaken.

De partij gaat ervanuit, dat het College en de raad met instellingen als Luxor Theater en Dat Bolwerck in gesprek blijft om te zoeken naar mogelijke oplossingen.

De partij vindt het belangrijk dat voldoende ruimte wordt gegeven aan het concreet maken van het plan dat De Hanzehof, de Muzehof en de Graafschap Bibliotheken aandragen.

De PvdA mist in de Cultuurnota de nuance voor de verschillende kunsten, zoals de beeldende kunst, schilderkunst en de kunstateliers. De partij vraagt hiervoor aandacht in de broedplaatsennotitie. Er hoeft - wat de partij betreft - niet per se een specifiek kunstbeleid te komen; kunstenaars zijn onafhankelijk, eigenzinnig en creatief genoeg. Wellicht hebben zij wel ondersteuning nodig bij het realiseren van een mooie atelierroute.

De PvdA steunt voorliggende nota.

De SP acht cultuur erg belangrijk voor zelfontplooiing, ontspanning en sociale cohesie.

De SP is tevreden over het voorliggende stuk en de aandacht voor “het verhaal van Zutphen”.

De partij ziet de impulsrichting over de ‘zoemende bijenkorf’ De Hanzehof wat minder rooskleurig. Dit heeft ten eerste te maken met de kosten, maar ook met de plannen om de bibliotheek en andere organisaties aldaar te huisvesten. Er is recent geld overgemaakt om de bibliotheek in de Broederenkerk te houden. Ook zijn er verschillende investeringen gedaan in de bibliotheek. De SP ziet eerder dat de zoemende bijenkorf een wespennest van allerlei nieuwe problemen gaat worden.

De SP zal kritisch blijven op het cultuurbeleid, maar zal de Cultuurnota waarschijnlijk wel steunen.

GroenLinks vindt de onderwerpen ‘wijken’ en ‘sociale cohesie’ zeer aansprekend. Het is duidelijk, dat cultuur belangrijk is voor de promotie van Zutphen. Wel vraagt GroenLinks zich af, wat precies de rol van Zutphen Promotie gaat zijn, aangezien kunst niet primair promotiemateriaal is.

De partij merkt op, dat de discussie zich vooral toespitst op De Hanzehof. Deze discussie is niet nieuw. Spreker nodigt zijn collega’s uit om de betreffende Handelingen te lezen. De discussie is echter ook niet vreemd, aangezien De Hanzehof en de Buitensociëteit de twee grootste podia zijn van Zutphen.

In de Cultuurnota wordt gesproken over een eilandencultuur. GroenLinks heeft het idee, dat dit niet van bovenaf kan worden tegengegaan. Wanneer De Muzehof in de wijken lesgeeft of de bibliotheek workshops organiseert, leidt dit automatisch tot samenwerking; men zal dan immers wel moeten.

GroenLinks ziet die samenwerking niet gebeuren als alles wordt ondergebracht aan de Coehoornsingel. Daarnaast merkt de partij op, dat hoe meer organisaties in De Hanzehof worden ondergebracht, hoe groter de problemen in de toekomst zouden kunnen zijn. Ook dit pleit er - wat de partij betreft – voor om niet alles onder te brengen bij De Hanzehof.

GroenLinks gelooft in de twee podia die er nu zijn, des te meer omdat de huidige bestuurder duidelijk aangeeft dat ze met de programmering vernieuwend en actief wil zijn. Dit heeft zij in Lochem al bewezen. De partij heeft hier een maximaal vertrouwen in.

Popcultuur moet - wat GroenLinks betreft - zeker in de nota verwerkt worden. De partij kijkt met belangstelling uit naar het voorstel dat andere partijen hiertoe doen.

GroenLinks wacht daarnaast het voorstel af over financiering voor het Luxor Theater en Dat Bolwerck.

De fractie vindt een huiskamer van de stad in De Hanzehof strijdig met wat passend is bij Zutphen. De bedoeling is dat daar ook belangstellenden van buiten Zutphen op af komen. GroenLinks ziet dit echter niet gebeuren.

D66 krijgt de indruk, dat GroenLinks veel voor D66 invult. D66 heeft gezegd, dat De Hanzehof puur in vierkante meters het grootste gebouw is waarin cultuur plaatsvindt. Daarom noemde de partij dit de plek voor de huiskamer.

D66 begrijpt de amendementen van GroenLinks niet helemaal. Als voorbeeld trekt spreekster de intentie van de amendementen door naar de sport en hoort graag van GroenLinks of de vergelijking klopt.

Er is een sporthal die jaarlijks veel geld kost waardoor voor andere sportverenigingen minder financiële ruimte resteert. Echter, aan sportverenigingen moet meer ruimte worden geboden. De sporthal moet daarom de ruimte gratis ter beschikking stellen. Bovendien moet de sporthal activiteiten uitvoeren waar geen gemeenschapsgeld mee is gemoeid, want dat gemeenschapsgeld gaat naar de gymzalen.

GroenLinks zegt dat deze vergelijking niet opgaat. Het gaat niet om iets afpakken of om iets gratis ter beschikking stellen. De Hanzehof geeft aan, dat meer cultuur uit de stad op het podium van De Hanzehof en Buitensociëteit moet komen, maar wel tegen andere tarifering.

De ChristenUnie vraagt of GroenLinks het een aantrekkelijk idee vindt om een deel van het organisatiebudget en ter beschikking te stellen aan Dat Bolwerck en Luxor om hen wat lucht te gunnen.

De voorzitter stelt voor dat alle fracties in de tweede termijn op deze vraag reageren.

De VVD vindt ‘Zutphen als podium’ een goed motto. Van podium de Buitensociëteit wordt in de nota gezegd dat dit een podium van de stad is en ‘van ons allemaal’. De VVD denkt dat dit een goede insteek is. Aan het pand moet wel een en ander gedaan worden, zoals de klimaatinstallatie.

GroenLinks ziet het niet gebeuren, dat partijen gaan samenwerken. Echter, de drie partijen – De Hanzehof, de Muzehof en Graafschap Bibliotheken – werken nu samen om een plan te maken voor De Hanzehof. De VVD geeft deze partijen graag de ruimte om met een plan te komen. Er is nu nog niets besloten, maar volgens de VVD is het de moeite van het onderzoeken waard, vooral ook omdat de plannen ambitieus en vernieuwend zijn. Vernieuwende ideeën kosten ook geld en dat moet - wat de VVD betreft - beschikbaar zijn. Dat betekent, dat ook eens gekeken kan worden naar een herverdeling van het budget. De VVD had dan ook verwacht, dat de € 300.000,= aan bezuinigingen zou worden ingezet, bijvoorbeeld om Luxor en Dat Bolwerck te helpen. De partij vraagt aandacht voor nieuwe initiatieven, die onderdeel kunnen zijn van ‘De stad als podium’.

Het broedplaatsenbeleid is een hip onderwerp. Een vogel broedt echter alleen op een plek waar hij wíl broeden en dit is niet iets wat de gemeente in de hand heeft. Wel kan de gemeente ervoor zorgen, dat de stad creativiteit uitstraalt.

De VVD vindt het voorliggende stuk op zich goed. Wel ziet de partij graag meer aandacht voor Luxor, Dat Bolwerck en andere nieuwe initiatieven. Dit zou kunnen middels een herverdeling van middelen. Hiertoe is al een aantal voorstellen gedaan. Ook vindt de VVD het de moeite waard om de instellingen te laten onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om van De Hanzehof een bruisend centrum te maken

De voorzitter geeft het woord aan de wethouder om te reageren op de gestelde vragen.

Het College constateert een behoefte aan een heel duidelijk tijdspad en proces. Dit hoeft niet geamendeerd te worden of in de nota zelf opgenomen te worden; het College zal hiertoe met een voorstel komen richting de raad.

Verder hebben sommige fracties wellicht het idee, dat het de bedoeling is om alles te concentreren in De Hanzehof. De bedoeling van ‘De stad als podium’ is júist om alle plekken met elkaar in verbinding te brengen en de wijken gebruik te laten maken van het pand aan de Coehoornsingel, maar andersom ook.

Het doel van scenario 1 is toekomst geven aan De Hanzehof, behoud van de Buitensociëteit en de theaterzaal. Het College heeft hierin de eerste stap gezet door het op orde brengen van het vastgoed en het inzichtelijk maken van het onderhoud. De volgende stap is de inhoudelijke invulling.

De voorzitter hoort meerdere fracties spreken over nieuwe initiatieven en merkt op, dat hier niet alleen De Hanzehof aan verbonden hoeft te worden.

BewustZW zal het definitieve oordeel over de Cultuurnota in de gemeenteraadsvergadering uitspreken. De fractie zal samen met GroenLinks een amendement indienen.

BewustZW wacht de reactie van de wethouder af omtrent de financiering voor Luxor en Dat Bolwerck. De partij hoort graag, wat de effecten zullen zijn van een budgetverschuiving.

De voorzitter stelt vast, dat de heer Yildirim van Burgerbelang technische problemen heeft en daardoor niet aan de digitale vergadering kan deelnemen.

Kies Lokaal is blij met voorliggende Cultuurnota en wordt enthousiast van de intentie om de stad als podium te zien. De bedoeling is cultuur dichter bij de mensen te brengen, niet elitair te maken en iedereen onderdeel te laten zijn.

De partij blijft aandacht vragen voor de jeugd. De partij is blij met de aandacht en betrokkenheid van de jeugd en wat Kies Lokaal betreft, kan dit niet genoeg benadrukt worden. Kies Lokaal ziet dat onder andere Taka Tuka, Walhallab, Woest Oost, Theaterproject De Hoven, muziekleraren en dergelijke belangrijke dragers van cultuur een enorme bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de jeugd. Kies Lokaal ziet daarom graag, dat de jeugd wordt meegenomen in de prestatieafspraken met alle betrokken partijen.

Tweede termijn

GroenLinks zou een eventueel goed onderbouwd amendement kunnen steunen waarin wordt gevraagd om budget voor Luxor en Dat Bolwerck vrij te maken.

Spreker verwijst naar een artikel in De Stentor (eind 2019) waar oud interim-directeur de heer Boonekamp zich omringde met vijf kleine samenwerkingspartners die allen onderdak vonden in De Hanzehof. Vanaf dat moment heeft de heer Boonekamp een lobby ingezet om De Hanzehof per saldo zo groot mogelijk te maken. De nieuwe directeur van de Graafschap Bibliotheken is volgens spreker meegegaan in die lobby.

GroenLinks is van mening, dat de samenwerking er vooral is om zo groot mogelijk te worden, terwijl samenwerking in de dagelijkse praktijk veel lastiger is. GroenLinks ziet niet dat hier sprake is van ‘echte’ samenwerking.

GroenLinks dankt de wethouder voor diens toezegging om het proces te koppelen aan een tijdspad en procesafspraken. Wel vraagt de partij zich af of hier middels een amendement wat meer richting aan gegeven moet worden.

De VVD vindt dat GroenLinks een vooraanname doet wat betreft de samenwerking. Er wordt nu samengewerkt en er bestaat nu draagvlak onder instellingen om samen dingen te doen.

GroenLinks is van mening dat de samenwerking niet is gericht op de kunst en cultuur.

D66 merkt op, dat de raad als bestuurlijk orgaan vooral gaat over het ‘wat’ en minder over het ‘hoe’. Ingaan op individuele bestuurders van instellingen leidt tot onnodige polarisatie.

D66 hoopt dat de raad haar rol tijdens de raadsvergadering van 12 juli aanstaande zuiver invult en niet op de stoel gaat zitten van een directeur-bestuurder of van de wethouder.

Het amendement van D66 is erop gericht ruimte te scheppen om de juiste beslissingen voor de toekomst te kunnen maken.

Cultuur is een belangrijke drager voor een aantrekkelijke stad voor de toekomst. D66 hoopt dat stappen voorwaarts gezet kunnen worden, waarbij belangrijke organisaties geen zwaard van Damocles boven zich zien hangen.

De ChristenUnie begrijpt van de wethouder dat de Cultuurnota vooral gaat over de ‘wat’-vragen. Echter, de invulling van De Hanzehof is een ‘hoe-vraag’. De ChristenUnie is van mening dat de uitkomst van de discussie al helder is, namelijk dat het ‘Huis van de Stad’ in De Hanzehof moet komen. De oplossing is er al, terwijl het probleem of de aanleiding nog niet goed is uitgewerkt. De partij meent dat met deze werkwijze te veel naar De Hanzehof wordt toegeschreven.

De ChristenUnie is van mening, dat eerst de samenwerking en organisatie helder moet zijn uitgewerkt, waarna vervolgens zal blijken in welke huisvesting dit vormgegeven moet worden.

De partij omarmt het idee van één fondswerver voor alle instituten.

Voorts vraagt de partij of het juist is, dat Dat Bolwerck vraagt om 4 fte.

De voorzitter merkt op, dat De Hanzehof slechts onder één van de vijf impulsrichtingen wordt genoemd.

Het CDA is prettig verrast door de toezegging van de wethouder voor een tijdspad richting het ‘Huis van de Stad’. Het CDA heeft daarnaast een grote behoefte om na het zomerreces als volledige gemeenteraad een rondetafelgesprek te voeren met initiatiefnemers en andere culturele instellingen.

Het issue over geld is vanavond weinig besproken. Als iets gaat gebeuren aan de Coehoornsingel, gaat dit geld kosten. Voordat werkelijk plannen gemaakt worden, moet hierover volgens het CDA wel worden gesproken.

Het CDA vraagt of het klopt, dat D66 met zijn aangekondigde amendement voornemens is de bezuiniging van € 300.000,= als herstructureringsmiddel te gebruiken voor cultuur en om in het najaar te zoeken naar dekking van dit bedrag.

D66 bevestigt de aanname van het CDA. De bedoeling is, dat het College in de beleidsuitvoeringsnotitie duidelijk aangeeft hoe de herstructureringsmiddelen de komende vier jaar ingezet gaan worden.

Het College bevestigt dat Dat Bolwerck inderdaad vraagt om 4 fte voor de langere termijn.

Spreker omarmt het idee vanuit het CDA voor een rondetafelgesprek over het ‘Huis van de Stad’. Hij stelt voor dit op te nemen in het stappenplan met het tijdspad dat hij zal opstellen. (Toezegging)

De wethouder merkt voorts op, dat fondswerving behoorlijk specialistisch is. Fondswerven voor tentoonstellingen kan iets heel anders inhouden dan fondswerven voor theater. Samenwerking en het delen van functies is wel interessant.

Het CDA dankt de wethouder voor diens beantwoording.

De VVD is van mening dat de klimaatinstallatie in de Buitensociëteit snel op orde moet komen en vraagt of de wethouder deze mening deelt.

De partij merkt op, dat de gemeenteraad het issue rondom De Hanzehof al lange tijd voor zich uit heeft geschoven. Hoewel het zeker niet alleen over De Hanzehof moet gaan, is het wel belangrijk om hierover te spreken.

De VVD vindt dat er goede eerste stappen zijn gezet in de richting van samenwerking.

De PvdA zegt dat de samenwerking die de heer Boonekamp voor ogen had, totaal anders is dan de samenwerking tussen de drie initiatiefnemers die nu voorligt. De PvdA kijkt liever naar de toekomst met de wetenschap van het verleden.

De PvdA pleit voor een versnelling in de aanpassing van de klimaatinstallatie in De Buitensociëteit.

GroenLinks onderstreept het betoog van de ChristenUnie over De Hanzehof.

GroenLinks ziet het ‘Huis van de Stad’ er nooit komen op de manier zoals dit nu is geformuleerd.

Een belangrijke rol van de gemeenteraad is om beleidskaders in combinatie met de begroting vast te leggen. Dit is precies wat GroenLinks met zijn amendement beoogt te doen.

De voorzitter geeft het woord aan wethouder Ten Broeke.

Het College licht toe, dat de klimaatinstallatie van De Buitensociëteit is opgenomen in het onderhoudsbudget. In dit budget zitten componenten die sowieso nodig zijn – de klimaatinstallatie is er daar één van.

BewustZW informeert naar een indicatie van kosten voor aanpassing van de klimaatinstallatie.

Het College antwoordt dat er een grove kostenindicatie is; hiermee is rekening gehouden.

De VVD pleit ervoor, dat aanpassing van de klimaatinstallatie snel wordt aangepakt.

Het College zegt dat het een kwestie is van prioriteren. Aanpassing van de klimaatinstallatie is een logische maatregel omdat dit hoe dan ook moet gebeuren en direct profijt oplevert.

GroenLinks stelt voor een amendement op te stellen aangaande de aanpassing van de klimaatinstallatie, zodat dit zo snel mogelijk opgepakt kan worden.

Het CDA wijst erop, dat in de bijlage bij de Voorjaarsnota een bedrag van € 313.000,= wordt genoemd voor de aanpassing van de klimaatinstallatie. Het CDA pleit ervoor, nog eens te kijken naar de subsidieverdeling en vraagt de wethouder naar zijn mening.

Het College acht het belangrijk om in eerste instantie de ‘grootte van de taart’ te bepalen. Dit moet de raad doen. Daarna kan eventueel besloten worden tot een herverdeling.

Er is sprake van een subsidierelatie met verschillende organisaties. Al deze organisaties moeten zekerheid krijgen voor de komende periode. Deze organisaties zijn ervanuit gegaan, dat de totale financiële ruimte kleiner zou worden.

De voorzitter vraagt of er sprake is van subsidietermijnen bij deze organisaties.

Het College kan niet direct aangeven hoe het formeel is vastgelegd.

De ChristenUnie wijst op het voorstel van de ChristenUnie om te bezien of aan Luxor en Dat Bolwerck tegemoetgekomen kan worden door het gemeentelijk organisatiebudget te verkleinen. Daarmee is dekking gevonden en krijgen beide organisaties wat lucht. De partij vraagt hoe andere fracties hier tegenaan kijken.

De VVD vraagt liever aan het College waar een budget voor Luxor en Dat Bolwerck vandaan zou kunnen komen. De VVD vindt het belangrijk, dat ook rekening wordt gehouden met kleine initiatieven en dat er budget is voor nieuwe initiatieven.

De PvdA wenst dat het woord ‘broedplaatsenbeleid’ wordt toegevoegd aan de Cultuurnota, naast het kunstenaars- en atelierbeleid.

De voorzitter geeft aan, dat de PvdA hiertoe een amendement kan indienen.

Ze vraagt of de fracties de Cultuurnota rijp achten voor beraadslaging in de raadsvergadering van 12 juli aanstaande.

Alle fracties achten de Cultuurnota rijp voor de raadsbehandeling.

De voorzitter concludeert dat de Cultuurnota rijp is voor beraadslaging in de raadsvergadering van 12 juli 2021. De voorzitter wijst er wel op, dat Burgerbelang zich vanwege technische problemen nog niet heeft uitgesproken.

De vergadering sluit om 21.50 uur.

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad

Agenda's 08-07-2021

Behandeld in