Forumverslag 06-06-2017

Visie op de...

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Forumverslag 06-06-2017

Visie op de Participatiewet 2017 gemeente Zutphen (06-06-2017)

Datum: 06-06-2017
Tijd: 19:00 - 21:00
Zaal: Commissiekamer
Behandeling: Oordeelsvormend
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: G.M.M. Ritzerveld
Griffier: H Nijkamp
Genodigden:

Aanwezig namensNaam
BurgerbelangM.G.S. Siemes
SPM.J. ten Broeke
D66G.I. Timmer
PvdAJ. Bloem
GroenLinksG.V.C. Boldewijn
StadspartijD. Bogerd
VVDB. van der Veen
CDAK.M. Warmoltz
ChristenUnie
BewustZWA.W. Jansen
Lijst van VlietF. van Vliet

Portefeuillehouder(s): A de Jonge
Ondersteuners: R Schuurman
Pers: ja
Publiek: 29
Insprekers: nee
Overig:

Verslag van de vergadering

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en heet alle aanwezigen van harte welkom op deze bijeenkomst bedoeld voor oordeelsvorming over twee onderwerpen die in één blok worden besproken. Over de Participatiewet heeft eerder, op 11 mei jl., een forumvergadering plaatsgevonden.

 

Blok 1 - VISIE OP DE PARTICIPATIEWET 2017 GEMEENTE ZUTPHEN

De VVD kan zich grotendeels vinden in voorliggende visie, maar vraagt zich wel af welke rol de gemeente voor zichzelf ziet. De tekst onder punt 7 inzake de regierol suggereert enige beweging in de rolverdeling. De VVD zou zich daarin kunnen vinden. De fractie vraag toe te lichten hoe wordt bepaald (door wie) wat onder ‘een goede infrastructuur’ moet worden verstaan c.q. wordt bepaald wordt Zutphen nodig heeft.

GroenLinks geeft aan dat wanneer in de Visie wordt gesproken over (citaat) “het inrichten van de infrastructuur waardoor kansen beter kunnen worden benut”, duidelijk mag zijn dat er toch al veel is ingericht en de fractie zich dan ook afvraagt wat met deze zinsnede wordt bedoeld. Ook de zinsnede over (citaat) “beter benutten van regionale mogelijkheden en kansen” vereist een toelichting ten aanzien van de concrete uitwerking die hiermee wordt beoogd. De fractie informeert tot slot naar de reacties van het werkveld en de regio op voorliggende visie.

Het CDA geeft aan dat de fractie zich goed in de visie kan vinden en constateert dat de input uit het eerdere forum over dit onderwerp is meegenomen.

Het College geeft aan dat de gemeente, als zijnde opdrachtgever, in belangrijke mate bepaalt wat een goede infrastructuur is. Met het vastleggen van de doelen, leidraden en uitgangspunten van voorliggende visie kunnen contracten met uitvoeringsorganisaties worden gesloten ten behoeve van de gewenste doelrealisatie. Daarmee ontstaat een logische infrastructuur die het mogelijk maakt om doelen te bereiken, maar ook om aan individuen een ontwikkelingsperspectief te kunnen bieden. Het opdoen van werkervaring in een leerwerksetting biedt desgewenst mogelijkheden voor het zetten van een vervolgstap. Als de doelrealisatie onvoldoende tot haar recht komt met bepaalde uitvoeringsorganisaties, is de samenwerking van voorbijgaande aard.

De VVD heeft moeite met de gehanteerde terminologie. Een term als ‘contracten’ lijkt niet te passen bij regievoering en een ondersteunende, verbindende, inspirerende en faciliterende rol door de gemeente. De omschreven rol biedt meer ruimte en is meer uitnodigend. Het lijkt alsof op twee gedachten wordt gehinkt. De VVD vraagt voorts te verduidelijken of sprake is van één of meerdere uitvoeringsorganisaties in het kader van de Participatiewet.

Het College geeft aan dat de faciliterende en verbindende rol erg belangrijk is en door de gemeente op een goede wijze wordt ingevuld. Op deze wijze wil het College continueren. De samenwerkingsafspraken zullen duidelijkheidshalve uiteindelijk wel belegd worden in een contract met een uitvoeringsorganisatie, waarmee duidelijk wordt hoe de partijen zich ten opzichte van elkaar verhouden. Het college verwijst naar het tweede deel van de Forumbijeenkomst van heden. De intentie is om één uitvoeringsorganisatie in te richten om mensen naar werk te leiden. Op die discussie kan moeilijk vooruit worden gelopen. Voorliggende visie helpt in ieder geval om focus aan te brengen.

De VVD concludeert dat de intentie is dat de gemeente opdrachtgever is van één werkbedrijf.

Het College geeft aan dat de gemeentelijke rol in het kader van de Participatiewet duidelijker is dan bijvoorbeeld de rol in relatie tot de visie op het sociaal domein. De gemeente neemt hierin duidelijk zelf een rol en beperkt zich niet tot het opdrachtgeverschap aan uitvoeringsorganisaties. In ieder geval is altijd duidelijk uitgesproken dat de gemeente een zware rol heeft wat betreft financiering en het invullen van de verbindende en inspirerende / enthousiasmerende rol opdat ook andere partijen participeren. Het College bevestigt dat er - met name door Delta - reeds een uitgebreide infrastructuur is ingericht, zij het dat deze met name is ingericht op de doelgroep WSW. De instroom vanuit de WSW is echter eindig. Om uitvoering te kunnen geven aan het werkdeel van de Participatiewet is deze infrastructuur onvoldoende, al kan deze wel worden benut. Hier kan op worden voortgebouwd zodat deze minder beperkt tot een specifieke doelgroep kan worden benut. Deze mogelijkheid zal als een wenselijke ontwikkeling moeten worden aangeduid om verder uit te kunnen werken. Wat betreft de zogenaamde ‘witte vlekken’ verwijst het college naar de afspraken die Het Plein heeft gemaakt met organisaties die werkplekken aanbieden. Als het traject is afgerond, blijven momenteel echter de noodzakelijke vervolgstappen uit om mensen aan het werk te houden. Deze infrastructuur moet worden verbeterd. Voorliggende visie op de Participatiewet brengt meer focus aan op de werkwijze om mensen aan het werk te krijgen en houden. Onderwijsorganisaties en werkgevers beschouwen voorliggend document als een welkome visie. Op basis hiervan ontstaat een meer stabiele samenwerking met ontwikkelmogelijkheden. Partijen krijgen zodoende meer duidelijkheid over ambities. Voor de uitvoeringsorganisatie Delta en Het Plein is het realiseren van het werkbedrijf een bedreigende aangelegenheid. In de arbeidsmarkregio ‘Factor Werk’ zie je echter overal de ontwikkeling naar verbreding van werkbedrijven ontstaan, inclusief de aanpassing ten behoeve van het werkdeel van de Participatiewet. Landelijk zie je dat er een scheiding wordt gerealiseerd tussen werk en inkomen. In de regio is men “best tevreden” met de stappen die worden gezet, inclusief de nadruk die wordt gelegd op een goed functionerende en robuuste werkgeversdienstverlening, die noodzakelijk is.

De SP is het op zich “behoorlijk oneens” met de Participatiewet op zich, maar voorliggende visie vindt wel draagvlak binnen de fractie en heeft kans van slagen. Spreker verwijst naar de kritische kanttekeningen van de fractie tijdens de eerdere bespreking. Deze kanttekeningen waren gericht op verdringing en de tegenprestatie.

De Stadspartij informeert naar de definiëring van ‘gesubsidieerd werk’ en vraagt zich af hoe hieraan inhoud wordt gegeven. Voorts wil de fractie graag weten hoe het vervolg eruit ziet en informeert met name naar de afweging welke functies je al dan niet gesubsidieerd wilt hebben. Ook bestaat er op grond van ervaringen uit het verleden twijfel bij de de effectiviteit van deze maatregel. De fractie vraagt of de uitwerking op dit punt op een later moment nog aan de raad wordt voorgelegd.

Het College ziet diverse mogelijkheden om gesubsidieerd werk mogelijk te maken. Zeker omdat hierbij kanttekeningen kunnen worden geplaatst, wil zij de raad graag betrekken in het vervolgtraject.

De Stadspartij geeft aan dat uitkeringsgerechtigden in hun sollicitatieverplichting tegen de grenzen van de eigen mogelijkheden oplopen, maar ook tegen het beperkte aantal vacatures. De fractie acht een sollicitatieverplichting voor 60+ers zinloos en zou diegenen die een actieve bijdrage aan de samenleving leveren, van deze verplichting willen ontheffen. Spreker informeert naar de mening van het forum wat dit betreft.

Het CDA geeft aan dat een gemeente inwoners boven de leeftijd van 57,5 jaar en in geval van zwaarwegende criteria zou mogen vrijstellen van sollicitatieplicht. Wellicht is het zinvol deze criteria aan de hand van een bespreking nader te bepalen.

De SP sluit zich bij dit voorstel aan.

De PvdA voelt er niet voor om de ontheffing te sterk aan één criterium, zijnde een leeftijdsgrens, te verbinden omdat daar dan de focus komt te liggen. Spreker pleit er voor om in de uitvoering meer ruimte te bieden om zelf de afwegingen te maken om een ontheffing te kunnen verlenen.

De VVD verwijst naar punt 4, inzake de verschillende benaderingen van werkzoekenden door gemeenten, uitgaand van vertrouwen of een stevige aanpak. Een generieke aanpak is onwenselijk. Dit geldt ook voor het al dan niet ontheffen van sollicitatieplicht voor 57-plussers. Door zorgvuldig te differentiëren, kan er effectief naar werk worden toegeleid.

Burgerbelang vraagt te realiseren dat het ontheffen van de sollicitatieplicht ook een einde maakt aan bemiddeling of begeleiding. Als er sprake is van een generieke maatregel, gaat dit dan betekenen dat een 57+er die graag blijft werken ‘achterin de kaartenbak belandt’? De begeleiding zal in dit proces een belangrijke rol in spelen.

De SP denkt dat de ontheffing van de sollicitatieverplichting juist tot meer mogelijkheden en betere opties voor betrokkenen zal leiden.

BewustZW lijkt het verstandig om op korte termijn nog eens goed te kijken naar de sollicitatieplicht en hetgeen hierachter verscholen is. In de vast te stellen kaders ten behoeve van de werkvloer zal ook de wijze van beoordeling moeten worden vastgelegd.

D66 is geen voorstander van een generieke maatregel en spreekt vertrouwen uit in de beoordeling door de professionals en in de maatwerkoplossingen die zij voorstellen. De professional beschikt over de deskundigheid om te beoordelen waar een ontheffing nodig is.

De Stadspartij kan zich niet voorstellen dat een ontheffing van de sollicitatieplicht er automatisch toe leidt dat iemand ‘uit de kaartenbak valt’. Al vaker is de wens uitgesproken om meer ruimte te bieden aan Het Plein, maar blijkbaar is het erg lastig voor consulenten om los te komen van regelgeving. Zij hebben voor het bieden van maatwerk behoefte aan maatstaven of een richtlijn ter beoordeling van een sollicitatieverplichting. De Stadspartij suggereert een dergelijke richtlijn op te stellen.

GroenLinks geeft aan dat in voorliggende Visie nadrukkelijk staat dat er meer ruimte voor maatwerk moet komen. De discussie die momenteel wordt gevoerd over de sollicitatieverplichting betreft een nadere invulling van de Visie en kan op een later moment plaatsvinden.

De VVD kan zich vinden in dit voorstel van orde. Spreker voelt meer voor het bespreken van een concreet voorstel inzake de sollicitatieplicht. Dit voorstel dient onderbouwd te zijn met feiten en cijfers én met input van deskundigen die weten hoe dit proces écht werkt.

De voorzitter constateert veel bevestigende reacties op de gedane oproep. Dit vraagt nader onderzoek naar mogelijkheden en hij gaat er van uit dat hier in een vervolgsessie op teruggekomen zal worden.

Het College geeft aan dat initiatieven in dezen met name bij de fracties liggen. Ze hecht veel waarde aan de balans en verwijst naar de uitspraak over het leveren van een bijdrage aan de samenleving.

Lijst Van Vliet wijst er op, dat de gemeente Zutphen relatief veel inwoners met een bijstandsuitkering heeft en relatief veel werkzoekenden. Voor deze doelgroepen moet iets gebeuren. Belangrijk is dat er sprake is van échte banen en geen banen ter vervanging van bestaande banen. Spreker verwijst naar ‘uitgeklede’ diensten waar veel vakkennis is verdwenen. Dit soort situaties acht de fractie onaanvaardbaar.

Het College geeft aan dat Lijst Van Vliet dit kritiekpunt inmiddels meerdere keren heeft ingebracht. Echter, in de periode waarop wordt gedoeld, bestond de Participatiewet nog niet. De kritiek van Lijst van Vliet betreft de uitvoering van de groenvoorziening. De zorg dat hier geen vakkennis aanwezig zou zijn, is onterecht.

Lijst Van Vliet is van mening dat de aanwezige vakkennis in de groenvoorziening onvoldoende is.

Het College is ervan overtuigd dat de werkzaamheden binnen de groenvoorziening in Zutphen op fantastische wijze worden uitgevoerd.

Lijst Van Vliet is het hier niet mee eens.

De voorzitter concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en rijp is voor besluitvorming door de raad.

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad


Uitvoeringsscenario Participatiewet en Wet sociale werkvoorziening (06-06-2017)

Datum: 06-06-2017
Tijd: 19:00 - 21:00
Zaal: Commissiekamer
Behandeling: Oordeelsvormend
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: G.M.M. Ritzerveld
Griffier: H Nijkamp
Genodigden:

Aanwezig namensNaam
BurgerbelangM.G.S. Siemes
SPM.J. ten Broeke
D66G.I. Timmer
PvdAJ. Bloem
GroenLinksG.V.C. Boldewijn
StadspartijD. Bogerd
VVDB. van der Veen
CDAK.M. Warmoltz
ChristenUnie
BewustZWA.W. Jansen
Lijst van VlietF. van Vliet

Portefeuillehouder(s): A de Jonge
Ondersteuners:
Pers: ja
Publiek: 29
Insprekers: nee
Overig:

Verslag van de vergadering

Als ambtelijk ondersteuner is dhr. Langedijk als ambtelijk ondersteuner aanwezig.

Verslag van de vergadering

De voorzitter opent de vergadering en heet alle aanwezigen van harte welkom op deze bijeenkomst bedoeld voor oordeelsvorming over twee onderwerpen die in één blok worden besproken.

Blok 2 - UITVOERINGSSCENARIO PARTICIPATIEWET EN WET SOCIALE WERKVOORZIENING

D66 spreekt verwondering uit over de opmerking dat de raad zou hebben gesteld dat geen sprake zou mogen zijn van een gemeenschappelijke regeling, GR. In de notulen van 10 april is deze beperking niet vermeld. D66 kiest bij voorkeur voor een combinatiescenario 1 en 2. De samenwerkingsvorm mag – wat betreft D66 – ook een GR zijn, maar het moet de vorm zijn die met meest geschikt is om de doelen te verwezenlijken. Samenwerking met andere gemeente is het uitgangspunt. De fractie kan zich vinden in de gestelde kaders, zij het met uitzondering van het eerste kader.

Het College geeft aan dat wijze waarop partijen zich tot elkaar verhouden in de samenwerkingsvorm wordt vastgelegd. De meest vruchtbare constructie hoeft niet altijd een GR te zijn. Spreker meent uit de eerdere bespreking dat ook D66 het ermee eens is dat op een integrale manier mensen aan het werk worden gezet en gehouden, alsmede dat ook D66 pleit voor een meer directe regie. De eerdere bespreking heeft geleid tot een opdracht aan het College. Hetgeen nu voorligt, vloeit uit deze opdrachtverstrekking door de raad voort.

De SP staat achter hetgeen nu voorligt. De fractie vraagt zich af in hoeverre de gemeenten die nu nog participeren in Delta en niet zelfstandig willen vervolgen, geïnteresseerd zijn in de ontwikkelingen in Zutphen. Spreker verwijst wat dit betreft specifiek naar de gemeente Lochem.

Het College geeft aan dat de gemeente Lochem omstreeks september/oktober helder zal hebben op welk uitvoeringsscenario zij aansluiten.

De VVD vraagt zich af hoe kansrijk het is dat andere gemeenten bij het werkbedrijf inkopen.

D66 heeft navraag gedaan bij de gemeenten Voorst en Lochem. Deze gemeenten zijn vooralsnog niet zeker of ze gaan inkopen. Zij willen eigenlijk graag in de GR blijven. Als deze gemeenten niet aansluiten op het werkbedrijf en hun diensten elders onderbrengen, vraagt de fractie zich af hoe haalbaar het Werkbedrijf is.

GroenLinks meent dat het succes sterk afhankelijk is van de kwaliteit van de samenwerking, de relaties met samenwerkingspartners en de respectieve kwaliteit van deze partners. Een helder beeld ontbreekt vooralsnog, maar dit zou wel een onderwerp van gesprek moeten worden.

De PvdA stelt dat naast het verleggen van de focus naar de potentiele kleine gemeenten als samenwerkingspartners, de focus moet liggen op de primaire doelgroepen, zijnde de werkgevers en werkzoekenden.

D66 geeft aan dat Delta stelt dat de regio hard nodig is om de primaire doelgroep goed te kunnen bedienen. Uitbreiding van mogelijkheden is zonder de regio niet mogelijk. Als er meerdere entiteiten naast elkaar ontstaan, dan hebben werkgevers met meerdere organisaties te maken. Daarmee wordt deze doelgroep niet goed bediend. Als alle partners bij dezelfde organisatie gaan inkopen en met elkaar gaan samenwerken, dan kan de bestaande infrastructuur worden benut. Als diverse organisaties naast elkaar in elkaars vaarwater gaan werken, is dat niet in het belang van de doelgroepen in de regio.

De VVD verwijst naar punt 9 van de Visie op de Participatiewet. Hier wordt gesteld dat regionale samenwerking meer mogelijkheden biedt om lokale problematiek op te lossen. Met het oog op de zorgvuldigheid van de discussie wil de fractie hier graag aan vasthouden, al bestaat er begrip voor het belang van samenwerking met werkgevers. De fractie vraagt zich wel af in hoeverre de geschetste uitvoeringsorganisatie passend is bij de Visie, zoals vastgelegd in het eerste blok van het Forum.

Het College acht samenwerking in de regio zeer fundamenteel. Daarbij mag ook worden gedacht aan een grotere regionale schaal dan alleen de gemeenten Zutphen, Lochem, Voorst en Brummen. Dit betekent echter niet dat er ook contractueel samenwerking moet aangaan, bijvoorbeeld middels een inkooprelatie bij gemeentelijke werkbedrijven. Wel is samenwerking wenselijk wat betreft de werkgeversdienstverlening en – meer concreet – wat betreft het mogelijk maken om diensten af te nemen. De gemeenten Zutphen en Lochem hebben hier de afgelopen jaren fors in geïnvesteerd. De wethouder pleit voor het hanteren van een gezamenlijke taakstelling op arbeidsmarktregioniveau die vervolgens relevant wordt voor alle vier de werkgeversdienstverleningen. De wethouder schetst de bestaande wijze van samenwerking voor de regiogemeenten. De tijd zal leren in hoeverre inkoop van diensten bij het Zutphens werkbedrijf realiteitswaarde heeft. Geboden kwaliteit en met name de prijs-kwaliteitverhouding zal hierbij bepalend zijn. Voorliggend voorstel is echter niet vanuit een dergelijke samenwerkingsambitie ontstaan, maar vanuit de ambitie van de gemeente Zutphen om middels een integrale aanpak en een directe regie meer mensen aan het werk te krijgen dan tot nu toe. 

GroenLinks realiseert zich dat hierbij veel belangen spelen en met name het belang voor de toekomst erg groot is. In de afwegingen voor de besluitvorming wil de fractie ook zicht krijgen op het draagvlak in de regio.

Het College geeft aan dat de verschillende stakeholders hierin ook verschillend kunnen staan. De werkgevers zijn blij met een eenduidige organisatie met een duidelijke opdracht om mensen aan werk te helpen en te houden, de dienst levert, begeleidt op de werkvloer en die een sterk accounthouderschap richting werkgevers invult. Onderwijsinstellingen zijn blij met een werkbedrijf dat samen met de onderwijsinstellingen verder vorm en inhoud geeft aan leerwerkconcepten, leerwerkbedrijven, beschrijfscholen enzovoort. Het VSO en het praktijkonderwijs willen in het belang van hun leerlingen een goed werkend systeem dat eraan bijdraagt dat hun leerlingen een eigen plek vinden waar sprake is van continue, goede begeleiding. De input van ROC Aventus is anders. Het ROC wil graag een samenwerking aangaan. Voor Het Plein en Delta is dit voorstel bedreigend omdat dit onzekerheid over de toekomst geeft. Er kan niet worden gesteld dat de huidige uitvoering niet goed is, maar wel dat het de bedoeling is om een sterkere focus aan te brengen dan tot nu toe het geval is geweest. De wethouder schetst de voornemens van de regiogemeenten en stelt dat sprake is van een zeer ingewikkeld en diffuus speelveld:

  • De gemeente Bronkhorst wil uit de GR Delta stappen en opteert voor een eenduidige integrale uitvoering in de regio Achterhoek.
  • De gemeente Brummen heeft het werkdeel van de Participatiewet bij Apeldoorn gelegd. Brummen juicht de stap van de gemeente Zutphen toe en kijkt uit naar verdere intergemeentelijke samenwerking op onderdelen. Evenals Zutphen, hanteert de gemeente Brummen het uitgangspunt dat mensen zich prettig moeten voelen op hun werkplek.
  • De gemeente Lochem denkt nog over een scenariokeuze.
  • De gemeente Voorst wil graag dat de GR Delta blijft bestaan. Tegelijkertijd is het een feit dat de betreffende gemeente inmiddels alle onderdelen uit Delta heeft teruggetrokken en gemeentelijk heeft ondergebracht. Dat geldt ook voor de werkgeversdienstverlening en zelfs de verloning vindt bij de gemeente plaats. Het werkdeel van de Participatiewet lag bij de gemeente Apeldoorn, maar is inmiddels ook teruggehaald naar Voorst.

Het college vindt het gerechtvaardigd dat Zutphen, als grotere regionale gemeente, stappen zet. Dit heeft er reeds toe geleid dat de noodzakelijke beweging in het speelveld ontstaat. In Het Plein zijn Zutphen en Lochem betrokken, waarbij Zutphen voor 85 procent eigenaar is. Als Zutphen het werkdeel er uithaalt, dan ontstaan er wel vraagtekens bij de deelname aan de GR Het Plein. Het voorstel van Zutphen om een werkbedrijf zonder eigen exploitatie in te richten, is wezenlijk anders dan bijvoorbeeld Connected! en Lucrato in respectievelijk Deventer en Apeldoorn.

De VVD geeft aan dat de toelichting de nodige verduidelijking geeft onder de afwegingen om enerzijds de lokale problematiek te willen oplossen en anderzijds het belang van regionale samenwerking te onderkennen, ook vanwege de afhankelijkheid van hetgeen in de regio gebeurt. Het is van belang om hierin een eigen koers te kiezen.

D66 stelt dat het voornemen tot regionale samenwerking binnen de Stedendriehoek eigenlijk al vastligt in rapport Van Netten. De gemeenten Voorst en Lochem willen de samenwerking met Zutphen graag continueren. Spreker vraagt zich echter af waarom de ‘knip’ tussen werk en inkomen niet mogelijk is binnen de bestaande samenwerkingsverbanden.

Het College vraagt D66 waarom samenwerking vorm en inhoud zou moeten krijgen binnen een GR. Van meet af aan heeft de wethouder zich met de integratie van het Plein en Delta vergeefs ingespannen om de overige gemeenten te betrekken te enthousiasmeren om gezamenlijk op te trekken in het ontwikkelen van een visie op de Participatiewet en de ontwikkeling van een gezamenlijke uitvoeringsstructuur. Het gebrek aan bereidheid van de andere gemeenten is een feit. Zutphen kan echter – gezien de omvang van de eigen opgave - niet nog langer wachten met het zetten van de volgende stap. Wachten dient ook niet het belang van de potentiele uitvoeringspartners en verdere belanghebbenden. De arbeidsmarktregio Achterhoek heeft goede resultaten bereikt en dient als best practice.

D66 geeft aan dat het uitgangspunt niet per definitie is gericht op de rechtspersoon van een GR. Echter, het opzeggen van de bestaande samenwerking zonder dat er goede vervangende afspraken zijn gemaakt, wordt door andere gemeenten als een overvaltactiek ervaren. Na het beëindigen van een relatie zal er niet altijd de ruimte zijn om in de toekomst “samen nog iets leuks te gaan doen”.

Het College bevestigt dat deze ontwikkeling door het College van Lochem als een verrassing is ervaren. De stap van de gemeente Voorst was ook voor spreker verrassend. De koers van de gemeente Zutphen is al eerder door Zutphen in de regionale samenwerking bespreekbaar gemaakt.

Het CDA hoopt dat er geen oud zeer achterblijft bij een of meerdere actoren in dit proces, hetzij bij afzonderlijke gemeenten, hetzij bij Delta. Feit is dat het hierbij over banen van individuen gaat. Dit pleit voor zorgvuldigheid, voorzichtigheid en respect in het proces, zodat het mogelijk blijft om de bestaande infrastructuur te behouden en uit te bouwen.

Het College is het hier helemaal mee eens.

Burgerbelang stelt dat de wethouder de positie van Zutphen binnen dit geheel goed heeft uitgelegd. Onder verwijzing naar het rapport Van Netten stelt spreker dat herkenbaarheid in de regio om duidelijke keuzes vraagt. In dezen gaat Zutphen een nieuwe koers varen. De gemeente Zutphen is de grootste aandeelhouder binnen de regio. Als het spoor voor de toekomst door Zutphen goed wordt ingezet, zullen anderen mee willen en kan Zutphen in dit dossier de gewenste rol nemen.

De Stadspartij dankt voor de heldere uitleg. De opmerking “met een groene weide beginnen” roept vraagtekens op. Tijdens de eerdere bespreking over dit onderwerp heeft de Stadspartij gevraagd om bij de uitwerking van de uitvoeringsorganisatie inzage te geven in de afstemming tussen het werkgedeelte en het inkomensgedeelte. Dit verzoek ontbreekt in het verslag. De fractie wijst op het belang van een goede aansluiting.

Het College legt uit dat de opmerking inzake ‘de groene weide’ voortvloeit uit het betoog van de heer Oldenkamp. Hij pleitte voor een redeneren los van de bestaande infrastructuur en het zoeken van oplossingen puur op basis van het vraagstuk als zodanig. De vraag naar inzichtelijkheid vanwege de scheiding tussen werk en inkomen is door meer partijen verwoord. Deze wens is helder bij het College en wordt meegenomen in de volgende stap, zijnde het ontwikkelen van een bedrijfsplan. In de periode september / oktober wordt dit ter bespreking aan de raad voorgelegd.

De Stadspartij wil graag de voor- en nadelen inzichtelijk krijgen van het uit elkaar halen van werk en inkomen.

Ambtelijk wordt verwezen naar het pleidooi van het Forum voor deze ‘knip’. Vervolgens is geredeneerd vanuit dit criterium. Belangrijk is om ervoor te zorgen dat er – in het belang van de cliënten - een goede aansluiting blijft tussen organisaties en een goede overdracht is geborgd. De scheiding tussen rollen en verantwoordelijkheden brengt ook voordelen mee. Wanneer een organisatie zich primair op werk kan richten, wordt deze niet belemmerd door inkomensgerelateerde zaken. Het zou een onderdeel van het bedrijfsplan kunnen zijn om wat dit betreft keuzemogelijkheden in te brengen. Dit raakt bijvoorbeeld ook de discussie in het eerste blok inzake de sollicitatieplicht. Een vraag die hieruit voortvloeit is dan of degenen zonder sollicitatieplicht worden overgeheveld naar het Werkbedrijf, dan wel ‘achtergehouden’ worden in het deel waar het inkomen wordt verstrekt.

De Stadspartij kan zich voorstellen dat dit bij raadsbehandeling in een sterkte-zwakte-analyse wordt meegenomen.

De VVD kan zich niet voorstellen dat de infrastructuur en het netwerk uit één organisatie bestaat. Specifiek wanneer het gaat over mensen toeleiden naar werk, vraagt spreker zich af wat er kan worden gezegd over het ‘ecosysteem’ van het Werkbedrijf.

Het College geeft aan dat ten behoeve van het overleg met de relevante actoren, zoals werkgevers en andere gemeenten, een verbeelding van de infrastructuur is gemaakt waarin het Werkbedrijf een belangrijke rol speelt. Deze verbeelding ‘Zutphen werkt’ wordt staande de vergadering uitgereikt. Het uitgangspunt van de schets is de inwoner die zich wendt tot het Werkbedrijf. De rol van het Werkbedrijf is gericht op 1) activeren (beschut werk) 2) leerwerk-arrangementen en 3) de reguliere arbeidsmarkt. De ondersteuning en de inzet op maatwerk is het grootste bij de eerste categorie en daar is de gemeentelijke verantwoordelijkheid ook het grootste. Geleidelijk verschuift deze verantwoordelijkheid naar de werkgever. Bij categorie 1 gaat het met name over lokale werkplekken. Bij categorie 2 en 3 verschuift dit geleidelijk naar subregionaal en regionaal. De infrastructuur wordt vormgegeven in een samenspel tussen werkgevers, gemeente(n) en onderwijsinstellingen waarbij de Visie op de Participatiewet het uitgangspunt vormt. In een goed samenspel kunnen ook goede uitstroommogelijkheden worden geboden. Wat dit betreft, vormt met name Kappert PLUS een positief voorbeeld dankzij de zeer goede uitstroomresultaten. Binnen de toekomstige infrastructuur verwacht het College dat dit bedrijf zeer goed zal acteren.

D66 vraagt een nadere toelichting op de positie van het Werkbedrijf in de verbeelding. Onduidelijk is met name wat Zutphen zélf gaat doen en andere gemeenten bij Zutphen zouden kunnen inkopen. Er is door de wethouder ook wel eens gesuggereerd om de backoffice en de verloning samen met Apeldoorn te organiseren.

Ambtelijk wordt nader ingegaan op de ‘bouwstenen’ van het Werkbedrijf. Arbeidsmatige dagbesteding is een van deze bouwstenen. Momenteel gebeurt dit grotendeels bij gemeentelijke instellingen en het ligt niet in de rede om dit als gemeente zelf te gaan uitvoeren. Voorstelbaar is dat hierin – via inkoop - een samenwerking met andere gemeenten wordt aangegaan en elkaars infrastructuur wordt benut. Bestaande afspraken inzake werkplekken zullen echter worden geëerbiedigd. Een van de uitgangspunten voor de uitvoering van de WSW is het zoeken naar passend werk en maatwerk. Daarbij zouden ook – via uitruil – inkoopafspraken van regiogemeenten kunnen worden benut. Ook kunnen de regiogemeenten voor dagbesteding gezamenlijk kavels uitzetten ten behoeve van een gezamenlijke inkoop. Het segment ‘groen en schoon’ zit al voor een groot gedeelte binnen de gemeente; er kan voor worden gekozen om dit niet zelf te exploiteren in het tweede scenario. De uitgangspunten hierin moeten zijn: wat is goed voor de mens en wat is praktisch? Ambtelijk wordt verwezen naar de suggestie om de backoffice en verloning samen met Apeldoorn te organiseren. Daar is niet voor gekozen. Het instrument is ook nodig voor verloning van de bijstandsgerechtigden en is goed te koppelen aan de werkgeversdienstverlening. De schakeling tussen de potentiele werknemers versus de netwerken en de instellingen vormt eigenlijk het hart van het Werkbedrijf.

De VVD vraagt zich af waarom deze nieuwe infrastructuur beter zou gaan werken dan de bestaande praktijk.

Het College wijst er op dat de nieuwe structuur voortbouwt op hetgeen reeds aanwezig is aan infrastructuur. In feite is er dus geen sprake van een nieuwe structuur. Er is een heldere koers nodig om de kansen die zich voordoen te kunnen benutten. Bouwbedrijf Kappert heeft bijvoorbeeld mogelijkheden gecreëerd naar aanleiding van bouwafval. Dit heeft geleid tot het ontstaan van Kappert PLUS, persoonlijke ontwikkelmogelijkheden voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en zo mogelijk doorstroming naar de reguliere arbeidsmarkt. De gemeente kent eigenlijk alleen een mogelijkheid om subsidie voor de begeleiding te verlenen, terwijl de werkgever veel meer gebaat is met een prestatievergoeding. Behoudens een subsidierelatie kan de gemeente dus geen andere invulling geven aan de gewenste samenwerking. Op dit moment wordt wel subsidie voor de begeleiding gegeven, maar daarmee komt de samenwerking onvoldoende uit de verf.  

De VVD is op de hoogte van het succes van deze formule. Echter, dit is wel binnen de ‘oude’ constellatie tot stand gekomen. De fractie informeert naar het nieuwe instrumentarium – naast de subsidierelatie - dat wordt toegevoegd waardoor het wezenlijk anders wordt. Waarom is per se een nieuwe structuur nodig?

Het College verwijst naar kleine bedrijfjes die zich willen doorontwikkelen naar grote leerwerkbedrijven. Dit zou ook vanuit de huidige uitvoeringsstructuren kunnen worden gefaciliteerd. Voor Kappert PLUS kan worden gedacht aan een ander contract naast de huidige subsidieovereenkomst. De wethouder verwacht dat er voldoende samenwerkingspartners te vinden zijn om de nieuwe infrastructuur vorm en inhoud te geven. Het College denkt dat een nieuwe uitvoeringsorganisatie nodig is om daadwerkelijk focus te kunnen leggen op de gemeentelijke opgave. De gemeente heeft momenteel in de verschillende onderdelen van de Participatiewet met veel verschillende aanbieders te maken. Hierdoor kan onvoldoende focus worden gelegd op belangrijke opgaven in het werkloosheidsvraagstuk. Als je over één uitvoeringsorganisatie beschikt die op integrale wijze uitvoering kan geven aan de gehele opgave op het onderdeel werk, inclusief de WSW, heb je een organisatie die zich sec daarmee bezig houdt en vanuit de eigen specialisatie stappen kan zetten.

D66 vraagt zich af waarom het geen goede keuze zou zijn om de bestaande organisatie met een aantal taken voor de nieuwe doelgroep uit te breiden en de bestaande infrastructuur en hierin aanwezige kennis en netwerk te behouden. 

Het College geeft aan dat het uitbreiden van de GR Delta met het werkdeel uit de Participatiewet onvoldoende recht doet aan het tweede uitgangspunt dat de raad heeft vastgesteld, zijnde het voeren van een directe regie op de integrale uitvoering. Het werkdeel van de gemeenten Voorst en Brummen komt sowieso niet over naar de GR Delta. Het werkdeel van de gemeente Lochem zal waarschijnlijk wel overkomen. Dat betekent dat de gemeente Zutphen als grootste deelnemer in Delta geen directe regie kan voeren op de belangrijkste opgave. Zeker gezien het schaalverschil met de andere regiogemeenten mag duidelijk zijn dat hierbij ook andere belangen gaan meespelen.

De SP vraagt bij de naamgeving van het Werkbedrijf te kiezen voor een gewone, simpele en makkelijk herkenbare naam, zoals Werkbedrijf Zutphen. Ook de gemeente Arnhem is bezig met een herziening van deze infrastructuur en is iets verder in dit proces. Gezien de gelijkenissen kan hier wellicht van worden geleerd.

Het College voelt het meest voor een zo transparant en helder mogelijke naam. In de regio is afgesproken dat in naam en logo een relatie met ‘werk’ wordt gelegd.

Ambtelijk wordt aangegeven dat de gemeente Arnhem een eigen werkbedrijf start, naar verwachting de activiteiten van Presikhaaf daar zal onderbrengen en binnen het Werkbedrijf het werkdeel en de WSW zal uitvoeren. Andere gemeenten krijgen de gelegenheid om zich in te kopen.

D66 vraagt vanwege het belang van het besluit vòòr raadsbehandeling een duidelijk kostenoverzicht.

Het College was voornemens om de financiële doorrekening te laten volgen op het besluit.

De VVD geeft aan dat de wethouder reeds een bedrijfsplan heeft toegezegd. Dit zal inzage bieden in de levensvatbaarheid in financiële zin. De fractie vraagt welke informatie D66 eerder zou willen ontvangen.

D66 wil graag vòòr besluitvorming worden overtuigd van de levensvatbaarheid.

Het College vraagt om de portefeuillehouder c.q. het College vertrouwen te geven om deze fundamentele stap te kunnen zetten. In de periode september/oktober wordt het bedrijfsplan ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.

De voorzitter stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken en het voorstel rijp is voor besluitvorming door de raad en sluit de vergadering. 

Advies

Voldoende besproken. Verder debat in de raad


Deze pagina

  • a
  • a
  • a
  • tekstgrootte

Agenda's 06-06-2017

Beschikbare agenda's
Forum

Forumverslagen op datum

  • Bezoekadres: 's Gravenhof 2, 7201 DN Zutphen
  • Postadres: Postbus 41, 7200 AA
  • Telefoon: 140575
  • Email: info@zutphen.nl